34.Memo Brief Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten; stand van zaken windpark Brielse Maasdijk, bestuursovereenkomst
Tekst van het document
GEMEENTE
'?,îffHonaun N I S S E\)flAA R D Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente Nissewaard
Partijen: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, op grond van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de provinciale organisatie 2019 vertegenwoordigd door programmamanager hierna te noemen: "Gedeputeerde Staten",
Energietransitie,
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard, ten deze vertegenwoordigd
door de heer F. Van Oosten, burgermeester, hierna te noemen: "het college".
Overwegende dat:
.
De provincie Zuid-Holland actief wil bijdragen aan een schone, betaalbare en toekomstbestendige energievoorziening, waarbij naast het beperken van energieverbruik, de inzet van in Nederland opgewekte, schone energie kansen biedt om te innoveren en concurrerend te blijven en bij te dragen
.
aan het beschermen van het klimaat. De provincie doet dit samen met andere partijen; De gemeente Nissewaard de ambitie nastreeft om in 2040 volledig overgeschakeld te zijn op CO2-vrije duurzame energiebronnen, zorgvuldig om te gaan met grondstoffen en bestand te zijn tegen de
. o
veranderingen in het klimaat. De gemeente zich door ondertekening van het convenant Windenergie regio Rotterdam heeft gecommitteerd aan de realisatie van 18 MW windenergie; Het Rijk, het lnterprovinciaal Overleg (lPO), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en circa veertig andere organisaties op 31 januari 2013 een Nationaal Energieakkoord hebben gesloten over de
.
realisatie van 6000 MW (54 PJ) operationeel windvermogen in 2020; Op grond van dat akkoord in juni 2013 in IPO-verband is afgesproken dat de provincies de ruimte die
nodig is voor de opgave (voor Zuid-Holland is dat 735,5 MW) uiterlijk op 30 juni 2014 planologisch
.
hebben vastgelegd in de provinciale structuurvisie eniof verordening; De gemeente en de provincie, alsmede de andere gemeenten binnen stadsregio Rotterdam en het Havenbedrijf , op 21 juni 2012 het Convenant realisatie windenergie stadsregio Rotterdam, d.d. 2'1-062012 (Yerder te noemen het Convenant) hebben gesloten, waarin de deelnemers als inspanningsverplichting Rotterdam te realiseren;
op zich hebben genomen tenminste 100 MW en additioneel 50 MW in de regio
a
Provinciale Staten op I juli 2014 het provinciale beleid op het gebied van windenergie op land hebben
vastgelegd in de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) en in de Verordening ruimte 2014 de'locaties windenergie' hebben aangewezen waar gemeenten in hun bestemmingsplannen nieuwe windturbines mogen toestaan;
ln 2015 bleek dat de opgave van 150 MW in de regio Rotterdam niet haalbaar was met de oorspronkelijk aangewezen locaties in het Convenant; a
De deelnemers aan het Convenant gezamenlijk zijn gaan zoeken naar mogelijkheden om de daarin geformuleerde doelstelling alsnog te halen; Middels een partiële herziening VRM-windenergie Provinciale Staten op 20 december 2017 op verzoek van de gemeenten in de Rotterdamse regio 16 nieuwe locaties voor windenergie hebben aangewezen,
a
ln de gemeente Nissewaard de locatie Hartel-Oost en Plaatweg als zodanig is aangewezen;
a
De ervaring leert dat er nog locaties afvallen op weg naar realisatie en Gedeputeerde Staten er veiligheidshalve voor kiezen een groter aantal MW aan locaties voor windenergie aan te wijzen;
a
Partijen zich dan ook genoodzaakt zien om ter uitwerking en op onderdelen aanpassing van het Convenant, nadere afspraken met elkaarte maken;
a
De VRM per 1 april 2019 door Provinciale Staten beleidsneutraal is omgezet naar het Omgevingsbeleid
en de Omgevingsverordening; a
ln het Omgevingsbeleid ook is opgenomen dat de exploitant bij de ontwikkeling van een locatie windenergie een participatieplan dient op te stellen en de omgeving daarbij dient te betrekken;
a
De gemeente derhalve voornemens is om ten behoeve van de realisatie van de locatie Brielse Maasdijk-Hartel-Oost en Plaatweg te zorgen voor de daarvoor benodigde besluitvorming door het bevoegd gezag;
Voorts overwegende dat:
.
Op grond van artikel 9f, eerste en tweede lid van de Elektriciteitswet 1998 Gedeputeerde Staten het bevoegde gezag zijn, met uitsluiting van het in eerste aanleg bevoegde bestuursorgaan (tenzij dit een bestuursorgaan van het Rijk is) voor de besluitvorming en voor de coördinatie en voorbereiding van de besluiten die nodig zijn voor het oprichten van een windpark met een capaciteit van ten minste 5 maar
.
niet meer dan 100 MW; Gedeputeerde Staten, op grond van artikel 9f, zesde lid, sub a, van de Elektriciteitswet, deze bevoegdheidstoedeling
niet van toepassing kunnen verklaren, indien, gelet op de omvang, de aard en
ligging van het betreffende windpark redelijkerwijze niet te verwachten valt dat uitoefening van deze bevoegdheden door Gedeputeerde Staten de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of
r
daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden; De gemeente al geruime tijd in gesprek is met grondeigenaren, initiatiefnemers en bewoners met het oogmerk om op de voorgestelde locatie voor windenergie in Nissewaard te komen tot duurzame opwekking van energie door de plaatsing van windturbines, waardoor de veruvachting gerechtvaardigd is dat de hiervoor bedoelde versnelling wordt gerealiseerd;
Komen het volgende overeen:
Añikel 1: Definities
a. Locatie windenergie: de locatie(s) voor de plaatsing van windturbines op het grondgebied van de gemeente, zoals bedoeld in paragraaf 6.2.9 van de door Provinciale Staten vastgestelde Omgevingsverordening
en de bijbehorende kaart, zoals deze luidt ten tijde van het sluiten van deze
overeenkomst.
2
b. Participatieplan: plan waarbij is aangegeven via welke participatievormen omwonenden in het proces zullen/kunnen worden betrokken (participatie in planning, financiële participatie en/of participatie in exploitatie).
c. Convenant: Convenant realisatie windenergie stadsregio Rotterdam, door partijen ondertekend op 21 juni 2012.
Artikel 2: Verplichtingen gemeente
a. Het college neemt de inspanningsverplichting op zich dat bij voorkeur voor 31-12-2020 of zo spoedig mogelijk daarna, op de locatie windenergie Hartel-Oost en Plaatweg windturbines worden gerealiseerd met een totaal opgesteld vermogen van ten minste 18 MW. Onder deze inspanningsverplichting valt
ook het actief zoeken naar een initiatiefnemer indien deze niet of niet meer beschikbaar is.
b. lndien het college een ontvankelijke aanvraag op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ontvangt, al dan niet in combinatie met een verzoek tot wijziging dan wel afwijking van het bestemmingsplan, gericht op de realisatie van windturbines op de locatie windenergie, spant het college zich tot het uiterste in om daarover zo spoedig mogelijk te beslissen. Het college neemt een aanvraag zo spoedig mogelijk in behandeling en streeft naar voortvarende besluitvorming daarover. Daarbij worden geen eisen gesteld anders dan voortvloeiende uit de nationale en provinciale kaders en de Leidraad Windenergie Voorne-Putten;
c. Het college spant zich tot het uiterste in dat ten behoeve van de realisatie van de windturbines op de locatie voor windenergie Hartel-Oost en Plaatweg, het ontwerpbestemmingsplan en/of de benodigde ontwerpbesluiten, aangewezen op grond van artikel 9d van de Elektriciteitswet 1998, uiterlijk op 31-03 2020 of zo spoedig mogelijk daarna ter inzage zijn gelegd en dat de gemeenteraad vervolgens conform artikel 3.8 Wro een besluit zal nemen omtrent de vaststelling van dat bestemmingsplan;
d. Het college past bij de voorbereiding en bekendmaking van de in het lid b. bedoelde besluiten de gemeentelijke coördinatieregeling uit de artikelen 3:30 tot en met 3.32 Wro toe, en spant zich voorts tot het uiterste in om de besluitvorming over en de realisatie van de locatie(s) windenergie te bespoedigen
e
Het college spant zich er, met het oog op het gewenste maatschappelijk draagvlak voor in om - in
samenspraak met de initiatiefnemer - ervoor te zorgen dat de omgeving zoveel mogelijk in het windpark kan participeren c.q. kan meeprofiteren van de geplande ontwikkelingen. Met het oog daarop bevordeft het college dat door de initiatiefnemer zo spoedig mogelijk een participatieplan worden opgesteld.
Artikel 3: Verplichtingen provincie
a. Gedeputeerde Staten zien, conform het bepaalde in artikel 9f, zesde lid van de Elektriciteitswet 1998, af van de uitoefening van de aan hen in het eerste en tweede lid van dat artikel toebedeelde bevoegdheden inzake de besluitvorming over en de coördinatie en voorbereiding van de besluiten die nodig zijn voor het oprichten van een windpark op de locatie met een capaciteit van ten minste 5 maar niet meer dan 100 MW.
b. Deze bevoegdheden komen bij het college te liggen met ingang van de dag na ondeñekening van deze overeenkomst. lndien echter uit de onder artikel 6 bedoelde rapportages, of anderszins, mocht blijken dat het college niet of niet tijdig voldoet of kan voldoen aan de in artikel 2, sub a tot en met e,
3
opgenomen verplichtingen, zijn Gedeputeerde Staten - na voorafgaand overleg met het college
-
bevoegd om de in artikel 3a genoemde bevoegdheden alsnog zelf uit te oefenen.
AÉikel 4: Algemene bepalingen
a. Deze overeenkomst kan uitsluitend schriftelijk worden aangevuld en/of gewijzigd b. lndien zich een situatie voordoet waarin deze overeenkomst niet voorziet en die de voortgang, kwaliteit eniof omvang van de locatie op enigerlei wijze belemmert, zijn partijen gehouden om in nader overleg te treden zodat de gerezen belemmeringen zoveel mogelijk worden weggenomen.
c
lndien een partij van mening is dat de doelstelling zoals bedoeld in deze overeenkomst niet meer haalbaar is, brengt deze partij de andere partij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte,
waarna partijen met elkaar in overleg treden.
AÉikel 5 Relatie tussen Bestuursovereenkomst en Gonvenant
a. De afspraken uit deze overeenkomst zijn aanvullend op het gesloten Convenant, de afspraken uit het Convenant blijven onverkort van toepassing;
b. ln het geval dat het Convenant wordt aangepast en/of verlengd, blijven de afspraken uit deze overeenkomst onverkort van kracht, tenzij bij de aanpassing en/of verlenging van het Convenant door partijen anders wordt overeengekomen.
Artikel 6 Voortgang en overleg Partijen zullen ieder half jaar met elkaar in overleg treden met betrekking tot de voortgang van het proces en de uitvoering van onderhavige overeenkomst. Daartoe stelt het college schriftelijk voor 1 juni en 1 december van elk jaar een voortgangsrapportage op met betrekking tot de plan- en besluitvorming rond de realisatie van windturbines op de locatie windenergie.
AÉikel 7 Toepasselijk recht en geschillen
a. Op deze overeenkomst is het Nederlandse recht van toepassing b. lngeval geschillen ontstaan tussen Partijen zullen Partijen middels overleg tot een oplossing trachten te komen. Een geschil is aanwezig, indien één partij dat schriftelijk en gemotiveerd mededeelt aan de ander partij.
c.
lndien partijen niet tot een minnelijke oplossing van enig geschil kunnen komen, zullen zij dit ter beoordeling voorleggen aan de bevoegde burgerlijke rechter.
Artikel 8: Inwerkingtreding en werkingsduur Deze overeenkomst treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening en eindigt op het moment dat het college alle op haar uit hoofde van deze overeenkomst rustende inspanningsverplichtingen is nagekomen.
4
Aldus opgemaakt en ondertekend in tweevoud
,, ,fri. L.âr)..r. r*. op ..... t.a....&-.c.........? Namens Gedeputeerde
"", J
Zuid-Holland, programmamanager Energietransitie,
Namens het college van de gemeente Nissewaard, burgermeester F. Van Oosten
5