35. Raadsinformatiebrief Gebiedsplan Voorne-Putten; Bijlage 3 - Aandachtspunten LTO Gebiedsplan Voorne-Putten november 2025
Tekst van het document
Notitie aandachtspunten LTO Gebiedsplan Voorne-Putten Bijlage 3 bij het Gebiedsplan Voorne-Putten 1.0 Petrus Postma, Procesmanager ZH-PLG Voorne-Putten, 28 november 2025
Aanleiding Onder de achterban van LTO op Voorne-Putten is veel onrust over hoe de overheden met de toekomst van de landbouw om willen gaan. In het Gebiedsplan wordt daar veel over gezegd, toch hebben de LTO-bestuurders de behoefte op een aantal punten nog extra helderheid te krijgen over de uitgangspunten voor de landbouw. Deze punten worden in deze notitie één voor één behandeld.
1. Uitgangspunt: areaal landbouwgrond op Voorne-Putten blijft gelijk Het Gebiedsplan zegt hier over: “Zonder expliciet ruimtelijk beleid verliest het landelijk gebied het langzaam van economisch grotere sectoren zoals woningbouw, industrie en logistiek. Een verdere verkleining van het landbouwareaal op Voorne-Putten zou betekenen dat ondersteunende diensten (veeartsen, loonwerkers, etc.) ook verdwijnen omdat deze niet meer rendabel zijn. Dat is bijzonder schadelijk voor de agrarische sector.” “Om het landschap te beschermen en te versterken, hanteren provincie en gemeente lokaal maatwerk t.a.v. ruimtelijke claims in het landelijk gebied. Met respect voor de bredere maatschappelijke opgave die de gemeente draagt en de ruimtelijke consequenties die dat vraagt (bijvoorbeeld het mogelijk maken van de energietransitie en waterveiligheid). Gemeenten zijn in gesprek met de agrarische sector en natuurorganisaties over noodzakelijke keuzes en zoeken daarbij samen naar werkbare oplossingen. Hierbij maken zij zorgvuldige afwegingen tussen wat nodig is voor het landelijk gebied en wat nodig is voor de leefbaarheid van de stad en de dorpen, waarbij ze de agrarische sector en de biodiversiteit zo min mogelijk raken.” In feite kunnen de overheden niet garanderen dat het areaal landbouwgrond op Voorne-Putten gelijk blijft.
Zij kunnen wel heel duidelijk het belang ervan beschrijven en aangeven dat zij heel zuinig omgaan met landbouwgrond en altijd in overleg met de sector gaan als er ruimte voor andere functies absoluut noodzakelijk is. Zo is het ook opgeschreven in het Gebiedsplan. Besluitvorming over ruimtelijke keuzes vindt plaats in het planologisch – juridische proces van gemeenten en provincie (Omgevingsvisies en Omgevingsbeleid). Vanuit dit Gebiedsplan wordt geen aanvullende ruimteclaim op het landelijk gebied gelegd, bovenop bestaande beleidskaders. Deze laatste zin is voor de duidelijkheid nog toegevoegd aan het Gebiedsplan.
2. Vrijwilligheid bij uitvoeringsmaatregelen is geborgd Het Gebiedsplan zegt hier over: “Dit Gebiedsplan heeft geen formele juridische status. Het is wel een basis voor verdere uitwerking van Omgevingsbeleid, sectoraal beleid en specifieke projecten.” Met andere woorden, het is onmogelijk agrariërs te dwingen tot uitvoeringsmaatregelen op basis van het Gebiedsplan. Daarnaast heeft LTO heel duidelijk aangegeven dat zij niet kunnen spreken namens de agrariërs in het gebied, dat zijn immers zelfstandige ondernemers die zelf beslissen wat zij doen.
3. Projecten komen alleen in uitvoering als er geld voor is Het Gebiedsplan zegt hier over: “In bijlage 2 beschrijven we alle projecten die er voor de versterking van het landelijk gebied op Voorne-Putten lopen.” “Ook geven we per uitdaging aan wat we in de toekomst willen doen en wat we daarvoor nodig hebben. Let wel, zonder het benodigde geld of nodige beleidsruimte kunnen wij deze maatregelen niet uitvoeren.” Met andere woorden, het Gebiedsplan is er heel helder over: zonder geld geen uitvoering.
4. Ondernemers krijgen reële vergoeding voor deelname in het proces De provincie evalueert nu (najaar 2025) de regeling die is getroffen voor vergoedingen in 2024 en 2025. Op basis daarvan besluit de provincie over vergoedingen in 2026 en daarna. De gedachte hier onder is als volgt: als we in het Gebiedsproces tijd vragen van ondernemers die daardoor mogelijk inkomsten of omzet mislopen buiten hun reguliere of al vergoede uren als vertegenwoordiger, is het reëel hen daarvoor te compenseren. We proberen er daarmee zorg voor te dragen dat alle partijen op een gelijkwaardige manier aan het proces deel kunnen nemen. Tegelijkertijd zoeken we geld voor project nummer 18: secretariële ondersteuning voor de agrarische sector.
5. Gebiedsplan onderdeel van discussie over vergunningen De provincie doet haar uiterste best om via de gebiedsprocessen en via (bijvoorbeeld) stikstofbeleid beweging te krijgen in de discussie over vergunningen. Meer specifiek: 1) De provincie probeert via landbouwbeleid en de Gebiedsplannen projecten van de grond te krijgen die leiden tot minder stikstof emissies 2) De provincie kiest voor doelsturing als oplossing om uit het vergunningenslot te komen en onderzoekt hoe zij een emissieplafond vorm kan geven in het Omgevingsbeleid, waarin zij afhankelijk is en blijft van landelijk beleid Daarmee zijn de Gebiedsplannen onderdeel van en één van de routes waarlangs we uit de vergunningencrisis willen komen.
6. Afstemming provinciaal en landelijk beleid onderdeel van proces De provincie is – zowel ambtelijk als bestuurlijk – continu in gesprek met het Rijk over de ZuidHollandse gebiedsgerichte aanpak als oplossing voor de knelpunten in het landelijk gebied, maar ook over de aanvullende middelen (geld) die nodig zijn om de Gebiedsplannen uitgevoerd te krijgen. We onderzoeken hoe we het gebiedsproces zo kunnen vorm geven dat we beleidsontwikkelingen die relevant zijn voor het landelijk gebied op tafel krijgen. Daarmee kunnen we tijdig signaleren of maatregelen gestapeld worden en / of tegenstrijdig gaan werken.
7. Opgaves worden ook binnenstedelijk geborgd Het Gebiedsplan (bijlage 1) zegt hier over: “Chemische waterkwaliteit: Bij het verminderen van chemische stoffen in KRW-waterlichamen gaat het o.a. om stoffen vanuit gewasbeschermingsmiddelen, maar er is daarnaast ook sprake van chemische stoffen afkomstig uit industrie en riolering. Wat betreft industrie valt dit niet binnen dit gebiedsplan; rondom chemische stoffen afkomstig uit riolering zijn waterschap en gemeente aan zet om overstorten zoveel mogelijk te voorkomen, evenals foutaansluiting van riolering aan oppervlaktewater.” Met andere woorden: het Gebiedsplan legt nadrukkelijk de verantwoordelijkheid voor verontreinigingen in het watersysteem bij gemeenten en waterschap. De gemeenten worden gevraagd de gebiedspartners te informeren over de binnen stedelijke opgaves en welke maatregelen er zijn doorgevoerd om de waterkwaliteit te verbeteren. Voor wat betreft waterberging wordt waar mogelijk binnenstedelijk meer ruimte gemaakt om water vast te kunnen houden, zodat aanvullende claims voor waterbergingsruimte in het landelijk gebied zoveel mogelijk voorkomen worden.