CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

18.Lbr. 23038 Wijziging Model Verordening afvoer hemelwater en grondwater; bijlage 1

Gemeenteraad 8 november 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Aanvullende lijst ingekomen stukken1.366 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel Wijziging Model Verordening afvoer hemelwater en grondwater (gewijzigd model, oktober 2023)

Leeswijzer modelbepalingen - […] of (bijvoorbeeld) [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets EN/OF iets] = door gemeente te kiezen. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. - Combinaties zijn ook mogelijk. In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en – als het een facultatieve bepaling betreft – eveneens onderstreept (aangezien dan de hele bepaling cursief is i.v.m. het facultatieve karakter). In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Artikel 1 (artikel I, onderdeel A van de wijzigingsverordening) vervalt: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. b. beheerder van het openbaar riool: het college. Artikel 2 (artikel I, onderdeel B van de wijzigingsverordening) wordt als volgt gewijzigd: - het eerste lid wordt gewijzigd en komt te luiden: 1. Het is in de daartoe door het college krachtens artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of in het omgevingsplan aangewezen gebieden verboden om: a. een hemelwaterafvoerleiding aan te sluiten of aangesloten te houden op het openbaar vuilwaterriool; of b. bij drainage, oppompen of andere vormen van onttrekkingen vrijkomend grondwater te lozen in het openbaar vuilwaterriool. - in het derde lid wordt na ‘inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer’ ingevoegd:, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; - in het tweede en het zesde lid wordt ‘de beheerder’ vervangen door: het college van burgemeester en wethouders; en

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

-

in het vierde lid wordt ‘de beheerder van het openbaar riool’ vervangen door: het college van burgemeester en wethouders; het zevende lid vervalt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2. Plicht tot afkoppelen 1. De beheerder van het openbaar riool kan een gebied aanwijzen waarbinnen het verboden is een hemelwaterafvoerleiding aan te sluiten of aangesloten te houden op het openbaar vuilwaterriool. Eenzelfde gebiedsaanwijzing kan door genoemde beheerder worden gedaan ten aanzien van het vrijkomende grondwater bij drainage, oppompen of andere vormen van onttrekkingen. 2. De beheerder kan de wijze bepalen waarop het afkoppelen plaatsvindt. 3. De gebiedsaanwijzing heeft geen betrekking op inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer en op de openbare weg. 4. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het openbaar riool rekening met het gemeentelijk rioleringsplan. 5. De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de ….. week na de dag waarop zij bekend is gemaakt. 6. De beheerder kan ontheffing verlenen van de verplichting tot afkoppelen die voortvloeit uit de gebiedsaanwijzing, indien van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater kan worden gevergd. 7. Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 2. Plicht tot afkoppelen 1. Het is in de daartoe door het college krachtens artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of in het omgevingsplan aangewezen gebieden verboden om: a. een hemelwaterafvoerleiding aan te sluiten of aangesloten te houden op het openbaar vuilwaterriool; of b. bij drainage, oppompen of andere vormen van onttrekkingen vrijkomend grondwater te lozen in het openbaar vuilwaterriool. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan de wijze bepalen waarop het afkoppelen plaatsvindt. 3. De gebiedsaanwijzing heeft geen betrekking op inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op de openbare weg. 4. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt het college van burgemeester en wethouders rekening met het gemeentelijk rioleringsplan. 5. De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de ….. week na de dag waarop zij bekend is gemaakt. 6. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van de verplichting tot afkoppelen die voortvloeit uit de gebiedsaanwijzing, indien van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater kan worden gevergd.

Artikel 3 (artikel I, onderdeel C van de wijzigingsverordening) vervalt: Bestaande tekst

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

Nieuwe tekst

Artikel 3. Strafbepaling Overtreding van het krachtens artikel 2 bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. Artikel 4 (artikel I, onderdeel C van de wijzigingsverordening) vervalt: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens deze verordening gesteld zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen of groep van personen.

Toelichting Algemeen Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de Verordening afvoer hemelwater en grondwater van rechtswege onderdeel van het omgevingsplan. Artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onder f, van de Invoeringswet Omgevingswet regelt dat voor de verordening en de op grond daarvan aangewezen gebieden. In de verordening staan een aantal bepalingen die naar aard of inhoud geen onderdeel van het omgevingsplan moeten zijn. Om die reden wordt de verordening aangepast. Artikelsgewijs Artikel I, onderdeel A Artikel 1, onderdeel a, van de verordening bevat een definitie van het begrip ‘bouwwerk’. Dat begrip is ook in de Omgevingswet, Bijlage I, gedefinieerd. De definitie in de Omgevingswet geldt daardoor al voor het omgevingsplan en een afwijkende definitie zou daarmee in strijd zijn. Daarom wordt deze definitie geschrapt. Verder wordt het begrip ‘beheerder van het openbaar riool’ overal vervangen door het college zodat de verordening beter aansluit bij de organen zoals die in het Omgevingsplan worden genoemd. Om die reden wordt ook de definitie van ‘beheerder van het openbaar riool’ geschrapt. Artikel I, onderdeel B Artikel 2, eerste lid, van de verordening bepaalt dat de werkingsgebieden van de regels vastgesteld kunnen worden door het college. Deze bevoegdheid komt, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, toe aan de raad.

De raad kan deze vervolgens in een delegatiebesluit delegeren aan het college. De bepaling uit de verordening strookt hiermee niet. Daarom wordt het eerste lid gewijzigd en beperkt tot het daarin opgenomen verbod om in bepaalde gevallen op het openbaar vuilwaterriool te lozen. Verder wordt het begrip ‘beheerder’ of ‘beheerder van het openbaar riool’ in het tweede, vierde en zesde lid vervangen door het college zodat de verordening beter aansluit bij het Omgevingsplan en

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

wordt in het derde lid duidelijk gemaakt dat het om inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer gaat zoals die wet luidde voordat de Omgevingswet in werking trad. Artikel 2, zevende lid, van de verordening bevat een bepaling over de toepasselijkheid van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bij de voorbereiding van een aanwijzingsbesluit voor een gebied. Omdat de aanwijzingsbesluiten een onderdeel zullen zijn van het omgevingsplan vergt het aanwijzen van een nieuw gebied een wijziging van het omgevingsplan, waarvoor de regels gelden van de Omgevingswet, onder meer de artikelen 2.8 en 16.30 van de Omgevingswet. Het zevende lid van artikel 2 zou daarmee in strijd kunnen zijn. Het is in elk geval een overbodige bepaling omdat de Omgevingswet hierin al voorziet. Om die reden komt ook het zevende lid te vervallen. Artikel I, onderdeel C Artikel 3 van de verordening betreft een sanctiebepaling, waarvan de grondslag gelegen is in artikel 154 van de Gemeentewet. Op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Omgevingsbesluit mag deze bepaling niet opgenomen worden in het omgevingsplan. Het handhaven van de bepalingen van het omgevingsplan gaat via de Omgevingswet. Daarom wordt dit artikel geschrapt. Artikel 4 van de verordening betreft de bevoegdheid om toezichthouders aan te wijzen. Artikel 18.6 van de Omgevingswet attribueert deze bevoegdheid rechtstreeks aan het college.

Artikel 4 van de verordening is daarmee in strijd en moet dus eveneens komen te vervallen.

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13443632/1