18. Schriftelijke vragen Jong Nissewaard - Schriftelijke vragen Jeugdzorg
Tekst van het document
Geacht college, Op 30 januari jl. publiceerde de deskundigencommissie van Ark het rapport Groeipijn. Hierin wordt geadviseerd over de Hervormingsagenda Jeugd. Jong Nissewaard heeft, onder verwijzing van artikel 29 van het Reglement van Orde van de gemeente Nissewaard, een aantal vragen n.a.v. het rapport. 1. Deelt het college de stelling van de deskundigencommissie dat de Hervormingsagenda onvoldoende is voor een succesvolle transformatie van de jeugdhulp? 1 a. Zo ja, wat acht het college naast de Hervormingsagenda nodig qua lokale maatregelen om een dergelijke transformatie te laten plaatsvinden? b. Zo nee, waarom niet? 2. Deelt het college de stelling van de deskundigencommissie dat “de druk om op korte termijn tot besparingen te komen, het vinden van passende oplossingen in de weg staat?”2 a. Zo ja, waarom heeft het college er dan toch voor gekozen om de bezuinigingen op de jeugdzorg door te zetten (zowel de lokale als de regionale)? b. Zo nee, waarom niet? 3. Deelt het college de stelling van de deskundigencommissie dat het niet wenselijk noch haalbaar is “om de beoogde besparingen vanaf 2026, zoals opgenomen in het meerjarig financieel kader in de Hervormingsagenda Jeugd, te handhaven.”3 a. Zo ja, waarom heeft het college er dan toch voor gekozen om de bezuinigingen op de jeugdzorg door te zetten (zowel de lokale als de regionale)? b. Zo nee, waarom niet? 4.
Hoeveel bewegingsruimte ziet en heeft het college nog om de bezuinigingen op de jeugd (zowel de lokale als de regionale) terug te draaien (uiteraard indien er dekking is)? 5. Leiden de bevindingen en adviezen van de deskundigencommissie tot nieuwe inzichten over de (lokale) bezuinigingen op de jeugdzorg? a. Zo ja, waarom en is het college bereid om wederom met de raad in gesprek te gaan over deze bezuinigingen? b. Zo nee, waarom niet? 6. In de beantwoording van de hoofdvraag stelt de deskundigencommissie het volgende. “Alle goede bedoelingen en inzet van zovelen ten spijt, heeft de commissie er onvoldoende vertrouwen in dat de huidige aanpak en voortgang van de Hervormingsagenda Jeugd en de financiële risicoverdeling die hierover is afgesproken tussen Rijk en gemeenten, tot de beoogde effecten gaan leiden. Doorgaan op dezelfde weg is niet voldoende om een goed werkend, beter beheersbaar en financieel houdbaar jeugdstelsel tot stand te brengen.” Deelt het college deze conclusie?4 a. Zo ja, tot welke beleidsheroverwegingen leidt die conclusie bij het college? b. Zo nee, waarom niet? Deskundigencommissie van Ark, Groeipijn: Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd, p. 4 p. 5 3 p. 7 4 p. 9 1 2
7. De deskundigencommissie stelt verder dat er geïnvesteerd moet worden in aanpalende domeinen om zo een sterke lokale infrastructuur te creëren. Ditzelfde wordt door meerdere partijen, waaronder de GRJR, als een belangrijk gegeven genoemd. Hierop lijkt het college dus een goed pad te zijn ingeslagen. Desalniettemin is ons onduidelijk: a. Welke domeinen er precies aan de jeugdzorg als aanpalend worden gezien? b. Wat het college (respectievelijk) in deze domeinen nu doet wat de kans op zorgvragen bij de jeugd zal doen dalen? c. Welke plannen het college nog meer heeft om te investeren in aanpalende domeinen (naast de benoemde plannen met het onderwijs, welke bij de themabijeenkomst Task Force Jeugd aan de orde is gekomen)? d. Gezien er ook op preventiemaatregelen bezuinigd is, wordt er überhaupt geïnvesteerd in aanpalende domeinen (de deskundigencommissie constateert namelijk ook dat de tekorten vaak juist ten koste gaan van dergelijke investeringen) 5 en zo ja, hoeveel (graag uitdrukken in een bedrag t.o.v. de bezuinigingen)? e. Hoe het college toetst of de investeringen in aanpalende domeinen daadwerkelijk een doorslag hebben op de zorgvraag van jongeren? 8. Deelt het college de stelling van de deskundigencommissie dat de reikwijdtediscussie vanuit de inhoud gevoerd moet worden en niet budgettair?6 a.
Zo ja, welke inhoudelijke pijlers vindt het college belangrijk om mee te wegen in de discussie? b. Zo nee, waarom niet? 9. Deelt het college de stelling van Jong Nissewaard dat het inperken/afbakenen van de reikwijdte de druk op professionals in de jeugdzorg zal doen toenemen, waarvoor ook de deskundigencommissie waarschuwt? a. Zo ja, hoe pakt het college deze kwestie aan? b. Zo nee, waarom niet? 10. Heeft het college nog andere noemenswaardige reflecties op het rapport van de deskundigencommissie, bijvoorbeeld over de rol van de gemeente t.o.v. andere overheden?
5 6
p. 43 p. 54