CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

19.YUR advocaten; Aanvullende zienswijze Ontwerpbestemmingsplan Gemeenlandsedijk Noord.

Gemeenteraad 28 februari 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Aanvullende lijst van ingekomen stukken3.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

' \

ADVOCATEN

Aangetekend en per e-mail: ruimtelijkeplannen@nissewaard.nl

Gemeente Nissewaard t.a.v. de gemeenteraad Postbus 25 3200 AA Spijkenisse

emeente Nissewaard AIO.�

- 7 FEB. 2024 Datum Onze referentie Uw referentie Inzake E-mail

e.c.

6 februari 2024 D110253 Ontwerpbestemmingsplan Gemeenlandsedijk Noord Aanvullende zienswijze

Geachte leden van de raad,

1. 1. 1.

Inleiding Bij brief van 8 januari 2024 heb ik namens cliënten, mevrouw B. en de heer K. op nader aan te voeren gronden een zienswijze naar voren gebracht tegen het ontwerpbestemmingsplan "Gemeenlandsedijk Noord".

1.2.

In uw e-mail van 11 januari 2024 heeft u mij tot en met 8 februari 2024 in de gelegenheid gesteld om de zienswijze aan te vullen. Deze aanvulling van de zienswijze treft u hieronder aan.

2.

Zienswijze Geen participatie

2.1.

Als bijlage 11 bij de toelichting is een overzicht gevoegd met de 'bewonersparticipatie'. Participatie betekent dat in een vroegtijdig stadium onder meer bewoners worden betrokken bij het proces van besluitvorming om zo meer draagvlak te creëren én om betere besluiten te kunnen nemen. Zoals ook volgt uit het overzicht is echter geen sprake geweest van participatie over het bestemmingsplan en de mogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt (bewoners zijn dus betrokken bij het proces van besluitvorming). Het contact met omwonenden had, zoals ook volgt uit het overzicht, veelal betrekking op andere contactgegevens T • J' 0)6 20 30 'iOO F • :1 10) 0 � 21i 1 tiO

Bezoek- en correspondentieadres �IT'aaS!adl' l' 3063 Al< ROTTERDAM P :ilbus � 6,. 3006 � RO'"'EllDAM --�l<UJ, 90 txw,.,....,..-80 l� atg!'me� �,Jtrl 4 ' DY, T�

:logroro,

...

E nfo@yl r 1 wwwyurnl

@f'\ ff\ ..:met°e � \lllCWOH'I Jl:Sh.Jlrf'nd .... "80 ftf'l � van opcnd,t ffle'( v��Bv wa.wi 0. hand g,,,,,e• � ,oorwaaroe,,.., ,...... te - .,, te -- -'/Il 0,,0.,- Ot\10 be< �� wont

'

1

activiteiten, zoals de sanering of het informeren naar woonwensen of het eenzijdig verstrekken van informatie (waarbij wordt opgemerkt dat omwonenden - cliënten hebben de nieuwsbrieven zelf nooit ontvangen - na januari 2022 niet meer op de hoogte zijn gesteld via een nieuwsbrief over de plannen). 2.2.

Cliënten zijn dus niet betrokken geweest bij de totstandkoming van dit ontwerpbestemmingsplan. Van gecreëerd draagvlak is geen sprake. Dit is wat cliënten betreft een gemiste kans. Zeker omdat het eerst de bedoeling was om naast het perceel van cliënten vijf geschakelde woningen te realiseren met groenstrook en bomenrij, waarmee cliënten op zich konden leven, nu de aantasting van hun woon- en leefklimaat daardoor beperkt zou zijn. Zonder overleg (en dus participatie) zijn deze vijf geschakelde woningen met groenstrook en bomenrij echter vervangen door 14 gestapelde woningen met alle gevolgen van dien (zie hieronder). Cliënten vinden het zeer zorgwekkend dat er geen bewonersparticipatie is geweest over deze ingrijpende wijziging. Bewonersparticipatie is cruciaal om te zorgen voor een ontwikkeling die rekening houdt met de wensen en behoeften van de huidige omwonenden. Met de wensen en behoeften van de huidige omwonenden is in dit bestemmingsplan, zoals ook uit het onderstaande blijkt, echter géén rekening gehouden. Bouwhoogte

2.3.

Cliënten wonen op de . Hun woning kent een feitelijke bouwhoogte van 8,5 meter. Het ontwerpbestemmingsplan maakt direct naast het perceel van cliënten 14 gestapelde woningen mogelijk met een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 10 meter. Van deze maten mag ingevolge artikel 13 van de planregels nog 10% worden afgeweken, zodat rekening moet worden gehouden met een bouwhoogte van 11 meter in plaats van 10 meter.

2.4.

Cliënten kunnen zich niet verenigen met deze bouwhoogte. Cliënten worden immers geconfronteerd met veel hogere bebouwing dan hun eigen woning en dat over een lengte van maar liefst 50 meter (nu sprake is van één groot bouwblok dat haaks is gelegen ten opzichte van hun perceel)! Hierdoor ontstaat over de volledige lengte van hun perceel een 'muur'. Voorheen was op dit gedeelte van het naastgelegen perceel grotendeels geen bebouwing toegestaan. Op het gedeelte waar wel bebouwing was toegestaan, was slechts een goothoogte van 7 meter toegestaan. In werkelijkheid was hier overigens geen bebouwing. Een bouwhoogte van 11 meter is mede gelet op de afmetingen van het bouwvlak onaanvaardbaar. Er is niet gemotiveerd waarom een dergelijke bouwhoogte op deze locatie aanvaardbaar is en stedenbouwkundig inpasbaar. Nergens in het dorp of de directe omgeving is sprake van een vergelijkbare (feitelijke) bouwhoogte.

ADVOCATEN

Woon- en leefklimaat 2.5.

Verder geldt dat de bouwen gebruiksmogelijkheden die het ontwerpbestemmingsplan mogelijk maken het woon- en leefklimaat van cliënten onaanvaardbaar aantasten. De gestapelde woningen kunnen namelijk op zeer korte afstand worden gebouwd van het perceel van cliënten en vanuit deze woningen (zowel ramen als balkons) zal direct zicht zijn op de tuin en (in de) woning van cliënten. De privacy van cliënten wordt hierdoor ernstig aangetast. Een dergelijke aantasting van de privacy was gelet op hetgeen tot nu toe is toegestaan op het naastgelegen perceel niet denkbaar. Er gold immers een bedrijfsbestemming (waarbij het gebruik zich voornamelijk beperkt tot werkdagen (en dan overdag)), terwijl straks sprake is van een woonbestemming (7 dagen in de week, ook 's avonds en in het weekend). Het gebruik wordt dus veel intensiever dan voorheen het geval kon zijn. Bovendien geldt dat de tot nu toe toegestane activiteiten verder van het perceel van cliënten plaatsvonden (de loods bevond zich op een afstand van 36 meter) en er was sprake van een afscheiding met een hoge heg. Straks is bebouwing direct naast de voortuin en oprit mogelijk en op korte afstand van de woning, waarbij vanuit de woningen direct zicht zal zijn op het perceel van cliënten.

Maar niet alleen dat, cliënten verliezen ook hun uitzicht en krijgen mogelijk te maken met (geluids)overlast door het gebruik van de balkons en woningen. Met deze belangen van cliënten is echter ten onrechte geen rekening gehouden. In de toelichting is ten onrechte niet ingegaan op de gevolgen die het bestemmingsplan heeft voor het woon- en leefklimaat van cliënten. Het plan is op dit punt in strijd met een goede ruimtelijke ordening en dient niet, dan wel gewijzigd te worden vastgesteld. Schaduwhinder

2.6.

Cliënten vrezen voor ernstige schaduwhinder als gevolg van hetgeen het bestemmingsplan mogelijk maakt. Als bijlage 14 is bij de toelichting een zonnestudie gevoegd die in kaart brengt wat de gevolgen voor de bezonning zijn op onder meer het perceel van cliënten.

2.7.

Ten onrechte is in deze bezonningsstudie echter niet uitgegaan van de maximale mogelijkheden die het ontwerpbestemmingsplan biedt, maar van de beoogde stedenbouwkundige opzet. Zo zijn de gestapelde woningen 'verder' naar achteren geplaatst (waarbij wordt uitgegaan van een achterpad, schuren en tuinen) terwijl het bouwvlak ook woningen mogelijk maakt vrijwel tegen de erfgrens van de naastgelegen percelen aan. Ook wordt uitgegaan van twee separate bouwblokken, terwijl het ontwerpbestemmingsplan uitgaat van één aaneengesloten bouwvlak. Zie onderstaande afbeeldingen:

ADVOCATEN

Bouwvlak noordkant van ruimtelijkplannen.nl

Biilage 14: Zonnestudle

2.8.

Bovendien blijkt uit de zonnestudie niet dat rekening is gehouden met een bouwhoogte van 11 meter, zoals mogelijk is ingevolge de planregels.

2.9.

Verder hebben cliënten de volgende kritiekpunten op de zonnestudie: Op 21 januari treedt al sc hemer op om 15.00. Ec hter gaat de zon pas onder om 17.08. Op 21 maart om 09.00 zou het nog sc hemerig zijn. Ec hter gaat de zon al op om 06.39. Op 21 maart om 12.00 is er bij de oude situatie een andere sc haduw te zien dan in de toekomstige situatie van het huis van nummer . De sc haduw van een huis dat er al staat zou hetzelfde moeten zijn. Op 21 juni om 15.00 is de schaduw van het huis van cliënten totaal verschillend in de oude situatie ten opzic hte van de nieuwe situatie

2.10.

Aan de zonnestudie zijn verder geen conclusies verbonden. Er zijn slechts afbeeldingen opgenomen. In de toelichting wordt op pagina 18 slechts zeer summier de zonnestudie beschreven. Hier staat dat uit de studie zou blijken dat de bebouwing over het algemeen een positiever effect heeft op de belendende bebouwing dan wat binnen het vigerende bestemmingsplan maximaal toelaatbaar is. Echter, dit geldt juist niet voor cliënten, zoals ook uit het bovenstaande blijkt.

ADVOCATEN

Juist in de winter gaan zij - ondanks dat niet is uitgegaan van de maximale mogelijkheden - er op achteruit. De verwachting is dat als het zonneonderzoek van de juiste uitgangspunten uitgaat, de schaduwhinder op het perceel van cliënten zodanig is, dat hiermee rekening had moeten worden gehouden. Dit is nu ten onrechte niet in kaart gebracht, zodat met de betrokken belangen van cliënten geen rekening kan zijn gehouden. De zonnestudie zoals die nu is uitgevoerd, is in elk geval ondeugdelijk en kan dus niet aan het bestemmingsplan ten grondslag worden gelegd. 2.11.

Er is verder geen onderzoek gedaan of er straks nog voldoende lichtintreding in de woning van cliënten zal zijn. Ook is ten onrechte niet onderzocht wat de effecten zijn van de schaduwhinder die cliënten zullen ondervinden voor de zonnepanelen die zijn geïnstalleerd. Dit zal leiden tot minder rendement (energie). Ook hiermee is ten onrechte geen rekening gehouden.

2.12.

Het ontwerpbestemmingsplan is gelet op het vorenstaande onzorgvuldig voorbereid en wederom is van afweging van belangen geen sprake (geweest). Geluidsoverlast van airco's, warmtepompen en andere installaties.

2.13.

Cliënten vrezen - nu de woningen zo dicht op de erfgrens mogelijk zijn gemaakt geluidsoverlast als gevolg van warmtepompen, airco's en andere installaties. Niet is onderzocht of kan worden voldaan aan bijvoorbeeld de geluidsnorm van 40 dB die in artikel 4.107, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving is opgenomen voor installaties voor warmte- en koudeopwekking. Gelet op de geringe afstand van circa 3 meter tussen de grens van de bestemming "Wonen" en de meest nabij gelegen woning zijn de mogelijke effecten van deze installaties waarschijnlijk zodanig dat moet worden geoordeeld dat dit in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Dit betekent dat in de planregels hieromtrent voorwaardelijke verplichtingen hadden moeten worden opgenomen, zodat geborgd is dat cliënten geen (geluids)hinder ondervinden van dergelijke installaties (door bijvoorbeeld een minimale afstand voor te schrijven). Dit is ten onrechte niet gebeurd. AERIUS-berekenina

2.14.

In bijlage 8, 9 en 10 zijn de AERIUS-berekeningen gevoegd. Deze berekeningen zijn gebaseerd op een inmiddels verouderde versie van AERIUS-calculator. Vanaf 5 oktober 2023 moet gebruik worden gemaakt van Calculator 2023, waarin nieuwe inzichten en gegevens zijn verwerkt, achtergrondgegevens van de rekenmodellen OPS en SRM-2 zijn geactualiseerd, alsook emissiefactoren, bronkenmerken, natuurdata en de achtergronddepositie.

ADVOCATEN

2.15.

Verder wordt opgemerkt dat het rekenjaar voor de bouw niet overeenkomt met de werkelijke (nog onbekende) start van de bouw en de verwachting is niet dat bewoning al per 2024 mogelijk zal zijn, waar nu vanuit is gegaan.

2.16.

Gelet op het vorenstaande dient er een nieuwe AERIUS-berekening gemaakt te worden en kan niet worden volstaan met de berekeningen die aan het ontwerpbestemmingsplan ten grondslag zijn gelegd. Qphoaen van de grond

2.17.

In bijlage 1 van de toelichting is op pagina 16 en 17 vermeld dat de grond van het terrein met 50 cm zal worden opgehoogd.

2.18.

Hoewel aan cliënten is toegezegd dat het naastgelegen terrein niet opgehoogd zou worden, althans dat het naastgelegen terrein niet hoger zou komen te liggen dan hun perceel, lijkt uit de stukken en de ontvangen e-mails het tegendeel te volgen. Als dat het geval is, zal bij overvloedige regenval het overtollige water via het perceel van cliënten worden afgevoerd, hetgeen gevolgen heeft voor hun tuin, de beplanting en kelder. Ook vrezen zij dat de (bestaande) riolering het water niet voldoende kan afvoeren, met alle gevolgen van dien. Hiermee is ten onrechte geen rekening gehouden.

2.19.

Daarnaast roept het ophogen van de gronden bij cliënten ook een aantal vragen op: Hoe zal de rand aan de perceelsgrens gemaakt worden zodat de grond of het zand niet naar onze tuin en oprit zakt, indien er ongeveer 40 cm opgehoogd gaat worden? Naast de perceelsgrens staat op het perceel van cliënten een taxushaag. De grondwerkzaamheden en het ophogen van de grond, kunnen de wortels flink aantasten. Hoe wordt gezorgd dat de huidige beplanting op het perceel niet aangetast zal worden als gevolg van de ophoging? Welke maatregelen worden getroffen om wateroverlast tegen te gaan?

2.20.

Gelet op het vorenstaande verzoeken cliënten u duidelijkheid te verschaffen of de grond in de eindsituatie hoger zal liggen dan de grond op hun perceel en als dat het geval is, verzoeken zij u om antwoord te geven op bovenstaande vragen én te borgen in de planregels dat er maatregelen moeten worden genomen om wateroverlast op het perceel van cliënten te voorkomen.

ADVOCATEN

Risico's van klimaatverandering 2.21.

Ingevolge de Omgevingsverordening Zuid-Holland (thans de Zuid Hollandse Omgevingsverordening) dient in een bestemmingsplan rekening te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering ten aanzien van wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte en droogte alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover die risico's zich voordoen, dient rekening te worden gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen. Aan dit vereiste voldoet het bestemmingsplan niet. De risico's van klimaatverandering zijn niet althans onvoldoende in kaart gebracht, hetgeen in strijd is met de Zuid Hollandse Omgevingsverordening. Vormvriie m.e.r.-beoordelina

2.22.

Bij een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling moet op grond van de criteria in bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn worden beoordeeld of kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben.

2.23.

In de aanmeldnotitie die als bijlage 5 bij de toelichting is gevoegd, wordt ten onrechte - en anders dan in de toelichting op pagina 42 - aangegeven dat het bestaande grondgebruik wonen betreft in plaats van bedrijfsmatig gebruik. Wat verder opvalt is dat de aanmeldnotitie heel summier is. Er is slechts volstaan met een korte opsomming van de criteria, waarbij voor de onderbouwing vermoedelijk wordt verwezen naar de toelichting bij het bestemmingsplan. Niet duidelijk is echter wat de omvang van het studiegebied is geweest. De aanmeldnotitie lijkt zich voornamelijk te richten op het plangebied, maar de effecten zijn natuurlijk groter dan dat. Ook is geen onderscheid gemaakt naar de effecten per fase, dus de bouwfase enerzijds en de gebruiks-uitvoeringsfase anderzijds, terwijl de effecten voor het milieu (en de omgeving) natuurlijk anders is. Sterker nog, de effecten van de bouwfase lijken volledig buiten beschouwing te zijn gelaten, er is slechts gefocust op de eindsituatie. Gelet op het vorenstaande voldoet de aanmeldnotitie niet aan de daaraan te stellen eisen. M.e.r.-beoordelinosbesluit

2.24.

Het college heeft op basis van de aanmeldnotitie besloten dat in dit geval kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het besluit is als bijlage 6 bij de toelichting gevoegd.

2.25.

Een besluit waarbij wordt geoordeeld dat de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, moet deugdelijk worden gemotiveerd. Daarbij is een enkele verwijzing naar de aanmeldnotitie onvoldoende. Het college

ADVOCATEN

of de raad moet namelijk een integrale beoordeling van de mogelijke nadelige milieugevolgen van het project verrichten. Bij de integrale beoordeling van de mogelijke nadelige gevolgen van het project voor het milieu moet bovendien rekening worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.richtlijn. In de motivering van het m.e.r.-beoordelingsbesluit moet ook worden verwezen naar deze relevante criteria, zo vereist paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer. Aan deze eisen is ten onrechte niet voldaan. Parkeren 2.26.

In artikel 6.6 onder a van de planregels is bepaald dat een omgevingsvergunning slechts wordt verleend indien voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd binnen het plangebied, waarbij wordt uitgegaan van 2,2 parkeerplaats per vrijstaande woning en 1,8 parkeerplaatsen voor overige woningen. In artikel 6.6 onder b van de planregels is echter bepaald dat parkeerplaatsen dienen te worden aangelegd in het plangebied of in de nabijheid (dat wil zeggen op een loopafstand van 300 meter) van het plangebied. Dit laatste is in strijd met het bepaalde onder a en ook overigens voor cliënten niet acceptabel. De parkeerbehoefte dient volledig binnen het plangebied te worden opgelost en het is niet acceptabel als in dit geval de parkeerbehoefte wordt afgewenteld op de directe omgeving. De tekst in artikel 6.6 onder b van de planregels dient dus te worden aangepast én er moet worden geborgd dat de benodigde parkeerplaatsen ook in stand moeten worden gelaten. Een mogelijkheid om dit als voorschrift op te nemen in de omgevingsvergunning is onvoldoende. Riolering

2.27.

In de toelichting van het bestemmingsplan staat aangegeven dat de woningen worden aangesloten op de bestaande riolering (zie p. 14 en 36). Toen er nog activiteiten plaatsvonden op het Hamburgterrein overstroomde de riolering regelmatig en raakte het met enige regelmaat verstopt. Sinds de panden gesloopt zijn, is dit niet meer voorgekomen. Cliënten vrezen wederom voor overlast als gevolg van de aansluiting van de woningen op het bestaande (niet functionerende) riool. In de nota van inspraak is hierover opgemerkt dat dit een uitvoeringsaspect betreft.

2.28.

Anders dan wordt gesteld in de beantwoording van de nota van inspraak betreft dit niet uitsluitend een uitvoeringsaspect. In het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan zal moeten worden vastgesteld dat er geen onaanvaardbare negatieve gevolgen ontstaan als gevolg van de aansluiting op het bestaande riool, dit gelet op het feit dat eerder de riolering op dit terrein niet goed functioneerde. Aangetoond (en onderzocht) zal kortom moeten worden dat de riolering in het gebied voldoende capaciteit en verhang heeft om het (afval)water van de nieuwe

ADVOCATEN

bebouwing af te voeren. Als onaanvaardbare gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, zal een voorwaardelijke verplichting in de planregels moeten worden opgenomen, waarin wordt geborgd dat de riolering voldoende capaciteit heeft. Alternatief is dat in de planregels wordt opgenomen dat bij vergunningverlening moet worden aangetoond dat de riolering voldoende capaciteit heeft, alvorens een omgevingsvergunning kan worden verleend. Schade door uitvoering 2.29.

De huizen aan de Gemeenlandsedijk Noord nummer zijn niet onderheid, wat de huizen kwetsbaarder maakt bij trillingen. De trillingen die als gevolg van het heien kunnen ontstaan, kunnen leiden tot grote schade aan de woning van cliënten. Het klopt dat de heien bouwwerkzaamheden uitvoeringsaspecten betreffen en in beginsel geen onderdeel uitmaken van het besluitvormingsproces over de ruimtelijke keuze, maar dit betekent niet dat deze aspecten niet bij de belangenafweging hoeven te worden betrokken. Op uw raad rust de verplichting om te bezien of het plan kan worden uitgevoerd zonder een onaanvaardbaar risico voor het perceel en de woning van cliënten. Nu bekend is dat de huizen niet zijn onderheid en er door de eerdere werkzaamheden al schade is ontstaan, moet de raad weldegelijk de negatieve gevolgen van deze werkzaamheden in aanmerking nemen om te bezien of het plan uitvoerbaar is en zal de raad deze negatieve gevolgen ook moeten betrekken bij de afweging van alle betrokken belangen. Dat is ten onrechte niet gedaan. Om deze belangen te kunnen afwegen, zal onderzoek nodig zijn zodat kan worden vastgesteld dat er geen sprake is van een onaanvaardbaar risico en het plan uitvoerbaar is.

3.

Conclusie

3.1.

Uit het vorenstaande volgt dat het woon- en leefklimaat van cliënten onevenredig wordt aangetast als gevolg van de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt en dan met name als gevolg van de locatie van de gestapelde woningen, de grote en lengte van het bouwvlak én de daar toegestane bouwhoogte. Met de belangen van cliënten is echter ten onrechte geen rekening gehouden.

3.2.

Gelet op het vorenstaande verzoek ik u om deze zienswijze gegrond te verklaren én het ontwerpbestemmingsplan niet vast te stellen.

3.3.

Subsidiair verzoeken cliënten u om het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd vast te stellen door: (i)

het bouwvlak naast het perceel van cliënten naar achteren te schuiven (dan wel te verkleinen), zodat woningen op een grotere afstand van de woning van cliënten zullen worden gerealiseerd;

ADVOCATEN

(ii)

het bouwvlak te splitsen, zodat er ruimte tussen de beoogde woningen ontstaat, zoals nu stedenbouwkundig tot uitgangspunt is genomen;

(iii)

nabij hun perceel géén gestapelde woningen mogelijk te maken;

(iv)

de bouwhoogte naar beneden bij te stellen tot maximaal 8,5 meter;

(v)

te borgen in de planregels dat wordt voorzien in een groenstrook tussen het perceel van cliënten en het Hamburgterrein, zoals in het plan van 30 april 2021 is opgenomen;

(vi)

te borgen dat voldoende parkeerplaatsen binnen het plangebied worden aangelegd en in stand gehouden; én

(vii)

te borgen dat is verzekerd dat de riolering waarop de nieuwe huizen worden aangesloten voldoende capaciteit hee�.

3.4.

Cliënten zijn graag bereid om de zienswijze nader toe te lichten.

3.5.

Tenslotte verzoek ik u om mij op de hoogte te houden van de verdere procedure.

Met vriendelijke groet, Yur Advocaten

ADVOCATEN

Postbus 4163, 3oQ6 AD Rotterdam

D110253 Yur Advocaten Oostmaaslaan 71 3063AN ROTTERDAM The Netherlands Frankering betaald

D-A-1

Aangetekend Gemeente Nissewaard t.a.v. de gemeenteraad

3SGDZF6695968 Recommandė

-----------------------

Postbus 25 3200AA SPIJKENISSE

NL

3SGDZF6695968

VD

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13850614/1