34.Memo Warmteprocesplan De Hoek Vogelenzang-Zuid Akkers-Centrum; Bijlage 7 - Energieconceptenvergelijking De Hoek
Tekst van het document
Nissewaard aardgasvrij
Vergelijking van verschillende manieren van verwarmen De Hoek
Colofon '
'
Datum 27 oktober 2022
'
'
'
Projectnummer 19556
'
'
'
Status Definitief
'
'
'
Opdrachtgever Gemeente Nissewaard
Uitgevoerd door DWA B.V. Harderwijkweg 7 2803 PW Gouda '
'
E-mailadres rogier.duijff@dwa.nl Telefoonnummer 06 – 112 213 73
Auteurs
'
Rogier Duijff – Adviseur energie
'
Joost Gerrits – Projectleider Peter Heijboer – Senior Adviseur
'
Martijn Koop – Projectleider
'
2
Inhoudsopgave
Aanleiding Opstellen wijkwarmteplan
4
Belangrijkste conclusies Warmtenet en all-electric meest kansrijk
14
Onderbouwing Technische analyse
22
Proces Van nu naar verder
40
Bijlagen Extra informatie
50
3
4
Subtitel '
Aanleiding Op weg naar een voorkeurstechniek voor het wijkwarmteplan
Wijkwarmteplan voor de wijk De Hoek is samen met de wijken Vogelenzang-Zuid & Akkers-Centrum gekozen als startgebieden in de Transitievisie Warmte van de gemeente Nissewaard. Dit betekent dat er voor deze twee gebieden als eerste een plan gemaakt wordt hoe we de wijken gaan verduurzamen: het wijkwarmteplan. Hierin staat welke stappen er door bewoners, de gemeente en andere partijen gezet moeten worden om in de toekomst woningen duurzaam te verwarmen, duurzaam warm water te maken en duurzaam te koken. Tot 2030 ligt de focus op het aardgasvrij-ready maken van de wijken. Dat betekent dat er de komende jaren nog gewoon aardgas gebruikt wordt, maar dat we stappen zetten om de woningen klaar te maken voor een toekomst zonder aardgas. De woningen zijn dan goed geïsoleerd, kunnen op de juiste temperatuur verwarmd worden en er wordt elektrisch gekookt. '
Om de juiste keuzes te maken voor het aardgasvrij-ready maken van de wijk, is het nodig te bepalen op welke techniek we in de periode na 2030 willen overstappen. Daarom worden in dit onderzoek drie technieken met elkaar vergeleken. Er is onderzocht wat die technieken betekenen voor particuliere woningeigenaren, huurders van woningen en andere woningeigenaren, zoals de woningcorporaties. Op basis van de resultaten gaan we met elkaar in gesprek om te kijken welke techniek de voorkeur heeft, en welke bezwaren verholpen moeten worden om de techniek toe te passen.
De ligging aan de rand van Spijkenisse zorgt ervoor dat er ruimte is om een warmtebron in de buurt te realiseren (zoals geothermie of restwarmte). Er zijn in deze drie wijken veel huurwoningen van corporaties: zij kunnen daarom veel woningen in één keer verduurzamen en hebben ook de ambitie dit te doen.
'
Dit onderzoek is onderdeel van een complex en meerjarig proces dat in oktober 2021 van start is gegaan. Er is gestart met het ophalen van de belangrijkste vragen en zorgen van bewoners, de belangrijkste uitgangspunten bij de warmtevoorziening van de toekomst en een analyse van de woningen in de wijk. Met dit onderzoek proberen we de vragen van bewoners en andere stakeholders zoveel mogelijk te beantwoorden. Deze rapportage geeft antwoord op deze vragen en presenteert de uitkomsten van het technische onderzoek. '
De Hoek start gemeente Nissewaard samen met woningstichting De Leeuw Van Putten een plan om de wijk te verbeteren. Hierbij aansluiten is een belangrijke ‘koppelkans’. Er zijn in deze wijken veel woningen dicht bij elkaar: dat maakt het makkelijk om aan te sluiten op bijvoorbeeld een warmtenet.
6
Visie gemeente: aardgasvrij-ready in 2030 In 2030 zijn we aardgasvrij-ready
'
Het doel van de gemeente voor De Hoek is een vitale wijk. De gemeente en woningcorporatie De Leeuw van Putten gaan aan de slag met het herstructueren van de wijk. Dat betekent dat de buitenruimte wordt
vernieuwd. Naast de herstructurering wil de gemeente de wijk ook aardgasvrij-ready maken, zodat we de werkzaamheden kunnen bundelen. Aardgasvrij betekent dat we geen aardgas meer
'
gebruiken voor het verwarmen van de woning, het
verwarmen van tapwater en om mee te koken. Aardgasvrij-ready betekent dat de woningen nog niet
'
helemaal, maar wel alvast geschikt zijn om over te stappen op een techniek zonder aardgas. Dit betekent dat de woningen:
• goed geïsoleerd zijn; • een verwarming hebben die geschikt is voor het verwarmen op lagere temperatuur; • voorzien zijn van elektrische kookaansluiting.
Aardgasvrij-ready was de ambitie van de gemeenteraad in 2020, bij het vaststellen van de Transitievisie Warmte, en heeft de focus in het wijkwarmteplan. Ook kijken we alvast vooruit: welke techniek willen we ná 2030? Warmtenet de voorkeur van de gemeente De gemeente wil inzetten op de aanleg van een warmtenet in Nissewaard. '
Belangrijkste redenen voor deze voorkeur zijn: • Een warmtenet heeft de laagste maatschappelijke kosten (de totale kosten voor de maatschappij). Bij maatschappelijke kosten is nog niet gekeken hoe de kosten verdeeld worden. • De gemeente bevindt zich in een echte warmteregio: er zijn veel warmtebronnen, zoals restwarmte uit de haven van Rotterdam, geothermie en aquathermie. • Voor elektrische oplossingen moet elektriciteit binnen de gemeente opgewekt worden. Hoe minder elektriciteit we gebruiken, hoe minder we op hoeven te wekken met windmolens en zonnepanelen.
Een warmtenet gebruikt minder elektriciteit dan een warmtepomp. Woningeigenaren keuze bieden Tegelijkertijd wil de gemeente zoveel mogelijk
keuzevrijheid houden bij haar bewoners. Bewoners verwarmen nu meestal op gas. Enthousiaste bewoners kunnen echter al overstappen op elektrische apparaten, zoals een warmtepomp.
'
De aanleg van een warmtenet biedt voor particuliere
woningeigenaren een extra keuze naast aardgas en verwarmen met elektriciteit. Hierdoor kunnen bewoners zelf kiezen op welke techniek zij over willen stappen. Gas is eindig Hoewel de gemeente de woningeigenaren zo lang
mogelijk keuzevrijheid wil bieden, is het eerlijke verhaal dat woningeigenaren op den duur geen gebruik meer kunnen maken van het aardgas. Uiteindelijk zullen bewoners dus moeten kiezen uit een duurzame optie.
7
Aardgas
Warmtenet (70⁰C)
Drie technieken in de mix Van deze technieken willen bewoners en andere stakeholders meer weten. De ontwikkeling van de aardgasvrije techniek heeft de afgelopen jaren niet stil gestaan. Er zijn al veel verschillende technieken om aardgasvrij te worden. Tijdens bijeenkomsten met bewonersgroepen zijn drie technieken gekozen om verder uit te werken. Hieronder wordt kort toegelicht waarom welke techniek is gekozen. Een uitleg van de systemen is te vinden in Bijlage B. 1. Aardgasketel. Dit is het huidige systeem, als referentie. 2. Aardgasketel met extra isolatie. Om te besparen op het gebruik. 3. Een hybride opstelling (gasketel + kleine warmtepomp). Naast de ketel staat een kleine luchtwarmtepomp, die de woning verwarmt in de lente en herfst. 4. Een warmtenet op 70 graden. Warmtenetten kunnen op verschillende temperaturen worden ontworpen. Met hoge temperatuur (90⁰C) is weinig isolatie nodig en geen aanpassingen aan de verwarming. Er zijn echter maar weinig (duurzame) bronnen die deze hoge temperatuur leveren. Bij lage temperatuur (40-50⁰C) zijn veel duurzame bronnen beschikbaar, maar moet er veel gedaan worden aan de woningen. Er is gekozen voor de tussenweg met een warmtenet op 70⁰C, waarbij duurzame bronnen als geothermie, restwarmte of aquathermie beschikbaar zijn en de ingrepen in de woningen worden beperkt. 5. De luchtwarmtepomp.
Dit is een zeer bewezen techniek en wordt daarom meegenomen in de analyse. Een voordeel van de luchtwarmtepomp is dat deze techniek individueel geplaatst kan worden. 6. Waterstofketel + kleine warmtepomp, ook wel hybride oplossing genoemd. In het begin werkt de ketel op aardgas om later in de tijd over te schakelen op waterstof. '
'
All-electric luchtwarmtepomp
Waterstofketel + kleine warmtepomp (hybride)
8
Vragen van bewoners
'
Op basis van bewonersbijeenkomsten en sessies met de stakeholders in de wijk is een uitgebreide vragen-
'
en zorgenlijst opgesteld, die we hebben meegenomen als kader bij dit onderzoek. Denk aan vragen als, of variaties op: •
Wat zijn de investeringen in de woning?
•
Wat zijn de jaarlasten voor gebruikers?
•
Zijn mijn investeringen terug te verdienen?
•
Hoe zijn de kosten verdeeld over particuliere eigenaren,
Kosten
huurders en corporaties? •
Wat zijn de totale kosten voor de wijk?
•
Hoe duurzaam is elke techniek?
•
Kan ik zelf kiezen voor een alternatief voor aardgas dat mijn
Duurzaamheid Organisatorisch
voorkeur heeft?
•
Hoe zorg ik ervoor dat ik in de toekomst niet teveel betaal voor energie?
•
Hoeveel ruimte is er nodig voor elke techniek in mijn woning?
•
Wat moet ik doen aan isolatie? En moeten mijn radiatoren aangepast worden?
•
Is de techniek op lange termijn betrouwbaar?
•
Moet de straat open voor deze techniek?
•
Sluiten we aan op kansen in de wijk?
Praktische vragen
Zoals te zien is, zijn de vragen onder te verdelen in vier hoofdgroepen. Het belangrijkste voor bewoners is de betaalbaarheid. Ook willen bewoners graag zien dat het werk dat in hun wijk wordt gestoken ook écht bijdraagt aan besparing van CO2 . Ook is er een aantal vragen die betrekking hebben op de organisatie van het nieuwe energiesysteem en een aantal praktische vragen.
9
Gekozen voorbeeldwoningen
'
De resultaten zijn weergegeven voor een aantal woningtypen dat veel voorkomt
'
in de buurt. Op basis van een analyse van data uit de BAG, RVO en eigen data is
Rijwoning 1980
Hoekwoning 1980
gekeken welke woningen het meest voorkomen. Op basis van deze analyse zijn drie woningtypen te onderscheiden. 1. Rijwoningen 1980 2. Hoekwoningen 1980
3. Maisonnettewoning 1980 Opvallend is dat de wijk vrij homogeen is wat betreft bouwjaren en woningtypen. De meeste woningen zijn rond 1980 gebouwd. Deze homogeniteit maakt een berekening op woningtypeniveau zeer geschikt.
Maisonnette 1980
Gemiddeld gasgebruik als uitgangspunt
'
Op basis van data van de netbeheerder is het huidige gasgebruik in de wijk in
'
kaart gebracht. Deze data is geanonimiseerd per postcode in verband met privacyregels. Op basis van deze cijfers is per woningtype een gasgebruik vastgesteld. Het in kaart brengen van het huidige gebruik is belangrijk, omdat het aardgasgebruik te vertalen is naar een warmtevraag, die later door een duurzame bron ingevuld gaat worden.
10
Kaarten met bouwperiode en type woning.
'
11
Tot slot... Leeswijzer
'
In dit rapport komen de belangrijkste onderdelen als eerste naar voren. In hoofdstuk 2 worden de
'
conclusies op hoofdlijnen gedeeld. Voor een snel begrip van de uitkomsten van het onderzoek is het
voldoende om alleen dit hoofdstuk te lezen. In hoofdstuk 3 vindt u de onderbouwing van de conclusies en de argumenten. Hierin staan de
'
belangrijkste tabellen, grafieken en andere uitkomsten van berekeningen. We leggen in dit hoofdstuk uit hoe we tot onze conclusies komen.
In hoofdstuk 4 is het proces geschetst van het opstellen van het wijkwarmteplan en hoe de resultaten in
'
dit rapport tot stand zijn gekomen. Ook kijken we door naar het vervolg van het proces. In de bijlagen is alle verdiepende informatie te vinden. Met name voor bewoners kan het interessant zijn
'
om de uitleg van de techniek en de samenhang tussen verschillende systemen in de woning door te lezen. Voor verdieping in het proces kunnen de bijlagen ‘keuze voorbeeldwoningen’ en ‘uitkomsten
'
woningbezoeken’ worden geraadpleegd. Ook alle uitkomsten van het model zijn te vinden in de bijlage.
12
Belangrijkste conclusies •
Isoleren loont
•
Warmtenet meest kansrijk
•
All-electric goed alternatief
•
Niet alle investeringen terug te verdienen
“We hebben relatief veel dakoppervlak. Volgens mij is het goed daarmee te beginnen” - bewoner De Hoek -
Conclusie 1: isoleren loont Zorgen dat alle woningen goed geïsoleerd zijn, is een belangrijke eerste stap.
Isoleren is om een aantal redenen aan te raden. 1. Het aardgasgebruik gaat omlaag. 2. De woning kan verwarmd worden met een lagere temperatuur. 3. De woning wordt comfortabeler. U heeft minder last van tocht en kou. Voor alle woningtypen is een investering in isolatie terug te verdienen. Dit betekent dat de investeringen binnen 15 jaar terugverdiend worden door de lagere jaarlasten. Voor de woningen gebouwd na 2000 hoeven de ramen, muren, wanden en vloeren niet verder geïsoleerd te worden. Naast het feit dat isolatie financieel aantrekkelijk is voor bewoners, is het ook soms een vereiste om techniek mogelijk te maken. Hoe meer je isoleert, hoe lager de temperatuur van het water dat door het afgiftesysteem (radiatoren, convectoren, vloerverwarming) stroomt. Met enkele isolatiemaatregelen is een warmtenet (70⁰C) mogelijk. Voor een warmtepomp (50⁰C) moet de woning verder geïsoleerd
worden. Tot slot is een goed geïsoleerde woning comfortabeler om in te wonen. Veel bewoners verwarmen nu bijvoorbeeld alleen de woonkamer of zetten de thermostaat een graadje lager. Bij de keuze voor meer comfort kan de besparing op het energiegebruik wel lager uitvallen.
15
Conclusie 2: warmtenet en all-electric meest kansrijk Uit de analyse komt naar voren dat een warmtenet het
'
meest kansrijk is voor de wijk, maar dat all-electric een goed alternatief biedt (voor iedereen die niet meedoet met de collectieve oplossing die het warmtenet biedt). Bij beide alternatieven zien we dat de jaarlasten voor
'
bewoners gelijk of lager zijn dan aardgas, maar er een ‘onrendabele top’ is als we kijken naar totale kosten (investeringen + jaarlasten over 15 jaar). Warmtenet: jaarlasten lager dan aardgas
'
Een warmtenet is qua jaarlasten gelijk of goedkoper
'
dan aardgas. Dit is met de huidige warmtetarieven (2022). In de toekomst zal warmte waarschijnlijk een stuk goedkoper worden, omdat de koppeling met de aardgasprijs losgelaten wordt. Er is wel een investering nodig om aan te sluiten op een warmtenet. Dit bestaat uit isolatie van de woningen en een aansluitbijdrage om
aan te sluiten op het warmtenet. De investering in isolatie is terug te verdienen. De investering om aan te sluiten op het warmtenet alleen met lagere warmteprijzen of aanhoudende hoge gasprijzen.
All-electric: hoge investeringen, lage jaarlasten All-electric komt ook als kansrijk naar voren. Dit komt vooral door de lage jaarlasten voor bewoners tijdens het gebruik. Tegenover de lage jaarlasten staat wel een zeer hoge investering. Het isolatiepakket dat nodig is voor allelectric is uitgebreider dan het pakket dat nodig is voor een warmtenet. Ook moet de woning geschikt gemaakt worden voor laagtemperatuurverwarming, waardoor de huidige radiatoren vervangen moeten worden door laagtemperatuurradiatoren of zelfs vloerverwarming. Tot slot moet geïnvesteerd worden in de warmtepomp, een buffervat en een buitenunit. Dit bij elkaar opgeteld zorgt voor een hoge investering. Ook is er veel ruimte in de woning nodig en moet er buiten een buitenunit staan. Deze buitenunit maakt geluid, wat als onprettig ervaren kan worden. Door de lage jaarlasten en hoge investering komt allelectric qua totale kosten in de buurt van een warmtenet, al zijn de totale kosten iets hoger. Ook bij deze optie is een onrendabele top, die groter is dan die van een warmtenet.
CO2-uitstoot laag voor beide alternatieven Zowel het warmtenet als all-electric hebben de mogelijkheid om volledig CO2-neutraal te worden. Wanneer nu de overstap wordt gemaakt naar een nieuw systeem, besparen we direct CO2. Om CO2-neutraal te worden, moeten buiten de woning nog stappen worden
gezet. • Voor all-electric luchtwarmtepompen moet alle benodigde elektriciteit duurzaam opgewekt worden. • Voor het warmtenet moeten de warmtebronnen stap voor stap verduurzaamd worden. Geothermie is al een zeer duurzame bron, al moet de elektriciteit van de
pompen duurzaam opgewekt worden. Restwarmte wordt duurzamer, omdat de industrie zelf ook moet verduurzamen. Tot slot kunnen op een warmtenet altijd andere duurzame bronnen aangesloten worden. Denk aan aquathermie, zonthermie of piekinstallaties op duurzaam gas (waterstof of groen gas).
16
“Kom met een systeem dat werkt en dan gaan wij wel kijken of we dat willen.” - bewoner Akkers-Centrum Maatschappelijke kosten warmtenet lager Een warmtenet is voor particuliere eigenaren het meest voordelig. Ook vanuit maatschappelijk oogpunt - en daarmee voor de gemeente - heeft een warmtenet de voorkeur. In de Transitievisie Warmte is uitgewerkt dat een warmtenet de laagste maatschappelijke kosten heeft. Dit zijn alle kosten (niet alleen voor particuliere eigenaren, huurders en woningeigenaren) voor de infrastructuur buiten de wijk,
opwek van warmte en opwek van elektriciteit. Daarnaast zijn warmtenetten en stadsverwarming geen nieuwe technieken en hebben deze zich al bewezen. Nissewaard ligt in een warmteregio Of een warmtenet kansrijk is, hangt ook af van de beschikbare bronnen. Nissewaard bevindt zich in een echte warmteregio. Er zijn veel bronnen om een warmtenet te voeden. Nissewaard heeft een vrij
unieke situatie, waarbij de ondergrond geschikt lijkt voor geothermie. Dit is een duurzame en betaalbare energiebron. Restwarmte uit de Haven Rotterdam is ook een optie. De hoofdtransportleiding loopt aan de overkant van het Hartelkanaal in de Botlek. Er zijn nog veel meer bronnen mogelijk, zoals aquathermie uit de Oude Maas, warmte uit rioolwater of duurzaam gas uit de haven voor piekinstallaties.
17
Conclusie 3: waterstof alleen bij zeer lage prijs haalbaar Waterstof alleen in meest gunstige scenario goedkoper dan aardgas en alleen met hybride opstelling
'
Verwarmen van woningen met waterstof is even duur of duurder dan aardgas en ook duurder dan warmtenetten en all-electric warmtepompen. De investeringen in de woning en aanpassing van het gasnet zijn zeer laag, maar de energiekosten van waterstof zijn zeer hoog. Alleen in een zeer gunstig scenario is
waterstof goedkoper dan aardgas. In alle scenario’s is waterstof aan te raden in combinatie met een kleine warmtepomp naast de waterstofketel, ook wel een hybride warmtepomp genoemd. Inzetten op waterstof is zowel een kans als een groot risico
'
Er is een kleine kans dat waterstof zeer goedkoop wordt. De prijs moet dan wel substantieel gaan dalen. In
'
dat geval kan waterstof een goed alternatief voor aardgas zijn. Er is ook een risico dat waterstof duur blijft.
In dat geval is een extra investering nodig om van de kleine warmtepomp (hybride opstelling) over te stappen op all-electric warmtepompen of een warmtenet. Ondertussen is er het risico dat de aardgasprijs verder stijgt en er veel betaald wordt totdat er een ander alternatief komt. Veel duurzame elektriciteit nodig voor waterstof, opgave naar CO2-neutraal groot
'
Er moet zeer veel duurzame elektriciteit opgewekt worden om waterstof CO2-neutraal te produceren. De
'
uitstoot van waterstof is daarom ook hoog, wanneer we kijken naar de landelijke energiemix. Waterstof is een belangrijke grondstof voor de industrie en kan gebruikt worden als brandstof voor vervoer.
'
Deze sectoren willen ook verduurzamen met waterstof. Het is dan ook de vraag of waterstof de komende decennia überhaupt beschikbaar komt voor het verwarmen van woningen. Daarnaast kan de concurrentie met andere sectoren de prijs opdrijven, waardoor de prijsdaling onwaarschijnlijk is.
18
Conclusie 4: op aardgas blijven is een financieel risico Met de huidige gasprijs zijn duurzame alternatieven goedkoper
'
In de berekeningen is gekeken naar de aardgasprijs op de lange termijn. Er wordt in dit rapport van
'
uitgegaan dat de huidige, zeer hoge, aardgasprijzen weer dalen om daarna langzaam te stijgen. Er is echter een kans dat aardgas duur blijft. Er is ook gekeken naar een hoger toekomstig tarief en
'
naar het tarief dat je betaalt als je nu een nieuw contract afsluit. In deze twee gevallen is aardgas nu al duurder (zowel qua jaarlasten als totale kosten over 15 jaar) dan een all-electric warmtepomp en het warmtenet. Aardgas is ook een risico
'
We weten niet hoe de prijzen zich gaan ontwikkelen. Daarom is de conclusie dat aardgas ook een
'
risico kan vormen. Op aardgas blijven, kan betekenen dat je veel betaalt wanneer de prijzen hoog blijven.
19
Conclusie vanuit verschillende perspectieven Particuliere eigenaar/bewoner Vanuit het oogpunt van particuliere woningeigenaren is de eerste conclusie dat isoleren een goede start is. Ze moeten investeren, maar dit is terug te verdienen door lagere jaarlasten. '
'
De jaarlasten voor een all-electric warmtepomp en het warmtenet zijn lager. De totale kosten over 15 jaar zijn echter hoger dan bij aardgas. Als we kijken naar investeringen en jaarlasten is er een onrendabele top voor particuliere eigenaren. De komende tijd wil de gemeente samen in gesprek. Wat is het bewoners waard dat hun woning comfortabel, waardevast en duurzaam is? En dat je niet meer afhankelijk bent van de schommelende gasprijs? Of zijn er aanvullende middelen nodig de transitie voor particulieren aantrekkelijk te maken? '
'
Huurder
Woningcorporatie
'
Voor huurders is het verduurzamen van de woning nu
Vanuit het oogpunt van de corporaties is een warmtenet
al aantrekkelijk. Zij hoeven niet te investeren in
het meest aantrekkelijk.
isolatie, de verwarming, aansluiting op het warmtenet of het plaatsen van een warmtepomp. Ze betalen in
De investeringen zijn lager dan voor all-electric.
principe enkel voor een elektrisch kookstel en nieuwe
Daarnaast zijn de onderhoudskosten laag en hoeft er
pannen.
geen herinvestering gedaan te worden.
De jaarlasten zijn voor zowel het warmtenet als de all-
Corporaties vinden het belangrijk dat de energielasten
electric luchtwarmtepomp lager dan voor aardgas. De
van de huurders gelijk of lager zijn dan van aardgas. Dit
all-electric luchtwarmtepomp is voor bewoners het
is zowel bij een warmtenet als bij all-electric het geval.
meest goedkoop, al vraagt dat wel een grote investering van de woningeigenaar.
Tot slot is de besparing op CO2 voor de corporaties van belang. Beide technieken zorgen direct voor een grote
Door isolatie van de woningen zal ook het comfort van
reductie op de CO2-uitstoot en bieden de mogelijkheid de
de woningen omhoog gaan.
warmtevoorziening CO2-neutraal te maken.
Let wel: deze conclusie is op basis van de trendlijn van de aardgasprijs. Wanneer de aardgasprijs hoog blijft, zijn all-electric warmtepompen en het warmtenet zowel qua jaarlasten als totale kosten goedkoper. '
20
21
Onderbouwing Technische analyse
'
Achtergrond: temperatuur techniek en isolatie Samenhang isolatie, temperatuur, afgiftesysteem,
'
Isolatiepakket per techniek
bestaat uit kierdichting, dakisolatie aan de binnenkant
'
'
Er zijn dus verschillende isolatiepakketen gekozen
tussen de dakbalken, isoleren van de kruipruimte en
Afhankelijk van de techniek is er gekozen voor een
voor verschillende technieken. Hierdoor verschillen de
HR++glas.
bepaalde isolatiegraad van de woningen. Dit komt
investeringen voor isolatie voor de verschillende
Voor woningen gebouwd na 2000 is geen extra isolatie
doordat niet alle technieken dezelfde temperatuur
technieken. Voor de technieken zijn de volgende extra
nodig.
water leveren aan het afgiftesysteem (radiatoren,
isolatiemaatregelen meegenomen.
convectoren en vloerverwarming) in de woning.
• Aardgasketels: geen extra isolatie vereist. Er is wel
warmtevraag en vermogen
'
'
• Aardgasketel
90⁰C
een besparingspakket gemaakt om te besparen op
• Warmtenet
70⁰C
de energiekosten. Dit bestaat uit kierdichting,
• Luchtwarmtepomp
50⁰C
dakisolatie aan de binnenkant tussen de dakbalken,
• Waterstof hybride
70⁰C
isoleren van de kruipruimte en HR++glas. • Warmtenet: extra isolatie is aan te raden. Het
Hoe beter een woning geïsoleerd is, hoe lager de
pakket bestaat uit kierdichting, dakisolatie aan de
temperatuur kan zijn in het afgiftesysteem. Wel moet
binnenkant tussen de dakbalken, isoleren van de
het afgiftesysteem vergroot worden. Dat betekent dat
kruipruimte en HR++glas.
'
er extra radiatoren geplaatst worden of dat bestaande
• All-electric luchtwarmtepomp: zware isolatie nodig.
radiatoren vergroot worden. Bij zeer lage temperatuur
Het pakket bestaat uit kierdichting, een nieuw dak
(50⁰C) is vloerverwarming aan te raden.
met goede isolatie, isoleren van de kruipruimte,
Bij betere isolatie is het energiegebruik en het
isoleren van de wanden van binnenuit en het
maximale vermogen dat nodig is om de woning te
plaatsen van HR++glas.
verwarmen lager.
• Waterstof hybride. Isoleren aan te raden voor
Aardgas
Warmtenet /waterstof
All-electric luchtwarmte pomp
Mate van isolatie
Afgiftetemperatuur
Oppervlakte afgiftesysteem Warmtevraag en verwarmingsvermogen
optimaal gebruik van de warmtepomp. Het pakket
23
Samenvating technische analyse De conclusies uit het vorige hoofdstuk zijn getrokken op basis van een technische analyse van de systemen. In dit hoofdstuk zijn de resultaten weergegeven. Eerst wordt een samenvatting van de resultaten gegeven. Deze is te vinden in de tabel op de volgende pagina. In het volgende onderdeel wordt verder ingegaan op de verschillende vragen van bewoners. '
De spreiding die te vinden is in de tabellen is voor de verschillende woningtypen in het onderzoek. De kosten en investeringen zijn bepaald op basis een langetermijnverwachting van de prijzen. Daarin is de verwachting dat aardgas goedkoper (1,32) is dan in het voorjaar van 2022 (2,50). Het is met de huidige ontwikkelingen goed mogelijk dat deze prijzen en investeringen in de toekomst anders uitvallen. '
Aardgas aantal grote nadelen Aardgas heeft een aantal grote nadelen die ervoor zorgen dat we het gebruik ervan voor 2050 willen stoppen, ondanks een aantal voordelen die aardgas biedt.
Het belangrijkste argument is dat het gebruik van aardgas zorgt voor veel uitstoot van CO2 en de techniek niet CO2-neutraal te maken is. Daarnaast wordt aardgas steeds duurder, waardoor de energielasten hoog zijn. Dit hangt samen met de betrouwbaarheid op lange termijn. Door de afbouw van de aardgasproductie in Groningen zijn we in steeds grotere mate afhankelijk van het buitenland voor ons aardgas.
Warmtenet scoort gemiddeld op alle onderdelen Wat opvalt aan een warmtenet is dat het gemiddeld scoort op alle vragen van de bewoners. De jaarlasten zijn gelijk of lager met aardgas (na het toepassen van isolatie). Er is een investering nodig, maar die is minder dan de optie met een eigen warmtepomp. Daarnaast
moet een aansluitbijdrage betaald worden, maar deze is lager dan de aanschaf van een eigen warmtepomp. Het ruimtegebruik in de woning is lag. Er moet enkel een afleverset geplaatst worden.
Isoleren matigt nadelen van aardgas Omdat er nog steeds verwarmd wordt op aardgas, gelden nog steeds dezelfde nadelen. Investeren in isolatie zorgt voor een betere balans van kosten. Er moet geïnvesteerd worden in de woning, maar de jaarlasten zijn een stuk lager. Hierdoor zijn de kosten over een langere periode lager. Ook is de kostenverdeling evenwichtiger tussen woningeigenaar en bewoner, wat gunstig is voor huurders.
De nadelen van een warmtenet zijn dat de straat open moet voor nieuwe infrastructuur. Daarnaast is de
keuzevrijheid beperkt. Woningeigenaren kunnen kiezen of ze wel of niet aansluiten op een warmtenet. Aansluiten kan direct bij de aanleg, maar kan ook daarna nog plaatsvinden. Mogelijk zijn de kosten dan wel hoger, omdat de straat opnieuw open moet. Na aansluiting zijn bewoners afhankelijk van een partij, maar beschermd
voor te hoge tarieven door de ACM.
24
Tabel 1: Samenvatting resultaten
Aardgas
Aardgas+ isoleren
Aardgas
Warmtenet
Lucht
+hybride
70 ⁰C
warmte
hybride
+isoleren
+ isoleren
pomp
+ isoleren
+zwaar
All-electric zowel grote voor- als nadelen De optie met een all-electric luchtwarmtepomp valt op
Waterstof
isoleren
door de grote voordelen, maar ook door de grote
Financieel (prijspeil Q1 2022, inclusief BTW)
nadelen. De investeringen in de woning zijn zeer hoog.
Investering in de woning: [€]
€2.100 – €2.100
€7.200 – €8.800
€10.200 – €12.600
€13.300 – €18.000
€24.600 – €30.300
€11.800 – €14.200
Integrale jaarlasten [€/jaar]
€2.910 – €3.180
€2.590 – €2.810
€2.430 – €2.670
€2.420 – €2.570
€2.110 – €2.260
€2.900 €3.170
bewoner. Hierdoor is de verdeling van kosten ongelijk.
Totale kosten (15 jaar) [€]
€44.200 – €48.000
€44.700 – €49.300
€45.300 – €51.000
€48.300 – €55.200
€55.100 – €62.800
€53.600 – €59.900
Voor all-electric luchtwarmtepompen moet veel
Terugverdienen investering [jaar]
15 jaar
15 jaar
15+ jaar
15+ jaar
Niet
gedaan worden in de woning, zowel qua isolatie als
Verdeling over partijen
Bewoner betaald
Kosten verdeeld
Kosten verdeeld
Kosten verdeeld
Eigenaar betaalt
Bewoner betaalt
Maatschappelijke kosten
Gemiddeld
Laag
Gemiddeld
Gemiddeld
Hoog
Hoog
2.800 – 3.150
2.400 – 2.650
1.950 – 2.200
1.400 – 1.500
1.500-1.650
2.600 – 4.100
Nooit
Nooit
Nooit
Haalbaar
Haalbaar
Grote opgave
Altijd vrije keuze
Altijd vrije keuze
Altijd vrije keuze
Aansluiten of niet
Altijd vrije keuze
Altijd vrije keuze
Toekomst niet teveel betalen
Eigen contract
Eigen contract
Eigen contract
ACM tarieven
Eigen contract
Eigen contract
Ruimte nodig in de woning
50x50 cm
50x50 cm
100x50 cm
50 x 50 cm
100x150 cm binnen + 50x 100 cm buiten
100 x 50
Geen aanpassingen
Beperkt isoleren
Beperkt isoleren
Beperkt isoleren
Zwaar isoleren Aanpassen verwarming
Beperkt isoleren
Aardgas eindig
Aardgas eindig
Aardgas eindig
Flexibele infrastructuur
Duurzame elektriciteit
Onzekerheid waterstof
Huidig gasnet
Huidig gasnet
Huidig gasnet
Warmtenet
Elekctra net
Huidig gasnet
Aardgas nodig
Aardgas nodig
Aardgas nodig
Lokale warmte bron
Elekctriciteit nodig
Waterstof nodig
Deze worden betaald door de eigenaar. De jaarlasten zijn daarentegen zeer lag. Die worden betaald door de
aan het afgiftesysteem. Waterstof grote nadelen, weinig voordelen
Duurzaamheid
Zoals te zien is, heeft de optie met waterstof grote
CO2 uitstoot kg CO2/woning/jaar
nadelen en een paar grote voordelen. Voordeel is de
CO2 neutraal te maken
lage investering in de woning en het feit dat het gasnet
Organisatorisch
hergebruikt kan worden.
Zelf kiezen alternatief
Groot nadeel zijn de hoge energielasten die bewoners betalen. Hierdoor ligt de verdeling van de kosten
vooral bij de bewoners. Ook is de uitstoot van CO2 hoog, omdat er veel elektriciteit nodig is voor de productie van waterstof. Deze energie wordt nog niet duurzaam opgewekt. Het duurzaam opwekken van deze elektriciteit is een zeer
grote uitdaging.
Aanpassingen woning Betrouwbaar op korte/lange termijn Moet de straat open Aansluiten lokale kansen
25
Resultaten technische analyse Beeld hetzelfde voor de verschillende woningtypen
'
De technische analyse is gedaan op basis van een aantal technieken en woningtypen. Op hoofdlijnen
'
zijn de conclusies hetzelfde voor de verschillende woningtypen. Door de verschillende karakteristieken van de woning kunnen er echter verschillen ontstaan. Daarom zijn per onderdeel vier grafieken weergegeven, voor elk woningtype één. Op deze manier kan het verschil tussen de woningtypen in beeld worden gebracht. Investeringen
'
De eerste vraag van bewoners is “Wat zijn de investeringen in de woning?”. Daarom zijn voor de
'
verschillende technieken de investeringen bepaald. De resultaten zijn te zien in Figuur 1 tot en met 3. Zoals te zien is, zijn de investeringen het laagst voor aardgas. Wanneer de cv-ketel vervangen moet worden, hoeft enkel een nieuw model geplaatst te worden. Voor isolatie en het plaatsen van een hybride warmtepomp zijn de investeringen hoger.
Van de duurzame technieken hebben een warmtenet en waterstof de laagste investeringen. Dit komt
'
doordat er voor deze technieken minder strenge isolatie nodig is. Bij deze optie wordt alleen de vloer extra geïsoleerd, het dak aan de binnenkant geïsoleerd en HR++glas geplaatst. Bij een warmtenet moet daarnaast geïnvesteerd worden in aanpassing van de radiatoren, elektrisch koken en de aansluitbijdrage om aan te sluiten op het warmtenet.
26
Voor waterstof moet geïnvesteerd worden in elektrisch
'
koken en een hybride warmtepomp. All-electric warmtepompen hebben een zeer hoge
'
investering nodig. Het isolatiepakket voor deze techniek is strenger. Het dak wordt vervangen en de wanden worden van binnenuit extra geïsoleerd door middel van een voorzetwand. De vloerisolatie en HR++glas is
hetzelfde als bij een warmtenet. Ook zijn de investeringen in de woningen hoger. De radiatoren
Figuur 1: Investeringen hoekwoning 1980
Figuur 2: Investeringen rijwoning 1980
moeten vervangen worden door grote exemplaren of er moet vloerverwarming aangelegd worden. Tot slot moet er geïnvesteerd worden in de warmtepomp, de buitenunit en een buffervat. De hoogte van de investering is afhankelijk van het
'
soort woning. Hoe groter de woning, hoe hoger de investering. Dit komt omdat er meer isolatiemateriaal gebruikt moet worden. De investering komt voor rekening van de bezitter van
'
de woning, dus de verhuurder van de woning of de particuliere eigenaar.
Figuur 3: Investeringen maisonnette 1980
'
27
Naast alle investeringen zijn ook subsidies, zoals ISDE
'
of SEH, meegenomen in de berekening. Voor particuliere
eigenaren bestaat deze vooral uit de ISDE-subsidie. Voor de samenvattende tabel zijn drie kleuren
'
aangehouden. Groen is dezelfde of een lagere investering als voor aardgas. Oranje is de middelste 33% van de investeringen, rood de hoogste 33%%. Jaarlasten
'
De jaarlasten zijn belangrijk voor bewoners. Voor
Figuur 4: Jaarlasten hoekwoning 1980
Figuur 5: Jaarlasten rijwoning 1980
'
particuliere eigenaren, omdat ze een investering terug willen verdienen, voor huurders omdat ze niet meer willen betalen dan nu. De jaarlasten zijn te vinden in
Figuur 4 tot en met Figuur 6. Een deel van de jaarlasten bestaat uit de kosten voor elektriciteit voor huishoudelijk gebruik. Deze zijn onafhankelijk van het elektriciteitsgebruik voor het verwarmen van de woning, het maken van tapwater en elektrisch koken. Daarom zijn deze kosten als constant genomen. Figuur 6: Jaarlasten maisonnette 1980
28
Bij een warmtenet zien we dat de jaarlasten over het
De jaarlasten van waterstof zijn zeer hoog, zelfs
algemeen lager zijn dan voor aardgas. Deze kosten
wanneer wordt geïnvesteerd in isolatie en een hybride
bestaan voor een groot deel uit kosten voor warmte uit
warmtepomp wordt gebruikt. De hoge energielasten
het warmtenet. In de berekening is uitgegaan van
van waterstof zijn te wijten aan het feit dat waterstof
werkelijke tarieven van Vattenfall en Eneco in
niet natuurlijk voorkomt en altijd geproduceerd moet
Rotterdam. Deze tarieven zijn hoger ten opzichte van
worden met bijbehorende energieverliezen. Hierdoor
voorgaande jaren. Toch zien we dat de tarieven lager
zal de prijs per GJ waarschijnlijk niet lager worden dan
zijn dan de maximale tarieven van de ACM. Dat
de prijs per GJ van aardgas.
'
bedrijven niet het maximale tarief vragen is een goed
Particulier eigenaar
Huurder
Verhuurder
✔ Bewoner ✔ Eigenaar
✔ Bewoner ✖ Eigenaar
✖ Bewoner ✔ Eigenaar
teken. Een klein deel van de energielasten zijn voor het
Jaarlasten hangen af van woningtype
elektrische koken. Bij een warmtenet betaal je niet
Bewoners van maisonnettewoningen hebben over het
apart voor onderhoudskosten. Dit zit in de prijs van
algemeen lagere jaarlasten dan bewoners van
voor de jaarlasten. Groen zijn de laagste jaarlasten,
warmte inbegrepen.
rijwoningen of hoekwoningen. Dit komt omdat het
oranje gemiddelde jaarlasten en rood hoge jaarlasten.
In de samenvattende tabel zijn drie kleuren aangehouden
'
energiegebruik lager is. Energielasten bestaan uit een De jaarlasten van all-electric warmtepompen zijn het
vast tarief en een tarief per gebruikte hoeveelheid
laagst. Dit komt omdat er weinig energie duurzaam
energie. Omdat maisonnettewoningen minder energie
De totale kosten zijn de investeringen en de jaarlasten
opgewekt hoeft te worden, dankzij de goede isolatie.
gebruiken, is het deel vastrecht in verhouding groter.
over 15 jaar, waarbij de jaarlasten met een netto
Daarnaast haalt een warmtepomp een groot deel van
Omdat het vastrecht van gas kleiner is, komt de optie
contante waarde berekening teruggerekend worden naar
de warmte gratis uit de buitenlucht. Het overige deel
aardgas met isolatie en een hybride warmtepomp voor
kosten van vandaag. De totale kosten geven een
van de warmte komt uit elektriciteit, wat goedkoper is
deze woningen als laagste naar voren.
totaalbeeld van de kosten van een techniek. De totale
dan aardgas.
Totale kosten over 15 jaar
'
kosten zijn weergegeven in Figuur 7 tot en met Figuur 9. De jaarlasten zijn verdeeld over eigenaar en bewoner.
Zoals te zien is, zijn de totale kosten van aardgas lager
Hierdoor zijn de energielasten van deze techniek zeer
De energielasten zijn voor de bewoner, het onderhoud
dan van andere varianten.
laag. Bij een warmtepomp zijn er kosten voor het
voor de eigenaar.
onderhoud aan alle systemen.
29
De duurzame varianten hebben hogere totale kosten. De jaarlasten van de duurzame opties zijn lager dan de
jaarlasten voor aardgas. Deze jaarlasten zijn echter niet laag genoeg om de investering terug te verdienen binnen 15 jaar. In dit geval spreken we over een onrendabele top, die in dit geval bij de eigenaar van de gebouwen ligt.
Het warmtenet heeft van de duurzame technieken de laagste totale kosten. De investering is beperkt, terwijl de jaarlasten niet al te hoog zijn.
Figuur 7: Totale kosten 15 jaar hoekwoning 1980
Figuur 8: Totale kosten 15 jaar rijwoning 1980
Een all-electric warmtepomp heeft hogere totale kosten
'
door de grote investering en het onderhoud, waardoor
ondanks de lage jaarlasten de totale kosten hoog uitkomen. Waterstof heeft hoge totale kosten. Dit komt door de
'
hoge energielasten.
Figuur 9: Totale kosten 15 jaar maisonnette 1980
30
Energiegebruik
'
De jaarlasten zijn bepaald op basis van het
'
energiegebruik van de woningen, dat op basis van het werkelijke energiegebruik dat uit data van Stedin is verkregen. Ook voor de berekening van de CO2-uitstoot is het energiegebruik van belang. Isolatie zorgt voor een afname van het energiegebruik in
'
de woning. Hierdoor hoeft minder energie (duurzaam) opgewekt te worden. Elke woning heeft een deel van het energiegebruik nodig
Figuur 10: Energiegebruik hoekwoning 1980
Figuur 11: Energiegebruik rijwoning 1980
'
voor huishoudelijk elektriciteitsgebruik. Dit is de gele balk bij de optie ‘Aardgas’. Deze is voor alle varianten
constant. Zoals te zien is het huishoudelijke elektriciteitsgebruik klein in vergelijking met het energieverbruik voor verwarming. De rest van de energievraag komt uit gas, warmte of
'
waterstof. Bij opties met een warmtepomp komt een deel van de energie uit de buitenlucht, en een klein deel uit elektriciteit. Zoals te zien gebruiken de rij- en hoekwoningen meer
'
energie dan de maisonnettewoningen. Figuur 12: Energiegebruik maisonnette 1980
31
CO2-uitstoot Aan de hand van het energiegebruik kan bepaald worden hoeveel CO2-uitstoot elke techniek heeft. '
Dit is een lastige vergelijking, omdat warmtenetten, warmtepompen en waterstof allen uiteindelijk CO2neutraal kunnen zijn. Daarom is gekeken naar de huidige energiemix van aardgas en elektriciteit in heel Nederland. Voor elektriciteit betekent dit dat een deel groene stroom en een deel grijze stroom wordt gebruikt, naar verdeling van de Nederlandse opwek van stroom. Dit is een eerlijke vergelijking, omdat het weergeeft hoeveel er nog moet gebeuren om een techniek CO2neutraal te maken. Voor warmtenetten zijn uitstoot kentallen van geothermie en restwarmte gebruikt, omdat dit de mogelijke bronnen zijn.
Figuur 13: CO2-uitstoot hoekwoning 1980
Figuur 14: CO2-uitstoot rijwoning 1980
Zoals te zien hebben de opties met aardgas de hoogste CO2-uitstoot. Isoleren en het plaatsen van een hybride warmtepomp zorgen wel voor een reductie van de uitstoot. Uiteindelijk zijn de opties met aardgas niet CO2neutraal te maken. Warmtenetten stoten weinig uit, en worden door het gebruik van duurzame bronnen steeds duurzamer. Uiteindelijk zijn ze CO2-neutraal te maken. Figuur 15: CO2-uitstoot maisonnette 1980
32
Hetzelfde geldt voor all-electric. Hierbij moet vooral duurzaam opgewekte elektriciteit opgewekt worden.
Daarnaast is er elektriciteit nodig voor het
Opgave naar CO2-neutraal
'
'
In de samenvattende tabel zijn de technieken met de laagste 33% uitstoot groen, de hoogste 33% rood en de tussenliggende waarden oranje. '
Opgave naar CO2-neutraal Om geheel naar een CO2-neutrale warmtevoorziening te komen moeten nog extra stappen gezet worden. In of buiten de wijk moet duurzame elektriciteit opgewekt worden. Duurzame warmte moet geproduceerd worden en waterstof moet gemaakt worden uit duurzame elektriciteit. De hoeveelheid warmte en elektriciteit die nodig is per techniek is hiernaast weergegeven. De opties met aardgas zijn niet weergegeven, omdat deze opties niet CO2-neutraal te maken zijn.
Warmtenet
Lucht warmtepomp
Waterstof hybride
8 zonnepanelen per woning
16 zonnepanelen per woning
35 zonnepanelen per woning
huishoudelijk gebruik. Dit komt neer op ongeveer 8
zonnepanelen voor elke woning in de wijk. Bij de optie met een luchtwarmtepomp is meer
'
elektriciteit nodig, omdat naast huishoudelijk gebruik ook de warmtepomp elektriciteit nodig heeft. De 16 zonnepanelen die daarvoor per woning nodig zijn
'
'
'
of
of
of
40% van een windmolen (voor hele buurt)
80% van een windmolen (voor hele buurt)
1.8 windmolens (voor hele buurt)
passen waarschijnlijk niet op de daken. Er zal dus elektriciteit buiten de wijk opgewekt moeten worden. Voor waterstof is het meeste elektriciteit nodig. Dit zal
'
veelal buiten de buurt opgewekt moeten worden.
en 15% van een geothermie bron
Zoals te zien is voor het warmtenet een bron nodig van warmte. Voor de wijk is ongeveer 15% van een 12 MW geothermiebron met piekvoorziening nodig. Dat betekent dat er naast dit gebied zeven gebieden moeten aansluiten om een geothermiebron optimaal te benutten. '
33
Keuzevrijheid bij elk alternatief Een andere vraag van bewoners gaat over de keuzevrijheid voor het kiezen van een techniek. Bewoners kunnen niet kiezen om voor altijd op het aardgas te blijven, zij mogen (2022) wel kiezen welke duurzame techniek zij op over willen stappen en wanneer zij dat willen doen. '
'
Bij een warmtenet kan er gekozen worden om wel of niet aan te sluiten. Omdat het warmtenet op een bepaald moment aangelegd wordt, kunt u op dat moment kiezen. U kunt over het algemeen niet kiezen tussen verschillende leveranciers. Wel wordt u beschermd door de ACM. Ook zijn er andere manieren om een warmtenet te exploiteren, bijvoorbeeld een coöperatiemodel. Dan participeren bewoners zelf in het warmtebedrijf. Bij een open net waar een beheerder de infrastructuur beheert, kunnen ook meerdere partijen actief zijn. Dan heb je als consument wel keuzevrijheid. '
Bij een luchtwarmtepomp hebben woningeigenaren veel keuzevrijheid. Zij kiezen zelf wanneer ze overgaan op een aardgasvrije techniek. Ook zijn woningeigenaren vrij om naar andere warmtepomp opties te kijken, zoals een PVT-warmtepomp of een ventilatiewarmtepomp. Na de overstap bent u vrij om '
te wisselen van energieleverancier (die de benodigde elektriciteit levert). '
Bij waterstof hangt de keuze ook af van de beschikbaarheid van waterstof. Dit is een voorwaarde waar consumenten weinig invloed op hebben. Bij de keuze voor waterstof kiest een bewoner daarom vooral voor wachten en het risico lopen dat waterstof beperkt beschikbaar is of beschikbaar is voor een hoge prijs. Bij waterstof kunt u net als bij aardgas kiezen voor uw energieleverancier. '
'
door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De
'
gedachte was dat warmte uit een warmtenet niet
duurder mag zijn dan warmte uit aardgas. Daarom zijn de ACM-tarieven gekoppeld aan de aardgasprijs. '
Dit was een goede oplossing toen de aardgasprijzen laag waren. Met de huidige hoge aardgasprijzen zijn de maximale tarieven van ACM echter hoog. De
verwachting is daarom dat de warmtetarieven van ACM losgekoppeld worden van de aardgasprijs, en daardoor lager wordt. Dit wordt waarschijnlijk geregeld in de nieuwe warmtewet, die nu uitgewerkt wordt.
Niet te veel betalen in de toekomst De vraag naar keuzevrijheid heeft ook te maken met de wens van bewoners om niet te veel te betalen. De vraag was hoe bewoners beschermd worden tegen te hoge prijzen in de toekomst. '
'
Bij aardgas worden consumenten beschermd door de vrije markt. Wanneer uw leverancier te duur is, kunt u overstappen op een andere leverancier. Omdat aardgas schaarser wordt, is er echter wel een risico dat het duurder wordt. Daarnaast is er het risico dat in de toekomst een heffing komt op CO2-uitstoot. '
Met een luchtwarmtepomp kunt u zelf uw leverancier
'
van elektriciteit kiezen. Hiermee bent u beschermd tegen te hoge tarieven. Ook verlaagt de overheid de belasting op (duurzame) elektriciteit, om het gebruik ervan te bevorderen. Ook kunt u zelf elektriciteit opwekken met bijvoorbeeld zonnepanelen. Bij waterstof kiest u ook uw leverancier. De kans is
'
echter groot dat waterstof duurder blijft dan aardgas.
Bij een warmtenet worden consumenten beschermd
'
34
Betrouwbaarheid op de lange termijn Voor de betrouwbaarheid is gekeken naar zowel de korte als de lange termijn. '
'
Aardgas is op de lange termijn niet meer te gebruiken. Maar ook op de korte termijn vormt aardgas een risico. Met het afbouwen van de eigen gaswinning zijn we afhankelijk van de levering en de prijs van het buitenland. Dit maakt de onzekerheid groter over de prijsontwikkeling van aardgas. '
Een warmtenet is zeer betrouwbaar. Door in te zetten op meerdere warmtebronnen wordt de zekerheid vergroot. Het wegvallen van een van de bronnen kan dan worden opgevangen door andere bronnen. In eerst instantie is gekeken naar geothermie en restwarmte als warmtebronnen, met nog extra piekinstallaties. Geothermie is zeer leveringszeker, wanneer de productie op gang is gebracht kan minimaal 30 jaar lang warmte uit dezelfde put worden geleverd. Hoewel de verwachting is dat de aard van de industrie in de Rotterdamse haven zal veranderen, is de verwachting dat ook in de toekomst veel restwarmte beschikbaar is. In de toekomst kunnen makkelijk nieuwe bronnen worden aangesloten op het warmtenet. Hierdoor is een warmtenet flexibel naar de toekomst. '
Bronnen waar aan gedacht kan worden zijn aquathermie, zonnewarmte of piekinstallaties op waterstof of groen gas. '
All-electric is naar verwachting op de korte en lange termijn betrouwbaar. De belasting van het elektriciteitsnetwerk (netcongestie) is echter belangrijk om in de gaten te houden.
Bij all-electric luchtwarmtepompen zullen zowel de
'
transformatoren in de wijk als de elektriciteitskabels in
de grond vervangen moeten worden. De straat moet dan op veel plekken in de buurt open worden gemaakt.
'
Waterstof kan op korte termijn niet toegepast worden, omdat het niet beschikbaar is en niet door het gasnet getransporteerd wordt. Het is onzeker of waterstof in de toekomst beschikbaar komt tegen een prijs waarbij het goedkoper is dan all-electric of een warmtenet. '
Aansluiten lokale kansen
'
Hebben we voldoende oog voor een samenloop van
'
omstandigheden, voor wat er speelt in de wijk en voor
kansen die zich over tijd voordoen? Een warmtenet sluit goed aan bij de lokale kansen.
'
Door de ligging nabij de haven van Rotterdam is er veel restwarmte beschikbaar. Ook is de regio van Nissewaard geschikt voor geothermie. De ligging aan
Werkzaamheden in de wijk Voor aardgas kan de huidige infrastructuur blijven liggen. Ook bij waterstof kan het huidige gasnet, met een aantal kleine aanpassingen, gebruikt worden. Mogelijk moeten er aanpassingen worden gedaan aan het elektriciteitsnet in de wijk voor elektrisch rijden en elektrisch koken. Het gaat dan vooral om het vergroten van de capaciteit van de transformatoren.
de Oude Maas maakt aquathermie mogelijk. Daarmee
Bij een warmtenet komt er nieuwe infrastructuur in de wijk. De straat moet dan open, maar dit kan eventueel gecombineerd worden met de herstructureing.
voordoet, moet er wel veel elektriciteit opgewekt
'
'
'
ligt de stad in een echte warmteregio, en zijn er veel kansen te benutten. Waterstof sluit aan op de kans dat er in de
'
Rotterdamse haven waterstof beschikbaar komt. Dit zou eventueel ook gebruikt kunnen worden voor de woningen in de wijk. Hoewel deze kans zich lokaal worden op land of op zee.
35
All-electric maakt weinig gebruik van lokale kansen. Er is veel elektriciteit nodig voor de warmtepompen. Deze elektriciteit zal niet allemaal binnen de buurt of gemeente opgewekt kunnen worden. '
Ruimtegebruik en aanpassingen in de woning De ruimte die nodig is in de woning verschilt per techniek. Cv-ketels zijn tegenwoordig vrij klein. Hiervoor moet een ruimte van ongeveer 50 x 50 x 90 (lengte, diepte, hoogte) cm vrij zijn. Andere technieken hebben een ander ruimtegebruik.
Aardgas
Warmtenet (70⁰C)
All-electric luchtwarmtepomp
Waterstof ketel + kleine warmtepomp (hybride)
'
'
Een warmtenet heeft in de woning weinig ruimtegebruik. Enkel een afleverset van ongeveer 55 x 35 x 55 cm. Daarnaast moet er vanuit de straat een warmteleiding naar de plek van de cv worden aangelegd. De cv bevindt zich meestal op zolder. '
Een all-electric luchtwarmtepomp heeft veel ruimte nodig in de woning. Voor de warmtepomp en een buffervat voor warmtapwater moet ongeveer ruimte van 100 x 150 x 180 cm vrij zijn. Daarnaast is er ruimte voor een buitenunit nodig van ongeveer 100 x 50 x 60 cm, afhankelijk van het vermogen. Ook moeten er leidingen tussen de warmtepomp en de buitenunit worden aangelegd. '
Het ruimtegebruik van waterstof hybride is iets
waarbij met een kleine schoorsteen lucht aan- en
'
'
kleiner. Ongeveer 110 x 50 x 90 cm is nodig in de
afgezogen wordt.
woning voor de ketel en een kleine warmtepomp. Ook
is er bij veel typen een buitenunit nodig, al kan deze kleiner zijn dan de buitenunit van een all-electric luchtwarmtepomp. Er zijn ook hybride warmtepompen
36
Robuustheid uitkomsten De resultaten die hiervoor gepresenteerd zijn hebben een aantal achterliggende aannames. Om deze aannames te kunnen beoordelen is steeds met scenario’s gewerkt. '
Gasprijzen Voor de berekening is uitgegaan van een gasprijs van € 1,32/m3 aardgas. Dit is lager dan de huidige aardgasprijs. Er wordt van uitgegaan dat de prijs na de huidige crisis weer gaat dalen. Wat de prijs werkelijk doet is echter onzeker. '
Figuur 16: Totale kosten rijwoning 1980, gasprijs € 1,32
Figuur 17: Totale kosten rijwoning 1980, gasprijs € 1,80
'
In het hoge scenario gaan we uit van een aardgasprijs van € 1,80/m3 aardgas. In dat geval zijn de jaarlasten en de totale kosten over 15 jaar van een warmtenet lager dan bij het gebruik van aardgas. '
Momenteel is de aardgasprijs uitzonderlijk hoog, € 2,50/m3 aardgas in juni 2022. Bij deze prijzen zijn alle duurzame opties goedkoper dan aardgas, zowel qua jaarlasten als de totale kosten over 15 jaar. '
Figuur 18: Totale kosten rijwoning 1980, gasprijs € 2,50
37
ACM-tarieven warmte
'
Voor de berekening van de energielasten voor de optie
'
met een warmtenet is uitgegaan van warmtetarieven van Vattenval in Rotterdam in 2022. De tarieven van warmte zijn momenteel hoog. Dit
'
komt omdat de maximale warmtetarieven gekoppeld zijn aan de aardgasprijs. Dit is ooit gedaan om
consumenten die aangesloten zijn op een warmtenet te beschermen tegen te hoge kosten. Zij kunnen immers niet wisselen van aanbieder. Omdat momenteel de aardgasprijs echter is gestegen, is deze regeling achterhaald, en werkt hij zelfs averechts. De maximale tarieven zijn daarom zeer hoog. Bij het
Figuur 19: Totale kosten rijwoning 1980, zeer lage waterstofprijs maar met een hybride opstelling
Waterstof in een gunstig scenario goedkoper
Figuur 20: Totale kosten rijwoning 1980, zeer lage waterstofprijs maar met een ketel in plaats van hybride opstelling
In die situatie, in combinatie met een kleine
'
'
Waterstof is alleen toepasbaar als de prijs in de
warmtepomp (hybride opstelling) kan waterstof
zeer dure optie qua jaarlasten en qua totale kosten
toekomst zeer laag wordt (6 euro/kg). In het basis
goedkoper worden. De totale kosten komen dan iets
over 15 jaar. Dit is te zien in figuur 19.
scenario wordt gerekend met 10 euro/kg, het huidige
lager uit dan de kosten van een warmtenet.
toepassen van deze tarieven is een warmtenet een
'
prijspeil van waterstof. In de toekomst wordt de prijs van warmte op een
In het gunstige geval wordt waterstof geproduceerd in
andere manier bepaald, niet meer op basis van de
landen rond de evenaar, en met tankers naar
Met een hybride opstelling heeft waterstof voor de
aardgasprijs. De prijs van warmte zal daardoor in de
Nederland getransporteerd. Ook wordt lokaal een deel
hoekwoningen en appartementen lagere totale kosten
toekomst dalen. Ondertussen is het goed om te zien
van de waterstof geproduceerd uit pieken van
dan met een waterstofketel. Daarom wordt bij
dat warmteleveranciers minder vragen dan wettelijk
duurzame elektriciteitsopwekking.
waterstof een hybride opstelling aangeraden.
'
Waterstof beste met hybride opstelling
'
toegestaan.
38
39
Het proces De stappen die doorlopen zijn en de stappen die we gaan zetten
Proces volgens plan van aanpak Tot een wijkwarmteplan in vier fasen Om te komen tot een wijkwarmteplan voor de wijk worden vier fasen doorlopen, zo spraken we met bewoners en professionele stakeholders af in ons gezamenlijke plan van aanpak. •
Fase 1:
Wijkanalyse.
De belangrijkste kenmerken van de wijk zijn in beeld gebracht. Deze bestaan uit technische kenmerken zoals het percentage corporatiebezit, het soort woningen en het gasgebruik. Ook sociale kenmerken als draagkracht en visie tegenover verduurzaming worden in kaart gebracht. Dit zijn de randvoorwaarden voor het vervolg van
het proces. •
Fase 2:
Plan van aanpak.
Op basis van de visie van de gemeente en de randvoorwaarden uit Fase 1 werd een plan van aanpak opgesteld. Hierin staat welke stappen we gaan doorlopen om te komen tot een wijkwarmteplan. •
Fase 3A:
Voorkeursalternatief voor alle stakeholders.
De voorkeursoplossing blijkt een warmtenet. Voor wie daarbij straks niet wil aanhaken is een individuele allelectric oplossing een goed alternatief.
•
Fase 3B:
Opstellen uitvoeringsplan.
Nu kan een concreet plan gemaakt worden. Hierin staat welke stappen concreet gezet gaan worden om tot het eindbeeld te komen. •
Fase 4:
Vaststellen uitvoeringsplan.
Tot slot wordt het plan vastgesteld door de gemeenteraad. Dit rapport als basis voor de keuze van de voorkeurstechniek (3A)
Om de gevolgen voor verschillende partijen in beeld te brengen is een berekening gemaakt vanuit de verschillende partijen en woningen in de wijk. De resultaten kunnen gebruikt worden om per partij te besluiten welke techniek de voorkeur heeft.
41
Keuzes gemaakt met stakeholders Het proces is in nauwe samenwerking met
'
verschillende stakeholders doorlopen. Binnen de gemeente zijn verschillende afdelingen aangehaakt, om te komen tot een breed gedragen plan. Bewoners zijn op verschillende manieren betrokken. Bewoners konden zich gedurende het gehele proces aanmelden
voor een bewonerswerkgroep. Er zijn verschillende specials verspreid om de bewoners op de hoogte te houden. Hierin stond tevens uitnodiging voor deelname aan de werkgroep. Tot slot zijn er verschillende inloopmomenten geweest in Wijkcentrum de Akkers.
Warmte als voorkeur naar voren komt. Redenen hiervoor zijn de laagste maatschappelijke kosten van een warmtenet, de kansen voor geothermie en restwarmte uit de haven, en de lage hoeveelheid elektriciteit die opgewekt moet worden. Er is gekozen voor een wamtenet op 70 graden, zodat er minder aan de woningen gedaan moet worden en er genoeg duurzame bronnen beschikbaar zijn.
ook in de toekomst duur zal blijven.
Corporaties gaven aan in principe de gemeente te volgen, maar toch het warmtenet wilden vergelijken met een luchtwarmtepomp, om zeker te zijn dat een warmtenet de beste optie is.
voor een systeem op waterstof.
Naast de drie technieken is als referentie een hr-ketel meegenomen. Ook is gekeken naar het effect van een isolatiepakket op de kosten, en het effect van het toepassen van een hybride warmtepomp (ketel + kleine
luchtwarmtepomp). De hybride optie op aardgas is meegenomen omdat deze als voorbereiding kan dienen
Uitgangspunten middels Vragen van bewoners Ook is samen met de stakeholders gekeken welke
vragen beantwoord moeten worden, om een goede De verschillende partijen hebben veel invloed in de
'
doorlopen fasen. Voor het opstellen van dit rapport zijn samen met de stakeholders verschillende keuzes gemaakt. Deze worden kort toegelicht.
Techniekkeuze Ten eerste hebben de stakeholders gekozen welke technieken uitgewerkt worden. Het warmtenet is gekozen omdat deze als voorkeur uit de Transitievisie
Vanuit de bewonerswerkgroep en de inloopbijeenkomsten van bewoners kwam de wens naar voren ook te kijken naar een optie met waterstof. Bewoners hebben interesse in de toekomstige productie van waterstof in de Rotterdamse Haven, en willen weten of dit toegepast kan worden voor hun woning. Op aanraden van DWA is toen gekozen voor een hybride opstelling (waterstofketel + kleine warmtepomp), omdat de verwachting is dat waterstof
keuze te kunnen maken. Voor de particulieren waren vooral de kosten van belang: wat zijn de investeringen en hoeveel betaal ik straks minder aan energie? Huurders gaven aan gelijke of
lagere energielasten te willen. De woningcorporaties hadden interesse in de investeringen en de jaarlasten. Daarnaast willen zij een
42
beperkt ruimtegebruik in de woning, en willen zij dat
Isolatie voor woningen uit 1980
hun huurders niet meer betalen dan voor aardgas.
Aardgas
Aardgas + isolatie
Aardgas + aardgas + kleine warmte pomp
Warmtenet 70 graden
All-electric luchtwarmte pomp
Watestof ketel + isolatie + kleine luchtwarmte pomp
90⁰C
70⁰C
70⁰C
70⁰C
50⁰C
70⁰C
Gemiddeld pakket
Gemiddeld pakket
Gemiddeld pakket
Zwaar pakket
Gemiddeld pakket
Referentiewoningen Voor de berekening is gekeken naar een aantal veel voorkomende woningen in de wijk, zogenaamde referentiewoningen. De berekeningen zijn gedaan vanuit het oogpunt van deze referentiewoningen.
Temperatuur afgifte
Op basis van een data-analyse is gekeken welke
Pakket
woningen voorkomen. Samen met de stakeholders is op basis van deze data een aantal voorbeeldwoningen
Isolatie
Kierdichting
x
Kierdichting
Kierdichting
Kierdichting
Kierdichting
Kierdichting
deze stap snel gezet.
Dakisolatie
x
Dakisolatie binnenkant
Dakisolatie binnenkant
Dakisolatie binnenkant
Nieuw dak met isolatie
Dakisolatie binnenkant
Op basis van de referentiewoningen zijn in totaal drie
Vloerisolatie
x
Extra vloerisolatie kruipruimte
Extra vloerisolatie kruipruimte
Extra vloerisolatie kruipruimte
Extra vloerisolatie kruipruimte
Extra vloerisolatie kruipruimte
Gevel isoleren
x
x
x
X
Voorzetwand
x
Glas
x
Hr++-glas
Hr++-glas
Hr++-glas
Hr++-glas
Hr++-glas
gekozen. Gezien de grote uniformiteit van de woningen was
woningbezoeken geweest in de wijk. Het doel van deze bezoeken was om te kijken of de technieken daadwerkelijk passen in de woning. Ook is gekeken naar het afgiftesysteem (radiatoren, convectoren of vloerverwarming) de plek van de huidige cv-ketel en naar de mogelijkheid voor extra isolatie in de
Tabel 2: Isolatiepakketten
woningen.
43
Methode Om de verschillende vragen van de stakeholders te
'
beantwoorden is een rekenmodel aangepast aan de specifieke situatie van de wijk. De opbouw van dit model wordt hier kort besproken.
'
Wat we berekenen en wat we meenemen
In het rekenmodel worden de volgende zaken onderzocht: 1. investeringen voor de gebouweigenaar: •
isolatie;
•
woning installatie;
•
radiatoren aanpassen/vervangen;
•
aanpassen elektriciteitsaansluiting;
•
elektrisch koken;
•
aansluitkosten warmtenet;
•
onvoorzien;
•
ISDE-subsidie.
2. energiekosten voor de bewoners:
•
elektriciteit (vastrecht + energiekosten) zowel huishoudelijk als voor warmte;
•
warmte uit het warmtenet (vastrecht + energiekosten);
• aardgas (vastrecht + energiekosten); • waterstof (vastrecht + energiekosten); • onderhoudskosten. 3. totale kosten over 15 jaar (total cost of ownership). Hierbij worden toekomstige uitgaven teruggerekend naar het huidige prijsniveau: • investeringen; • energiekosten over 15 jaar; • onderhoudskosten over 15 jaar. 4. energiegebruik: • besparing door isolatie; • warmte uit lucht en bodem; • elektriciteit; • warmte; • gas; • waterstof. 5. CO2-uitstoot: • elektriciteit/warmte/gas/waterstof. Zes technieken doorgerekend In het rekenmodel zijn in totaal zes technieken bekeken. Dit zijn: 1. aardgas ketel; 2. aardgas ketel + isolatiepakket;
3. aardgas ketel + isolatiepakket + kleine warmtepomp (hybride opstelling); 4. warmtenet 70 graden + isolatiepakket; 5. all-electric luchtwarmtepomp + zwaar isolatiepakket; 6. waterstofketel + isolatiepakket + kleine warmtepomp (hybride). De resultaten worden voor alle zes de technieken weergegeven in overzichtelijke tabellen. Vragen beantwoord voor drie typen referentiewoningen Er zijn drie referentiewoningen gebruikt om de resultaten door te rekenen, omdat de resultaten kunnen verschillen per woningtype. Zo heeft een hoekwoning vaak een groter gasgebruik dan een rijwoning. Ook zijn de kosten voor bijvoorbeeld muurisolatie hoger. Ook het bouwjaar heeft invloed. Recent gebouwde woningen zijn beter geïsoleerd, waardoor deze investering niet meegenomen hoeft te worden. De vier woningtypen zijn: 1. appartement, na 2000 gebouwd; 2. galerijwoning, 1980; 3. rijwoning, 1980; 4. hoekwoning, 1980.