CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

20.Concept Nota van beantwoording RES; wensen en bedenkingen Regionale Energiestrategie Rotterdam - Den Haag

Gemeenteraad 3 maart 2021, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken en mededelingen76.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 9

17

Antwoord Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. In de RES 1.0 wordt er aandacht besteed aan de rol van aquathermie in de energievoorziening. Dit soort warmte is echter niet heel geschikt om over grote afstanden te transporteren, en is daarmee een geschikte bron voor lokale warmtenetten. Het is belangrijk dat de waterschappen mogelijkheden om van aquathermie gebruik te maken verder in beeld brengen in onderzoeken en pilotprojecten, en met de gemeenten verkennen welke kansen er zijn om gebruik te maken van aquathermie als duurzame warmtebron.

Met het zoekgebied zon op daken wordt gestreefd naar maximale benutting van geschikte daken. Daarin weerspiegelt deze wens zich ook in de RES 1.0. De aanpak die op lokaal niveau gekozen wordt is aan de gemeente. De RES ondersteunt daarin middels inzicht in de kansen die er liggen, monitoring en identificeert knelpunten daar waar de regionaal spelen. Indien passend wordt actie ondernomen om deze knelpunten onder de aandacht te brengen van b.v. andere overheden. Het doel is dat de randvoorwaarden aanwezig zijn om succesvol de lokale en regionale ambitie te kunnen realiseren.

De mogelijkheid om te kiezen voor kernenergie is in de RES buiten beschouwing gelaten. Op dit moment is er in Nederland geen sprake van uitbreiding van de rol van kernenergie en de discussie hieromtrent is momenteel te weinig concreet om dit als serieuze optie in de RES op te nemen. Het besluit om een kernenergiecentrale te bouwen hangt af van landelijke besluitvorming en indien hier daadwerkelijk toe wordt besloten zal de bouw zeker 10 jaar vergen, en daarmee niet in 2030 (=focus RES) gerealiseerd zijn.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 124

Organisatie Hellevoetsluis

125

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering Motie “geen biomassa”.

Toelichting Constaterende dat: • in de Regionale energiestrategie de mogelijkheid van biomassa wordt genoemd als één van de hernieuwbare energiebronnen waarvan in de toekomst gebruik kan worden gemaakt; • in Vierpolders al een initiatief is voor de realisatie van een biomassa installatie. Overwegende dat: • het onduidelijk is of biomassa een bijdrage levert aan de C02 teruggang; • biomassa slecht is voor de luchtkwaliteit. Verzoekt het college om: 1. een brief te sturen waarin onze bedenking wordt aangegeven tegen het toepassen van biomassa als een hernieuwbare energiebron in de RES.

Hellevoetsluis

Motie “Geen energie-eiland in de Haringvliet”.

Constaterende dat: Elektriciteit in de Regionale energiestrategie het Haringvliet is aangewezen als zoekgebied voor grootschalige toepassing van wind- en zonne-energie; Overwegende dat: • Haringvliet een belangrijke rol speelt voor (watersport)toerisme en recreatie voor Hellevoetsluis; • plannen zijn om het gebied in 2021 aan te wijzen tot Nationaal Park (NL Delta); • het eiland Voorne-Putten al een grote bijdrage heeft/danwel gaat leveren voor de realisatie van windturbines. • er onvoldoende draagvlak onder de bevolking bestaat voor het plaatsen van windturbines in de Haringvliet Verzoekt het college om: 1. een brief te sturen waarin onze bedenking wordt aangegeven tegen de zoeklocatie in de Haringvliet voor grootschalige wind- en zonne-energie in de RES na 2030.

126

Hellevoetsluis

Motie Stabiel Elektriciteitsnet”

127

Hellevoetsluis

Motie “Samenwerking met het bedrijfsleven en industrie in de regio”

Constaterende dat: Elektriciteit • in de Regionale Energiestrategie (RES) voor Voorne-Putten vooral gekeken wordt naar elektriciteit opgewekt uit wind en zonne-energie. Overwegende dat: • wind- en zonne-energie weersafhankelijke energie opwekt; • voor een stabiel elektriciteitsnet vraag en aanbod altijd in evenwicht moeten zijn; • bij een te hoog percentage weersafhankelijke elektriciteitsproductie de stabiliteit van het net vermindert, tenzij er voldoende (dure) reserve productiecapaciteit dan wel opslag van elektriciteit aanwezig is. Verzoekt het college om de volgende uitgangspunten kenbaar te maken bij de regio: de stabiliteit van het elektriciteitsnet te waarborgen, door een slimme combinatie van weersafhankelijke en niet weersafhankelijke elektriciteitsproductie in combinatie met elektriciteitsopslag; • alvorens keuzes te maken goede berekeningen uit te laten voeren naar stabiliteit van het net, waarbij ook de optie van elektriciteit opslag wordt meegenomen. Overwegende dat: Warmte • Voorne-Putten dicht aan ligt tegen het haven en industrieel complex in de regio Rijnmond; • dit kansen biedt voor een goede samenwerking met bedrijfsleven en industrie op het gebied van het leveren van energie voor de regio.

Verzoekt het college om de volgende uitgangspunten kenbaar te maken bij de regio: te proberen een wisselwerking te laten ontstaan door uitwisseling van energie, bijvoorbeeld door die wordt opgewekt door de industrie, terug te leveren aan huishoudens in de regio; • onderzoek te doen naar een optimale afstemming bij levering van energie tussen het bedrijfsleven, de industrie en de inwoners; • hier goede afspraken over te maken zodat zo min mogelijk reservecapaciteit nodig is om de stabiliteit van het net te waarborgen.

18

Thema Warmte

Antwoord In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland zich zal inzetten om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen. Hiervoor dienen fossiele brandstoffen, die momenteel nog het overgrote deel van de energie leveren, vervangen te worden. In het klimaatakkoord worden verschillende alternatieve energiebronnen genoemd die een oplossing kunnen bieden. Aangezien er niet direct een volledig doeltreffende oplossing voorhanden is, zal het toekomstige energiesysteem gebruik moeten maken van verschillende alternatieve energiebronnen (en -dragers). Zowel het Nederlandse klimaatakkoord als verschillende Europese en internationale klimaatafspraken wijzen biobrandstoffen uitdrukkelijk aan als zijnde een deel van de oplossing. De Rijksoverheid werkt met een duurzaamheidskader voor de inzet van biomassa. Zij hanteren hierbij de volgende inzet: Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte, met een focus op toepassing in sectoren waar op middellange termijn geen alternatieven beschikbaar zijn zoals lucht- en scheepvaart, en voor opschaling van hoogwaardige toepassingen zoals de chemie (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/1 6/duurzaamheidskader-biogrondstoffen).

Deze volgorde komt overeen met de ladder van inzet zoals opgenomen in de concept RES (deel A, P33). Hiernaast heeft het kabinet aangekondigd dat er landelijk wordt gewerkt aan strengere luchtkwaliteitseisen voor biomassacentrales in wijken. In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten. In de concept-RES is omwille van de haalbaarheid geen rekening gehouden met realisatie van windenergie in het Haringvliet voor 2030. In de RES zoeken we landelijk naar inpassing van duurzame vormen van energieopwekking. De decentralisatie van deze opwek, verandering van bron, de veranderende vraag naar elektriciteit etc.

vragen om een aanpassing van de energie-infrastructuur/het energiesysteem. De impact van deze veranderingen inzichtelijk maken is onderdeel van de netimpactanalyse en de systeemanalyse. Dit wordt onderkend en wordt besproken in de RES 1.0, zei het dat de informatie op dit moment nog niet concreet genoeg is om uitspraken te kunnen doen die aansluiten bij het gevraagde detailniveau. deze vraag is een doorlopende vraag die gedurende het gehele proces tot 2030 en mogelijk verder aandacht vraagt.

Dit is onderdeel van de scenario's studie die voor de hele regio wordt uitgevoerd. Hier zal dus vanzelfsprekend ook naar Voorne-Putten worden gekeken.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 128

Organisatie Hellevoetsluis

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering Motie “Energie moet voor iedereen betaalbaar blijven”

Toelichting Thema Overwegende dat: Algemeen • energie tot de elementaire levensbehoeften van mensen behoort; • Inwoners afhankelijk zijn van private energieaanbieders; Verzoekt het college om de volgende uitgangspunten kenbaar te maken bij de regio: • te zorgen dat alle inwoners toegang blijven4 houden c( Q tot een betaalbare leverantie van energie: • dit uitgangspunt op te nemen bij de verdere ontwikkeling van de RES in de komende periode om te voorkomen dat de specifieke aandacht voor de RES de basiswaag omtrent beschikbaarheid van energie gaat verdringen.

62

HH Delfland

De wisselwerking met de haven is onduidelijk en kwetsbaar. De concept RES lift mee op activiteiten op grond van Warmte de haven. Dat is verstandig, want daar is ruimte. Maar zijn er afspraken over gemaakt? De concept RES heeft restwarmte uit de haven nodig. Zijn er afspraken gemaakt hoelang deze beschikbaar blijft?

63

HH Delfland

Daarnaast berust de invoeding in de warmtenetten op veel geothermie. In theorie is de ondergrond van de regio Warmte daarvoor zeer geschikt. Maar in de praktijk vallen boringen vaak tegen, heeft het Staatstoezicht op de Mijnen bedenkingen omdat zij de aanpak soms niet professioneel vinden. Hoe wordt verzekerd dat de noodzakelijke omvang er ook komt?

Die zekerheid (van beschikbaarheid van geothermiebronnen) is er niet, wel kan je rekenen met marges en rekening houden met onzekerheid. Verder werkt EBN hard aan het verkrijgen van betere inzichten (en dus het verlagen van die onzekerheid). In de RES werken we in partnerschap met EBN en InvestNL aan richtinggevende informatie voor de warmtetransitie in deze regio.

64

HH Delfland

De concept RES maakt veel werk van ‘verhaallijnen’ in welk soort landschap welk type energie (wind, zon, Elektriciteit grootschalig, kleinschalig) het beste past. Dat is interessant. Maar initiatiefnemers hoeven zich daar niets van aan te trekken. Zij dienen een aanvraag in voor subsidie SDE++, los van de vraag of de plek waarvoor zij dat doen in de concept RES staat. Hoe verzekert c.q. bevordert de regio zich ervan dat de ‘verhaallijnen’ sporen met daadwerkelijke investeringen?

65

HH Delfland

De concept RES veronderstelt vormen van stimulans van hernieuwbare energie die nu niet specifiek gegeven Algemeen wordt. Bv kleinschalige (en dus duurdere) windmolens op boerenerven. Dat zou een interessant idee kunnen zijn, maar hoe wordt het gesprek aangegaan ervoor te zorgen dat die stimulans er ook komt.

66

HH Delfland

De concept-RES lijkt zich erbij neergelegd te hebben dat burgers eigenlijk geen grootschalige windenergie meer Algemeen willen en voorziet voor nieuwe projecten vrijwel alleen nog zon-PV. Dat leidt tot maatschappelijk hoge kosten: zon-PV in het westen van Nederland heeft aanzienlijk meer subsidie nodig dan windenergie, en de netten moeten er veel sterker voor verzwaard worden. Is nu echt onderzocht of dat de keuze is die burgers van de regio maken – ook als ze het kostenplaatje erbij zouden kennen?

De verhaallijnen is een gekozen methodiek om te komen tot specifieke zoeklocaties. Nieuwe potentiële locaties kunnen ook worden aangewezen, welke tevens in het RES proces worden meegenomen. De daadwerkelijke ontwikkeling van locaties geschiedt in reguliere beleidsprocessen, waar lokaal invulling aan gegeven wordt, en waar de verhaallijnen uit de RES als kader kunnen worden gebruikt. Dat is uiteindelijk aan de ontwikkelende gemeente. Regionaal wordt hier in ondersteund door bijvoorbeeld analysekaarten en visualisaties van mogelijke inpassingen. In de RES 1.0 kijken we naar de wijze waarop we de ambitie kunnen invullen met behulp van grootschalige opwek van zon en wind. Dit is in lijn met het Klimaatakkoord. Daarnaast is in de ambitie van de regio ook de opwekking kleinschalig via zon op daken een plek gegeven. De nadere uitwerking van b.v. kleine windmolens betreft in de RES 1.0 een vooral lokale aangelegenheid. Deze is nu niet meegerekend in de ambitie en zou dus extra/vervangend kunnen zijn voor processen die nu al lopen. Bedankt voor uw aanvulling. De zoekgebieden in de concept RES zijn door gemeenten als potentiële locaties aangewezen. Richting de RES 1.0 zijn deze geconcretiseerd, waarbij ook aandacht is voor betaalbaarheid, systeemefficiëntie en het maken van combinaties tussen bijvoorbeeld zon en wind. Windmolens zijn daar nadrukkelijk onderdeel van en m.n.

het aspect netimpact en grondgebruik spelen mee in de verdere concretisering. Daarbij is vooral de gemeente in positie om dat proces te begeleiden. De regio ondersteunt met informatie en analyse.

19

Antwoord Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten en daarmee ook de toegankelijkheid voor inwoners, voor bedrijven, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Binnen het thema Warmte vormt betaalbaarheid een van de belangrijkste waarden waarnaar is gekeken. Er wordt onderzocht welke instrumenten nodig zijn om de betaalbaarheid van de transitie te borgen. Kostenverdeling is op dit moment nog niet aan de orde. Wel wordt gekeken naar de totale maatschappelijke kosten en de verdeling over de keten, echter is dit algemeen van aard en bedoeld om een vergelijking tussen alternatieven te kunnen maken. Zie voor nadere invulling paragrafen: Voor de opwekking van elektriciteit is het grondgebied van de Haven niet meegenomen. In de Rotterdamse haven is nu veel restwarmte aanwezig. Ondanks de overschakeling van de industrie naar duurzame bronnen zal in de industrie veel warmte vrij blijven komen. Om zoveel mogelijk restwarmte te kunnen benutten houden we rekening met een verlaging van de temperatuur van de te leveren warmte. Hierdoor kan ook aardwarmte gekoppeld worden aan het regionale net.

We rekenen nu zekerheidshalve met conservatieve aannamen over de beschikbaarheid van restwarmte. Om goed zicht te hebben op de beschikbaarheid van restwarmte op de lange termijn wordt nu verder onderzoek gedaan. Op basis van de resultaten zullen de cijfers over de beschikbaarheid richting RES 2.0. worden geactualiseerd.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 67

Organisatie HH Delfland

Onderwerp/steekwoorden

68

HH Delfland

Heeft de regio voldoende samengewerkt met omringende regio’s? De ‘verhaallijn’ langs de A12 voor Algemeen hernieuwbare energie eindigt waar de regio eindigt, maar loopt in de regio rond Gouda niet verder door. Goeree Overflakkee en de Hoeksche Waard laten hun concept RES ook afhangen van de wisselwerking met de Rotterdamse haven. Als iedereen los van elkaar veronderstelt dat het havengebied in grote mate oplossingen biedt, is dat een gok.

69

HH Delfland

Is er al iets meer over de contouren van de RES over de glastuinbouw in Westland en Lansingerland? Hierin kunnen wellicht interessante koppelkansen optreden.

70

HH Delfland

De waterschappen spelen een zeer kleine rol in de concept-RES. Wat kan Delfland nu daadwerkelijk doen om hier Communicatie een voor anderen (burgers, bestuurders) meer zichtbare bijdrage aan te leveren?

71

HH Delfland

warmte en elektriciteit

Korte formulering

Wensen:

Toelichting Een risico voor de RES en het draagvlak is de betaalbaarheid voor iedereen.

Thema Algemeen

Algemeen

Warmtenetten: Warmte Burgers mogen/moeten zelf coöperaties vormen om warmtenet te beheren en warmte te leveren. Klimaatakkoord. Hier op letten. Beslissingen worden genomen in gemeenten samen met burgers. Prijs warmtenet onbekend. Burgers hebben keuzevrijheid om niet mee te doen. Zie Falen warmtebedrijf Rotterdam. Maar 50.000 burgers kozen voor aansluiting terwijl warmtenet voor 400.000 aansluitingen geschikt is. En zonnepanelen op daken leveren meer zon dan zonneweides. Zon op dak: Elektriciteitsnet kosten minder. Opslag is ook nodig! ’s Nachts en in de winter. Nu kunnen we nog de tekorten opvangen met bestaande, door fossiele brandstof gevoede netten. Hoge temperatuur warmte nu nog door gebruik aardgas in productieprocessen. Kosten voor burger worden hoog, net als voor hoge temperatuur warmtenetten.

20

Antwoord Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor inwoners, voor bedrijven in het bijzonder, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Wel wordt bij warmte onderzocht wat belangrijke instrumenten zijn om die betaalbaarheid te borgen. Zie voor nadere invulling paragrafen: De aansluiting op aangrenzende regio's heeft (ruimtelijk) aandacht binnen de uitvoeringslijn elektriciteit. Zo is op hoofdlijnen bekeken hoe de zoekgebieden onderling samenhangen, maar ook samenhangen met bovenregionaal beleid en, inderdaad, aangrenzende RES regio's. Tegelijkertijd zal dit punt ook in het vervolgproces aandacht vergen. Onderlinge samenwerking met soortgelijke gemeenten, waarbij ervaringen kunnen worden uitgewisseld helpt daarbij. In de RES 1.0 is hier aandacht voor. In het proces zijn relevante koppelkansen in beeld gebracht. M.n. rond waterbassins van tuinders kan dit al op korte termijn worden opgepakt, wat door betrokken gemeenten wordt vertaald in een plan van aanpak. Randvoorwaarden, zoals subsidies en juridische beperkingen zijn ook de komende tijd onderwerp van gesprek. Waterschappen spelen qua uitvoering vooral een rol op en rond eigen assets.

Daarnaast is van belang dat overheden gezamenlijk optrekken in de energietransitie om daar wat passend kansen in samenhang te benutten. De rol van waterschappen in de groengas-ontwikkeling is duidelijk zichtbaar. De komende tijd kan rond aquathermie een belangrijke rol ingenomen worden in samenwerking met gemeenten waar dat kansrijk is. Vanuit communicatief perspectief is zichtbaarheid letterlijk te nemen en in te vullen door bijvoorbeeld uitingen op websites, leaflets etc. De opgenomen video bij een waterschap is een ander voorbeeld. Met alle betrokken communicatiemensen in de regio (provincie, gemeenten, waterschappen, andere maatschappelijke partijen) wordt steeds overlegd hoe gezamenlijk en individueel zichtbaarheid bevorderd/uitgevoerd kan worden. Dit staat blijvend op de agenda van de RES. T.a.v. de opmerkingen, puntsgewijs irt warmte: 1. de analyses richten zich nu op waar warmtenetten mogelijk zijn. De wijze van realisatie en het governance model is daarmee nog niet vastgelegd. een coöperatief model is hiermee nog steeds mogelijk. Dit ligt bij de burgers en de gemeenten. 2. groengas is ook methaan en wordt meegenomen in de RES. In warmte wordt gekeken naar de hele keten en de warmtevraag door het jaar heen. hiermee wordt er dus ook gekeken naar de invulling van de warmtevraag in piek en back up situaties, vormen van groen gas liggen hier voor de hand. 3.

voor aqua thermie zie eerdere beantwoording 4. analyse van warmtebedrijf Rotterdam is te kort door de bocht, dit kan niet zo gesteld worden. Wel is het zo dat de uitrol van warmtenetten voor bestaande bouw zeer lastig is (de propositie voor de eindgebruiker is niet aantrekkelijk genoeg). in onze analyses wordt ook onderzocht welk instrumentarium (regulatorisch en financieel) nodig is om de transitie vorm te geven.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 72

Organisatie HH Delfland

Onderwerp/steekwoorden Besparen

73

HH Delfland

74

Korte formulering

Toelichting Inzetten op besparen van energie. Hiervoor de nodige instrumenten benutten en dit een prominente plek geven in de strategie.

Thema Algemeen

Inzet van warmte

De positieve gevolgen van beschikbare warmte in kaart brengen voor de inwoners. Inzetten op besparen van energie. Regionale warmte infrastructuur en een betrouwbaar warmtesysteem voor het verdelen en opslaan is noodzakelijk. Hoe ziet de taakverdeling eruit?

Warmte

HH Delfland

Zon op dak

Zijn er inspanningen van meer zon-op-dak projecten? Draagt het bij aan het vergroten van de betrokkenheid van Elektriciteit inwoners dan is het een pre.

75

HH Delfland

Lokaal eigenaarschap

Hoe ziet lokaal eigenaarschap er in de praktijk uit? Kiezen voor samenwerkingsverbanden waarbij maatschappelijk draagvlak gecreëerd is en inwoners kunnen profiteren van de projecten heeft voorkeur.

Algemeen

76

HH Delfland

Kwaliteit van het Landschap/de ruimte

Voor duurzame productie van elektriciteit heeft regio zelf doelen. De eigen energievraag is geen leidend uitgangspunt, ruimtelijke kansen wel. Worden projecten met hoge kans op realisatie vóór 2030 echt gesteund door inwoners?

Elektriciteit

77

HH Delfland

Opslag van energie en netwerk

Welke rol spelen de netbeheerders bij energie-efficiënte? De economische impact lijkt op diverse plekken voelbaar te zijn, wanneer kan er een goede afweging komen in welke mate investeringen zich kunnen terugverdienen?

Algemeen

21

Antwoord Terecht wordt aangegeven dat inzetten op energiebesparing een onmisbaar onderdeel is van de aanpak van de energietransitie, ook in onze regio. In de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C); dit is gebaseerd op de eerdere analyse van de RES-partijen, welke is vastgelegd in het document "Energieperspectief 2050 - Energiestrategie regio Rotterdam Den Haag", dat als bijlage bij de Concept-RES is opgenomen. In de scenario-analyses die voor het onderdeel warmte ten grondslag liggen aan de RES 1.0 is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot ca. 27% energiebesparing. In de RES 1.0 wordt aan het belang van het onderwerp nadrukkelijk aandacht gegeven, ook voor wat betreft de nodige instrumenten. De afspraak is dat isolatie-aanpak primair een rol is van de gemeenten; in de gemeentelijke beleidsplannen, waaronder de Transitievisies Warmte wordt daaraan veelal ook invulling gegeven. Onderlinge samenwerking vindt daarbij bijv. plaats met de regionale energieloketten en de taakuitvoering van de omgevingsdiensten t.b.v. de naleving van de wettelijke verplichtingen voor energiebesparing door bedrijven. Tegelijkertijd lijkt er een behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES.

Voorzien is om in het traject van de RES 2.0, (2023) met de gemeenten te onderzoeken of een specifiekere rol voor de regio met betrekking tot het onderwerp energiebesparing gewenst is. Het governance vraagstuk is een belangrijk vraagstuk dat nog onvoldoende is uitgewerkt. Hier ligt deels een taak bij de rijksoverheid (o.a. door inrichten van de warmtewet en omgevingswet). Daarnaast proberen we in de RES wel inzichtelijk te maken wat er nodig is om de transitie vorm te geven. > Bespreken OT Voor zon-op-dak-projecten geldt tevens dat acceptatie een belangrijk goed is. Alle projecten die van onderop en vanuit lokaal eigendom worden geïnitieerd hebben de voorkeur boven projecten die 'opgelegd' zijn. Uw standpunt wordt ook regionaal onderkend en hiermee is rekening gehouden in de uitwerking van de RES 1.0. Voor het realiseren van zon op daken is de betrokkenheid van inwoners inderdaad belangrijk: dit is primair een lokale aangelegenheid. Daarnaast wordt, bijvoorbeeld in samenwerking met de participatiecoalitie, regionale ervaring opgedaan en gedeeld om lokaal eigendom te stimuleren. Het streven van 50% lokaal eigendom zoals in het Klimaatakkoord opgenomen is door de regio geadopteerd. Wij onderschrijven dat lokaal eigendom een belangrijk middel is om draagvlak te borgen. Tevens is het streven in het Klimaatakkoord 50% lokaal eigendom.

Hiervoor is in de RES 1.0 dus aandacht, zie: Zowel de regio als gemeenten en andere stakeholders dragen verantwoordelijkheid in een vroeg stadium inwoners actief te betrekken en daadwerkelijke participatie te realiseren. 'De regio neemt daarin een faciliterende rol in om gemeenten te ondersteunen bij participatie en betrekken van inwoners. Draagvlak versterken vergt een inspanning die gemeenten rond bredere energiethema's als rond projecten leveren. Daarbij is draagvlak niet gelijk aan iedereen is het eens of staat er achter. Investeringen van de netbeheerders vinden uiteindelijk hun weg naar de energierekening van onze inwoners en kunnen ook de gemeentelijke begroting gaan raken. 1 van de vier afwegingscriteria in de elektriciteitsopgave is efficiënt benutten van netten, Daarnaast wordt vanuit het hoofdstuk energiesysteem nadrukkelijk gezocht naar efficiënt e benutting van de infrastructuur die er al is. Om dat belang daadwerkelijk mee te kunnen wegen maken de netbeheerders een netimpact analyse (bijlage) en werken zij in het ontwikkelen van de RES en de stappen die daarna gezet moeten worden nauw samen met gemeenten en ontwikkelaas aan het beheersen en bijsturen op de kosten. Dat betekent daarmee ook een minder groot ruimtebeslag van b.v. aanvullende transormatorstations, kabels en (hoogspannings) leidingen.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 78

Organisatie HH Delfland

Onderwerp/steekwoorden Arbeidsmarkt en scholing

79

HH Delfland

80

Korte formulering

Toelichting De kennis en ervaring op niveau brengen om energietransitie in diverse sectoren mogelijke te maken. Tevens zorgdragen dat de arbeidsmarkt de eisen voor scholing en kwalificaties in relatie tot de energietransitie aankan.

Thema Algemeen

Participatie en communicatie

Wat is het verhaal van Rotterdam en Den Haag? Hiervoor een gedragen visie ontwikkelen waarbij de gemeente zelf de contacten legt. Een regionale participatieplan kan draagvlak versterken. Succesvolle experimenten van inwonersparticipatie delen.

Communicatie

HH Delfland

Samenwerking overheden

Interdepartementaal werken is gewenst. Eenduidige afspraken maken met het Rijk. De opdracht van de RES is om Algemeen met een bod te komen naar het Rijk, zodanig dat op landelijk niveau aan de 2030-doelstelling kan worden voldaan. Worden doelen van waterschappen (groengas) gehaald eind 2020?

81

HH Delfland

Financiën

Mis een helder financieel kader. Wie gaat wat betalen? Alle maatregelen die zich binnen 20 jaar terugverdienen hebben de voorkeur.

Algemeen

82

HH Delfland

De opdracht van de RES is om met een bod te komen naar het Rijk, zodanig dat we op landelijk niveau aan de 2030 doelstelling kunnen voldoen. De opdracht is dus NIET om de energietransitie tot 2050 met de technieken van vandaag op te proberen lossen.

Algemeen

83

HH Delfland

Als u naar het totaalbeeld van de RES’en kijkt, heeft u dan nog wensen en bedenking over samenhang, integraliteit, doelbereik en bovenregionale aspecten? Delfland energieleverancier! Delfland energieneutraal?

390

HHSK

391

HHSK

De Partij voor de Dieren ziet voor Delfland een rol weggelegd als energieleverancier. Dit volgt letterlijk uit ons verkiezingsprogramma. Bedenkingen ten aanzien van de invoering van de RES hebben wij vooral richting de toebedeling van de energieproductie. Aangezien een deel van onze energieproductie, voornamelijk uit projecten door HVC, buiten de regio liggen geeft dit niet een compleet beeld van de werkelijke situatie. De vraag is of dit invloed heeft op onze eigen ambitie richting energieneutraal.

Antwoord Hartelijk dank voor uw reactie. De energietransitie is een grote opgave waar we als gehele maatschappij voor staan. Het omscholen/opleiden van vakmensen/professionals in dit gebied is derhalve belangrijk, maar is niet in scope van de RES. Wel faciliteert de regio in het delen van kennis en informatie in de regio met de betrokken partijen. Het inhoudelijke verhaal wordt uitgewerkt in het algemene RESproces, het is het resultaat van de samenwerking. Het participatieplan maakt onderscheid tussen procesbetrokkenheid en (financieel) project. In alle uitvoeringslijnen hebben de verschillende vormen en niveaus van participatie de aandacht, de uitvoering ligt bij de gemeenten. In de communicatie (ter bevordering van participatie) worden voorbeelden gedeeld door de regio ter ondersteuning van de gemeenten. Hartelijk dank voor uw reactie. We onderschrijven het belang van interdepartementaal samenwerken. Om de doelstellingen van de RES uit te kunnen voeren, zijn in de RES 1.0 randvoorwaarden gesteld aan het Rijk (o.a. financiering, subsidieregelingen en meer). De regio heeft niet specifiek inzicht in of de doelen van waterschappen eind 2020 worden behaald. Dit is aan de waterschappen zelf. De kosten en de betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten.

Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor inwoners, voor bedrijven in het bijzonder, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Zie voor nadere invulling paragrafen: Bedankt voor uw aanvulling; uw duiding van de doelstellingen klopt. In de RES besteden we aandacht aan de formulering van deze doelstellingen.

De Partij voor de Dieren ziet voor Delfland een rol weggelegd als energieleverancier. Vooral op eigen terreinen Algemeen dus maximale inzet op kleinschalige wind- en zonne-energie. Initiatieven op het gebied van aqua- en geothermie moeten wij nauwgezet volgen. Daarnaast zien wij een grote rol in productie van groen gas en lokale duurzame warmtenetten rond de AWZI's De discussie die wij in de VV moeten voeren is of Delfland een netto of bruto energieleverancier wil zijn. Het zuiveren van afvalwater kost veel energie. Daarnaast is de energievraag afhankelijk van fluctuaties in het aanbod van afvalwater. Zowel kwantitatief als kwalitatief. De vraag is of wij als Delfland onze gehele energievraag willen dekken of bij piekbelastingen gebruik maken van het energienetwerk. Uiteraard moeten wij ook deze piekbelasting zoveel mogelijk mitrigeren samen met de omgeving.

Dit is een mooi idee. De RES gaat niet over de ambities voor het Hoogheemraadschap, maar wij nemen de gewenste acties en activiteiten van het Hoogheemraadschap mee in deze of toekomstige versies van de RES. Het Hoogheemraadschap is actief betrokken bij de uitwerking van de RES.

HHSK is energieneutraal in 2025.

HHSK heeft als doelstelling om in 2025 evenveel energie duurzaam op te wekken als het jaarlijks verbruikt. Hiervoor wordt ingezet op drie sporen: opwek van biogas via de vergisting van het zuiveringsslib; productie hernieuwbare elektriciteit via zonnepanelen en een waterkrachtcentrale en inzet op aquathermie, in het bijzonder de benutting van warmte uit het gezuiverde afvalwater.

Zonnepanelen op water op gespannen voet met de waterkwaliteit

HHSK vraagt graag uw aandacht voor de mogelijke schadelijke effecten bij de energieopwekking door middel van Elektriciteit zonnepanelen op water. Ons grootste zorgpunt hierbij is de kans op verslechtering van de waterkwaliteit.

Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. In de RES 1.0 wordt er aandacht besteed aan de rol van aquathermie in de energievoorziening. Dit soort warmte is echter niet heel geschikt om over grote afstanden te transporteren, en is daarmee een geschikte bron voor lokale warmtenetten. Het is belangrijk dat de waterschappen, als RES-partner, hun mogelijkheden om van aquathermie gebruik te maken verder in beeld brengen in onderzoeken en pilotprojecten, en met de gemeenten verkennen welke kansen er zijn om gebruik te maken van aquathermie als duurzame warmtebron. Het verder concretiseren van zoekgebieden vindt grotendeels plaats ná vaststellen van de RES 1.0. Dan wordt door gemeenten gekeken naar de specifieke situatie. Dit behelst ook de impact van inpassing op het huidig ruimtegebruik, milieuaspecten en bijvoorbeeld waterkwaliteit en -veiligheid. De punten zoals u deze aangeeft zullen dan ook in de nadere concretisering van zoekgebieden op/bij water meegenomen moeten worden. Zo kunnen voorwaarden worden opgesteld waarmee duidelijk wordt waarom inpassing van duurzame energie op die plek wel of juist geen doorgang kan vinden.

22

Warmte

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 392

Organisatie HHSK

Onderwerp/steekwoorden Korte formulering Zonnepanelen en windturbines op dijken op gespannen voet met de waterveiligheid

Toelichting HHSK vraagt graag extra uw aandacht voor de mogelijke effecten van energieopwekking op de waterveiligheid. Zonnepanelen op dijken geven schaduw en daarmee kans op verslechtering van de erosiebestendigheid van de dijk. Daarnaast kunnen constructies beperkend zijn voor het uitvoeren van inspecties en onderhoud. Windmolens vormen mogelijk een probleem bij de stabiliteit en de veiligheid. Vandaar dat Schieland en de Krimpenerwaard op dit punt (zeer) terughoudend is en aanvullende voorwaarden en zekerheden zal verlangen van de initiatienemer.

Thema Elektriciteit

Antwoord Het verder concretiseren van zoekgebieden vindt grotendeels plaats na vaststellen van de RES 1.0. Dan wordt door gemeenten gekeken naar de specifieke situatie. Dit behelst ook de impact van inpassing op het huidig ruimtegebruik, milieuaspecten en bijvoorbeeld waterkwaliteit en -veiligheid. De punten zoals u deze aangeeft zullen dan ook in de nadere concretisering van zoekgebieden op/bij water meegenomen moeten worden. Zo kunnen voorwaarden worden opgesteld waarmee duidelijk wordt waarom inpassing van duurzame energie op die plek wel of juist geen doorgang kan vinden.

393

HHSK

Aquathermie is mogelijk een belangrijke energiebron in de warmtetransitie

HHSK ziet kansen in aquathermie als duurzame warmtevoorziening van de regio en werkt graag samen met de regio bij de verdere verkenning. Het benutten van Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) heeft veel potentie maar vraagt om een zorgvuldige beoordeling ten aanzien van de waterkwaliteit. Naast thermische energie uit oppervlaktewater is ook Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) een mogelijke warmtebron voor de energietransitie. Hierbij wordt in eerste instantie vooral gekeken naar warmte uit het effluent (gezuiverd afvalwater).

Warmte

1

Krimpen aan den Betaalbaarheid, haalbaarheid, IJssel randvoorwaarden

Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. In de RES 1.0 wordt er aandacht besteed aan de rol van aquathermie in de energievoorziening. Dit soort warmte is echter niet heel geschikt om over grote afstanden te transporteren, en is daarmee een geschikte bron voor lokale warmtenetten. Het is belangrijk dat de waterschappen, als RES-partner, hun mogelijkheden om van aquathermie gebruik te maken verder in beeld brengen in onderzoeken en pilotprojecten, en met de gemeenten verkennen welke kansen er zijn om gebruik te maken van aquathermie als duurzame warmtebron. Betaalbaarheid van de transitie is een gedeelde zorg. Het betreft meerdere aspecten en wordt expliciet benoemd als publiek belang dat geborgd moet worden. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor inwoners, voor bedrijven in het bijzonder, de netbeheerder en de publieke organisatie. Het belang voor een gezamenlijke lobby voor wat betreft de financiële en wettelijke randvoorwaarden van de energietransitie heeft onze aandacht en is ook terug te zien in de RES 1.0.

2

Krimpen aan den Energiebesparing en het benutten Voor het behalen van de doelen in de RES IJssel van het dakoppervlak moet zijn wij afhankelijk van landelijke subsidies financieel aantrekkelijk zijn en wet en regelgeving. Een goede invulling hiervan is voorwaardelijk voor ons commitment aan de RES 1.0.

Door energie te besparen hoeft er minder geïnvesteerd te worden in duurzame bronnen. Energiebesparing in de gebouwde omgeving is dan ook een belangrijk doel. Daaraan toegevoegd is het zo veel mogelijk benutten van het dakpotentieel voor de opwek van zonne-energie. Dit vraagt grote maar essentiële investeringen. De terugverdientijd hangt af van landelijke subsidies en wet en regelgeving. Denk hierbij aan energiebespaarsubsidies (zoals de SEEH), het mogelijke alternatief voor de salderingsregeling maar ook financieringsinstrumenten. Voor grootschalige opwek van duurzame energie er is een afhankelijkheid van provinciaal- en landelijkbeleid (bijvoorbeeld de SDE++ subsidie). Onze wens is dat in de RES 1.0 duidelijk wordt geschetst dat wij als regio op dit punt afhankelijk zijn van beleid op Rijksniveau en dat dat voorwaardelijk is voor ons commitment aan de RES 1.0.

Algemeen

3

Krimpen aan den Dominantie technische potentieel Werk in de RES 1.0 het onderdeel warmte IJssel (rest)warmte breder uit. Geef meer aandacht aan de financiële haalbaarheid, draagvlak en andere (aantrekkelijke) alternatieven.

In de Concept RES wordt uitgebreid aandacht besteed aan de potentie van (rest) warmte in onze regio. Enerzijds terecht, dat is ook wat onze regio uniek maakt en biedt ook mogelijkheden voor naast gelegen regio’s. Wij verwachten dat warmtenetten zeker een rol moeten spelen. Tegelijkertijd is er meer van belang dan alleen het technisch potentieel. Ook voor restwarmte gelden de geformuleerde randvoorwaarden waaronder betaalbaarheid. Naast betaalbaarheid is haalbaarheid en draagvlak van belang. Wellicht zijn andere routes denkbaar die beter, goedkoper, sneller dan wel duurzamer zijn. Wij verwachten dat het onderdeel warmte in de RES 1.0 breder uitgewerkt wordt en dat er meer aandacht komt voor de financiële component. Ook verwachten we dat gemeenten waar (rest)warmte een minder dominante rol speelt zich meer herkennen in de geschetste warmtelijnen in de Concept RES. Wij kijken vanuit het perspectief van de regio maar door de lens van Krimpen aan den IJssel.

Warmte

Financiële en wettelijke randvoorwaarden Een van de grootste zorgen in deze energietransitie is de betaalbaarheid en haalbaarheid voor iedereen. Niet Algemeen zijn essentieel voor uitvoering van het voor niets hebben de gemeenten tijdens de BALV van 29 november voorwaardelijk ingestemd met het Klimaatakkoord en daarmee ook voor de Klimaatakkoord. Financiële en wettelijke randvoorwaarden zijn essentiële voor de uitvoering van het Concept RES. Dit moet tekstueel benadrukt Klimaatakkoord maar daarmee ook voor hetgeen is opgeschreven in de Concept RES. Dit kan niet genoeg worden en naar voren komen in benadrukt worden in de gezamenlijke lobby maar ook in de teksten van de RES 1.0. Betaalbaarheid is ook een gezamenlijke lobby. belangrijke randvoorwaarde om te zorgen voor draagvlak onder onze inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers.

23

We onderschrijven het belang van passende randvoorwaarden en financieringsinstrumenten. Deze zijn écht nodig om stappen te kunnen zetten op het gebied van energiebesparing en grootschalige opwek maar ook op andere vlakken van de energietransitie. Het in kaart brengen van de benodigde randvoorwaarden en sturings- en financieringsinstrumenten is daarom een belangrijk onderdeel van de RES 1.0. Ook is er in de uitvoeringslijnen elektriciteit en warmte expliciet aandacht voor energiebesparing. De gemeenten delen onderling de kennis en ervaring, om de gemeentelijke inzet rond besparing mogelijk te maken. Het is zeker de bedoeling om in de RES 1.0 een bredere analyse en vergelijking van de regionaal beschikbare warmte op te nemen. Dit doen we op basis van een voor de RES 1.0. uitgevoerd scenarioonderzoek en analyses die de Gasunie uitvoert voor het ontwerp van een integrale warmtetransportstructuur binnen de gehele provincie Zuid-Holland. De scenario's schetsen de mogelijkheden om met regionaal grootschalig beschikbare bronnen (geothermie en restwarmte) te voorzien in de warmtebehoefte van gemeenten waar de eigen specifieke gemeentelijke bronnen in onvoldoende mate beschikbaar zijn. Ook naar Krimpen aan den IJssel is aan de hand van de scenario's gekeken naar de kansen voor bovengemeentelijke warmte.

Vergelijking van de scenario's vindt plaats op basis van betaalbaarheid, en ook duurzaamheid, betrouwbaarheid, rechtvaardigheid en vertrouwen). Op basis van al deze inzichten wordt in het RES 1.0. een richtinggevende koers voor het jaar 2050 geformuleerd voor de inzet van lokaal en regionaal beschikbare warmte. Het is de eerste keer dat een dergelijke diepgaande scenarioanalyse is uitgevoerd, met gebruik van alle inzichten van de beschikbare bronnen en de warmtevraag van gemeenten. Het zal zeker deze eerste keer nog niet tot concrete inzichten voor alle gemeenten leiden. Voor de gemeenten waarvoor de scenario's nog geen helder inzicht geven over het tegen aanvaardbare kosten kunnen voorzien in de transportstructuur voor regionale warmte zal nader onderzoek na RES 1.0. moeten worden uitgevoerd, teneinde die duidelijkheid wel te kunnen geven en de resultaten daarvan in 2023 in de RES 2.0. te kunnen opnemen.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 4

Organisatie Onderwerp/steekwoorden Krimpen aan den Hybride warmtepompen in IJssel combinatie met duurzame gas is onderbelicht

Korte formulering Toelichting Thema De potentie van groengas moet niet Terecht wordt geconstateerd dat de potentie van biomassa voor het produceren van groengas is beperkt in onze Warmte beperkt worden tot onze eigen regio en er regio. Naar de inzet van groengas moet kritisch gekeken worden maar wij zien niet in waarom de potenties van moet meer aandacht zijn voor de route groengas beperkt zou moeten worden tot onze eigen regio. Daarmee wordt een optie die voor sommige delen hybride warmtepompen in combinatie met van onze regio mogelijk (beperkt) noodzakelijk is te snel uitgesloten. De optie hybride warmtepompen in duurzame gas. combinatie met duurzame gas moet specifieker een plek krijgen in de RES 1.0.

Antwoord De RES gaat er niet vanuit dat groengas enkel met reststromen uit eigen regio wordt opgewerkt. Echter, ook landelijk is de toekomstige beschikbaarheid van groengas beperkt. Om deze reden is in de RES een ladder opgenomen. Deze ladder komt overeen met het recente rijks- duurzaamheidskader biogrondstoffen (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/1 6/duurzaamheidskader-biogrondstoffen). Gezien de beperkte beschikbaarheid, en nog grote onduidelijkheid of deze gassen in voldoende mate beschikbaar komen, zet de regio voor de gebouwde omgeving dan ook vooral in op toekomstbestendigere strategieën zoals vraagreductie en het realiseren van de regionale warmteinfrastructuur voor die buurten waar dit een goede oplossing is. Een hybride warmtepomp vereist geen regiobrede strategie maar kan voor delen in de regio tijdelijk een oplossing bieden. Deze techniek kunnen gemeenten opnemen in hun eigen Transitie Visie Warmte.

5

Krimpen aan den Zon en wind zijn niet zomaar IJssel uitwisselbaar

In de RES 1.0 is duidelijkheid over hoeveel zon en hoeveel wind er in onze regio opgewekt gaat worden en waar dit gaat gebeuren.

De regionale inzet vanuit onze RES regio komt uit binnen de bandbreedte van 3,2 – 2,8 TWh aan grootschalige Elektriciteit wind- en zonne-energie (tot 2030. Wij hebben er begrip voor dat in deze fase de potentie in zowel zon als wind is uitgedrukt. Het wekt echter de suggestie dat zon en wind uitwisselbaar zijn. Dat zien wij anders, denk aan de impact op het elektriciteitsnet maar vooral ook de ruimtelijke inpassing. Wij verwachten dat in de RES 1.0 deze uitwisselbaarheid niet terugkomt zodat wij een duidelijker beeld kunnen vormen van de ruimtelijke consequenties in onze regio. De hoeveelheid natuur in onze regio is beperkt. De druk vanuit andere opgaves als woningbouw en klimaatadaptatie is groot. Wij vinden het belangrijk om een substantiële bijdrage te leveren aan de landelijke opgave maar niet ten koste van alles.

Wij onderschrijven dat zon en wind niet uitwisselbaar zijn, inderdaad omdat zowel de impact op het net als op het landschap anders is. Gedurende het proces naar de Concept RES is wel gesproken over techniekkeuzes, maar dit was op dat moment nog buiten scope: de focus lag op het identificeren van potentiële locaties voor het opwekken van duurzame energie in bredere zin. De RES 1.0 richt zich er wél op techniekkeuzes te maken. Dit zal nog niet op alle locaties mogelijk zijn, maar daar waar (onderbouwd) mogelijk komt dat terug.

6

Krimpen aan den Aansluiting andere RES regio’s IJssel

Geef een duidelijk beeld van de aansluiting Onze RES regio grenst aan meerdere andere RES regio’s. Wij hebben begrepen dat er zeker onderlinge contacten Algemeen op en samenwerking met aangrenzende zijn met deze buurt RES regio’s. Tegelijkertijd zouden wij op hoofdlijnen graag meer zicht hebben op hoe de RES regio’s. aansluiting op en samenwerking met deze regio’s is. Onze wens is dat hier in de RES 1.0 meer aandacht voor is. Krimpen is als verstedelijkte plattelandsgemeente niet uniek in deze regio, we zien veel kenmerken van onze gemeente terug in andere gemeenten in deze regio maar het is wel goed als ook de positie van randgemeenten goed terug te zien is in de RES 1.0.

7

Krimpen aan den Visuele aantrekkelijkheid en IJssel leesbaarheid

Vergroot de visuele aantrekkelijkheid en We hebben respect voor al het werk wat verricht is sinds de laatste lokale consultatie in september 2019 en Communicatie leesbaarheid van onze RES. Weest trots op snappen die druk die er was om tot dit concept te komen. Voor de RES 1.0 vragen wij u om meer aandacht te al het moois wat onze regio te bieden heeft hebben voor de visuele aantrekkelijkheid en de leesbaarheid. Wij vormen met elkaar een prachtige RES regio op het gebied van energie. waar nu al veel mooie dingen gebeuren op het gebied van de energietransitie. Ook zijn we al vroeg van start gegaan om in deze regio gezamenlijk op te trekken op het gebied van energie. Daar mogen we trots op zijn en het is goed om dat (met mooie beelden) terug te zien in de RES 1.0.

De aansluiting op aangrenzende regio's heeft (ruimtelijk) aandacht binnen onze uitvoeringslijnen waaronder Elektriciteit. Zo bekijken we op hoofdlijnen hoe de zoekgebieden onderling samenhangen, maar ook samenhangen met bovenregionaal beleid en, inderdaad, aangrenzende RES-regio's. Tegelijkertijd zal dit punt ook in het vervolgproces aandacht vergen. Onderlinge samenwerking met soortgelijke gemeenten, waarbij ervaringen kunnen worden uitgewisseld helpt daarbij. De RES'en in de aangrenzende regio's kijken niet expliciet naar duurzame brandstoffen. Binnen deze uitvoeringslijn is geen verder contact geweest met andere RES-regio's. Wel letten wij op of er in andere regio's pilotprojecten gaande zijn waar wij van kunnen leren. Voor warmte(uitwisseling) is er nadrukkelijk bovenregionale samenwerking. Hetzij via de provinciale studie (systeemstudie Zuid-Holland) danwel bilateraal en vanuit processen zoals Warmtesamenwerking Oostland. Dank voor de input. Leesbaarheid en aantrekkelijkheid is een nadrukkelijk aandachtspunt geweest voor het opstellen van de RES 1.0. Gezien die complexiteit en de doelgroep (volksvertegenwoordigers) blijft het echter wel een omvangrijk en complex product met een samenvatting. De RES 1.0 bevat alle informatie die op dit moment voor handen is en relevant kan zijn voor de oordeelsvorming door decentrale volksvertegenwoordigende organen.

Ook op onze website kunt u veel informatie terugvinden.

8

Krimpen aan den Meer aandacht voor innovatie IJssel

Geef innovatie een prominentere rol binnen de pijlers. Vooral voor randgebieden kan innovatie erg belangrijk zijn.

Binnen de concept-RES zijn drie belangrijke pijlers benoemd. Voor elke pijler zijn een aantal mogelijke kansrijke Algemeen oplossingsrichtingen benoemd. Deze oplosrichtingen en andere innovaties dienen een prominentere rol te krijgen. Echter deze kansrijke oplossingen bieden niet altijd een uitkomst voor de randgebieden van onze regio. Voor warmte is er bijvoorbeeld een groot potentieel aan restwarmte in deze regio, maar dat biedt geen uitkomst voor het vraagstuk warmte voor een gemeente als Krimpen aan den IJssel. Voor dit soort situaties is er meer behoefte aan innovatievere oplossingen. Randgebieden zijn daarom ook een uitgelezen mogelijkheid om innovaties te introduceren.

24

De RES gaat t.a.v. de onderdelen van het energiesysteem uit van bewezen oplossingen. Om o.a. te bepalen welke rol (huidige) innovaties daarbinnen kunnen spelen wordt gemonitord. De RES wordt elke twee jaar geactualiseerd. Gekeken naar het voorbeeld warmte is het nog wel relevant te noemen dat de Regionale Strategie Warmte zich primair richt op bovengemeentelijke kansen. In randgebieden kunnen duurzame brandstoffen mogelijk een rol spelen. Naar verwachting is er tot 2030 nog zeer grote onzekerheid over de beschikbaarheid, maar ook over de prijs van deze brandstoffen voor de woningen in de regio. In de tussentijd kunnen gemeenten zelf met pilots de daadwerkelijke mogelijkheden verder verkennen.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 9

Organisatie Lansingerland

Onderwerp/steekwoorden Aandacht voor een aantrekkelijk aanbod voor glastuinbouw

Korte formulering

Toelichting Thema Zoals terecht in het document beschreven is, kan met verdere toepassing van collectieve warmte in de Warmte glastuinbouw een enorme reductie van aardgasverbruik en CO2-emissies worden gerealiseerd in deze regio. Belangrijkste uitgangspunt daarbij is dat de propositie van restwarmte niet onaantrekkelijk moet zijn t.o.v. de (aardgas)referentie. Wij vinden het van groot belang dat we bij het gebruik van restwarmte in het warmtenet geen afhankelijkheid, en daarmee een lock-in, van fossiele warmtebronnen creëren. Daarnaast mag het gebruik van restwarmte in het warmtenet geen financiële prikkel opleveren die milieubelastende warmteopwekking stimuleert. Het totaalpakket van wetgeving, stimuleringsmaatregelen en belastingen dient derhalve afgestemd te worden tot één aantrekkelijk pakket om de transitie te stimuleren. Denk hierbij aan SDE++, Opslag Duurzame Energie etc. Dit is nu niet altijd het geval. Wij roepen op om deze noodzaak sterk te verwoorden in de RES.

Antwoord Om tot een optimale uitrol van het transportnet te komen dient er ingezet te worden op een nauwe samenwerking tussen de transitie in het glastuinbouwgebied en de gebouwde omgeving. Deze twee opgaven kunnen elkaar daarmee versterken en zorgen voor versnelling en optimalisatie van de warmtetransitie. Op dit moment is de business case voor het transformeren van de warmtevoorziening voor glastuinbouw en gebouwde omgeving veelal niet positief en dus lastig haalbaar. De betaalbaarheid voor de eindgebruikers is niet gegarandeerd. Enerzijds kan dit verbeterd worden door wet- en regelgeving, anderzijds vraagt dit effectieve financierings- en bekostigingsinstrumenten. Het in kaart brengen van de benodigde randvoorwaarden en sturingsinstrumenten is daarom een belangrijk onderdeel van de RES 1.0. In de RES 2.0 worden de benodigde instrumenten aan de hand van concrete casussen nader uitgewerkt. Deze zullen zeker ook betrekking hebben op juist de belangrijke samenhang in de lokale en regionale warmtetransitie en tussen glastuinbouw en de gebouwde omgeving.

10

Lansingerland

Lokaal draagvlak voor de energietransitie

Bij het uitwerken van de concept RES naar de RES 1.0 zien wij lokaal draagvlak meer gepositioneerd als randvoorwaarde voor het welslagen van de totale regionale opgave die de RES is.

In de concept RES zien wij op meerdere plekken het belang van vroegtijdige procesparticipatie en financiële Communicatie participatie (bv. lokaal eigendom) terugkomen, maar veelal als randvoorwaarde om opweklocaties mogelijk te kunnen maken. Wij zien lokaal draagvlak als een zeer belangrijke, zo niet de belangrijkste, voorwaarde voor het welslagen van de algehele energietransitie. Vanuit die optiek zou lokaal draagvlak ook een plek moeten krijgen in de RES 1.0: als belangrijke randvoorwaarde voor het slagen van die RES. Participatie is onontbeerlijk om dat draagvlak te kunnen bereiken, vooral in een relatief dicht bebouwd en dicht bevolkt stukje Nederland. Wij verwijzen in dit verband ook naar de op 8 mei jl. aan meerdere regiopartijen gezonden brief van EnergieSamen en de NMZH over dit onderwerp. De daarin opgenomen handreiking voor het vroegtijdig organiseren van participatie in het kader van de RES, onderschrijven wij.

Draagvlak en acceptatie van belanghebbenden zijn inderdaad belangrijke voorwaarden voor het slagen van de energietransitie. (Vroegtijdige) proces- en projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten ingezet worden. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht (inclusief breed bruikbare producten). In de RES 1.0 wordt aandacht besteed aan de invulling van proces- en projectparticipatie zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak. Bij die kennisoverdracht en de invulling in de RES 1.0 zijn EnergieSamen en NMFZH betrokken. Dat geldt voor de productie van elektriciteit maar ook voor warmteprojecten.

11

Lansingerland

Betaalbaarheid van de energietransitie

In de RES 1.0 wensen wij duidelijk terug te lezen hoe het betaalbaarheidsprincipe geborgd wordt, met name met het oog op huishoudens met een kleinere portemonnee.

Het principe van betaalbaarheid wordt meerdere malen –terecht– genoemd als één van de leidende principes bij Algemeen de regionale aanpak van de energietransitie. Daarin herkennen wij duidelijk een belangrijk punt zoals neergelegd in het Energieperspectief 2050. Uit de concept RES wordt echter onvoldoende duidelijk hoe dat geborgd wordt. Onvoldoende duidelijk is nu hoe de betaalbaarheid van de energietransitie een rol speelt in afwegingen die nog gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld ten aanzien van de Regionale Structuur Warmte en installaties voor grootschalige opwek rekening houden met dit aspect. Specifiek vragen wij aandacht voor de gevolgen die de RES heeft (of kan hebben) voor huishoudens met een kleinere portemonnee. In iedere stap die we als samenleving de komende decennia zetten in de energietransitie, dienen we oog te houden voor de gevolgen voor kwetsbare groepen. In de RES 1.0 zien wij dan ook graag terug hoe het principe van betaalbaarheid geborgd moet worden in toekomstige keuzes, waarbij er expliciete aandacht geschonken moet worden aan huishoudens die nu al moeite hebben hun energierekening te betalen.

12

Lansingerland

Optrekken met ministeries om unieke kans van warmterotonde voortvarend te realiseren

Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor inwoners, voor bedrijven, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Wel wordt bij warmte onderzocht wat belangrijke instrumenten zijn om die betaalbaarheid te borgen. T.b.v. de Regionale Structuur Warmte (RSW) zijn scenario's uitgewerkt. Bij deze scenario's is mede gekeken naar de verschillen in maatschappelijke kosten tussen de verschillende scenario's voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Op basis van de scenario's zal in de RES 1.0. een richtinggevend toekomstbeeld voor een regionale warmtestructuur 2050 worden opgenomen, die in de komende jaren verder moet worden uitgewerkt. Aandachtspunt hierbij is de belangrijke samenhang met en de randvoorwaarden voor de glastuinbouw. Vanuit de Uitvoeringslijn warmte onderschrijven we het belang van een stevige samenwerking van overheden en overige betrokken partijen. Om te zorgen dat de uitkomsten van de RES en het ontwerp Warmtesysteem Zuid-Holland (WTSZH) realistisch en robuust zijn, is er vanuit de RES met de Gasunie (en provincie) een basis gelegd voor samenwerking.

Dit heeft geleid tot afstemming bij het delen van data, en de resultaten van onderzoek. De vervolgstap voor de RES 2.0 is om met landelijke partijen af te tasten of er tot een gezamenlijke agenda kan worden gekomen waar alle relevante partijen die betrokken zijn, zoals ook de Rijksoverheid, onderdeel van zijn. Voor de studies die leiden tot de Regionale Structuur Warmte is samenwerking gezocht met Energiebeheer Nederland en InvestNL. Ook is er vanuit de regio gebruik gemaakt van de consultatie op het ontwerp van de Wet Collectieve Warmte om juist ook het specifieke van de regionale samenhang en integratie te benadrukken en een betere plek te geven in het wetsontwerp.

Wij onderschrijven het feit dat de kans voor verduurzaming door de warmterotonde van unieke omvang in Nederland is. Dit vraagt echter een zeer complex proces en grote investeringen, zoals ook adequaat beschreven in het document. Iedere overheid heeft hierin zijn eigen rol. Dit kan alleen voortvarend en succesvol worden gerealiseerd als deze overheden nauw samenwerken. We zouden dan ook graag zien dat een proactieve nauwe samenwerking, met name met de rijksoverheid, er prominenter in komt. Zo is het bijvoorbeeld niet ondenkbaar dat dit netwerk door zijn grootte niet goed aansluit bij reguliere wetgeving en subsidieregelingen. Hier kan maatwerk nodig zijn om de kansen in dit gebied te verzilveren. Inzichtelijk maken welke randvoorwaarden ontbreken, of op welke aspecten wordt gewacht, is wat ons betreft een formulering die deze gewenste nauwe samenwerking nog onvoldoende weerspiegelt.

25

Warmte

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 13

Organisatie Lansingerland

Onderwerp/steekwoorden Draagkracht van het landschap

Korte formulering Ook in het vervolgtraject naar de RES 1.0 wensen wij blijvende aandacht voor waar wij ons als regio comfortabel bij voelen ten aanzien van de ruimtelijke implicaties van de grootschalige opwek van duurzame energie.

Toelichting Thema Wij onderschrijven de gekozen werkwijze om bij de totstandkoming van zoekgebieden uit te gaan van de Elektriciteit draagkracht van de landschapstypen die wij hebben in onze regio. Dit is een essentieel vertrekpunt om de latere ruimtelijke inpassing van duurzame opwek op te baseren. We bepalen dan namelijk eerst wat we kunnen (en waar we ons comfortabel bij voelen), in plaats van te redeneren vanuit hetgeen we moeten. Tegelijkertijd willen wij niet dat deze werkwijze ertoe leidt dat moeilijke keuzes vooruit worden geschoven of dat er standaard voor de makkelijkste optie wordt gekozen. Realisme is verstandig, maar in de brede transitie moeten we wel degelijk veel, en zal een bepaald gevoel van comfort soms moeten wijken. Bij het uitwerken van de concept RES naar de RES 1.0 wensen wij een voortzetting van de gekozen realistische benadering van dit vraagstuk, waarbij er wel duidelijk wordt aangegeven onder welke omstandigheden het comfort (de draagkracht van het landschap) dient te wijken in het licht van de enorme opgave waar we voor staan.

14

Lansingerland

Toevoegen risicoparagraaf

In de RES 1.0 verwachten wij een risicoparagraaf terug te zien.

De concept-RES gaat weliswaar op verschillende plekken in op enkele specifieke risico’s (bv.: vollooprisico v.w.b. warmte, of netverzwaring v.w.b. elektriciteit) maar ontbeert een integrale risicoparagraaf met mitigatiemaatregelen. Om lokaal een goede afweging te kunnen maken over het al dan niet vaststellen van de RES 1.0, is een duidelijk overzicht van alle bij de RES behorende risico’s noodzakelijk.

15

Lansingerland

Meer aandacht voor energiebesparing

In de RES 1.0 wensen wij meer specifieke aandacht voor energiebesparing.

De concept-RES gaat hoofdzakelijk over te maken keuzes ten aanzien van duurzame opwek en Warmte warmtevraagstukken. Dat is begrijpelijk, maar in onze beleving wordt er te weinig aandacht geschonken aan de rol van energiebesparing, terwijl dit een onmisbaar onderdeel van het bestrijden van de klimaatcrisis is. In de RES 1.0 zien wij dan ook graag explicieter terugkomen welke rol energiebesparing moet hebben in de regionale energiestrategie, waarbij in ieder geval duidelijk wordt welke rol de regio daarin speelt en waar de gemeente en eventuele andere lokale partijen een verantwoordelijkheid hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9776642/1