37. Nissewijs - Meerjarenbegroting 2025-2028 v1.2
Tekst van het document
• MEERJARENBEGROTING 2025-2028
Versiebeheer Versie
Status
Datum
Eigenaar
Omschrijving
1.0
Concept
19-11-24
Business controller
Eerste concept-tekst meerjarenbegroting
1.1
Concept
26-11-24
Business controller
Aanpassingen n.a.v. bespreking met de auditcommissie
1.2
Concept
03-12-24
Business controller
Aanpassingen n.a.v. bespreking met de auditcommissie
Besluitvorming Versie
Datum
Gremium
1.0
26-11-24
Auditcommissie raad van toezicht
1.1
10-12-24
GMR (ter advisering)
1.2
16-12-24
RvT (ter goedkeuring)
1.2
17-12-24
CvB (ter vaststelling)
1
INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave ................................................................................................. 2 1
Inleiding ....................................................................................................... 3
2
Meerjarenbegroting 2025-2028 .................................................................. 4
3
4
2.1
Toelichting ....................................................................................................................... 4
2.2
Belangrijkste uitgangspunten .......................................................................................... 5
2.3
Prijsstijgingen .................................................................................................................. 5
2.4
Bovenschoolse voorzieningen......................................................................................... 5
2.5
Personeel ........................................................................................................................ 6
2.6
Maatregelen in de meerjarenbegroting ........................................................................... 6
2.7
Meerjarenbalans .............................................................................................................. 7
2.8
Kengetallen...................................................................................................................... 8
2.9
Investeringen ................................................................................................................... 8
2.10
Onderhoud ................................................................................................................... 8
2.11
Liquiditeitsbegroting ..................................................................................................... 9
2.12
Leerlingaantallen en personeel ................................................................................... 9
Koers Nissewijs 2025-2028 ...................................................................... 10 3.1
Koerspijler 1: Een uitdagende, betekenisvolle leeromgeving ....................................... 10
3.2
Koerspijler 2: Inspirerend vakmanschap ....................................................................... 11
3.3
Koerspijler 3: School, wijk & partners versterken elkaar ............................................... 11
3.4
Koerspijler 4: Toekomstgericht organiseren .................................................................. 12
Risicoparagraaf......................................................................................... 13
2
1
INLEIDING
Hierbij bieden wij u de (meerjaren)begroting 2025-2028 aan van Nissewijs. Onze (meerjaren)begroting is geen op zichzelf staand instrument, maar wordt gerelateerd aan onze strategie, beschreven in ons koersplan. Door een duidelijke koppeling tussen koersplan en meerjarenbegroting ontwikkelen we een beleidsrijke begroting. De financiële vertaling van ons beleid wordt op deze wijze zichtbaar. Naast het koersplan krijgt ook huisvesting en groot onderhoud een belangrijke plek in de begroting. Enerzijds door de verandering in de wijze waarop groot onderhoud wordt verwerkt in de begroting, anderzijds door de uitvoering van het in 2023 vastgesteld Integraal Huisvestingsplan. In deze meerjarenbegroting hebben wij de reeds in de vorige meerjarenbegroting opgemerkte onzekerheden in de externe context verwerkt. De toename van de materiële kosten is groter dan de compensatie die wij hiervoor ontvangen van het Rijk. De financiering van de op landelijk niveau gestelde speerpunten (basisvaardigheden) is met 1 jaar uitgesteld. Daarnaast zijn bij het aantreden van de nieuwe coalitie financiële doelstellingen voor de regering geformuleerd. Het niet of niet volledig realiseren ervan kan gevolgen hebben voor alle sectoren, aangezien deze lasten mogelijk over de andere sectoren wordt omgeslagen. Op lokaal niveau wordt de gemeente Nissewaard tenslotte geconfronteerd met aanzienlijke bezuinigingen.
Dit leidt mogelijk tot een andere fasering van de voorgenomen activiteiten in het huisvestingsplan voor met name de projecten vanaf 2027. Voor het onderwijsachterstandenbeleid lijken de gevolgen mee te vallen. Als gevolg van deze onzekerheden zijn in deze begroting aannames gedaan. Aannames, waarmee we anticiperen zonder te defensief of te risicovol te worden in onze bestedingen. In de toelichting op de begroting lichten wij deze aannames en keuzes in het meerjarenperspectief toe.
3
2 MEERJARENBEGROTING 2025-2028 De meerjarenbegroting voor de komende jaren ziet er als volgt uit. Jaarrekening
Begroting
Prognose
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2024
2025
2026
2027
2028
37.226.700
35.605.921
37.476.690
39.251.959
38.099.708
38.940.503
39.296.655
372.683
624.903
1.060.900
940.391
890.229
782.919
770.919
Overige baten
1.682.320
1.252.270
1.371.972
1.603.508
1.544.196
1.545.363
1.565.332
Totaal opbrengsten
39.281.703
37.483.094
39.909.562
41.795.858
40.534.133
41.268.785
41.632.906
Personeelslasten
32.370.677
32.440.691
34.202.833
35.220.262
34.051.012
34.230.517
34.539.907
Rijksbijdragen Ov. Overheidsbijdr.
Afschrijvingen
789.213
851.529
839.378
919.054
989.777
955.651
933.168
Huisvestingslasten
3.122.664
2.840.170
3.197.458
2.675.214
2.526.508
2.478.469
2.458.527
Overige lasten
2.976.810
2.900.858
3.349.200
3.357.971
3.097.460
3.029.915
3.030.715
Totaal lasten
39.259.364
39.033.248
41.588.869
42.172.501
40.664.757
40.694.552
40.962.317
Fin. Baten en lasten
76.802
120.000
124.254
60.000
40.000
40.000
40.000
Resultaat
99.141
-1.430.154
-1.555.053
-316.643
-90.624
614.233
710.589
2.1 Toelichting Incidentele middelen De begrotingen van onderwijsinstellingen zijn de laatste jaren beïnvloed door toekenning en besteding van incidentele middelen. Vanuit het Rijk zijn subsidies ontvangen om onder meer de negatieve gevolgen van de coronaperiode te herstellen (inhaalsubsidies, NPO). Dit leidde tot een grote toename van de baten. Een deel van deze NPO-middelen zijn in die jaren niet besteed, maar gereserveerd in een bestemmingsreserve. Deze bestemmingsreserve bedraagt ultimo 2024 circa 0,5 miljoen. Kijkende naar het moment van toekenning en de doelstelling van de NPO-subsidie dient deze reserve per 31 juli 2025 besteed te zijn.
Middelen inclusiever onderwijs Tevens hebben we te maken met een ontvangen bijdrage van het Onderwijscollectief VPR voor ontwikkelingen op het gebied van inclusiever onderwijs. Deze bijdrage is in 2022 en 2023 ontvangen en bedraagt € 928.000. Dit heeft geleid tot het creëren van een bestemmingsreserve inclusiever onderwijs, waarvoor geldt dat deze per 31 december 2025 dient te zijn besteed conform de afspraak met het Onderwijscollectief VPR. Deze bestemmingsreserve bedraagt ultimo 2024 circa € 615.000. Tevens heeft het Onderwijscollectief VPR op 18 november 2024 laten weten een tweede bijdrage van € 425.000 inclusiever onderwijs toe te kennen, welke is toegevoegd aan de exploitatie 2025.
Basisvaardigheden Daarnaast ontvangen scholen vanaf 1 augustus 2023 (8 scholen) respectievelijk vanaf 1 augustus 2024 (3 scholen) voor een periode van twee jaar een subsidie voor de versterking van de basisvaardigheden. De betreffende scholen hebben voor de besteding van de subsidie een plan opgesteld. In 2026 volgt zeer waarschijnlijk een laatste tranche voor scholen, die nog niet eerder deze subsidie hebben ontvangen. Voor 2025 wordt een bedrag van € 1,43 miljoen ontvangen, in 2026 verwachten wij een subsidie van 0,23 miljoen. Voor de subsidie basisvaardigheden geldt dat de uitgaven in lijn lopen met de doelstellingen van de projecten. Dat betekent dat wij ervan uitgaan dat deze vooruit ontvangen middelen aan het einde van de subsidieperiode besteed zijn.
4
In 2027 wordt voor alle scholen de lumpsum structureel verhoogd voor de versterking van basisvaardigheden (circa € 800.000 per jaar). Oorspronkelijk werd de invoering van deze structurele aanpassing met ingang van 1 januari 2026 verwacht. In het regeerakkoord is dit een jaar opgeschoven.
Exploitatie In de hierbij gepresenteerde meerjarenbegroting is daarom te zien dat deze middelen in 2024 en 2025 worden besteed met als gevolg een exploitatietekort van € 0,3 miljoen in 2025. In 2026 neemt het exploitatietekort weliswaar af, maar verwachten wij nog een tekort van € 0,1 miljoen. Ten opzichte van de vorige meerjarenbegroting is met name het doorschuiven van de structurele subsidie van de basisvaardigheden een belangrijk verschil. In 2027 en 2028 verwachten wij een overschot te realiseren, waardoor Nissewijs ultimo 2028 aan alle intern bepaalde kengetallen voldoet. Daartoe zijn wel maatregelen noodzakelijk, die we elders zullen toelichten. Immers bij afnemende baten dienen ook de lasten tijdig te worden teruggebracht. Aangezien we aannemen dat van het Rijk de komende jaren in toenemende mate baten worden ontvangen voor het verbeteren van basisvaardigheden, verwachten wij, dat door het spreiden van de NPO-middelen en de ontvangst van de extra subsidies we naar het genoemde resultaat kunnen toegroeien in 2028. Door de cumulatieve ontvangst van de incidentele subsidies is ten laste van deze middelen (en in lijn met het doel van deze subsidies) de personeelsbezetting gegroeid naar ca. 87% van de baten t.o.v. de genormaliseerde 82%. Deze toename zien wij voornamelijk terug bij het onderwijs ondersteund personeel (onderwijsassistenten en leerkrachtondersteuners).
Hierdoor rijst de vraag hoe na het wegvallen van de incidentele subsidies de begroting in balans kan blijven of worden gebracht.
2.2 Belangrijkste uitgangspunten Voor de rijksvergoedingen is uitgegaan van de meest recente beschikkingen met daarnaast een inschatting van de PO-Raad voor de aanpassing van de rijksvergoeding 2028 als gevolg van de cao PO, die is afgesloten per 1 oktober 2024. Voor de salarissen is deze cao gehanteerd, waarbij de salarissen per 1 oktober 2024 met 4,9% zijn toegenomen. De huidige cao loopt tot en met 30 september 2024. In de begroting is voor de rijksvergoeding en de salarissen geen rekening gehouden met aanpassingen na 1 november 2025, als de nieuwe cao afloopt. Wij gaan er hierbij vanuit dat deze nagenoeg budgettair neutraal plaatsvinden.
2.3 Prijsstijgingen In de meerjarenbegroting hebben we rekening gehouden met bekende verwachtingen over de kostenontwikkelingen. Zo bedraagt de indexering van de schoonmaakkosten per 1 januari 2025 bijna 7%, nadat deze over voorgaande jaren als gevolg van allerlei overheidsmaatregelen (verhoging minimumloon) en de personele tekorten reeds met ruim 20% was verhoogd. Ook voor andere dienstverlening hebben leveranciers hun prijzen verhoogd, terwijl onderwijsinstellingen door de overheid per 1 januari 2025 in beperkte mate wordt gecompenseerd (3%) voor deze hogere kosten. De geraamde stijging bedraagt ruim 5% op structurele uitgaven.
2.4 Bovenschoolse voorzieningen Naast de scholen kent Nissewijs een aantal bovenschoolse voorzieningen. Dit betreffen de voorzieningen Leonardo en Breinwerk voor onderwijs aan meer- en hoogbegaafde leerlingen. Daarnaast het onderwijs aan nieuwkomers op De Kameleon. Voor de observatiegroep binnen het Leonardo onderwijs ontvangen we, naast de reguliere rijksvergoeding per leerling van ruim € 6.470, een jaarlijkse subsidie van € 130.000 van het Onderwijscollectief VPR. De lasten bestaan voornamelijk uit personeelslasten, de lasten van het medegebruik van de huisvesting en overige materiële lasten. Voor 2025 verwachten wij, bij een gemiddelde bezetting van 52 leerlingen, dat de lasten van het Leonardo onderwijs, inclusief
5
de observatiegroep, circa € 120.000 hoger zijn dan de baten. Deze meerkosten worden vooralsnog gefinancierd van de reserve inclusie. Voor het onderwijs op De Kameleon ontvangen wij van OCW, naast de hiervoor genoemde vergoeding per leerling, bijzondere bekostiging voor nieuwkomers die korter dan twee jaar in Nederland verblijven. Daarnaast draagt de gemeente Nissewaard vanuit het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid jaarlijks € 174.000 bij aan deze voorziening. In het convenant, dat is afgesloten met de gemeente en andere schoolbesturen, wordt het exploitatiesaldo verrekend met eerdere overschotten. Het exploitatiesaldo leidt derhalve niet tot een resultaat op de begroting van Nissewijs. De bezetting van het aantal leerlingen op De Kameleon kan door instroom van leerlingen en herplaatsing als gevolg van het landelijk beleid fluctueren. Medio november 2024 bedroeg de bezetting 122 leerlingen. Ter vergelijking: in november 2022 bedroeg het aantal leerlingen 102, in november 2023 99.
2.5 Personeel Door de ontvangst van diverse incidentele subsidies zijn er door de scholen op tijdelijke basis extra medewerkers aangetrokken (leerkrachtondersteuning en onderwijsassistenten). Hoe en of deze contracten kunnen worden doorgezet, zal afhangen van duidelijkheid over de toekomstige bekostiging, de uitstroom van personeel en de wijze waarop binnen Nissewijs wordt omgegaan met het ‘anders organiseren’ van ons onderwijs. In de begroting 2025 is uitgegaan van een gemiddelde bezetting van ongeveer 362 FTE. Om beter zicht te krijgen op de mogelijke omvang van de bezetting per school is Nissewijs een traject gestart om de beschikbare middelen op een andere wijze te alloceren. De school kan met de beschikbare middelen haar formatie maken en kan ook onderzoeken op welke wijze de formatie, gegeven het lerarentekort, vorm kan worden gegeven. Dit zal in 2025 met een nieuw ontwikkeld model, tezamen met de strategische personeelsplanning (zie hoofdstuk 3.2) worden uitgewerkt door de scholen. De modellen kunnen worden gebruikt om de formaties binnen de scholen, zowel kwalitatief als kwantiatief, in balans te brengen in het perspectief van het koersplan en meerjarenbegroting. In het kader van de aanpak van het lerarentekort investeren wij jaarlijks € 621.000.
Dit betreffen de loonkosten van collega’s in opleiding (eerste twaalf maanden de gehele aanstelling, daarna de dagen waarop de opleiding wordt gevolgd). Daarnaast is dit budget bedoeld voor de kosten van de leraren in opleiding (LIO), de collegegelden, kosten van studiemateriaal en de in regionaal verband afgesproken vergoedingen van stagiairs.
2.6 Maatregelen in de meerjarenbegroting Om balans in de begroting te brengen en te houden, is het noodzakelijk de lasten terug te brengen als gevolg van wegvallende baten en de uitputting van de bestemmingsreserves. In 2024 is hiermee een aanvang gemaakt. Zonder verdere maatregelen zien we dat het begrote exploitatieresultaat als gevolg van voornoemde ontwikkelingen in de meerjarenbegroting 20252028 niet kan worden gerealiseerd. We zetten daarom in op: 1. Taakstellende ombuigingen in de personele exploitatie (€ 0,5 miljoen in 2025 tot € 1,4 miljoen vanaf 2026); 2. Taakstellende ombuigingen in de materiële exploitatie (€ 0,13 miljoen); 3. De hogere personele bezetting op de scholen wordt ingezet om een deel van de ziektevervanging binnen de scholen op te vangen (€ 0,2 miljoen); 4. Ombuigingen in de bovenschoolse activiteiten vanaf 2025 (€ 0,20 miljoen); 5. Aanname dat een deel van de subsidie verbetering basisvaardigheden met bestaand personeel kan worden ingevuld vanaf 2027: 0,5 miljoen per jaar. Deze maatregelen lichten wij hierna verder toe.
6
Ad 1 & ad 2: Verlaging exploitatielasten Om de begroting in balans te brengen, zullen met name de lasten, zowel personeel als materieel, moeten worden verlaagd. De doelstelling is om in de komende jaren te groeien naar een normale situatie waarin van de totale baten ongeveer 82% ingezet wordt voor personele lasten en 18% voor materieel. Onder meer door personeel anders in te zetten en door natuurlijk verloop verlagen we de personele lasten van € 0,5 miljoen tot € 1,4 miljoen. De materiële lasten bestaan voor een groot deel uit ‘vaste’ lasten zoals onderhoud, schoonmaak en energie. Deze lasten zijn op korte termijn lastig beïnvloedbaar. Een verlaging van € 0,13 miljoen is echter mogelijk.
Ad 3: Inzetten personeel op ziektevervanging Door de inzet van de middelen uit het NPO hebben meerdere scholen een hogere formatie in vergelijking met de periode van voor het NPO. We hebben gezien dat hierdoor vervangingen door anders te organiseren binnen de bestaande formatie deels kan worden opgevangen.
Ad 4: Kosten bovenschoolse activiteiten Op de lasten van bovenschoolse activiteiten verwachten wij vanaf 2025 jaarlijks € 0,20 miljoen te kunnen besparen.
Ad 5: Verbetering basisvaardigheden Zoals eerder beschreven, worden tot en met juli 2026 de middelen voor de verbetering van de basisvaardigheden op projectbasis toegekend aan de scholen, waarbij scholen met de hoogste achterstandsscores voorrang hebben. Vanaf 2027 worden de middelen, volgens de rijksbegroting, structureel. De wijze waarop deze middelen beschikbaar worden gesteld, is nog voor een deel onbekend. Per leerling wordt een bedrag van minimaal € 182 (prijspeil 2024) toegekend en voor een aantal scholen een bedrag per indicator (achterstandsscore?). Wij schatten in dat het kabinet niet zal overgaan tot bezuinigen van de in de rijksbegroting opgenomen middelen. Wel zullen er nadere richtlijnen komen voor de inzet van middelen. In de begroting gaan wij vanaf 2027 uit van een structurele bijdrage van € 0,8 miljoen, waarvan wij inschatten € 0,5 miljoen met bestaand personeel te besteden.
2.7 Meerjarenbalans Op basis van het voorgaande verwachten wij dat de meerjarenbalans er als volgt komt uit te zien: 31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2026
Jaarrekening
Prognose
Prognose
Begroting
Begroting
Begroting
Vaste activa
4.237.204
4.413.000
4.839.000
5.110.000
4.876.000
4.581.000
Vorderingen
1.462.624
1.148.000
998.000
998.000
998.000
998.000
Liquide middelen
10.153.674
6.527.000
4.048.000
3.133.000
3.953.000
5.034.000
Totaal activa
15.853.502
12.088.000
9.884.000
9.241.000
9.828.000
10.613.000
Eigen vermogen
6.290.227
3.335.000
3.019.000
2.929.000
3.543.000
4.254.000
Voorzieningen
1.949.149
3.012.000
2.374.000
1.820.000
1.793.000
1.867.000
Kortl. schulden
7.641.127
5.741.000
4.492.000
4.492.000
4.492.000
4.492.000
Totaal passiva
15.880.503
12.088.000
9.884.000
9.241.000
9.828.000
10.613.000
7
2.8 Kengetallen In de tabel hieronder zijn de kengetallen opgenomen. Deze kengetallen geven inzicht in de financiële positie van Nissewijs. De liquiditeit en het weerstandsvermogen dalen in 2025 en 2026 hierbij tijdelijk onder de criteria die Nissewijs hanteert. In 2027 herstelt dat zich. Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Norm Nissewijs
Liquiditeit
1,04
1,12
0,92
1,10
1,34
> 1,00
Solvabiliteit
44%
55%
51%
54%
58%
> 30%
Weerstandsvermogen
8%
8%
7%
9%
10%
> 5%
% Personeel/baten
87%
84%
84%
83%
83%
81 – 84%
De door Nissewijs gehanteerde norm ligt voor de liquiditeit hoger dan de norm die de inspectie van het onderwijs hanteert (0,75%). De norm voor het weerstandsvermogen van 5% is laag, echter rekening houdend met de wijzigingen rondom de behandeling van het groot onderhoud achten wij deze wel als ondergrens juist. De inspectie van het onderwijs hanteert voor de beoordeling van het vermogen van onderwijsinstellingen de berekening van het zogenaamd ‘overtollig publiek vermogen’. Hierbij wordt het aanwezig publiek eigen vermogen, ongeacht de herkomst van de middelen, afgezet tegen een normatieve berekening. Door de wijzigingen in de behandeling van het groot onderhoud komt de normatieve berekening lager uit, doordat wij ervoor gekozen hebben de voorziening groot onderhoud volgens de nieuwe methode te hanteren. Ultimo 2025 komt het genormeerd eigen vermogen volgens de berekening van de inspectie uit op € 6,9 miljoen, terwijl wij verwachten dat het eigen vermogen dan € 3,1 miljoen bedraagt. Het eigen vermogen herstelt zich naar € 4,2 miljoen ultimo 2028 door de verwachte positieve resultaten over 2027 en 2028. Wij verwachten verder dat de inspectie voor haar toezichtskader de berekening zal aanpassen.
2.9 Investeringen Nissewijs investeert de komende vier jaar stevig in vaste activa. De investeringen betreffen met name de vervanging van meubilair, ICT-apparatuur en touchscreens. Voor de onderwijsleerpakketten zien we een ontwikkeling dat de aanschaf van een meerjarige methode wordt vervangen door werkboeken en softwarelicenties.
Investeringen vaste activa
2.10
Jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
1.378.522
1.113.000
1.344.000
1.261.000
723.000
637.000
Onderhoud
Ultimo 2023 heeft Nissewijs de keuze gemaakt de lasten van het groot onderhoud vanaf 1 januari 2024 te verwerken door middel van een voorziening groot onderhoud. Voor alle uit te voeren componenten moet jaarlijks een bedrag aan de voorziening worden toegevoegd. In 2025 wordt € 196.000 toegevoegd aan deze voorziening. Deze dotatie is vastgesteld op basis van de recent geactualiseerde meerjarenonderhoudsplanning 2025. De hoogte van de voorziening bedraagt naar verwachting ultimo 2024 € 2,5 miljoen. In 2025 zijn werkzaamheden gepland voor € 834.000. In 2024 is een aanvang gemaakt met de activiteiten die voortvloeien uit het integraal huisvestingsplan van de gemeente Nissewaard. De komende jaren zullen op de diverse scholen werkzaamheden plaatsvinden. Deze lasten (en de baten van de gemeente) zijn in deze meerjarenbegroting buiten beschouwing gelaten.
8
2.11
Liquiditeitsbegroting
De liquiditeitsbegroting is van belang om te waarborgen dat de betalingen kunnen worden gedaan. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar het exploitatiesaldo, maar ook naar de omvang van de investeringen in meubilair en ICT en de uitgaven voor groot onderhoud. Jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Stand begin boekjaar
9.681.984
9.600.000
6.527.000
4.047.000
3.133.000
3.953.000
Exploitatieresultaat
99.141
-1.430.000
-316.000
-90.000
614.000
711.000
Investeringen
-1.378.522
-1.113.000
-1.345.000
-1.261.000
-723.000
-637.000
Afschrijvingen
745.361
851.000
919.000
990.000
956.000
933.000
Voorzieningen
-88.042
-1.400.000
-638.000
-553.000
-27.000
74.000
Vorderingen/schulden
1.093.751
-396.000
-1.100.000
Stand eind boekjaar
10.153.673
6.112.000
4.047.000
3.133.000
3.953.000
5.034.000
2.12
Leerlingaantallen en personeel
Het aantal leerlingen op onze scholen neemt jaarlijks toe met 1,5%. Wij verwachten dat deze toename de komende jaren zich doorzet. Begroting Begroting Begroting Begroting
Telling per 1 februari t-1
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
4.242
4.323
4.395
4.441
4.500
In hoofdstuk 2.6 hebben wij beschreven dat de formatie in balans gebracht wordt met de inkomsten. Hierdoor verwachten wij een geleidelijke afname van de personele bezetting. Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
Management
16
16
16
16
16
Onderwijzend personeel
233
231
231
231
231
114
115
104
98
98
363
362
351
345
345
Onderwijsondersteunend personeel Totaal
9
3 KOERS NISSEWIJS 2025-2028 Het Nissewijs kompas geeft sturing en richting aan onze organisatie. Het kompas vertelt ons wie wij zijn, waar we voor staan en waar we voor gaan. Het ligt ten grondslag aan onze hele manier van werken. Het kompas nodigt ons uit om met elkaar in gesprek te gaan en helpt ons met het maken van de juiste keuzes. Ook in de meerjarenbegroting is het kompas met het achterliggende koersplan leidend in de keuzes die we daarin maken. Daarmee ontwikkelen we een beleidsrijke begroting.
Figuur 1: Koerskompas van Nissewijs 2024-2027
De strategische doelen van Nissewijs zijn uitgewerkt in vier koerspijlers. Elke koerspijler richt zich weer op een ander aandachtsgebied: onderwijs, werkgeverschap, samenwerken & sturen en veranderen & innoveren. De scheiding tussen de pijlers is in de werkelijkheid niet zo strikt. De pijlers zijn sterk met elkaar verbonden en verweven. Om onze ambities (de juiste) aandacht te kunnen geven, moet ook onze basis op orde zijn. Daarom hebben we ook een aantal basisvoorwaarden geformuleerd op het gebied van onderwijs, werkgeverschap, financiële continuïteit en de inrichting van onze organisatie.
3.1 Koerspijler 1: Een uitdagende, betekenisvolle leeromgeving Een beleidsthema, die in koerspijler 1 en daarmee in de meerjarenbegroting (MJB) nadrukkelijk een plek heeft gekregen, is de versterking van de basisvaardigheden. Dekking hiervoor komt vanuit de reeds gevormde NPO bestemmingsreserves en vanuit de aan de scholen toegekende en vooruit ontvangen subsidies basisvaardigheden. Kosten op de scholen bestaan uit met name extra inzet van personeel, scholing en begeleiding. Op Nissewijsniveau bekostigen we uit deze middelen een beperkt deel van de formatie van de staforganisatie ter ondersteuning van de scholen en ter versterking van ons kwaliteitsbeleid. Met betrekking tot digitale geletterdheid wordt er in 2025 gestart met scholing van experts digitale geletterdheid. In de jaarbegroting is hiervoor een bedrag van € 45.000 geraamd. Tevens kijken we aan de hand van het beleidsplan digitale geletterdheid welke stappen scholen hierin kunnen nemen.
10
In de ontwikkeling van ons kwaliteitsbeleid organiseren we cyclisch ‘de blik van buitenaf’ middels de uitvoering van externe audits op de scholen. Hiervoor reserveren we jaarlijks een bedrag van € 20.000. Voor ons burgerschapsonderwijs hebben we na het bestuurlijk inspectiebezoek een herstelopdracht ontvangen. We nemen, aan de hand van de in 2024 uitgevoerde burgerschapsscan van de CED-Groep, hierin de benodigde stappen op bestuurs- en schoolniveau.
3.2 Koerspijler 2: Inspirerend vakmanschap In de meerjarenbegroting zien we deze koerspijler allereerst terugkomen in de bekostiging van de aanpak van de arbeidsmarktproblematiek, namelijk inzet op behoud van personeel, instroom en werving, zijinstroom, opleiding en begeleiding. Deze aanpak wordt in 2025 gecontinueerd en ook doorontwikkeld in samenwerking met besturen en pabo-instelling binnen onderwijsregio Zuidwest Samen. Voor deze aanpak zijn in de meerjarenbegroting 2025 jaarlijks € 930.000 aan middelen vrijgemaakt. Deze omvatten de in hoofdstuk 2.4 genoemde kosten voor de aanpak van het personeelstekort (€ 621.000) de kosten van de bovenschoolse opleiders en kosten van de schoolopleiders. Deze aanpak wordt grotendeels bekostigd vanuit bijdragen van de onderwijsregio (€ 313.000) en de PBSS-regeling van het Rijk (€ 240.000) Dit betekent dat Nissewijs uit haar eigen middelen een bedrag van € 380.000 toevoegt als investering op continuïteit van de personele bezetting. Tevens valt de bekostiging van alle scholingsactiviteiten onder deze koerspijler. Dit betreft scholing op schoolniveau samenhangend met de gekozen schoolontwikkeling. Op Nissewijsniveau bekostigen we in het kader van het collectief leren de begeleiding van de verschillende netwerken, opleidingen in (gespreid) leiderschap en masteropleidingen. Hiervoor wordt een budget van € 123.000 geraamd.
Er is een strategische personeelsplanning (SPP) dat we in november 2023 hebben vastgesteld. De actualisatie van het SPP volgt in het eerste kwartaal van 2025 nadat we de formatie voor aankomend schooljaar hebben bepaald. We oriënteren ons momenteel op een andere methodiek. De focus voor de komende twee jaar ligt op het strategisch-inhoudelijk doorontwikkelen van het SPP, waarbij we meer samenhang willen brengen tussen met name het koersplan, de SPP en de MJB. Relaties liggen nadrukkelijk met het collectief leren en het ontwikkelen en slimmer organiseren van het onderwijs. Voor deze ontwikkeling wordt een bedrag van € 25.000 opgenomen ten behoeve van bekostiging van externe begeleiding en het beschikbaar maken van instrumenten rondom Strategische PersoneelsOntwikkeling (SPO).
3.3 Koerspijler 3: School, wijk & partners versterken elkaar Onder deze koerspijler bekostigen we initiatieven in het kader van de beweging van passend naar inclusiever onderwijs. Daartoe is er in 2024 een beleidsplan ontwikkeld met een visie en eerste stappen in deze beweging. Deels vinden deze stappen plaats op wijkniveau, in de zogenaamde ROK’s, deels op schoolniveau. Daartoe ontvangen we van het Onderwijscollectief VPR jaarlijks een bijdrage van € 226.000. Daarnaast bekostigen we deze ontwikkeling naar inclusiever onderwijs in Nissewijs vanuit de in 2022 en 2023 gevormde bestemmingsreserve. Deze bestemmingsreserve bedraagt naar verwachting per 1 januari 2025 € 615.000. Met het Onderwijscollectief VPR ontwikkelen we dit jaar een beleid rondom meer- en hoogbegaafdheid. In dat kader ontvangen we een subsidie voor de voltijdsvoorziening Leonardo van € 130.000. In deze koerspijler is ook aandacht voor de overgang PO-VO, het kansrijk adviseren en daarmee samenhangend de nieuwe doorstroomtoets. Doelstellingen en activiteiten worden vastgelegd in het zogenaamde verbindingsplan. We ontwikkelen en ondersteunen dit beleid vanuit de staforganisatie samen met de andere schoolbesturen, bekostigd vanuit de subsidie doorstroomprogramma PO-VO en verbinding PO-VO met een bedrag van € 152.000 in 2025. Voor de inzet van de middelen na 2025 worden nog nadere afspraken gemaakt.
In de begroting is voor deze jaren een subsidie van € 98.000 opgenomen. Als laatste speelt ook het lokale onderwijsachterstandenbeleid een belangrijke rol. Allereerst ontvangen we vanuit het onderwijsachterstandenbudget een subsidie voor De Kameleon voor
11
een bedrag van € 174.000 voor onze voorziening voor nieuwkomers. Verdere bekostiging voor deze voorziening ontvangen we van het Rijk. Ter versterking van het VVE-beleid op de scholen faciliteert Nissewijs een netwerk van VVEcoördinatoren. Tenslotte wordt vanuit dit budget initiatieven bekostigd, zoals schoolmaatschappelijk werk, het werk van preventiemedewerkers en educatieve gezinsprogramma’s. Met de aanbieder van de gezinsprogramma’s zijn afspraken gemaakt over het aantal trajecten en de financiering ervan. Voor 2025 draagt de gemeente Nissewaard hieraan € 75.000 bij. Bij de verdere toelichting op de begroting onder hoofdstuk 2.4 de bovenschoolse voorzieningen wordt een verdere toelichting gegeven op de Leonardo en De Kameleon.
3.4 Koerspijler 4: Toekomstgericht organiseren Onder deze koerspijler bekostigen we onze koers om de bedrijfsvoering binnen Nissewijs vorm te geven, zodanig dat deze ondersteunend is en blijft voor onze ambities. Zo werd in het komende jaar een nieuw allocatiemodel in gebruik genomen om meer transparantie in de personele inzet te brengen. Dit model wordt in 2025 doorontwikkeld. Ook het onderwijskantoor De Cirkel krijgt binnen deze koerspijler de aandacht. In 2024 heeft er een onderzoek naar de organisatie en dienstverlening plaatsgevonden. De verbetervoorstellen uit dit onderzoek worden in 2025 ter hand genomen. Bekostiging hiervan is opgenomen in de begroting. Een speerpunt is de verdere ontwikkeling van onze governancestructuur en -cultuur. Concreet gaat het om de inpassing van een nieuw toezichtkader voor de RvT, scholing en ontwikkeling van de medezeggenschap en de uitvoering van modules uit ons leiderschapsprogramma. Tenslotte bekostigen we onder deze koerspijler ook onze communicatie, intern en extern met onze stakeholders. In 2025 is hiervoor € 75.000 geraamd.
12
4 RISICOPARAGRAAF Overeenkomstig de richtlijnen voor de jaarverslaggeving (RJO) worden de belangrijkste door Nissewijs geïdentificeerde risico’s en onzekerheden vermeld volgens de volgende aandachtsgebieden: strategie, operationele activiteiten, financiële positie, financiële verslaggeving, wet- en regelgeving. Risico
Beheersmaatregel
De scholen zijn vanwege hun beperkte grootte/instroom onvoldoende in staat te voldoen aan de eisen van de basis op orde en te werken aan de ambities, zoals geformuleerd in het koersplan.
Inzet op en vorming van sterke en vitale eenheden van scholen.
De uitvoeringsagenda van het Integraal Huisvestingsplan loopt vertraging op, waardoor de exploitatiekosten en kosten voor groot onderhoud toenemen.
Belang van de inhoud van het IHP voor Nissewijs bestuurlijk blijven benadrukken bij gemeente, waarbij gezamenlijk scenario’s van huisvesting worden ontwikkeld.
We zijn onvoldoende in staat om voldoende gekwalificeerd personeel aan te trekken, waardoor de kwaliteit van het onderwijs onder druk komt te staan.
Samen met collega besturen wordt samengewerkt in de onderwijsregio en is een plan van aanpak lerarentekort ontwikkeld. Met dit plan wordt er onder meer naar gestreefd talentvolle medewerkers aan te trekken, te behouden en voor te bereiden op een carrière voor de klas. Daarnaast werkt Nissewijs samen met andere schoolbesturen in de regio om actief studenten op te leiden voor een carrière binnen Nissewijs.
De kwaliteit van het onderwijs komt onder druk te staan door stilstand/achteruitgang van de kwaliteit van het zittend personeel (professioneel vermogen).
Intensiveren scholingsbeleid gericht op de koers die ingezet wordt. Scholing en opleiding, werken in teams, professioneel klimaat, benoemen en trainen mentoren.
Anders organiseren, waarbij groepen samengevoegd worden, vierdaagse schoolweken, de middagen anders inrichten, etc. Dit heeft mogelijk negatieve invloed op de onderwijskwaliteit.
Met de uitrol van de nieuwe allocatiemodellen wordt van de scholen verwacht dat zij naast de gewenste formatie nadenken over het anders organiseren, mocht de gewenste formatie vanwege het lerarentekort niet mogelijk zijn.
Langdurig verzuim is steeds moeilijker te vervangen.
De hogere aanwezige formatie binnen de scholen (voortvloeiend uit onder meer de NPO-subsidies) inzetten om verzuim zoveel mogelijk op te vangen.
Frauderisico’s (bron: Managementletter 2023)
Het voorkomen van fraude vraagt allereerst om een cultuur die integriteit en ethisch gedrag stimuleert. Dat kan nog worden versterkt door actief toezicht te houden. Frauderisico’s worden daarom opgenomen in de gesprekken omtrent de bedrijfsrisico’s (bijv. beleidsbegroting bespreking). In het verlengde hiervan kan een periodieke frauderisico-analyse worden gebruikt om eventuele risico’s in kaart te brengen en waar nodig maatregelen te nemen om eventuele fraude tegen te gaan.
De output van De Cirkel, als serviceorganisatie die voor Nissewijs administratieve diensten regelt. (bron: Managementletter 2023)
Er heeft medio 2024 nader onderzoek plaatsgevonden naar de output van De Cirkel. Verbeterstappen worden in samenwerking met de aangesloten besturen in gang gezet.
13
Door de ouderdom en kwaliteit van de schoolgebouwen worden relatief veel middelen onttrokken aan het geven van onderwijs.
Met de gemeente Nissewaard worden via het IHP maatregelen getroffen om op korte termijn in veel schoolgebouwen te investeren zodat de levensduur van het gebouw wordt verlengd. In het IHP is voor veel gebouwen een datum afgesproken voor vervangende nieuwbouw. Tezamen met groot onderhoud door Nissewijs zelf verwachten wij de komende jaren lagere onderhoudslasten.
Sommige subsidiestromen zijn tijdelijk, schoolbesturen ontvangen incidenteel fors meer middelen. Hierdoor kunnen geen structurele zaken worden opgepakt.
Nemen van duurzame maatregelen, streven naar integraliteit, lange termijnvisie ontwikkelen, verwachtingsmanagement.
Afname middelen vanuit het Rijk. De gewijzigde economische en politieke omstandigheden kunnen ertoe leiden dat rijksvergoedingen voor bijvoorbeeld professionalisering of basisvaardigheden afnemen.
Lagere subsidies heeft als gevolg dat de lasten hieraan moeten worden aangepast.
Inflatie wordt niet gedekt vanuit de bekostiging.
Uitgangspunt is dat de inflatie wordt gedekt vanuit de bekostiging. De kostenstijgingen op materieel vlak zijn momenteel hoger dan de aanpassing van de bekostiging. Om dit het hoofd te bieden, zullen de lasten kritisch moeten worden beoordeeld.
Ontvangen middelen worden niet rechtmatig ingezet, waardoor middelen terugvloeien naar de subsidieverstrekker.
Duidelijke procedures, actualiseren handboek AO, functiescheidingen, interne controleprocedures.
Middelen worden niet doelmatig ingezet.
Versterking van de kwaliteitscyclus moet ervoor zorgen dat de doelmatige inzet van middelen wordt geborgd. Inzet van extra middelen wordt vooraf getoetst aan de hand van planvorming.
Kosten energietransitie en verduurzaming schoolgebouwen. Het Rijk heeft de ambitie om alle schoolgebouwen in 2030 van het gas af te halen. Dit brengt forse investeringen met zich mee. De financiering hiervan is nog onduidelijk.
De gebouwmaatregelen op dit terrein zijn opgenomen in het integraal huisvestingsplan.
Als gevolg van netcongestie bij nieuwbouw lukt het niet om tijdig een aansluiting op het elektriciteitsnetwerk te verkrijgen.
Zoeken naar alternatieven in bijvoorbeeld de beheersvorm teneinde het risico op netcongestie te verkleinen.
14
Gemeenlandsedijk Noord 26F 3216 AG Abbenbroek 0181-635439 info@nissewijs.nl www.nissewijs.nl
15