CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

18. MRDH; Jaarstukken MRDH 2024, jaarstukken

Gemeenteraad 21 mei 2025, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst Ingekomen Stukken (1 t/m 35)31.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Voor het resterende nog te bestemmen resultaat van € 0,3 miljoen, voornamelijk ontstaan daar incidentele ruimte op personeelsbudget, wordt voorgesteld om (bestemmingsvoorstel volgt na besluitvorming door bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat 11 juni 2025).

Toelichting financiën: verschillen tussen gewijzigde begroting 2024 en realisatie 2024 Lasten Er is binnen dit programma in 2024 € 846.252 minder besteed aan lasten dan begroot:

1

2 3 4

Onderwerp Programmakosten Waarvan Bijdrageregeling op basis van projectvoortgang Waarvan bestedingen verdiepende onderzoeken en projectontwikkeling Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Directe kosten personeel Totaal

Begroting 2024 € 3.374.502

Realisatie lasten 2024 € 2.779.872

Verschil 2024 € 594.630

€ 2.151.753 € € 986.081 € 500.000 € 1.094.239 € 5.954.821

628.119

€ 986.081 € 472.399 € 870.218 € 5.108.570

€ 0 € 27.601 € 224.021 € 846.252

76

Ad 1 Programmakosten – Bijdrageregeling EV Op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2020 (Bijdrageregeling EV) is in 2024 ten laste van het programmabudget voor € 2,7 miljoen aan projectbijdragen verleend door de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat: Onderwerp

Besluit bestuurscom- Ontvangende gemeente missie EV

Bedrag (€)

Opdracht 2: Toekomstbestendige economie stimuleren Campusprogramma Campusstrategie werken, leren en innoveren

11-12-2024

Den Haag

280.000

Urban Living Lab Binckhaven

11-12-2024

Den Haag

300.000

11-12-2024

Vlaardingen

250.000

Kickstart Lab in verbinding met het regionale innovatie11-12-2024 ecosysteem

Delft

457.380

Niemand Langs de Kant

11-12-2024

Den Haag

300.000

11-12-2024

Den Haag

200.000

Leven Lang Ontwikkelen Riverboard – Gaan voor een Baan

Versterken mkb Global Market Entry Program

Totaal opdracht 2

1.787.380

Opdracht 4: Vernieuwen van werklocaties Bedrijventerreinen Verkenning Smart Energy Hub en laadstation bedrijvenpark Oudeland

9-10-2024

Lansingerland

97.830

Haalbaarheidsonderzoek smart energy hub bedrijventerrein Halfweg-Molenwatering

9-10-2024

Nissewaard

113.200

Ruimtelijk ontwerp Klappolder 2050

9-10-2024

Lansingerland

64.570

77

Ontwikkeling Boezemvaart en versterking bedrijventerrein Boezem-West

13-11-2024

Pijnacker-Nootdorp

82.279

Verduurzaming bedrijventerreinen Vlaardingen

13-11-2024

Vlaardingen

300.000

Beter benutten, verduurzamen en revitaliseren van de 11-12-2024 Spaanse Polder

Rotterdam

250.000

Totaal opdracht 4

907.879

Totaal verleende projectbijdragen 2024

2.695.259

De in 2024 verantwoorde last op dit onderdeel van € 2,2 miljoen is, conform de verslaggevingsregels, op basis van feitelijke projectvoortgang en niet op basis van verleende projectbijdragen. Ad 1 Programmakosten – Verdiepende onderzoeken en projectontwikkeling Binnen het onderdeel programmakosten is er aan verdiepende onderzoeken en projectontwikkeling € 628.119 besteed. Het ging dan bijvoorbeeld om: ● de inzet van een adviesbureau bij de totstandkoming van de kantorenstrategie; ● de inzet van een adviesbureau voor het uitvoeren van scans om de opties voor het beter benutten van de bedrijventerreinen in de regio in beeld te brengen; ● Inhuur van een kwartiermaker om te komen tot een regionaal samenwerkingsprogramma voor startups en scaleups in de regio ZuidHolland; ● inzet van een adviesbureau voor het maken van een verdiepende analyse voor de Visie op het Economisch Vestigingsklimaat; ● een licentie voor detailhandelsinformatie. Samen met de verleende projectbijdragen aan gemeenten van € 2.695.259 is er voor € 3.323.378 aan verplichtingen aangegaan in 2024. Ten opzichte van het budget van € 3.374.501 een onderbesteding van € 51.123, en daarmee nagenoeg conform begroting gerealiseerd. Ad 2 Subsidie InnovationQuarter De begrote subsidie aan InnovationQuarter van € 986.081 is volledig besteed.

InnovationQuarter (IQ) is als regionale ontwikkelingsmaatschappij in Zuid-Holland een belangrijke partner in het realiseren van de doelstellingen van de Metropoolregio met 78

betrekking tot versterking van het economisch vestigingsklimaat. Voortbouwend op de subsidierelatie van de afgelopen jaren heeft IQ in 2024 ingezet op drie pijlers: innoveren, secretariaat Economic Board Zuid-Holland (EBZ) en het Investor Relations Programma (internationaliseren). Ad 3 Subsidie YES!Delft De voortgang op het driejarige subsidieproject Region of the Future was in 2024 nagenoeg conform begroting. De begroting is op basis van voortgang in tijdsduur. De werkelijke voortgang wijkt daar iets van af. Totale uitvoering van het project vindt binnen de maximale subsidie van € 1.500.000 plaats. Zie ook de inhoudelijke toelichting op de samenwerking met YES!Delft bij Wat wilden we bereiken? en Wat deden we ervoor? voor wat betreft het programma Region of the Future. Ad 4 Directe kosten personeel De onderbesteding van € 224.021 wordt veroorzaakt door lagere inschalingen dan begroot en een openstaande vacature waarop slechts een deel van het jaar is ingehuurd. Baten Inwonerbijdrage De inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat bedraagt in de begroting 2024 € 7.278.783 en is conform begroting gerealiseerd. Deze inwonerbijdrage wordt deels verantwoord binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (€ 5.676.964) en is voor het overige deel beschikbaar als dekking voor de aan Economisch Vestigingsklimaat gerelateerde overhead (€ 1.601.819, zie hoofdstuk 2.4).

De lagere realisatie van € 19.207 ten opzichte van de begroting binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat is gelijk aan de lagere realisatie binnen de overhead (zie hoofdstuk 2.4). Overige inkomensoverdrachten gemeenten Dit betreft de afname van gemeenten van gegevens over detailhandel op basis van licentieovereenkomsten. Realisatie is iets hoger dan begroot, vanwege de jaarlijkse indexering die in de overeenkomst is opgenomen.

Reserves De onttrekking aan de Egalisatiereserve van € 218.650 is conform begroting gerealiseerd en bestond uit in 2024 vrijgevallen middelen vanwege lager vastgestelde projectbijdragen. Door deze middelen opnieuw toe te voegen aan het programmabudget konden ze opnieuw worden ingezet voor projecten en opdrachten op het gebied van Toekomstbestendige economie stimuleren en Vernieuwen van werklocaties. Ruim driekwart van deze middelen kon in 2024 opnieuw worden ingezet, de onderbesteding op de programmakosten bedraagt € 51.123.

79

Toelichting verloop en bestemming Egalisatiereserve EV Voor de financiële afwikkeling van verleende projectbijdragen is de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat ingesteld. De Egalisatiereserve EV bestond per 1 januari 2024 (na resultaatbestemming jaarrekening 2023) uit de volgende onderdelen:

Het financiële verloop van de tot en met 2024 verleende projectbijdragen aan gemeenten is als volgt: Jaar

Verleend t/m 2024

Bevoorschot Vrijval t/m Nog te bevoorBevoorschot Vrijval 2024 Nog te bevooren afgerekend 2023 schotten en af te en afgerekend schotten en af te t/m 2023 rekenen t/m 2023 2024 rekenen t/m 31-122024

Correctie Benodigde bestedingen * Egalisatiereserve 31-12-2024

2015-2018 9.531.844 8.626.505 905.339 0 0 0 0 0 0 2019 2.143.219 2.079.365 23.853 40.000 0 2.405 37.595 -37.595 0 2020 2.549.000 2.054.654 84.346 410.000 221.219 148.781 40.000 -40.000 0 2021 2.388.064 1.727.493 75.000 585.571 138.471 93.333 353.767 -196.261 157.506 2022 2.569.394 1.875.475 0 693.919 14.939 31.272 647.709 133.491 781.200 2023 3.089.930 1.301.440 0 1.788.490 482.504 0 1.305.986 159.220 1.465.206 2024 2.695.259 0 0 2.695.259 90.560 0 2.604.699 -20.090 2.584.609 Totaal 24.966.710 17.664.932 1.088.538 6.213.239 947.693 275.791 4.989.756 -1.235 4.988.521 * vanwege het voorgeschreven baten en lasten stelsel, waarbij de lasten de daadwerkelijk projectvoortgang dienen te volgen, zijn de lasten in boekjaar 2024 per saldo verhoogd met € 1.235 en op de balans geboekt (saldo bestaat uit € 841.734 Vooruitbetaalde projectbijdragen en € 842.968 nog te betalen projectbijdragen). Voor de juiste balanspositie per jaareinde dient de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat met dit bedrag te worden verhoogd.

Per jaareinde dient € 4.988.521 beschikbaar te zijn in de egalisatiereserve voor de financiële afwikkeling van tot en met 2024 verleende bijdragen. Na onttrekking van de in 2024 beschikbaar gestelde reserve van € 218.650 en rekening houdend met de nog financieel af te wikkelen bijdragen, is het verloop van de reserve als volgt:

80

Saldo 1 januari 2024 Onttrekking 2024 Saldo 31 december 2024 Nog af te rekenen tot en met 2024 verleende projectbijdragen Nog concreet te bestemmen voor medio 2025 Nog concreet te bestemmen voor medio 2026 Tekort

€ 5.421.548 € 218.650 € 5.202.898 € 4.988.521 € 289.806 € 410.937 € -486.366

Voorstel Resultaatbestemming Het gerealiseerde resultaat over het boekjaar 2024 bedraagt € 831.705. Voorstel is om hiervan € 486.366 toe te voegen aan de Egalisatiereserve EV om het tekort van de reserve per 31 december 2024 aan te vullen. Dan resteert er een nog te bestemmen resultaat van € 345.339. Dit resultaat bestaat uit de volgende posten: Onderbesteding programmabudget (budget minus verleende bijdragen en lasten verdiepende onderzoeken en projectontwikkeling) Onderbesteding subsidie YES!Delft jaarschijf 2024 Onderbesteding personele kosten op het programma Extra niet begrote inkomsten gemeenten Overbesteding op overhead Vrijval lagere vaststelling bijdragen in 2024 Reeds ingezette vrijval (2e bestuursrapportage 2024) Totaal

€ 51.123 € 27.601 € 224.021 € 4.661 € -19.207 € 275.791 € -218.650 € 345.339

(Bestemmingsvoorstel volgt na besluitvorming door bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat 11 juni 2025). De Egalisatiereserve EV bestaat na deze voorgestelde resultaatbestemming uit de volgende onderdelen: (overzicht volgt na besluitvorming door bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat 11 juni 2025)

81

Toelichting financiën: verschillen tussen realisatie 2024 en realisatie 2023 De grootste verschillen worden hierna toegelicht (afronding op duizendtallen). Lasten De realisatie van de lasten was in 2024 € 758.000 lager ten opzichte van 2023. Dit bestaat uit de volgende onderwerpen: 1 2 3 4 5

Onderwerp ProgrammakostenBijdrageregeling Programmakosten - overig Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Directe kosten personeel Totaal

Realisatie 2024 € 2.152.000

Realisatie 2023 € 2.603.000

€ 628.000 € 986.000 € 472.000 € 870.000 € 5.108.000

€ 653.000 € 951.000 € 612.000 € 1.046.000 € 5.865.000

Verschil -/- € 451.000 -/- € 25.000 € 35.000 -/- € 140.000 -/- € 176.000 -/- € 757.000

Toelichting verschillen: Programmakosten-bijdrageregeling EV Het betreft vaak meerjarige projecten waarvan de bestedingen de projectvoortgang volgen. De bestedingen fluctueren daardoor ook tussen de jaren. Wel is er in 2024 € 395.000 minder aan projectbijdragen verleend ten opzichte van 2023. Dit verklaart een deel van het verschil. Subsidie InnovationQuarter De hogere lasten in 2024 betreffen indexatie van de subsidie. Subsidie YES!Delft Het in juni 2022 gestarte subsidieproject Region of the Future kent een gemiddelde jaarlast van € 500.000. Financiële projectvoortgang liep in 2023 voor op de planning, dat betekent dat in de resterende periode minder bestedingen kunnen worden verantwoord binnen de maximale verleende subsidie, daarom een lagere last 2024. Directe kosten personeel In 2023 werd de vacatureruimte en het beschikbare budget vanwege lagere inschalingen volledig ingezet door inhuurkrachten, in 2024 is slechts voor een deel van het jaar ingehuurd. Daarnaast heeft de Cao stijging een tegengesteld effect. Baten 82

De realisatie van de baten was in 2024 € 279.000 hoger dan in 2023. Dit heeft voornamelijk te maken met de gestegen inwonerbijdrage in de begroting 2024 ten opzichte van de begroting 2023.

2.4 Overzicht overhead 2.4.1 Wat hebben we gedaan? Zie hoofdstuk 3.4.2 paragraaf Bedrijfsvoering voor een toelichting op de werkzaamheden. 2.4.2 Wat heeft het gekost? Overhead

Realisatie

(euro's) 2024

Verschil gewijzigde

Gewijzigde

Primaire

begroting en

begroting

begroting

Realisatie

realisatie 2024

2024

2024

2023

Lasten: Personele overhead Va

4.119.195

346.177

3.773.018

3.444.557

3.696.417

Materiële overhead Va

2.160.265

-230.695

2.390.960

2.799.200

2.087.208

6.279.460

115.482

6.163.978

6.243.757

5.783.625

Personele overhead EV

1.061.753

76.881

984.872

901.873

928.637

Materiële overhead EV

540.066

-57.674

597.740

699.800

521.802

1.601.819

19.207

1.582.612

1.601.673

1.450.439

7.881.279

134.689

7.746.590

7.845.430

7.234.064

Totaal lasten

Binnen de kosten van overhead onderscheiden wij twee soorten kosten. Dit zijn personele kosten en materiële kosten. In de personele kosten zitten de salarislasten van leidinggevenden, secretaresses en medewerkers binnen bedrijfsvoering. Dit wordt ook wel personele overhead salarislasten genoemd. De rest van de medewerkers valt onder de directe salarislasten die bij de begrotingsprogramma’s worden verantwoord. De materiële kosten bevatten de kosten van bedrijfsvoering. De overhead laat een overschrijding zien van € 134.689 ten opzichte van de begroting. Dit is opgebouwd uit een positief saldo van € 288.369 op de materiële overhead dat wordt veroorzaakt door activiteiten die doorschuiven in de tijd, activiteiten die lager zijn uitgevallen dan begroot en meevallers. De personele overhead salarislasten kent een negatief saldo van € 423.058. Dat wordt grotendeels veroorzaakt door de kosten 83

voor het opvangen van langdurige ziektegevallen, ontstane vacatures, doorontwikkeling van MRDH Support en in voorgaande jaren door het management van de MRDH-organisatie gemaakte organisatorische keuzes. Op het budget van de directe salariskosten in de programma’s wordt echter tegelijkertijd een onderschrijding van € 1.050.473 gepresenteerd. Het saldo van de totale salarislasten is daarmee met € 627.415 positief. Zie hoofdstuk 3.4.2 Bedrijfsvoering voor een verdere toelichting op het resultaat. Dekkingsbronnen overhead

Realisatie

(euro's) 2024

Verschil gewijzigde

Gewijzigde

Primaire

begroting en

begroting

begroting

Realisatie

realisatie 2024

2024

2024

2023

Onttrekking fonds BDU

6.279.460

115.482

6.163.978

6.243.757

5.783.625

Inwonersbijdrage EV

1.601.819

19.207

1.582.612

1.601.673

1.450.439

Totale dekkingsbron

7.881.279

134.689

7.746.590

7.845.430

7.234.064

Resultaat voor reservemutaties

0

0

0

0

Resultaat

0

0

0

0

0

De kosten voor de personele en materiële overhead worden voor zover deze betrekking hebben op verkeer en openbaar vervoer (Vervoersautoriteit/Va) gedekt vanuit de BDU. Voor zover deze kosten betrekking hebben op de versterking van het economisch vestigingsklimaat worden deze kosten gedekt vanuit de inwonersbijdrage. Door een overbesteding van € 134.689 op de overhead is er meer dekking nodig.

84

Indicatoren Taakveld

Indicator

Realisatie 2024

Begroting 2024

1

0. Bestuur en ondersteuning

Formatie

2

0. Bestuur en ondersteuning

Bezetting

3 4

0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning

Apparaatskosten Externe inhuur

5

0. Bestuur en ondersteuning

Overhead

0,039 fte per 1.000 inwoners 0,037 fte per 1.000 inwoners € 5,32 per inwoner 12,17% van de totale loonsom 1,23% van de totale lasten

0,038 fte per 1.000 inwoners 0,036 fte per 1.000 inwoners € 5,68 per inwoner 9,77% van de totale loonsom 1,27% van de totale lastenbegroting

Ad 1) De formatie bedroeg in 2024 95,6 Fte. Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2023 2.450.768 (begroting 2024). Ad 2) De bezetting bedraagt per 31 december 2024 90,2 Fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de MRDH en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator externe inhuur. Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2023 2.450.768 (begroting 2024). Ad 3) De totale apparaatskosten bedroegen in 2024 € 13,0 miljoen (zie hoofdstuk 3.4 Bedrijfsvoering, directe salariskosten en totale overhead). Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2023 2.450.768 (begroting 2024). Ad 4) De totale loonsom bedraagt in 2024 € 10,3 miljoen (zie hoofdstuk 3.4 Bedrijfsvoering, directe salariskosten en personele overhead). De externe inhuur bedraagt in 2024 € 1.258.868. Voor 4% betreft deze inhuur medewerkers van de MRDH-gemeenten. Ad 5) De overhead bedraagt in 2024 € 7,9 miljoen (zie het overzicht Overhead in dit hoofdstuk). De totale lasten bedragen in 2024 € 639,9 miljoen (zie Hoofdstuk 4 Overzicht van baten en lasten). De lasten worden gefinancierd uit de BDU voor de Vervoersautoriteit en uit de inwonerbijdrage voor Economisch Vestigingsklimaat. -0-0-0-

85

Hoofdstuk 3

Paragrafen -0-0-03.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Beleidsnota Het algemeen bestuur stelde op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vast. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen en/of financieel te dekken zijn: - risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen (bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving); - risico’s financieel afdekken door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd. Regelmatig doen zich normale bedrijfsrisico’s voor. Daarom zijn die vrij goed meetbaar. Je kunt ze daardoor afdekken door beheersmaatregelen of het afsluiten van verzekeringen.

Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kan de MRDH alleen met eigen weerstandscapaciteit afdekken. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald van het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen. Dit risico is met de vaststelling van zogenaamde uittreedregels komen te vervallen. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de ‘Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014’ vast. Daarin staat opgenomen dat bij uittreding een uittreedsom wordt bepaald: het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH) en dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig.

86

Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten, waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd, wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDUmiddelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen lager worden en/of vertragen. De taken voor verkeer en vervoer worden in hoge mate (>99%) gefinancierd met rijksmiddelen. Omdat we deze middelen, voor zover ze nog niet zijn besteed, beschouwen als vreemd vermogen, kun je van deze middelen geen risicoreserve opbouwen. Financiering OV-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) al is gemeld, financiert de MRDH de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven. Dat brengt risico’s met zich mee die in een in 2016 uitgevoerd extern onderzoek nader zijn geduid. Daaruit blijkt dat je een reserve moet vormen om de risico’s, die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel, naar behoren af te dekken. Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie had gegund aan de OV-bedrijven RET en HTM.

Ook dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht verwerft over de te financieren activa en dat het kredietrisico wordt beperkt, doordat de afschrijvingen over door de MRDH goedgekeurde railinvesteringen en de rente over de daarvoor verstrekte leningen in de maandelijks door de MRDH te betalen concessievergoeding zijn opgenomen. Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 35% als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als laag geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. Ook financiert de MRDH op grond van de verordening Bussenleningen investeringen in bussen. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor concessie houdende vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie-busvervoer. De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen bedraagt vanaf 1 januari 2024 (MRDH-begroting 2025) € 10 miljoen berekend op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. Uitgaande van een worst case-scenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd, als hoog (90%) ingeschat.

De ondergrens van de op te bouwen risicoreserve wordt daarmee bepaald op € 36 miljoen. De verschillen tussen de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt daardoor lager. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve financieringen in cijfers uitgewerkt:

87

Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar (euro's)

Jaarrek 2024

Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties)

1.146.228.041

boekwaarde MVA HTM, RET en EBS

1.408.721.574

Economische waarde MVA (65% boekwaarde)

915.669.023

Dekkingstekort economische waarde versus financiering

230.559.018

Weging risico

8%

Netto/gewogen risico

18.444.721

Netto/gewogen risico (ondergrens € 36 miljoen)

36.000.000

Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief

30.000.000

In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar

6.919.529

Toevoeging opslag aan risicoreserve

6.000.000

Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar Beschikbaar voor exploitatie

0 919.529

Samenvatting weerstandsvermogen ratio jaarrekening 2024: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit

Beschikbare weerstandcapaciteit Financiering OV-bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering OV-bedrijven:

€ 36.000.000 € 36.000.000

De MRDH streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste voldoende is. Dit betekent een minimale weerstandsvermogen ratio van 1 tot 1,4. Weerstandsvermogen ratio:

1 (voldoende)

Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten in 2024 is bereikt. Er is op dit moment geen dekkingstekort op de te bereiken reserve.

88

Kengetallen Kengetallen zijn getallen die een verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de in de jaarrekening opgenomen balans en/of overzicht van baten en lasten. Conform het BBV dienen de volgende kengetallen in de jaarrekening te worden opgenomen:

Kengetallen

2024

2023

Netto schuldquote

158,7% -6,4% 2,3% n.v.t. 1,9% n.v.t.

175,4% -6,5% 2,3% n.v.t. 0,4% n.v.t.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Opmerkingen De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio moet je het volgende in aanmerking nemen. Ruim 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen de fondsen (met name de BDU verkeer en vervoer). Uit deze middelen mogen geen reserves worden gevormd. De per balansdatum aanwezige fondssaldi zijn daarnaast conform de bepalingen in het BBV als vlottende schulden te beschouwen. Als gevolg daarvan kun je vernoemde kengetallen voor de in de tabel genoemde jaren niet zonder meer beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Deze positie wordt in hoofdstuk 3.3 (financiering en treasury) nader beschouwd. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen (lasten/baten begroting). Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie en welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast.

De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. 89

Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De MRDH is geheel afhankelijk van de BDU. 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Eventuele toekomstige investeringen worden gepland en begroot vanuit een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting(swijzigingen). Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal tien jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal tien jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. vijf jaar: telefooninstallaties; d. drie jaar: automatiseringsapparatuur; e. tien jaar: kantoormeubilair; f. maximaal tien jaar: straatmeubilair.

De eerste afschrijving voor de activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaffing. Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom, dan wel een recht van opstal daarop gevestigd door de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen:

90

Er zijn geen financiële verplichtingen ten aanzien van deze gronden. Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van tien jaar. Voor de verbouwing en herinrichting van dit pand is in 2017 een bedrag geïnvesteerd van € 1,2 miljoen. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen wordt in tien jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en sloot hiervoor contracten af met gespecialiseerde marktpartijen. Overige materiële vaste activa Kantoorinventaris en ICT-hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 om niet overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 (zie hiervoor) moest in 2017 een nieuw datanetwerk worden aangelegd en nieuw meubilair worden aangeschaft tot een totaalbedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Het gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplek hardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (projectadministratie en verdere digitalisering werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen.

De komende jaren vinden er nieuwe investeringen plaats in ICT in het kader van nieuwe werkplekken (beeldschermen en dockingstations) en verbeteringen vergaderkwaliteiten. Investeringen in kantoormeubilair worden in tien jaar afgeschreven, ICT-hardware in drie jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in zeven jaar. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het noodzakelijke onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. 91

In 2019 is er geïnvesteerd in meubilair en het terras. In 2022 is in het kader van ‘Het Nieuwe Werken’ geïnvesteerd in kantoormeubilair en in de vergaderfaciliteiten. In 2023 zijn er investeringen gedaan voor nieuwe koffiemachines. In 2024 zijn er diverse veiligheidsmaatregelen geïmplementeerd. Deze maatregelen zijn in zijn geheel als één bedrag geactiveerd. Haltevoorzieningen Conform de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zogenaamde abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen hieraan en het beheer en onderhoud hiervan zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten, waartoe de MRDH zelfstandig een contract heeft aanbesteed. Beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De boekwaarde van de haltevoorzieningen per 31 december 2024 bedraagt € 0. 3.3 Financiering en treasury In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële positie en het financieringsgedrag van de MRDH. Financiële positie De financiële positie per begin en ultimo 2024 laat zich als volgt becijferen:

92

Balans en financiering 31-dec-24

31-dec-23

Beschikbaar op lange termijn Eigen vermogen Schulden op lange termijn

42.034.602

35.421.549

1.068.480.636

971.048.167

Benodigd op lange termijn

1.110.515.238

1.006.469.716

Materiële vaste activa

702.254

806.182

Financiële vaste activa

1.067.709.055

970.278.795 1.068.411.309

971.084.977

42.103.929

35.384.739

Vlottende activa

726.230.704

597.023.792

Vlottende passiva

684.126.774

561.639.054

Werkkapitaal

42.103.929

35.384.739

Financieringsoverschot Te weten

Hieruit blijkt, dat het werkkapitaal in 2024 is toegenomen met een bedrag van € 6,7 miljoen. In onderstaande staat van herkomst en besteding van middelen is aangegeven hoe dit bedrag is samengesteld.

93

Staat van herkom st en besteding m iddelen Beschikbaar gekomen uit Nog te bestemmen resultaat 2024

831.704

Onttrekking egalisatiereserve EV

218.650-

Toevoeging risicoreserve financieringen

6.000.000

Afschrijving materiële vaste activa, incl. duurzame w aardevermindering

220.246

Aangetrokken leningen -/- aflossingen regionale OV-bedrijven

97.432.470 104.265.770

Besteed aan Verstrekte leningen -/- aflossingen regionale OV-bedrijven Investeringen

97.430.261 116.318 97.546.579

Toename werkkapitaal

6.719.191

Treasuryfunctie en -beleid Het doel van de treasuryfunctie is het sturen en beheersen van, verantwoording afleggen over en toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, geldstromen en posities en de hieraan verbonden risico’s. En dat op een zodanige wijze, dat de risico’s worden geminimaliseerd en de opbrengsten worden geoptimaliseerd. De wettelijke kaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie liggen vast in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de daarbij behorende ministeriële regelingen (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO), Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (UFDO) en het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (BLDO)). Het beleid van de MRDH voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut MRDH 2021. Daarin ligt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vast in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen en richtlijnen.

94

De belangrijkste interne regelgeving omvat: ● Treasurystatuut 2021; ● Mandaatbesluit treasuryfunctie MRDH; ● Verordening Bussenleningen 2017; ● Financiële Verordening MRDH 2015. Hierin ligt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vast in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen, bevoegdheden en administratieve organisatie. Het Treasurystatuut is in 2020 aangepast en gold in 2024. De financieringsstructuur van de MRDH wordt in belangrijke mate bepaald door het verstrekken van middelen in de vorm van subsidies en (project)bijdragen aan gemeenten, bedrijven en instellingen, die eerder van vooral het Rijk zijn ontvangen. Omdat de middelen tot nu toe eerder worden ontvangen dan dat ze worden doorbetaald, is er qua exploitatie normaal gesproken sprake van een goede liquiditeitspositie. Desondanks is er wel sprake van een financieringsbehoefte. Die wordt veroorzaakt door de volgende twee factoren: 1. de financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven HTM en de RET; 2. het verstrekken van bussenleningen op grond van de Verordening bussenleningen. Financiering railinvesteringen De MRDH financiert de activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed.

Voorheen financierden de gemeenten Den Haag en Rotterdam deze vervoerders. De rechtstreekse financiering door de MRDH zorgt ervoor dat, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar blijven voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Voor elke verstrekte lening, garantie en borgstelling wordt een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van zestig basispunten over de uitstaande leningen, garanties en borgstellingen ingezet. De uitstaande leningen financiert de MRDH door voor eenzelfde bedrag en looptijd leningen aan te gaan. Dit doet de MRDH om een renterisico uit te sluiten. Bussenleningen De MRDH financiert bussen op basis van de Verordening bussenleningen. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie-busvervoer. Net als bij de financiering van de railinvesteringen wordt voor elke verstrekte lening een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH.

Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal zestig basispunten (afhankelijk van solvabiliteit vervoerder) over de uitstaande leningen ingezet. Ook voor de bussenleningen geldt dat de MRDH deze leningen financiert door voor eenzelfde bedrag en looptijd leningen aan te gaan. Voor meer informatie over de wijze waarop de risicoreserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan, verwijzen we naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 3.1). Per bedrijf zijn de verstrekte leningen en borgstellingen als volgt te specificeren. 95

HTM leningen RET leningen EBS leningen

Stand per 1-1-2024 Opgenomen gelden Aflossingen Stand per 31-12-2024 € 536.664.265 € 91.680.000 € 19.619.786 € 608.724.479 € 402.495.811 € 100.000.000 € 68.702.132 € 433.793.680 € 31.117.718 € € 5.927.823 € 25.189.895

Totaal leningen

€

970.277.794 €

HTM borgstellingen RET borgstellingen

€ €

96.000.000

Totaal borgstellingen €

96.000.000 €

191.680.000 €

94.249.740 €

1.067.708.054

€ €

€ 4.000.000 €

92.000.000

€

4.000.000 €

92.000.000

-

Schatkistbankieren Schatkistbankieren is een wettelijke verplichting voor de MRDH. Concreet betekent dit dat, behoudens een klein werkkapitaal, alle beschikbare liquide middelen in de schatkist van het Rijk moeten worden aangehouden. Uitzettingen De MRDH had ultimo 2024 een belegd vermogen van € 1.695,9 miljoen. Dit kunnen we als volgt specificeren: Leningen regionale OV-bedrijven Rekeningcourant schatkist van het Rijk Liquide middelen Totaal

€ 1.067,7 miljoen € 628,2 miljoen € 50 duizend ----------------------€ 1.695,9 miljoen =============

Het ultimo 2024 uitgezette bedrag aan regionale OV-bedrijven bedroeg € 1.067,7 miljoen, waarover een bedrag van € 21,8 miljoen aan rentebaten is gerealiseerd. Het opgenomen bedrag ultimo 2024 bedroeg € 1.067,7 miljoen, waarvoor een bedrag ad € 14,8 miljoen aan rentelasten is gerealiseerd. Het verschil tussen de rentebaten en de rentelasten is vrijwel geheel te verklaren door de marktconformiteitsopslag op de leningen. Deze marktconformiteitsopslag wordt deels toegevoegd aan de risicoreserve financieringen. Zie voor de opbouw van deze reserve hoofdstuk 3.1 paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Het restant wordt aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt daardoor lager. 96

Renterisicobeheer Het renterisico dat de MRDH op haar leningenportefeuille loopt, kun je toetsen aan de renterisiconorm. Omdat de MRDH tot nu toe uitsluitend leningen heeft aangetrokken, die uit hoofde van de publieke taak in dezelfde omvang tegen dezelfde rentetypische looptijden worden uitgezet, is deze toetsing voor de MRDH (nog) niet relevant.

Renterisico-norm en renterisico's Bedragen x € 1.000

2024

1a. Renteherziening op vaste schuld o/g

-

1b. Renteherziening op vaste schuld u/g

-

2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

-

3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld

191.680

3b. Nieuw e verstrekte lange leningen

191.680

4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) 5. Betaalde aflossingen

94.250

6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

-

7. Renterisico op vaste schuld (2+6)

-

Renterisiconorm 8. Begrotingstotaal 9. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 10. Renterisiconorm (8 x 9)

624.123 20% 124.825

Toets renterisiconorm 10. Renterisiconorm 7. Renterisico op vaste schuld 11. Ruimte(+) Overschrijding (-); (10-7)

124.825 124.825

De kasgeldlimiet is een plafond voor de netto vlottende schuld van de MRDH en heeft tot doel een te grote gevoeligheid voor rentefluctuaties op de kortlopende schuld te voorkomen. Deze limiet bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal. Indien de hiervoor genoemde schuld voor een derde achtereenvolgend kwartaal de limiet overschrijdt, moet de MRDH zijn toezichthouder hiervan op de hoogte stellen en een plan voorleggen om het daaropvolgende kwartaal weer aan de gestelde limiet te voldoen. Deze limiet werd in 2024 niet overschreden.

97

Kasgeldlimiet 2024 Bedragen x € 1.000

kw artaal 1

kw artaal 2

kw artaal 3

kw artaal 4

Vlottende korte schuld

Maand 1 Maand 2 Maand 3

Vlottende middelen

Maand 1 Maand 2 Maand 3

462.473 426.808 503.324

459.824 377.924 569.498

660.659 588.635 690.061

646.139 607.120 680.528

Netto vlottende schuld(-)/ vlottende middelen(+)

Maand 1 Maand 2 Maand 3

Totaal netto vlottende schuld(-)/ vlottende middelen(+)

462.473 426.808 503.324 464.202

459.824 377.924 569.498 469.082

660.659 588.635 690.061 646.452

646.139 607.120 680.528 644.596

Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld(-)/ vlottende middelen(+) Toegestande kasgeldlimiet

464.202 50.551

469.082 50.551

646.452 50.551

644.596 50.551

514.753

519.633

697.003

695.147

Ruimte (+) of overschrijding (-) van de limiet Begrotingstotaal (*) Percentage vastgesteld per ministeriele regeling Kasgeldlimiet * totaal bedrag van de lasten

616.476 8,2% 50.551

Kredietrisico Het kredietrisico (ook wel debiteurenrisico genoemd) is het risico dat belegde en/of in bewaring gegeven geldmiddelen, obligaties of leningen niet langer beschikbaar zijn en/of afgelost kunnen worden, omdat de wederpartij het geld niet (meer) heeft. Dit risico wordt uitgedrukt in een rating. In het treasurystatuut van de MRDH en de relevante wet- en regelgeving zijn minimumeisen gesteld aan de rating van de partijen, bij wie de MRDH zijn liquide middelen inlegt dan wel belegt. Voor alle beleggingen geldt rating A als ondergrens. Daarnaast moet de tegenpartij zijn gevestigd in een lidstaat van de EU/EER (EER staat voor Europese Economische Ruimte: dat zijn alle EU-landen aangevuld met Liechtenstein, Noorwegen en IJsland). Tevens dient dit land tenminste over een AA-rating te beschikken. Verder moet de rating door tenminste twee ratingbureaus zijn afgegeven. Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch zijn de drie meest gerenommeerde ratingbureaus.

98

Uit het overzicht van de aanwezige waarden - zoals hiervoor opgenomen bij Renteontwikkeling, uitzettingen en rendement - blijkt dat alle fondsen met uitzondering van de verstrekte leningen (zie hiervoor) voldoen aan de gestelde minimumeisen. Voor kasgeldleningen aan decentrale overheden geldt dezelfde rating als die van Nederland. Voor de verstrekte leningen aan regionale OV-bedrijven is op basis van een daartoe uitgevoerde analyse een specifiek daarop toegesneden risicobeheer van toepassing. Dit is in hoofdstuk 3.1 (weerstandsvermogen en risicobeheersing) nader toegelicht. 3.4 Bedrijfsvoering 3.4.1 MRDH-organisatie De MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken van de MRDH zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken van de MRDH zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB).

99

De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit:

Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie, geeft leiding aan vijf managers en vervult daarbij zelf het management van het bureau Interne dienstverlening (BID). De verdeling van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur is gelijk aan de verdeling van de salarislasten van alle staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 20% ten laste komen van de inwonerbijdrage EV en 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer Binnen de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. De verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer ligt bij twee managers. De twee afdelingen tellen 52 fte. Dit is ongewijzigd ten opzichte van 2023. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU Verkeer en Vervoer.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15519036/1