CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

26.Ontwerpbestemmingsplan Gemeenlandsedijk Noord; Nota van inspraak en vooroverleg

Gemeenteraad 8 november 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Aanvullende lijst ingekomen stukken4.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

van

Nota van inspraak en vooroverleg bestemmingsplan Gemeenlandsedijk Noord datum

pagina

13 juli 2023

1 van 10

Nota van inspraak en vooroverleg Het voorontwerpbestemmingsplan Gemeenlandsedijk Noord te Abbenbroek heeft van 5 juni 2023 tot en met 13 juli 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn kon een ieder een inspraakreactie op het plan indienen. Tevens is het plan toegestuurd naar ketenpartners, zoals de Provincie, DCMR en veiligheidsregio in het kader van het wettelijke verplichte vooroverleg. Op het voorontwerpbestemmingsplan hebben we vier inspraakreacties ontvangen. Tevens hebben we van de ketenpartners drie vooroverlegreacties ontvangen. De binnengekomen reacties zijn samengevat weergeven, bij de beantwoording is echter de volledig inhoud betrokken. Punten die in elkaar verlengde liggen zijn in bepaalde gevallen gebundeld beantwoord. Waar dit het geval is, is aangeven op welke punten de reactie ziet. Vooroverlegreacties Vooroverlegreactie Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR) De VRR geeft aan in te kunnen stemmen met het plan. Wel vraagt de VRR aandacht voor bereikbaarheid van hulpdiensten en de beschikbaarheid van voldoende bluswater. Verwezen wordt naar de ‘Handleiding advies bluswater’. Vooroverleg reactie Waterschap Hollandse Delta (WSHD) Het WSHD geeft aan dat de belangen van het WSHD in geding zijn vanwege de ligging van het plangebied.

De locatie is gelegen in de zonering van een regionale waterkering (compartimenteringskering met boezemkade), in de zoneringen van een dijk en weg watergangen in beheer en onderhoud van het waterschap. Daarnaast geeft het waterschap aan dat: De berekening van watercompensatie is niet duidelijk aangegeven. Vanaf pagina 31 in de “Toelichting Gemeenlandsedijk Noord te Abbenbroek gemeente Nissewaard, voorontwerp mei 2023” is de tekst niet leesbaar en wordt de tekst wazig bij het uitvergroten zodoende kunnen wij niet goed beoordelen wat er verwoord wordt. Het aanwezige bestaande oppervlaktewater mag niet mee berekend worden voor de watercompensatie door toename verhard oppervlak. Het waterschap wil een nadere uitwerking ontvangen over toename verhard oppervlak om dit beter te kunnen beoordelen. Vooroverlegreactie Rijkswaterstaat(RWS) RWS geeft aan dat er geen belangen van RWS in het geding zijn.

Postadres Postbus 25, 3200 AA Spijkenisse Bezoekadres Raadhuislaan 106, 3201 EL Spijkenisse Telefoon 14 0181 E-mail gemeente@nissewaard.nl www nissewaard.nl

datum

pagina

betreft

13 juli 2023

2 van 10

Nota van inspraak en vooroverleg

Beantwoording: De VRR en RWS worden bedankt voor hun reactie. De aandachtspunten die de VRR meegeeft worden bij de verdere uitwerking van het plan meegenomen. De opmerkingen van het waterschap met betrekking tot de paragraaf watercompensatie in de toelichting op het bestemmingsplan wordt aangepast. De kaarten waarop de watercompensatie is weergegeven zijn verhelderd. Inspraakreacties Inspraakreactie 1 ontvangen op 12-6-23 Inspreker geeft aan woonachtig te zijn in de directe omgeving van het plan gebied. Inspreker geeft aan blij te zijn met de bouw van nieuwe woningen in het dorp. Inspreker geeft echter wel aan zich zorgen te maken over mogelijke schade die kan optreden als gevolg van de bouwwerkzaamheden. Het huis van inspreker is niet gefundeerd en inspreker vreest dat heiwerkzaamheden tot schade aan de woning gaan leiden. Inspreker vraagt of het mogelijk is de funderingspalen te boren in plaatsen van te heien. Beantwoording: Inspreker maakt zich zorgen over mogelijk schade als gevolg van de realisatiewerkzaamheden en zijn vraagt komt erop neer om in het plan regels op te nemen ter voorkoming van deze schade. Conform vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie o.a. RvS 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1119) is de wijze van funderen een uitvoeringsaspect en niet iets dat in het bestemmingsplan kan worden geregeld.

We hebben daarom niet de mogelijkheid in het bestemmingsplan voorschriften op te nemen over de wijze van funderen. Er kan dan ook geen verbod op heien worden opgenomen. Wel rust op de gemeente de verplichting om na te gaan of het plan kan worden uitgevoerd. Daarbij moet gekeken worden of niet op voorhand evident is dat de werkzaamheden onaanvaardbare risico’s tot gevolg hebben, als gevolg waarvan het plan niet kan worden uitgevoerd. Bij de ontwikkelaar is navraag gedaan hoe hij eventuele schade wil voorkomen en hoe de funderingswerkzaamheden zullen plaatsvinden. De ontwikkelaar heeft aangegeven dat op basis van de eerder saneringswerkzaamheden die zijn uitgevoerd onderzoek is gedaan naar de bodemgesteldheid. Hieruit bleek dat vanwege de wijze van funderen van de aangrenzende percelen weliswaar trillingen zijn te verwachten, maar dat er geen aanwijzingen zijn dat deze tot onevenredige schade van de omliggende woningen konden leiden. De schade die als gevolg van de saneringswerkzaamheden wel is opgetreden bij een woning in de omgeving van het plangebied, is onderzocht door een reparateur en had hoogstens waarschijnlijk een andere oorzaak. Verder geeft de ontwikkelaar aan dat hij een verzekering heeft afgesloten om eventuele schade die het gevolg is van werkzaamheden af te dekken.

In het kader van deze verzekering is het noodzakelijk bij de start van de realisatiewerkzaamheden een nulmeting wordt uitgevoerd bij de woningen in de

datum

pagina

betreft

13 juli 2023

3 van 10

Nota van inspraak en vooroverleg

omgeving om vast te kunnen stellen of er schade optreedt als gevolg van de werkzaamheden. Deze meting wordt ook verstrekt aan de eigenaren van de woningen waar de nulmeting wordt uitgevoerd. Gezien het voorgaande zijn er op voorhand geen aanwijzingen dat er als gevolg van de realisatiewerkzaamheden onaanvaardbare schade aan de woning van inspreker zal optreden, op basis waarvan geconcludeerd zou moeten worden dat het plan niet uitvoerbaar is. De uitvoerbaarheid van het plan staat daarmee vast. Mocht toch schade optreden dan is de ontwikkelaar hier tegen verzekerd waardoor inspreker en andere eigenaren in de omgeving er zeker van kunnen zijn dat deze schade vergoed wordt, mocht deze toch optreden. Inspraakreactie 2 ontvangen op 16-06-2023 Inspreker heeft een bedrijf in de omgeving van het plangebied. Het plangebied en het perceel van inspreker vallen nu nog onder hetzelfde planologische regime. Inspreker wil weten of er als gevolg van de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan nog wat verandert aan zijn situatie en of zijn bestaande bouw en gebruiksmogelijkheden behouden blijven. Beantwoording: Het bestemmingsplan heeft geen betrekking op het perceel van inspreker. Op het perceel van inspreker blijft de geldende beheerverordening van kracht. De bestaande gebruiks- en bouwmogelijkheden blijven zodoende gelden.

Ook de al dan niet gebruikte uitbreidingsmogelijkheden blijven van kracht. Inspraakreactie 3 ontvangen op 21-06-23 Inspreker geeft aan op zich geen bezwaar te hebben tegen de herontwikkeling van het plangebied, maar heeft wel een aantal specifiek bezwaren tegen het plan: 1. Inspreker vreest dat er geheid gaat worden en dat deze werkzaamheden tot ernstige schade aan zijn woning zullen leiden. Het huis van inspreker is niet gefundeerd en bij de saneringswerkzaamheden die reeds hebben plaatsgevonden was er al sprake van ernstige overlast en schade. Welke volgens inspreker het gevolg was van deze werkzaamheden. 2. De aan Noordzijde van het plangebied geplande gestapelde woningen zullen tot ernstige privacy aantasting van inspreker leiden. Vanuit deze woningen is direct zicht in de tuin van inspreker mogelijk. 3. De bouwhoogte van 10 meter maakt het verlies aan privacy groter en zorgt er bovendien voor dat de licht inval in de woning van inspreker verder wordt beperkt. 4. De woningen aan de noordzijde van het plangebied worden voorzien van kleine tuinen waarin bergingen komen, daarachter komt een smal achterpad, dat grens aan het perceel van inspreker. Inspreker vreest dat de gekozen inrichting voor overlast zal zorgen. 5. De ophoging van het terrein met 0,5 tot 1 meter heeft negatieve gevolgen voor de woning van inspreker. 6.

Het plan zal leiden tot waardevermindering van de woning van inspreker. Inspreker verzoekt daarom, de gestapelde woningen op een andere plek in het plangebied te situeren, te zorgen voor een groene afscheiding tussen zijn woning en het plangebied, de afstand van de nieuwe woningen tot aan de woning van inspreker te vergroten en niet te heien ten behoeve van de fundering.

datum

pagina

betreft

13 juli 2023

4 van 10

Nota van inspraak en vooroverleg

Beantwoording 1. Ten aanzien van de maatregelen die getroffen kunnen worden ten aanzien van het heien en het voorkomen van bouwschade wordt verwezen naar de beantwoording inspreker 1. 2. Inspreker geniet sinds de sanering van het plangebied, ook wel bekend als het voormalige Van Hamburgterrein feitelijk een vrijwel vrije situatie aan de zuidzijde van zijn perceel. In planologische zin is echter geen sprake van een vrije situatie. De nu geldende beheersverordening maakt het mogelijk om over vrijwel de gehele zuidelijke perceelsgrens ter hoogte van de tuin, met uitzondering van het meest westelijke deel, bebouwing van maximaal 7 meter hoog op te richten. In de bestaande planologische situatie is dus al geen sprake van een volledige vrije situatie en is het mogelijk bedrijfsbebouwing op te richten die de privacy van inspreker kan aantasten. Wel realiseert de gemeente zich daarbij dat ook in deze theoretische situatie de privacy hinder van bedrijfsactiviteiten vaak minder zwaar wordt aangerekend dan van wonen. Wonen wordt in de regel zwaarder aangerekend vanwege, het langdurige en continue karakter ervan. De planontwikkeling maakt het mogelijk om bebouwing met een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 10 meter op te richten op circa 2 meter afstand van de erfgrens van inspreker.

In het bouwplan zoals het nu ligt worden de woningen met de voorkant aan de straatzijde gebouwd waardoor de afstand tot de perceelgrens van inspreker uiteindelijk nog groter zal worden. Op basis van de planregels is de verplichting tot het bouwen aan de straatzijde geborgd. Gezien het feit dat er in de huidige situatie al geen sprake is van een in planologische zin ongestoorde woonomgeving en al enige privacy hinder is te verwachten, leidt het oprichten van bebouwing, met een goot- en bouwhoogte van 6 meter hoog op circa twee meter van de erfgrens met inspreker niet tot een onevenredige afbreuk van de privacy van inspreker. 3. De goot- en bouwhoogte sluiten aan bij de bouwmogelijkheden die ook op het perceel van inspreker en de omliggende bebouwing geldt. Daarnaast is vanaf het naastgelegen perceel ook al inkijk in de tuin van inspreker mogelijk. De bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt zorgen er voor dat deze inkijk weliswaar toeneemt maar gezien de huidige mogelijkheden in omgeving van het perceel van inspreker, heeft hetgeen het bestemmingsplan toelaat niet tot gevolg dat er een onevenredige inbreuk op de privacy van inspreker ontstaat. 4. Inspreker verwacht dat de woningen in zijn omgeving tot overlast zullen leiden, onder meer vanwege de doelgroep waar de woningen op zijn gericht.

Bij de beoordeling van het goed woon- en leefklimaat wordt gekeken naar objectieve hinderbronnen die het woongenot van omwonenden kan aantasten, bijvoorbeeld geluid van machines die draaien of verkeerslawaai. Subjectieve bronnen die vooral te maken hebben met persoonlijke hinderbeleving zijn geen bronnen waar in het kader van de beoordeling van het goed woon- en leefklimaat rekening gehouden hoeft te worden. De overlast die inspreker verwacht, graffiti, stemgeluid uit tuinen, voetballen, zijn allen aan te merken als subjectieve hinder, waarbij vooral de hinderbeleving impact heeft op hetgeen inspreker ervaart. Deze hinderbeleving kan echter niet meegenomen worden in de beoordeling van het goed woon- en leefklimaat, aangezien er geen objectieve gegevens zijn

datum

pagina

betreft

13 juli 2023

5 van 10

Nota van inspraak en vooroverleg

waaruit blijkt dat bepaalde doelgroepen naar objectieve maatstaven aantoonbaar meer hinder veroorzaken dan andere doelgroepen. Wat betreft de noodzaak om een groenstrook in te richten tussen de woning van inspreker en het plangebied geldt dat het in de huidige planologische situatie al mogelijk is gebouwen op te richten tot op de perceelsgrens van inspreker. De ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt beperkt deze mogelijkheid en voorziet in de aanleg van een achterpad tussen het perceel van inspreker en het plangebied. Dit is in planologische zin een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Het aanleggen van een groenzone tussen het plangebied en de bestaande omgeving is vanuit dat oogpunt dan ook niet noodzakelijk. 5. De ophoging waar naar verwezen wordt ziet op de situatie na sanering van de vervuilde grond. Om de vervuiling te saneren is in eerste instantie 0,5 meter tot een 1 meter grond afgegraven. Om weer op een gelijk maaiveldniveau te komen met de aangrenzende percelen is het noodzakelijk de eerder afgegraven grond weer aan te vullen. Er zullen dus geen wezenlijke niveauverschillen in het maaiveld aangebracht worden. Op de onderstaande kaart met hoogte meters is dit in beeld ingebracht.

Aandachtspunt hierbij is dat ook gebouwen worden weergegeven, de verschillen die te zien zijn, zijn dus het gevolg van bestaande gebouwen op andere aanwezige bouwwerken en niet van ophogingen van het terrein. Gezien het voorgaande zal de schade en of hinder die inspreker vreest als gevolg van terreinwijzigingen dus niet optreden. 6. Het staat inspreker vrij om na inwerkingtreding van het definitieve bestemmingsplan een verzoek om tegemoetkoming planschade in te dienen. De vermeende waardevermindering kan in het kader van die procedure worden onderzocht en indien sprake is van waardevermindering die het normaal maatschappelijk risico te boven gaat voor vergoeding in aanmerking komen.

datum

pagina

betreft

13 juli 2023

6 van 10

Nota van inspraak en vooroverleg

Inspraakreactie 4 ontvangen op 10-07-2023 Inspreker geeft aan zich niet te kunnen vinden in de voorgenomen ontwikkeling en draagt daar de volgende argumenten voor aan, : 1. Inspreker verwacht ontoelaatbare overlast van de werkzaamheden te gaan ervaren. Vooral van het slaan van de heipalen verwacht inspreker mogelijk ernstige schade aan de woning. Inspreker geeft aan de woning niet onderheid is en bij de werkzaamheden die tot nu toe hebben plaatsgevonden in het gebied is bij een naastgelegen pand al ernstige schade ontstaan. Daarnaast geeft inspreker aan dat hij in het verleden deze zorgen heeft aangekaart bij de initiatiefnemer van de ontwikkeling, maar toen op weinig begrip kon rekenen. Dit maakt dat inspreker er weinig vertrouwen in heeft dat de overlast van het bouwen nu wel beperkt gaat worden. 2. Daarnaast verwacht initiatiefnemer ernstige geluidsoverlast van de bouwwerkzaamheden. Inspreker zou graag zien dat er maatregelen getroffen worden om deze overlast te beperken. 3. In het bodemonderzoek wordt aangegeven dat het plangebied 50 cm tot 100 cm wordt opgehoogd. Inspreker verwacht als gevolg hiervan ontoelaatbare gevolgen. Ten eerste komt het erop neer dat de bebouwing naast zijn perceel feitelijk nog hoger wordt door het peil verschil. Daarnaast zal de ophoging zorgen voor problemen met betrekking tot de afwatering.

Veel van het water in het plangebied zal als gevolg van de ophoging naar zijn

datum

pagina

betreft

13 juli 2023

7 van 10

Nota van inspraak en vooroverleg

perceel stromen, hetgeen hij ontoelaatbaar acht. Daarnaast zal de ophoging tot gevolg hebben dat beplanting op de erfgrens mogelijk zal afsterven door het stikken van de wortels. 4. Inspreker is van mening dat de bouwmogelijkheden direct grenzend aan zijn perceel niet passend zijn in de omgeving. Een bouwhoogte tussen de 9 en 12 meter is niet passend in de rest van de omgeving. Daarbij wordt nog verwezen naar de loods aan de zuidkant van het plangebied van 7 meter hoog, waarvan de ontwikkelaar van het onderhavige plan zou hebben aangegeven dat een dergelijke bouwhoogte niet passend is. Tevens was in het oorspronkelijk plan dat op 9 april 2021 is gepresenteerd sprake van lagere woningen aan de noordkant van het plangebied, dan nu het geval is. Inspreker vragen of het niet mogelijk is terug te gaan naar lagere woningen, die volgens hun beter in de omgeving passen. 5. De woningen grenzend aan het perceel van inspreker worden met de kap evenwijdig aan de perceelsgrens gebouwd. Gevolg hiervan is dat de nieuwe woningen veel inkijk hebben in de tuin van inspreker. Als gevolg hiervan ontstaat volgens inspreker onevenredige aantasting van de privacy van inspreker. Inspreker vraagt het plan aan te passen, zodat deze privacy hinder niet optreedt. 6. De geprojecteerde woningen zullen naar verwachting veel schaduw werpen op de tuin en het perceel van inspreker.

Inspreker vreest voor een afname van de lichtinval in zijn woning en vreest daarnaast dat de opbrengst van zijn zonnepanelen zal afnemen. Inspreker ziet graag dat een bezonningsstudie wordt uitgevoerd om de gevolgen voor inspreker in beeld te brengen. 7. Inspreker vreest dat de doelgroep van de woningen grenzend aan zijn perceel voor overlast kunnen zorgen. Daarnaast vreest inspreker overlast van de installaties van de woningen. Gewezen wordt op de warmtepompen en afzuiginstallaties die voor geluidhinder kunnen zorgen. Inspreker zou graag zien dat er maatregelen worden getroffen om deze hinder tegen te gaan. 8. Inspreker geeft aan zich zorgen te maken over de aansluiting van het gebied op de bestaande riolering, dit in verband met problemen in het verleden. 9. Inspreker zegt zich niet te herkennen in het beeld dat het gaat om een inwoners initiatief. 10. Inspreker vraagt zich of in hoeverre het initiatief daadwerkelijk bijdraagt aan het behouden van voorzieningen. Op basis van het bovenstaande verzoekt inspreker om het plan aan te passen en te zorgen dat er meer afstand tussen de geplande woningen en het perceel van inspreker komt. Beantwoording: 1. Voor de beantwoording van punt 1, wat ziet op punt 1 tot en met 3 in de door inspreker ingediende zienswijze, wordt verwezen naar de beantwoording van inspraakreactie 1; 2.

Hinder als gevolg van realisatiewerkzaamheden, zoals aangekaart in punt 4 van de inspraakreactie, is niet iets dat in het bestemmingsplan gereguleerd kan worden. Het bestemmingsplan heeft betrekking op ruimtelijke keuzes, zaken die betrekking hebben op uitvoeringsaspecten zoals hinder van realisatiewerkzaamheden hoeven conform de rechtspraak van de Raad van State niet betrokken te worden bij de keuze om een bestemmingsplan vast te stellen, (zie ABRS 11 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3124).

datum

pagina

betreft

13 juli 2023

8 van 10

Nota van inspraak en vooroverleg

De hinder als gevolg van realisatiewerkzaamheden wordt gereguleerd in het vergunningverleningstraject, waarbij geldt dat het Bouwbesluit voorschrijft welke hinder toelaatbaar is. In zijn algemeenheid geldt dat enige hinder van bouwwerkzaamheden die naar zijn aard tijdelijk is, toelaatbaar wordt geacht. 3. Voor de beantwoording van dit punt, wat ziet op punt 5 tot en met 7 van de inspraakreactie, wordt verwezen naar de beantwoording van inspraakreactie 3 onder punt 5. 4. De hierbij opgenomen beantwoording ziet op punt 8 t/m 10 en punt 16 uit de inspraakreactie. Wat betreft de gehanteerde bouwhoogtes in het plan geldt dat in de directe omgeving van het perceel van inspreker, aan de noordelijke plangrens, alleen goot- en bouwhoogtes van 6 en 10 meter zijn toegestaan. Alleen aan de zuidkant van het plangebied wordt een bouwhoogte van 12 meter toegestaan. Deze locatie ligt op circa 170 meter van de noordelijke plangrens. Deze bebouwing wordt omringend door gebouwen van 9 en 10 meter hoog. Het toepassen van een klein hoogte accent is gezien de omliggende bouwhoogtes passend en doet geen afbreuk aan de kwaliteit van het gebied. Wat betreft het punt dat hoogbouw wordt toegelaten aan de grenzen van het plangebied geldt dat de gehanteerde goot- en bouwhoogtes van 6 en 10 meter de bouw van standaard rijwoningen en twee-onder-een-kap woningen mogelijk maakt.

Dergelijke woningtypes kunnen, naar mening van de gemeente niet als hoogbouw worden gekwalificeerd. Verder is voor de goot- en bouwhoogtes zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande planologische mogelijkheden voor woningbouw in de omgeving. Op het perceel van inspreker zijn ook goot- en bouwhoogtes van 6 en 10 meter toegestaan. Dat inspreker deze mogelijkheden wellicht niet volledig benut heeft maakt nog niet dat daarmee het bieden van deze mogelijkheden op een aangrenzend perceel ruimtelijk niet aanvaardbaar is. Blijkens de uitspraak van de Raad van State van 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1119 kan er in beginsel vanuit worden gegaan dat wanneer aangesloten wordt bij de bestaande bouwmogelijkheden in de omgeving, sprake is van een opzet die passend is bij de bestaande structuur van de omgeving. Verder geldt dat alhoewel het plangebied nu feitelijk oogt als een braakliggend terrein, er in planologische zin sprake is van een terrein waarop bedrijfsbebouwing met een goothoogte van maximaal 7 meter kan worden opgericht. De bouwhoogte is in de huidige beheersverordening niet beperkt. Wel is het in de huidige situatie niet mogelijk om over de gehele perceelsgrens bebouwing op te richten.

Gezien deze omstandigheden wordt het standpunt van inspreker dat de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet passend zijn in de omgeving niet gedeeld, aangezien de bouw- en goothoogtes aansluiten bij wat nu in de omgeving gebruikelijk is. Wat betreft de vraag waarom de plannen nog gewijzigd zijn ten opzichte van een presentatie die in 2021 is gegeven, geldt dat dit een opzet was die de ontwikkelaar heeft gepresenteerd aan zowel bewoners als de gemeente. De gemeente heeft aangegeven in principe akkoord te zijn maar wel een aantal randvoorwaarden meegegeven die bij de verdere uitwerking nader bekeken moesten worden. Een daarvan was het optimaliseren van het woonprogramma zodat er een woonprogramma ontstond voor alle doelgroepen. Dit heeft onder andere geleid tot het wijzigen van het woningtype in de noordelijke strook van het plangebied, naar beneden bovenwoningen.

datum

pagina

betreft

13 juli 2023

9 van 10

Nota van inspraak en vooroverleg

5.

6.

7.

8.

Gezien het voorgaande is de gemeente van mening dat de gekozen planopzet passend is te achten in de omgeving en is er geen aanleiding het plan aan te passen. Naar aanleiding van punt 11 wordt verwezen wordt naar antwoord 2 op inspraakreactie 3. In aanvulling op het voorstel om de kaprichting te wijziging wordt niet ingezien hoe dit lijdt tot minder inkijk in het perceel van inspreker. In beide situatie blijft het mogelijk om een raamopening te realiseren op de zolder verdieping, zeker omdat ook bij een kap rekening gehouden moet worden met de mogelijkheid om zonder omgevingsvergunning een dakkapel te realiseren. Het wijzigen van de kaprichting lijdt er dan ook niet toe dat de mate van inkijk wijzigt. Verder geldt nog dat gezien de uitspraak van de Raad van State van 16 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:761 in de bebouwde omgeving in een situatie waar al sprake is van enige inkijk een vrije inkijk niet kan worden gegarandeerd en een toename van de inkijk gezien het feit dat er al geen sprake is van vrije situatie aanvaardbaar worden geacht. Naar aanleiding van punt 12 uit de inspraak reactie is er een bezonningsstudie uitgevoerd, deze is als bijlage toegevoegd aan het ontwerpbestemmingsplan.

In deze studie is per seizoen een vergelijking gemaakt van de maximale mogelijkheden op basis van de geldende beheersverordening en deze is vergeleken met de maximale mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Hieruit blijkt dat er maar zeer beperkt extra schaduw optreedt op de omliggende daken. Extra schaduw die optreedt vindt vrijwel uitsluitend in wintermaanden plaats. In deze periode is er uitgaande van de huidige maximale planologische bouwmogelijkheden al sprake van enige schaduw, welke de opbrengst al beperkt. De ontwikkeling zal tot gevolg hebben dat de schaduw in deze periode nog iets groter zal worden. Gezien het feit dat in de huidige situatie rekening houdend met de huidige bouwmogelijkheden, al schaduw is te verwachten is de toename aan schaduw niet van dien aard dat daarmee sprake is van een onevenredige aantasting van de mogelijkheid om te voorzien in de eigen energiebehoefte. Het beperkte verlies aan opwekcapaciteit is dan ook aanvaardbaar te achten. Uit deze studie blijkt ook dat de mate van lichtinval in de woning van inspreker maar zeer beperkt wordt aangetast ten opzichte van wat in de huidige planologische situatie mogelijk is. Voor punt 13 wordt verwezen naar antwoord 4 op inspraakreactie 3 voor zover het gaat om verwachte hinder van bewoners en de noodzaak om een groenstrook aan te leggen.

Wat betreft de te verwachten hinder van warmtepompinstallaties geldt dat er sinds 2021 normen gelden voor het maximale geluidsniveau die deze installaties mogen veroorzaken op de gevels van omliggende woningen. Op dit moment is nog niet bekend of met buiteninstallaties gewerkt gaat worden, maar indien dit het geval is, moet voldaan worden aan de norm die is opgenomen in het Bouwbesluit. Eventuele hinder blijft dus binnen de daarvoor geldende wettelijke normen. De wijze van aansluiten op de riolering, waar inspreker in punt 14 zijn zorgen over uit, is geen aspect dat in het bestemmingsplan geregeld wordt of waar voorwaarden aan gesteld kunnen worden in het bestemmingplan. In het kader van de technische uitwerking wordt gekeken waar het rioleringsstelsel ten behoeve van de nieuwe woningen het beste kan worden aangesloten op de bestaande

datum

pagina

betreft

13 juli 2023

10 van 10

Nota van inspraak en vooroverleg

riolering. De afspraken die hierover gemaakt worden, worden vastgelegd in een overeenkomst. 9. Inspreker geeft in punt 15 aan zich niet te vinden in het feit dat dit een bewonersinitiatief is. In de toelichting op het plan is slechts aangegeven dat de initiatiefnemer vanuit burgerparticipatie het initiatief heeft genomen om deze ontwikkeling op te starten. Wat hiermee beoogd is weer te geven is dat de ontwikkelaar van dit plan geen professionele projectontwikkelaar betreft, maar een (voormalig) inwoner van Abbenbroek die het initiatief met behulp van een gespecialiseerd bureau heeft opgepakt. Initiatiefnemer heeft dit naar eigen zeggen gedaan uit een gevoel van betrokkenheid bij Abbenbroek en het feit dat de beoogde herontwikkeling van het bedrijventerrein aan de Gemeenlandsedijk Noord tot woonwijk al jaren niet tot ontwikkeling kwam. Wat betreft het betrekken van inwoners, heeft de initiatiefnemer een overzicht aangeleverd van de stappen die hij heeft genomen om inwoners te informeren over de voorgenomen ontwikkeling, zie bijlage 7 bij het voorontwerp. 10. Wat betreft het laatste punt uit de inspraakreactie. In de toelichting op het bestemmingsplan wordt niet gesteld dat deze woningbouwontwikkeling er voor zorgt dat voorzieningen in stand blijven. Een dergelijke garantie kan ook nimmer worden gegeven.

Wel is verwezen naar de woonvisie en de visie vitale kernen waarin op basis van onder andere analyses van de bestaande woningvoorraad en demografische ontwikkelingen de zorg is geuit dat de toenemende vergrijzing op den duur gevolgen zal hebben voor het in stand kunnen houden van voorzieningen. Vanuit die analyses is vooral de behoefte gesignaleerd om met nieuwe woningbouwontwikkelingen te zorgen voor een meer gevarieerd woningaanbod, zodat het weer mogelijk wordt een wooncarrière in de eigen kern te maken en zo te faciliteren dat de inwoners van Abbenbroek, die geen geschikte nieuwe woning kunnen en die in de eigen kern willen blijven wonen, daar ook de mogelijkheid toe krijgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13443633/1