CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

21.Memo Leaderprogramma Zuid-Westelijke Delta 2023-2027; bijlage

Gemeenteraad 12 oktober 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken en mededelingen1.382 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo over Leader 2023-2027, onderdeel van het Nationaal Strategisch Plan (voor de landbouw) Ten behoeve van informeren van: colleges van B&W, gemeenteraden, waterschap, andere publieke organen, private organisaties zoals LTO, natuurverenigingen, ed. Inhoud: 1. Inleiding – wat is Leader 2. Lokale OntwikkelingsStrategie (LOS) – inhoud programma 3. Lokale Actie Groep (LAG) – werkwijze 4. Het Leader-gebied 5. Proces 6. Planning 7. Financiën 8. Relatie met andere regionale ontwikkelingen-opgaven 9. Voorbeelden Leaderprojecten

1. Inleiding – wat is Leader Leader is een specifiek onderdeel van het Europese Landbouwbeleid (GLB). Dit GLB wordt op nationaal niveau uitgewerkt, in Nederland in het Nationaal Strategisch Plan (NSP). Voor de uitvoering van dit plan krijgt Nederland gedecentraliseerd geld vanuit Europa. Nederland zorgt weer voor een verdere decentralisatie naar de provincies. Binnen de kaders van het GLB en NSP, mogen de provincies hun eigen beleid verder uitwerken en (Europees) geld beschikbaar stellen voor specifieke thema’s/projecten (in het verleden bijvoorbeeld de zogenaamde POP-projecten in het kader van het Plattelands-Ontwikkelings-Programma). In Nederland krijgen alle provincies ook de ruimte om 1 of meerdere gebieden aan te wijzen, de zgn. Leader-gebieden, die een ‘eigen’ (subsidie)programma mogen ontwikkelen. De essentie van Leader is dat het een vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling beoogt die bijdraagt aan de lokaal-regionale ontwikkeling van plattelandsgebieden. Het Leaderprogramma richt zich naast plattelandsontwikkeling ook op de thema’s biodiversiteit, water, klimaat en milieu. Innovatie, samenwerking en integrale projecten zijn daarbij belangrijke sleutelwoorden. Een Leaderprogramma moet dus opgesteld en bij de uitvoering begeleid worden door een samenwerkingsverband van publieke en lokale, private partijen: de zogenaamde bottom-up werkwijze.

De Provincie heeft aan de ZH-eilanden gevraagd of zij Leader-gebied willen worden. De betrokken gemeenten hebben daar in principe positief op gereageerd.

2. Lokale OntwikkelingsStrategie (LOS) - inhoud programma Voordat een Leadergebied aan de slag gaat met de uitvoering, moet er eerst een Lokale OntwikkelingsStrategie opgesteld worden. In deze LOS wordt o.a. het gebied beschreven, een SWOTanalyse uitgevoerd en worden de strategie/visie en doelen beschreven. Een belangrijk onderdeel is de beschrijving van de organisatie, samenstelling van de LAG (zie punt 3), samenwerking met de provincie en het uitvoerend orgaan. Tot slot wordt de begroting en financieringsplan uiteenzet. In een aparte bijlage wordt het reglement voor de LAG beschreven, alsmede het beheer & toezicht en de selectieprocedure voor projecten. Deze hele LOS wordt dus opgesteld in nauwe samenwerking tussen publieke en private partijen. De definitieve versie moet goedgekeurd worden door de

provincie en RVO. Na goedkeuring is de LOS een soort uitvoeringsprogramma. De LOS biedt dan een kader waarbinnen partijen uit het Leader-gebied subsidies aan kunnen vragen voor projecten.

3. Lokale Actie Groep (LAG) – werkwijze De Lokale Actie Groep bestaat uit een representatieve groep bewoners/vertegenwoordigers van lokale organisaties en lokale overheden uit het Leader-gebied. De LAG (bege)leidt de uitvoering van de LOS. Het is daarom raadzaam om voor het opstellen van de LOS alvast een (voorlopige) LAG te vormen. Dit garandeert dat de LOS bottom-up tot stand komt. Daarnaast is het voor de uitvoering verplicht om een LAG te vormen, vandaar dat het goed is om bij de start van het opstellen van de LOS een LAG samen te stellen. De samenstelling van de LAG kunnen de partijen zelf bepalen, maar een eis is dat publieke partijen een minderheid vormen. Dus als er bijvoorbeeld 4 wethouders (of ambtenaren) en een heemraad in de LAG gaan zitten, dan moeten er tenminste 6 vertegenwoordigers van private partijen aan toegevoegd worden. De omvang van de LAG is niet aan regels gebonden, maar geadviseerd wordt om deze niet te omvangrijk te maken (bv. 11-15 leden).

Het takenpakket van de (voorlopige) LAG ziet er in de voorbereidingsfase min of meer als volgt uit: • het opstellen van het ontwikkelingsplan voor het programmagebied, de LOS; • het opstellen van selectiecriteria en voorwaarden (beoordelingsformulier steunaanvragen); In de uitvoeringsfase kan gedacht worden aan: • het beoordelen van de ingediende projecten en het toetsen of projecten inhoudelijk passen • het stimuleren en ondersteunen van projectontwikkeling en het genereren van nieuwe projecten; • het tussentijds evalueren van de LOS en indien nodig bijstellen; • het verzorgen van inhoudelijke en financiële rapportages; • het voeren van financieel en inhoudelijk beheer van het ontwikkelingsplan, • het nakomen van verplichtingen inzake voorlichting en publiciteit. Voor de uitvoering van deze taken kan de LAG gebruik maken van ondersteuning die wordt geboden door een, nog aan te stellen, secretaris van de LAG. Dat kan intern gebeuren of er kan externe ondersteuning gevraagd worden. In het laatste geval zal de uitvoering van het Leaderprogramma weinig personele inzet vanuit de gemeenten vragen. Die (externe) ondersteuning kan gefinancierd worden uit het beschikbare Leaderbudget.

4. Het Leadergebied Het beoogde Leadergebied bestaat wat betreft de provincie in ieder geval uit de eilanden VoornePutten, Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee. De Provincie heeft in overweging gegeven om daar ook IJsselmonde en/of het Eiland van Dordrecht aan toe te voegen. Hierover is nog geen besluit genomen, maar dat moet tijdens het opstellen van de LOS wel gebeuren. De keuze hiertoe is aan de regio. Gerealiseerd moet worden dat het Leadergebied primair het platteland betreft, kernen/steden met meer dan 35.000 inwoners (bv. Spijkenisse) vallen derhalve buiten het Leader-programmagebied (en komen dus ook niet in aanmerking voor gesubsidieerde projecten.

5. Proces Met de betrokken wethouders in de regio is afgesproken dat de gemeente Goeree-Overflakkee voorlopig het proces zal coördineren. Om tot een LOS en de aanstelling van een definitieve LAG te komen, is het volgende procesplan (op hoofdlijnen) gemaakt: Stap 1: Vaststelling en uitvoering procedure voor werving/selectie schrijvers LOS.

Stap 2: Vormgeving organisatiestructuur en werkwijze tbv opstellen LOS en instellen LAG; • Bijeenkomst met alle stakeholders in het gebied, inclusief inspiratiesessie met ervaren Leader-uitvoerders (over werkwijze, type projecten, do’s/don’ts); • Instellen van een voorlopige LAG, begeleidingsteam voor LOS en brede stakeholdersgroep en opstellen LOS; • begeleidingsteam is aanspreekpunt voor schrijvers LOS en samen met die schrijvers de coördinator voor het opstellen van de LOS Stap 3: Uitwerken LOS, inclusief activiteitenplan, definitieve organisatie, begroting/financieringsplan en reglement • diverse bijeenkomsten met voorlopige LAG • diverse terugkoppelingen naar brede stakeholdersgroep • diverse besprekingen met provincie en RVO

6. (voorlopige) Planning Van de planning van de 8 bovengenoemde stappen is als volgt: • Stap 1: juni 2022 • Stap 2: voorbereiding juli-augustus, uitvoering begin september 2022 • Stap 3: augustus-december 2022 • Stap 4: indiening LOS bij provincie en RVO Start uitvoering LOS: voorjaar 2023. Eind datum: medio 2027.

7. Financiën Voor de uitvoering van het programma (projecten en begeleiding) is € 2,2 miljoen beschikbaar (€1,1 miljoen komt vanuit EU en de andere € 1,1 vanuit de provincie). Lokale overheden (en andere partijen) kunnen dit budget vanuit eigen middelen vergroten, maar zijn hiertoe niet verplicht. Dit wordt dus een aandachtspunt tijdens het opstellen van de LOS. Voor het opstellen van de LOS kan bij de provincie € 20.000 subsidie aangevraagd worden. De gemeente Goeree-Overflakkee heeft deze subsidie (als coördinator van het proces) aangevraagd en (informeel) toegewezen gekregen. Voor het opstellen van een LOS en de begeleiding is dat onvoldoende. Er zal enige aanvullende financiering vanuit het gebied (bv. de gemeenten) nodig zijn.

8. Relatie met andere regionale ontwikkelingen/opgaven In het gebied van de Zuid-Hollandse eilanden spelen ook andere ontwikkelingen waar een inbreng en/of sturende rol van regionale organisaties verwacht wordt. Te denken valt aan de RegioDeal en de gebiedsgerichte aanpak als onderdeel van het Nationaal Plan Landelijk Gebied. Opgaven waar ook middelen aan gekoppeld worden voor subsidiering van projecten. Bij het opstellen van de LOS voor het Leader programma zal met deze opgaven rekening gehouden worden zodat er complementaire programma’s kunnen ontstaan. Tenslotte noemen wij hier nog de Landschapstafels (LST) Haringvliet en Voorne Putten. Beide LST’s zijn in de afrondende fase en het plan is om deze LST’s te transformeren tot een Brede Stakeholdersgroep ZH-eilanden. De huidige vertegenwoordigende organisaties in die LST’s (landbouw-natuur-recreatie/toerisme, gemeenten, waterschap) kunnen verder aangevuld met onderwijs en andere organisaties. Deze stakeholdersgroep zal door de LAG als klankbordgroep betrokken worden bij het opstellen van de LOS. Deze brede stakeholdersgroep kan ook een bijdrage leveren bij het opstellen van andere plannen/opgaven (bv. RegioDeal-2, NPLG) voor het gebied.

8.

Enkele voorbeelden Leaderprojecten

ntwikkeling veenweide gebied

gericht op en

,

(ontwikkeling verdienmodel na e teelt ), en behoud van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11898116/1