CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

2024.04.10 plan van aanpak taskforce jeugd

Commissie Sociaal Domein 11 april 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Brief nr 4 GRJR Kostenbesparende maatregelen (Op verzoek van de heren Verhoog en Korbee) (aanvullende informatie van Jong Nissewaard)7.304 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Plan van aanpak Taskforce Jeugd

datum donderdag 25 januari 2024 versie 1 Auteur(s)

Indra Caerteling en Veronika Essers

0

Inhoud 1. De taskforce jeugd .......................................................................................................................... 2 Uitgangspunten bij het realiseren van de opdracht................................................................................ 3 Risico’s ..................................................................................................................................................... 3 Te nemen maatregelen: de inspanningen............................................................................................... 3 2. Beleidsinhoudelijke inspanningen .................................................................................................. 4 Inspanning 1: Beperken van de reikwijdte in de jeugdhulp .................................................................... 4 Inspanning 2: Jeugdigen met levenslange en levensbrede beperking .................................................... 5 Inspanning 3: Afspraken met (passend) onderwijs ................................................................................. 5 Inspanning 4: Verwerken wetswijziging Jeugdwet.................................................................................. 6 2. Inspanningen inzake inrichting van het lokale stelsel ....................................................................

6 Inspanning 5: Werkwijze ouder-problematiek prevaleert boven jeugdhulp .......................................... 6 Inspanning 6: Werkwijze 18-/18+ ........................................................................................................... 7 Inspanning 7: Handreiking stevige lokale teams implementeren ........................................................... 8 Inspanning 8: Effectieve inkoop van jeugdhulp ...................................................................................... 8 3 Inspanningen inzake toegang tot jeugdhulp .................................................................................. 9 Inspanning 9: Indiceren ........................................................................................................................... 9 Inspanning 10: Huisartsenroute ............................................................................................................ 10 Inspanning 11: Doorbraakregie toepassen op 10-20 complexe gezinnen ............................................ 11 4. Inspanningen die de bedrijfsvoering aangaan.............................................................................. 11 Inspanning 12: controle op facturen en administratieve processen ....................................................

11 Inspanning 13: Data en monitoring ....................................................................................................... 12 5. Regionale Maatregelen................................................................................................................. 13 Inspanning 14: Regionalisering GR JR.................................................................................................... 13 Inspanning 15: Standaardisatie inkoop ................................................................................................. 13 Inspanning 16: Afbouw gesloten jeugdhulp en andere ‘bedden’ ......................................................... 14 Bijlage 1: Afbakening van de opdracht .................................................................................................. 15 Bijlage 2: Globale planning inspanningen ............................................................................................. 19

1

1. De taskforce jeugd De uitgaven voor jeugdhulp blijven onbeheersbaar. Dit is landelijk het geval en zeker ook in Nissewaard. We hebben de afgelopen jaren diverse maatregelen genomen om de kosten van jeugdhulp beheersbaar te houden. Zo hebben we onder andere: - Een kostenbesparing gerealiseerd bij de Jeugdondersteuningsteams door inzet van accountmanagement en later opnieuw bij besluitvorming omtrent de gemeentelijke Toegang; - Kostenbesparing gerealiseerd op kinderopvang met een sociaal medische indicatie door de regelgeving en de uitvoering strakker in te richten; - De uitgaven aan persoonsgebonden budgetten (pgb) beperkt door strakkere regelgeving voor pgb-beheer. - Een kostenbesparing gerealiseerd bij de praktijkondersteuner GGZ jeugd bij huisartsen door overheadkosten niet meer te vergoeden; - De functie van netwerkregisseur ter bevordering van samenwerking tussen jeugdpartners in de wijken uitgefaseerd. Alle inspanningen hebben nog onvoldoende effect gehad. De huidige situatie, met stijgende kosten van regionale jeugdhulp en een financieel ravijn in het vooruitzicht per 2026, nopen tot een steviger aanpak. Daarom is per februari 2024 een taskforce jeugd in het leven geroepen voor de duur van bijna twee jaar. Deze taskforce zal zich uitsluitend bezighouden met de ontwikkelen bezuinigingsopgaven jeugdhulp.

Door deze opgaven te beleggen bij een taskforce en de lijnorganisatie de reguliere werkzaamheden te laten uitvoeren, kunnen de opgaven de volle aandacht krijgen. Ook moet de taskforce leiden tot versnelling in aanpak; de huidige situatie biedt ons niet langer de mogelijkheden om geleidelijk te werken aan een toekomstbestendig sociaal domein. Binnen de taskforce komen een drietal ontwikkelingen samen: 1. De landelijke hervormingsagenda jeugd (HAJ) met daarin richtingbepalende afspraken en concrete maatregelen tussen Rijk, gemeente en jeugdhulpaanbieders. Het doel hiervan is als volgt omschreven: De weg naar steeds meer individuele jeugdhulp, waarbij tegelijkertijd veel kwetsbare jeugdigen te lang wachten op passende zorg, kan niet de route zijn die we in de toekomst blijven bewandelen. Dat moet anders – slimmer, efficiënter en met minder bureaucratie dan nu. Bovendien hebben we te maken met een krimpende arbeidsmarkt en het beroep dat de zorg op de samenleving doet is al groot. Het stelsel moet ook financieel houdbaar zijn voor de toekomst. 2. De regionale bestuursopdracht vanuit de jeugdhulpregio Rijnmond (RBOK), waarin een vijftigtal kansrijke maatregelen staan om de kosten te kunnen beperken en te voldoen aan de hervormingagenda. De maatregelen zijn grotendeels regionaal, waarbij de Uitvoeringsorganisatie van de GR JR (UO) het voortouw neemt.

Er staan echter ook veel zaken in die vragen om lokale inzet, of die geheel lokaal moeten worden opgepakt. 3. Lokale maatregelen om de kosten van jeugdhulp beheersbaar te houden en te verlagen, zoals afgesproken in de bezuinigingsvoorstellen, alsmede de lokale onderdelen van de HAJ en de RBOK. De taskforce heeft vanuit de portefeuillehouder Jeugd (Wethouder Hanneke Stengs), de directeur van het programma sociaal domein en de eenheidsmanager Maatschappelijke Ontwikkeling de volgende opdracht gekregen (voor de afbakening van de opdracht wordt verwezen naar de bijlage): Realiseer met de hoogst mogelijke urgentie zodanige maatregelen dat er op de jeugdhulp minimaal € 2.500.000 wordt bespaard, zodat dit bijdraagt aan het bereiken van een structureel positieve stelpost in het sociaal domein vanaf 2027.

2

Uitgangspunten bij het realiseren van de opdracht - We doen niet meer dan minimaal wettelijk noodzakelijk is, tenzij extra inspanning op bepaalde onderdelen leidt tot een binnen afzienbare tijd (bijv. 3 jaar) financieel gunstig effect in het sociaal domein. Dit tenzij de raad anders bepaalt. - We hanteren de uitgangspunten van het beleidskader waarbij we uitgaan van normaliseren, het stimuleren van samen oplossend vermogen van de samenleving, hulp inzetten waar het het meeste nodig is of de risico’s het grootst zijn en problematiek in samenhang aanpakken. Doel is problematiek duurzaam aan te pakken en op te lossen, zodat niet in een later stadium alsnog (hoge) kosten te verwachten zijn omdat een situatie niet voldoende, of op een verkeerde manier, is aangepakt. - We behouden de basale infrastructuur in het sociaal domein die noodzakelijk is voor het voldoende realiseren van gerichte preventie, vraagverheldering en toeleiding, basisondersteuning en basishulpverlening en wettelijk verplichte individuele jeugdhulp. - We maken geen onnodige kosten en zorgen ervoor dat aanbieders van jeugdhulp niet meer betaald krijgen dan waar recht op is. Hiertoe maken we kosten-baten-afwegingen in de bedrijfsvoering. - We zoeken de randen van de wet op als we de kosten niet in verhouding vinden tot de (maatschappelijke) opbrengsten.

- We realiseren ons dat niet alle problematiek kan worden opgelost en dat niet alle problematiek de verantwoordelijkheid is van de gemeente. Ouders, onderwijs en samenleving hebben bijvoorbeeld ook een eigenstandige verantwoordelijkheid. Ook het Rijk heeft een verantwoordelijkheid om het stelsel verantwoord te kunnen uitvoeren op inhoud en financieel. Risico’s Voor de werkzaamheden binnen de taskforce zijn de volgende risico’s te benoemen: - De rijksoverheid kan keuzes maken (bijvoorbeeld inzake financiën) of nalaten keuzes te maken (bijvoorbeeld inzake reikwijdte jeugdhulp), die financiële impact hebben op onze gemeente. Indien het rijk niet besluit om extra middelen beschikbaar te stellen, zal het realiseren van alle inspanningen nog niet leiden tot een positieve stelpost sociaal domein. - Door onvoorziene gebeurtenissen of door autonome stijging van beroep op jeugdhulp, kunnen de kosten van jeugdhulp stijgen, ondanks (geslaagde) inspanningen. - Noodzakelijke investeringen vooraf kunnen bestuurlijk worden afgekeurd, waardoor een besparing onvoldoende kan worden gerealiseerd. - Politieke keuzes kunnen van invloed zijn op het behalen van de doelen, bijvoorbeeld als de reikwijdte van jeugdhulp onvoldoende wordt ingeperkt. - De maatregelen uit de RBOK kunnen onvoldoende voortvarend worden opgepakt, waardoor lokale inspanningen vertraging oplopen.

- Indien er onvoldoende capaciteit beschikbaar wordt gesteld op de noodzakelijke momenten, kan dit leiden tot vertraging of kwalitatief minder goede resultaten. - Binnen het jeugddomein werken we met verschillende systemen. Het eventueel aanpassen van werkwijzen en processen zou kunnen leiden tot het aan moeten passen van de systemen. Hierin zijn we als gemeente afhankelijk van de kennis, kunde en planning van de leverancier. Ook dient hier budget voor vrij gemaakt te worden. Buiten dit plan van aanpak, vinden geen ontwikkelopdrachten plaats op het gebied van jeugdhulp. Als er zaken zijn die dermate noodzakelijk en urgent zijn dat deze voorrang zouden moeten krijgen, wordt in de taskforce bepaald of die inspanning wordt opgenomen in het plan van aanpak. Te nemen maatregelen: de inspanningen In de volgende hoofdstukken worden de te nemen maatregelen, oftewel inspanningen, uitgewerkt. Uitvraag bij andere gemeenten en adviesbureaus hebben bevestigd dat we met deze inspanningen 3

en de zaken die we al hebben gedaan/doen, alle relevante zaken hebben benoemd die kunnen helpen bij het grip krijgen op jeugdhulp. Deze zijn onderverdeeld in beleidsmatige inspanningen, inspanningen die betrekking hebben op inrichting van het lokale stelsel, inspanningen over de toegang tot jeugdhulp, inspanningen die de bedrijfsvoering aangaan en inspanningen die in de jeugdhulpregio Rijnmond worden opgepakt of geïnitieerd. Alle inspanningen starten wel per direct, met uitzondering van de inspanningen waar vermeld staat dat deze later starten; een globale planning is als bijlage 2 opgenomen. Bij alle inspanningen is onderdeel van de opdracht het meetbaar maken van het effect van de inspanning, zowel financieel als kwalitatief. Per inspanning zal er een nulmeting worden gemaakt met onder andere huidige aantallen en kosten en wordt monitoring hierop ingericht. Op dit moment is het nog niet mogelijk per inspanning een potentieel besparingsbedrag aan te geven.

2. Beleidsinhoudelijke inspanningen Deze maatregelen betreffen wijzigingen in beleid, waar we als gemeente een rol in hebben. Inspanning 1: Beperken van de reikwijdte in de jeugdhulp Vooruitlopend op de wijziging van de Jeugdwet, is een handreiking verschenen die gemeenten handvatten biedt om zelf de reikwijdte van de jeugdhulp te beperken. Dit kan door enerzijds te bepalen welke voorzieningen de gemeente als persoonsgebonden aanbod wil bieden, anderzijds door elke voorziening te concretiseren naar doelgroep, duur en intensiteit van de inzet, activiteiten die binnen de voorziening zijn toegestaan, etc. Hierbij is de gemeente wel verplicht datgene te bieden wat voorafgaand aan de decentralisatie vanuit de AWBZ werd geboden. Preventie en algemeen aanbod zoals schoolmaatschappelijk werk, jongerenwerk en Centrum voor Jeugd en Gezin waren al voor 2015 gemeentelijke taken. Binnen deze inspanning moeten een aantal onderdelen worden uitgevoerd: 1. Duidelijk moet worden welke producten/voorzieningen voor 2015 veruit de AWBZ werden geboden aan jeugdigen. 2. Aangeven welke van onze huidige persoonsgebonden voorzieningen buiten de oude AWBZtaken vallen (indien van toepassing) en hiervan bepalen of we deze wel of niet willen blijven uitvoeren. 3.

Bepalen welke voorzieningen binnen het algemeen aanbod dan wel persoonsgebonden aanbod gepositioneerd worden en bepalen welk type problematiek alleen binnen het algemeen aanbod wordt ondersteund en wat de voorwaarden zijn om in aanmerking te komen voor persoonsgebonden aanbod (uiteindelijk per product/voorziening). Dit vergt een raadsbesluit. 4. Van iedere voorziening/ieder product in het persoonsgebonden aanbod een specifieke beschrijving met randvoorwaarden opstellen (doelgroep, duur en intensiteit, etc) en deze laten vaststellen door de raad. 5. Bezien of we een niet-doen-lijst willen hanteren, een lijst met voorzieningen en producten die in ieder geval niet onder de Jeugdwet vallen. Een niet doen lijst kan (mede) bestaan uit jeugdhulp die kwalitatief niet effectief bewezen is. Zo ja, deze lijst samenstellen en opnemen in de verordening of in het besluit over punt 4. 6. Vastleggen wat van ouders/verzorgers en hun netwerk mag worden verwacht aan gebruikelijke hulp en welke voorwaarden en randvoorwaarde gelden bij boven-gebruikelijke hulp, voor zover dit nog niet voldoende is geborgd in huidige regelgeving. 7. Vastleggen wat van het onderwijs mag worden verwacht in het kader van ondersteuning van jeugdigen in hun ontwikkeling en wat daarmee buiten de gemeentelijke verantwoordelijkheid valt (zie inspanning 3). 8.

Bezien welk basisaanbod, inclusief het inzetten van en ondersteuning aan steunfiguren, noodzakelijk is gezien het nieuwe persoonsgebonden aanbod. Dit om te zorgen dat er zo min 4

mogelijk situaties zijn die wegens ontbreken van hulp escaleren naar crisis of ernstige problematiek. Dit mede gebruiken om doel en taken te bepalen van hulpverleningsdeel ‘oude JOT’ dan in basisaanbod is gepositioneerd. 9. Op basis van de besluiten van de gemeenteraad worden werkwijzen en werkinstructies opgesteld voor Toegang jeugd. Deze inspanning sluit aan bij maatregelen van de RBOK: - Maatregel 4b Kaders opstellen wanneer een behandeling klaar is - Maatregel 4a Flexibel op- en afschalen, maximale behandelduur – werkwijze generiek - Maatregel 29b Kosten/hulp van passend onderwijs niet meer in de regionale jeugdhulp (uitgevoerd door UO) - Maatregel 31 Instroom beperken door beperken reikwijdte door gemeenten vooruitlopend op Rijk (HAJ) - Maatregel 11 Integrale aanpak via integrale toegang bij gemeente en gezins- en sociaal domein breed problematiek en ombuiging aanpakken - Maatregel 32 Inzet informele steunfiguren Inspanning 2: Jeugdigen met levenslange en levensbrede beperking Jeugdigen met een levenslange en levensbrede beperking, bijvoorbeeld lichamelijk of verstandelijk, hebben te maken met blijvende beperkingen die leiden tot uitdagingen en hindernissen op meerdere leefgebieden gedurende hun levensloop.

Zowel vanuit de Jeugdwet als de Wmo kan ondersteuning noodzakelijk zijn en vaak ook zijn andere wettelijke kaders van toepassing, denk aan de Zorgverzekeringswet en passend onderwijs. Deze groep vergt mogelijk een andere aanpak dan de hulp aan jeugdigen en hun ouders met een tijdelijke hulpvraag. Ook komen hier twee gemeentelijke wettelijke kaders samen, waarbij het wenselijk kan zijn dat de werkwijzen op elkaar zijn afgestemd. Veel gemeenten hebben geen expliciet beleid voor deze doelgroep. Vanuit recent verschenen handreikingen en vanuit de HAJ, wordt deze groep wel benoemd als aandachtsgroep, waar mogelijk apart beleid of een andere werkwijze voor gewenst is. Binnen deze inspanning moeten een aantal onderdelen worden uitgevoerd: 1. Definiëring van deze doelgroep, onderzoek naar de grootte van deze doelgroep in Nissewaard en bezien in hoeverre apart beleid of een aparte werkwijze gewenst is, waarbij Wmo en Jeugdwet gezamenlijk worden bezien en ook de overgang van jeugdige naar meerderjarige (18-/18+) apart wordt bekeken. 2. Indien beleid gewenst is: bezien hoe we onze rol als gemeente ten aanzien van deze doelgroep zien en wat we wel en niet kunnen bieden aan ondersteuning. Onderdeel hiervan kan zijn het benoemen van een ketenpartner in het algemeen aanbod die voor deze groep de vaste contactpersoon (casusregie) kan bieden. 3.

Opstellen van een werkinstructie voor beide wettelijke kaders in samenhang. Deze inspanning sluit aan bij maatregelen van de RBOK: - Maatregel 28b Kosten van jeugdhulp van Zvw/Wlz/Wmo niet meer in de regionale jeugdhulp (opgepakt door UO) - Maatregel 29b Kosten/hulp van passend onderwijs niet meer in de regionale jeugdhulp (uitgevoerd door UO) Inspanning 3: Afspraken met (passend) onderwijs Landelijk is er nog veel onduidelijkheid over welke verantwoordelijkheid valt onder passend onderwijs en welke onder de Jeugdwet. Uit de handreiking van de reikwijdte van de Jeugdwet blijkt dat ‘ondersteuning gericht op het doorlopen van het onderwijsprogramma dat primair gericht is op het leerproces, het behalen van onderwijsdoelen of om de jeugdige verder te helpen in de onderwijsontwikkeling’, niet valt onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. Doel van deze inspanning is tweeledig. Enerzijds wordt zo voorkomen dat Jeugdwet-voorzieningen voor 5

onderwijsdoelen worden ingezet, waardoor voorzieningen oneigenlijk gebruikt worden, wachtlijsten oplopen en de kosten door de verkeerde financier worden gedragen. Anderzijds kunnen voorzieningen die meerdere doeleinden dienen ook door meerdere financiers worden betaald. Als een bepaalde voorziening wel passend is, kunnen door cofinanciering tussen gemeente en onderwijs, de financiële overschrijdingen worden teruggedrongen. Binnen deze inspanning moeten een aantal onderdelen worden uitgevoerd: 1. De kaders worden gesteld voor de afbakening tussen Jeugdhulp en passend onderwijs. Dit gebeurt subregionaal, samen met het onderwijsveld en onder begeleiding van een externe deskundige. 2. De lokale kaders vaststellen door de raad. 3. Afspraken maken met onderwijs wanneer onderwijs de kosten van jeugdhulpvoorzieningen (deels) betaalt. Deze inspanning sluit aan bij maatregelen van de RBOK: - Maatregel 29a Kosten verhalen bij of hulp verschuiven naar passend onderwijs (uitgevoerd door gemeenten) - Maatregel 29b Kosten/hulp van passend onderwijs niet meer in de regionale jeugdhulp (uitgevoerd door UO) Inspanning 4: Verwerken wetswijziging Jeugdwet Naast de lokale inperking van de reikwijdte van de Jeugdwet is in de HAJ afgesproken dat de landelijke overheid de Jeugdwet gaat inperken.

In ieder geval zal deze inperking betrekking hebben op gebruikelijke en boven-gebruikelijke zorg van ouders/verzorgers en hun netwerk. Gebruikelijke zorg is zorg die ouders geacht worden te bieden aan hun kind. Bovengebruikelijke zorg gaat verder dan dat, maar kan ook van ouders worden verwacht voor zover het hun draagkracht niet te boven gaat. Dit vergt altijd nader onderzoek. De wijzigingen van de Jeugdwet zullen lokaal moeten worden geïmplementeerd. Dit kan betekenen dat de verordening moet worden aangepast, werkwijzen moeten worden bijgesteld en ingekochte persoonsgebonden voorzieningen moeten worden bijgesteld. Zolang niet duidelijk is wat de wetswijziging gaat inhouden, kan deze inspanning nog niet verder worden uitgewerkt. Het lijkt erop dat de rijksoverheid wil afwachten wat gemeenten zelf gaan aanpassen op basis van de handreiking reikwijdte. Hierdoor is, buiten duiding op de termen (boven)gebruikelijke zorg, nog weinig bekend over de richting die het rijk op wil met deze wetswijziging. Het is op dit moment niet duidelijk wat de planning is van deze wetswijziging. Deze inspanning start pas als de concept-wettekst openbaar wordt.

2. Inspanningen inzake inrichting van het lokale stelsel Deze inspanningen gaan over de wijze waarop we ons (lokale) stelsel hebben ingericht en de wijzigingen die we daarin willen doorvoeren. Onderdelen hiervan zijn bestaanszekerheid en ouderproblematiek, overgang naar meerderjarige leeftijd en de handreiking stevige lokale teams. Inspanning 5: Werkwijze ouder-problematiek prevaleert boven jeugdhulp Bij jeugdigen kunnen problemen ontstaan omdat ouders zelf problemen hebben, die zijn weerslag hebben op de kinderen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij echtscheiding, schuldproblematiek, geen stabiele woonsituatie, of GGZ-problematiek bij (een van) de ouders. Het inzetten van jeugdhulp is dan geen effectieve hulp; de probleemsituatie wordt daar immers niet meer aangepakt. Het is dan van belang juist in te zetten op het hanteerbaar maken van de problematiek van de ouder(s). Overigens kan het wel zo zijn dat een jeugdige geholpen is met een stukje begeleiding hoe met deze situatie om te gaan. Hiertoe kan gekeken worden welk algemeen aanbod passend is. Zo zijn er trainingen beschikbaar voor kinderen in een moeilijke echtscheidingssituatie. Deze inspanning is overigens een andere dan (boven)gebruikelijke zorg van ouders aan kinderen, zoals onderdeel van de 6

inspanning over reikwijdte. Daar is wel degelijk sprake van problematiek bij een jeugdige door bijvoorbeeld een stoornis of beperking, waardoor ouders (extra) zorg moeten leveren. In deze situatie ontstaat (psychosociale) problematiek bij de jeugdige door problematiek van de ouder(s). Binnen deze inspanning moeten een aantal onderdelen worden uitgevoerd: 1. Bezien in welke regelmatig voorkomende situatie jeugdproblematiek ontstaat door problematiek van ouder(s). Hierbij in ieder geval schuldproblematiek, GGZ-problematiek van de ouder, echtscheiding en ontbreken van een stabiele woonsituatie betrekken. 2. Bezien welke aanpassingen in werkwijze noodzakelijk zijn om de effecten van deze problematiek bij jeugdigen te beperken, bij voorkeur door aanpak van de problematiek bij de ouder(s). Dit kan afspraken vergen met bijvoorbeeld zorgverzekeraars en andere uitvoerende partijen in het kader van IZA. 3. Bezien welk algemeen aanbod wenselijk is voor jeugdigen om beter om te kunnen gaan ingeval van dergelijk problematiek bij ouders, zodat de jeugdige beter in staat is in het dagelijks leven te functioneren. Hierbij tevens meenemen op welke wijze monitoring of signalering van eventuele escalatie noodzakelijk is en ingericht moet worden.

Deze inspanning heeft samenhang met inspanning 1 (reikwijdte) en sluit aan bij maatregelen van de RBOK: - Maatregel 11 Integrale aanpak via integrale toegang bij gemeente en gezins- en sociaal domein breed problematiek en ombuiging aanpakken - Maatregel 27 Lokaal aanbod beter bekend maken en inzetten - Maatregel 31 Instroom beperken door beperken reikwijdte door gemeenten vooruitlopend op Rijk (HAJ) Inspanning 6: Werkwijze 18-/18+ Een deel van de jeugdigen ontvangt ook vanaf het achttiende levensjaar nog jeugdhulp. Dit is op grond van de Jeugdwet mogelijk met ‘verlengde jeugdhulp’. Dit mag maximaal tot het bereiken van de 23-jarige leeftijd duren. Pleegzorg is een vorm van verlengde jeugdhulp die wordt toegejuicht. Op deze wijze kan een jong-meerderjarige voorbereid worden op een zelfstandige toekomst, zonder dat dit zwaar ingrijpt in het normale leven of tot hoge kosten leidt. Er wordt echter ook verlengde jeugdhulp gegeven omdat jeugdigen niet tijdig zijn ondersteund bij de stap naar zelfstandigheid, omdat er geen geschikte vervolghulpverlening is, of omdat er geen woonruimte (met begeleiding) beschikbaar is. Daarnaast zijn er andere redenen waarom jeugdhulp soms kan doorlopen na het achttiende jaar. Als jongeren te vroeg worden ‘losgelaten’ kan dit leiden tot dakloosheid, werkloosheid en beperkt arbeidsperspectief, schulden, etc.

Om te zorgen dat de verlengde jeugdhulp alleen wordt ingezet wanneer dit de beste duurzame keuze is en daarmee een bewuste keuze, moeten binnen deze inspanning een aantal onderdelen worden uitgevoerd: 1. Bezien hoeveel jeugdigen van 18 jaar en ouder op 1 januari 2024 jeugdhulp ontvangen, of dit regionale of lokale hulp is en welke voorziening/welk product aan jeugdhulp aan deze jongeren wordt geboden (0-meting) 2. Bezien welke jeugdhulp ook vanaf het achttiende jaar kan worden geboden en onder welke condities. 3. Werkwijze opstellen voor aanbieders en gemeentelijke Toegang (regievoering en monitoring) ten behoeve van 16/17-jarigen die naar verwachting vanaf het achttiende jaar nog hulp nodig hebben, waarbij een perspectiefplan moet worden opgesteld waarin de Big 5 (support, wonen, school & werk, inkomen, welzijn) worden opgenomen. 4. In het kader van plan Beschermd Thuis woonvormen voor jongeren (met Wmo-begeleiding) beschikbaar stellen om uitstroom uit jeugdhulp met verblijf te realiseren. 5. Afspraken maken met zorgverzekeraar en zorgkantoor over doorstroming vanuit jeugdhulp naar volwassen voorzieningen, ofwel afspraken over het financieren van verlengde jeugdhulpvoorzieningen door deze partijen wanneer dat de beste keuze is.

7

Deze inspanning sluit aan bij maatregelen van de RBOK: - Maatregel 30b Uitstroom opdracht C indien hulpverlening een woningbouwvraagstuk is (uitgevoerd door UO) - Maatregel 28a Kosten verhalen bij of hulp verschuiven naar Zvw/Wlz/Wmo (uitgevoerd door gemeenten) - Maatregel 30a Gemeenten met woningbouwlocaties inzetten voor doorstroom C (uitgevoerd door gemeenten) Inspanning 7: Handreiking stevige lokale teams implementeren Landelijk is momenteel een richtinggevend kader voor stevige lokale teams in het kader van de HAJ. Binnen Nissewaard zijn de functies binnen deze stevige lokale teams verdeeld over drie verschillende voorzieningen: • De integrale ingang Thuis in Nissewaard: hier wordt vraagverheldering gedaan en waar mogelijk verwezen naar het basisaanbod. • De gemeentelijke Toegang: hier vindt indicatiestelling plaats van persoonsgebonden jeugdhulp, alsmede casusregie en monitoring van de trajecten. • Basisaanbod: hier vindt hulpverlening en ondersteuning zonder indicatie plaats zoals opvoedondersteuning, algemeen- en schoolmaatschappelijk werk, jongerenwerk, en kortdurende begeleiding van ouders of jeugdigen met een hulpvraag. Alle onderdelen van het richtinggevend kader worden geborgd binnen het Nissewaardse lokale stelsel. De wijze waarop moet expliciet worden gemaakt, zodat kan worden aangetoond dat Nissewaard voldoet aan de voorschriften van de HAJ.

Binnen deze inspanning moeten een aantal onderdelen worden uitgevoerd: 1. De definitieve versie van de handreiking lokale teams uitsplitsen naar onderdelen en per onderdeel aangeven of dit is geborgd in Ingang, Toegang of basisaanbod. Hiertoe het landelijke Verkenningsinstrument Toegang (VIT) gebruiken. 2. De nog niet ingebedde onderdelen van de handreiking een plaats geven binnen een van deze drie voorzieningen en dit implementeren. 3. In samenhang met inspanning 1 (reikwijdte) bepalen welke taken gaan behoren tot het hulpverleningsdeel van het voormalige JOT, dat onderdeel is geworden van het basisaanbod. Dit vraagstuk is tevens onderdeel van de opdracht tot optimaliseren van het basisaanbod 0100. Deze inspanning sluit aan bij maatregelen van de RBOK: - Maatregel 10 Kortcyclisch werken + integraal casusregie voeren - Maatregel 27 Lokaal aanbod beter bekend maken en inzetten - Maatregel 17 Doorbraakmethode - Maatregel 11 Integrale aanpak via integrale toegang bij gemeente en gezins- en sociaal domein breed problematiek en ombuiging aanpakken - Maatregel 32 Inzet informele steunfiguren Inspanning 8: Effectieve inkoop van jeugdhulp Voorzieningen en diensten in het kader van de jeugdwet worden op verschillende manieren gefinancierd.

Zo zijn er regionaal ingekochte voorzieningen via de GR JR en financieren gemeenten via deze gemeenschappelijke regeling ook de landelijk ingekochte jeugdhulp. Lokaal kopen we producten in en financieren we basisvoorzieningen (zonder indicatie) via subsidie. Inspanning 7 bepaalt mede de gesubsidieerde voorzieningen. In deze inspanning gaat het over de lokaal ingekochte voorzieningen. Binnen deze inspanning moeten een aantal onderdelen worden uitgevoerd, in nauwe samenwerking met inspanning Reikwijdte): 1. Bezien in hoeverre de ingekochte producten (op de huidige wijze) wenselijk zijn op basis van behoeften uit de praktijk. Zo is bijvoorbeeld ambulante ondersteuning ingekocht, maar lijkt de wijze waarop dit wordt uitgevoerd niet te passen bij de behoeften in de praktijk. De 8

producten moeten zodanig worden aangepast dat deze effectiever zijn. Ook is het schrappen van producten een overweging (zie ook reikwijdte). 2. Bezien welke bekostigingswijze wenselijk is voor lokale jeugdhulp-producten. Specifiek: in hoeverre is het wenselijk van een vast maand- of trajectbedrag over te gaan naar financiering per ingezet uur (PxQ-financiering). 3. Zodanig afbakenen van producten zodat niet duurdere producten ten onrechte kunnen worden gebruikt voor goedkoper uitgevoerde zaken. Bijvoorbeeld inzet van het product behandeling, waar uit feitelijke werkzaamheden blijkt dat dit het goedkopere product begeleiding is.

3 Inspanningen inzake toegang tot jeugdhulp Deze inspanningen hebben betrekking op de wijze waarop we als gemeente jeugdhulp indiceren, alsmede de wijze waarop we sturen op jeugdhulp die wordt ingezet op basis van een wettelijke verwijzer, zoals de huisarts, medisch specialist of gecertificeerde instelling (GI = van overheidswege gecertificeerde instelling om maatregelen in het kader van de jeugdreclassering en jeugdbescherming te mogen uitvoeren). Inspanning 9: Indiceren De gemeente is verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp en geeft de daarvoor bijbehorende beschikkingen af. Naast de gemeente zelf mogen ook andere wettelijke verwijzers een indicatie afgeven (artsen en gecertificeerde instellingen). De gemeente mag dan geen vraagtekens zetten bij nut en noodzaak van de verwijzing, maar kan wel de aanbieder bevragen over de wijze waarop die het hulpaanbod inzet. De gemeente betaalt altijd de kosten. Om inzet te plegen dat de meest kwetsbare jongeren de hulp krijgen die nodig is en niet onnodig jeugdhulp afgegeven wordt, die ook met andere vormen kunnen worden ondersteund, is het nodig dat duidelijke kaders bestaan over indiceren. In het kader van regie hebben op de toegang tot jeugdhulp en de bijkomende kosten worden de volgende inspanningen ingezet: 1.

Opmaken en implementeren van een afwegingskader met werkinstructie voor controle op door derden afgegeven verwijzingen, voor in elk geval: a. casussen met wekelijkse kosten van minimaal € 4.000 euro, b. inzet van maatwerkverzoeken, c. inzet van landelijke ingekochte zorg (LTA), d. gesloten jeugdhulp, e. verzoeken tot verlengde jeugdwet, en f. verzoeken tot verlengingen van lopende jeugdhulp. Dit met als basis het integraal handelingskader. Hiermee creëren we ook een 4-ogen principe bij dure en specialistische hulp. 2. Inzichtelijk maken op welke (administratieve) processen onvoldoende controle en dus regie is op dit moment bij het beschikken en toewijzen van jeugdhulp, inclusief toetsing. Inbouwen van controleprocessen binnen deze taken en hierop werkinstructies maken en implementeren. 3. Opstellen van een werkinstructie op indicatiestelling, monitoring en casusregie door de gemeentelijke Toegang, ook t.b.v. op-en afschalen van ingezette jeugdhulp en voor inzet van maatwerk. Daarbij zullen klantmanagers jeugd o.a. de regionale training ‘indiceren en kostenbewustzijn’ volgen samen met arrangeurs van aanbieders. Inzetten op kortcyclisch werken, invoeren van doorbraakmethode t.b.v. integraal werken en op normaliseren (werken volgens het handelingskader). Bevat tevens raakvlakken met de RBOK maatregel ‘tijdig toewijzen’. 4. Inzet op terugdringen van LTA zorg.

Gemeente Nissewaard heeft veel jongeren die verwezen worden naar LTA; specifieker inzicht is hierop wenselijk. Het is nodig om samen met de 9

5.

6.

7.

8.

jeugdhulpregio Rijnmond in gesprek te zijn en blijven met de VNG als contractmanager van de aanbieders in het LTA en samen contractgesprekken te voeren. Daarnaast is inzet op grootste verwijzers van Nissewaardse kinderen naar LTA (onder andere Erasmus MC) noodzakelijk. Ook is het wenselijk strak te sturen op onze eigen verwijzingen naar LTA, onder andere door het vier ogen principe. Inzet op verwijzingen door Gecertificeerde Instellingen t.b.v. op-en afschalen van zorg welke verlopen via de jeugdbescherming. Dit in ieder geval door het optimaliseren van de teamtafels, waarbij overleg tussen GI en gemeente wordt gevoerd op casusniveau. Verbeteren beschikkingen. In beschikkingen die ouders ontvangen van de gemeente over welke zorg hen toegewezen wordt, moet duidelijk gecommuniceerd worden wat er van ouders zelf verwacht wordt, welke verantwoordelijkheid de gemeente heeft (ook als men andere vragen heeft) en wanneer de hulp stopt. Zeker ook bij aanvragen tot verlenging. Er zullen hiertoe standaard beschikkingen en standaard clausules worden aangepast en zo nodig worden ontwikkeld. Administratief aanvragen tot beschikkingen alleen in behandeling nemen als wordt voldaan aan het (landelijke) administratieprotocol (volledige gegevens beschikbaar van verwijzer etc). Medewerkers moeten werkinstructies hebben waar een aanvraag aan moet voldoen voordat zij deze in behandeling nemen.

Naar aanleiding van het beperken van de reikwijdte, kan het mogelijk zijn dat werkinstructies moeten worden herzien/aangepast.

Deze maatregelen sluiten aan bij RBOK: - Maatregel 1 Kader en toets voor 1-op-1 begeleiding - Maatregel 3 Training kostenbewustzijn en arrangeren - Maatregel 4a Flexibel op- en afschalen (max behandelduur) - Maatregel 4B Kaders wanneer een behandeling klaar is - Maatregel 5 Naleven systematiek arragementenmodel - Maatregel 6 Concretisering afwegingkader - Maatregel 9 Financial mee laten lopen met aanbieder - Maatregel 10 Kortcyclisch werken en integrale casusregie voeren - Maatregel 12A Budgetlimiet - Maatregel 12B Vrije treden dicht - Maatregel 17 Doorbraakmethode doorvoeren - Maatregel 26 Geen lokale zorg op regionaal contract - Maatregel 35 LTA administratieve toewijzingen - Maatregel 36a Tijdig toewijzen - Maatregel 42 Mandaat met/van aanbieders goed regelen Inspanning 10: Huisartsenroute De huisarts indiceert veel van de jeugdhulp in Nissewaard. Enkele jaren geleden is bij de meeste huisartsen een praktijkondersteuner GGZ Jeugd (verder POH) ingezet. Deze POH helpt de huisarts bij het bepalen van de juiste verwijzing en biedt soms, met enkele gesprekken, zelf de benodigde ondersteuning waardoor de verwijzing niet meer noodzakelijk is. De POH is een van de maatregelen binnen de HAJ. In Nissewaard heeft dit nauwelijks tot een besparing geleid; de businesscase was neutraal tot licht positief.

Omdat de huisarts een zeer belangrijke verwijzer is, is extra inspanning hierop wenselijk, door: 1. Bezien op welke wijze de nu ingezette POH coördinatoren een meerwaarde kunnen bieden. 2. Deelname aan het systeem van huisartsen ‘zorgdomein’ waardoor ook de gemeentelijke toegang en wellicht lokale jeugdhulp zichtbaar wordt voor huisartsen in hun verwijssysteem. Bezien moet nog worden op welke wijze we zorgdomein gaan gebruiken als gemeente (wat hierop zichtbaar wordt voor huisartsen).

10

3. Ontwikkelen van een werkwijze voor samenwerking met huisartsen; op welke wijze kunnen we de huisartsen ontzorgen en op welke wijze mogen we hen, met in acht neming van privacyregels, terugkoppeling geven van casuïstiek. 4. Bezien op welke wijze de POH wordt gefinancierd, als mogelijk onderdeel van samenwerkingsafspraken IZA. Deze inspanning sluit aan bij maatregelen van de RBOK: - Maatregel 16 POH inzet financieren vanuit IZA - Maatregel 27 Lokaal aanbod beter bekend maken en inzetten Inspanning 11: Doorbraakregie toepassen op 10-20 complexe gezinnen Het is zinvol om gezinnen met langdurige indicaties en indicaties met hoge kosten onder de loep te nemen om te onderzoeken of de hulpvraag doorbroken kan worden. Vaak zijn dit gezinnen met hulpvragen op meerdere gebieden en vanuit verschillende wetten en voor meerdere kinderen per gezin. Door vanuit het team regie MO inzet te plegen op deze gezinnen met het doel een doorbraak te creëren, kan het gezin waarschijnlijk daarna met minder of effectievere hulp wél (gedeeltelijk) zelfstandig verder. 1. Inzicht in welke gezinnen de complexe gezinnen zijn en daarbij in totaal hoge kosten met zich meebrengen, waarbij gekeken wordt naar een totaalbedrag per gezin en niet naar een bedrag per kind. 2.

Inzetten van een doorbraakregisseur en de gebruikte doorbraakmethode om te komen tot een effectievere en goedkopere aanpak en dit per gezin monitoren (ook financieel). Deze inspanning sluit aan bij maatregelen van de RBOK: - Maatregel 17 Doorbraakmethode - Maatregel 19 Samenwerken bij ingewikkelde casuïstiek

4. Inspanningen die de bedrijfsvoering aangaan Om te kunnen sturen op de uitgaven binnen de jeugdhulp is meer monitoring en controle nodig, onder andere op de daadwerkelijke betaling van facturen. De volgende inspanningen worden genomen: Inspanning 12: controle op facturen en administratieve processen Uit ervaring blijkt dat facturen die aanbieders sturen niet altijd correct zijn. Soort hulp of arrangement, periode, hoogte van bedragen en verschil tussen beschikte en daadwerkelijk geleverde zorg; het zijn enkele voorbeelden waarop de facturen kunnen afwijken van de (beschikte) werkelijkheid. Eerste ervaringen met het systeem ‘Basisbeeld’ waarmee momenteel een pilot wordt uitgevoerd, laten dit zien. Van belang is daarom een zodanige administratie en controle op facturen in te richten, dat de kosten hiervan (personeel, ICT) opwegen tegen de baten (tegenhouden te hoge uitbetalingen). Binnen deze inspanning moeten een aantal onderdelen worden uitgevoerd: 1. Inzichtelijke maken op welke (administratieve) processen onvoldoende controle en dus regie is. Hierop wordt een nulmeting uitvoeren, zodat inzichtelijk is hoeveel budget en casussen dit gaat, zodat we kunnen meten in hoeverre aanpassingen het gewenste effect hebben. Op basis van deze meting kunnen we KPI's vaststellen t.b.v. duurzame controle.

Ten behoeve van duurzame controle bouwen we controleprocessen in en worden werkinstructies opgesteld. 2. Opstellen van een werkinstructie over berichtenverkeer. Welke meldingen worden geaccepteerd en wanneer worden onvolledige meldingen afgekeurd en geretourneerd. Het berichtenverkeer is de basis voor een kloppende administratie en daarmee een correcte handelwijze bij facturering. 11

3. Werkwijze indiening facturen en controle op facturen. Momenteel is er onvoldoende in systemen en werkwijzen ingebouwd dat wanneer bedragen (facturen) afwijken van de afgesproken bedragen dit gesignaleerd wordt en actie wordt genomen, alvorens de betaling uit te voeren. Dit is onwenselijk. Ook dient gekeken te worden in hoeverre aanpassing van de afspraken over wijze van facturering beter kunnen bijdragen aan overzichtelijke facturering. Momenteel worden facturen gestuurd waarin meerdere declaraties worden gedaan over meerdere beschikkingen, vaak ook lokale jeugdhulp en regionale jeugdhulp gezamenlijk. Het kost veel tijd om uit te zoeken waar de factuur bij hoort. Door hierover betere afspraken te maken, kan dit tijd schelen en kans op fouten verminderen. Hieromtrent is vermoedelijk afstemming nodig met de UO, als het om facturering van regionale jeugdhulp gaat. 4. Regionalisering. Op basis van de maatregelen uit HAJ wordt gekeken naar het overdragen van (een deel) van de back-office taken naar de UO van de GRJR. Dit staat in verbinding met de ‘zorgvormenlijst’ die regionaal moet worden ingekocht en zo tot effectievere en efficiëntere administratieve processen moet leiden. Deze maatregelen sluiten aan bij de RBOK: - Maatregel 2 Afrekenen/ verantwoording op werkelijke kosten - Maatregel 37 Centralisatie backoffice taken jeugdhulp - Maatregel 45 Controle inbouwen t.b.v.

extremen in weektarief te filteren en controleren - Maatregel 14 Geen opslag onderaannemers - Maatregel 15 Druk van aanbieders hoog tarief stoppen - Maatregel 19 Toewijzen per toerbeurt ZBT/RER - Maatregel 33 Sturen op budgetvolumes - Maatregel 7 Audits uitvoeren, controle arrangementen - Maatregel 13 Niet meer afwijken van geldende tarieven Inspanning 13: Data en monitoring Data en monitoring is randvoorwaardelijk om de maatregelen succesvol door te voeren en om voldoende grip te hebben op de ontwikkelingen in de jeugdhulp. Data en monitoring vindt plaats op verschillende niveaus. Het betreft ten eerste monitoring op casusniveau, dat onderdeel is van de Toegang en geen plek heeft in deze inspanning. Ten tweede gaat het om monitoring van de effecten van de verschillende inspanningen. Per inspanning zal een manier moeten worden ingeregeld om de effecten te meten. Ten derde gaat het om monitoring van de jeugdhulp zelf. Voor dit laatste is een goed dashboard nodig. Deze inspanning loopt qua timing dus deels parallel aan het tijdpad van de desbetreffende inspanningen. 1. Per inspanning opstellen van een manier van meten en monitoren, zodat de effecten van iedere inspanning te volgen zijn. Dit is de verantwoordelijkheid van de opdrachtnemer van iedere inspanning, maar zal in brede zin (in totaliteit) ook voldoende inzicht moeten opleveren en waar mogelijk enige uniformiteit kennen.

Ook is het wenselijk signalen (vanuit de praktijk) te zien wanneer inspanningen elders een neveneffect hebben. 2. Opdracht aan Berenschot om per taakveld in het sociaal domein te bezien wat hiertoe de rijksinkomsten zijn (o.a. in de algemene uitkering). Dit om te bezien hoe sterk de begroting afwijkt van de hiervoor beschikbaar gestelde rijksinkomsten. De analyse gebruiken bij uitvoering van dit plan van aanpak. 3. Bestaande dashboard in Cognos beter benutten. Het huidige dashboard in Cognos, alsmede het regionale dashboard van de GR JR (inclusief maandrapportages) vormt basis voor kwartaaloverleg Jeugd, in combinatie met financiële info. Het betreft informatie die noodzakelijk is om gedurende het jaar te kunnen bijstellen in gebruik van jeugdhulp. Bekeken wordt of het huidige dashboard volstaat, op basis van gebruik in de praktijk. 4. Inzetten op versterken van preventieve controles bij aanbieders, zodat er sneller en effectiever signalen aangepakt kunnen worden wanneer aanbieders afwijken van afspraken. Wens is dit te automatiseren (Basisbeeld). 12

5. Inzetten op vergroten van controles of zorg wel/niet geleverd wordt zoals afgesproken is in beschikkingen/toewijzingen. Deze maatregelen sluiten aan bij de RBOK: - Maatregel 36B Sturen op datakwaliteit - Maatregel 37 Maandrapportages standen financieel en zorglandschap - Maatregel 47 Contractgesprekken; sturen op ontwikkelopgaven- generieke werkwijze - Maatregel 38 Lokale data regionaal beschikbaar

5. Regionale Maatregelen Vanuit de RBOK zijn er maatregelen die alleen door de OU worden uitgevoerd en die we als gemeente in eerste instantie alleen moeten volgen. Het kan wel zijn dat hieruit gevolgen voortvloeien die iedere gemeente moet implementeren. Ook kunnen deze inspanningen effect hebben op de kosten van jeugdhulp. Om deze redenen zijn deze inspanningen hier wel benoemd. Omdat alle inspanningen binnen onze gemeente een link hebben met de RBOK, is sturing op de bestuursopdracht vanuit onze lokale gemeente belangrijk. Inspanning 14: Regionalisering GR JR Vanuit de HAJ wordt gestuurd op regionalisering van onderdelen van de jeugdhulp. Dit zodat specifieke zwaardere jeugdhulp effectievere ingekocht kan worden dan als individuele gemeenten. Tevens kijkt VWS naar de effectiviteit van de huidige jeugdhulpregio’s. Voor Nissewaard geldt dit voor de jeugdhulp Rijnmond, waarvoor we met 12 overige gemeenten de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond hebben ingericht op de opgelegde wettelijke taken die regionaal moeten uit te voeren. De volgende inspannen worden daarbij gevraagd: 1. De jeugdhulp regio worden getoetst met een robuustheidsscan. Deze wordt regionaal ingevuld in afstemming met de 13 deelnemende gemeenten. Afhankelijk van het oordeel daarop door het ministerie van VWS, moeten eventueel verbeterplannen gemaakt worden. De uitkomsten zijn nog niet bekend. 2.

Alle jeugdhulpregio’s moeten een regiovisie hebben. De GR JR heeft reeds de regiovisie ‘Nabij en Passend’, waardoor we aan deze maatregel voldoen. 3. Op dit moment is de verplichting om jeugdbescherming, jeugdreclassering en meldpunt Huiselijk Geweld (Veilig Thuis) regionaal te organiseren. VWS werkt op dit moment aan een AMvB waarin wordt geregeld welke vormen nog meer regionaal georganiseerd moeten worden. Deze lijst is op dit moment nog niet definitief. Echter op basis van de conceptversie blijkt dat die lijst overheen komt wat wij op dit moment reeds regionaal organiseren. Op basis van deze zorgvormenlijst wordt dan ook de product- en dienstenomschrijving uitgewerkt. Dit kan mogelijk leiden tot administratieve wijzigingen of tot aanpassingen in onze inkoop. 4. Invoeren eventuele overige onderdelen wetsvoorstel ‘verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’. Dit wetsvoorstel behelst in ieder geval bovengenoemde punten, maar kan leiden tot andere aanpassingen. Deze sluiten aan bij RBOK: - Maatregel 39 Regionalisering - Maatregel 40 Tarieven verlagen bij centralisatie backoffice - Maatregel 25 Hulp regionaal organiseren Inspanning 15: Standaardisatie inkoop Vanuit de HAJ wordt gestuurd op standaardisatie van inkoop om zo te zorgen dat geboden jeugdhulp eenduidig en eenvoudiger wordt voor alle betrokkenen. Aan de regio en lokale gemeenten is de taak 13

belegd onderstaande punten toe te passen en te implementeren. Nadere uitwerking volgt in Q2 2024. De volgende inspanningen worden daarbij gevraagd: 1. Vanuit het Rijk wordt gewerkt aan minimale kwaliteitscriteria, normering van behandelduur per product/ zorgvorm, triage-en verwijscriteria voor regionaal en landelijke inkoop. Deze moeten worden geïmplementeerd, voor zover dat nog niet is gedaan. 2. Er is vastgelegd welke administratieve processen in de regio’s geharmoniseerd moeten worden. Dit kan gevolgen hebben voor onze gemeentelijke werkwijzen. 3. Vereenvoudigen van productcodes/ selectie en contractstandaarden/ tariefdifferentiatie. Dit kan gevolgen hebben voor onze werkwijze op gebied van inkoop, administratieve processen en monitoring. 4. AMvB reëel prijs treedt in werking, landelijke maximumtarieven zijn vastgesteld. Dit kan gevolgen hebben voor (de prijzen van) onze ingekochte jeugdhulp. Deze sluiten aan bij maatregelen RBOK: - Maatregel 41 Vereenvoudigen productcodes Inspanning 16: Afbouw gesloten jeugdhulp en andere ‘bedden’ Op basis van de ambitie die het Rijk heeft gesteld om in 2030 géén gesloten jeugdhulp meer te hebben wordt gewerkt aan afbouw- en ombouw van deze zware vorm van jeugdhulp met verblijf. Dit omdat we vinden dat kinderen geen baat hebben bij gesloten vormen van jeugdhulp.

Al zullen er altijd kinderen zijn die de meest zware vorm van jeugdhulp nodig hebben. Daarna volgen de stappen om de reguliere residentiële zorg (bedden) af te bouwen. Gesloten jeugdhulp wordt (verplicht) bovenregionaal ingekocht i.v.m. het lage aantal casussen (vergeleken met ander vormen van jeugdhulp) en specifieke kennis en expertise. Om dit te bewerkstelligen zijn de volgende inspanningen nodig: 1. Opstellen van een bovenregionaal plan en uitvoeringsplan t.b.v. af- en ombouw. 2. Inzetten SPUK (specifieke uitkering) t.b.v. frictiekosten voor ombouw naar kleinschalig wonen (via GRJR). 3. Ontwikkelen en Inzet van alternatieven voor gesloten jeugdhulp Deze sluiten aan bij maatregelen RBOK: - Maatregel 21 Alternatieven bekend maken JH+ - Maatregel 22 en 23 alternatieven 1-op-1 en alternatieven regulier - Maatregel 24 Remmen afbouw JH+

14

Bijlage 1: Afbakening van de opdracht Niet alles wat met jeugd(hulp) te maken heeft, valt onder verantwoordelijkheid van de taskforce. De taskforce richt zich op het behalen van de volgende doelen uit de Ontwikkelagenda: - Jeugdhulp zonder verblijf is effectief door goede inkoop en doelmatige toewijzing op casusniveau waardoor het aantal jeugdigen tot 18 jaar met jeugdhulp binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten ligt - Er is aantoonbaar preventief en algemeen aanbod opvoeden & opgroeien en gebruikt door professionals - Het % jeugdhulp met verblijf ligt binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten Hier wordt het volgende doel aan toegevoegd: - Vanaf 2025 dalen jaarlijks de gemiddelde kosten voor individuele jeugdhulp (per voorziening) per client per jaar ten opzichte van de nulmeting in 2023 of 2024 (exclusief indexeringskosten). De overige doelstellingen uit de Ontwikkelagenda zijn meer onderwijs-gerelateerd en vallen buiten de taskforce. Deze doelstellingen dragen immers niet rechtstreeks bij aan vermindering van de (kosten van) jeugdhulp. Dit betreft de doelstellingen: - Het percentage voortijdig schoolverlaters ligt eind 2026 binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten; - Met scholen die lager dan voldoende scoren bij de Onderwijsinspectie, gaan wij het gesprek aan over kwaliteitsverbetering, mede i.r.t.

kansengelijkheid in brede zin; - 85% van de doelgroepkinderen neemt deel aan het VVE-aanbod. Reguliere jeugdtaken die niet onder ontwikkeling of bezuiniging vallen, vallen buiten de taskforce. Te denken valt aan: - Niet onder de taskforce valt het behandelen van individuele casuïstiek, inclusief als hier iets escaleert. Uitzondering en wel onder taskforce valt het aanpassen van de werkwijze op bijvoorbeeld indicatiestelling of het uitvoeren van herindicaties in een bepaalde periode (projectmatig) op basis van gewijzigd beleid. - Niet onder de taskforce valt het behandelen van subsidieaanvragen en accountgesprekken. Wel is er een rol voor de taskforce als het een bezuinigingsopdracht betreft. Dit geldt ook voor accountmanagement voor ingekochte jeugdhulp-producten. Als er op grond van de aangepaste verordening contracten moeten aangepast of beëindigd, valt dat wel onder taskforce. - Dagdagelijkse administratie valt niet onder taskforce. Aanpassingen in werkwijze n.a.v. maatregelen in dit plan van aanpak (of later toegevoegde maatregelen) wel. - Het inrichten van de gemeentelijke toegang, inclusief de personele invulling, valt niet onder de taskforce. - De concept-bezuinigingsopdracht ten aanzien van subsidies , valt op zich buiten deze taskforce.

Wel zal bij het uitvoeren van die bezuinigingsopdracht gekeken moeten worden naar de impact hiervan op de kosten van jeugdhulp, zodat bezuiniging op subsidies zo min mogelijk kans heeft te leiden tot extra kosten in jeugdhulp. - De trajecten in het kader van Integraal Zorgakkoord (IZA), Gezond en Actief Leven akkoord (GALA), Voor- en vroegschoolse educatie (VVE), Lokale Educatieve Agenda (LEA), inspanning ‘optimaliseren basisaanbod’ etc. vallen buiten de verantwoordelijkheid van de taskforce. Wel kan het zijn dat voor realisatie van maatregelen van de taskforce dergelijke trajecten of samenwerkingsverbanden ingezet moeten worden.

15

Bijlage 2: Globale planning inspanningen In onderstaand schema staat een globale planning van de inspanningen. De kleuren hebben geen andere betekenis, dan dat het verschillende fasen aanduidt in het totale project. Inspanning 1 reikwijdte 2 triple L 3 onderwijs 4 wetswijz. 5 ouders 6 18-/18+ 7 lokale teams 8 inkoop 9 indiceren 10 huisartsen 11 casuïstiek 12 admin. 13 data 14 regio GR 15 standaard 16 bedden

Q1 2024 Q2 2024 Voorbereiding keuzes

Q3 2024 bespreken

Q4 2024 Principebesluiten

Voorbereiding keuzes

bespreken

besluiten

Q1 2025 Q2 2025 Gesprekken aanbieders

Q3 2025 Q4 2025 Definitief besluiten en implementeren

Voorbereiding keuzes bespreken besluiten Start totale opdracht + werkwijze aanpassen Beschermd thuis en IZA Loopt gelijktijdig met planning reikwijdte acties oppakken die los staan van reikwijdte Acties n.a.v. beperking reikwijdte Verschillende acties kennen andere doorlooptijden Zorgdomein en coördinatie Verbeteren werkwijze en samenhang IZA voorbereiding Doorbraakaanpak toepassen in casuïstiek (niet alle gezinnen tegelijk) Lokale verbeteracties Doorloop van regionale acties (centraliseren backoffice) Doorlopend, qua planning mede aanhakend bij de verschillende inspanningen Afhankelijk van planning landelijk en regionaal Afhankelijk van planning landelijk en regionaal Afhankelijk van planning landelijk en regionaal

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14030956/2