36.Bestemmingsplan Heijwegenlaan; Toelichting vo bp J.A. Heijwegenlaan Spijkenisse februari 2022
Tekst van het document
Figuur 4.4 bestaande – en nieuwe bebouwing
Tijdelijke situatie De bouw vindt gefaseerd plaats. De eerste fase betreft de realisatie van de schoolgebouwen in het noordoosten van het plangebied. Deze bouwfase duurt ongeveer twee jaar. Het is zaak om de volgende onderdelen ook in deze tijdelijke situatie te waarborgen:
- 33 -
- Berging en afwatering neerslagmomenten - Mogelijkheid water aan te voeren in droge periodes - Doorspoeling van het watersysteem (voorkomen doodlopende watergangen). In figuur 4.5 is een overzicht te zien van de tijdelijke situatie.
Figuur 4.5 tijdelijke situatie waterstructuur
Aanpassingen watersysteem tijdelijke situatie In deze eerste fase van de ontwikkeling worden de oostelijke en de noordelijke watergangen (deels) gedempt. In plaats van deze watergangen worden tijdelijke duikers geplaatst (diameter 500mm) parallel aan de Hekelingseweg. Deze duikerverbinding komt uit in de put waar duiker 18591DU (Heijwegenlaan) aan verbonden is. Aansluitend op deze put wordt ook de permanente duikerverbinding aangelegd (NewDU1). In het midden van het plangebied wordt een aanvullende hoeveelheid water gegraven als tijdelijke compensatie voor het gedempte oppervlaktewater. Daarnaast wordt in het noorden van het plangebied een tijdelijke duikerverbinding aangelegd (diameter 500mm) welke T18017 met W02806 verbindt. Afvoer en berging De afvoer van bovenstroomse peilgebieden bij perioden van neerslag zal via al lopende routes plaatsvinden. De peilgebieden V05.012 t/m V05.017 kunnen voldoende afwateren via de twee stuwen in het noordwesten van peilgebied V05.011. Dit zijn de volgende twee stuwen: ▪ 13852ST - Stuw Pieter de Hooghstraat Spijkenisse Zuid – kruinbreedte 10 meter; ▪ 29714ST - Stuw Constantstraat – Ingeschat: kruinbreedte 6 meter.
- 34 -
Ook kunnen deze peilgebieden afwateren via duiker 13446DU onder de Groene Kruisweg en de Hekelingseweg door via de watergang ten oosten van de Hekelingseweg naar Stuw 13852ST - Hekelingseweg Noord – kruinbreedte 12 meter. Gezamenlijk hebben deze twee afvoerroutes voldoende capaciteit. In het plangebied wordt aanvullende berging in de vorm van oppervlaktewater gegraven om het gedempte oppervlaktewater te compenseren. Het plangebied en de wijken ten zuiden van het plangebied kunnen via de reguliere afwatering over de stuwen in het zuiden van het peilgebied: ▪ 13710ST - Stuw Curieweg; ▪ 13706ST - Stuwen B. de Rooystraat; ▪ 13709ST - J. de Baanlaan; ▪ 13710ST - J.A. Heijwegenlaan. Wateraanvoer en doorspoeling De duikerverbinding welke vanaf put 13446DU (rotonde Groene Kruisweg / Hekelingseweg) langs de Hekelingseweg wordt neergelegd zorgt ervoor dat in tijden van droogte voldoende wateraanvoer vanuit noordelijke peilgebieden en uiteindelijk het Voedingskanaal kan worden aangevoerd. De aanleg van de permanente duikerverbinding en de extra duikerverbinding tussen T18017 en W02806 zorgen er voor dat er geen doodlopende watergangen ontstaan en doorspoeling van het watersysteem mogelijk blijft Schoon inrichten Het vuilwater wordt afgevoerd via een nieuw aan te leggen riool, dat wordt aangesloten op de bestaande riolering.
Bij de bouw zal ter bescherming van de kwaliteit van het oppervlaktewater geen gebruik worden gemaakt van uitlogende materialen zoals zink, lood, koper en zacht pvc. Het schoon hemelwater afkomstig van de daken zal via een hemelwaterafvoerleiding via een bestaand hemelwaterafvoerriool op een aangrenzende watergang geloosd worden. Veilig inrichten Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van de waterkering. Conclusie Het bestemmingsplan tast geen waterbelangen aan.
4.8 Flora en Fauna. Op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb) is het van belang bij de ruimtelijke planvorming vooraf te onderzoeken of en welke dier- en plantensoorten er voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten.
- 35 -
Voor het aan de orde zijnde ruimtelijke ingreep dienen onder andere de gevolgen op de aanwezige flora en fauna in beeld te worden gebracht. In dit kader is een Eco-effectscan uitgevoerd (bijlage 7 Aqua-Terra Nova BV, 11 januari 2021, kenmerk: 20136/AQT301FF/EvD). Uit de Eco-effectscan blijkt het volgende: Gebiedsbescherming - Het plangebied bevindt zich op circa 1,8 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied ‘Oude Maas’. Negatieve effecten van de werkzaamheden op het Natura2000-gebied kunnen worden uitgesloten inclusief de mogelijke effecten van stikstofemissies; - Het plangebied bevindt zich op circa 250 meter van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), te weten het Mallebos. Negatieve effecten op het NNN kunnen worden uitgesloten. Een nadere toetsing is niet noodzakelijk; - Een nadere toetsing in het kader van gebiedsbescherming is niet noodzakelijk. Soortenbescherming De aanwezigheid van voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen of (functionele) leefomgeving van vleermuizen en sperwers kan niet worden uitgesloten. Aanvullend onderzoek in het kader van de Wnb bleek noodzakelijk. Naar aanleiding daarvan is dit vereiste soortgericht onderzoek uitgevoerd (Aqua-Terra Nova BV, 3 januari 2022, kenmerk: 20136/AQT302FF/LVS).
Uit dit onderzoek blijkt dat er geen strijd met de Wnb optreedt ten aanzien van vleermuizen, mits de in het onderzoek nader beschreven zorgplicht voldoende in acht wordt genomen. Daarnaast dient de kap van bomen buiten het broedseizoen van 15 maart tot en met 15 juli te worden uitgevoerd. Tijdens het onderzoek is de sperwer in en in de omgeving van het plangebied niet waargenomen. Ook andere roofvogelsoorten zijn binnen het plangebied niet waargenomen. Stikstof In het kader van de Wnb dient de stikstofdepositie vanwege de betreffende ontwikkeling op nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Oude Maas’ ligt op circa 1,8 km van het plangebied. De meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied betreffen ‘Voorns Duin’ en ‘Krammer-Volkerak’ op een afstand van circa 18 km van het plangebied. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Met deze wet worden, conform het nieuwe artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming (Wnb), de gevolgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden van bepaalde activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing gelaten voor de Wnbvergunningplicht. Specifiek worden, conform artikel 2.5 van het Besluit natuurbescherming, de volgende activiteiten vrijgesteld:
- 36 -
-
-
het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen.
Voor dit plan is geen berekening van de depositie van stikstofverbindingen uitgevoerd. Bij invoering van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering is bepaald dat slechts de gebruiksfase van een bouwproject hoeft te worden beschouwd. De emissie van nieuwe woningen is in de gebruiksfase vaak zeer beperkt. Alleen de verkeersbewegingen van woningen kunnen een (kleine) rol spelen. De DCMR Milieudienst Rijnmond stelt dat een woningbouwproject in Nissewaard van 500 of minder woningen beschouwd kan worden als een kleiner project waarvoor geen AERIUS berekening meer nodig is omdat dit niet leidt tot relevante stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden. Om deze reden is er voor dit plan geen AERIUS-berekening gemaakt. Er kan van uit worden gegaan, dat er in de gebruiksfase de depositie ten gevolge van dit plan niet groter zal zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Conclusie: Dit betekent dat voor dit onderdeel aan de wettelijke eisen wordt voldaan.
4.9 Archeologische waarden en cultuurhistorie. Beleidskader De gemeente Nissewaard heeft een archeologisch beleid en beleidsinstrumenten ontwikkeld, waarmee een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen is gewaarborgd. Ook worden bestemmingsplannen voorzien van een archeologieparagraaf. Meer specifiek is het doel van het voorgenomen archeologisch beleid (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. Op basis van een in het verleden uitgevoerd bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek (bijlage 3, BOOR, 2007, nr. 371) blijkt dat het oostelijk plandeel van het gehele plangebied geen archeologische waarden zullen worden verstoord. Nader onderzoek voor dit oostelijk deel is niet vereist. Voor het overig (westelijk) deel, daar waar voorliggend bestemmingsplan op toeziet, is wel nader archeologisch onderzoek vereist. Op basis van het BOOR opgesteld Programma van Eisen (bijlage 4) zal dat nader onderzoek nog worden uitgevoerd. De uitkomst van het nader onderzoek wordt later bij dit bestemmingsplan gevoegd.
- 37 -
Voor het deel waarvoor het nader onderzoek wordt uitgevoerd is in het bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ opgenomen, dit ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden.
4.10 Geur. Het perceel bevindt zich niet binnen een geur- en/of stankcirkel, waardoor het aspect geur/stank geen belemmeringen oplevert voor de realisering van het bouwplan.
4.11 Kabels en leidingen. De kabels en leidingen in de omgeving staan de voorgestane ontwikkeling niet in de weg. Bij de uitvoering van de (grond)werkzaamheden zal uiteraard rekening worden gehouden met de aanwezige ondergrondse infrastructuur.
4.12 Milieueffectrapportage. Vormvrije mer. Op basis van het hiernavolgende zal het college van burgemeester en wethouders voor de vaststelling van het plan een besluit nemen dat er geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. Het plan maakt ontwikkelingen mogelijk die vallen onder categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Een m.e.r. beoordeling is in dat geval op basis van de Wet milieubeheer verplicht. In de ruimtelijke onderbouwing is al ingegaan op de verschillende onderdelen. Echter hieronder motiveren wij nogmaals dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen ten gevolge van het plan optreden een en ander overeenkomstig de criteria genoemd in Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • De omvang van het project betreft een inbreiding van bestaand stedelijk gebied met in planologische zin 273 woningen en 2 nieuwe scholen. Hierna wordt verwezen naar de aspecten zoals in deze toelichting opgenomen, maar indirect ook naar de toelichtingen van beide andere plannen. • Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreft het afvoeren van hemelwater door een nieuwe hemelwaterafvoerleiding op een aangrenzende watergang, er worden geen uitlogende materialen gebruikt • De productie van afvalstoffen is niet aanwezig.
Huishoudelijk afvalwater wordt via een nieuw vuilwaterriool afgevoerd. • Er is geen sprake van verontreiniging en hinder. Wij verwijzen naar onderdeel bedrijven en milieuzonering onder 4.6.
- 38 -
•
• •
Er is geen risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering. We verwijzen naar het onderdeel externe veiligheid zoals beschreven onder 4.5. Er zijn geen risico's voor de menselijke gezondheid. Wij verwijzen naar het onderdeel externe veiligheid, zoals beschreven onder 4.5. Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op de bouw van 136 woningen, in het totale plan worden 273 woningen gebouwd en twee nieuwe scholen. De totale toenamen van het aantal verkeersbewegingen is 1.600. Zoals in paragraaf 4.3 ten aanzien van het aspect ‘luchtkwaliteit’ is aangegeven, is de heersende luchtkwaliteit zodanig goed, dat de toename van de verkeersintensiteit met 1.600 vervoersbewegingen per etmaal niet leidt tot het overschrijden van kwaliteitsnormen.
2. Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • Het bestaande grondgebruik betreft wonen. • Het gebied ligt niet in een beschermingszone, ligt binnen het bestaand stedelijk gebied maar betreft vervangende nieuwbouw met een toevoeging van 273 woningen en 2 nieuwe scholen, hetgeen past bij het landschap ter plaatse. • Het gebied heeft geen hoge bevolkingsdichtheid en is cultureel en archeologisch gezien niet waardevol. Wij verwijzen naar paragraaf 5.9. • Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, te weten ‘Oude Maas’ ligt op circa 1,8 kilometer afstand van het gebied. De meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden betreffen ‘Voorns Duin’ en ‘Krammer-Volkerak’ beide op een afstand van circa 18 km van het plangebied. Het project tast de natuurwaarden van deze gebieden niet aan. 3. Kenmerken van het potentiële effect Gezien de kleinschaligheid van het project zijn er geen potentiële aanzienlijke effecten te verwachten. Dit is ook beschreven in hoofdstuk 4 van deze toelichting
- 39 -
5. Juridische planbeschrijving 5.1 Inleiding. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden de regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. 5.2 Juridische vormgeving. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moeten worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding.
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: •inleidende regels •bestemmingsregels •algemene regels •overgangs- en slotregels Inleidende regels Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.
- 40 -
Bestemmingsregels In het hoofdstuk bestemmingsregels zijn in de planregels de van toepassing zijnde bestemmingen opgenomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving. In het plan is de bestemmingen ‘Groen’, ‘Water’, Wonen – 1’, ‘Wonen – 3’ en ‘Verkeer – 2’ opgenomen en tevens de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. De algemene regels bestaan uit de volgende artikelen. Antidubbeltelbepaling Een antidubbeltelbepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de antidubbeltelbepaling wordt bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). Algemene gebruiksregels. Dit artikel bevat een regeling voor wat in ieder geval onder strijdig gebruik wordt verstaan. Algemene aanduidingsregels. Dit artikel bevat een regeling voor de aanduiding industrielawaai. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan kan worden afgeweken met een omgevingsvergunning.
Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Algemene wijzigingsregels In dit artikel wordt het mogelijk gemaakt om onder voorwaarden het plan wijzigen voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van bestemmingsgrenzen. Overgangs- en slotregels In het afsluitend onderdeel komen de overgangs- en slotregels aan de orde. Overgangsrecht De formulering van het overgangsrecht is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.1 Bro). Slotregel Deze regel bevat de titel van het plan.
- 41 -
6. Economische uitvoerbaarheid. Het voorliggende bestemmingsplan omvat de realisering van een deel van het totale plan voor de bouw van 103 ééngezinswoningen en 33 appartementen. Het betreft een herinrichting van het gebied ter plaatse. De huidige bebouwing is in eigendom bij de gemeente. De gronden worden door initiatiefnemer gekocht van de gemeente. De gemeente heeft met initiatiefnemer een overeenkomst afgesloten voor de ontwikkeling van het gebied en voorwaarden voor de bouw van 136 woningen/appartementen. Onderdeel van deze overeenkomst zijn afspraken met betrekking tot het wettelijke kostenverhaal. De realisatie van het plan is voor rekening en risico van de initiatiefnemers. De financiële dekking voor het plan is hiermee geregeld en de economische uitvoerbaarheid is voldoende gewaarborgd. Er hoeft dan ook geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wro te worden vastgesteld.
- 42 -
7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro In het kader van het wettelijke verplichte overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerp bestemmingsplan voorgelegd aan de vooroverlegpartners. Tijdens de ter inzage termijn hebben de volgende vooroverlegpartners een reactie gegeven: In de bijgevoegde nota inspraak zijn deze vooroverlegreacties opgenomen.
- 43 -
8. Inspraak en zienswijzen 8.1 Inleiding. In het kader van de participatie zijn 353 informatiebrieven verspreid, dit met verwijzing naar de website en een antwoordformulier. Daarnaast zijn onder de direct omwonenden. 177 brieven verspreid met een uitnodiging voor een informatiebijeenkomst op 5 juli 2021. Betrokkenen konden en kunnen ook via website informatie ontvangen en reactie verstrekken. De RIVM richtlijnen zijn hierbij uitgangspunt geweest. 8.2 Bijeenkomsten. Op 5 juli 2021 heeft de gemeente een inloopbijeenkomst gehouden voor de direct omwonenden. Daarnaast zijn in een ruimer gebied rond de Heijwegenlaan belanghebbenden per brief geïnformeerd over de visie met de mogelijkheid om een reactie te geven. De bijeenkomst telde een opkomst van 23 omwonenden. 8.3 Reactieformulieren. Tijdens en na de onder 8.2 genoemde bijeenkomst van 5 juli 2021 zijn 8 reactieformulieren bij de gemeente binnengekomen, namens 16 omwonenden. De gemeente heeft naar aanleiding daarvan in een document de (veelgestelde) vragen en antwoorden over de visie voor de gebiedsontwikkeling Heijwegenlaan en omgeving gemaakt. In dat document zijn de vragen die tijdens en na de informatiebijeenkomst van 5 juli jongstleden zijn gesteld, opgenomen. De reacties opgenomen op de reactieformulieren en van de insprekers zijn samengevat en cursief weergegeven.
Voor de duidelijkheid zijn de opmerkingen gerubriceerd en is per onderwerp/thema een reactie gegeven. Het document is als bijlage 10 bij deze toelichting gevoegd. 8.4 Inspraak Het voorontwerp-bestemmingsplan heeft met ingang van xx xx 2022 gedurende 6 weken ter inzage gelegen voor inspraak. Tevens is het plan in vooroverleg gezonden aan diverse instanties. Tijdens de termijn zijn wel/geen inspraakreacties ingediend. 8.5 Zienswijze Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf xx 2022 gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze termijn kon door eenieder mondeling of schriftelijk een zienswijze tegen het ontwerpplan bij de gemeenteraad worden ingediend. Gedurende de termijn dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen zijn er wel/geen zienswijzen ingediend.
- 44 -