CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

15. NRD OER Omgevingsvisie Nissewaard - bijlage I

Gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken (1 -21)1.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NRD OER Omgevingsvisie Nissewaard

CONCEPT

NRD OER Omgevingsvisie Nissewaard

Inhoud Rapport en bijlage(n)

1 juli 2025 Projectnummer P002074

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Is een OER verplicht?

3

1.3

Doel van de NRD

4

2

Omgevingsvisie Nissewaard

5

3

Aanpak van het OER

6

3.1

Leefomgevingsfoto

6

3.2

Wijze van beoordeling omgevingseffecten

6

3.3

Monitoring en evaluatie

7

4

Proces

18 juni 2025

8

1

Inleiding 1.1

Aanleiding

Gemeente Nissewaard stelt voor haar hele grondgebied een omgevingsvisie op. Naast dat een omgevingsvisie nodig is om antwoord te bieden aan de opgaven in de fysieke leefomgeving is dit een verplichting uit de omgevingswet. Deze wet brengt het beleid voor de fysieke leefomgeving samen. Daarnaast wil de gemeente de effecten van de omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in beeld brengen. Hiervoor laat zij een milieueffectrapportage (MER) opstellen. Deze rapportage moet de gemeente de informatie bieden die nodig is om keuzes te maken bij de invulling en vaststelling van de omgevingsvisie.

De Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de Omgevingswet wordt het beleid op het gebied van onder andere ruimtelijke ordening, milieu en mobiliteit gebundeld. De wet zorgt voor minder en overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De Omgevingswet leidt daarmee tot een nieuw stelsel van plannen en instrumenten om de fysieke leefomgeving vorm te geven. Voor de gemeente gaat het om de volgende plannen en instrumenten: •

de Omgevingsvisie, met een beschrijving van de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving;

•

het Omgevingsplan, waarin de juridische regels worden opgenomen die bepalen wat inwoners, ondernemers en organisaties wel en niet kunnen doen in die fysieke leefomgeving;

•

het omgevingsprogramma, hierin kunnen gemeenten aangeven hoe ze bepaalde doelen voor de fysieke leefomgeving willen bereiken;

•

omgevingsvergunningen, die (in aanvulling op het Omgevingsplan) specifiek voor een project op activiteit aangeven onder welke voorwaarden dat mag. (bijvoorbeeld het bouwen van een woning).

De wetgeving rond de MER is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Het doel van de MER is om de milieubelangen mee te laten wegen in de besluitvorming. Door de brede scope van de omgevingsvisie past het beter om te spreken van een omgevingseffectrapportage (hierna: OER). De rapportage beperkt zich niet alleen tot de milieueffecten, maar beschouwt alle relevante thema’s van de fysieke leefomgeving. In deze NRD en de verdere procedure worden de termen omgevingseffectrapportage en OER gebruikt. De term MER worden alleen gebruikt als verwezen wordt naar de wettelijke bepalingen uit de Omgevingswet.

1.2

Is een OER verplicht?

Een gemeente moet een OER bij een omgevingsvisie opstellen als de visie kaderstellend is voor MERplichtige activiteiten. Dit zijn activiteiten zoals de ontwikkeling van woonwijken, bedrijventerreinen of duurzame energievoorzieningen.

18 juni 2025

3

De mate van detailniveau van de omgevingsvisie bepaalt of het kaderstellend is voor een MER-plichtige activiteit. We lichten dit toe aan de hand van een woningbouwontwikkeling. Als een uitspraak over het aantal woningen in de omgevingsvisie staat, maar geen locatie wordt benoemd, dan hangt het af van het bestaande aantal woningen en de toevoeging. Als er bijvoorbeeld 3000 woningen worden toegevoegd aan een kleine kern, dan is het plan wel kaderstellend. Als er 3000 woningen worden toegevoegd aan een grote kern, dan is 3000 woningen niet kaderstellend. Afhankelijk van hoe de omgevingsvisie wordt uitgewerkt, kàn het kaderstellend zijn voor een MER-plichtige activiteit. Als de op te nemen woningbouwlocaties al in bestaand beleid zijn vastgelegd, is er in beginsel geen sprake van kaderstelling. Dit geeft al aan dat het antwoord op de vraag of de omgevingsvisie kaderstellend is (en daarmee MERplichtig) vaak niet met een eenvoudig ‘ja’ of ‘nee’ kan worden beantwoord. Pas als de hoofdlijnen van de omgevingsvisie bekend zijn, kan antwoord gegeven worden op de vraag of er sprake is van kaderstelling en formele MER-plicht. Dat laat onverlet dat er zeker meerwaarde is om de omgevingsvisie te voorzien van een effecten-onderzoek.

Als er geen sprake is van een formele MER-plicht kan gekozen worden voor een ‘onderzoek omgevingseffecten’, zonder formele verplichtingen, maar wel met de meerwaarde van een effectenonderzoek. Qua procedure worden met de NRD wel de eisen gevolgd die aan een MER-procedure zijn gesteld. Onder andere de publicatie van het voornemen om een MER op te stellen en het raadplegen van instanties. Hiermee blijft een formeel MER mogelijk, maar kan later ook gekozen worden om verderop in het traject andere keuzes te maken en bijvoorbeeld geen formeel traject te doorlopen.

1.3

Doel van de NRD

De notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is in de eerste plaats bedoeld om bekend te maken dat bij de omgevingsvisie Nissewaard een OER opgesteld wordt. De NRD vormt hiermee de formele start van de MER-procedure. De NRD beschrijft op hoofdlijnen wat er in het OER wordt onderzocht (reikwijdte) en op welke wijze dit onderzoek wordt uitgevoerd (detailniveau). Dit wordt samen aangeduid als de reikwijdte en detailniveau van het OER. De NRD kan gezien worden als de onderzoekagenda.

18 juni 2025

4

2

Omgevingsvisie Nissewaard Nissewaard werkt aan een omgevingsvisie die richting geeft aan de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving op de lange termijn, wetend dat er sprake is van grote opgaven, onzekerheden en schaarse ruimte. Daarom zal in de visie de bedoeling, dat de gemeente wil bereiken, voorop staan en niet het schetsen van een concreet maar onzeker eindbeeld. Er is aandacht voor alle schaalniveaus en gebieden. De omgevingsvisie komt in de plaats van structuurvisies en andere thematische visies die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Het vormt de basis voor het omgevingsplan en de omgevingsprogramma’s van de gemeente. De omgevingsvisie wordt het integrale afwegingskader voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het uit van lokaal maatwerk. De gemeente streeft naar een heldere en compacte visie die wordt gedragen door inwoners, lokale en regionale stakeholders. Uiterlijk 1 januari 2027 moet de gemeenteraad een omgevingsvisie vaststellen die voldoet aan de eisen van de omgevingswet. Op basis van de recente analyses en verkenningen staat Nissewaard voor opgaven rond vier integrale thema’s: −

Sterke buurten: de bestaanszekerheid en sociale basis van een deel van de inwoners staat onder druk. Tegelijk worden buurten gekenmerkt door monotone woningvoorraad en een verouderde openbare ruimte.

−

Breed aanbod van werk en voorzieningen: werk en voorzieningen moeten voor iedereen goed bereikbaar zijn. Daar is blijvend aandacht voor nodig.

−

Ruimtelijke kwaliteit: de identiteit van Nissewaard is niet in één zin te vangen. Ieder landschap, dorp of wijk heeft zijn eigen karakter. Dit eigen karakter en bijbehorende ruimtelijke kwaliteit dient waard nodig behouden en versterkt te worden.

−

Toekomstbestendige keuzes: de effecten van klimaatverandering, de transitie naar een duurzaam energie- en warmtesysteem, toenemende ruimteclaims en een schaarste aan ruimte vraagt om slim en zorgvuldig ruimtegebruik.

Deze opgaven worden gedurende het traject op basis van nieuwe inzichten of inbreng van inwoners en stakeholders verder aangescherpt. Per opgave zal een ambitie worden geformuleerd. Met een aantal ruimtelijke principes en een handelingsperspectief zal duidelijk worden hoe deze ambities in de komende jaren handen en voeten krijgen.

18 juni 2025

5

3

Aanpak van het OER 3.1

Leefomgevingsfoto

De eerste stap naar het OER is het in beeld brengen van de huidige en toekomstige staat van de leefomgeving. Hiervoor wordt een leefomgevingsfoto opgesteld. Met de cijfers en feiten uit de leefomgevingsfoto wordt inzicht verkregen over hoe de (fysieke) leefomgeving er op dit moment uitziet. Deze informatie wordt aangevuld met trends en ontwikkelingen. Dit zijn autonome veranderingen van de leefomgeving. Daarmee ontstaat een beeld van de kansen en risico’s die de komende jaren in de gemeente kunnen ontstaan. De leefomgevingsfoto en de trends en ontwikkelingen vormen samen de referentiesituatie. Dit is de situatie in 2050 zonder het beleid van de omgevingsvisie. Door de keuzes en het beleid van de omgevingsvisie af te zetten tegen de referentiesituatie wordt duidelijk wat de impact van de visie is op de leefomgeving. In het licht van de opgaven die op dit moment in beeld zijn worden in de leefomgevingsfoto in ieder geval de volgende thema’s in beeld gebracht. 1.

Wonen en voorzieningen (zoals balans in de woningvoorraad, bevolkingssamenstelling, voorzieningenniveau)

2.

Werk en inkomen (zoals bereikbaarheid van arbeidsplaatsen, opleidingsniveau)

3.

Gezonde en veilige leefomgeving (zoals beweegvriendelijke omgeving, luchtkwaliteit, geluidhinder, geurhinder, sociale veiligheid, externe veiligheid)

4.

Bodem en water (zoals waterkwaliteit, waterkwantiteit, waterveiligheid)

5.

Ruimtelijke kwaliteit (zoals cultuurhistorie, cultuurlandschap, archeologie)

6.

Landbouw, recreatie en natuur (zoals agrarisch areaal, natuurgebieden, biodiversiteit, cultuurhistorische en archeologische waarden )

7.

Verkeer en mobiliteit (zoals auto-, OV-, fietsbereikbaarheid, verkeersveiligheid )

8.

Energie en klimaat (zoals opwek duurzame energie, wateroverlast, hittestress, droogte)

3.2

Wijze van beoordeling omgevingseffecten

In de OER worden de effecten van de ontwikkelingen van de omgevingsvisie beoordeeld. Er wordt gekeken in hoeverre de doelen die worden geformuleerd ook daadwerkelijk kunnen worden bereikt. Dit wordt themagewijs aangepakt op basis van bovenstaande thema’s. Daarbij wordt ook gekeken naar interactie tussen thema’s. Thema die elkaar kunnen versterken of juist elkaar in de weg staan komen zo in beeld.

18 juni 2025

6

De beoordeling zal aansluiten bij het abstractieniveau van de omgevingsvisie. Bovendien worden de omgevingsaspecten kwalitatief beoordeeld. Waar mogelijk en beschikbaar wordt gebruik gemaakt van kwantitatieve data. Indien nodig kunnen voor bepaalde onderdelen alternatieven of scenario’s worden beoordeeld. Omdat de hoofdlijn van de omgevingsvisie op dit moment nog niet bekend is, kan nog niet worden bepaald of dit nodig is. Per thema komende volgende onderdelen aan bod: −

een beschrijving van de referentiesituatie (huidige situatie en autonome ontwikkeling);

−

een beschrijving van de effecten;

−

de beoordeling van de effecten;

−

een beschrijving van de mogelijke maatregelen om (zeer) negatieve effecten te voorkomen of te beperken;

−

een beschrijving van de onzekerheden en zogenoemde leemten in de kennis.

Bij het beoordelen van effecten wordt nadrukkelijk in beeld gebracht wat de impact van het effect is op de inwoners, ondernemers en andere gebruikers van de fysieke leefomgeving. De mens staat dus centraal. Tot slot wordt gekeken naar het doelbereik van de omgevingsvisie op de thema’s zoals opgenomen in voorgaand hoofdstuk 2.

3.3

Monitoring en evaluatie

De omgevingsvisie geeft richting aan de ontwikkeling van Nissewaard op de lange termijn. Aan de hand van de indicatoren uit de OER kan de gemeente gaandeweg monitoren of geformuleerde ambities worden bepaald en of bijsturing nodig is. Op basis van de verzamelde informatie en leemten in kennis wordt de monitoringsopgave voor de omgevingsvisie bepaald.

18 juni 2025

7

4

Proces In 2022 is gestart met het proces om te komen tot een omgevingsvisie. Er heeft een uitgebreide analyse plaatsgevonden van de condities, opgaven, onzekerheden en ambities. Inwoners en stakeholders zijn geraadpleegd. De uitkomsten hiervan zijn vastgelegd in een uitgebreid participatieverslag. Dit verslag is aangeboden aan het college en de gemeenteraad. Op basis van alle inbreng wordt nu gewerkt aan een koers op hoofdlijnen waarin kenmerken, kwaliteiten, opgaven, ambities en ruimtelijke principes samenkomen. Deze koers op hoofdlijnen wordt in een tweede participatieronde voorgelegd aan inwoners en stakeholders. Het streven is om eind 2025 een ontwerp omgevingsvisie ter inzage te leggen. Deze NRD is gekoppeld aan de totstandkoming van de Omgevingsvisie Nissewaard. Afhankelijk van het detailniveau van de omgevingsvisie, wordt bepaald of een formele m.e.r.-procedure noodzakelijk is. In dat geval is deze NRD onderdeel uit van deze procedure. De NRD ligt van 10 juli tot en met 20 augustus 2025 ter inzage. Iedereen is in de gelegenheid zijn of haar zienswijze in te dienen.

18 juni 2025

8

Colofon Opdrachtgever gemeente Nissewaard Contactpersoon Joost Moelker Projectnummer P002074

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Utrechtseweg 7 3811 NA Amersfoort T 033-46 56 545 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15773269/2