CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

39.Ontwerp-bestemmingsplan Raadhuisstaete, Spijkenisse; Toelichting

Gemeenteraad 17 mei 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken en mededelingen15.114 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast is de verwachting dat, met name door de bewoners van de kleinste appartementen, beperkt gebruik gemaakt wordt van een auto. Derhalve zal de werkelijke parkeerbehoefte lager liggen dan berekend. Naast de parkeernormen voor auto's wordt het parkeren van fietsen steeds belangrijker. Voor het fietsparkeren is ruimte langs de Raadhuislaan en ook op de begane grond van het complex wordt een gemeenschappelijke fietsparkeerruimte ingericht. 4.5.2

Verkeer

Het plangebied wordt ontsloten door de Raadhuislaan, welke in verbinding staat met enkele grotere uitvalswegen rond het centrum van Spijkenisse. Onderdeel van de omgevingsvisie 'Nissewaard naar 2040' is dat de Raadhuislaan wordt omgevormd tot een autoluw gebied. De voorgenomen ontwikkeling zal zorgen voor een grotere verkeersaantrekkende werking dan in de huidige situatie. Op basis van de inrichting van de omliggende wegen is de verwachting dat de capaciteit van deze wegen groot genoeg is om het extra verkeer dat wordt gegenereerd ten gevolge van de gewenste ontwikkeling te verwerken. 4.5.3

Conclusie

Voorgenomen initiatief zal niet leiden tot verkeerskundige en/of parkeertechnische problemen. Het parkeren wordt in een bestaande parkeergarage gerealiseerd waar een overcapaciteit bestaat aan parkeerpalatsne en de verkeersgeneratie is dusdanig dat deze kan worden opgevangen door het omliggende wegennet. Daarnaast is de planlocatie goed bereikbaar middels openbaar vervoer, wat de parkeer- en verkeersdruk zal verminderen.

Raadhuisstaete Spijkenisse

27

4.6

Geluidhinder

4.6.1

Wettelijk kader

Wegverkeer en railverkeer Langs alle (spoor)wegen – met uitzondering van 30 km/h-wegen en woonerven – bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de (spoor)weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken/spoorstaven en van binnen- of buitenstedelijke ligging. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/h-wegen de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting te worden onderbouwd. Industrielawaai Gezoneerde industrieterreinen hebben een vaste geluidzone die wordt vastgelegd door middel van een bestemmingsplan. Buiten de geluidszone wordt de voorkeurswaarde van 50 dB(A) niet overschreden. De maximale ontheffingswaarde binnen de geluidszone bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde voor nieuwe situaties. In tegenstelling tot weg- en railverkeer wordt voor industrielawaai niet getoetst aan de Lden waarde maar aan de etmaalwaarde. De dosismaat Lden is voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai met ingang van 1 januari 2007 in de gewijzigde Wgh vastgelegd. Voor industrielawaai wordt Lden in het kader van de Wgh voorlopig niet ingevoerd. 4.6.2

Onderzoek

Het bestaande gebouw aan de Raadhuislaan 39-55 in Spijkenisse, gemeente Nissewaard, wordt voorzien van een optopping met nieuwe woningen. Nabij het plangebied liggen enkele drukke wegen en het industrieterrein Botlek-Pernis. Voor de ruimtelijke onderbouwing van de plannen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en is de situatie beoordeeld aan de hand van de Wet geluidhinder, de Wet ruimtelijke ordening en het gemeentelijke geluidbeleid. Doel van dit onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen (optopping), voor zover deze wordt veroorzaakt door het relevante wegverkeer, industrielawaai en nestgeluid. De nieuwe woningen liggen binnen de bebouwde kom, in de geluidzones van de Raadhuislaan en de Centrumlaan. Voor deze wegen geldt dat de breedte van de geluidzone 200 meter bedraagt. Voor de Breestraat, de Marrewijklaan en de H. de Lintweg geldt een maximale rijsnelheid van 30 km/uur. Ondanks het feit dat er geen sprake is van een geluidzone langs deze wegen, is in het voorliggende onderzoek de geluidbelasting vanwege deze wegen toch berekend. De overige wegen liggen op grotere afstand van het plangebied en/of de verkeersintensiteit is er dusdanig gering, dat deze wegen niet relevant zijn met betrekking tot de geluidbelasting. Ook ligt het bouwplan binnen de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein Botlek-Pernis.

Door DCMR Milieudienst Rijnmond is aangegeven dat het ‘nestgeluid' van aangemeerde schepen (ook wel ‘eigen geluid’ of 'hotelfunctie' genoemd), in dit deel van Spijkenisse niet relevant is ten aanzien van het woon- en leefklimaat. Dit omdat het bouwplan zich op een te grote afstand bevindt (> 2 km). Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van: de Raadhuislaan (gezoneerde weg) hoger is dan de voorkeurswaarde, maar lager dan de maximale te ontheffen waarde. de Centrumlaan (gezoneerde weg) ruim lager is dan de voorkeurswaarde. alle 30 km/uur-wegen ruim lager zal zijn dan de voorkeurswaarde, zoals deze geldt voor gezoneerde wegen. het gezoneerde industrieterrein Botlek-Pernis hoger is dan de voorkeurswaarde, maar lager dan de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting. De gecumuleerde geluidbelasting (wegverkeer en industrielawaai) bedraagt maximaal 60 dB. Hogere waarden Gezien de situatie en de berekende geluidbelastingen zijn er binnen het bouwplan geen reële

Raadhuisstaete Spijkenisse

28

maatregelen mogelijk om de geluidbelasting bij de nieuwe woningen te reduceren tot de voorkeurswaarden, zoals deze gelden voor wegverkeerslawaai en industrielawaai. Om deze woningen te kunnen realiseren, moet de gemeente Nissewaard hogere waarden ten gevolgen van de Raadhuislaan en het industrieterrein Botlek-Pernis vaststellen en vastleggen in het kadaster. In onderstaande afbeelding en bijlage 8 van het akoestisch rapport zijn de vast te stellen hogere waarden weergegeven.

Er zal dan wel voldaan moeten worden aan de richtlijnen voor het vaststellen van hogere waarden, zoals vastgelegd door de gemeente Nissewaard. De volgende aspecten zijn daarbij van belang: 1. De woning heeft minimaal één geluidluwe gevel. 2. De buitenruimte is bij voorkeur gelegen aan de geluidluwe gevel. 3. Het is zeer wenselijk dat geluidgevoelige ruimten aan de geluidluwe gevel zijn gelegen (akoestisch optimale indeling). De locatie is gelegen binnen de geluidzone van een industrieterrein, namelijk Botlek-Pernis. Ook ligt het plan binnen de geluidzone van wegverkeer, namelijk van de Raadhuislaan en enkele omliggende wegen. In het kader van de planontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en is de situatie beoordeeld aan de hand van de Wet geluidhinder, de Wet ruimtelijke ordening en het gemeentelijke geluidbeleid. Doel van dit onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting binnen het plangebied voor zover deze wordt veroorzaakt door het relevante wegverkeer, industrielawaai en nestgeluid. Dit is uitgevoerd door SPA/WNP. Betreffende het wegverkeer komt naar voren dat er bij de appartementen vanaf de vierde verdieping sprake is van geluidbelasting hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB, te weten 53 dB. Dit is echter ruim lager dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB.

In het 'Hogere grenswaardenbeleid Wet geluidhinder gemeente Nissewaard wordt het volgende aangegeven met betrekking tot het vaststellen van hogere grenswaarden: 1. het creëren van een geluidluwe gevel; = 53 dB. 2. het creëren van een geluidluwe buitenruimte; = 58 dB. 3. het realiseren van geluidgevoelige ruimten aan de geluidluwe gevel (akoestisch optimale indeling). De nieuwe appartementen in de optopping hebben een geluidluwe gevel (Noord-West gevel), een geluidluwe buitenruimte en hebben geluidgevoelige ruimten aan de geluidluwe gevel. Zoals gemeld, is het plangebied gelegen binnen de geluidszone van het industrieterrein Botlek-Pernis. Door DCMR Milieudienst Rijnmond is aangegeven dat het ‘nestgeluid' van aangemeerde schepen (ook wel ‘eigen geluid’ of 'hotelfunctie' genoemd), in dit deel van Spijkenisse niet relevant is ten aanzien van het woon- en leefklimaat. Dit omdat het bouwplan zich op een te grote afstand bevindt (> 2 km). Het gezoneerde industrieterrein Botlek-Pernisis geeft een geluidsbelasting dat hoger is dan de voorkeurswaarde, maar lager dan de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting. Het volledige akoestisch rapport evenals het conceptbesluit hogere waarden zijn toegevoegd als bijlagen 1 en 2.

Raadhuisstaete Spijkenisse

29

4.6.3

Conclusie

Vanuit akoestisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief, mits de gemeente een hogere grenswaarde vaststelt en vastlegt bij het kadaster. Daarnaast zullen de resultaten van het onderzoek omtrent industrielawaai en nestgeluid moeten worden afgewacht. De verwachting is dat dit geen belemmeringen oplevert voor onderhavig initiatief. 4.7

Bedrijven en milieuzonering

4.7.1

Wettelijk kader

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de onderstaande richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' dan wel 'gemengd gebied'. Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

Tabel: Richtafstanden en omgevingstype Hiernaast gelden ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen,

Raadhuisstaete Spijkenisse

30

deze Wet en haar uitvoeringsbesluiten als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder. De omgeving van het plangebied kan, gelet op de ligging aan de Raadhuislaan met de afwisseling van functies kantoren, woningen en winkels worden gekarakteriseerd als gemengd gebied. 4.7.2

Beoordeling

Voor onderhavige ontwikkeling dient te worden getoetst of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen veroorzaakt voor bestaande functies in de omgeving en of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen ondervindt als gevolg van de milieuhinder van naburige bedrijven en/of bedrijvigheid. Een woning is een milieugevoelige functie, waardoor omliggende overlastgevende functies mogelijk beperkt worden in hun activiteiten. De woningen worden gerealiseerd boven commerciële ruimten, waarvoor een milieucategorie 1 geldt. In gemengd gebied is hiervoor de richtafstand 0 meter. Overige overlastgevende functies met een hindercirkel zijn niet aanwezig in de nabijheid van de planlocatie. Gezien de reeds aanwezige woningen in het gebouw en de omgeving kan worden aangenomen dat er een goed woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden. Daarnaast leidt de nieuwe functie niet tot een onevenredige overlast voor omliggende functies en worden deze niet belemmerd in hun mogelijkheden. 4.7.3

Conclusie

Gelet op het voorgaande vormen de milieubelastende functies vanuit het oogpunt van milieuzonering geen belemmering voor de in dit plan besloten ruimtelijke ontwikkeling. Andersom leidt ontwikkeling van de woningen niet tot milieutechnische problemen voor de omliggende milieugevoelige functies. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is te achten met een goede ruimtelijke ordening. 4.8

Externe veiligheid

4.8.1

Wettelijk kader

Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico's: risicovolle (Bevi-)inrichtingen; vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, kinderopvang- en dagverblijven en grote kantoorgebouwen (>1.500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen.

De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare

Raadhuisstaete Spijkenisse

31

objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het groepsrisico wordt niet in contouren vertaald, maar wordt weergegeven in een grafiek. In de grafiek wordt de groepsgrootte van aantallen slachtoffers (x-as) uitgezet tegen de cumulatieve kans dat een dergelijke groep slachtoffer wordt van een ongeval (y-as). Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een zogenaamde oriëntatiewaarde. Daarnaast geldt voor het groepsrisico een verantwoordingsplicht. Het bevoegd gezag moet aangeven welke mogelijkheden er zijn om het groepsrisico in de nabije toekomst te beperken, het moet aangeven op welke manier hulpverlening, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid zijn ingevuld. Het bevoegd gezag moet tevens aangeven waarom de risico's verantwoord zijn, en de veiligheidsregio moet in de gelegenheid zijn gesteld een brandweeradvies te geven. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico, hoe groter het belang van een goede groepsrisicoverantwoording.

Risicovolle (Bevi-)inrichtingen Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen Met betrekking tot het beleid en de regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Structuurvisie buisleidingen van belang. Deze structuurvisie bevat een lange termijnvisie op het buisleidingentransport van gevaarlijke stoffen. Het Bevb en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden.

Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te nemen en het groepsrisico te verantwoorden. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Als onderdeel van het Bevt is op 1 april 2015 tevens het basisnet in werking getreden. Het basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spooren vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de regeling ligt vast wat de maximale risico's voor omwonenden mogen zijn. Die begrenzing was er tot nu toe niet. Bovendien zorgt het basisnet ervoor dat gevaarlijke stoffen tussen de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het buitenland vervoerd kunnen blijven worden.

Indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een (basisnet)transportroute voor gevaarlijke stoffen, moet in de toelichting ingegaan worden op de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met de personen die a) in dat gebied reeds aanwezig zijn, b) in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan redelijkerwijs te verwachten zijn en c) de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop

Raadhuisstaete Spijkenisse

32

dat plan betrekking heeft. 4.8.2

Beoordeling

Een woning betreft een kwetsbaar object, zodat de herontwikkeling door middel van het plaatsen van een dakopbouw getoetst dient te worden aan de wetgeving omtrent externe veiligheid. Voor de beoordeling of in de omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen en/of transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van deze kaart.

Figuur: Uitsnede risicokaart met aanduiding plangebied (bron: www.risicokaart.nl) Uit de kaart blijkt dat in de directe omgeving van de planlocatie geen risicobronnen aanwezig zijn. Op grotere afstand zijn echter de volgende risicobronnen gelegen, waarvan het invloedsgebied reikt tot aan de planlocatie: De Rijke Northern Europe B.V. Pro Delta Environmental Support B.V. Transportroute gevaarlijke stoffen N493 Groene Kruisweg/Hartelweg Transportroute gevaarlijke stoffen A15 Transportroute Havenspoortlijn/Betuweroute Inrichtingen Op het industrieterrein Halfweg bevinden zich de bedrijven: 'De Rijke Northern Europe B.V.' en 'Pro Delta Environmental Support B.V.'. Beide bedrijven houden zich bezig met de opslag van koopmansgoederen en gevaarlijke stoffen. Het risico wordt voornamelijk veroorzaakt door een loodsbrand waarbij stikstofhoudende stoffen zijn betrokken. Deze bedrijven bevinden zich op circa 2,7 km ten noordwesten van het plangebied. In het document: 'Inventarisatie risicobronnen, gemeente Spijkenisse' (DCMR, 2012) is gesteld dat het invloedsgebied van De Rijke Northern Europe B.V en Delta Environmental Support B.V. respectievelijk 7520 en 2655 meter bedragen. Het groepsrisico-aandachtsgebied is voor beide bedrijven volgens regionale uitgangspunten vastgesteld op 1500 meter.

In bovengenoemd document is tevens bepaald dat bij ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied tussen het GR-aandachtsgebied en het invloedsgebied geen berekening van het groepsrisico hoeft te worden uitgevoerd en er ook geen volledige verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is. Wel dient er een beschrijving te worden gegeven van de aspecten 'zelfredzaamheid' en 'bestrijdbaarheid'.

Raadhuisstaete Spijkenisse

33

Transport gevaarlijke stoffen Er ligt in de directe omgeving van het plangebied (binnen 200 meter) geen hoofdvaarweg, spoorbaan of rijksweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Ook bevindt zich in of nabij het plangebied geen buistransportleiding met een PR 10-6 contour. De transportroute gevaarlijke stoffen N493 Groene Kruisweg bevindt zich op circa 650 meter ten noorden van het plangebied. Op het westelijke gedeelte van de Groene Kruisweg tot de kruising met de Hartelweg vindt vervoer van meerdere categorieën gevaarlijke stoffen plaats, waaronder zeer toxisch gas. Op het gedeelte vanaf de Hartelweg tot aan het lpg-station aan de tramdijk 5 vindt enkel vervoer van LPG plaats naar dit tankstation. LPG heeft een invloedsgebied van 355 meter, waardoor het plangebied buiten het invloedsgebied voor dit weggedeelte valt. Wel bevindt het plangebied zich binnen het invloedsgebied van het eerstgenoemde weggedeelte Groene Kruisweg/ Hartelweg. De toxische gassen die over deze wegen vervoerd worden hebben een invloedsgebied van meer dan vier km. De rijksweg A15 en de havenspoorlijn (onderdeel van de Betuweroute) bevinden zich circa 2,5 km ten noorden van het plangebied. Ook hier worden o.a. zeer toxische gassen vervoerd, waardoor het invloedsgebied van meer dan vier km tot aan het plangebied reikt.

Er dient daarom een beschrijving gegeven te worden van de aspecten 'zelfredzaamheid' en 'bestrijdbaarheid'. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. In het plangebied worden geen functies mogelijk gemaakt die specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperkte zelfredzaamheid, zoals kinderen van 0 tot 4 jaar, ouderen, gehandicapten of gevangenen. Het maatgevende scenario voor zowel beide bedrijven als de transportroutes is een toxische wolk. Tijdens een brand bij een inrichting met gevaarlijke stoffen of een incident met een ketelwagon op het spoor of tankwagen op de weg kan een wolk met giftige stoffen vrijkomen en zich verspreiden in de omgeving. Aanwezigen kunnen het beste binnen in gebouwen schuilen tegen de toxische effecten van het scenario. Mogelijkheden tot voorbereiden van bestrijding en beperking van rampen Risicocommunicatie naar de toekomstige bewoners is zeer belangrijk. Bij aankoop van een woning of het sluiten van een huurcontract kunnen de bewoners op de externe veiligheidsrisico's gewezen worden.

Er kan informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en over de daarbij te volgen gedragslijn. Het is wellicht wenselijk om een kettingbepaling af te dwingen, zodat toekomstige bewoners ook van de situatie op de hoogte zijn. De gemeente heeft in dit kader een informatieplicht. Ten behoeve van de zelfredzaamheid is het van belang dat het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) wordt ingezet. In het kader van een effectieve zelfredzaamheid bij het vrijkomen van toxische stoffen wordt geadviseerd bij ontwikkelingen afsluitbare ventilatiesystemen in gebouwen toe te passen waarmee kan worden voorkomen dat toxische stoffen binnentreden. Daarnaast dient aandacht te worden gevraagd voor de detaillering van gevels, ramen en kozijnen, zodat deze goed luchtdicht zijn uitgevoerd volgens de normen uit het Bouwbesluit 2012. Het is belangrijk om tijdens de bouw te controleren of dit goed wordt uitgevoerd. Aangezien het toepassen van een afsluitbare mechanische ventilatie niet middels het Bouwbesluit kan worden afgedwongen, dient hierover actief gecommuniceerd te worden de initiatiefnemer van het bouwproject. 4.8.3

Conclusie

Er bestaat vanuit het thema externe veiligheid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling aan de Raadhuilsaan 39-55 in Spijkenisse.

Raadhuisstaete Spijkenisse

34

4.9

Kabels en leidingen

Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgasleidingen afhankelijk van druk; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Uit de toelichting en verbeelding van bestemmingsplan 'Centrum 2012' is op te maken dat er geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn. Voor de verdere realisatie van het plan zal indien nodig een KLIC-melding gedaan worden om te achterhalen of er relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn. 4.10

Water

4.10.1

Inleiding

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Op Europees en nationaal niveau heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de verplichte 'watertoets'. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Zo'n waterparagraaf moet sinds 1 januari 2003 worden opgenomen in de toelichting bij ruimtelijke plannen. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken. Een watertoets is verplicht als het gaat om een functieverandering en/of bestemmingswijziging. Op basis van informatie en randvoorwaarden vanuit waterbeheerder, het waterbeleid en relevante bodemgegevens worden de verschillende wateraspecten uitgewerkt in een waterparagraaf. De waterparagraaf beschrijft het huidige watersysteem alsmede de mogelijkheden en randvoorwaarden voor het toekomstig watersysteem. De waterparagraaf wordt afgestemd met de waterbeheerder. 4.10.2

Beleidskader

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor onderhavige ontwikkeling relevante nota's. Europa Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. In het kader van de Kaderrichtlijn worden kwaliteitseisen gesteld, gericht op het beschermen en verbeteren van de aquatische ecosystemen (verplichting per stroomgebied). Deze richtlijn stelt als norm dat oppervlaktewateren binnen 15 jaar na inwerkingtreding moeten voldoen aan een 'goede ecologische' toestand (GET). Voor kunstmatige wateren, zoals de meeste stadswateren, geldt dat de oppervlaktewateren minimaal moeten voldoen aan een 'goed ecologisch potentieel' (GEP). Inmiddels zijn de GEP-normen per stroomgebied uitgewerkt. Rijk De Waterwet, die in werking is getreden in 2009, regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater,

Raadhuisstaete Spijkenisse

35

en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Op grond van deze wet moeten de provincies één of meer regionale waterplannen vaststellen die wat betreft de ruimtelijke aspecten de status van provinciale structuurvisie hebben. De Waterwet schrijft eveneens voor dat elke zes jaar een nieuw Nationaal Waterplan uitgebracht wordt. Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is opgesteld vanuit het perspectief om een nationale Omgevingsvisie te ontwikkelen richting 2018 conform de Omgevingswet in wording. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het beleid en de maatregelen in het nieuwe Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Provincie Op 9 maart 2022 is het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2022-2027 in werking getreden.

Het Hoofdlijnenakkoord 2015 – 2019 van het college van Gedeputeerde Staten schetst de ambitie om beleid zo veel mogelijk integraal vorm te geven en te anticiperen op de visie die ten grondslag ligt aan de Omgevingswet. Specifiek voor het regionale waterbeleid is hieraan voldaan met de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) en de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water. Dit maakt een volledig nieuw regionaal waterplan overbodig. Waterschap Hollandse Delta Het Waterbeheerprogramma bevat de doelen die het waterschap wil bereiken, zowel op de lange termijn als voor de planperiode 2022-2027. Het programma bevat maatregelen en gaat op hoofdlijnen in op de financiële consequenties daarvan. Binnen de planperiode heeft het Waterschap enkele speertpunten op het gebied van waterveiligheid: De waterkeringen blijven op orde 1. Waarborgen van de veiligheid van de waterkeringen 2. Verbeteren van de inrichting en uitvoering van de zorgplicht Het versterken van de natuurlijke duinaangroei 1. Vergroten van de dynamiek in de duinen Het vergroten van de biodiversiteit op de dijken en in de duinen 1. Toename van de soorten op de dijken en in de duinen 2. Toename aantal bloem- en kruidenrijk ingerichte dijken Het vergroten van de veiligheid van het gebied achter de dijken en duinen 1. Beperken mogelijke gevolgen van overstromingen via riumtelijke inrichting 2.

Beperken mogelijke gevolgen van overstromingen via crisisbeheersing Het vergroten van het meervoudig gebruik van de waterkeringen 1. Vergroten van ruimtelijke/landschappelijke kwaliteit 2. Vergroten toegankelijkheid Het verminderen van CO2-uitstoot bij de uitvoering van werkzaamheden aan de waterkeringen 1. Terugdringen CO2-uitstoot bij versterkingen 2. Terugdringen CO2-uitstoot bij beheer en onderhoud 3. Vergroten circulariteit bij werkzaamheden voor waterveiligheid Het vergroten van de innovativiteit 1. Het vergroten van het inzicht in het gedrag van de waterkeringen 2. Het vergroten van het innovatief vermogen/werken

Raadhuisstaete Spijkenisse

36

4.10.3

Watertoets

De planlocatie ligt niet in de nabijheid van een watergang en ligt niet in de nabijheid van een beschermingszone van een waterkering. De ontwikkeling zorgt niet voor een toename van het verhard Afwatering van hemelwater zal gebeuren via een gescheiden stelsel. Er is een digitale watertoets uitgevoerd (Bijlage 9). Hieruit blijkt dat er geen waterschapsbelang is en dat het Waterschap positief adviseert over de ontwikkeling. 4.10.4

Conclusie

Vanuit het aspect water zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. 4.11

M.e.r.-beoordeling

4.11.1

Wettelijk kader

In de Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat op basis van selectiecriteria vastgesteld dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben of niet. Onderdeel D van de bijlage bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Voor elke activiteit die genoemd wordt in kolom 1 van onderdeel D van het Besluit m.e.r. moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) nadelige milieugevolgen. Voor activiteiten die onder de drempelwaarde zoals genoemd in kolom 2 van onderdeel D vallen, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze motivering dient qua inhoud aan te sluiten bij de m.e.r.-beoordeling, maar heeft geen vormvereisten. Voorliggend initiatief kan gezien worden als 'stedelijk ontwikkelingsproject' (D 11.2). De gewenste ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aandacht te worden besteed aan drie criteria die zijn opgenomen in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Dit zijn achtereenvolgens de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect. 4.11.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Kenmerken van het project De ontwikkeling voorziet in het realiseren van een opbouw bovenop een bestaand pand. Middels de ontwikkeling zullen er middels de dakopbouw 68 nieuwe appartementen worden gerealiseerd in verschillende groottes. De nieuwe situatie wordt maximaal 34 meter hoog, waarmee het bijdraagt aan het hoogstedelijke karakter van het centrum van Spijkenisse. Plaats van het project De planlocatie is gelegen in het centrum van Spijkenisse. Rond de planlocatie wisselen centrumfuncties zich af met woningen. In de directe nabijheid is een park gelegen, maar natuurgebieden zijn op grotere afstand gelegen. Kenmerken van het potentiële effect De ontwikkeling heeft, zoals in de vorige paragraven ook is aangetoond, geen negatief effect op de verschillende milieuaspecten. Nader onderzoek heeft aangetoond dat er geen sprake is van de aanwezigheid van beschermde soorten en voorts volgen er vanuit de bodemkwaliteit, luchtkwaliteit en milieuzonering geen zwaarwegende belemmeringen om de woningen te realiseren. 4.11.3

Conclusie

De kenmerken, plaats en potentiële effecten van de ontwikkeling geven op basis van het voorgaande geen aanleiding ernstige milieugevolgen te verwachten die het nodig maken om een m.e.r-procedure te doorlopen.

Raadhuisstaete Spijkenisse

37

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Inleiding

In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied op hoofdlijnen door de gronden te beleggen met een bestemming. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In dit hoofdstuk wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht. De regels en verbeelding zijn opgesteld conform de RO-standaarden 2012, waarbij in het bijzonder het IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) van belang zijn. Voor de regels is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan 'Centrum 2012'. Het bestemmingsplan 'Raadhuisstaete Spijkenisse' bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels.

Een gedeelte van de informatie op de verbeelding heeft geen juridisch betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/BGT ondergrond. Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouw- en gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan 'Raadhuisstaete Spijkenisse' zijn opgebouwd conform de door de SVBP 2012 voorgeschreven systematiek en omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels de overgangs- en slotregels. 5.2

Inleidende regels

De inleidende regels bestaan uit de volgende artikelen. 5.2.1

Begrippen

In de begripsregels worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsregels worden opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. 5.2.2

Wijze van meten

Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de 'wijze van meten' uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte e.d. van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de 'wijze van meten' worden in de SVBP 2012 richtlijnen gegeven.

Raadhuisstaete Spijkenisse

38

5.3

Bestemmingsregels

5.3.1

Opbouw bestemmingen

De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat het gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning hebben verleend, welke dient te voldoen aan onder meer de regels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit en de Bouwverordening. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden; Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; Wijzigingsbevoegdheid. 5.3.2

Bestemmingen

Gemengd - 1 Gemengd - 1" is opgenomen als bestemming. Hierbij zijn alleen in de plint gemengde functies toegestaan, terwijl in de bouwlagen vanaf de begane grond wordt gewoond. Waarde - archeologie 3 (dubbelbestemming) Ter bescherming van mogelijke archeologische sporen in de bodem kan, voordat een omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden verleend of andere nader genoemde activiteiten kunnen worden uitgevoerd, de verplichting worden opgelegd om vooraf archeologisch onderzoek te verrichten. Afhankelijk van de uitkomst daarvan kunnen in de vergunning nadere voorwaarden worden gesteld. Genoemde verplichtingen ontstaan wanneer de (bouw)activiteiten dieper reiken dan in de regels voor de betreffende gebieden genoemde diepte en meer oppervlak beslaan als daar genoemd. 5.4

Algemene regels

5.4.1

Anti-dubbeltelregel

Een anti-dubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De opgenomen anti-dubbeltelregel is gelijkluidend aan de in het Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven formulering. 5.4.2

Overige algemene regels

Voor het hele plangebied geldt een aantal algemene regels. Het gaat hier om algemene bouw- en gebruiksregels, mogelijkheden om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen, en procedureregels worden behandeld.

Raadhuisstaete Spijkenisse

39

5.5

Overgangs- en slotregels

5.5.1

Overgangsregel

In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en de Wabo, overgenomen. 5.5.2

Slotregel

Als laatste wordt de slotregel opgenomen, ook zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel geeft aan hoe het plan kan worden aangehaald.

Raadhuisstaete Spijkenisse

40

Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid

De planontwikkeling komt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De ontwikkeling zal geschieden conform hetgeen bepaald is in de Wet Ruimtelijke ordening. De verwezenlijking van het plan is dan ook niet afhankelijk van gemeentelijke investeringen. De gemeente heeft met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten waarin de plankosten worden doorgelegd naar de ontwikkelaar. Hierin wordt ook gesproken over eventuele planschade. Het plan wordt dan ook economisch haalbaar geacht. 6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Overleg met omwonenden

Voor onderhavig bestemmingsplan is op grond van de Inspraak en participatieverordening van de gemeente Nissewaard de procedure zoals bedoeld in hoofdstuk 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht doorlopen. In het kader van deze participatieverordening is op 18 en 23 november 2021 de mogelijkheid gegeven tot inspraak zowel digitaal als fysiek. Daarnaast heeft voorliggend bestemmingsplan als voorontwerp ter inzage gelegen van 16 november 2021 tot en met 27 december 2021. In dze periode zijn 13 inspraakreacties en 1 vooroverlegreactie binnengekomen. Deze reacties hebben geleid tot een toevoeging van een artikel en aanduiding met betrekking tot geluid evenals het toevoegen van het geluidsrapport. 6.2.2

Overleg met overheidsinstanties

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties worden in kennis gesteld en krijgen de mogelijkheid om te reageren.

Raadhuisstaete Spijkenisse

41

Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12703425/2