31.Memo beantwoording op vraag CDA over indexering
Tekst van het document
Totstandkoming van het indexeringspercentage De Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen, berekent jaarlijks, in opdracht van de Kring van Gemeentesecretarissen Rotterdam-Rijnmond, de hoogte van het indexeringspercentage. De Kring formuleert een advies waarin dit (concept-) percentage is opgenomen. Het advies wordt voorgelegd aan de deelnemende colleges, die dit vervolgens vaststellen. In 2020 is de indexeringssystematiek geëvalueerd, wat heeft geleid tot een aanpassing. Met ingang van de indexering voor 2022 wordt een gewogen indexpercentage afgegeven. De looncomponent maakt daarvan 80% uit, op basis van het indexcijfer ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’. De overige 20% wordt bepaald door de ‘nationale consumentenprijsindex’. Beide indexcijfers zijn te vinden in de verzamelde bijlagen van de Macro Economische Verkenning 2022. De nacalculatie over de percentages die in eerdere jaren zijn afgegeven gaat drie jaar terug omdat voor het jaar t-3 het definitieve percentage beschikbaar is. Op deze wijze is sprake van een eerlijke compensatie voor verschillen die vanaf de afgifte van de index optreden en werken deze niet door op lange termijn. Voor de jaren tot en met 2021 blijft de verrekening gebaseerd op de destijds gebruikte systematiek, die uitging van de prijsmutaties Bruto Binnenlands Product (pBBP).
De hierboven beschreven werkwijze leidt voor 2023 tot een samengesteld percentage van 1,90%. De nacalculatie over 2022 geeft een bijstelling van 1,48% positief. Over de jaren 2019-2020 vindt nog correctie plaats op basis van de oude systematiek. Hieruit volgt een correctie van 1,40% (0,80 + 0,60). De totale index voor de begroting 2023 komt hiermee op 4,78%. Afgerond wordt een index van 4,80% toegekend. De volledige berekening is in de volgende tabel opgenomen. Percentage 2023 Lonen: Index prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers Overige lasten: Consumenten prijsindex (CPI) Gewogen indexpercentage 2023 voor lonen en prijzen
1,90% 1,90%
Doorwerking ontwikkeling index 2022 Raming septembercirculaire 2021 / MEV 2022 Lonen: Index prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers 3,10% Overige lasten: Consumenten prijsindex (CPI) 1,80% Gewogen indexpercentage 2022 voor lonen en prijzen In indexeringsbrief voor 2022 afgegeven percentage excl. doorwerking eerdere jaren Te laag afgegeven / te corrigeren
80% 20% 1,90%
80% 20% 2,84% 1,36% 1,48%
Doorwerking ontwikkeling index 2021 (pBBP) Raming septembercirculaire 2021 / MEV 2022 In indexeringsbrief voor 2022 afgegeven percentage excl. doorwerking eerdere jaren Te laag afgegeven / te corrigeren
2,30% 1,50% 0,80%
Doorwerking ontwikkeling index 2020 (pBBP) Raming septembercirculaire 2021 / MEV 2022 In indexeringsbrief voor 2022 afgegeven percentage excl. doorwerking eerdere jaren Te laag afgegeven / te corrigeren
2,30% 1,70% 0,60%
Indexeringspercentage gemeentelijke bijdrage 2023 Afgerond indexeringspercentage
4,78% 4,80%
Moment van vaststelling van het indexeringspercentage De berekening van het indexeringspercentage is gebaseerd op de Macro Economische Verkenning van het CPB. Deze wordt op Prinsjesdag gepubliceerd (derde week september). Vervolgens wordt het 1
percentage berekend en wordt de (concept-) brief opgesteld door Krimpen aan den IJssel. Wanneer het college van Krimpen besluit dat de indexering met brief akkoord is (eind oktober), gaan de andere gemeenten aan de slag. Wanneer alle colleges akkoord zijn, wordt door Krimpen namens alle deelnemende gemeenten de brief naar de gemeenschappelijke regelingen gestuurd (medio- eind december). De gemeenschappelijke regelingen hebben op deze wijze plm. 4 maanden de tijd om hun begroting met een actuele index bij de deelnemende gemeenten aan te leveren. Zij zijn nl. verplicht dit uiterlijk 15 april te doen (art. 34b, Wet gemeenschappelijke regelingen). Democratische controle Voor wat betreft de democratische controle door de gemeenteraad op het indexeringspercentage wordt u verwezen naar art. 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen zoals volledigheidshalve hieronder opgenomen. In het kort staat er: 8 weken voor de vaststelling van de ontwerpbegroting door het algemeen bestuur van de GR ontvangen de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten de ontwerpbegroting. De ontwerpbegroting wordt voor eenieder ter inzage gelegd. Gemeenteraden kunnen hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Na vaststelling ontvangen de gemeenteraden de begroting van de GR. De gemeenteraden kunnen hun zienswijze bij de gedeputeerde staten naar voren brengen.
1. Wet gemeenschappelijke regelingen Geldend van 01-07-2021 t/m heden Artikel 35 1. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, onderscheidenlijk acht weken voordat zij door het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan wordt vastgesteld, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De ontwerp-begroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 3. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4.
Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 5. Het eerste, derde en vierde lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. In de gemeenschappelijke regeling kan worden bepaald ten aanzien van welke categorieën begrotingswijzigingen hiervan kan worden afgeweken. 6. De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens deze wet niet is afgeweken.
2