36.Reacties inspraak en vooroverleg BP Kolkplein en J.M. den Uyllaan; toelichting jmdenuyllaan
Tekst van het document
De analyse van het waterstructuurplan gaf aan dat het watersysteem in Spijkenisse knelpunten kende. Zonder maatregelen zou in het licht van klimaatverandering, zeespiegelrijzing en bodemdaling, als mede verdere verstedelijking, deze situatie verergeren volgens dit rapport. In de jaren hierna is vooral in Spijkenisse Noord extra aandacht geschonken aan enerzijds het vergroten van de waterberging en anderzijds het verbeteren van de afvoermogelijkheden van overtollig oppervlaktewater uit dit gebied. Inmiddels voldoet Spijkenisse aan de gestelde eisen. Waterschapsbeleid Beleid In het Waterbeheerplan 2016-2021 staat hoe Hollandse Delta het waterbeheer in het werkgebied in de komende jaren wil uitvoeren. Daarbij gaat het om betaalbaar waterbeheer met evenwichtige aandacht voor veiligheid, waterkwaliteit, waterkwantiteit,
- 31 -
duurzaamheid en om het watersysteem als onderdeel van de ruimtelijke inrichting van ons land. Het Waterbeheerplan beschrijft de uitgangspunten voor het beheer, de ontwikkelingen die de komende jaren verwacht worden en de belangrijkste keuzen die het waterschap moet maken. Daarnaast geeft het Waterbeheerplan een overzicht van maatregelen en kosten. De maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn onderdeel van het plan. Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagd de hydraulische belasting van de afvalwaterzuivering. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer moet voor hemelwater een lozingsvergunning worden aangevraagd in het kader van de Keur. Als er sprake is van toename aan verhard oppervlak, dan moet in principe 10% van deze toename worden gecompenseerd in de vorm van open water binnen het peilgebied waarin de toename van verharding plaatsvindt. Het plan zal in het kader van het vooroverleg nog aan het Waterschap worden voorgelegd.
Dit betekent dat er voldoende watercompensatie in het plan aanwezig is.
- 32 -
Figuur 4.5 bestaand en nieuw water
Schoon inrichten Het vuilwater wordt afgevoerd via de bestaande riolering. Bij de bouw zal ter bescherming van de kwaliteit van het oppervlaktewater geen gebruik worden gemaakt van uitlogende materialen zoals zink, lood, koper en zacht pvc. Het schoon hemelwater afkomstig van de daken zal via een hemelwaterafvoerleiding via een bestaand hemelwaterafvoerriool op een aangrenzende watergang geloosd worden. Veilig inrichten Het plangebied ligt in een beschermingszone van de waterkering. Conclusie Het bestemmingsplan tast geen waterbelangen aan. 4.8 Flora en Fauna. De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2017 in werking getreden. Op basis van deze wet is het van belang bij de ruimtelijke planvorming vooraf te onderzoeken of en welke dier- en plantensoorten er voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten. Het gebied vormt geen onderdeel van de provinciaal ecologische hoofdstructuur. Er is geen sprake van een ecologische verbindingszone dan wel een recreatiegebied of een natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 ‘Oude Maas’ ligt op circa 1,5 kilometer afstand. Het meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied betreft ‘Krammer-Volkerak’ op een afstand van circa 15 km van het plangebied.
- 33 -
Op 11 mei 2020 heeft ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot een ecologische quickscan uitgevoerd. Hieruit blijkt als volgt: Beschermde soorten Wnb • Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. • Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieën en grondgebonden zoogdieren alleen ‘vrijgestelde’ soorten aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en • inrichting, zoals het besproken plan. • In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde • nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli. • Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving • Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en delocatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is buiten indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie, op voorhand uit te sluiten dat andere natuurwetgeving dan die beschreven in hoofdstuk 3 en 4 aan de orde is bij uitvoering van de plannen. • Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Aanbevolen wordt een analyse uit te voeren van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als deze depositie boven 0,00 mol/ha/jaar komt bestaat een vergunningsplicht. (Het onderzoek is uitgevoerd zie onder gebiedsbescherming /stikstof.) Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren: • Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodembewonende dieren de kans om in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten; • Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig worden gewerkt dat richting te behouden leefgebied van aanwezig fauna wordt gewerkt en dieren niet ingesloten raken en (meer) kans hebben te vluchten.
- 34 -
• •
•
Om schade aan vissen en amfibieën te beperken moeten de werkzaamheden aan wateren en oevers zoveel mogelijk worden uitgevoerd in de periode augustus tot en met oktober in verband met de perioden van voortplanting en overwintering. Uit de te dempen wateren kunnen amfibieën (alle stadia) of vissen verdreven worden door van ‘dicht’ naar ‘open’ te werken en geen dieren in te sluiten. Als dit niet mogelijk is kunnen de dieren weggevangen worden door de wateren af te dammen en het waterniveau te verlagen. Deze dieren kunnen vervolgens worden overgebracht naar een geschikt water in de nabije omgeving. Bij werkzaamheden moet voorkomen worden dat ’s nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt.
Aanbevelingen ter bevordering van stadsnatuur Met behulp van enkele eenvoudige maatregelen kan de natuur in het plangebied versterkt worden en krijgen planten en dieren ook in nieuwe ontwikkelingslocaties de ruimte. Hiervoor worden voor dit plan de volgende aanbevelingen gedaan: • Het plaatsen van vleermuiskasten of geschikt maken of open houden van spouwmuren van nieuwbouw voor vleermuizen; • Plaatsen van voorzieningen voor huismussen, spreeuwen en gierzwaluwen d.m.v. speciale dakpannen, vogelvides of inmetselstenen; • Beplanten en aanleggen van groenstructuren met inheemse soorten zoals meidoorn, wilde liguster, klimop en sleedoorn die insecten, vogels en vlinders kunnen aantrekken. Beplanting kan het beste aaneengesloten worden aangelegd omdat daarmee routes ontstaan voor soorten als egel, muizen en vleermuizen. Gebiedsbescherming/ stikstof In het kader van de Wet natuurbescherming dient de stikstofdepositie vanwege de betreffende ontwikkeling op nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Oude Maas’ ligt op circa 1,5 km van het plangebied. Het meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied betreft ‘Krammer-Volkerak’ op een afstand van circa 15 km van het plangebied.
Uit het uitgevoerde onderzoek (bijlage) blijkt uit de berekeningen geen bijzonderheden, in zowel de gebruiksfase als de bouwfase is de uitkomst een depositie niet groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Conclusie: Dit betekent dat dit onderdeel voldoet aan de wettelijke eisen. 4.9 Archeologische waarden en cultuurhistorie. Beleidskader De gemeente Nissewaard heeft een archeologisch beleid en beleidsinstrumenten ontwikkeld, waarmee een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen is gewaarborgd. Ook worden bestemmingsplannen voorzien van een archeologieparagraaf. Meer specifiek is het doel van het voorgenomen archeologisch beleid (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van
- 35 -
archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. Programma van Eisen In het plangebied zal nieuwbouw worden gerealiseerd. Daarnaast wordt een bestaande waterpartij verplaatst en uitgebreid. Bij de voorgenomen werkzaamheden kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden worden aangetast. Het bureauonderzoek wijst namelijk uit dat zich in het gebied archeologische waarden kunnen ophouden, waarbij vaststaat dat de ontwikkeling van het gebied gepaard zal gaan met grondroerende werkzaamheden. Plaats, aard, omvang en diepte van die werkzaamheden worden hieronder beschreven (zie Geplande werkzaamheden). De combinatie van archeologische verwachting en voorgenomen werkzaamheden maakt het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek noodzakelijk. Op verzoek van de gemeente Nissewaard heeft Archeologie Rotterdam (team Beheer en Beleid) een Programma van Eisen voor de uitvoering van een verkennend en karterend veldonderzoek opgesteld. Uitvoering van het plan zal overeenkomstig dit Programma van Eisen geschieden. Het Programma van Eisen is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Er wordt nog een archeologisch onderzoek aan de hand van dit programma van Eisen uitgevoerd. 4.10 Geur.
Het perceel bevindt zich niet binnen een geur- en/of stankcirkel, waardoor het aspect geur/stank geen belemmeringen oplevert voor de realisering van het bouwplan. 4.11 Kabels en leidingen. De kabels en leidingen in de omgeving staan de voorgestane ontwikkeling niet in de weg. Bij de uitvoering van de (grond)werkzaamheden zal uiteraard rekening worden gehouden met de aanwezige ondergrondse infrastructuur. 4.12 Molenbiotoop. In het noorden van het plangebied, op de hoek van het Noordeinde en de Schenkelweg, staat de molen Nooit Gedacht. De molen is een rijksmonument. Binnen een straal van 400 meter vanuit molen Nooit Gedacht aan het Noordeinde 99 is een provinciale regeling van toepassing die de vrije windvang van traditionele windmolens beschermt. Deze zogenaamde molenbiotoop duidt maximaal toegestane bouwhoogten (ten opzichte van NAP) aan binnen een straal van 400 meter, waarmee het windrecht is gewaarborgd. Een groot deel van het centrumgebied valt binnen de molenbiotoop. Hetgeen in het bestemmingsplan Centrum 2012 is hierover is opgenomen is tevens in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen. De essentie van de molenbiotoop is dat de vrije windvang van de molen niet wordt beperkt door de hoogte van bebouwing binnen een afstand van 400 meter tot de molen. De hoogte wordt berekend aan de hand van het volgende:
- 36 -
• •
binnen een afstand van 100 m tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; binnen een afstand van 100 tot 400 m tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht met een hoogte die meer bedraagt dan 1/30 van de afstand van het bouwwerk tot het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek.
Figuur 4.6 uitsnede molenbiotoop met globale intekening plangebied
In figuur 4.7 is de bovenste horizontale rode lijn de lijn van de vrije windvang van de molenbiotoop. Zoals te zien is op de tekening blijven de te bouwen gebouwen binnen deze lijn. De molenbiotoop loopt voor een klein gedeelte over het plangebied. De maximale hoogte in het bestemmingsplan binnen de molenbiotoop is 28,6 meter ten opzichte van 0 NAP. Buiten de molenbiotoop wordt dit 30 meter. Er wordt op dit moment geen gebruik gemaakt van de verlengde vrijstelling van de theatertoren (blauwe lijn in figuur 4.7).
- 37 -
Figuur 4.7 Gebouwen binnen hoogte molenbiotoop
Dit betekent dat dit onderdeel voldoet aan de wettelijke eisen. 4.13 Milieueffectrapportage. Vormvrije mer. Op basis van het hierna volgende zal het college van burgemeester en wethouders voor de vaststelling van het plan een besluit nemen dat er geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. Het plan maakt ontwikkelingen mogelijk die vallen onder categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Een m.e.r. beoordeling is in dat geval op basis van de Wet milieubeheer verplicht. In de ruimtelijke onderbouwing is al ingegaan op de verschillende onderdelen. Echter hieronder motiveren wij nogmaals dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen ten gevolge van het plan optreden een en ander overeenkomstig de criteria genoemd in Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • De omvang van het project betreft een uitbreiding van bestaand stedelijk gebied met in planologische zin 72 woningen. • Er is geen cumulatie met andere projecten. • De productie van afvalstoffen is niet aanwezig. Huishoudelijk afvalwater wordt via de riolering afgevoerd. • Er is geen sprake van verontreiniging en hinder. Wij verwijzen naar onderdeel bedrijven en milieuzonering onder 4.6.
- 38 -
•
•
Er is geen risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering. We verwijzen naar het onderdeel externe veiligheid zoals beschreven onder 4.5. Er zijn geen risico's voor de menselijke gezondheid. Wij verwijzen naar het onderdeel externe veiligheid, zoals beschreven onder 4.5.
2. Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • Het bestaande grondgebruik betreft wonen. • Het gebied ligt niet in een beschermingszone, ligt binnen het bestaand stedelijk gebied maar betreft vervangende nieuwbouw met een toevoeging van 72 woningen, hetgeen past bij het landschap ter plaatse. • Het gebied heeft geen hoge bevolkingsdichtheid en is cultureel en archeologisch gezien niet waardevol. Wij verwijzen naar paragraaf 5.9. • Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, te weten ‘Oude Maas’ ligt op circa 1 kilometer afstand van het gebied. 3. Kenmerken van het potentiële effect Gezien de kleinschaligheid van het project zijn er geen potentiële aanzienlijke effecten te verwachten. Dit is ook beschreven in hoofdstuk 4 van deze toelichting
- 39 -
5. Juridische planbeschrijving 5.1 Inleiding Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden de regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. 5.2 Juridische vormgeving De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moeten worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding.
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: •inleidende regels •bestemmingsregels •algemene regels •overgangs- en slotregels Inleidende regels Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Bestemmingsregels In het hoofdstuk bestemmingsregels zijn in de planregels alle bestemmingen opgenomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving. In het plan zijn de bestemmingen ‘Groen’, ‘Verkeer -2’, ‘Water’ en ‘Wonen -3’ opgenomen. Tevens is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 1’ en ‘2’ opgenomen
- 40 -
Op de bestemming ‘Groen’ mogen groenvoorzieningen, fiets- en / of voetpaden, sportvoorzieningen, speelvoorzieningen en hierbij passende, openbare verblijfsvoorzieningen, bijbehorende verhardingen en watergangen, aan de hoofdfunctie ondergeschikte verkeersvoorzieningen, bij deze doeleinden behorende voorzieningen zoals straatmeubilair, reclameborden, kunstwerken, parkeer- en speelvoorzieningen, abri's en nutsvoorzieningen. Op de bestemming ‘Verkeer – 2’ mag een verblijfsgebied met een functie voor verblijf, en zijn verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen, ontsluitingswegen, woonstraten en pleinen, voet- en rijwielpaden, groenvoorzieningen, bermen en watergangen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, fietsenstallingen, straatmeubilair en dergelijke en speel- en verblijfsvoorzieningen toegestaan. De bestemming ‘Water’ mag gebruikt worden voor waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging, waterlopen met bijbehorende taluds, bermen, groenvoorzieningen, recreatieve voorzieningen, kunstwerken en kademuren. Op de bestemming ‘Wonen-3’ mag gewoond worden in gestapelde woningen en mogen bij deze doeleinden behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 1’ en ‘2’ is opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden ter plaatse.
Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. De algemene regels bestaan uit de volgende artikelen. Antidubbeltelbepaling Een antidubbeltelbepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de antidubbeltelbepaling wordt bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat een regeling voor wat in ieder geval onder strijdig gebruik wordt verstaan. Algemene aanduidingsregels Dit artikel bevat een regeling voor de aanduiding Molenbiotoop. Algemene afwijkingsregels
- 41 -
In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan kan worden afgeweken met een omgevingsvergunning. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Algemene wijzigingsregels In dit artikel wordt het mogelijk gemaakt om onder voorwaarden het plan wijzigen voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van bestemmingsgrenzen. Overgangs- en slotregels In het afsluitend onderdeel komen de overgangs- en slotregels aan de orde. Overgangsrecht De formulering van het overgangsrecht is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.1 Bro). Slotregel Deze regel bevat de titel van het plan.
- 42 -
6. Economische uitvoerbaarheid. Het plan omvat de realisering van 72 woningen. Het betreft een herinrichting van het gebied ter plaatse. De percelen zijn in eigendom van de gemeente. Het plan wordt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemers ontwikkeld. De gemeentelijke kosten worden gedekt vanuit de opbrengsten uit gronduitgifte. Hierover heeft de gemeente in juni 2020 een overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Dit betekent dat het kostenverhaal is verzekerd. De financiële dekking voor het plan is hiermee geregeld en de economische uitvoerbaarheid is voldoende gewaarborgd. Er hoeft dan ook geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wro te worden vastgesteld.
- 43 -
7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro In het kader van het wettelijke verplichte overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerpbesluit tot verlening van omgevingsvergunning voorgelegd aan de vooroverlegpartners. Er zijn PM overlegreacties ingediend.
- 44 -
8. Inspraak en zienswijzen 8.1 Inleiding. In het kader van de participatie zijn bijna 700 brieven verspreid. Alleen de direct omwonenden (386 adressen) zijn op 25 juni 2020 uitgenodigd voor een bijeenkomst op 2 en 7 juli 2020. Betrokkenen kunnen ook via website informatie ontvangen en reactie verstrekken. De RIVM richtlijnen zijn hierbij uitgangspunt geweest. Daarnaast hebben circa 290 adressen op 26 juni 2020 een brief ontvangen met informatie over de projecten en hebben de mogelijkheid gekregen digitaal of per post te reageren 8.2 Bijeenkomsten. Direct omwonenden van het Kolkplein en J.M. den Uyllaan zijn uitgenodigd voor bijeenkomsten op 2 en 7 juli (met sessies van 45 minuten). Voor de bijeenkomsten op 2 juli hebben zich negen mensen aangemeld en zijn er zes mensen daadwerkelijk gekomen. Voor de bijeenkomsten op 7 juli hebben zich geen mensen aangemeld, deze bijeenkomsten zijn vervallen. Bij de bijeenkomst op 2 juli was een relevante vertegenwoordiging van bestuurders, ambtenaren en projectontwikkelaar Haagsebaan Vastgoed B.V. aanwezig. Het aanwezige materiaal werd door aanwezige omwonenden gewaardeerd vanwege de duidelijkheid en volledigheid. Een groot deel van de bezoekers (⅔ van de aanwezigen) hebben gevraagd naar de huuren koopmogelijkheden van de nieuwbouwontwikkeling. Bezoekers hebben aangegeven hier te zijner tijd graag gebruik van te willen maken.
De overige vragen en reacties zijn per thema hieronder opgenomen. 8.3 Reactieformulieren. Er zijn 4 reactieformulieren en een zienswijze ingediend. Hieronder zijn de vragen gesteld tijdens bijeenkomst en via reactie formulieren thematisch opgenomen. Alle binnengekomen vragen en opmerkingen, te weten mondeling tijdens bijeenkomst, via reactieformulieren en email, zijn hieronder per thema gerangschikt en voorzien van gemeentelijke reactie (cursief). Algemeen Indiener is het niet eens met de plannen herontwikkeling J.M. den Uyllaan. Het feit dat er een groot tekort is aan woningen en deze locatie al sinds de groeikernperiode voor woningbouw was bestemd is het logisch deze nu uit te werken als woningbouwlocatie. Uitzicht Meerdere omwonenden geven aan bezwaar te hebben tegen de hoogte van de bebouwing vanwege het verlies van vrij uitzicht en vermindering woonplezier. Een bewoner geeft aan bewust te hebben gekozen voor de kopse kant Multatuliflat vanwege het vrije uitzicht op de brug, de Schenkelweg, de singel met de eendjes, zwanen enz. en begrijpt niet dat er
- 45 -
geen rekening gehouden wordt met het feit dat er vele ouderen wonen en genieten van het dagelijkse uitzicht. Het uitzicht vanuit de woning van appellanten zal wijzigen. De aantasting van het uitzicht is echter niet zo ernstig dat hieraan doorslaggevende betekenis toekomt. Hierbij hebben wij mede in aanmerking genomen dat de afstand tussen de nieuw te bouwen woningen en de woningen van appellanten acceptabel is. Wij vinden het belang van appellanten niet zo zwaarwegend dat daarom afgezien zou moeten van de ontwikkeling van onderhavig plangebied. Daarbij hebben wij tevens in aanmerking genomen dat volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in zijn algemeenheid geen recht op blijvend vrij uitzicht bestaat. Het belang van de ontwikkeling van een gewenste ontwikkeling van het bouwplan weegt in dit geval zwaarder dan de mogelijke aantasting van genoemde waarden en gevoelens van de omwonenden. Dit neemt niet weg dat de gemeente zich inzet om mogelijke hinder voor omwonenden zo beperkt mogelijk te houden. In welke mate genoemde effecten voor een ieder afzonderlijk gelden is in zijn algemeenheid niet te beantwoorden. De door de omwonenden geschetste effecten zijn niet uit te sluiten maar zijn onvermijdelijk verbonden met het in ontwikkeling brengen van het gebied.
In het maatschappelijke verkeer zal een ieder binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid daarvan de gevolgen moeten aanvaarden. Groen Meerdere reacties geven aan het verdwijnen van de treurwilg jammer te vinden (mooie treurwilg die kort geleden nog door een boomchirurg onder handen genomen is). De gemeente vindt het ook jammer dat de treurwilg moet wijken voor de nieuwbouw. Door de centrale ligging binnen het plangebied was de boom echter niet in te passen. De treurwilg is een niet-inheemse boomsoort en hij heeft geen bijzonder ecologische waarden. Bij het verdere ontwerp van het plangebied zal ruime aandacht zijn voor het realiseren van kwalitatief groen in het plangebied waaronder ook nieuwe bomen. Duurzaamheid Indiener vindt plannen prachtig en wenst gemeente succes met het vervolg. Aandacht wordt gevraagd voor de groenvoorziening en duurzaamheid. Er wordt gehoopt dat daar aandacht naar zal uitgaan. Ook wordt gevraagd of er sedumdaken of daktuinen komen en of er nagedacht is over “hangende” tuinen? Dank voor het compliment en goed dat u aandacht vraagt voor duurzaamheid en groenvoorziening. In het kader van duurzaamheid worden de daken ook voor het plaatsen van zonnepanelen benut. In het kader van hittestress is het gewenst het percentage verharding terug te dringen.
Boven de parkeervoorzieningen worden deels sedumdaken ingepast, gecombineerd met gezamenlijke buiten-/ verblijfsruimte voor de bewoners. Ook vanuit de gemeente is het gewenst dat er kwalitatief groen in het plangebied wordt ontworpen en deze uitgangspunten zijn ook aan de ontwikkelaar meegegeven. De nieuwbouw krijgt geen gasaansluiting en er wordt zoveel als mogelijk energieneutraal ontworpen. Uw voorstel voor hangende tuinen is ook doorgespeeld aan de ontwikkelaar. Waterpartij Betreurt wordt als de waterpartij met bijbehorende natuur (waaronder zwanen) verdwijnt. De waterpartij verdwijnt niet maar wordt verplaatst en vergroot. Door de nieuwe
- 46 -
bebouwing zal deze ook deels aan het zicht van de bestaande bebouwing worden onttrokken. Gezien de waarde van groen voor de woon- en leefkwaliteit is dit ook onderdeel van de planontwikkeling. Een deel van het talud is straks bebouwd, maar de helft blijft groentalud. De zwanen zullen het water dus kunnen blijven bezoeken. Sociale huurwoningen Aandacht wordt gevraagd voor sociale huurwoningen voor minderbedeelden, omdat mensen vaak jaren op de wachtlijst staan en er de laatste jaren geen huurwoningen bijkomen voor huurprijzen tussen de € 600 - 650. Het aantal aanwezige sociale huurwoningen in Nissewaard is voldoende voor het aantal inwoners dat op grond van hun inkomen aangewezen is op dit deel van de woningvoorraad, te weten 19.800 sociale huurwoningen. U heeft gelijk dat de wachttijd voor een sociale huurwoning lang is, op dit moment zelfs meer dan vier jaar. In Nissewaard wonen echter relatief veel mensen scheef (13,6%), dit betekent dat ze in een sociale huurwoning wonen terwijl hun (hogere) inkomen dit niet noodzakelijk maakt. Deze mensen kunnen doorstromen naar middenhuur (huurprijs van 750 tot 950 euro) of koopwoningen mits deze voor hun aantrekkelijk zijn. Door ervoor te kiezen om ter plaatse Kolkplein ook middel dure koop en/of huur te bouwen wordt de kans vergroot dat door doorstroming woningen in het sociale huursegment vrijkomen.
Ook de bouw van middel dure koopappartementen leidt tot doorstroming van bewoners waardoor elders woningen beschikbaar komen. In het gesloten Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam zijn de regionale afspraken vastgelegd. Hierin is vastgelegd dat de gemeente Nissewaard 28 extra sociale huurwoningen tot 2030 moet bouwen. Alle sociale huurwoningen die in het kader van de transformatie van Sterrenkwartier en De Hoek worden gesloopt, worden gecompenseerd. Deze worden elders in de gemeente gebouwd zoals binnen plangebied Heijwegenlaan en Elementen. Daarnaast spelen er verschillende initiatieven van particuliere ontwikkelaars, waarbij leegstaand vastgoed getransformeerd wordt tot goedkope woonruimte. Via diverse maatregelen probeert de gemeente wachttijd te reduceren. Het betreft echter een regionaal vraagstuk wat niet opgelost wordt door alleen maar sociale huurwoningen bij te bouwen, ook in de andere prijscategorieën die de gemeente wil laten bouwen ter plaatse Kolkplein en Blok45( J.M. den Uyllaan) is een tekort. Verkeer Een van de aanwezigen heeft aandacht gevraagd voor de verkeersveiligheid bij de kruising aan de Dr. J.M. Den Uyllaan en Thorbeckelaan. Bezoekster gaf aan dat hier regelmatig (bijna) ongelukken gebeuren. Er gebeuren inderdaad af en toe bijna ongevallen ter hoogte van de oversteek tussen voertuigen en overstekende voetgangers.
Gevraagd is aan de verkeerskundige, in overleg met stadsbeheer serieus naar situatie te kijken en met een advies en voorstel te komen. Zodra meer bekend is wordt dit bekend gemaakt. Een bewoonster Dr. J.M. Den Uyllaan (City Plaza) vraagt of er ook een rotonde komt voor de snelle rijders onder ons? Dat zou zij fijn vinden tegen geluidsoverlast van racers
- 47 -
die zij nu ervaart. Deze suggestie is ook doorgegeven aan de betrokken verkeerskundige. Het aanpassen van de huidige verkeerstructuur staat overigens los van de planontwikkeling op de locatie en zal separaat verder worden onderzocht en betrokken bij meerjarenuitvoeringsplan. Indiener geeft aan dat er in de huidige situatie veel ruimte is om te parkeren en dat zij vreest dat dit straks niet meer het geval zal zijn. Parkeren is een integraal onderdeel van de planontwikkeling. Voor de nieuwbouw geldt een parkeernorm die varieert tussen 1,2 pp per woning voor goedkope appartement en 1,6 pp voor een duur appartement. Na realisatie van de plannen verwacht de gemeente dat er voldoende parkeergelegenheid blijft. Het langparkeerterrein Van Houtenstraat betrof een tijdelijke voorziening langparkeerterrein (lp) met 68 parkeerplaatse. Op basis van parkeerdrukmetingen in 2019 bleek de bezetting te variëren tussen 22 en 43%. Ook het lp Vredehofstraat en Breestraat hebben een lage bezetting, de bezettingsgraad blijft daar beneden de 30%. Het langparkeerterrein Van Houtenstraat verdwijnt om J.M. den Uyllaan te kunnen ontwikkelen. De overige langparkeerterreinen rondom het centrum van Spijkenisse hebben voldoende restcapaciteit om de auto’s (langparkeerder met vergunningen) die daar nu geparkeerd staan op te vangen.
Woningwaardevermindering Ook wordt aangegeven bezwaar te hebben tegen planontwikkeling vanwege woningwaardevermindering. De gemeente streeft een zorgvuldige inpassing van de nieuwbouw na, mede om schade te voorkomen. Dit heeft betrekking op situering, vormgeving en hoogte van de bebouwing. Als eigenaren van mening zijn dat er sprake is van waardevermindering voorziet de Wet op de Ruimtelijke ordening in een zogeheten 'tegemoetkoming in schade', voorheen 'planschade'. Dit betreft het financiële nadeel dat een betrokkene heeft door het verschil tussen de nieuwe (onvoorziene) planologische situatie en de bestaande/oude situatie. Een vergoeding van het financiële nadeel kan pas aangevraagd worden als er sprake is van een onherroepelijk bestemmingsplan, uitwerkingsplan, wijzigingsplan of een onherroepelijke omgevingsvergunning (gericht op het afwijken van het bestemmingsplan). 8.4 Samenvattend. De bijeenkomsten zijn door zes mensen bezocht (9 aanmeldingen). Er zijn tot op heden 3 reactieformulieren en 1 zienswijze (door inspreker december 2019) ingediend. De website is door 78 mensen bezocht. De inspraakreacties maken dat het groenaspect bij de uitwerking nog explicieter aandacht zal krijgen. Bijlage adressen: De volgende adressen zijn geïnformeerd en uitgenodigd voor bijeenkomst: Dr. J.M.
den Uyllaan 17 t/m 33, 115 t/m 217, 34 t/m 40, 76 t/m 94, 134 t/m 152, 196 t/m 214, 240 t/m 250, 272 t/m 282, Thorbeckelaan 1 t/m 15, Heemskerkplantsoen 1 t/m 3,
- 48 -
Van Houtenstraat 1 t/m 17, Japhet Hoorwegsingel 1 t/m 41, Damstraat 2 t/m 98 Gorsstraat 6 t/m 16, 1, 67 t/m 85, 147 t/m 169, 231 t/m 253, 315 t/m 337, 399 t/m 405, Nieuwstraat 408 t/m 434. De volgende adressen zijn geïnformeerd en zijn uitgenodigd schriftelijk te reageren: Dr. J.M. den Uyllaan 1 t/m 15 en 35 t/m 113, 4 t/m 32, 42 t/m 74, 96 t/m 132, 154 t/m 194, 216 t/m 238, 252 t/m 270, Thorbeckelaan 2 t/m 22, Heemskerkplantsoen 5 t/m 7, Gerard Fonkertsingel 2 t/m 10, Gorsstraat 5 t/m 65, 87 t/m 145, 171 t/m 229, 255 t/m 313, 339 t/m 397, Nieuwstraat 356 t/m 406.
- 49 -