CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

15.MRDH; Begroting 2022, vastgesteld algemeen bestuur 9 juli 2021

Gemeenteraad 22 september 2021, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken en mededelingen33.000 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van 10 jaar. Ten behoeve van de verbouwing en herinrichting van dit pand is in 2017 een bedrag geïnvesteerd van € 1,2 miljoen. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen wordt in 10 jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en heeft daartoe contracten afgesloten met gespecialiseerde marktpartijen. bedragen in euro’s

Kapitaallast 2021 Bedrijfsgebouw

50

127.101

MRDH

●

2022

2023

2024

2025

127.101

127.101

127.101

127.101

Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!

Overige materiële vaste activa Kantoorinventaris en ICT hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 om niet overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 (zie hiervoor) moest in 2017 een nieuw datanetwerk worden aangelegd en nieuw meubilair worden aangeschaft tot een totaal bedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Het gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplek hardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (projectadministratie en verdere digitalisering werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. De komende jaren vinden geen nieuwe investeringen plaats in ICT. In 2019 heeft vervanging van de hardware plaatsgevonden op basis van huur contracten waardoor geen afschrijvingslast ontstaat. Noodzakelijke eenmalige software updates in 2019 (onder meer document management systeem en vergadersysteem) zijn ten laste gebracht van de hiervoor ingestelde Reserve Interne kwaliteitsverhoging. Investeringen in kantoormeubilair worden in 10 jaar afgeschreven, ICT hardware in 3 jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in 7 jaar.

De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het noodzakelijke onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. In 2019 is er geïnvesteerd in meubilair en het terras. Voor de jaren 2021 en 2022 worden er investeringen verwacht in het kader van telefonie en vervanging van meubilair. bedragen in euro’s

Investering

Investeringsbedrag

2021

2022

2023

2024

2025

Meubilair

244.000

106.000

138.000

-

-

-

ICT

45.000

-

45.000

-

bedragen in euro’s

Kapitaallast 2021

2022

2023

2024

2025

Meubilair

5.300

17.500

24.400

24.400

24.400

-

7.500

15.000

15.000

7.500

ICT

bedragen in euro’s

Kapitaallast 2021

2022

2023

2024

2025

Overige materiële vaste activa

50.430

50.430

50.430

50.430

57.285

Haltevoorzieningen Conform de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zgn. abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen hieraan en het beheer en onderhoud hiervan zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in 5 jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten, waartoe de MRDH zelfstandig een contract heeft aanbesteed. Beheer en

51

onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De boekwaarde van de haltevoorzieningen per 31 december 2020 bedraagt € 253.665.

Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom dan wel een recht van opstal daarop gevestigd ten behoeve van de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen: Perceel

Adres

Eigenaar

Gerechtigde

Omschrijving

Rijswijk A 3914

Burgemeester Elsenlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk D 8010

Burgemeester Elsenlaan/ Van Vredenburchweg 77B

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

bedrijvigheid

(nutsvoorziening) Rijswijk D 8011

Burgemeester Elsenlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk D 8015

Sir Winston Churchilllaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk D 8038

Sir Winston Churchilllaan

MRDH

geen

wegen

Rijswijk G 2984

Limpergstraat/Limpergstraat 11

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

bedrijvigheid

(nutsvoorziening) Rijswijk G 2985

Burgemeester Elsenlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk G 2989

Veraartlaan/Visseringlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk G 2994

Visseringlaan/Volmerlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk G 2999

Volmerlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk G 3001

Sir Winston Churchilllaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk G 3002

Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

bedrijvigheid

(nutsvoorziening) Rijswijk G 3009

Generaal Eisenhowerplein

Gemeente Rijswijk/Railinfa

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk G 3050

Sir Winston Churchilllaan

MRDH

geen

wegen

Rijswijk G 3054

Sir Winston Churchilllaan

MRDH

geen

wegen

Rijswijk I 2128

Prinses Beatrixlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk I 2131

Weidedreef

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk I 2134

Florence Nightingalestraat

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Rijswijk I 2137

Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

bedrijvigheid

(nutsvoorziening) Rijswijk I 2139

Eikelenburglaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

Veur B 9432

Burgemeester Banninglaan

St. Medisch Centrum

MRDH (erfpacht)

openbaar vervoer

Haaglanden

Er zijn geen financiële verplichtingen ten aanzien van deze gronden.

52

MRDH

●

Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!

4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB). De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit: Bureau Interne Dienstverlening Afdeling Economisch Vestigingsklimaat

Bureau Financiën & Control Secretarisalgemeen directeur

Afdeling Verkeer

Bureau Strategie & Bestuur Afdeling Openbaar Vervoer

Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie en geeft leiding aan vijf managers. Hij vervult daarbij zelf het management van Bureau Interne Dienstverlening. De verdeling van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur wordt geharmoniseerd met de huidige verdeling van de salarislasten van alle staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 20% ten laste komt van de inwonerbijdrage EV en 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Hierdoor ontstaat een eenduidige verdeling van de kosten binnen de organisatie. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer In de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. De verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer ligt bij twee managers. De twee afdelingen tellen 49 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU verkeer en vervoer. Het aantal fte in de begroting 2022 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2021. Economisch Vestigingsklimaat (EV) De dagelijkse leiding en de verantwoordelijkheid voor de realisatie van het programma Economisch Vestigingsklimaat ligt bij de manager EV.

Dit organisatieonderdeel telt 10 fte en is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2021. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat.

53

Bureaus Financiën & Control (BFC), Strategie & Bestuur (BSB) en Interne Dienstverlening (BID) De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in drie bureaus: BFC, BSB en BID. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 29,6 fte. Het aantal fte stafzaken in de begroting 2022 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2021. De salarissen van de medewerkers komen voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Van de inwonerbijdrage voor EV van € 2,77 (prijspeil 2022) wordt conform de afspraken (Kadernota MRDH begroting 2022) maximaal € 1,17 (prijspeil 2022) ingezet voor apparaatslasten. Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen cao, die weer de rechtspositie van de gemeente Rotterdam en de cao gemeenten volgt. De huidige cao betreft de periode tot en met 31 december 2020. Voor het jaar 2021 wordt rekening gehouden met een loonstijging van 0,6% en voor het jaar 2022 met een loonstijging van 1,3%.

Beide percentages in aansluiting met de macro economische verkenning 2021 (MEV 2021) van september 2020 van het Centraal Planbureau. De begrote personele formatie en de daaraan verbonden salariskosten (inclusief sociale lasten) zijn als volgt te specificeren: bedragen in euro’s

Onderdeel

Fte’s 2021

Fte’s 2022 Begroting 20221)

Secretaris-algemeen directeur 1,0

1,0

197.789

Bureau Financiën & Control

9,1

9,1

952.374

Bureau Strategie & Bestuur

15,0

15,0

1.474.430

Bureau Interne Dienstverlening

5,5

5,5

391.783

Afdeling Verkeer 25,0

25,0

2.462.632

Afdeling Openbaar Vervoer 24,0

24,0

2.337.961

Economisch Vestigingsklimaat 10,0

10,0

1.173.334

Totalen 89,6

89,6

8.990.303

1)

De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten

In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten:

54

MRDH

●

Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!

Kostenverdeling apparaatslasten Onderdeel

Fte’s

bedragen in euro’s

Kosten

BDU verkeer en vervoer

Programma

exploitatie

infrastructuur

verkeer en OV

verkeer en OV

Inwonerbijdrage EV

Programma Programma Overhead

Verdeelsleutels

Overhead

economisch

inwoner-

BDU vestig. klimaat

bijdrage EV

Personele apparaatslasten Secretaris-algemeen directeur

1,0

197.789 158.231 39.558

80/20

BFC, BSB en BID

29,6

2.818.587

2.254.870

80/20

Vervoersautoriteit

49,0

4.800.593

424.080

Economisch Vestigingsklimaat

10,0

1.173.334 967.426

Totaal personele apparaatslasten

89,6

8.990.303

3.036.902

1.339.611

563.717 205.908

Materiële apparaatslasten 3.049.000 2.439.200 609.800 Totalen 12.039.303

3.036.902

1.339.611

5.276.381

967.426

100 100 80/20

1.418.983

De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (onder meer HRM ondersteuning en advies, opleidingen), financiën (onder meer accountantskosten), facilitair (onder meer huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (onder meer licenties document management systeem), communicatie (onder meer kosten website), bestuurszaken (onder meer vergaderkosten, bekendmakingen besluiten) en juridische zaken (onder meer juridisch advies, bezwaar en beroepskosten).

55

Hoofdstuk 5 Financiële begroting 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord. Programmabegroting 2022

bedragen in euro’s

Voorlopige Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

20201)

2021

2022

2023

2024

2025

1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer

538.380.403

566.600.777

423.825.787

415.881.101

411.943.007

422.547.220

2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer

180.056.143

173.451.182

149.802.848

136.429.524

118.271.262

64.283.702

4.573.744

6.156.184

5.385.715

5.266.965

5.266.965

5.266.965

6.211.109

6.679.240

6.695.364

6.695.364

6.695.364

6.695.364

Lasten per programma

3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

729.221.399

752.887.383

585.709.714

564.272.954

542.176.598

498.793.251

1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer

546.144.812

567.727.500

423.825.787

417.958.005

413.122.087

430.549.979

2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer

180.056.143

173.451.182

149.802.848

136.429.524

118.271.262

64.283.702

5.035.423

5.122.118

5.266.965

5.266.965

5.266.965

5.266.965

6.168.005

6.679.240

6.695.364

6.695.364

6.695.364

6.695.364

737.404.383

752.980.040

585.590.964

566.349.858

543.355.678

506.796.010

8.182.984

92.657

-118.750

2.076.904

1.179.080

8.002.759

Totaal

Baten per programma

3. Economisch Vestigingsklimaat Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV Totaal Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves

163.030

1.034.066

118.750

0

0

0

Toevoeging aan reserves*

-8.346.014

-1.126.723

0

-2.076.904

-1.179.080

-8.002.759

0

0

0

0

0

0

Resultaat 1)

Inclusief voorstel resultaatbestemming.

Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar wordt verwezen naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasuryfunctie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2. De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2020-2025.

56

MRDH

●

Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!

Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren: Begroting 2022 per taakveld

bedragen in euro’s

Voorlopige Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

1)

2021

2022

2023

2024

2025

2.1 Verkeer en vervoer

127.448.372

99.019.693

97.624.951

94.041.841

99.386.054

48.109.535

2.5 Openbaar vervoer

577.864.343

628.868.276

465.627.126

448.801.640

422.068.749

430.541.755

0.5 Treasury

13.123.831

12.163.990

10.376.558

9.467.143

8.759.466

8.179.631

3.1 Economische ontwikkeling

4.573.744

6.156.184

5.385.715

5.266.965

5.266.965

5.266.965

0.4 Overhead

6.211.109

6.679.240

6.695.364

6.695.364

6.695.364

6.695.364

Lasten per taakveld

0.8 Overige baten en lasten Totaal

0

0

0

0

0

0

729.221.398

752.887.383

585.709.714

564.272.954

542.176.598

498.793.251

Baten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer

129.857.678

99.019.693

97.624.951

94.041.841

99.386.054

48.109.535

2.5 Openbaar vervoer

580.273.649

622.343.103

458.370.983

443.495.429

415.571.390

430.448.268

0.5 Treasury

20.888.238

19.815.886

17.632.701

16.850.258

16.435.905

16.275.878

3.1 Economische ontwikkeling

6.384.815

5.122.118

5.266.965

5.266.965

5.266.965

5.266.965

Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV

0

6.679.240

6.695.364

6.695.364

6.695.364

6.695.364

737.404.380

752.980.040

585.590.964

566.349.858

543.355.678

506.796.010

Saldo van baten en lasten

8.182.982

92.657

-118.750

2.076.904

1.179.080

8.002.759

Onttrekking aan reserves

163.030

1.034.066

118.750

0

0

0

Toevoeging aan reserves*

-8.346.013

-1.126.723

0

-2.076.904

-1.179.080

-8.002.759

0

0

0

0

0

0

Totaal

Resultaat 1)

Inclusief voorstel resultaatbestemming.

5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materieel in evenwicht zijn van de begroting. Onder incidentele baten en lasten worden onder andere de volgende posten verstaan: ● Stortingen in en onttrekkingen aan reserves; ● Bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves zijn in principe incidenteel van aard. Echter, er zijn ook verrekeningen met reserves die structureel van aard zijn. Binnen de MRDH zijn dat de verrekeningen met de Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat. De Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat bevat voornamelijk de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat. Deze reserve heeft een langlopend karakter.

57

De grootste geldstroom, de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft in principe een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt zijn daarmee ook structurele lasten. Wel kunnen er incidenteel middelen aan de BDU worden toegevoegd voor specifieke projecten. De hiermee samenhangende lasten en baten dienen dan wel als incidenteel aangemerkt te worden. Dat geldt ook voor de projecten, die uit Europese subsidiefondsen worden bekostigd. In de hiernavolgende tabel zijn voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weergegeven: Incidentele baten en lasten

bedragen in euro’s

Voorlopige Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

1)

2021

2022

2023

2024

2025

1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer

125.894.089

129.470.723

0

2.076.904

1.179.080

8.002.759

2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

57.377.591

20.089.105

7.540.294

16.916.250

20.821.064

0

0

0

0

0

0

0

43.104

0

0

0

0

0

183.314.784

149.559.828

7.540.294

18.993.154

22.000.144

8.002.759

1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer

118.325.000

128.344.000

0

0

0

0

2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

57.377.591

20.089.105

7.540.294

16.916.250

20.821.064

0

Incidentele lasten per programma

3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Totaal

Baten per programma

3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Totaal Saldo van incidentele baten en lasten 1)

6.156

0

0

0

0

0

135.167

0

0

0

0

0

175.843.914

148.433.105

7.540.294

16.916.250

20.821.064

0

7.470.870

1.126.723

0

2.076.904

1.179.080

8.002.759

ExcIusief voorstel resultaatbestemming.

Toelichting incidentele baten en lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten betreffen de toevoegingen aan de risicoreserve financieringen voor het jaar 2020 en 2021 aanvullend € 118.325.000 respectievelijk € 128.344.000 vanwege de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020 respectievelijk 2021 (tevens incidentele baat 2020 en 2021). Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van Rijk, provincie en gemeenten en overige partijen. Deze zijn als volgt te specificeren:

58

MRDH

●

Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!

Projecten gefinancierd met incidentele bijdragen

bedragen in euro’s

Voorlopige Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

1)

2021

2022

2023

2024

2025

Actieprogramma Regionaal OV (AROV)

5.853.739

0

0

0

0

0

Beter benutten

3.786.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Incidentele baten

Bestuursovereenkomst Blankenburgverbinding Korte termijn aanpak

0

0

0

0

0

0

Rotterdamse baan

44.686.773

0

0

0

0

0

Sebastiaansbrug

3.022.079

0

0

0

0

0

29.000

0

0

0

0

0

0

330.000

3.255.000

16.916.250

20.821.064

0

KTA Move 2020-2022)

0

4.132.231

0

0

0

0

Veilig Slim en Duurzaam

0

3.179.000

0

0

0

0

Afspraken werkgeversaanpak ihkv Samen

0

1.000.000

0

0

0

0

pilot Maas

0

413.000

0

0

0

0

Fietssnelroutes

0

768.000

0

0

0

0

Studie Voorne-Putten

0

75.000

182.500

0

0

0

Digitalisering overheden

0

562.000

0

0

0

0

regio Rotterdam

0

0

4.102.794

0

0

0

Spuk verkeersveiligheidsmaatregelen

0

5.412.728

0

0

0

0

Lijn 1 bijdrage HTM Scheveningseweg

0

4.217.146

0

0

0

0

57.377.591

20.089.105

7.540.294

16.916.250

20.821.064

0

Onderzoek mobiliteitstransitie en het wegennet No Regret pakket CID Binckhorst Maatregelen Grote Kruising/Algera (onderdeel

Bouwen aan Bereikbaarheid

Studiekosten MIRT-verkenning Oeververbindingen

Totaal

Overhead In 2020 worden de laatste incidentele uitgaven ten laste van de reserve Interne Kwaliteitsverhoging gedaan (€ 43.104). Het samenwerkingsverband Bereik! is gehuisvest in het kantoorpand van de MRDH. De MRDH belast een bedrag door inzake het gebruik van werkplekken (€ 43.857). Voor het ABRI-project belast de MRDH een bedrag van de overhead in zowel personeel als materieel door aan het project (€ 48.206). De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 het structureel begrotingssaldo te presenteren conform een voorgeschreven format. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenbegroting structureel in evenwicht zijn:

59

Projecten gefinancierd met incidentele bijdragen

bedragen in euro’s

Voorlopige Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1)

Saldo baten en lasten

8.182.984

92.657

-118.750

2.076.904

1.179.080

8.002.759

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

-8.182.984

-92.657

118.750

-2.076.904

-1.179.080

-8.002.759

0

0

0

0

0

0

Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)

7.470.870

1.126.723

0

2.076.904

1.179.080

8.002.759

Structureel begrotingssaldo

7.470.870

1.126.723

0

2.076.904

1.179.080

8.002.759

5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2022 is opgesteld overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en overeenkomstig de in de Financiële verordening opgenomen percentages berekend. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single Information Single Audit op basis van het baten- en lastenstelsel.

Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering OV-bedrijven Eind 2016 heeft de MRDH besloten om de financiering van activa en nieuwe investeringen betreffende railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van respectievelijk gemeenten Den Haag en Rotterdam, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed. Daartoe zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Hierdoor blijven, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Daarnaast heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen ingesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De hieruit voortvloeiende financiële gevolgen worden nader toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).

60

MRDH

●

Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!

Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer zijn conform de wettelijke vereisten. Concreet betekent dit dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De voorliggende begroting 2022 laat geen overbestedingstekorten zien. Deze voldoet daarmee aan het hiervoor genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Geprognosticeerde balanscijfers

bedragen in euro’s

Voorlopige Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

31-12-2021

31-12-2022

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

Materiële vaste activa (art. 35)

1.445.983

1.164.884

1.089.103

872.172

655.242

445.812

Investeringen met economisch nut

1.192.318

1.108.633

1.089.103

872.172

655.242

445.812

253.665

56.251

0

0

0

0

1.126.494.388

1.178.176.095

1.189.431.141

1.228.506.187

1.294.017.899

1.371.693.782

1.001

1.001

1.001

1.001

1.001

1.001

leningen

1.126.493.387

1.178.175.094

1.189.430.140

1.228.505.186

1.294.016.898

1.371.692.781

Totaal vaste activa

1.127.940.371

1.179.340.979

1.190.520.244

1.229.378.359

1.294.673.141

1.372.139.594

231.918.556

185.128.762

163.323.775

168.566.823

200.591.772

247.880.415

Vorderingen op openbare lichamen

44.298.622

45.000.000

45.000.000

45.000.000

45.000.000

45.000.000

Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist met een rente-

183.144.212

135.628.762

113.823.775

119.066.823

151.091.772

198.380.415

Overige vorderingen

4.475.722

4.500.000

4.500.000

4.500.000

4.500.000

4.500.000

Liquide middelen (art. 40)

3.548.767

3.500.000

3.500.000

3.500.000

3.500.000

3.500.000

Banksaldi

3.548.767

3.500.000

3.500.000

3.500.000

3.500.000

3.500.000

Overlopende activa (art. 40a)

139.305.312

88.423.876

53.410.152

44.065.228

34.720.304

25.400.000

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen

69.197.690

28.868.800

3.200.000

3.200.000

3.200.000

3.200.000

Activa Vaste activa

Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut Financiële vaste activa (art. 36) Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen en overige langlopende

Vlottende activa (art. 37) Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39)

typische looptijd korter dan één jaar

nog te ontvangen voorschotbedragen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

70.107.622

59.555.076

50.210.152

40.865.228

31.520.304

22.200.000

Totaal vlottende activa

374.772.634

277.052.638

220.233.927

216.132.051

238.812.076

276.780.415

Totaal activa

1.502.713.005

1.456.393.617

1.410.754.170

1.445.510.411

1.533.485.217

1.648.920.009

61

Geprognosticeerde balanscijfers

bedragen in euro’s

Voorlopige Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

31-12-2021

31-12-2022

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

30.206.327

30.298.983

30.180.233

32.257.137

33.436.217

41.438.976

Algemene reserve

100.000

100.000

100.000

100.000

100.000

100.000

Bestemmingsreserves

29.329.403

30.198.983

30.080.233

32.157.137

33.336.217

41.338.976

Gerealiseerde resultaat

776.924

0

0

0

0

0

Passiva Vaste passiva Eigen vermogen (art. 42/43)

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46)

1.127.554.201

1.178.175.094

1.189.430.140

1.228.505.186

1.294.016.898

1.371.692.781

1.126.475.889

1.178.175.094

1.189.430.140

1.228.505.186

1.294.016.898

1.371.692.781

1.078.312

0

0

0

0

0

1.157.760.528

1.208.474.077

1.219.610.373

1.260.762.323

1.327.453.115

1.413.131.757

looptijd korter dan één jaar (art. 48)

12.071.662

12.000.000

12.000.000

12.000.000

12.000.000

12.000.000

Overige schulden

12.071.662

12.000.000

12.000.000

12.000.000

12.000.000

12.000.000

Overlopende passiva (art. 49)

332.880.814

235.919.540

179.143.797

172.748.088

194.032.102

223.788.252

198.906.796

149.424.356

114.453.600

102.814.842

92.073.908

74.541.415

131.010.634

83.495.184

61.690.197

66.933.246

98.958.194

146.246.837

2.963.385

3.000.000

3.000.000

3.000.000

3.000.000

3.000.000

Totaal vlottende passiva

344.952.477

247.919.540

191.143.797

184.748.088

206.032.102

235.788.252

Totaal passiva

1.502.713.005

1.456.393.617

1.410.754.170

1.445.510.411

1.533.485.217

1.648.920.009

Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Totaal vaste passiva

Vlottende passiva (art. 47) Netto-vlottende schulden met een rentetypische

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen

62

MRDH

●

Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!

EMU-saldo De voorgeschreven berekening van het EMU-saldo is voor de jaren 2021 t/m 2025 opgenomen in de volgende tabel. EMU-saldo

bedragen in euro’s

Voorlopige Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

2021

2022

2023

2024

2025

uit reserves

8.182.984

92.657

-118.750

2.076.904

1.179.080

8.002.759

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

1.335.337

324.515

183.351

127.101

127.101

127.101

0

-106.000

-183.000

0

0

0

9.518.321

311.172

-118.399

2.204.005

1.306.180

8.129.860

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Berekend EMU-saldo

Het negatieve begrote EMU-saldo voor 2022 betekent dat het totaal aan uitgaven, inclusief uitgaven aan investeringen, hoger is dan het totaal aan inkomsten. Vooralsnog is er geen sanctie op overschrijding van het EMU-saldo bij begroting.

Arbeidskostengerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat inzage wordt gegeven in jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. De verschuldigde bedragen wegens vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen worden sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar, waarin zij zijn verschuldigd. In de begroting 2022 zijn geen bedragen opgenomen en/of gereserveerd voor niet opgenomen vakantie- en verlofrechten. Ten tijde van het opmaken van deze begroting 2022 waren er geen afspraken en/of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- en/of afvloeiingsuitkeringen in 2022. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen anders dan door hogere premies.

Investeringen Voor een overzicht van de waardering en het onderhoud van de aanwezige en nieuw te investeren materiële vaste activa wordt verwezen naar hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen). Financiering Voor een uitvoerige toelichting op dit item wordt verwezen naar hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2020 t/m 2025 is opgenomen in hoofdstuk 6 (Staat van reserves en fondsen).

63

Hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2020-2025 Staat van reserves en fondsen 2020-2025

bedragen in euro’s

Voorlopige

Raming

Raming

Jaarrekening

Raming

Raming

Raming

Raming

toevoeging

onttrekking

saldo

toevoeging

onttrekking

saldo

20201)

2021

2021

31-12-2021

2022

2022

31-12-2022

Reserve weerstandsvermogen EV 100.000

0

0

100.000

0

0

100.000

Egalisatiereserve EV 4.233.050

0

1.034.066

3.198.984

0

118.750

3.080.234

Omschrijving Reserves

Reserve interne kwaliteitsverhoging 0 Risicoreserve financieringen 25.873.277

1.126.723 26.999.999

0

0

26.999.999

Subtotaal reserves 30.206.327

1.126.723

1.034.066

30.298.983

0

118.750

30.180.233

535.105.696

582.621.146

83.495.184

533.531.530

555.336.518

61.690.197

Fondsen BDU 131.010.634

Mobiliteitsfonds 0 Subtotaal fondsen 131.010.634 535.105.696 582.621.146

83.495.184 533.531.530 555.336.518

61.690.197

Totaal-Generaal 161.216.961 536.232.419 583.655.212 113.794.167 533.531.530 555.455.268 1)

91.870.430

Inclusief voorstel resultaatbestemming.

Staat van reserves en fondsen 2020-2025

bedragen in euro’s

Raming

Raming

Raming

Raming

Raming

Raming

Raming

Raming

Raming

toevoeging

onttrekking

saldo

toevoeging

onttrekking

saldo

toevoeging

onttrekking

saldo

2023

2023

31-12-2023

2024

2024

31-12-2024

2025

2025

31-12-2025

vermogen EV

0

0

100.000

0

0

100.000

0

0

100.000

Egalisatiereserve EV

0

0

3.080.234

0

0

3.080.234

0

0

3.080.234

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2.076.904

0

29.076.903

1.179.080

0

30.255.983

8.002.759

0

38.258.742

Omschrijving Reserves Reserve weerstands-

Reserve interne kwaliteitsverhoging Risicoreserve financieringen

0 0 0 Subtotaal reserves

2.076.904

0

32.257.137

1.179.080

0

33.436.217

8.002.759

0

41.438.976

0 0 0 Fondsen 0 0 0 BDU en Mobiliteitsfonds

542.124.902

536.881.854

66.933.246

546.330.975

514.306.027

98.958.194

525.264.648

477.976.005

146.246.837

0 0 0 Subtotaal fondsen

542.124.902 536.881.854

66.933.246 546.330.975 514.306.027

Totaal-Generaal

544.201.806 536.881.854

99.190.383 547.510.055 514.306.027 132.394.411 533.267.408 477.976.005 187.685.813

64

MRDH

●

98.958.194 525.264.648 477.976.005 146.246.837

Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!

Toelichting staat van reserves en fondsen Reserve weerstandsvermogen EV Zie de toelichting in hoofdstuk 4.3. Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat voornamelijk de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2015. Reserve interne kwaliteitsverhoging Deze reserve is in 2018 gevormd en is bestemd voor noodzakelijke investeringen in ICT (onder meer door de overgang naar een nieuwe provider), de inrichting van een geïntegreerde projectadministratie en de automatisering en digitalisering van meerdere werkprocessen. De reserve is eind 2020 volledig besteed. Risicoreserve financieringen Voor meer informatie over de wijze waarop deze reserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 4.3). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de wet Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds zijn opgenomen in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen betreffen de BDU-bijdragen aan de exploitatie in de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten? programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer) en 2.2.2 (Wat gaat het kosten? programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer).

Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats ter dekking van de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer (hoofdstuk 3.2).

65

Hoofdstuk 7 Inwonerbijdragen per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2022 een bijdrage in het kader van het versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel zijn de bijdragen per gemeente opgenomen: bedragen in euro’s

Aantal inwoners per

Bijdrage

Totaal inwoner-

1-1-2021

1)

per inwoner

bijdrage 2022

Albrandswaard

25.799

2,77

71.463

Barendrecht

48.637

2,77

134.724

Brielle

17.423

2,77

48.262

Capelle aan den IJssel

67.315

2,77

186.463

Delft

103.588

2,77

286.939

Den Haag

547.757

2,77

1.517.287

Hellevoetsluis

40.296

2,77

111.620

Krimpen aan den IJssel

29.396

2,77

81.427

Lansingerland

63.338

2,77

175.446

Leidschendam-Voorburg

76.417

2,77

211.675

Maassluis

33.551

2,77

92.936

Midden-Delfland

19.409

2,77

53.763

Nissewaard

85.403

2,77

236.566

Pijnacker-Nootdorp

55.668

2,77

154.200

Ridderkerk

46.665

2,77

129.262

Rijswijk

55.205

2,77

152.918

Rotterdam

652.541

2,77

1.807.539

Schiedam

79.356

2,77

219.816

Vlaardingen

73.925

2,77

204.772

Wassenaar

26.939

2,77

74.621

Westland

111.366

2,77

308.484

Westvoorne

14.903

2,77

41.281

125.265

2,77

Gemeente

Zoetermeer Totaal 1)

2.400.162

346.984 6.648.448

Bron: CBS StatLine. Info van 7-03-2021.

De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2021 met € 0,05 (Kadernota MRDH begroting 2022) naar € 2,77 per inwoner. De inwonerbijdrage EV bedraagt in 2022 € 6,6 miljoen en wordt voor € 5,2 miljoen verantwoord als baten ter dekking van de lasten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (Wat gaat het kosten? hoofdstuk 2.3.2). Daarnaast wordt ter dekking van de kosten van overhead gerelateerd aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) € 1,4 miljoen ingezet.

66

MRDH

●

Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!

Hoofdstuk 8 Besluit De begroting 2022 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2023-2025;

Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 9 juli 2021

de secretaris, Wim Hoogendoorn

de voorzitter, Ahmed Aboutaleb

67

Bijlage 1

Indicatoren In het Besluit Begroting en Verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is bij ministeriële regeling een set van verplichte beleidsindicatoren vastgesteld. De insteek van deze set is dat de hiervoor benodigde informatie met een zo gering mogelijke inspanning beschikbaar is (via de website Waarstaatjegemeente.nl). Met ingang van 29 december 2018 is in de ministeriële regeling een aantal indicatoren komen te vervallen, waaronder de indicatoren voor het taakveld Verkeer en Vervoer. Voor het taakveld Economie maken de volgende indicatoren onderdeel uit van de regeling: ‘Functiemenging’ en ‘Vestigingen (van bedrijven)’. Voor deze begroting wordt ervan uitgegaan dat de deelnemende gemeenten zelf verantwoording afleggen over de indicatoren voor het taakveld Economie, omdat dit geen wettelijke taak betreft van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. In deze begroting worden wel de verplichte indicatoren met betrekking tot bestuur/bedrijfsvoering opgenomen. Zie hiervoor onderstaande tabel. Taakveld

Indicator

1. Bestuur en ondersteuning

Periode

Waarde B2022

Waarde B2021

Formatie

2021

0,037 fte

0,037 fte

per 1000 inwoners

per 1000 inwoners

per 1000 inwoners

Bezetting

1 januari 2021

0,036 fte

0,035 fte

per 1000 inwoners

per 1000 inwoners

per 1000 inwoners

2. Bestuur en ondersteuning 3. Bestuur en ondersteuning

2022

€ 5,02

€ 5,03

per inwoner

per inwoner

2020

7,48%

5,8%

van de totale loonsom

van de totale loonsom

4. Bestuur en ondersteuning

Apparaatskosten Externe inhuur

5. Bestuur en ondersteuning

1,14%

1,23%

van de totale lastenbegroting

Overhead

2022

van de totale lastenbegroting

Ad 1) In de begroting 2022 bedraagt de formatie 89,6 fte. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2021 2.400.162 (zie hoofdstuk 7). Ad 2) De bezetting per 1 januari 2021 bedraagt 86,6 fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2021 2.400.162 (zie hoofdstuk 7). Ad 3) De totale begrote apparaatskosten bedragen in 2022 € 12.039.303 (zie hoofdstuk 4.5). Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2021 2.400.162 (zie hoofdstuk 7). Ad 4) de totale loonsom bedroeg in 2020 € 8.261.149. De externe inhuur bedroeg in 2020 € 617.997. Voor 10% betreft deze inhuur medewerkers van de aangesloten gemeenten. Ad 5) In de Begroting 2022 bedraagt de overhead € 6.695.364 (zie 3.2 Overhead). De totale lasten bedragen € 585.709.714 (zie hoofdstuk 1). De indicator is voornamelijk afhankelijk van de totale lasten van de begroting. Die kan vanwege de realisatie van grote infrastructurele projecten schommelen. De kosten van overhead volgen de verwachte materiële en personele prijsontwikkeling.

68

MRDH

●

Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!

Bijlage 2

Investeringsprogramma Vervoersautoriteit 2022 Inhoudsopgave 1. Inleiding, achtergronden en kaders

70

2. Financiële samenvatting

74

3. Integrale programma’s

75

4. Programma’s en projecten Openbaar Vervoer

83

1.1 1.2 1.3 1.4

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Inleiding Werkgebied van de Vervoersautoriteit Van beleid naar uitvoering Uitgangspunten en randvoorwaarden

Programma’s Openbaar Vervoer Verkenningen en studies Openbaar Vervoer Planstudies Openbaar Vervoer Uitwerkingen Openbaar Vervoer Realisatie Openbaar Vervoer

70 71 72 72

84 87 93 97 100

5. Programma’s en projecten Verkeer

103

6. In 2020 en 2021 in gebruik genomen projecten

116

5.1 5.2 5.3 5.4

Programma’s Verkeer Verkenningen en planstudies Verkeer Uitwerkingen Verkeer Realisatie Verkeer

Bijlagen A B1 B2 B3 C D E F G H I J

Grote projecten Kleine projecten: lopende subsidiebeschikkingen per subsidieontvanger Kleine projecten: Aanmeldingen 2021 In 2020 en 2021 afgesloten projecten Korte Termijn Aanpak MoVe 2020-2023 Automated Vehicles Last Mile (AVLM) R-net ITS-projecten Prioritaire Metropolitane Fietspaden InnOVatie Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid, beleidsuitwerking Afkortingenlijst

104 109 111 112

120

121 124 137 142 146 149 151 153 154 156 157 158

69

Hoofdstuk 1 Inleiding, achtergronden en kaders 1.1 Inleiding De Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voert de verkeer- en vervoerstaken binnen de Metropoolregio uit, waaronder het ontwikkelen van beleid en het realiseren en subsidiëren van investeringsmaatregelen binnen de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) is de concrete uitwerking van de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid, gericht op het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. De begroting is op basis van de voortgang van werkzaamheden, de bijlagen van het IPVa blijven gestoeld op het te verwachten kasritme. Hiermee beogen we duidelijkheid te verschaffen aan subsidieaanvragers of er al een voorschot is aangevraagd en wat de omvang is van de resterende financiële verplichting. Het IPVa beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden: in de vorm van te verlenen subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten. Hiervoor zijn met name de 23 gemeenten en de provincie Zuid-Holland geconsulteerd.

Tegelijkertijd is in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) door het Rijk en de regiopartners afgesproken om in te zetten op het Gebiedsprogramma Rotterdam - Den Haag voor zowel de korte termijn als voor de middellange termijn. Hoofdstuk 3 geeft daar een korte beschrijving van. Het programma voor de Korte Termijn Aanpak tot en met 2022 valt onder de hoede van de Programmaraad MoVe (Mobiliteit en Verstedelijking). Het Rijk stelt budget beschikbaar wanneer het een prioriteit is uit het regeerakkoord, of als het gaat om potentiële opgaven uit de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA), en wanneer de regio bereid is tot cofinanciering. Om programma’s en projecten in aanmerking te laten komen voor Rijksbijdragen, zal de regio dus ook zelf budgetten beschikbaar moeten stellen. Hoofdstuk 4 is gericht op openbaar vervoer (OV). Naast specifieke programma’s is een fasering van onderwerpen opgenomen, van verkenning tot en met de realisatiefase. Daar waar verkenningen soms zijn ondergebracht in verschillende programma’s, en de besluitvorming over het afronden van een fase nog niet afgerond is, is gekozen voor een zo logisch mogelijke rubricering ten bate van de leesbaarheid.

Hoofdstuk 5 omvat programma’s en projecten op het gebied van auto, fiets, Automated Vehicles Last Mile (AVLM), verkeersveiligheid en Intelligente Transport Systemen (ITS). Hoofdstuk 6 geeft het beeld van grote of bijzondere projecten die in 2020 en 2021 zijn opgeleverd en in gebruik genomen. De kleine projecten zijn opgenomen in de bijlagen, zodat het IPVa compact en leesbaar blijft.

70

MRDH

●

Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!

1.2 Werkgebied van de Vervoersautoriteit De geografische grenzen en gemeenten zijn op onderstaand kaartje aangegeven. De gemeenteraden van Hellevoetsluis, Westvoorne en Brielle hebben in december 2020 het herindelingsontwerp vastgesteld. Daarmee komt een fusie van deze gemeenten per 1 januari 2023 in zicht.

Gemeenten MRDH

71

1.3 Van beleid naar uitvoering In de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid 2016-2025 (UAB) is het centrale thema “Versterking agglomeratiekracht” uitgewerkt naar ambities qua bereikbaarheid, kansen voor mensen, duurzaamheid, kwaliteit van plekken, efficiency en kwaliteit van de netwerken van weg, openbaar vervoer en fiets. Na de vaststelling van de UAB zijn deze eisen verder geconcretiseerd en worden samen met de gemeenten uitgewerkt tot concrete maatregelen. Er zijn programma’s opgesteld voor: ● Implementatie R-net; ● Automated Vehicles Last Mile (AVLM); ● Intelligente Transport Systemen (ITS); ● Korte Termijn Aanpak 2020 - 2022 en 2021-2023; ● InnOVatie; ● Prioritair Metropolitaan fietsnetwerk. Het programma ITS wordt in 2021 afgerond en komt in de begroting 2022 te vervallen. De mogelijkheden tot subsidie, verlopen vanaf 2022 via het programma Kleine projecten. In 2021 volgt nog een programma met een scope voor CO2-reductie. Voor Ketenmobiliteit annex OVknooppunten is in juni een beleidskader vastgesteld waarbij concrete projecten via de gebruikelijke procedure worden opgenomen als grote of kleine projecten. In bijlage I zijn de nog resterende beleidsuitwerkingen kort weergegeven.

1.4 Uitgangspunten en randvoorwaarden Wat we willen bereiken is dat het IPVa inzicht geeft in de belangrijkste projecten en de relevante wijzigingen. We houden het leesbaar door ons in de tekst te beperken tot de hoofdlijnen. In de bijlagen worden de investeringen en bestedingen gedetailleerder weergegeven. De exploitatiekosten openbaar vervoer, beheer- en onderhoudskosten, jaarlijkse bijdragen aan gelieerde partijen en apparaatslasten worden betaald vanuit de BDU-gelden, maar zijn geen projectmatige investeringen. Om die reden maken deze geen onderdeel uit van het IPVa. Naast de UAB, heeft het IPVa een basis in de Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018 en de bijbehorende Uitvoeringsregeling.

72

MRDH

●

Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!

Fasering Verkenningen

Er is een probleem geconstateerd, waarbij in een verkenning het nut en de noodzaak van mogelijke oplossingen wordt onderzocht.

Planstudies

Na een afgeronde verkenning is een potentiële oplossing voorhanden. De effecten en kosten zijn indicatief bekend, maar er is nog geen dekking. De planning heeft een bandbreedte van enige jaren en er is nog geen aangewezen projectorganisatie.

Uitwerkingsfase

Voor het project heeft de MRDH een aanmelding van de wegbeheerder getoetst en opgenomen in het IPVa. De planning is tot 1 à 2 jaar nauwkeurig. Het project kan eventueel afvallen als blijkt dat er (nog) geen of onvoldoende geld beschikbaar is om het project uit te voeren en af te ronden.

Realisatiefase

Het project is getoetst en (bijna) beschikt conform de verordening. De planning en uitvoeringstermijn zijn bekend.

Vaststelling

Het project is afgerond en de eindafrekening wordt ingediend. De Vervoersautoriteit verzorgt de financiële vaststelling.

In het onderstaande plaatje is deze volgordelijkheid schematisch aangegeven, met daarbij de momenten dat er budget wordt opgenomen in het meerjarenbeeld of in de begroting. Voor het opnemen van budget in de begroting is een besluit van het AB vereist. Preverkenning Geen opname MJB Verkenning Opname MJB Planstudie Opname MJB Uitwerking Opname Begroting Realisatie Opname Begroting

73

Hoofdstuk 2 Financiële samenvatting De projecten en de organisatie van de Vervoersautoriteit worden grotendeels bekostigd uit de reguliere rijksbijdrage, de zogenaamde Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Om te bepalen of er over een looptijd van vier jaar voldoende middelen voorhanden zijn om alle kosten te dekken, wordt in de begroting een aanname gedaan voor het programma Kleine projecten op basis van de bestedingen in voorgaande jaren. Voor de gehele regio hanteren we voor 2022 een subsidieplafond van € 30 miljoen voor het programma Kleine projecten. Kleine projecten kennen een subsidiegrens van € 5 miljoen subsidiabele kosten voor OV-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor overige projecten. Kleine projecten kunnen uit de gehele range van auto, fiets, ketenmobiliteit, verkeersveiligheid en kleine OV-projecten komen. In het budget zijn ook de reserveringen begrepen voor verkeerseducatie en investeringen in infrastructuur die door de MRDH zelf worden opgedragen. Binnen de financiële administratie van de MRDH is de bron van diverse geldstromen en fondsen vastgelegd, zoals extra bijdragen van het ministerie van IenW in het kader van het MIRT (gebiedsprogramma) en nog lopende bijdragen voor programma’s als het Actieprogramma Regionaal Openbaar Vervoer. Daarnaast kunnen er ook bijdragen van andere overheden of derden via de MRDH worden ingezet.

In dit IPVa zal dat alleen zichtbaar zijn wanneer het relevant is voor de programma’s waar budget voor wordt gevoteerd. Afgeronde subsidieprogramma’s waar geen subsidie meer uitvloeit, worden niet meer vermeld. Voor het IPVa 2022 gelden de volgende randvoorwaarden: ● Binnen het jaarlijkse budget voor Kleine projecten is er geen aparte oormerking voor fiets- en ketenmobiliteit, educatie, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur en openbaar vervoer. ● Als er ruimte ontstaat binnen enig programma omdat een subsidie niet wordt aangevraagd of lager wordt beschikt, dan blijft deze financiële ruimte gedurende het jaar beschikbaar voor het betreffende programma.

74

MRDH

●

Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!

Hoodfstuk 3 Integrale programma’s Een programma is een geheel van samenhangende projecten, dat op een bepaald beleidsterrein van het verkeer- en vervoerbeleid uit de UAB betrekking heeft. Een programma wordt opgenomen in het IPVa nadat de bestuurscommissie Vervoersautoriteit besloten heeft tot het instellen daarvan. Een programma hoeft niet automatisch van een budget te zijn voorzien. Voorwaarden voor het instellen van een programmabudget zijn een besluit van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit inclusief een dekkingsvoorstel dat past binnen de begroting die door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Er zijn ook diverse samenwerkingsprogramma’s. Een samenwerkingsprogramma is een geheel van projecten gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst van de MRDH met meerdere partijen, met als doel het realiseren van een bepaalde beleidsdoelstelling passend binnen de UAB. Een voorbeeld daarvan is de Korte Termijn Aanpak MoVe 2020-2022 en 2021-2023, een kortlopend programma in uitvoering in samenwerking met het ministerie van IenW en de provincie Zuid-Holland. In dit hoofdstuk is de indeling aangehouden van integrale programma’s, programma’s voor openbaar vervoer, fiets- en ketenmobiliteit, autoverkeer en intelligente transportsystemen/innovatie.

Naast bovenstaande programma’s is er natuurlijk ook het programma Kleine Projecten met projecten waarvan de omvang van de subsidie kleiner is dan € 5 miljoen. Deze projecten vallen onder fiets- en ketenmobiliteit, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur, of openbaar vervoer. Vanwege de beperkte omvang is verkeersveiligheidseducatie, en wordt ITS, financieel ondergebracht in het programma Kleine projecten. In de hoofdstukken OV en Verkeer worden de programma’s beschreven die specifiek betrekking hebben op OV en Verkeer. Korte Termijn Aanpak Mobiliteit en Verstedelijking 2020-2023 Doelstelling S.A.

Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen

Planning

Realisatie 2020-2023

Investering

€ 62,2 miljoen, oplopend tot maximaal € 100 miljoen

Subsidie MRDH

€ 20,8 miljoen, oplopend tot maximaal € 30 miljoen

Rol MRDH

Subsidieverlener en coördinatie tussen gemeenten en MoVe

De Korte Termijn Aanpak Mobiliteit en Verstedelijking (KTA MoVe) is een onderdeel van het Gebiedsprogramma ‘Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe)’. De KTA bevat korte-termijn maatregelen die een bijdrage leveren aan doelen en opgaven van het gebiedsprogramma. Voor de periode 2020-2023 is door de Programmaraad MoVe een pakket van circa € 62,2 miljoen samengesteld met input van gemeenten en andere regionale partijen. Tussen Rijk, provincie en de MRDH zijn afspraken gemaakt over inhoud en bijdragen voor 2020 tot en met 2023. Dit programma vindt u terug in de bijlagen als KTA MoVe 2020-2022 en 2021-2023. Van de geoormerkte bijdrage van € 30 miljoen van de MRDH wordt € 1.758.000 ingezet voor de voorbereidingskosten verkenning Oeververbinding, zodat voor KTAafspraken vanaf 2022 nog € 7,3 miljoen resteert.

75

De projecten van de KTA zijn getoetst aan een aantal basisvoorwaarden: ● bijdrage aan de doelen van het bovengenoemde Gebiedsprogramma en in het bijzonder de opgaven van de prioritaire gebieden (Rotterdam, Westland, Middengebied rondom Zoetermeer, en VoornePutten); ● passend binnen de bestaande beleidskaders van Rijk en regio, waaronder het duurzaam versterken van de economie en concurrentiekracht; ● uitvoerbaarheid: kan het project binnen de termijn gefinancierd en gerealiseerd worden. De KTA richt zich op korte termijnprojecten van de vijf opgaven binnen MoVe: ● Westland ● Voorne-Putten ● Middengebied (Zoetermeer - Gouda - Rotterdam - Delft) ● Oeververbinding Rotterdam ● Binckhorst. Bij Den Haag zijn projecten opgenomen in een pakket met No Regret-maatregelen Binckhorst, er zijn afgelopen MIRT geen KTA-projecten toegewezen. Daarnaast streven Rijk en regio naar versterking van het OV onder de noemer Adaptieve Ontwikkelstrategie OV en Verstedelijking. Er is ook ruimte voor gedragsmaatregelen, waarvan de praktische uitvoering is belegd bij twee uitvoeringsorganisaties: de Verkeersonderneming en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland. Er zijn gesprekken gaande voor bundeling van deze organisaties en voor meerjarige bekostiging van activiteiten door het Rijk en regionale partijen.

De besluitvorming voorzien we in de loop van 2021, waarbij tegelijkertijd de wijze van bekostigen wordt vastgelegd. Slimme bereikbaarheidsmaatregelen kunnen extra capaciteit op het wegennet realiseren zonder te investeren in nieuwe infrastructuur. Een betere benutting wordt mogelijk door afspraken met het bedrijfsleven te maken (mobiliteitsmanagement) en door technische maatregelen (dynamisch verkeersmanagement).

76

MRDH

●

Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!

Central Innovation District-Binckhorst, No Regret-maatregelen Doelstelling S.A.

Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties

Planning

Realisatie 2020-2025

Investering

€ 137,7 miljoen

Subsidie MRDH

€ 41,1 miljoen

Rol MRDH

Subsidieverlener

In november 2019 is een bestuursovereenkomst ondertekend over de No-Regret-maatregelen voor het Central Innovation District (CID)-Binckhorst. Het Rijk, de MRDH, gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland en Leidschendam-Voorburg hebben zich gecommitteerd aan bijdragen, planning en het oprichten van een uitvoeringorganisatie om de No Regret-maatregelen te realiseren. De lijst met 16 projecten wordt uitgevoerd tussen 2020 en 2025. De financieel omvangrijkste projecten zijn de ombouw en aanpassing van spoorviaducten voor een nieuwe HOV-baan, de HOV-baan zelf tussen de Mercuriusweg en Zonweg, de fietssnelweg Verlengde Velostrada, de fietsroute Trekvliettracé, een tijdelijke uitbreiding meerlaagse fietsenstalling bij station Laan van NOI, Mobility hubs en het herinrichten van de Waldorpstraat tussen station HS en de Binckhorst. De complete lijst van projecten is beschreven in het Realisatieplan van 16 juli 2019, vastgesteld in het BO-MIRT van november 2019. De planning van de ombouw van de spoorviaducten is afhankelijk van de planning van ProRail, waarbij rekening wordt gehouden met bepaalde blokperiodes dat het spoor afgesloten wordt. Om die reden kan de planning voor dat project nog niet hard worden gemaakt. In 2020 is een verdere toedeling van de gemaximeerde budgetten per verstrekker gemaakt.

De maximale bijdragen zijn: IenW € 45,7 miljoen, MRDH € 41,1 miljoen, Den Haag € 39 miljoen, provincie Zuid-Holland € 8,9 miljoen en Leidschendam-Voorburg € 3 miljoen. De subsidie van de MRDH aan het No Regret-pakket is onderdeel van MIRT-verkenning Schaalsprong regionale bereikbaarheid CID-Binckhorst.

77

MIRT-verkenning Schaalsprong regionale bereikbaarheid CID-Binckhorst Doelstelling S.A.

Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen

Top-eis

Concurrerende economie, Kansen voor mensen, duurzame regio

Thema

Verstedelijking, reistijdverkorting, capaciteitsvergroting, CO2-reductie

Fase:

Verkenning

Planning

Verkenning gereed eind 2021, realisatie No Regret-pakket 2020-2025

Investering

Circa € 419 miljoen, waarvan voor No Regret € 137 miljoen

Subsidie MRDH

Indicatie € 48,5 miljoen + aandeel resterend benodigde dekking

Rol MRDH

Mede-opdrachtgever verkenning, penvoerder is Den Haag

De centrale doelstelling voor deze MIRT-verkenning is het ontwikkelen van een voorkeursalternatief voor het verbeteren van de duurzame bereikbaarheid van het gebied Central Innovation District (CID)Binckhorst. Het verbeteren van de bereikbaarheid met het OV en langzaam verkeer van het gebied is een voorwaarde voor het kunnen ontwikkelen van 23.300 woningen en 30.000 arbeidsplaatsen in het gebied. Het levert ook een belangrijke bijdrage aan het oplossen van NMCA-knelpunten in het OV in het gebied en de versterking van de agglomeratiekracht, ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid, kansen voor mensen en opgaven ten aanzien van duurzaamheid en klimaat en aan de mobiliteitstransitie in de regio Rotterdam Den Haag. Het plangebied van de MIRT-verkenning CID-Binckhorst (Den Haag) beslaat globaal het gebied tussen en rondom de drie Haagse intercitystations, aansluitend op het bestaande kantorencluster, inclusief het gehele transitiegebied Binckhorst tot en met station Voorburg. Het studiegebied beschouwt de regionale context waaronder de gemeenten Rijswijk en Leidschendam-Voorburg, Zoetermeer, Pijnacker-Nootdorp en Delft. De verwachte doorlooptijd van de verkenning is twee jaar. De eerste fase van de verkenning (zeef 1) is in het najaar van 2019 afgerond. Naar verwachting kan op basis van de gehele verkenning eind 2021 een voorkeursbesluit genomen worden.

In het BO-MIRT van najaar 2020 is een formele MIRT-startbeslissing genomen, met een budgetreservering door betrokken partijen van in totaal € 150 miljoen. Deze reservering betreft een dekking van 75% van de verwachte kosten en is verdeeld over de gemeente Den Haag (€ 50 miljoen), Rijk (€ 50 miljoen), gemeente Leidschendam-Voorburg (€ 1,5 miljoen) en de MRDH ( €48,5 miljoen). Afhankelijk van het voorkeursbesluit voeren projectpartners overleg om tot volledige financiële dekking van de voorkeursvariant te komen. Over een eventuele additionele bijdrage van de MRDH daaraan, en de hoogte ervan, vindt aparte besluitvorming plaats.

78

MRDH

●

Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 Samen aan het werk!

Slim en Schoon naar Stad en Strand Doelstelling S.A.

Verbetering kwaliteit en efficiency OV, kansen voor mensen

Fase

Planstudie

Planning

Realisatie tot 2027

Investering

€ 30 miljoen

Subsidie MRDH

€ 5 miljoen

Rol MRDH

Subsidieverlener en ondersteunend aan Den Haag, HTM, NS

Dit dossier is een samenwerking met de gemeente Den Haag, HTM, NS en de MRDH en is gericht op nieuwe en duurzame vervoersoplossingen met OV, fiets, auto tussen de drie NS-stations en Scheveningen. Ideeën daarvoor zijn: versnellingsmaatregelen tramlijn 9 inclusief een intercitytram tijdens stranddagen, deelmobiliteitshubs en een reizigersverwijssysteem vanaf de stations Laan van NOI, Centraal Station en Hollands Spoor naar het strand. De betrokken partijen hebben in een overeenkomst (vastgesteld door de BCVa februari 2021), vastgelegd totaal maximaal € 30 miljoen te investeren tussen 2021 en 2027, gericht op slimme en duurzame mobiliteitsoplossingen in het gebied op en bij de Haagse treinstations en de relatie naar de kust. Op basis daarvan starten de vier organisaties elk hun eigen projecten, dan wel subsidiëren zij elkaars projecten. De financiële inbreng van de NS is € 15 miljoen, van Den Haag € 10 miljoen, de MRDH € 5 miljoen; HTM niet.

79

MIRT-verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam Doelstelling S.A.

Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen

Top-eis

Kansen voor mensen, Concurrerende Economie, CO2-reductie

Thema

Verstedelijking, Reistijdverkorting, Capaciteitsvergroting

Fase:

Verkenning

Planning

Verkenning 2021 en 2022, Realisatie 2024-2028

Investering

“Meest voor de hand liggende variant” is € 687 miljoen, inclusief Algeracorridor

Subsidie MRDH

Indicatie € 100 miljoen + aandeel resterend benodigde dekking

Rol MRDH

Mede-opdrachtgever verkenning, penvoerder is Rotterdam

Rijk en regio hebben tijdens MIRT-verkenning Oeververbinding regio Rotterddam het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) besloten een MIRT-verkenning te starten. Het centrale doel van deze verkenning is het ontwikkelen van een voorkeursalternatief voor de verdere (OV-gerelateerde) verstedelijking van de Rotterdamse regio in combinatie met het oplossen van NMCA-knelpunten op de A16/Van Brienenoordcorridor, het knelpunt Algeracorridor en De NMCA knelpunten in het Rotterdamse OV-netwerk. De verkenning richt zich op mogelijkheden in het oostelijk deel van de Rotterdamse regio om de (multimodale) bereikbaarheid te verbeteren door onder andere het realiseren van een extra oeververbinding. Andere doelen die in de verkenning worden meegenomen zijn de kansen voor verstedelijking en toplocaties, kansen voor mensen in met name Rotterdam-Zuid en de stedelijke leefkwaliteit. Concrete onderzoekpunten zijn de Algeracorridor, de mogelijkheden voor Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) in de Maastunnel en maatregelen op de A16. De meest voor de hand liggende variant bestaat uit een multimodale oeververbinding, een HOV-verbinding Kralingse Zoom-Zuidplein, een nieuw station Stadionpark, maatregelen op de A16 en op de Algeracorridor. In het BO-MIRT van november 2020 is de startbeslissing genomen en de notitie Reikwijdte en Detailniveau vastgesteld.

De MIRT-verkenning is gericht op de nadere uitwerking van bereikbaarheids­ maatregelen om vervolgens te komen tot een voorkeursalternatief en besluitvorming daarover. De verwachte doorlooptijd van de MIRT-verkenning Oeververbinding regio Rotterdam is ca.1,5 tot 2 jaar, dus tot medio 2021. Rijk en regio hebben samen € 526 miljoen euro gereserveerd voor deze maatregelen: de minimale zekerstelling van 75% om de verkenning te starten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10538684/1