25.Memo Routekaart Bijlage III - Toelichting PZH Stappenplan realisatie RES Routekaart RDH
Tekst van het document
Stappenplan realisatie RES o.b.v. Routekaart RES Elektriciteit Energieregio Rotterdam Den Haag 21 mei 2024
Inleiding GS heeft op 23 april 2024 de Routekaart RES voor elektriciteit vastgesteld. Hiermee geeft het provinciebestuur inzicht hoe het Zuid-Hollandse energieregio’s gaat helpen om schone en betaalbare elektriciteit in eigen buurt op te wekken. De RES-regio’s lopen achter in het halen van de doelstelling. Soms ligt het aan de provincie dat de RES-regio’s niet verder kunnen. In de Routekaart spreekt de provincie af dat ze meer op de voorgrond gaat treden om de eindstreep in 2030 te halen. Daarom gaat ze de regio’s helpen om zo snel mogelijk van zoekgebieden naar concrete zoeklocaties voor windenergie te komen. Hiervoor nemen we komend half jaar de volgende stappen: -
-
Ambtelijk overleg over RES-routekaart met alle 7 RES’en en gemeenten met potentiële zoeklocaties voor windenergie. Bestuurlijk overleg over RES-routekaart met alle 7 RES’en en wethouders van gemeenten met potentiële zoeklocaties voor windenergie. Opstarten windverkenning voor die RES-regio's die achterblijven en waarbij geen specifieke afspraken lopen om van zoekgebieden naar zoeklocaties te komen (geldt niet voor de RES RDH). ‘Botsproef’ windenergie & weidevogels voor regio’s waarvoor een windverkenning wordt gedaan
Bovenstaande stappen gelden voor alle 7 energieregio’s in Zuid-Holland, maar de betekenis en uitwerking verschilt per regio. Dit stappenplan beschrijft de stappen die de provincie gaat ondernemen in de energieregio Rotterdam Den Haag (RDH) om de routekaart RES E ten uitvoer te brengen.
GS-brief energieregio RDH Naar aanleiding van het vaststellen van de Routekaart RES voor elektriciteit heeft GS een brief verstuurd aan alle zeven energieregio’s, met daarin een onderdeel dat in hoofdlijnen de betekenis per regio beschrijft. Voor de energieregio RDH geldt dat het RES-bod nu niet in zicht is, maar er met de RES-partners - waaronder de provincie - duidelijke afspraken zijn gemaakt en stappen ondernomen om voldoende windlocaties te realiseren om het bod alsnog te halen. Een belangrijke stap hierin is de regionale planMER van de RES RDH die inmiddels gestart is met het opstellen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De regionale planMER van de RES RDH dient voor de provincie als onderbouwing voor de wijziging van de provinciale Omgevingsverordening. De regionale planMER dient voldoende zoeklocaties te bevatten om het RES bod te halen, óók na de invoering van aangescherpte nationale windnormen. De provincie heeft er vertrouwen in, mede op basis van een modelstudie van Witteveen+Bos, dat deze potentie aanwezig is binnen de huidige zoekgebieden, maar met een smalle marge; er kunnen weinig zoeklocaties afvallen in de besluitvorming.
1
Ambtelijk overleg met RES’en De provincie sluit zo veel als mogelijk aan bij bestaande overleggen om de Routekaart RES en de gevolgen daarvan te bespreken. In RES Rotterdam Den Haag is de routekaart inmiddels toegelicht in het Opdrachtgeversteam (OT) en is er een ambtelijke toelichtingssessie gepland op donderdag 23 mei. Ook daarna zal via de reguliere overleggen in de energieregio RDH (OT, ANE) de routekaart bespreekpunt blijven, met name in relatie tot de regionale planMER.
Bestuurlijk overleg met RES’en en individuele gemeenten Naast het ambtelijk overleg worden bestuurders in de RES’en geïnformeerd over reden, noodzaak en betekenis van de routekaart RES voor hun regio en gemeente. Voor de energieregio RDH is hiervoor een bestuurlijke toelichtingssessie gepland op vrijdag 31 mei. Ook worden bestuurders geïnformeerd tijdens de reguliere bestuurlijke overleggen van de RES en in overleggen die hieraan verbonden zijn, zoals het overleg windconvenant Rotterdamse regio, bestuurlijke ateliers warmte, et cetera. Daarnaast zoekt de gedeputeerde rechtstreeks contact met wethouders van gemeenten met potentiële zoeklocaties voor windenergie. Doel van de gesprekken is om de samenloop met lopende besluitvorming op specifieke windlocaties te bespreken, bijvoorbeeld over windlocaties die voortkomen uit het Energieakkoord. Het heeft de voorkeur dat gemeenten de verdere besluitvorming over windenergie uitvoeren. Een open dialoog met wethouders (ook één op één) biedt de mogelijkheid om vroegtijdig te wisselen wat zij nodig hebben om deze rol te pakken en of zij hier ruimte voor zien. Om goed met deze gemeenten op te trekken, is intensief ambtelijk en bestuurlijk overleg nodig gedurende het hele proces. De provincie blijft in dit proces inzetten op de gezamenlijkheid van de RES-opgave; het is de wens van de provincie om de RES-opgave gelijkwaardig op te pakken.
Goede afstemming tussen aanpassing van provinciaal en gemeentelijk Omgevingsbeleid is van belang om vertraging te voorkomen. Opname van een locatie in milieueffectonderzoek is een van de bouwstenen voor besluitvorming. Tot slot is ook lokale participatie van belang.
Windverkenning Binnen verschillende RES-regio’s wordt al gewerkt om van zoekgebieden naar zoeklocaties te komen. In andere regio’s zien we dat zij moeite hebben met het vinden van goede zoeklocaties voor windenergie, soms ook door het beleid van de provincie in de afgelopen coalitieperiode. Deze regio’s wil de provincie helpen door samen met hen een verkenning te starten naar zoeklocaties voor windenergie. In de energieregio RDH wordt hier uitvoering aan gegeven middels de regionale planMER, die inmiddels gestart is met het opstellen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De provincie is nauw betrokken bij de regionale planMER en deze dient voor de provincie als onderbouwing voor de wijziging van de provinciale Omgevingsverordening. Het is van groot belang om ervoor te zorgen dat het regionale planMER en de wijziging van het provinciale Omgevingsbeleid goed op elkaar worden afgestemd. Een maximaal transparant en zorgvuldig ambtelijk en bestuurlijk proces is hierbij cruciaal. Figuur 1 in de bijlage laat de tijdlijn voor aanpassing van gemeentelijk en provinciaal Omgevingsbeleid t.b.v. windenergie zien. Gezien de fase waarin de regionale planMER zicht op dit moment bevindt (NRD-fase) is het aannemelijk dat de planning van de planMER zich zal moeten richten op aansluiting op de 2e 2
ronde van de herziening van het provinciale omgevingsbeleid. Dit betekent concreet dat uiterlijk eind april 2025 de locaties bekend moeten zijn die opgenomen moeten worden in de provinciale Omgevingsverordening OER staat in dit proces (en figuur 1) overigens voor Omgevingseffect Rapportage, een uitgebreidere variant van een planMER, waarin meer omgevingseffecten worden getoetst. Niet te verwarren met het programma van Rijkswaterstaat Opwek Energie op Rijksgronden, met dezelfde afkorting.
3
Bijlage Figuur 1
Tijdlijn aanpassing gemeentelijk en provinciaal Omgevingsbeleid t.b.v. windenergie
4