2. Bijlage Context voor het verbinden van specifieke voorschriften aan de omgevingsvergunning
Tekst van het document
Memo aan
van
de leden van de Raad
College van burgemeester en wethouders
datum
pagina
25 mei 2022
1 van 3
Bijlage bij raadsmemo ‘Windpark Brielse Maasdijk De context voor het verbinden van specifieke voorschriften aan de omgevingsvergunning Het college heeft het recht en de plicht om specifieke voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning. Dit is voortgekomen uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder te noemen ABRvS) d.d. 30 juni 2021. Door deze uitspraak zijn de huidige normen uit het Activiteitenbesluit voor windparken met meer dan twee windturbines buiten toepassing verklaard. Het gaat hierbij om normen met betrekking tot geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Dit impliceert onder meer dat aan de omgevingsvergunning zelf hierover voorschriften moeten worden verbonden. Vanwege de VVGB die nodig is zal het uiteindelijk aan de gemeenteraad zijn om die voorschriften goed te keuren die het college voorstaat. In dit kader zal het college gemotiveerd aangeven welke motivering er ten grondslag ligt aan de specifieke voorschriften en welke motivatie er ten grondslag ligt aan waarden/normen op het gebied van geluid, slagschaduw en externe veiligheid. De keuze voor deze normen wordt onderbouwd met informatie uit het MER. Met behulp van de vergunningvoorschriften kan het college expliciet maatwerk toepassen voor onze inwoners.
Door het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning bepaalt het college welk milieubeschermingsniveau wenselijk geacht wordt voor dit specifieke windproject. De afweging van de te stellen voorschriften in relatie tot de uitgevoerde onderzoeken in het MER en de daaruit voortvloeiende aanvraag moet zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de lokale situatie toegesneden motivering. Die motivering vindt voornamelijk plaats in de ontwerp-vergunningsaanvraag en het MER. De onderbouwing van deze vijf windturbines op de door de ontwikkelaar geselecteerde locaties wordt uitvoerig verwoord in het uiteindelijke MER. Er heeft door de ontwikkelaar en diens adviseur een objectieve afweging van alle effecten plaatsgevonden op verschillende onderdelen. Uiteindelijk zijn de effecten van ‘geluid’ en ‘opbrengst duurzame opwek’ zwaarder gewogen dan andere criteria. Die afweging hiertoe wordt ook in het MER gevoegd. De door het college specifiek te verbinden voorschriften aan de omgevingsvergunning zullen moeten aansluiten bij de onderzoeken uit het MER maar nog specifieker bij de voorgenomen mitigerende maatregelen die HVC wil doorvoeren om te kunnen blijven voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat van inwoners en stakeholders.
Postadres Postbus 25, 3200 AA Spijkenisse Bezoekadres Raadhuislaan 106, 3201 EL Spijkenisse Telefoon 14 0181 E-mail gemeente@nissewaard.nl www nissewaard.nl
datum
pagina
betreft
25 mei 2022
2 van 3
Windpark Brielse Maasdijk
HVC Landwind heeft bij aanvang van het project reeds aan het college uitgesproken te willen kijken naar mogelijkheden om maatwerk toe te passen. Doel is om de negatieve effecten van de realisatie en de aanwezigheid van het windpark te minimaliseren rekening houdend met de bestaande omgeving. Om invulling te geven aan omgevingsparticipatie is in nauwe samenwerking met HVC Landwind bij aanvang van het project in 2019 een overlegstructuur ingericht voor omwonenden en andere belanghebbenden. Om de omwonenden in het Bewonersplatform te ondersteunen in het behartigen van hun belangen is door de gemeente aan de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windenergie (NLVOW) gevraagd om aan de omwonenden een ondersteunde rol te bieden zonder tussenkomst van de initiatiefnemer of de gemeente Nissewaard. NLVOW is een belangenvereniging voor omwonenden van windturbines. Naast het Bewonersplatform fungeert er een Omgevingsadviesraad (OAR). In de OAR zitten vertegenwoordigers van het Bewonersplatform maar ook andere belanghebbenden zoals ondernemers en vertegenwoordigers vanuit de watersportvereniging, de jeugdgevangenis en bijvoorbeeld Voorne Putten Energie. Hierin participeert de gemeente wel actief. Door de uitspraak van ABRvS is met name de buitenwerkingstelling van de algemene regels voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid een punt van aandacht geworden.
Uit de ingebrachte zienswijzen in het NRD-traject en uit gesprekken met omwonenden en andere belanghebbenden is gebleken dat de grootste zorgen uit gaan naar de impact van het windturbinegeluid. Uiteraard zijn er ook nog andere thema’s zoals natuurwaarden, ruimtegebruik etc. maar die worden veelal beheerst door andere wetgeving of hebben een duidelijke plek in het afwegingsproces rondom goede ruimtelijke ordening. Ten aanzien van het thema geluid is in nauw overleg met de adviseurs van het bevoegd gezag (de gemeente Nissewaard / DCMR) en de MER-adviseur (Arcadis) opdracht gegeven om een plan van aanpak op te stellen en in de periode maart-mei 2022. Dit plan van aanpak gaat over de wijze waarop geluidmetingen uitgevoerd worden om het achtergrondgeluid actueel en specifiek te bepalen. Bijzondere omstandigheid is daarbij dat er in het plangebied reeds een relatief hoog geluidsniveau aanwezig is door de nabije aanwezigheid van industrie, snelwegen en grote vaarwegen. Deze geluidsbronnen zijn vaak duidelijk aanwezig, maar soms ook niet. De gedachte is dat met informatie uit de geluidsmetingen kan worden afgeleid onder welke omstandigheden het geluidsniveau relatief laag is en wanneer het geluidsniveau relatief hoog is.
Op de momenten dat het aanwezige geluidsniveau relatief laag is kunnen de windturbines uit het ontwerp VKA hierbij aansluiten, als sprake is van een aanwezig verschil in beleving. Bij mogelijk mitigerende voorzieningen zal hier actief mee om worden omgegaan. Uiteraard zal het ‘terugregelen’ ten koste gaan van de energieopbrengst. Anderzijds, op de momenten dat het geluidsniveau relatief hoog zal zijn, is er geen noodzaak om te verlangen dat het geluidsniveau van de windturbines beperkt wordt als het overige omgevingsgeluid dominant is. De intentie van de ontwikkelaar is om de gemeente als bevoegd gezag goed inzicht te kunnen geven in de positieve en negatieve effecten van bepaalde maatregelen en de wijze waarop bepaalde maatregelen kunnen worden gerealiseerd. Daarmee kan het college een zorgvuldige afweging maken en op basis daarvan specifieke voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden. De specifieke voorschriften voortvloeiend uit normen / waarden die de gemeente hanteert in het kader van dit project moeten dan volgens de ABRVS wel zijn voorzien van “een actuele, deugdelijke op zichzelf
datum
pagina
betreft
25 mei 2022
3 van 3
Windpark Brielse Maasdijk
staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering” (overweging 65 van de betreffende uitspraak ECLI:NL:RVS:2021:1395 ). Beoogd wordt dat de gekozen aanpak op het thema geluid leidt tot duidelijke en handhaafbare mix van doel- en middelvoorschriften. In dit licht is het goed om te weten dat HVC Landwind de definitieve keuze voor het specifieke type windturbine later maakt, maar dat is binnen een zekere bandbreedte rondom de rotordiameter en ashoogte. Dit zal blijken uit het MER. Mogelijke mitigerende voorzieningen die door de initiatiefnemer voorgesteld gaan worden, op grond van de resultaten en analyses van het akoestisch onderzoek, zullen worden verwerkt in de Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO) en het definitieve MER als onderdeel van de vergunningsaanvraag. Naast geluid zijn ook de thema’s externe veiligheid en slagschaduw relevant voor de door het college te maken afwegingen bij de behandeling van de toekomstige omgevingsvergunning. Gezien de noordelijke ligging van de geprojecteerde windturbines ten opzichte van de woonbebouwing in Spijkenisse-Noord en Hoogvliet wijzen de onderzoeken uit dat de slagschaduw tot 0 á 1 uur op jaarbasis teruggeregeld kan worden op gevoelige objecten (oorspronkelijke norm was afgerond 6 uur op jaarbasis vanuit het activiteitenbesluit), zonder dat dit grote nadelige effecten heeft op het volume van de energieopwekking.
Wat betreft externe veiligheid kan eveneens niet worden aangesloten op het Activiteitenbesluit en bijbehorende -regeling. Er geldt hetzelfde als voor geluid op basis van de uitspraak van de ABRvS d.d. 30 juni 2021. Wel kan worden gebruik gemaakt van het besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI). Deze regelgeving was ook de grondslag voor de beoordeling van windturbines en externe veiligheid voordat de algemene regels voor windturbines in werking traden.