28. Informatiebrief over Plan-Mer proces RES 1.0.; Ontwerp Notitie van Reikwijdte en Detailniveau
Tekst van het document
Op locaties waar meer mensen komen (steden/natuurgebieden) worden ook meer waarnemingen gedaan, waardoor de hoeveelheid waarnemingen niet representatief is voor de daadwerkelijke dichtheid van soorten. Het is dan ook niet mogelijk om op voorhand uitspraken te doen over het verwachte aantal en soortensamenstelling van soorten in de 1
Deze informatie is afkomstig uit NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
2
Wees alert met het gebruik van puntwaarnemingen, een punt is niet per se een waarneming op die plek.
31 | 38
Witteveen+Bos | 139608/24-010.314 | Definitief
omgeving en de verschillen hierin tussen verschillende gedeelten van de RES-regio te kwantificeren. Ongeacht de uiteindelijke locaties van zonne- en windenergie zal aanvullend onderzoek naar deze soortgroepen noodzakelijk zijn.
Tabel 3.1 Overzicht waargenomen soorten in de RES-regio en de directe omgeving in de periode mei 2018 - 2023 volgens de NDFF [lit. 16] Soortgroep
Soorten
Flora
groenknolorchis, kruipend moerasscherm, akkerboterbloem, akkerdoornzaad, bergnachtorchis, blaasvaren, blauw guichelheil, bokkenorchis, brede wolfsmelk, bruinrode wespenorchis, dreps, glad biggenkruid, groot spiegelkokje, grote leeuwenklauw, kartuizer anjer, kleine wolfsmelk, kluwenkolkje, knollathyrus, knolspirea, moerasgamander, muurbloem, naakte lathyrus, naaldenkervel, rood peperboompje, rozenkransje, ruw parelzaad, schubvaren, smalle raai, stijve wolfsmelk, stofzaad, tengere distel, tengere veldmuur, wilde ridderspoor, wilde weit, wolfskers
vleermuizen
baardvleermuis, Bechsteins vleermuis, Brandts vleermuis, bosvleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, grote hoefijzerneus, vale vleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, watervleermuis
Grondgebonden zoogdieren
bever, bruinvis, bultrug, gestreepte dolfijn, gewone dolfijn, gewone spitssnuitdolfijn, gewone vinvis, Noordse woelmuis, otter, wilde kat, witsnuitdolfijn, boommarter, damhert, edelhert, eekhoorn, gewone zeehond, grijze zeehond, steenmarter, waterspitsmuis
vogels (jaarrond beschermde nesten)
boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief
amfibieën
boomkikker, kamsalamander, poelkikker, rugstreeppad, vroedmeesterpad, alpenwatersalamander, vinpootsalamander, vuursalamander
reptielen
dikkopschildpad, lederschildpad, muurhagedis, zandhagedis, hazelworm, ringslang
vissen
noordzeehouting, grote modderkruiper
ongewervelden
gevlekte witsnuitlibel, oostelijke witsnuitlibel, platte schijfhoren, rivierrombout, sierlijke witsnuitlibel, teunisbloempijlstaart, beekrombout, duinparelmoervlinder, gevlekte glanslibel, grote vos, grote weerschijnvlinder, Iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, veldparelmoervlinder, vliegend hert
32 | 38
Witteveen+Bos | 139608/24-010.314 | Definitief
Afbeelding 3.4 Waarnemingen Habitatrichtlijnsoorten (anders dan vleermuizen) binnen de RES-regio Rotterdam-Den Haag. Vleermuizen en vogels zijn hier buiten beschouwing gelaten [lit. 16] 12
1
Deze informatie is afkomstig uit NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
2
Wees alert met het gebruik van puntwaarnemingen, een punt is niet per se een waarneming op die plek.
33 | 38
Witteveen+Bos | 139608/24-010.314 | Definitief
Afbeelding 3.5 Waarnemingen van Andere soorten. Vleermuizen en vogels zijn hier buiten beschouwing gelaten [lit.16] 12
1
Deze informatie is afkomstig uit NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige
2
Wees alert met het gebruik van puntwaarnemingen, een punt is niet per se een waarneming op die plek.
andere wijze openbaar gemaakt worden.
34 | 38
Witteveen+Bos | 139608/24-010.314 | Definitief
4 AANDACHTSPUNTEN VOOR DE INRICHTING VAN ZOEKLOCATIES Bij de inrichting/ontwerp van een zoeklocaties met zonne- en windenergie kan rekening gehouden worden met natuurwaarden. In dit hoofdstuk worden een aantal extra aandachtspunten en natuur inclusief ontwerp met betrekking tot inrichting van een zoeklocatie met zonnepanelen en windturbines beschreven.
4.1
Aandachtspunten inrichting zoeklocaties met zonne-energie
De volgende aandachtspunten zijn van belang bij de inrichting van een zoeklocatie met zonne-energie: - plaats zonnepanelen bij voorkeur op daken of industrieterreinen met weinig natuurwaarden; - plaats zonnepanelen niet op akkers met veel biodiversiteit (bijvoorbeeld kruidenrijk grasland). In plaats daarvan plaats zonnepanelen op akkers met weinig biodiversiteit (bijvoorbeeld akkers met Engels raaigras); - creëer een energietuin [lit. 18]: · leg groenstroken met bomen, struiken en bloemrijk grasland aan tussen of rondom zonnevelden; · leg wadi’s om regenwater op te vangen en leefgebied te bieden aan amfibieën en insecten aan tussen zonnevelden; · creëer nestplaatsen voor vogels, insecten en kleine zoogdieren in het zonneveld.
4.2
Aandachtspunten inrichting zoeklocaties met windenergie
Om de kans op aanvaringsslachtoffers, verstoring en barrièrewerking te beperken zijn de volgende aandachtspunten van belang bij de inrichting van zoeklocaties met windenergie: Voor vogels: - plaats windturbines buiten hoge risicozones voor vogels (zie afbeelding 3.1); - plaats windturbines niet in gebieden nabij en/of tussen foerageer-,rust- en broedgebieden van vogels dit leidt tot relatief grote aanvaringskansen [lit. 10]; - lijnopstelling versus clusteropstelling: windturbines in een lijnopstelling staan minimaal 4 tot 5 keer de rotordiameter van elkaar af, terwijl windturbines in een clusteropstelling minimaal 7 tot 10 keer de rotordiameter van elkaar afstaan. Onderzoek in een windpark te Oost Bierum wees uit dat voor trekvogels een lijnopstelling parallel aan de hoofdtrekrichting de voorkeur heeft boven een lijnopstelling haaks op de hoofdtrekrichting en dat een open cluster de voorkeur heeft boven een gesloten cluster [lit. 9]. Nabij rust- en foerageergebieden zou een gesloten cluster juist de voorkeur hebben, omdat het verstorende oppervlak hiervan het kleinst is. Ook voor trekvogels kan een sterk gesloten cluster de voorkeur hebben, als sprake is van een klein windpark of in bos of gebieden met veel landschapselementen.
De extra vliegafstand door barrièrewerking wordt dan beperkt, omvliegen wordt gestimuleerd en de aanvaringskans wordt daarmee beperkt (Winkelman et al., 2008). De afstand tussen windturbines is onderwerp van discussie. Onderbrekingen in lijnopstellingen van windturbines kunnen barrières voor vogels voorkomen, maar het is lastig uitwijkgedrag van vogels correct te voorspellen (Everaert et al., 2011).
35 | 38
Witteveen+Bos | 139608/24-010.314 | Definitief
Voor vleermuizen: - plaats windturbines buiten hoge risicogebieden voor vleermuizen; bij voorkeur min. 200 m van watergangen, bossen en andere landschappelijk verbindende groenstructuren (bijvoorbeeld doorlopende, verbindende bomenrijen). Natuur inclusief ontwerp: - creëer een energietuin [lit. 18]: · leg groenstroken met bomen, struiken en bloemrijk grasland aan tussen windturbines; · leg wadi’s om regenwater op te vangen en leefgebied te bieden aan amfibieën en insecten aan tussen windturbines; · creëer nestplaatsen voor vogels, insecten en kleine zoogdieren in het windpark.
36 | 38
Witteveen+Bos | 139608/24-010.314 | Definitief
5 CONCLUSIE EN DOORKIJK VERVOLG Tabel 5.1 geeft de conclusie van het voorliggend bureauonderzoek voor RES-regio Rotterdam Den Haag. Voor beschermde natuurgebieden en soorten wordt tevens een advies gegeven met betrekking tot de alternatievenontwikkeling. Dit advies is gebaseerd op de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden. Voor alle beschermde natuurgebieden en beschermde soorten is nader onderzoek nodig.
Tabel 5.1 Conclusie bureauonderzoek RES-regio Rotterdam-Den Haag Beschermde natuurwaarden
Conclusie
Vervolgonderzoek
Advies voor alternatievenontwikkeling
Natura 2000gebied
kans op stikstofeffecten en overige effecten op IHD
een verkennend stikstofonderzoek voortoets en/of passende beoordeling Mogelijk ADC-toets
effecten (zoveel mogelijk) voorkomen door Natura 2000-gebieden te vermijden en zoveel mogelijk afstand te houden
Natuurnetwerk Nederland
kans op aantasting wezenlijke kenmerken en waarden NNN
NNN-toets
effecten (zoveel mogelijk) voorkomen door NNN te vermijden en zoveel mogelijk afstand te houden
weidevogelgebied
kans op aantasting weidevogelgebied
vervolgonderzoek valt onder beschermde soorten
effecten (zoveel mogelijk) voorkomen door weidevogelgebieden te vermijden en een verstoringscontour van 200 meter aan te houden. Neem ook de ANLb beschikkingen als aangegeven door de Provincie mee
ganzen rustfoerageergebieden
kans op aantasting ganzenrustgebied
vervolgonderzoek valt onder beschermde soorten
effecten (zoveel mogelijk) voorkomen door ganzenrustgebieden te vermijden en een verstoringscontour van 800 meter aan te houden
stiltegebied
kans op verstoring
-
effecten (zoveel mogelijk) voorkomen door stiltegebieden te vermijden
houtopstanden
kans op vernietigen houtopstanden
bomenonderzoek
kappen van houtopstanden voorkomen door bomen en bossen te vermijden
beschermde soorten
kans verschillende effecten (o.a. vernietiging leefgebied/verblijfplaatsen, verstoring en doding) op beschermde soorten
uitvoeren (volwaardige) Quickscan Natuur, bestaande uit een bureaustudie en veldbezoek, voor alle definitieve locaties van zonneen windenergie. Op basis van de quickscan kan worden bepaald of en welke mitigatie en vervolgstappen nodig zijn, zoals Nader Onderzoek met betrekking tot verschillende soortgroepen
in deze fase niet mogelijk (zie hoofdstuk aandachtspunten voor algemene ontwerpideeën om op voorhand zoveel als mogelijk rekening te houden met beschermde soorten)
37 | 38
Witteveen+Bos | 139608/24-010.314 | Definitief
6 LITERATUUR 1 2 3 4
NRD RES-regio Rotterdam Den Haag. Natura 2000.nl, geraadpleegd op 16 februari 2024. AERIUS Monitor. https://monitor.aerius.nl/gebieden.html, geraadpleegd op 16 februari 2024. Broekmeyer, M.E.A. (redactie), 2006. Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterrarapport 1375. 51 blz.; 4 fig.; 1 tab. https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1, geraadpleegd 16 februari 2024. 5 https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/natuur-landschap/natuurrijk-zuid/realisatie-nnn/, geraadpleegd 16 februari 2024. 6 https://data.overheid.nl/dataset/32676-belangrijk-weidevogelgebied, geraadpleegd 16 februari 2024. 7 Actieplan Boerenlandvogels Zuid-Holland 2019-2027. https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/natuurlandschap/natuurrijk-zuid/actieplan-boerenlandvogels/, geraadpleegd 16 februari 2024. 8 Duijns, S. 2019. Bureaustudie weidevogels energielandschap Rijnenburg. Bureau. 9 Winkelman, J.E., Kistenkas, F.H., Epe, M.J., 2008. Ecologische en natuurbeschermingsrechtelijke aspecten van windturbines op land. 10 de Grijs, E.L., 2018. Windturbines en natuur, De effecten van windturbines op natuur en de mitigatiemogelijkheden die hierop toegepast kunnen worden. 11 Faunabeheerplan ganzen Zuid-Holland 2022-20217.
https://www.fbezh.nl/wpcontent/uploads/2021/12/Faunabeheerplan-Ganzen-Zuid-Holland-2022-2027.pdf, geraadpleegd 16 februari 2024. 12 Larsen, J. K., & Madsen, J. (2000). Effects of wind turbines and other physical elements on field utilization by pink-footed geese (Anser brachyrhynchus): A landscape perspective. Landscape ecology, 15, 755-764. 13 Dierschke, V., Furness, R. W., & Garthe, S. (2016). Seabirds and offshore wind farms in European waters: Avoidance and attraction. Biological Conservation, 202, 59-68. 14 WUR (2021). Weer minder bos in Nederland, trend aan het ombuigen. https://www.wur.nl/nl/onderzoekresultaten/onderzoeksinstituten/environmental-research/show-wenr/weer-minder-bos-in-nederlandtrend-aan-het-ombuigen.htm, geraadpleegd 16 februari 2024. 15 SOVON. https://www.sovon.nl/onderzoek/onderzoeksthemas/energietransitie/windenergiegevoeligheidskaart#:~:text=Zoekkaarten,bij%20het%20uitwerken%20van%20zoekgebieden, geraadpleegd 16 februari 2024. 16 NDFF-ecogrid database (ndff.nl), geraadpleegd 16 februari 2024. 17 verspreidingsatlas.nl, geraadpleegd op 16 februari 2024. 18 Energietuinennl. Een Energietuin? Ja, een Energietuin. https://www.energietuinen.nl/over/, geraadpleegd op 22 mei 2024. 19 Ministerie van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit.
Rode Lijsten, geraadpleegd 22 mei 2024 https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/content/rodelijsten#:~:text=Een%20Rode%20lijst%20is%20een,de%20Minister%20van%20Economische%20Zaken.
38 | 38
Witteveen+Bos | 139608/24-010.314 | Definitief
Bijlage(n)
I BIJLAGE: KENSCHETS EN INSTANDHOUDINGSDOELSTELLINGEN (IHD) NATURA 2000GEBIEDEN BINNEN DE RES-REGIO
Legenda =
behoudsdoelstelling
>
verbeter- of uitbreidingsdoelstelling
= (<)
behoudsdoelstelling, maar mag achteruit gaan ten gunste van een andere in besluit met name genoemde waarde
s
slaap- en rustplaats
f
foerageergebied
*
voor een naam betekent het dat het prioritair habitattype of een prioritaire soort betreft. Dit zijn typen en/of soorten die gevaar lopen te verdwijnen en voor welke instandhouding de Europese Gemeenschap een bijzondere verantwoordelijkheid draagt, omdat een belangrijk deel van hun natuurlijke verspreidingsgebied op Europees grondgebied ligt
I.1
Meijendel & Berkheide
De geschiedenis van het duingebied Meijendel en Berkheide laat zien hoe de mens in de loop van de tijd op verschillende manier gebruik heeft gemaakt van de duinen. In de Middeleeuwen waren de duinen grotendeels eigendom van de adel. De binnenduinrand was in gebruik voor de jacht, zodat de vegetatie zich hier vrijwel ongestoord kon ontwikkelen. De aanwezige bossen werden als hakhout gebruikt. In de centrale delen van het duin kwamen veel verstuivingen voor, mede veroorzaakt door het gebruik van de duinen als weidegrond voor vee. Om deze verstuivingen aan banden te leggen werd Helm (Ammophila arenaria) aangeplant. De kust is in dit deel van ons land sterk onderhevig aan afslag en een reeks van stormen leidden ertoe dat grote stukken duin samen met delen van de dorpen Scheveningen en Katwijk in zee verdwenen. In de 17de eeuw werden de duinen gebruikt als kweekplaats voor konijnen. In de 18de eeuw werden delen van de duinen die daarvoor geschikt zijn, in cultuur gebracht, voor akkerbouw en voor bosaanplant. In 1874 wordt (in Meijendel) begonnen met duinwaterwinning, die een belangrijke stempel op het gebied zou drukken. Evenals de andere vastelandsduinen van Holland was de duinstrook boven Den Haag rijk aan natte duinvalleien. Fameus zijn de verhalen dat men in strenge winters door de duinen kon schaatsen van Hoek van Holland tot Den Helder (ongetwijfeld met veel klunen).
De onttrekking van drinkwater (door het graven van zogenaamde sprangen) resulteerde in een sterke verdroging, die naarmate er meer water werd onttrokken (via winputten) steeds duidelijker vorm aannam. In de tweede helft van de 20ste eeuw, toen de vraag naar drinkwater verder steeg, werd overgegaan op infiltratie met rivierwater. Hiertoe werden verdroogde valleien onder water gezet, met infiltratieplassen als resultaat. In gezuiverde vorm werd het water weer teruggewonnen. Weliswaar werd hierdoor - voor een deel - het oppervlakte water in Meijendel en Berkheide teruggebracht, maar niet de beoogde waterkwaliteit. Zo raakten de waterplassen omzoomd door brede rietgordels met veel ruigtekruiden. Ook de valleien tussen de plassen en de zee verruigden, door de toestroom van voedselrijk grondwater. Tegenwoordig zijn door middel van Open Infiltratie Nieuwe Stijl (OINS) waterwinning en natuur beter op elkaar afgestemd. Niet alleen wordt het infiltratiewater gedegen
Witteveen+Bos | 139608/24-010.314 | Bijlage I | Definitief
voorgezuiverd, maar ook door een betere vormgeving van de infiltratieplassen en hun omgeving en een adequater natuurbeheer is de kwaliteit van de vegetatie sterk verbeterd; de ruigtekruiden zijn grotendeels verdwenen. Na enkele decennia van doorsijpelen van infiltratiewater van goede kwaliteit, is in een gebied van 400 ha parallel aan de kust de natuurlijke schommeling van het waterpeil teruggebracht. Al met al vervult het duingebied van Meijendel en Berkheide tegenwoordig diverse functies, voor de waterwinning, als natuurgebied, maar ook als kustbescherming, recreatiegebied en (in beperkte mate) als militair oefenterrein. Het Habitatrichtlijngebied is aangewezen voor 14 habitattypen en vier habitatrichtlijnsoorten [lit. 2].
Tabel I.1 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
Doelstelling populatie
habitattypen H2110
Embryonale duinen
=
=
H2120
Witte duinen
=
>
H2130A*
Grijze duinen (kalkrijk)
>
>
H2130B*
Grijze duinen (kalkarm)
>
>
H2160
Duindoornstruwelen
= (<)
=
H2180A
Duinbossen (droog)
=
=
H2180B
Duinbossen (vochtig)
=
=
H2180C
Duinbossen (binnenduinrand)
=
>
H2190A
Vochtige duinvalleien (open water)
>
>
H2190B
Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
>
>
H2190C
Vochtige duinvalleien (ontkalkt)
>
>
H2190D
Vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten)
>
>
H3140
Kranswierwateren
=
=
H6430A
Ruigten en zomen (moerasspirea)
=
=
habitatrichtlijnsoorten H1014
Nauwe korfslak
=
=
=
H1149
Kleine modderkruiper
=
=
=
H1166
Kamsalamander
=
=
=
H1318
Meervleermuis
=
=
=
I.2
Westduinpark & Wapendal
Het Westduinpark ligt ingeklemd tussen Kijkduin (in het zuiden), de stadsrand van Den Haag (in het oosten) en Scheveningen (in het noorden). Landschap en begroeiing van het gebied zijn sterk beïnvloed door de nabijheid van de stad, waarvan de westelijke buitenwijken direct grenzen aan de binnen duinrand. Toch is het Westduinpark meer een echt duingebied dan een park. De belangrijkste natuurwaarden van het gebied vormen de talrijke vertegenwoordigers van het oude zeedorpen landschap. De hoge natuurwaarde van Wapendal, gelegen in de oude duinen, hangt samen met de hier nog voorkomende duinheide met Struikhei (Calluna vulgaris). Het Habitatrichtlijngebied is aangewezen voor 7 habitattypen [lit. 2].
Witteveen+Bos | 139608/24-010.314 | Bijlage I | Definitief
Tabel I.2 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
habitattypen H2120
Witte duinen
=
=
H2130A*
Grijze duinen (kalkrijk)
>
>
H2130B*
Grijze duinen (kalkarm)
=
=
H2150*
Duinheiden met struikhei
=
=
H2160
Duindoornstruwelen
= (<)
=
H2180A
Duinbossen (droog)
=
=
H2180A
Duinbossen (droog)
=
>
H2180C
Duinbossen (binnenduinrand)
=(<)
>
I.3
Solleveld & Kapittelduinen
Dit Natura 2000-gebied omvat het duingebied tussen Den Haag en Hoek van Holland. Het noordelijke deel, Solleveld, wijkt af van de meeste andere duingebieden doordat het voor het overgrote deel bestaat uit oude duinen. Bijzonder in deze ontkalkte duinen zijn de duingraslanden, de door de wind geschoren eikenstrubben en enkele heideterreintjes. Het zuidelijke deel, Kapittelduinen, bestaat voor het merendeel uit zeer jonge, door de mens opgeworpen duinen. Buiten de zeereep is dit gebied grotendeels met struweel en bos dichtgegroeid. Tussen beide deelgebieden ligt De Banken, een restant van een strandvlakte, dat is ingeklemd tussen zeereep en een slaperdijk. Het Habitatrichtlijngebied is aangewezen voor 11 habitattypen en twee Habitatrichtlijnsoorten [lit. 2].
Tabel I.3 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
Doelstelling populatie
habitattypen H2110
Embryonale duinen
=
=
H2120
Witte duinen
=(<)
>
H2130A*
Grijze duinen (kalkrijk)
>
>
H2130B*
Grijze duinen (kalkarm)
=
>
H2150
Duinheiden met struikhei
=
>
H2160
Duindoornstruwelen
= (<)
=
H2180A
Duinbossen (droog)
=
>
H2180C
Duinbossen (binnenduinrand)
=
>
H2190A
Vochtige duinvalleien (open water)
=
=
H2190B
Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
>
>
H2190D
Vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten)
=(<)
=
habitatrichtlijnsoorten H1014
Nauwe korfslak
=
=
=
H1903
Groenknolorchis
+
+
+
I.4
Voornes Duin
Voornes Duin bestaat uit het duingebied bij Oostvoorne en de zilte oeverlanden van het Brielse Gat. Het gebied behoort tot de botanisch meest waardevolle duingebieden van ons land, wat tot uiting komt in een hoge soortenrijkdom en grote verscheidenheid aan levensgemeenschappen. Van bijzonder belang zijn de
Witteveen+Bos | 139608/24-010.314 | Bijlage I | Definitief
vochtige duinvalleien met onder meer een grote populatie Groenknolorchis (Liparis loeselii) en een rijke vindplaats van de Nauwe korf- slak ( Vertigo angustior). Lepelaar, Aalscholver en Kleine zilverreiger zijn kolonievogels waarvoor het gebied van betekenis is. De in het gebied aanwezige duinmeren bieden een belangrijke broedplaats aan de Geoorde fuut. Het Habitat- en Vogelrichtlijngebied is aangewezen voor 15 habitattypen, drie habitatrichtlijnsoort en vier broedvogels [lit. 2].
Tabel I.4 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Voornes Duin Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
Populatie
habitatrichtlijnsoorten H2120
Witte duinen
=
=
H2130A*
Grijze duinen (kalkrijk)
>
>
H2130B*
Grijze duinen (kalkarm)
>
>
H2130C*
Grijze duinen (heischraal)
>
>
H2160
Duindoornstruwelen
= (<)
=
H2170
Kruipwilgstruwelen
= (<)
=
H2180A
Duinbossen (droog)
= (<)
>
H2180B
Duinbossen (vochtig)
= (<)
=
H2180C
Duinbossen (binnenduinrand)
= (<)
=
H2190A
Vochtige duinvalleien (open water)
=
=
H2190B
Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
>
>
H2190C
Vochtige duinvalleien (ontkalkt)
=
=
H2190D
Vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten)
=
=
H6430B
Ruigten en zomen (harig wilgenroosje)
=
=
H7210*
Galigaanmoerassen
=
=
habitatrichtlijnsoorten H1014
Nauwe korfslak
=
=
=
H1340*
Noordse woelmuis
>
>
>
H1903
Groenknolorchis
>
=
>
niet-broedvogels A008
Geoorde fuut
=
=
5
A017
Aalscholver
=
=
1100
A026
Kleine zilverreiger
=
=
15
A034
Lepelaar
=
=
110
I.5
Oude Maas
De Oude Maas is een rivierloop ten zuiden van Rotterdam, waarvan de smalle uiterwaarden het enige nog resterende zoetwatergetijdengebied in ons land vormen met een getijdenamplitudo die tot één meter reikt. Het gebied is van internationaal belang vanwege de uitgestrekte wilgenbossen (vloedbossen) en soortenrijke ruigten, en ook biedt het een leefgebied aan de Noordse woelmuis. Het Habitatrichtlijngebied is aangewezen voor drie habitattypen en twee Habitatrichtlijnsoorten [lit. 2].
Witteveen+Bos | 139608/24-010.314 | Bijlage I | Definitief
Tabel I.5 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
Doelstelling populatie
habitattypen H3270
Slikkige rivieroevers
=
=
H6430B
Ruigten en zomen (harig wilgenroosje)
>
=
H91E0A*
Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen)
=
=
habitatrichtlijnsoorten H1337
Bever
=
=
=
H1340*
Noordse woelmuis
>
>
>
I.6
Haringvliet
Het Haringvliet is een afgesloten zeearm met in de oeverzone een uitgebreid areaal aan slikken en gorzen. Midden in de zeearm ligt het eiland Tiengemeten. Na de afsluiting in 1970 verzoette het (brakke) getijdengebied, waarbij erosie van oevers optrad en grote delen van het gebied dichtgroeiden. Op grote schaal zijn oeververdedigingen aangelegd en wordt natuurontwikkeling uitgevoerd. Het gebied is vooral belangrijk voor kustbroedvogels en ganzen, voor de Noordse woelmuis en in potentie voor trekvissen. Er zijn plannen om via een gewijzigd sluisbeheer weer meer dynamiek in het gebied toe te laten. Het Habitat- en Vogelrichtlijngebied is aangewezen voor drie habitattypen, acht habitatrichtlijnsoorten, tien broedvogels en 26 niet-broedvogels [lit. 2].
Tabel I.6 Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Haringvliet Code
Nederlandse naam
Doelstelling oppervlakte
Doelstelling kwaliteit
Doelstelling populatie
habitattypen H3270
Slikkige rivieroevers
>
=
H6430B
Ruigten en zomen (harig wilgenroosje)
>
=
H91E0A*
Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen)
=
>
habitatrichtlijnsoorten H1095
Zeeprik
=
>
>
H1099
Rivierprik
=
>
>
H1102
Elft
=
>
>
H1103
Fint
=
>
>
H1106
Zalm
=
>
>
H1163
Rivierdonderpad
=
=
=
H1337
Bever
=
=
=
H1340*
Noordse woelmuis
>
>
>
broedvogels A081
Bruine kiekendief
=
=
20
A132
Kluut
=
=
2000*
A137
Bontbekplevier
=
=
105
A138
Strandplevier
=
=
220*
A176
Zwartkopmeeuw
=
=
400*
A191
Grote stern
=
=
6200*
A193
Visdief
=
=
6500*
A195
Dwergstern
=
=
300*
A272
Blauwborst
=
=
410
Witteveen+Bos | 139608/24-010.314 | Bijlage I | Definitief