CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

2. MRDH; 4.2 Rapport uitkomsten Brede Welvaart

Gemeenteraad 30 maart 2026, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken en mededelingen (1 t/m 22)19.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

40 alinea's met “samenleving”: 10 14 19 24 30 34 35 36 41 42 45 69 84 90 160 163 166 220 221 225 253 353 363 388 410 525 579 580 623 756 759 763 764 765 769 774 775 776 783 791

Brede Welvaart in de MRDH en haar deelregio’s Een vergelijking met Nederland, MRA en Vervoerregio Amsterdam

Deelrapport II 3 december 2024

Walter Manshanden (NEO Observatory) Frank van Oort (Erasmus Universiteit Rotterdam) Henri L.F. de Groot (Vrije Universiteit Amsterdam)

Brede Welvaart in de MRDH en haar deelregio’s. Een vergelijking met Nederland, MRA en Vervoerregio Amsterdam

Onderzoek op verzoek van de Metropoolregio Rotterdam den Haag

Walter Manshanden (NEO Observatory) Frank van Oort (Erasmus Universiteit) Henri L.F. de Groot (Vrije Universiteit Amsterdam)

Rotterdam, 3 december 2024

© NEO Observatory/EUR/VU 2024 Gebruik van informatie uit deze publicatie is op voorwaarde van bronvermelding toegestaan.

ii

Inhoud Management samenvatting......................................................................................................................v 1 Inleiding ................................................................................................................................................ 1 2 Brede welvaart in de MRDH en Nederland in het hier en nu, 2022 ..................................................... 2 2.1 Uitkomsten Samenleving & Welzijn .............................................................................................. 2 2.2 Uitkomsten Economie ................................................................................................................... 6 2.3 Uitkomsten Milieu ....................................................................................................................... 10 3 Brede welvaart MRDH en Nederland, ontwikkeling 2011-2022 ........................................................ 13 3.1 Samenleving & Welzijn ................................................................................................................ 13 3.2 Economie .....................................................................................................................................

15 3.3 Milieu ........................................................................................................................................... 16 4 Brede welvaart MRDH naar deelregio’s ............................................................................................. 19 4.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 19 4.2 Verschillen in brede welvaart tussen deelregio’s in de MRDH .................................................... 21 5 Arbeid en fysiek kapitaal .................................................................................................................... 26 5.1 Participatie naar geslacht ............................................................................................................ 26 5.2 Participatie naar opleiding........................................................................................................... 29 5.3 Investeringen in fysiek kapitaal en R&D ...................................................................................... 32 6 Conclusies ...........................................................................................................................................

36 6.1 Brede welvaart in de MRDH in het hier en nu: 2022................................................................... 36 6.2 Brede welvaart: de trend 2011-2022 .......................................................................................... 39 Bijlagen .................................................................................................................................................. 41

iii

Leeswijzer Voor u ligt het resultaat van het onderzoek Brede welvaart in de MRDH. Vóór de zomer van 2024 hebben de auteurs voor de bestuurders van deze regio een essay opgesteld over het begrip Brede Welvaart. Het onderwerp van dit essay was hoe dit begrip in een zinvol raamwerk in beeld gebracht kan worden ter ondersteuning van beleidsmakers. Er is gekozen om aansluiting te zoeken bij een bestaand, geaccepteerd raamwerk en het wiel niet opnieuw uit te vinden: de Monitor Brede Welvaart van het CBS. Hiermee sluiten we tevens aan bij een aantal door het CPB geformuleerde uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn:1 1. Een breed perspectief op welvaart heeft oog voor dimensies als gezondheid, sociale participatie en persoonlijke ontwikkeling. 2. Brede welvaart houdt expliciet rekening met toekomstige generaties, de verdeling van welvaart en de gevolgen van beleid voor de welvaart elders. 3. Uiteindelijk keuzes en afruilen dienen centraal te worden gesteld. De weging van de verschillende dimensies van welvaart is een bestuurlijke keuze. Deze eerste proeve van een Monitor Brede Welvaart MRDH brengt het brede perspectief op welvaart in kaart in het ‘hier en nu’ (hoofdstuk 2) en de ontwikkeling over de tijd (hoofdstuk 3) voor de domeinen Samenleving & Welzijn, Economie en Milieu. Hierin is tevens aandacht geschonken aan het verschillen tussen brede welvaart in de MRDH en de MRA.

Hierbij is ook aandacht geschonken aan het verschil met de Vervoerregio Amsterdam. Dat is een kleinere regio (Groot Amsterdam en Zaanstreek), maar heeft eenzelfde beleidsmatige basis als de MRDH, namelijk het regionaal mobiliteitsbeleid. Aangezien de mate van stedelijkheid mede invloed heeft op brede welvaart, is voor de MRDH aandacht besteed aan de verschillen tussen groepen gemeenten naar stedelijkheidsgraad (hoofdstuk 4). Wat NEO Observatory, met de EUR en de VU toevoegen, is een nadere blik op factoren die de groei van het brp verklaren: participatie naar opleiding en geslacht als indicatoren van human capital, fysieke kapitaalgoederen en investeringen in R&D (hoofdstuk 5). Daarmee wordt ook het belang van toekomstige generaties meegewogen. Met het oog op het regionale karakter van deze studie leggen we in het bestuderen van de dimensie ‘hier versus elders’ de nadruk op verschillen tussen deelgebieden binnen de MRDH. De rapportage is feitelijk en beschrijvend gehouden, met uitzicht op handelingsperspectief. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies. In een afzonderlijk document wordt een aanzet voor een visie en het handelingsperspectief gegeven. De termen lager, mbo en hbo/wo opgeleiden zijn in dit rapport vervangen door de termen basis, mbo en hbo/wo opgeleiden.

1

Zie ook: Manshanden, W., F. van Oort en H.L.F. de Groot (2024). Het MRDH verhaal over brede welvaart. Rotterdam/Amsterdam: NEO Observatory, EUR en VU.

iv

Management samenvatting In dit onderzoek naar Brede Welvaart in de MRDH is de benadering van het CBS in de Monitor Brede Welvaart in Nederland toegepast op de MRDH. Hierbij heeft het CBS de indicatoren die nationaal zijn gekozen ook voor gemeenten gegeven. Met deze indicatoren en gegevens van het CBS is Brede Welvaart in de MRDH onderzocht. De indicatoren van het CBS zijn samengevoegd tot drie domeinen: Samenleving & Welzijn, Economie en Milieu. De belangrijkste conclusies in dit rapport zijn: • •

•

•

•

•

op de domeinen Samenleving & Welzijn, Economie en Milieu heeft de MRDH een achterstand ten opzichte van Nederland. Hoewel de vergelijking van de MRDH met de MRA/VRA laat zien dat de economie van MRA zich sneller ontwikkelt en in de MRA een gemiddeld hogere financiële welstand bestaat, zijn er ook overeenkomsten. Dat betreft de achterstand op de domeinen Samenleving & Welzijn en Milieu in beide grootstedelijke regio’s ten opzichte van Nederland. De achterstand is voor de MRDH groter dan voor de MRA/VRA. De uitkomsten laten zien dat de grote stedenproblematiek nog altijd actueel is. Dit onderzoek naar Brede Welvaart in MRDH zet dit helder op het netvlies neer. Dezelfde vraagstukken op de domeinen Samenleving & Welzijn en Milieu doen zich in beide grootstedelijke regio’s voor. Verwante vraagstukken doen zich buiten Rotterdam, Den Haag en Amsterdam ook in de (zeer) sterk verstedelijkte gemeenten voor, zowel in de oudere steden als in de voormalige groeikernen (‘new towns’) voor, ook in MRDH2. Een eerste analyse laat zien dat de mate van stedelijkheid (van niet-stedelijk tot en met grootstedelijk) van gemeenten een verklaring biedt voor de qua Brede Welvaart gevonden patronen in de MRDH. Echter, dit vraagt om nadere kwantitatieve analyse op alle indicatoren om primaire factoren te vinden en de samenhang en afruil tussen de domeinen in beeld te brengen.

Het is gebleken dat de indicatoren van Brede Welvaart onevenwichtig zijn samengesteld. Nadelen van economische activiteiten, mobiliteit en ruimtelijke concentratie van huishoudens en bedrijven etc. komen in beeld, terwijl de voordelen van wonen en werken in grootstedelijke regio’s zijn onderbelicht. De voordelen van grote steden komen met het begrip Brede Welvaart te weinig in beeld. Juist het beleid in de Strategische Agenda van de MRDH is gericht op het creëren van zulke agglomeratievoordelen. Qua handelingsperspectief bevelen we aan om dat door te zetten, en dat aan te vullen met beleid om de nadelen van grootstedelijkheid te ondervangen. In een afzonderlijk document is dat handelingsperspectief nader uitgewerkt.

2

Meere, F. de, G. Verwaijen, M. Uyterlinde, J. van der Velden, A, van der Hoeven, K. Hollanders, P. van Eikeren en P. Louter (2024), Zorgen voor New Towns. Utrecht/Den Haag/Delft: Verwey-Jonker Instituut, Platform31, Bureau Louter.

v

1 Inleiding In deze studie wordt de brede welvaart van de MRDH gepresenteerd. Dat vindt plaats in verschillende stappen: ten eerste kijken we naar de brede welvaart van de MRDH in vergelijking met Nederland, de Metropoolregio Amsterdam en de Vervoerregio Amsterdam. Vervolgens is de MRDH onderscheiden naar deelregio’s, die bestaan uit de gemeenten met een vergelijkbare stedelijkheidsgraad. In het operationaliseren van brede welvaart sluiten we zo nauw mogelijk aan bij het door het CBS ontwikkelde raamwerk. Dat wordt aangevuld met voor de MRDH specifieke indicatoren. Dit betekent dat de uitkomsten per indicator worden getoond. Ze worden niet geaggregeerd, omdat dan zinvolle informatie verloren gaat. De meerwaarde van brede welvaart is gelegen in het blootleggen van afruilen. Deze gaan verloren wanneer geaggregeerde informatie wordt gepresenteerd. Bovendien doet een geaggregeerde indicator geen recht aan het ten principale subjectieve karakter van brede welvaart en de gewichten die aan dimensies van brede welvaart toegekend dienen te worden. De uitkomsten worden in eerste instantie uitgewerkt aan de hand van de feitelijke scores op de verschillende dimensies en het verschil met Nederland. Daarna wordt de trend voor de MRDH in beeld gebracht. Dat wordt gedaan als de feitelijke verandering, en hoe de trend daarin zich verhoudt tot Nederland.

Het CBS heeft de indicatoren voor brede welvaart voor heel Nederland en voor gemeenten beschikbaar zijn. De uitkomsten van de 21 gemeenten van de MRDH zijn, al naar gelang hun gewicht,3 geaggregeerd tot een totaal voor de MRDH. De uitkomsten van de indicatoren zijn niet op dezelfde manier te duiden. Een hoge score is soms positief, soms negatief. Bijvoorbeeld, veel bos en natuurlijk terrein is gunstig, maar een hoog aantal delicten per 100 inwoners niet. De interpretatie van de richting van de indicatoren is dan tegengesteld. Bij de absolute cijfers is dat geen probleem. Bij een grafische weergave wel. Daar is in voorkomende gevallen de richting omgekeerd. Een hoog aantal delicten is dan als negatief gepresenteerd en veel bos en natuur is vanzelfsprekend positief. Het CBS heeft brede welvaart uitgewerkt in 7 onderdelen, te weten subjectief welzijn, gezondheid, wonen, samenleving, veiligheid, menselijk kapitaal en sociale cohesie. Per onderwerp heeft het CBS een wisselend aantal indicatoren gekozen. Sommige indicatoren bleken twee keer te zijn gebruikt bij verschillende onderdelen. Deze zijn ontdubbeld. In de presentatie worden alle indicatoren getoond, maar gegroepeerd naar de drie hoofddomeinen Samenleving & Welzijn, economie en milieu. Een volledige definitie van de indicatoren is opgenomen in bijlage B1.1, B1.2 en B1.3.

3

De gewichten zijn bepaald naar gelang de definitie van de indicator: bij percentage bebouwd gebied is dat de oppervlakte van de gemeente, bij tevredenheid als percentage van de bevolking van 18 jaar en ouder, is het gewicht de bevolking van die leeftijdsgroep genomen, enz.

1

2 Brede welvaart in de MRDH en Nederland in het hier en nu, 2022 2.1 Uitkomsten Samenleving & Welzijn Op het domein Samenleving & Welzijn scoort de MRDH over het algemeen lager dan Nederland. De grootste verschillen treden op bij tevredenheid woonomgeving (-8 procentpunt) en tevredenheid met de woning (-9,4 procentpunt) (tabel 2.1). Dat betekent dat de gemiddelde inwoner van de MRDH fors minder tevreden is met de woonomgeving en de woning ten opzichte van de rest van de samenleving. Voorts treden er grote verschillen met Nederland op bij het aantal ondervonden delicten en de geregistreerde misdrijven. Er zijn in de MRDH 17,3 (50,6 in totaal) meer ondervonden delicten per 100 inwoners dan in Nederland. Voor geregistreerde misdrijven per 1000 inwoners is dat 13,2 hoger, namelijk 59,2 in totaal. Inwoners van de MRDH voelen zich twee keer zo vaak onveilig: 4% van de inwoners van de MRDH en 2% van de Nederlanders. Na de grootste verschillen met Nederland op het gebied van de thema’s wonen en veiligheid, zijn er grote verschillen op de thema’s gezondheid en samenleving. De ervaren gezondheid in de MRDH is gemiddeld 3 procentpunt lager. Het aandeel mensen met chronische ziekten is er iets hoger, en de gemiddelde levensverwachting is lager in de MRDH. Qua samenleving is het vertrouwen in anderen in de MRDH gemiddeld 4,3 procentpunt lager.

De gemiddelde inwoner van de MRDH neemt minder deel aan vrijwilligerswerk (-5,7 procentpunt). De sociale cohesie is er minder, afgaand op het oordeel van respondenten op een schaal van 0 – 10. Opvallend is dat het vertrouwen in instituties in de MRDH enigszins hoger is dan in Nederland, namelijk 0,5 procentpunt. Dit is opvallend aangezien het vertrouwen in anderen juist relatief laag is in de MRDH. Het is niet duidelijk wat de achtergrond van dit verschil is. In de MRDH is men over het algemeen wat minder tevreden met het leven en de vrije tijd dan in Nederland. Het algemene beeld is dat op het domein Samenleving & Welzijn de MRDH een achterstand heeft ten opzichte van Nederland. Behalve de uitkomsten qua gezondheid, doet het voor welvaart ertoe wat het vertrouwen in een samenleving hebben. Dat geldt dus ook voor een regionale economie, zoals die van de MRDH. De achtergrond hiervan is verankerd in de economie als wetenschap. Toelichting: de betekenis van vertrouwen voor welvaart en welzijn4 Kort uitgelegd is het principe dat zakendoen met onbekende partijen wordt vergemakkelijkt als het voor beide partijen op dezelfde manier duidelijk is hoe een transactie plaatsvindt. Het gaat dan om de zekerheid over de definitie van de levering (wat wordt geleverd), kwaliteit van de levering, de periode en de betaling.

Het gaat er dan om dat de eigendomsrechten van productiemiddelen en bezit helder is en de kosten van de transactie minimaal zijn. Dat wil zeggen dat er geen omvangrijke schriftelijke contracten worden opgesteld, en indien dat wel nodig is voor complexe producten en diensten, er geen kosten voor de uitoefening worden gemaakt. Buiten het vertrouwen in elkaar dat nodig is voor soepel en goedkoop zakendoen, zijn er instituties nodig om hierop toe te zien. Dat zijn bijvoorbeeld de Kamer van Koophandel, paspoorten, en rechters die partijen kunnen dwingen contracten na te komen. Hoe minder dat nodig is, hoe hoger het vertrouwen in de samenleving, en hoe gunstiger dat 4

Voor een empirische studie naar de samenhang tussen vertrouwen en groei, zie bijvoorbeeld Beugelsdijk et al. (2004).

2

is voor welvaart. Zakendoen is immers goedkoop. Vertrouwen strekt zich uit tot een breed aantal onderwerpen, zoals de munt waarin internationale betalingen worden gedaan. Algemeen bestaat de overtuiging dat alle partijen in de wereld de dollar als ruilmiddel zal accepteren. In arbeidsmarkten is vertrouwen ook van belang, bijvoorbeeld in een arbeidscontract tussen werkgever en werknemer. Dan gaat het ook om de kwaliteit van de geleverde arbeid. Echter, voor het vestigingsklimaat doet het ertoe wat voor vertrouwen een bedrijf in een regio heeft: zijn de werknemers vaardig genoeg? Tenslotte gaat het om de betrouwbaarheid van een overheid, bijvoorbeeld over vergunningen, belastingen en regelgeving. Indien bedrijven hier niet zeker over zijn, investeren zij niet. We benadrukken dat vertrouwen verder gaat dan alleen economie en bedrijven. De waarde die met vrijwilligerswerk wordt voortgebracht is ook waarde, alleen verschijnt het niet in het bruto regionaal product. Omdat vrijwilligerswerk het zonder officiële contracten moet doen, hangt het nog meer af van vertrouwen. Voor het ruimtelijk-economisch beleid doet afstand ertoe.5 Nabijheid verlaagt transactiekosten tussen bedrijven als vertrouwen nodig is; dit verklaart (mede) het bestaan van ruimtelijke clusters van verwante bedrijvigheid (zie onder andere de eerste evaluatie Groeiagenda Zuid-Holland/ Van Oort Manshanden 2022).

Kortom, de constatering is dat het onderlinge vertrouwen in de MRDH relatief laag is, terwijl een hoog vertrouwen in elkaar en vrijwilligerswerk bouwstenen voor welvaart en welzijn zijn.

Vergelijking MRDH met de MRA en de VRA Het subjectieve welzijn, dat wil zeggen dat mensen hun eigen tevredenheid beoordelen, is in de MRA iets lager dan in de MRDH. In de VRA, het kerngebied van de MRA, is de tevredenheid lager dan in de MRDH en de MRA. Het hogere gemiddelde inkomen (zie later) van huishoudens in de MRA gaat derhalve samen met een lager subjectief welzijn. Voor de VRA geldt dit ook, alleen met een enigszins groter verschil. Andere aspecten dan financieel inkomen bepalen mede het subjectieve welzijn. De ervaren gezondheid van inwoners van de MRA en de VRA is gemiddeld beter dan die van de MRDH. De inwoners van de MRA en VRA hebben over het algemeen minder overgewicht. De levensverwachting is in beide stedelijke regio’s ook hoger dan in MRA. De tevredenheid met de woning en de woonomgeving is in de MRA en VRA evenals de MRDH geringer dan in Nederland, maar in de MRDH het laagst. Omdat de MRA en VRA een vergelijkbare tevredenheid hebben, is dit niet toe te schrijven aan het grootstedelijke karakter van de MRDH op zich. Het verschil tussen kwaliteit van sociale relaties onder de rubriek ‘samenleving’ in de MRDH en MRA/VRA wisselt. Inwoners van de MRA en de VRA hebben meer vertrouwen in instituties, maar vooral meer vertrouwen in anderen dan in de MRDH.

Qua vrijwilligerswerk, contact met familie, vrienden en buren en sociale cohesie is het beeld in de MRA ongeveer gelijk aan dat van de MRDH, en minder dan het gemiddeld niveau van Nederland. Veiligheid is zowel in de MRDH als de MRA en VRA ten opzichte van Nederland een uitdaging; het zijn immers beide grootstedelijke regio’s. De conclusie is dat de algemene richting van de uitkomsten op het domein Samenleving & Welzijn in de MRDH en de MRA dezelfde is, namelijk relatief minder dan het Nederlandse gemiddelde. Wel is het zo dat de MRDH dan een minder gunstige uitkomst heeft dan de MRA. Zo is er in de MRDH een groter gevoel van onveiligheid in de eigen buurt en zijn er meer delicten. De gemiddelde afstand tot 5

Afstand heft hierbij verschillende dimensies. Het gaat hierbij niet alleen om fysieke afstand, maar bijvoorbeeld ook institutionele en culturele afstand. Zie bijvoorbeeld Lankhuizen et al. (2010) voor een studie naar de impact van afstand op handel en directe buitenlandse investeringen.

3

de horeca in de MRDH is daarentegen relatief gunstig (dichterbij). Van vertrouwen in institutie tot aan vertrouwen in anderen is het in beide grootstedelijke regio’s enigszins minder dan Nederland, maar in de MRDH ongunstiger dan de in de MRA. De afstand tot voorzieningen scoren goed. Tevredenheid over de eigen woning, gezondheid, omgeving en veiligheid scoren slecht. Daarna is er een verschil qua ervaren gezondheid; de inwoners van de MRA/VRA zijn over het algemeen gezonder dan in de MRDH. Tabel 2.1 Brede welvaart op het domein Samenleving & Welzijn in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Metropoolregio Amsterdam, Vervoerregio Amsterdam en Nederland, 2022 Werkelijke waarden: als % van de bevolking, jaar, kilometer, per 100 of per 1000 inwoners Stand Laatst bekende jaar Verschil met Nederland MRDH MRA VRA Nederland MRDH MRA

VRA

Subjectief welzijn Tevreden over het leven % Tevreden over vrije tijd %

82,0 71,7

81,6 80,4 72,0 71,1

83,4 74,3

-1,4 -2,6

-1,8 -2,3

-3,0 -3,2

Gezondheid Overgewicht % Ervaren gezondheid % Levensverwachting Personen met langdurige ziekte %

50,1 67,0 81,3 33,7

46,8 69,7 81,7 32,4

45,5 68,7 81,7 32,6

50,3 70,0 81,4 33,0

-0,2 -3,0 -0,1 0,7

-3,5 -0,3 0,4 -0,6

-4,8 -1,3 0,3 -0,4

Wonen Tevreden over woonomgeving % Tevreden over woning % Afstand sportterrein km Afstand basisschool km Afstand horeca km

75,8 76,2 0,9 0,6 1,1

79,2 79,0 79,0 77,8 1,1 1,1 0,6 0,6 1,3 1,1

83,8 85,6 1,0 0,7 1,4

-8,0 -9,4 -0,1 -0,1 -0,3

-4,6 -6,6 0,1 -0,1 -0,1

-4,8 -7,8 0,1 -0,1 -0,3

Samenleving Contact familie etc. % Vertrouwen in instituties % Vertrouwen in anderen % Vrijwilligerswerk % Sociale cohesie score 1-10

71,2 61,8 61,7 35,5 5,8

71,0 70,8 62,8 63,2 67,2 68,3 36,3 35,5 6,0 6,0

71,6 61,3 66,0 41,2 6,4

-0,4 0,5 -4,3 -5,7 -0,6

-0,6 1,5 1,2 -4,9 -0,4

-0,8 1,9 2,3 -5,7 -0,4

4,0 50,6 59,2

2,8 2,9 46,6 50,3 57,9 66,8

2,0 33,3 46,0

2,0 17,3 13,2

0,8 13,3 11,9

0,9 17,0 20,8

Veiligheid Vaak onveilig voelen in buurt % Aantal delicten per 100 Geregistreerde misdrijven per 1.000 Bron: CBS, bewerking NEO Observatory

4

Figuur 2.1 De positie van de brede welvaart op het domein Samenleving & Welzijn in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Metropoolregio Amsterdam ten opzichte van Nederland Nederland = 0 , positief/negatief aangepast aan beoordeling indicator Afstand tot horeca Afstand basisschool Afstand sportterrein Vertrouwen in instituties Levensverwachting Overgewicht Contact met familie, vrienden of buren Tevreden met het leven Personen met langdurige ziekte(n) Tevreden met vrije tijd Ervaren gezondheid Vertrouwen in anderen Sociale cohesie Tevreden met de woonomgeving Tevredenheid met woning Vrijwilligerswerk Geregistreerde misdrijven Aantal ondervonden delicten Vaak onveilig voelen in de buurt -1,2 -1,0 -0,8 -0,6 -0,4 -0,2 0,0 Positie t.o.v. Nederland (= 0) MRA

Bron: CBS, bewerking NEO Observatory

5

MRDH

0,2

0,4

Figuur 2.2 De positie van de brede welvaart op het domein Samenleving & Welzijn in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag ten opzichte van Nederland in een spinnenweb Nederland = 0, positief/negatief aangepast aan beoordeling indicator

Afstand tot horeca

Vaak onveilig voelen in de buurt Aantal ondervonden 1 delicten Geregistreerde misdrijven

Afstand basisschool

Vrijwilligerswerk

0 Afstand sportterrein

Tevredenheid met woning

Vertrouwen in instituties

Hoogopgeleide bevolking

-1

Tevreden met de woonomgeving

Levensverwachting Overgewicht

Sociale cohesie

Contact met familie, vrienden of buren Tevreden met hetmet leven Personen langdurige ziekte(n)

Vertrouwen in anderen Ervaren gezondheid Tevreden met vrije tijd

2.2 Uitkomsten Economie Op het domein economie zijn er drie thema’s: materiële welvaart, arbeid en vrije tijd en economisch kapitaal. Het mediaan beschikbaar inkomen (het inkomen in het midden als alle inkomens op een rij van laag naar hoog worden gerangschikt) in de MRDH is 1,3 duizend euro lager dan in Nederland. De gemiddelde schuld en vooral het mediane vermogen van huishoudens zijn in de MRDH gemiddeld lager dan in Nederland. Dit hangt samen met het grotere aantal huishoudens dat op en onder de armoedegrens leeft. In elke grootstedelijke regio’s zijn er mensen die op of onder de armoedegrens leven, maar deze groep is relatief groot in de MRDH. Dit vloeit voort uit padafhankelijkheid, door de oververtegenwoordiging van sectoren die over de top van hun productlevenscyclus zijn en er onvoldoende economische vernieuwing, in de haven-industriële sectoren zelf, maar ook in de dienstensector, plaatsvindt. Dit past bij het gebrek aan agglomeratievoordeel in de MRDH. Agglomeratievoordelen komen voort uit de ruimtelijke concentratie van huishoudens, bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen, infrastructuur, en ook van kapitaal. Indien agglomeratievoordelen zouden bestaan, zouden de inwoners van de MRDH een gemiddeld hoger loon dan landelijk ontvangen. De reden is dat ze productiever zijn en hoogwaardiger producten en diensten leveren.

Het inkomen hoort in de MRDH juist hoger dan landelijk te zijn (zie verschil MRA/VRA waar dat het geval is). De toename van het brp in de MRDH lag in 2022 op 3,6 procent en 0,7 procent lager dan Nederland als geheel (4,3 procent). Op zich is 3,6 procent een ‘mooi’ groeicijfer, maar het is wel lager dan landelijk is. Bovendien kan aan één jaar geen conclusie worden getrokken, temeer niet omdat dit het corona-herstel jaar is. Hier speelt mee dat tijdens corona de terugval in de MRDH geringer was dan in geheel Nederland. De economie van Nederland veerde daardoor ook sterker op na corona. Het meerjarig gemiddelde is gegeven bij de ontwikkeling 2011-2022. Qua arbeid en vrije tijd zijn de netto (-2,3 procent) en bruto participatiegraad (-1,8 procent) lager. De werkloosheid is in de MRDH wat hoger dan in Nederland (+0,8 procent). Het aandeel hbo/wo opgeleiden in de bevolking (als arbeidsaanbod) is 3,9 procent lager dan in Nederland. In absolute zin zijn er weliswaar veel hbo/wo 6

opgeleiden in de MRDH, maar relatief minder, en zijn zij niet ruimtelijk geconcentreerd zoals in de MRA/VRA. Hbo/wo opgeleiden zijn doorgaans nagenoeg maximaal benut; bij mbo en basis opgeleiden is dat doorgaans lager. Hierbij benadrukken we dat uit nationale cijfers blijkt dat naast de hbo/wo opgeleiden ook personen met een specifieke MBO-4 opleiding maximaal op de arbeidsmarkt participeren. De grote kraptes op de arbeidsmarkten doen zich, op basis van landelijke cijfers, vooral bij het MBO-4 niveau voor. Focus op deze categorie is van primair belang. In regionale cijfers valt de categorie MBO4 namelijk niet op. Focus op alleen hbo/wo opgeleiden is niet toereikend; de werkelijkheid van grootstedelijke regio’s is daar te complex voor.

Vergelijking MRDH met de MRA/VRA Het mediane inkomen van huishoudens in de MRA (30,1 duizend euro) is praktisch even hoog als dat van Nederland, terwijl dat van de MRDH (28,5 duizend euro) onder dat nationale cijfer (29,8 duizend euro) ligt. Het mediane inkomen van huishoudens is in de MRDH enigszins geringer dan in de VRA. De groei van het brp in de MRA was in 2022 flink hoger als gevolg van het post-corona herstel. De participatie op de arbeidsmarkt is in de MRA (en VRA) significant hoger; het ligt er boven het landelijk gemiddelde, terwijl de participatie in de MRDH flink lager is. De werkloosheid is zowel in de MRDH als de MRA/VRA hoger dan in Nederland; beide regio’s kennen enige structurele werkloosheid die grootstedelijke regio’s eigen is. De gemiddelde schuld per huishouden is in de MRDH lager dan in Nederland en de MRA/VRA. Het mediane vermogen is in de MRA (92 duizend) fors hoger dan in de MRDH (55,8 duizend); in de nauwere VRA is het eveneens hoger dan in de MRDH (63 duizend). De afstand tot het OV is in beide grootstedelijke regio’s korter dan het Nederlands gemiddelde. In de MRDH is deze afstand iets groter dan in de MRA. In de VRA is deze afstand het kortste. De betekenis van afstand tot het OV is voor verschillende inkomensgroepen verschillend. Het gaat niet alleen om de afstand tot een OV station, maar om de reistijd in het OV.

Dat is van belang voor de brede welvaart van juist lage inkomens. Deze groep heeft de minste keuze op de woningmarkt, met als gevolg dat deze gemiddeld verder van werk af woont. Bovendien hebben zij al vaak de flexibele banen, en daar bovenop langere reistijden. Voor de hogere inkomens is dat andersom; deze groepen hebben per saldo meer profijt van wonen in de grote stad dan de lagere inkomens, zo bleek uit onderzoek naar pendel naar opleiding in de MRA (Manshanden, 2023). Agglomeratievoordelen worden niet gelijkelijk verdeeld over de inkomensgroepen (opleiding en inkomens zijn nauw gecorreleerd). Algemeen is het economisch beeld van de MRA gunstiger dan dat van de MRDH. De vacaturegraad is in beide grootstedelijke regio’s hoger dan in Nederland. Bij een vergelijkbare vacaturegraad is de hogere werkloosheid in de MRDH opvallend. De mismatch is er hoger, gegeven de behoefte aan werknemers bij bedrijven.

7

Tabel 2.2 Brede welvaart op het economisch domein in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Metropoolregio Amsterdam, Vervoerregio Amsterdam en Nederland, 2022 Werkelijke waarden: in euro, als percentage van de bevolking 15-74 jaar, per 1.000 werkzame personen. kilometer Stand Laatst bekende jaar Verschil met Nederland MRDH MRA VRA Nederland MRDH MRA

VRA

Materiële welvaart Mediaan inkomen dzd euro Bruto binnenlands product %

28,5 3,6

30,1 29,1 7,0 7,8

29,8 4,3

-1,3 -0,7

0,3 2,7

-0,7 3,5

Arbeid en vrije tijd Netto participatie % Bruto participatie % Hoogopgeleide bevolking % Werkloosheid % Vacaturegraad per 1.000 Afstand openbaar vervoer km

69,9 73,0 32,8 4,3 52,9 0,31

72,9 76,1 39,3 4,1 52,9 0,29

73,1 76,5 41,6 4,4 52,9 0,26

72,2 74,8 36,6 3,5 51,7 0,40

-2,3 -1,8 -3,9 0,8 1,2 -0,09

0,7 1,3 2,6 0,6 1,2 -0,11

0,9 1,7 5,0 0,9 1,2 -0,14

Economisch kapitaal Gem. schuld huishouden dzd euro 105,1 Mediaan vermogen huish. dzd euro 55,8 Bron: CBS, bewerking NEO Observatory

132,4 92,0

122 63

115,9 87,3

-10,8 -31,5

16,5 4,7

6,0 -24,8

Figuur 2.3 De positie van de brede welvaart op het economisch domein in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Metropoolregio Amsterdam ten opzichte van Nederland Nederland = 0, positief/negatief aangepast aan beoordeling indicator Afstand tot ov

Vacaturegraad Bruto arbeidsparticipatie Netto arbeidsparticipatie Mediaan besteedbaar inkomen Gemiddelde schuld per huishouden

Hoogopgeleide bevolking Bruto binnenlands product Werkloosheid Mediaan vermogen van huishoudens -0,6

-0,4

-0,2

0,0

0,2

MRA

MRDH

Bron: CBS, bewerking NEO Observatory

8

0,4

0,6

0,8

Figuur 2.4 De positie van de brede welvaart op het economisch domein in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag ten opzichte van Nederland in een webdiagram Nederland = 0, positief/negatief aangepast aan beoordeling indicator Mediaan vermogen van huishoudens

1 Werkloosheid

Afstand tot ov

0

Groei brp

-1 Vacaturegraad

Hoogopgeleide bevolking

Gemiddelde schuld per huishouden

Bruto arbeidsparticipatie

Netto arbeidsparticipatie

Mediaan besteedbaar inkomen

Conclusie Er zijn nog altijd relatief veel mensen in de MRDH die niet participeren. Het is aannemelijk dat de mismatch en lagere participatie samenhangen met de gevonden achterstand van de MRDH op het domein Samenleving & Welzijn. Afstand tot het OV is in de MRDH gunstiger dan in Nederland. Echter, afstand tot het OV-station (of halte) is minder relevant dan reistijd wonen-werken en de nabijheid tot andere voorzieningen. Bovendien is het afstand tot het OV vanuit het huishouden, niet de afstand tot OV vanuit de werklocatie. Uit onderzoek naar pendel naar opleiding in de MRA (Manshanden 2023) bleek dat lager opgeleiden, die de minste keuze op de arbeidsmarkt hebben, juist relatief ongunstig ten opzichte van werk wonen. Dat komt bovenop de flexibele banen, die juist deze groep relatief vaak heeft. Bij hogere inkomens is dat andersom; deze groep kan optimaliseren tussen kwaliteit van wonen en afstand tussen werk en voorzieningen. Agglomeratievoordelen worden zo niet gelijkelijk verdeeld over de inkomensgroepen. De definitie van brede welvaart vangt dit zeer belangrijke aspect van brede welvaart in grootstedelijke regio’s niet. Er is minder vertrouwen in elkaar, geringere sociale cohesie en de beperktere gezondheid die hier mogelijk het gevolg van is. Extra welvaart kan voortgebracht worden door de koppeling met opleiding en benutting daarvan.

Ruimtelijke nabijheid is voor zo’n koppeling gunstig; het draagt bij aan ruimtelijke clusters van succesvolle en concurrerende bedrijfstakken. We benadrukken dat dit niet de gehele MRDH hoeft te betreffen. Dergelijke clusters treden op in relatief beperkte ruimte. De vacaturegraad in de MRDH is weliswaar enigszins hoger dan in Nederland, maar het beeld van de arbeidsmarkt van de MRDH is daardoor schijnbaar gunstig. De werkloosheid is (ondanks het wat hogere percentage) historisch laag en betekent grote krapte op de arbeidsmarkt. Deze krapte kost echter welvaart; het drijft lonen op en draagt zo bij aan de relatief hoge inflatie in Nederland. Bedrijven missen kansen, hetgeen ten koste gaat aan economische dynamiek en innovatie. De participatiegraad kan dus hoger.

9

2.3 Uitkomsten Milieu De waarden van de MRDH op het domein Milieu passen, evenals bij de domeinen Samenleving & Welzijn en Economie het geval is, bij die van een grootstedelijke regio. De inwoners van de MRDH hebben minder natuurgebied tot hun beschikking. De emissies van fijnstof zijn meer dan 2,5 keer zo groot dan in het gemiddelde van Nederland (waar het volume van de MRDH bovendien in meeweegt). De broeikasemissies per inwoner zijn, onder andere, door de samenstelling van de industrie en de aanwezige glastuinbouw gemiddeld hoger in de MRDH. Met betrekking tot de kwaliteit van zwemwater, zowel binnen als buitenwater, zijn er wel data voor de MRDH beschikbaar, maar niet voor geheel Nederland. Het verschil kan niet aangegeven worden. Het natuurlijk kapitaal van de MRDH is beperkter dan voor het gemiddelde van Nederland. De particuliere zonne-energie, uitgedrukt als vermogen in watt per woning, is ongeveer de helft van wat een Nederlands huishouden per woning gemiddeld opwekt. Er zijn in de MRDH eenvoudigweg minder eigen woningen met een eigen dak in grootstedelijke regio’s. Het nadeel hiervan is dat huishoudens in grote steden minder investeringsmogelijkheden in eigen productie en consumptie van duurzame energie hebben. Zij zijn meer aangewezen op collectieve voorziening van duurzame energie.

Het percentage bebouwd terrein is vanzelfsprekend hoger dan in Nederland; bijgevolg is het aandeel groenblauwe ruimte in de gehele oppervlakte van de MRDH lager. De uitkomsten op het domein Milieu passen bij die van een grootstedelijke regio. Het gaat echter om de mate waarin. Zo is de emissie van fijnstof zeer hoog, evenals de CO2 uitstoot. Het eerste heeft negatieve effecten op de gezondheid, het tweede draagt bij aan klimaatverandering. Het vermogen aan zonne-energie van particuliere woningen is relatief laag. Er is weinig groenblauwe ruimte, maar de afstand tot openbaar groen is laag.

Vergelijking MRDH met de MRA De beschikbaarheid van natuurgebied, natuur- en bosgebied is in de MRA groter dan in de MRDH. In de kleinere VRA is er nog minder natuurgebied beschikbaar per inwoner. De Oostvaardersplassen en de duinen in het kustgebied maken onderdeel uit van de grotere beschikbaarheid van natuur in de MRA; de VRA heeft alleen de beschikking over Waterland. De broeikasemissies per inwoner zijn in de MRDH fors hoger dan in de MRA en zeker de VRA (exclusief Tata Steel), maar hier dient er rekening mee gehouden te worden dat de emissies van de luchtvaart- en zeevaart niet meewegen. Het verschil met de MRA/VRA wordt voornamelijk bepaald door de binnenlandse petrochemie en glastuinbouw in de MRDH. De emissies van fijnstof zijn in de MRDH beduidend hoger dan in de MRA/VRA. Dit verschil hangt mogelijk samen met de lagere gemiddelde levensverwachting in de MRDH. Algemeen is de milieukwaliteit van de MRDH geringer dan dat van de MRA. De kanttekening die we hierbij plaatsen is dat dit geen directe oorzaak-gevolg is, maar onderdeel van een breder patroon van onderling samenhangende sociaal-economische kenmerken is. Wetende waar meer vervuiling is, mijden hogere inkomens dergelijke locaties, zodat lagere inkomens daar oververtegenwoordigd zijn. Een lager inkomen hangt weer samen met een slechtere gezondheid.

Dergelijke patronen bestaan naast het directe effect van bijvoorbeeld fijnstof op gezondheid. Dit treft verschillende groepen inwoners daarentegen in gelijke mate. Samenleving & Welzijn, economie en milieukwaliteit hangen zo via verschillende relaties samen.

10

Tabel 2.3 Brede welvaart op het domein Milieu in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Metropoolregio Amsterdam, Vervoerregio Amsterdam en Nederland, 2022 Werkelijke waarden Laatst bekende jaar MRDH MRA Milieu Natuurgebied ha per 100 inw. Fijnstof kilo per km2 Afstand openbaar groen km Natuur- en bos % oppervlakte Broeikasgassen ton CO2 eq. inw. Kwaliteit binnenwateren 1-4 Kwaliteit kustwateren 1-4 Natuurlijk kapitaal Partic. zonne-energie watt/woning Bebouwd terrein % opp. Fosfaat kilo per ha. Groen-blauwe ruimte m2 inw. Stikstof kilo per ha Bron: CBS, bewerking NEO Observatory

Verschil met Ned. VRA Nederland MRDH MRA

VRA

4,5 2764 0,4 18,9 15,6 3,3 3,6

12,8 1920 0,4 34,9 10,5 3,2 4,0

2,4 1868 0,4 7,9 6,5 3,0 0,0

29,0 1000 0,5 29,8 9,7 0,0 0,0

-24,5 1764 -0,1 -10,9 5,9 3,3 3,6

-16,2 920 -0,1 5,1 0,8 3,2 4,0

-26,6 868 -0,1 -21,9 -3,2 3,0 0,0

474 34,8

526 23,0

410 24,4

950 11,0

-476 23,8

-424 12,0

-540 13,4

190

604

245

574

-384

30

-330

Figuur 2.5 De positie van de brede welvaart op het domein Milieu in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Metropoolregio Amsterdam ten opzichte van Nederland Nederland = 0 , positief/negatief aangepast aan beoordeling indicator Bebouwd terrein

Afstand tot openbaar groen

Natuur- en bosgebieden

Particuliere zonne-energie

Broeikasgasemissies per inwoner

Groen-blauwe ruimte**

Natuurgebied per inwoner

Emissies van fijnstof naar lucht -2,0 MRA

-1,0

0,0

MRDH

Bron: CBS, bewerking NEO Observatory

11

1,0

2,0

3,0

Figuur 2.6 De positie van de brede welvaart op het domein Milieu in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag ten opzichte van Nederland als webdiagram 3 2 Bebouwd terrein

1

Emissies van fijnstof naar lucht

0 -1 Afstand tot ov

-2

Natuurgebied per inwoner

Afstand tot openbaar groen

Groen-blauwe ruimte**

Broeikasgasemissies per inwoner

Natuur- en bosgebieden Particuliere zonne-energie

12

3 Brede welvaart MRDH en Nederland, ontwikkeling 2011-2022

3.1 Samenleving & Welzijn In dit hoofdstuk wordt het verloop van de brede welvaart over een periode van 11 jaar bezien, namelijk van 2011-2022. Op het domein Samenleving & Welzijn neemt zowel in Nederland als in de MRDH de tevredenheid met het leven en met vrije tijd in het bijzonder af; in de MRDH meer dan in Nederland. Qua gezondheid valt op dat het overgewicht over de gehele linie toeneemt, maar in Nederland sneller dan in de MRDH. De levensverwachting is in de MRDH niet toegenomen, anders dan in Nederland. Positief is dat het aandeel personen met langdurige ziekte(n) over de hele linie afneemt, en in de MRDH fors meer dan in Nederland. Qua wonen is er weinig verandering. De tevredenheid met de woonomgeving neemt in de MRDH toe, waar deze in Nederland als geheel afneemt. Dit is mogelijk toe te schrijven aan het gevoerde beleid van stedelijke vernieuwing. De MRDH is daarmee een positieve weg ingeslagen. De tevredenheid met de woning neemt echter breed af, waarbij de afname in de MRDH bijna twee keer sterker is dan in Nederland. Dit is de stagnatie op de woningmarkt, die in de MRDH wellicht tot meer verstopping leidt. Mensen zijn weliswaar tevreden over de woonomgeving, maar willen een ander huis. De woonomgeving verbetert in de MRDH, maar de behoefte aan een andere woningen weerspiegelt de huidige schaarste aan woningen die passen bij de behoefte.

Qua samenleving is er een overwegend positief beeld in de MRDH ten opzichte van Nederland. Hoewel het contact met familie, vrienden en buren overal afneemt, neemt het vertrouwen in instituties en anderen daarentegen overal toe, en in de MRDH meer dan in Nederland. De interesse in vrijwilligerswerk neemt breed af; in de MRDH evenwel minder dan in Nederland. De afname in de MRDH is groter dan in Nederland, hetgeen ook wijst op verbetering van de woonomgeving en daarmee het sociale klimaat. De afname van het aantal gepleegde delicten neemt af. Dit is een zonder meer gunstige ontwikkeling, die nationaal ook optreedt, maar in de grootstedelijke regio’s sterker. De conclusie is dat de algemene ontwikkeling van het domein Samenleving & Welzijn over het algemeen positief is, waarbij deze positieve tendens in de MRDH sterker is dan in Nederland. Mogelijk is dit (mede) het resultaat van het gevoerde beleid, gericht op vernieuwing van het grootstedelijke woonmilieu en een autonome ontwikkeling, namelijk de afname van werkloosheid. De krappere arbeidsmarkt en vergrijzing hebben een positieve invloed op het sociale klimaat. Qua gezondheid is de ontwikkeling wisselend. De ervaren gezondheid neemt af, wat een gevolg van vergrijzing kan zijn. De welvaartswinst is zichtbaar aan de toename van overgewicht, die in de MRDH echter significant kleiner is dan in Nederland.

Overgewicht is ook in de MRDH een probleem, maar uiteindelijk minder groot dan in de rest van Nederland. Overigens kan er een relatie tussen overgewicht en andere onderdelen van brede welvaart worden vermoed. Bij dergelijke indicatoren ligt een aangrijpingspunt voor het handelingsperspectief; minder overgewicht is gunstig voor gezondheid, minder ernstige ziekten, levensverwachting en wellicht ook participatie.

13

Vergelijking MRDH met de MRA en VRA In de MRDH neemt het aandeel mensen dat tevreden over het leven is iets af, terwijl deze toeneemt in de MRA. In de nauwere VRA blijft de tevredenheid over de jaren 2011-2022 hetzelfde. In de MRA zijn het de regio’s buiten de VRA, zoals Haarlem, IJmond, ’t Gooi, Almere en Flevoland waar de tevredenheid toeneemt. De tevredenheid over de vrije tijd neemt in MRDH significant af, terwijl dit in de MRA hetzelfde blijft. Qua gezondheid ontwikkelt de MRA zich beter dan de MRDH; de ervaren gezondheid neemt meer af in de MRDH. Daarentegen neemt het aantal personen met een langdurige ziekte in de MRDH sneller af. Het aantal personen neemt in de MRDH toe, maar minder snel dan in de MRA. De tevredenheid over de woning neemt algemeen af, hetgeen wijst op een stagnerende woningmarkt. Het contact met familie neemt in MRDH wat sterker af dan in de MRA en VRA. Daarentegen neemt het vertrouwen in instituties in de MRDH sterk toe, terwijl deze in MRA en VRA langzamer dan Nederland toeneemt. Het aantal delicten in de MRDH neemt trager af dan in de MRA en VRA.

Tabel 3.1 Ontwikkeling brede welvaart op het domein Samenleving & Welzijn in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Metropoolregio Amsterdam, Vervoerregio Amsterdam en Nederland, periode 2011-2022 Verschil in werkelijke waarden 2011-’22 Periode 2011-2022 MRDH MRA

VRA Nederland

Verschil met Ned. MRDH MRA

VRA

Subjectief welzijn Tevreden over het leven % Tevreden over vrije tijd %

-0,3 -4,1

1,0 0,0

0,0 -0,4

-0,2 -1,4

-0,1 -2,7

1,2 1,4

0,2 1,0

Gezondheid Overgewicht % Ervaren gezondheid % Levensverwachting Personen met langdurige ziekte %

1,2 -7,6 0,0 -2,7

1,9 -6,8 0,0 -0,2

1,7 -7,1 0,0 0,7

2,0 -6,5 0,5 -0,9

-0,8 -1,1 -0,5 -1,8

-0,1 -0,3 -0,5 0,7

-0,3 -0,6 -0,5 1,6

Wonen Tevreden over woonomgeving % Tevreden over woning % Afstand sportterrein km Afstand basisschool km Afstand horeca km

0,2 -6,4 0,0 0,1 0,2

0,0 -5,3 0,0 0,0 0,3

0,4 -5,3 0,0 0,0 0,2

-0,3 -3,4 0,0 0,1 0,3

0,5 -3,0 0,0 0,0 -0,1

0,3 -1,9 0,0 -0,1 0,0

0,7 -1,9 0,0 -0,1 -0,1

Samenleving Contact familie etc. % Vertrouwen in instituties % Vertrouwen in anderen % Vrijwilligerswerk % Sociale cohesie score 1-10

-4,6 5,5 8,9 -8,1 -0,1

-5,7 2,7 8,9 -9,9 0,1

-5,8 2,1 10,2 -9,8 0,0

-4,6 3,8 7,7 -9,3 0,1

0,0 1,7 1,2 1,2 -0,2

-1,1 -1,1 1,2 -0,6 0,0

-1,2 -1,7 2,5 -0,5 -0,1

Veiligheid Vaak onveilig voelen in buurt % -0,5 Aantal delicten per 100 -29,8 Gereg. misdrijven per 1.000 -33,9 Bron: CBS, bewerking NEO Observatory

-0,5 -42,1 -34,0

-0,2 -42,3 -36,8

-0,3 -26,6 -26,0

-0,2 -3,2 -7,9

-0,2 -15,5 -8,0

0,1 -15,7 -10,8

14

3.2 Economie De inkomens in de periode 2011-2022 algemeen gestegen, gezien de toename van het mediane jaarinkomen in Nederland met bijna 3.100 euro. De toename in de MRDH is echter minder groot, namelijk bijna 2.700 euro over die periode. Het verschil met Nederland loopt daarmee met ruim 400 euro op. Dit hangt samen met de gemiddeld tragere groei van het brp in de MRDH over deze periode; 0,3% per jaar lager. Dit lijkt niet veel, maar over een langere periode telt het op tot aanzienlijke verschillen. Het welvaartsverschil tussen de MRDH en Nederland wordt in de loop van de tijd groter. Dit maakt de doelstelling van de MRDH en de Strategische Agenda actueel: feitelijk dient de ontwikkeling van het brp boven dat van het nationaal gemiddelde te liggen. Deze lat is bij 1% extra per jaar gelegd (OECD 2014, SA MRDH). Opgeteld bij deze achterstand is dat +1,3% extra. De gemiddelde schuld is in de MRDH sterker afgenomen dan in Nederland. Dat hangt waarschijnlijk samen met het lagere inkomen, zodat mensen geneigd zijn minder hoge schulden aan te gaan. Het mediane vermogen in de MRDH is toegenomen, maar minder dan in geheel Nederland. De netto arbeidsparticipatie is in Nederland algemeen gestegen. Een ultra-lage werkloosheid is het positieve gevolg. De netto participatie steeg in de MRDH evenwel 0,5% sneller; het arbeidspotentieel is in 11 jaar tijd veel beter benut geraakt.

Wel blijft de werkloosheid er ruim 1% hoger; dat is echter een grootstedelijk vraagstuk. De spanning op de arbeidsmarkt van Zuid-Holland is niettemin groter geworden ten opzichte van Nederland. Gevoegd bij de nog altijd wat lagere participatiegraad (netto en bruto) wijst dit op een nog onbenut arbeidsaanbod en een grotere mismatch. Deze cijfers onderstrepen dat de extra capaciteit en productiviteit van de economie van de MRDH juist bij basis opgeleiden ligt. Zij hebben een lagere participatiegraad. Voor het handelingsperspectief betekent dit dat er ingezet dient te worden op deze sociaal-economische groep. Daar is ook nationaal beleid voor nodig, namelijk de beperking van flexbanen via het arbeidsrecht. Flexbanen zijn overwegend geconcentreerd bij basis opgeleiden; zij dragen het risico van de conjunctuur. In dergelijke arbeidsrelaties wordt er niet geïnvesteerd in kennis. Samenwerking als één metropool is nodig in coördinatie van clusters in relatie tot het vestigingsmilieu. Niet alle deelregio’s en productiemilieu’s zijn even geschikt. Nader onderzoek dient dat uit te wijzen. Coördinatie in MRDHverband is nodig om onderlinge concurrentie van gemeenten uit te sluiten en te kiezen welke ruimtelijke clusters de extra welvaart in de MRDH gaan genereren.

Bijvoorbeeld, een biobrandstof- en waterstofcluster op basis van duurzame elektriciteit uit de Noordzee in de Rotterdamse haven, een kenniscluster in Delft etc. De focus dient aangebracht te worden vanuit bestaande sterktes enerzijds en een gedragen lange-termijn visie op de toekomst anderzijds. Dit vergt metropolitaan ondernemerschap, ondersteund door de overheid vanwege de uitzonderlijk grote risico’s op de lange termijn en het grote maatschappelijke belang. De conclusie is dat de toename van de algemene welvaart in de MRDH achterblijft bij Nederland. Dit wordt weerspiegeld in het achterblijvende inkomen en vermogen van huishoudens in de MRDH. De arbeidsmarkt van de MRDH heeft zich positief ontwikkeld, maar er is nog altijd sprake van een onbenut potentieel en een grotere mismatch. Het arbeidsaanbod in de MRDH is niet in staat de behoefte op de arbeidsmarkt volledig te voorzien. Dit vergt achtereenvolgens meer vaste banen, juist voor basis (en mbo) geschoolden, aansluiting van onderwijs en bedrijven (bijvoorbeeld in fieldlabs en dergelijke) en ruimtelijke clustering van bedrijfstakken waar de MRDH een concurrentievoordeel nu en in de toekomst voor heeft. Tenslotte kan ook betere doorstroming op de woningmarkt genoemd worden voor potentiële werknemers in de MRDH. Dat vergt het bouwen van de juiste woningen.

15

Tabel 3.2 Ontwikkeling brede welvaart op het domein economie in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Metropoolregio Amsterdam, Vervoerregio Amsterdam en Nederland, periode 2011-2022 Verschil in werkelijke waarden 2011-‘22 Periode 2011-‘22 MRDH MRA

Verschil met Ned. VRA Nederland MRDH MRA

VRA

Materiële welvaart Mediaan inkomen dzd euro Bruto binnenlands product %

2,7 1,4

3,4 2,7

3,5 3,3

3,1 1,7

-0,4 -0,3

0 1,1

0,4 1,6

Arbeid en vrije tijd Netto participatie % Bruto participatie % Hoogopgeleide bevolking % Werkloosheid % Vacaturegraad per 1000 Afstand openbaar vervoer km

6,0 2,0 5,6 -5,8 40,5 0,0

5,3 2,1 6,6 -4,8 40,5 0,0

5,4 2,4 6,9 -4,7 40,5 -0,1

5,5 2,1 8,3 -4,7 39,6 0,0

0,5 -0,1 -2,7 -1,1 0,9 0,0

-0,2 0,0 -1,8 -0,1 0,9 0,0

-0,1 0,3 -1,4 0,0 0,9 -0,1

-7,3 30,6

0,0 51,2

6,2 35,6

-7,7 50,0

0,4 -19,4

7,7 1,2

13,9 -14,4

Economisch kapitaal Gem. schuld huishouden dzd euro Med. vermogen huish. dzd euro Bron: CBS, bewerking NEO Observatory

De inkomens in de MRDH ontwikkelen zich positief, maar minder sterk dan in MRA. In GrootAmsterdam/Zaanstreek (de VRA) ontwikkelen de inkomens zich sneller dan landelijk. Het bbp groeit er op de lange termijn ook sneller. De netto arbeidsparticipatie ontwikkelt zich in de MRDH relatief gunstig; dit is een inhaaleffect, consistent met de snellere daling van de werkloosheid in de MRDH ten opzichte van de MRA, daar de arbeidsmarkt in de MRDH eveneens gespannen is. De bruto participatie stijgt in beide grootstedelijke regio’s ongeveer even snel. Het percentage hoogopgeleide bevolking 15-74 jaar neemt in de MRDH evenwel wat minder toe. De schuldpositie van huishoudens in de neemt in de MRDH af, terwijl deze in de MRA gelijk blijft, doch in de VRA toeneemt. De vermogensontwikkeling blijft in de MRDH achter bij de MRA, maar minder dan bij de VRA.

3.3 Milieu Op het thema milieu is de emissie van fijnstof in de MRDH fors gedaald ten opzichte van Nederland. Dit is geen effect van corona (minder autoverkeer), maar onderdeel van een trendmatige daling die in 2019 al grotendeels zichtbaar is, zo blijkt uit de onderliggende data. In Nederland is de verlaging slechts 200 kilo PM>2,5 per km2. Dat hangt samen met de het veel lagere startniveau van de gemiddelde emissie van fijnstof in geheel Nederland. Voor Nederland is de afname 20% (van 1000 naar 800), voor de MRDH is dat 44% (van 3.982 naar 2.765 kilo PM>2,5 per km2). De buitenlucht in de MRDH is weliswaar (merkbaar) schoner geworden, maar kan nog veel schoner. Tevens is er meer natuur en bos bijgekomen in de MRDH; 1% extra van het landoppervlak, meer dan in Nederland. Gezien de achterstand ten opzichte van Nederland is dat relatief veel. De emissies van broeikasgas zijn gedaald; in de MRDH sneller dan in Nederland. Hoewel de emissies nog altijd hoog zijn, is de energietransitie in gang gezet. Het doel is om de afname te continueren.

16

Het vermogen aan particuliere zonne-energie is overal in Nederland flink toegenomen. In de MRDH is dat per woning nagenoeg de helft (49,4%) minder dan het Nederlands gemiddelde. Dit is toe te schrijven aan de grootstedelijke karakter van de MRDH. Huishoudens in grote steden hebben minder eigen mogelijkheden om te verduurzamen, zodat er ook minder subsidie op basis van verduurzamingsmaatregelen naar de grote steden vloeien. Qua groenblauwe ruimte is er in de MRDH een positieve ontwikkeling zichtbaar; als percentage van het oppervlak is dit toegenomen, meer dan in Nederland. De conclusie is dat op het gebied van het milieu er vooruitgang is geboekt in de MRDH. Over het geheel genomen is het beeld voor de MRDH positief; de lucht is schoner geworden, de CO2 emissie per inwoner lager en de beschikbare ruimte voor bos & natuur en groen/blauw zijn alle toegenomen, in een sterkere mate dan in Nederland het geval is. Benadrukt wordt dat de gemiddelde niveaus in Nederland gunstiger zijn, maar in dat perspectief is de ontwikkeling ervan in de MRDH als positief te zien. Het milieu is van directe waarde voor het vestigingsmilieu. Het vestigingsmilieu geldt niet alleen voor bedrijven, maar het geldt ook voor de inwoners in de MRDH. Dan gaat het om zowel de huidige inwoners die er willen blijven wonen als de toekomstige inwoners.

Hoogwaardige voorzieningen, een gevarieerd aanbod van woningen en het leefklimaat zijn dan van invloed, ook voor hoogwaardige werknemers uit binnen- en buitenland van alle scholingsniveaus. De betekenis van natuur, bos schoon water, schone lucht, het kustgebied, maar ook bijvoorbeeld de open ruimte van MiddenDelfland als waardevol, onaantastbaar recreatiegebied (vergelijk Central Park in New York City) zijn dan van cruciale waarde, evenals het imago van de regio op dit onderwerp.

Tabel 3.3 Ontwikkeling brede welvaart op het domein Milieu in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Metropoolregio Amsterdam, Vervoerregio Amsterdam en Nederland, periode 2011-2022 Verschil in werkelijke waarden, 2011-‘22

Milieu Natuurgebied ha per 100 inw. Fijnstof kilo per km2 Afstand openbaar groen km Natuur- en bos % oppervlakte Broeikasgassen ton CO2 eq. inw. Kwaliteit binnenwateren 1-4 Kwaliteit kustwateren 1-4 Natuurlijk kapitaal Partic. zonne-energie watt/woning Bebouwd terrein % opp. Fosfaat kilo per ha. Groen-blauwe ruimte m2 inw. Stikstof kilo per ha Bron: CBS, bewerking NEO Observatory

Periode 2011-‘22 MRDH MRA

VRA Nederland

-0,1 -1218 0,0 1,0 -2,6 0,5 0,2

-0,9 -898 0,0 -1,6 -2,6 0,3 0,4

0,0 -929 -0,1 0,2 -2,9 0,3 0,0

0,0 -200 0,0 0,6 -1,8 0,0 0,0

-0,1 -1018 0,0 0,4 -0,8 0,5 0,2

-0,9 -698 0,0 -2,2 -0,8 0,3 0,4

0,0 -729 -0,1 -0,4 -1,1 0,3 0,0

459 1,4

513 0,2

399 0,0

930 0,4

-471 1,0

-417 -0,2

-531 -0,4

2,0

-34,9

-13,9

1,1

0,9

-36,0

-15,0

17

Verschil met Ned. MRDH MRA

VRA

De MRDH in vergelijking met de MRA en VRA De lucht wordt in de MRDH in een hoger tempo schoner (maar komt van een veel hoger niveau af). De uitstoot van broeikasgassen in beide grootstedelijke regio’s neemt even snel af, meer dan in Nederland als geheel. Opgemerkt wordt dat in beide regio’s de internationale bunkering voor de zeevaart en luchtvaart niet meeweegt. Het bebouwd terrein neemt in de MRDH significant sterker toe dan in de MRA. Dit is opmerkelijk. De hogere groei van het bruto regionaal product in de MRA gaat niet gepaard met een toename van het bebouwde gebied. Economische groei betekent niet noodzakelijkerwijs meer grondgebruik. Meer waarde op dezelfde ruimte kan ook, en ligt zelfs meer voor de hand. Immers, nabijheidsvoordeel ontstaat niet door extra interactie op een groter oppervlak, maar extra interactie binnen dezelfde oppervlakte, bijvoorbeeld meer kantoren op de Zuidas door de gebouwen hoger te maken, of meer inwoners en bedrijven in de centra van Rotterdam en Den Haag. Extra grondgebruik betekent namelijk ook extra afstand tot het al bestaande stedelijke gebied, hetgeen de behoefte aan infrastructuur bevordert. Het stedelijk uitbreiden van woningbouw op verspreide locaties draagt daarom niet bij aan extra groei van een regio. Inbreiden en hoogbouw op goed voor hoogwaardig openbaar vervoer bereikbare locaties wel.

Stedelijke uitbreiding betekent om die reden uitbreiding van het hoogwaardige OV net. Groen/blauwe ruimte per inwoner neemt in MRDH mimimaal toe (twee vierkante meter per inwoner), terwijl dat in de MRA afneemt met 35 m2. Dit is minder paradoxaal dan het lijkt. Opgemerkt wordt dat dit zowel in de teller als de noemer ontstaat. De hogere bevolkingsgroei van de MRA bij een constante hoeveelheid groen/blauwe ruimte kan dit al veroorzaken. De beschikbare groenblauwe-ruimte wordt dan door meer mensen gedeeld. In werkelijkheid wordt dit waarschijnlijk zowel door snellere bevolkingsgroei in de MRA als de onttrekking van grond voor andere bestemmingen veroorzaakt.

18

4 Brede welvaart MRDH naar deelregio’s 4.1 Inleiding De brede welvaart zoals die in de voorgaande hoofdstukken bleek geldt voor de gehele MRDH. Behalve structurele economische vraagstukken van de gehele regio, is duidelijk dat de uitkomsten mede bepaald worden door het hoge gehalte aan grootstedelijkheid van de MRDH. De MRDH omvat immers twee van de drie grote steden in Nederland. De twee grote steden hebben kenmerkende grootstedelijke vraagstukken die door hun grote gewicht doorklinken in het eindresultaat van brede welvaart in de MRDH. De gemeenten Rotterdam en Den Haag omvatten gezamenlijk 50% van de bevolking in de MRDH. De relevantie van mate van stedelijkheid voor indicatoren blijkt uit figuur 4.1, waarin de tevredenheid over het leven per categorie van stedelijkheid is weergegeven. Het blijkt dat naarmate de mate van stedelijkheid afloopt, de tevredenheid over het leven lineair toeneemt. In dit hoofdstuk worden de gemeenten van de MRDH om die reden opgesplitst in groepen. Daarvoor wordt de typologie van gemeenten in Nederland naar stedelijkheidsgraad van het CBS toegepast, welke is gebaseerd op de dichtheid van adressen. De typologie van het CBS van gemeenten naar stedelijkheidsgraad kent vijf categorieën, namelijk van niet-stedelijk naar zeer sterk stedelijk.

In deze studie is de categorie ‘zeer sterk stedelijk’ in tweeën gesplitst door de categorie ‘grootstedelijk’ extra te onderscheiden. Dat betreft de gemeenten Rotterdam en Den Haag. In totaal onderscheiden we in deze studie zes categorieën stedelijkheidsgraad: 5 - Grootstedelijk 4 - Zeer sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 2.500 of meer); 3 - Sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1.500 tot 2.500); 2 - Matig stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1.000 tot 1.500); 1 - Weinig stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 500 tot 1.000); 0 - Niet-stedelijk (omgevingsadressendichtheid van minder dan 500). De categorieën weinig- en niet-stedelijk komen in de MRDH niet voor, zodat er vier groepen gemeenten overblijven, variërend van matig stedelijk tot en met grootstedelijk. In de bijlage geeft tabel B2 de namen van gemeenten per categorie. Opgemerkt wordt dat de vier onderscheiden groepen regio’s niet noodzakelijkerwijs ruimtelijk aaneengesloten deelregio’s zijn. Het betreft vier groepen met een overeenkomstig patroon van brede welvaart, dat is bepaald door de mate van stedelijkheid.

19

Figuur 4.1 Het verband tussen mate van stedelijkheid (horizontale as) en tevredenheid over het leven (verticale as). 0 = niet-stedelijk, 1 = weinig stedelijk, 2 = matig stedelijk, 3 = sterk stedelijk, 4 = zeer sterk stedelijk, 5 = grootstedelijk 86

Tevredenheid over het leven

85

84 83

82 81 80 0

1

2

3 grootstedelijk >

< niet stedelijk

4

5

Bron: CBS, bewerking NEO Observatory

De gemeenten van de MRDH behoren tot de eerste drie categorieën stedelijkheid. Er is één wijziging aangebracht in de toepassing van de typologie. Rotterdam en Den Haag zijn beide afgezonderd van de eerste categorie (zeer sterk stedelijk) en als grootstedelijk apart benoemd. 0 Grootstedelijk Rotterdam, 's-Gravenhage 1 Zeer sterk stedelijk Delft, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Zoetermeer 2 Sterk stedelijk Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Maassluis, Nissewaard, PijnackerNootdorp, Ridderkerk 3 Matig stedelijk Albrandswaard, Lansingerland, Midden-Delfland, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland In de MRDH zijn geen gemeenten die het CBS als weinig- en niet-stedelijk heeft aangemerkt.

20

4.2 Verschillen in brede welvaart tussen deelregio’s in de MRDH Een blik van afstand leert dat de mate van stedelijkheid een sturende factor is voor een groot aantal brede welvaartsindicatoren. Tevredenheid met het leven, een belangrijke factor voor brede welvaart, is in de grootstedelijke regio’s Rotterdam en Den Haag het laagst (gemiddeld 80,8% van de bevolking) en loopt op naarmate de stedelijkheidsgraad afneemt. In het totaal van matig stedelijke gemeenten is de tevredenheid met het leven het hoogst, namelijk 85,1. Dat is hoger dan het gemiddelde van Nederland (83,4). Dit patroon geldt voor bijna alle indicatoren op het domein Samenleving & Welzijn: de matig stedelijke gemeenten in de MRDH hebben een score die op een hoge brede welvaart duidt, voor Rotterdam en Den Haag geldt het tegendeel. Daarmee kan de conclusie worden getrokken dat de ongunstige positie van de MRDH ten opzichte van Nederland mede is toe te schrijven aan het grote gewicht van Rotterdam en Den Haag in de MRDH, ofwel de hoge mate van stedelijkheid. De matig stedelijke regio’s in de MRDH scoren beter dan Nederland. De resultaten over de woonomgeving en woning suggereren om matig stedelijk te bouwen, waardoor inwoners meer brede welvaart ten deel valt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16757366/1