CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

26.Memo MER Bijlage 1 Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport Windpark Brielse Maasdijk

Gemeenteraad 3 juli 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken en mededelingen4.163 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Windpark Brielse Maasdijk (gemeente Nissewaard)

Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport 12 juni 2024 / projectnummer: 3516

Advies over het MER in het kort HVC Landwind b.v. wil een windturbinepark van vijf turbines bouwen en exploiteren (hierna: het windpark) in de gemeente Nissewaard. De beoogde locatie van het windpark ligt langs het Hartelkanaal op gronden van Waterschap Hollandse Delta, één van de aandeelhouders van HVC (zie figuur 1 van dit advies). Het beoogde vermogen van het windpark ligt tussen de 20 en 35 megawatt (MW) en moet tenminste 18 MW zijn (90.000 MWh/jaar)1. Voordat de betrokken overheden2 besluiten over de benodigde vergunningen en andere toestemmingen zijn de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport (MER). DCMR Milieudienst Rijnmond heeft namens de betrokken overheden de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna ‘de Commissie’) gevraagd te adviseren over het MER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER.

Achtergrond en besluitvorming In 2021 is de procedure voor een windpark op de Brielse Maasdijk gestart.3 Omdat op deze locatie geen windpark is toegestaan4, is een zogeheten ‘omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan’ nodig van het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad weigerde eind 2023 echter de hiervoor benodigde (ontwerp) ‘verklaring van geen bedenkingen om af te wijken van het bestemmingsplan’ (hierna: vvgb).5 Het college vraagt de gemeenteraad komende zomer opnieuw om een vvgb af te geven voor het voorkeursalternatief van HVC (zie figuur 1). Vooruitlopend op besluitvorming door de raad heeft de gemeente aan de Commissie gevraagd het MER alvast te beoordelen.

Wat staat in het MER? Het MER laat helder het ‘trechteringsproces’ zien waarin van 10 turbineposities naar alternatieven met 4 tot 6 turbines is gegaan met twee tiphoogtes (180 en 230 meter). Ook zijn de positieve klimaateffecten (groene elektriciteit) helder in beeld gebracht. In het MER is vastgesteld dat inpassing (geluid/veiligheid) van het windpark niet mogelijk is zonder grote verzachtende maatregelen (hierna: mitigerende maatregelen). Daarom moesten deze mitigerende maatregelen sowieso al onderdeel zijn van het alternatievenonderzoek. Deze werkwijze leidt ertoe dat ze niet meer beschikbaar zijn om (nogmaals) ingezet te worden voor verdere reductie van de negatieve milieueffecten van het voorkeursalternatief.

1

Deze afspraak volgt uit een Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden met de provincie Zuid-Holland (2019, PZH-

2

De gemeente Nissewaard, Waterschap Hollandse Delta, de minister van I&W en de provincie Zuid-Holland.

2019-696314656) en in het kader van de Regionale Energiestrategie 1.0 van RES-regio Rotterdam Den Haag.

3

De Commissie adviseerde destijds ook over het project, zie https://commissiemer.nl/docs/mer/p35/p3516/a3516rd.pdf.

4

Zie de beheersverordening Hartel Oostbroek (2013). Ook de Structuurvisie Spijkenisse 2010-2020 noemt geen windpark,

5

Zie Gemeente Nissewaard - College weigert voorlopig vergunning voor vijf windturbines aan de Brielse Maasdijk.

de gemeente Nissewaard werkt overigens op dit moment aan een nieuwe Omgevingsvisie.

-1-

Figuur 1: Voorkeursalternatief Windpark Brielse Maasdijk, in groen de turbineposities, in het midden is de Hartelburg zichtbaar (bron: MER).

Uit het MER blijkt dat vanwege externe veiligheid een turbinepositie (WT3) is vervallen en dat er verschuivingen noodzakelijk waren van turbinepositie WT10. Verder bleek dat een alternatief met uitsluitend vier windturbines ten westen van de Hartelbrug aanzienlijk minder geluidbelasting veroorzaakt in woonwijken in Noord-Spijkenisse en Hoogvliet-West (Rotterdam)6 dan de overige alternatieven. De energieopbrengst van een dergelijk alternatief is echter lager dan die van de andere alternatieven. Voor HVC is de financiële haalbaarheid belangrijk, waardoor niet in alle gevallen de meest milieuvriendelijke oplossing is geselecteerd bij de keuze van het voorkeursalternatief (zie figuur 1).

Wat is het voorlopig advies van de Commissie? Het MER en de vele bijlagen bevatten uitgebreide onderzoeken naar de milieueffecten van verschillende opstellingsvarianten voor een windpark langs het Hartelkanaal. De Commissie constateert dat het MER, de bijlagen en aanvullende onderzoeken tezamen veel inzicht geven in de milieuverschillen van de opstellingsalternatieven.7 Het grote aantal bijlagen en aanvullende onderzoeken maken het wel lastig om een goed overzicht te krijgen. Op basis van het MER en de bijlagen is de uitwerking van mitigerende maatregelen in het voorkeursalternatief daarnaast onvoldoende duidelijk. Dit gemis kan mogelijk risico’s met zich meebrengen zoals onverhoopt te veel vleermuisslachtoffers of veiligheidsrisico’s, zoals bij de naastgelegen aardgasleiding of de Hartelbrug. Ook is onduidelijk aan welke eisen het windpark zou moeten gaan voldoen (geluid, slagschaduw, externe veiligheid en natuur). De benodigde mitigerende maatregelen in het voorkeursalternatief hangen hiermee samen.8 De Commissie signaleert bij de toetsing dan ook dat belangrijke informatie ontbreekt in het MER. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het milieubelang volwaardig mee te kunnen wegen bij besluiten over het windpark. HVC en de gemeente hebben aan de Commissie een mondelinge toelichting gegeven met aanvullende informatie, waaruit blijkt 6

Veel zienswijzen vragen ook aandacht voor de geluidbelasting op woningen.

7

Het MER beschrijft ook de positieve milieueffecten op het landschap en de leefomgeving bij het laten vervallen van de meest

8

Het MER en de vele bijlagen (90+) vatten weliswaar verschillende maatregelen samen maar zijn niet eenduidig over welke

oostelijke turbinepositie (WT10), zie ook figuur 1 en §2.3 van dit advies.

maatregelen in ieder geval worden genomen. Dit hangt mede samen met het feit dat onduidelijk is/was aan welke eisen

voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid (nog te nemen besluit gemeente) en natuur (Omgevingsdienst Haaglanden namens de provincie Zuid-Holland) het windpark tenminste moet gaan voldoen.

-2-

dat er inmiddels meer duidelijkheid is over de eisen aan en mitigerende maatregelen in het voorkeursalternatief.9 Dit is belangrijke en relevante informatie voor deze aanvulling. Samengevat moet de aanvulling op het MER het volgende bevatten: 

een actueel overzicht van het voorkeursalternatief inclusief de mitigerende maatregelen voor geluid, slagschaduw en (externe) veiligheid, natuur en landschap;

een actueel overzicht van de milieueffecten van het voorkeursalternatief, dat rekening houdt met deze maatregelen en enkele in dit advies genoemde onvolkomenheden;

het voorstel voor de gemeentelijke regels voor het windpark (normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid) inclusief een motivatie dat hieraan voldaan kan/zal worden;

een aangepaste (wettelijk verplichte) samenvatting die een toegankelijk en compleet overzicht geeft van bovenstaande met daarin ook goede verwijzingen naar de relevante bijlagen en (aanvullende) onderzoeken van het MER.

De gemeente heeft aangegeven het advies over te nemen en het aangevulde MER opnieuw aan de Commissie voor te leggen. Op dit moment zijn nog geen (actuele) besluiten beschikbaar voor het windpark. De Commissie gaat in dit advies daarom uit van hetgeen beschreven is in het MER en in de later ontvangen aanvullende informatie. Dit geldt voor de gemeentelijke regels voor het windpark, de HVC-ontwerpkeuzes en de noodzakelijke mitigerende maatregelen van het windpark. De Commissie gaat er ook van uit dat dit in overeenstemming blijft. Mocht later blijken dat hierin wijzigingen optreden, dan moeten de milieugevolgen ook hiervan nog worden verwerkt. Anders bestaat het risico dat het MER niet meer bruikbaar is. DCMR en betrokken overheden zullen dit in een later stadium zelf nog moeten nagaan. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe. Aanleiding MER De gemeente heeft in een bestuursovereenkomst met de provincie Zuid-Holland afspraken gemaakt over de energieopbrengst van het windpark en over de overdracht van de bevoegdheden1. Voor de ontwikkeling van windpark Brielse Maasdijk is daarom een omgevingsvergunning afwijken bestemmingplan én milieu nodig. Het MER geeft aan dat hiervoor de wetgeving geldt zoals die van toepassing was voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024).

Daarom is nog op grond van het Besluit milieueffectrapportage een m.e.r.- procedure doorlopen voor ‘de oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark (categorie D22.2)’. Het MER geeft aan dat de m.e.r.-beoordelingstap is overgeslagen en door de gemeente besloten is direct een m.e.r.- procedure te doorlopen. Naast de omgevingsvergunning zijn er mogelijk ook andere vergunningen nodig, zoals een natuurvergunning -of ontheffing (nog op grond van de Wet natuurbescherming) en een watervergunning (nog op grond van de Waterwet) en diverse andere toestemmingen (zoals over de nachtelijke signaalverlichting door de Inspectie Leefomgeving en Transport). 9

Op 14 mei 2024 bezocht de Commissie het plangebied. Tijdens dit locatiebezoek met de gemeente, waterschap, DCMR,

HVC en haar adviseurs kreeg de Commissie meer informatie over de vervolgprocedure, de beoogde gemeentelijke normen en de noodzakelijke mitigerende maatregelen van het windpark. HVC (op 8 mei 2024) en de gemeente (op 16 mei 2024)

hebben antwoorden op vragen per e-mail aan de Commissie opgestuurd. Ook bleek een eerdere Ontwerpbeschikking Wet natuurbescherming – Soortenbescherming (kenmerk ODH649872, ongedateerd) van Omgevingsdienst Haaglanden nog nadere informatie te bevatten over natuurmaatregelen (stilstandsvoorziening vleermuizen en camerasysteem voor de zeearend) die HVC nog in het voorkeursalternatief opneemt.

-3-

DCMR Milieudienst Rijnmond adviseert de gemeente bij de besluitvorming. De gemeente coördineert de besluitvorming. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer HVC. Het bevoegd gezag – in dit geval in ieder geval de gemeenteraad van Nissewaard voor de vvgb, Burgemeester en Wethouders van Nissewaard voor de omgevingsvergunningen, de Omgevingsdienst Haaglanden namens de provincie Zuid-Holland voor de natuurvergunning en/of -ontheffing en het dagelijks bestuur van Waterschap Hollandse Delta en de minister van Infrastructuur en waterstaat voor de watervergunning(en) - besluit over het windpark. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3516 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

Toelichting op het voorlopig advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar beoordeling toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling van het MER. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Daarnaast is in §2.3 een aanbeveling opgenomen over het landschappelijke compensatieplan. Deze aanbeveling is bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming hierover, nu en in de toekomst, te verbeteren.

Geluid, slagschaduw en (externe) veiligheid Door een uitspraak van de Raad van State kan geen gebruik worden gemaakt van de normstellingen voor windparken voor geluid, slagschaduw en veiligheid uit het Activiteitenbesluit.10 De gemeente is verplicht zelf een normstelling op te stellen waaraan het windpark getoetst kan worden. De gemeente heeft HVC gevraagd voorstellen uit te werken in het MER. De Commissie gaat in dit advies uit van het voorgestelde normenkader dat zij van de gemeente heeft ontvangen en de onderbouwing daarvan opgenomen in het MER en de bijlagen én in de aanvullende informatie9. Hieronder licht de Commissie haar beoordeling toe voor geluid, slagschaduw en (externe) veiligheid.

10

Tot 2021 waren er nationale normen voor windparken op land in het Activiteitenbesluit. De rechter oordeelde in juli 2021

dat hiervoor een milieueffectrapport ontbrak, zie https://www.raadvanstate.nl/@125920/milieubeoordeling-voor-

windturbinenormen/. Hierdoor kan niet meer zomaar gebruik worden gemaakt van de normen uit het Activiteitenbesluit. Daarom moet het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente Nissewaard) eerst zelf een afweging maken voor de

normstellingen (en het MER moet de informatie bevatten voor deze onderbouwing) en vervolgens aan deze normstelling toetsen (en het MER moet ook daarvoor de informatie bevatten).

-4-

Geluid Het MER bevat verschillende voorstellen voor een normstelling voor geluid die uitgaan van: 

de ‘oude normstelling’ 47/41 dB Lden/Lnight10;

de adviezen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)11;

de normen 45/39 dB Lden/Lnight;

stille nachten: een laag referentieniveau van het achtergrondgeluid aansluitend op de ‘oude’ windnormcurve WNC-35, deze norm is windsnelheidsafhankelijk.12

In het MER is ook de Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt akoestisch onderzocht. Een dergelijke inrichting vraagt namelijk om maatwerk.13 De Hartelborgt ligt dichtbij windturbinepositie WT5 (op 150-200 meter), waardoor een stilstandsvoorziening gaat gelden. Deze is gebaseerd op een gewenst binnenniveau in de slaapvertrekken van hooguit 25 dB(A).9 Hierbij is uitgegaan van een geschatte geluidwering van de huidige constructie (gevel en het dak) van 20 dB, in hoeverre dit het geval is zal nog worden nagegaan.9,14 Ook is aangegeven dat de Hartelborgt gerenoveerd gaat worden. Mogelijk zal na de renovatie van de slaapvertrekken de geluidwering van de gevel verbeteren en - bij vaststelling daarvan - een nieuw besluit van de gemeente volgen over een stilstandsvoorziening voor De Hartelborgt. De Commissie concludeert dat de voorstellen voor de geluidnormstelling goed en helder zijn uitgewerkt. De nu voorgestelde mitigerende maatregelen in het voorkeursalternatief passen hier ook bij.9 Zoals gezegd bevat het MER deze belangrijke informatie nog niet.

Slagschaduw Voor slagschaduw gaat de gemeente uit van een maximale slagschaduwduur op gevoelige objecten van maximaal 1 uur per jaar. Dit is aanzienlijk lager dan conform de oude normstelling10. Dit uur is de opgetelde maximale tijdsduur binnen één jaar die nodig is om een windturbine stil te zetten op het moment dat slagschaduwhinder kan optreden. Hiermee hanteert HVC in het MER de strengst mogelijke norm voor slagschaduwhinder.

(Externe) veiligheid HVC beschrijft in het MER de (externe) veiligheidsmaatregelen op hoofdlijnen15 en onderbouwt kort de noodzaak hiervan. De uitwerking van maatregelen ontbrak nog. De aanvullende informatie bevat deze wel.16 De gemeente gaf ook aan dat mede hierom zij geen aanleiding ziet aanvullende (externe) veiligheidseisen te stellen. De Commissie heeft hierdoor geen opmerkingen meer bij (externe) veiligheid.

11 12

Zie Environmental Noise Guidelines for the European Region, WHO (2018).

Voordat het Activiteitenbesluit normen voor windturbines bevatte, golden in Nederland voor turbines ook dergelijke curves,

zie wetten.nl - Regeling - Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer - BWBR0012897 (overheid.nl) (vervallen). 13

Zie wetten.nl - Regeling - Besluit geluidhinder - BWBR0020445 (overheid.nl). De gemeente moet daarom in het

kader van een goede ruimtelijke ordening onderbouwen welke geluidsbelasting zij accepteert (maatwerk) 14

Zie ook het uitgebreide advies van de GGD Rotterdam Rijnmond over de omgang met de jeugdgevangenis de Hartelborgt

van 30 januari 2023. 15 16

Bijlage D van het MER: Nota Voorkeursalternatief Windpark Brielse Maasdijk in tabel 1.

HVC heeft aangegeven dat de as- en tiphoogte van turbine WT10 is verlaagd vanwege de ligging van twee gasleidingen ten

zuiden aan de overzijde van het voedingskanaal. Er zal daarnaast een redundante kabelverbinding bij de Hartelkering

worden gerealiseerd zodat zowel de Hartelkering als de Maeslantkering altijd kunnen sluiten. Bij ijsvorming aan de bladen zullen de turbines buiten werking worden gesteld.

-5-

De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER voorafgaand aan de besluitvorming over het windpark voor geluid, slagschaduw als (externe) veiligheid het volgende op te nemen: 

een actueel overzicht van het voorkeursalternatief en de milieueffecten daarvan, inclusief de mitigerende maatregelen voor geluid, slagschaduw en (externe) veiligheid. Ga in op onzekerheden rond en omgang met de geluidwering van de Hartelborgt;

het voorstel voor de gemeentelijke regels voor het windpark (normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid). Motiveer daarbij beknopt dat hieraan inderdaad voldaan kan/zal worden.

Natuur Het veldwerk naar de vliegactiviteit van vogels en vleermuizen is degelijk uitgevoerd en geeft een solide basis voor de effectbeoordeling. De afwezigheid van negatieve effecten op Natura 2000-gebieden is goed onderbouwd. In het MER is echter wel sprake van enkele onvolkomenheden. Het gaat om het volgende: 1.

de effectscores voor ecologie zijn soms onjuist of inconsequent toegepast. Zo is een score van 0 (neutraal) toegekend aan mortaliteit onder vogels door aanvaringen. Dit suggereert dat er geen verschil zou zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Er is

echter wel degelijk sprake van een negatief effect (slachtoffers) maar geen effect op de 2.

populatie als geheel (de gunstige staat van instandhouding);

voor vleermuizen wordt ten onrechte gesteld dat de hoogte van de windturbines en

rotorbladen geen effect heeft op de gewone dwergvleermuis.17 Tegelijkertijd krijgt dit onderdeel wel, terecht, een negatieve effectscore (--);

3.

effecten van aanvaringsslachtoffers onder de ruige dwergvleermuis zijn mogelijk

onderschat. Gesteld wordt dat effecten op de populatie van de ruige dwergvleermuis

kunnen worden uitgesloten. Hierbij is echter geen ‘worst-case’-berekening gemaakt ten aanzien van de onzekerheden in a) populatiegrootte en b) aantallen slachtoffers. Nu is

echter gebleken dat een stilstandvoorziening als mitigerende maatregel gedurende het

hele vliegseizoen van vleermuizen zal worden ingezet.9 Dit was op basis van het MER en de natuuronderzoeken voor de Commissie eerder niet duidelijk. Rekening houdend met

deze maatregel (toepassing april t/m oktober, stilstand tot een windsnelheid van 6 meter per seconde) is de Commissie het wel eens met de conclusie uit het MER en de bijlagen.

Deze conclusie is dat, ook rekening houdend met onzekerheden ten aanzien van de ruige en gewone dwergvleermuis, negatieve effecten op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten kan worden uitgesloten.18

17

In werkelijkheid heeft de tiplaagte een grote invloed op de aanvaringsrisico’s (bij zowel vogels als vleermuizen) vanwege de vlieghoogteverdeling van veel soorten. Dit geldt zeker voor relatief laagvliegende soorten als gewone dwergvleermuis.

18

Er is uitgegaan van maximaal 25 slachtoffers bij 5 turbines op basis van 5 slachtoffers per turbine, gebaseerd op Rydell et

al. 2010. In een meer recente synthese van dezelfde auteur (Rydell et al. 2017, pagina 90) wordt aangegeven dat

voorgaande schattingen te laag waren. Op basis van verschillende monitoringsonderzoeken is duidelijk dat sprake is van een grote spreiding in de mortaliteit per turbine, afhankelijk van verschillende factoren (zoals locatie en terreintype). De

mortaliteit bij windpark Brielse Maasdijk is daardoor niet exact te kwantificeren. Het is dus niet zeker dat 5 slachtoffers per jaar worst-case is. De 1%-norm voor ruige dwergvleermuis wordt berekend als 22 slachtoffers per jaar (tabel 3 in de aanvullende onderbouwing van Waardenburg Ecology). Hierbij is gerekend met een dichtheid van drie ruige

dwergvleermuizen per km2 landoppervlak. Indien wordt uitgegaan van de vaak gebruikte range van 50.000 tot 100.000

ruige dwergvleermuizen die door Nederland trekken (Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, BIJ12) en een landoppervlak

van 33.893 km2 bedraagt de dichtheid ca. 1,5 – 3,0 ruige dwergvleermuizen per km2. Als gemakshalve van een gemiddelde waarde van 2,25 wordt uitgegaan, komt de 1%-norm op ongeveer 16 te liggen. Dit is aanzienlijk lager dan de gehanteerde

-6-

Uit de aanvullende informatie blijkt ook dat na overleg met de Omgevingsdienst Haaglanden een cameradetectiesysteem19 ingezet moet en gaat worden vanwege eventuele

aanvaringsrisico’s voor de zeearend, die in dit gebied kan voorkomen. Dit was nog niet in het voorkeursalternatief vermeld.

De Commissie concludeert dat er - rekening houdend met bovenstaande - desondanks een goede, heldere en complete basis ligt voor natuur. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER voorafgaand aan de besluitvorming over het windpark voor natuur: 

een aangepast overzicht te geven van de effecten op vogels en vleermuizen dat rekening houdt met bovenstaande onvolkomenheden;

de voorgestelde mitigatie voor vleermuizen en de zeearend in het voorkeursalternatief op te nemen. Beschrijf kort dat hiermee aan de eisen van de van de natuurwetgeving wordt voldaan.

Landschap en cultuurhistorie Het onderdeel landschap en cultuurhistorie in het MER is helder opgebouwd. Het voorkeursalternatief van vijf turbines (zie figuur 1 in dit advies) bestaat uit een lijn van vier turbines en één min of meer solitaire turbine (WT10). Door diverse belemmeringen blijkt het niet mogelijk een continue lijn van windturbines in het landschap te realiseren. Dit is goed onderbouwd. Met de beschreven mitigerende maatregelen kunnen de negatieve effecten op het landschap aanzienlijk worden verminderd.20 HVC heeft laten weten deze maatregelen niet over te nemen vanwege financiële haalbaarheid9. Wel is er de intentie om visuele hinder door de nachtelijke signaalverlichting tegen te gaan. Hier zou dan wel voor de meest milieuvriendelijke variant gekozen.21 Dit was eerder niet duidelijk geworden uit het MER. Het MER bevat verder enkele onvolkomenheden bij landschap. Zo lijken de samengevatte effectscores op sommige plaatsen in strijd met andere scores in het MER en de bijlagen.22 Dit kan verholpen worden in een aangepast samenvattend overzicht.

norm. Bij 5 turbines wordt deze waarde overschreden bij een mortaliteit van ca. 3,3 ruige dwergvleermuizen per turbine per jaar. 19 20

Met dat systeem kan voor een belangrijk deel eventuele risico’s worden weggenomen (waarschijnlijk reductie met >60%). Zoals in hoofdstuk 1 van dit advies al gezegd, in het bijzonder het laten vervallen van turbinepositie WT-10 heeft een

positief effect. 21 22

Namelijk het toepassen van zogenaamde ‘transpondertechnologie’ zodat lampen op de turbines niet continu branden.

Alternatieven 4.2A en 4.2B zijn meegenomen in het MER, dit zijn de alternatieven zonder WT10. Bij de andere alternatieven

waar WT10 wel onderdeel van is, is de argumentatie dat de aansluiting op bestaande landschappen negatief is vanwege een onderbroken lijn. Onduidelijk is waarom alternatief 4.2A en 4.2B hetzelfde scoren en niet positiever, hier is immers wel sprake van een lijn. Dit geldt ook voor herkenbaarheid en zichtbaarheid van de opstelling.

-7-

De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER - voorafgaand aan de besluitvorming over het windpark - het volgende op te nemen: 

een aangepast overzicht van de effecten op het landschap. Houd daarin rekening met de hierboven genoemde onvolkomenheden, hierdoor krijgt de lezer een compleet en eenduidig beeld van de landschappelijke effecten;

de voorgestelde mitigatie voor visuele hinder door de nachtelijke signaalverlichting in het voorkeursalternatief.

Aanbeveling landschappelijk compensatieplan Het MER geeft aan dat een landschappelijk compensatieplan, de exacte inrichting en de wijze van aanleg nog verder moet worden uitgewerkt. Bij deze uitwerking is nog veel te winnen wanneer er goed rekening wordt gehouden met de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Zo beveelt de Commissie aan om bij de positionering van de ‘opstelplaats’ van bouwmaterieel en -materiaal in de bouwfase rekening te houden met het zoveel mogelijk sparen van bestaande bomen. En tevens om met de positionering van de te compenseren bomen aanwezige waardevolle landschappelijke en cultuurhistorische structuren te versterken.

Samenvatting van het MER Een wettelijke inhoudsvereiste van het MER23 is een publieksvriendelijke, niet-technische samenvatting. Zoals gezegd het MER, de vele bijlagen bevatten en de aanvullende onderzoeken maken het lastig om een goed overzicht te krijgen. De in dit advies geadviseerde aanvulling op het MER - waaronder in het bijzonder de aanvullende informatie over het voorkeursalternatief en de gemeentelijke normstelling9 - is logischerwijs nog niet in de samenvatting opgenomen. Hierdoor biedt de samenvatting nog geen toegankelijk en compleet beeld. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER voorafgaand aan de besluitvorming een herziene samenvatting te maken van het MER die rekening houdt met hetgeen in dit advies beschreven is. Neem daarin ook tabellen op met een overzicht van de onderzoeksresultaten van de diverse normvarianten en de consequenties daarvan, zoals voor geluid en energieopbrengsten. 24

23 24

Wet milieubeheer artikel 7.23 en artikel 11.16 van het Omgevingsbesluit.

Een DCMR brief van 29 september 2023 bevat in dit kader ook inzichtelijke informatie over geluid en energieopbrengsten in

de diverse normvarianten.

-8-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie

De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit

wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het

gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Peter van der Boom MA drs. Sjoerd Harkema (secretaris) dr. ir. Erik Klop Loes van der Vegt ir. Harry Webers (voorzitter) Besluit(en) waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Een omgevingsvergunning, een natuurvergunning -of ontheffing (nog op grond van de Wet natuurbescherming) en een watervergunning (nog op grond van de Waterwet) Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor projecten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een milieueffectrapport (MER) vereist zijn. Het MER geeft aan dat hiervoor de wetgeving geldt zoals die van toepassing was voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024). Voor deze procedure volgt daarom nog uit onderdelen C en D van de bijlage bij het voormalige Besluit milieueffectrapportage dat een MER vereist is. Het gaat om de ‘de oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark (categorie D22.2)’.

Bevoegd gezag besluit(en) De gemeenteraad van Nissewaard voor de vvgb, Burgemeester en Wethouders van Nissewaard voor de omgevingsvergunningen, de Omgevingsdienst Haaglanden namens de provincie ZuidHolland voor de natuurvergunning en/of -ontheffing en het dagelijks bestuur van Waterschap Hollandse Delta en de minister van Infrastructuur en waterstaat voor de watervergunning(en) Initiatiefnemer besluit(en) HVC Landwind b.v. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? De Commissie heeft alle zienswijzen en adviezen gelezen die het bevoegd gezag tot en met 4 april 2024 heeft toegestuurd (het MER lag al ter visie voorafgaand aan de adviesvraag aan de Commissie). Ze heeft ze in haar advies verwerkt, voor zover relevant voor het MER. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3516 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14327350/1