15. Begroting MRDH 2026 - bijlage I
Tekst van het document
Onderstaande tabel toont de geraamde jaarbedragen die we ontvangen binnen de kaders van deze begroting op prijspeil 2025: Bedragen in euro’s 2024
2025
2026
2027
2028
2029
618.317.054
718.331.791
697.036.018
697.036.018
697.036.018
697.036.018
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
Voor een nadere toelichting zie de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).
42
3.2 Overhead In lijn met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt de overhead apart van de programma’s weergegeven. De aparte weergave maakt de overhead inzichtelijker en maakt het makkelijker om de uitgaven van de organisaties hieraan onderling te vergelijken. In de programma’s wordt alleen het deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces. De commissie BBV heeft in december 2023 een nieuwe ‘Notitie Overhead 2023’ gepubliceerd. Dit is een actualisatie van de notitie overhead uit 2016. De nieuwe notitie gaat in op de inhoud en reikwijdte van het begrip ‘overhead’, zoals voorgeschreven in artikel 1 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV). Deze nota legt de kaders vast voor de bepaling van de (toe te rekenen) overhead volgens de nieuwe BBV-notitie Overhead. De definitie van overhead uit artikel 1 van het BBV duidt de nieuwe notitie van de Commissie BBV als volgt: ‘het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies
ondersteunende functie op een veelheid aan inhoudelijke of personele taken in het primaire proces. Vanaf begrotingsjaar 2026 worden deze functies toegerekend aan de betreffende programma’s in plaats van aan overhead. Voor de MRDH betekent dit dat de volgende salarislasten als overhead worden geclassificeerd: alle functies, ook management en secretarieel, binnen de bureaus Financiën & Control, Strategie & Bestuur en Interne Dienstverlening; overig management: de secretaris-algemeen directeur.
• •
Zie hoofdstuk 4.5 paragraaf bedrijfsvoering voor een toelichting op de organisatie van de MRDH. Daarnaast worden de materiële bedrijfsvoeringsbudgetten ook tot de overhead gerekend. Het wel of niet beschouwen van kosten als overhead heeft geen invloed op financiële dekking. Het betreft alleen een andere manier van presenteren.
ondersteunen.’ Conform het advies van de commissie BBV, heeft de MRDH een aparte Beleidsnota Overhead 2024 opgesteld. De beleidsnota legt kaders vast voor de bepaling van overhead en de toe te rekenen overhead aan diverse onderdelen. Het algemeen bestuur van de MRDH heeft de beleidsnota op 6 december 2024 vastgesteld. Hierdoor wordt in de Beleidsbegroting en Jaarstukken volstaan met een overzicht van de doelstellingen en de actuele stand van zaken. Deze nota is van toepassing met ingang van het begrotingsjaar 2026, conform de BBV-notitie Overhead. Dit betreft zowel de personele als de materiële kosten. Volgens de Notitie Overhead 2023 van de commissie BBV zijn alle functies die onderdeel zijn van een specifieke taak in een taakveld geen onderdeel meer van de overhead. Denk hierbij aan de managers, adjunct-managers en secretaresses van de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer en de manager en secretaresse van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat. Deze medewerkers hebben een sturende of Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
De salariskosten van alle medewerkers, inclusief management en secretariaat, van de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer worden bijvoorbeeld bekostigd door de rijksmiddelen BDU. De salariskosten, wederom inclusief management en secretariaat, van alle medewerkers van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat worden bekostigd door de inwonerbijdrage EV. Dit is niet gewijzigd op basis van de nieuwe Notitie Overhead 2023. Het relatieve formatiebudget van het primaire proces wordt, net als in de Begroting 2025, gebruikt om de salariskosten van stafbureaus (inclusief secretaris-algemeen directeur) en overige bedrijfsvoeringskosten door te belasten aan de rijksmiddelen BDU en de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. Het relatieve formatie budget is verdeeld in 18% Economisch Vestigingsklimaat en 82% Verkeer en Openbaar Vervoer. 18% van deze kosten wordt bekostigd met de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 82% wordt bekostigd met de rijksmiddelen BDU.
43
Bovenstaande uitgangspunten en verdeelsleutels zijn verwerkt in het volgende overzicht van de overhead. Bedragen in euro’s Overhead
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
4.119.195
3.994.595
3.320.352
3.320.352
3.320.352
3.320.352
Lasten: Personele overhead Va Materiële overhead Va
2.160.265
2.612.800
2.736.340
2.736.340
2.736.340
2.736.340
6.279.460
6.607.395
6.056.692
6.056.692
6.056.692
6.056.692
Personele overhead EV
1.061.753
1.042.710
728.858
728.858
728.858
728.858
Materiële overhead EV
540.066
653.200
600.660
600.660
600.660
600.660
1.601.819
1.695.910
1.329.518
1.329.518
1.329.518
1.329.518
7.881.279
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
Totaal lasten overhead
Bedragen in euro’s Dekkingsbronnen overhead
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Onttrekking fonds BDU
6.279.460
6.607.395
6.056.692
6.056.692
6.056.692
6.056.692
Inwonerbijdrage EV
1.601.819
1.695.910
1.329.518
1.329.518
1.329.518
1.329.518
Totaal dekkingsbronnen overhead
7.881.279
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
Resultaat voor reservemutaties
0
0
0
0
0
0
Resultaat
0
0
0
0
0
0
De overheadkosten in de begroting 2026 zijn lager dan in de begroting 2025. De (geschatte) cao-stijging van de salarissen en de indexatie van de materiële apparaatslasten (zoals huur) zijn verwerkt. De daling komt echter voort uit de gewijzigde definitie van overhead, conform de Beleidsnota Overhead MRDH 2024. De totale apparaatslasten, inclusief overhead en directe personeelslasten, worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering (zie hoofdstuk 4.5). Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
44
3.3 Vennootschapsbelasting Zie hoofdstuk 4.3 Weerstandsvermogen en risico’s.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
45
4. Paragrafen 4.1 Financiering Treasuryfunctie en -beleid
Financiering railinvesteringen
De treasuryfunctie richt zich op het sturen, beheersen, verantwoorden en overzien van de financiële vermogenswaarden, geldstromen en posities en bijbehorende risico’s. Dit gebeurt op een manier die risico’s minimaliseert en opbrengsten optimaliseert.
De MRDH financiert de activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET, zolang de MRDH de bijbehorende kapitaallasten via de railconcessie vergoedt. Voorheen financierden de gemeenten Den Haag en Rotterdam deze vervoerders. Dankzij de rechtstreekse financiering door de MRDH blijven er structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio na de opbouw van de benodigde risicoreserve. Voor elke verstrekte lening, garantie en borgstelling wordt een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Hiervoor wordt de in rekening
De uitvoering van de treasuryfunctie is wettelijke vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de bijbehorende ministeriële regelingen: Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO), Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (UFDO) en het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (BLDO). De MRDH heeft haar treasurybeleid vastgelegd in het Treasurystatuut MRDH 2021. Dit statuut beschrijft de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen en richtlijnen. De financieringsstructuur van de MRDH wordt grotendeels bepaald door subsidies en projectbijdragen aan gemeenten, bedrijven en instellingen, die eerder voornamelijk afkomstig waren van het Rijk. Omdat we de middelen tot nu toe eerder ontvangen dan dat ze worden doorbetaald, is de liquiditeitspositie qua exploitatie doorgaans goed. Desondanks is er wel sprake van een financieringsbehoefte. Die wordt veroorzaakt door de volgende twee factoren: 1. de financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale ov‑bedrijven HTM en de RET; 2. het verstrekken van leningen voor bussen en laadinfrastructuur aan vervoerders op grond van de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH. Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal zestig basispunten over de uitstaande leningen en garanties ingezet om de risicoreserve op te bouwen. De MRDH financiert uitstaande leningen door voor hetzelfde bedrag en dezelfde looptijd leningen aan te gaan, om zo een renterisico uit te sluiten.
Bussenleningen De MRDH financiert bussen en laadinfrastructuur aan vervoerders volgens de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen van de Vervoers autoriteit MRDH. Deze verordening is ingesteld om vervoerbedrijven adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden te bieden voor de gewenste transitie naar zero emissie-busvervoer. Net als bij de financiering van de railinvesteringen bouwt de MRDH voor elke verstrekte lening een toereikende risicoreservering op binnen het eigen vermogen. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal zestig basispunten (afhankelijk van solvabiliteit vervoerder) over de uitstaande leningen ingezet. De MRDH financiert ook bussenleningen door voor hetzelfde bedrag en dezelfde looptijd leningen aan te gaan. 46
Meer informatie over de opbouw en het geraamde verloop van de risicoreserve
De financieringsbehoefte van de MRDH wordt bepaald door de financiering van de
staat in hoofdstuk 4.3, paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s.
railinvesteringen en de bussen bij de verschillende concessie houdende vervoerders. In deze begrotingsperiode wordt geen overbesteding geraamd en ontstaat daaruit geen financieringsbehoefte. Onderstaand overzicht geeft de geraamde totale financieringsbehoefte per jaar weer. Bedragen in euro’s
Financieringsbehoefte OV-bedrijven Overbesteding Totalen per jaar
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
1.159.708.054
1.304.507.137
1.372.725.281
1.407.717.763
1.394.229.891
1.326.682.500
0
0
0
0
0
0
1.159.708.054
1.304.507.137
1.372.725.281
1.407.717.763
1.394.229.891
1.326.682.500
Op basis hiervan zijn de kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie per jaar als volgt samen te vatten: Bedragen in euro’s Financieringsfunctie
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
15.034.585
20.846.020
25.509.932
28.209.887
29.557.245
29.289.533
Lasten Rente OV-bedrijven Rente overbesteding
0
0
0
0
0
0
15.034.585
20.846.020
25.509.932
28.209.887
29.557.245
29.289.533
Rente OV-bedrijven
15.034.585
20.846.020
25.509.932
28.209.887
29.557.245
29.289.533
Marktconformiteitsopslag OV-bedrijven
6.388.287
7.443.723
8.019.587
8.294.624
8.314.829
8.040.571
0
0
0
0
0
0
Totaal
21.422.872
28.289.744
33.529.520
36.504.512
37.872.073
37.330.104
Resultaat voor reservemutaties
-6.388.287
-7.443.723
-8.019.587
-8.294.624
-8.314.829
-8.040.571
Dotatie risicoreserve financieringen
6.000.000
4.000.000
0
0
0
0
Netto resultaat
-388.287
-3.443.723
-8.019.587
-8.294.624
-8.314.829
-8.040.571
Totaal Baten
Te activeren rente overbesteding
Alle kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie zijn geheel toegerekend aan het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer. Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
47
Schatkistbankieren Schatkistbankieren is een wettelijke verplichting voor de MRDH. Concreet betekent dit dat, afgezien van een klein werkkapitaal, alle liquide middelen in de schatkist van het Rijk worden aangehouden.
Renterisicobeheer
Bedragen x € 1.000 Renterisiconorm en renterisico’s 2026-2029
2026
2027
2028
2029
1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
De MRDH kan het renterisico op haar leningenportefeuille toetsen aan de rente risiconorm. Omdat de MRDH tot nu toe uitsluitend leningen aantrekt die wegens de publieke taak dezelfde omvang hebben en tegen dezelfde rentetypische looptijden worden uitgezet, is deze toetsing aan de renterisiconorm (nog) niet relevant.
3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld
259.000
180.000
142.000
55.000
3b. Nieuwe verstrekte lange leningen
259.000
180.000
142.000
55.000
-
-
-
-
84.091
83.872
87.903
91.418
De renterisiconorm bedraagt voor 2026 20% van de lastenkant van de begroting en bedraagt € 154,2 miljoen. De MRDH voldoet naar verwachting meerjarig aan deze norm.
6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
-
-
-
-
7. Renterisico op vaste schuld (2+6)
-
-
-
4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) 5. Betaalde aflossingen
Renterisiconorm 8. Begrotingstotaal 9. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 10. Renterisiconorm (8 x 9)
770.867
875.543
789.710
813.526
20%
20%
20%
20%
154.173
175.109
157.942
162.705
154.173
175.109
157.942
162.705
-
-
-
-
154.173
175.109
157.942
162.705
Toets renterisiconorm 10. Renterisiconorm 7. Renterisico op vaste schuld 11. Ruimte(+) Overschrijding (-); (10-7)
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
48
De maximaal toegestane kasgeldlimiet voor 2026 bedraagt 8,2% van de lastenkant van de begroting en bedraagt € 63,2 miljoen. Naar verwachting wordt in 2026 aan deze norm voldaan. Bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet 2026
berekening kasgeldlimiet
kwartaal 1
kwartaal 2
kwartaal 3
kwartaal 4
Opgenomen gelden < 1 jaar
-
-
-
-
Schuld rekening courant
-
-
-
-
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
-
-
-
-
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
-
-
-
-
Totaal netto vlottende schuld
-
-
-
-
-
-
-
-
420.000
416.000
465.847
415.000
-
-
-
-
420.000
416.000
465.847
415.000
Totaal netto vlottende schuld
420.000
416.000
465.847
415.000
Toegestane kasgeldlimiet
63.211
63.211
63.211
63.211
Ruimte (+) of overschrijding (-) van de limiet
483.211
479.211
529.058
478.211
Omvang korte schuld
Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen Toets kasgeldlimiet
Begrotingstotaal
770.867
Percentage vastgesteld per ministeriële regeling
8,20%
Kasgeldlimiet
63.211
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
49
4.2 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de MRDH een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Het kan gaan om gemeenschappelijke regelingen (publiekrechtelijke organisatie), deelnemingen (vennootschappen), stichtingen en verenigingen (privaatrechtelijke organisaties).
In het geval van de MRDH zijn er drie verbonden partijen: HTM personenvervoer N.V., de RET N.V. en Zuid-Holland Bereikbaar. De verbonden partijen bestaan uit vennootschappen en coöperaties (HTM en RET) en stichtingen en verenigingen (Zuid-Holland Bereikbaar).
Een bestuurlijk belang betekent dat de MRDH een zetel in het bestuur of stemrecht heeft. Er is sprake van een financieel belang als de MRDH: een ter beschikking gesteld bedrag niet kan verhalen, als de verbonden partij failliet gaat; aansprakelijk kan worden gesteld door derden, als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.
Sinds 2022 neemt de MRDH deel aan de samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar. Hier is een stichting voor opgericht waarin alle deelnemende partijen zijn vertegenwoordigd. Binnen deze nieuwe organisatie wordt gewerkt aan het programma Zuid-Holland Bereikbaar. Het programma is een gezamenlijke en langjarige bereikbaarheidsaanpak van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat/Rijkswaterstaat, provincie Zuid-Holland, de gemeenten Rotterdam en Den Haag, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail en Havenbedrijf Rotterdam. Binnen het programma wordt voortgebouwd op eerdere samenwerking tussen de partners, zoals de samenwerking tot en met 2021 vanuit de uitvoerings
• •
Een partij die jaarlijks een subsidie ontvangt, waaraan geen andere financiële verplichtingen met een juridische afdwingbaarheid door derden verbonden zijn, is geen verbonden partij. Verbonden partijen voeren meestal taken uit met een groot publiek belang. Ze leveren een aanzienlijke bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
organisaties De Verkeersonderneming, Bereik! en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland.
50
De volgende tabel bevat de belangrijkste bestuurlijke en financiële gegevens van de drie verbonden partijen: Naam Vestigingsplaats Visie
Openbaar behartigd belang
Deelnemende partijen Rechtsvorm Bestuurlijk belang
Financieel belang Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat Risico’s Beleidsvoornemens Monitoring prestaties Programma
HTM Personenvervoer N.V. Den Haag Het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio door middel van zeggenschap in HTM Personenvervoer N.V. Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Haaglanden verzorgt. De andere aandelen van HTM Personenvervoer N.V. zijn in handen van HTM Beheer BV. Naamloze vennootschap Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering
Naam Vestigingsplaats Visie
van Aandeelhouders. Deelneming in HTM Personenvervoer N.V. van € 1 Per 31-12-2024: € 97.397.000 Per 31-12-2024: € 557.510.000 Over 2024: € 1.894.000 Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering ovbedrijven. De uitvoering van ov-concessies in regio Haaglanden. Via aandeelhoudersvergaderingen. Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
Financieel belang Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat Risico’s
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
Openbaar behartigd belang Deelnemende partijen Rechtsvorm Bestuurlijk belang
Beleidsvoornemens Monitoring prestaties Programma
RET N.V. Rotterdam Het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio door middel van zeggenschap in de RET N.V.. Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Rotterdam verzorgt. De andere aandelen van de RET N.V. zijn in handen van de gemeente Rotterdam. Naamloze Vennootschap Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Deelneming in de RET van € 1.000 Per 31-12-2024: € 147.898.000 Per 31-12-2024: € 351.784.000 Over 2024: € 3.728.000 Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering ovbedrijven. Uitvoeren ov-concessies regio Rotterdam. Via aandeelhoudersvergaderingen. Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
51
Naam Vestigingsplaats Visie
Openbaar behartigd belang Deelnemende partijen Rechtsvorm Bestuurlijk belang Financieel belang
Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat Risico’s Beleidsvoornemens
Monitoring prestaties
Programma
Zuid-Holland Bereikbaar statutair Rotterdam, feitelijk Delft De samenwerking tussen partijen heeft tot doel de realisatie van het gezamenlijke Programma Zuid-Holland Bereikbaar (hierna: ‘Programma ZHB’). Dit gezamenlijke Programma ZHB borgt de bereikbaarheid (acceptabele hinder) en draagt bij aan de mobiliteitstransitie (duurzame gedragsverandering) in de provincie Zuid-Holland. Dit doen we door samen te organiseren wat beter kan, en door innovatieve oplossingen toe te passen ten dienste van de opgave, als de partners dit niet alleen kunnen ontwikkelen of uitvoeren. Bereikbaarheid van de provincie Zuid-Holland bij (grootschalige) werkzaamheden. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam, gemeente Den Haag, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail B.V., Havenbedrijf Rotterdam N.V. en de Stichting Zuid-Holland Bereikbaar. Stichting Portefeuillehouder Investeren in bereikbaarheid van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH is permanente vertegenwoordiger in de Stuurgroep. De bekostiging van de in het Jaarplan opgenomen werkzaamheden. Dat bestaat uit de bekostiging van een exploitatiebudget en een werkbudget. Conform afspraken BO MIRT 25/26 november 2020 bedraagt het exploitatiebudget totaal € 4.900.000 per jaar voor de periode 2022 tot en met 2026, waarvan 1/6 deel (€ 816.667 per jaar) voor de MRDH.
De bijdrage aan het werkbudget wordt jaarlijks vastgesteld via het jaarplan van Zuid-Holland Bereikbaar en bedraagt voor de MRDH € 616.666 in 2025. De bijdrage aan het exploitatiebudget is onderdeel van de programmabegroting Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Beleid en programmering Verkeer. De bijdrage aan het werkbudget is onderdeel van de programmabegroting Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer, en is onderdeel van Verkeersmanagement en wegenstructuur. Per 31-12-2023: € 2.453.492 (na bestemming resultaat 2023) Per 31-12-2023: € 2.470.537 Over 2023: € 425.244 (negatief ) Er bestaat het risico op overbesteding. Bij zicht op overbesteding wordt overeenkomstig de SOK aan de deelnemende partijen hiervoor toestemming gevraagd. Hierdoor wordt dit risico beperkt. De beleidsvoornemens staan opgenomen in een Werkplan en worden jaarlijks vertaald in een Jaarplan. Conform de SOK is het eerste Werkplan vastgesteld voor de periode 2022-2024. In het BO MIRT van 6/7 november 2024 is afgesproken dat Rijk en regio ernaar streven om uiterlijk in het eerste kwartaal van 2025, voorafgaand aan de voorjaarsnota, in de Stuurgroep ZHB tot een voorstel te komen voor (de verdeling van) de financiering van Zuid-Holland Bereikbaar voor de periode 2026-2030.
Daarbij worden ook de noodzaak en mogelijkheden voor het maken van indexeringsafspraken besproken en maken de partijen afspraken over de invulling van de detachering van personeel aan Zuid-Holland Bereikbaar vanuit de samenwerkende moederorganisaties. Voor de uitvoering van de werkzaamheden wordt jaarlijks een Jaarplan opgesteld. Jaarlijks levert de stichting uiterlijk in mei van elk jaar een jaarrekening op over het afgelopen boekjaar met een goedkeurende controleverklaring van een externe accountant. Hierna stelt de Raad van Toezicht deze jaarrekening vast. De vastgestelde jaarrekening en accountantsverklaring worden vervolgens uiterlijk op 1 juli van het desbetreffende jaar ter kennis gebracht van de deelnemende partijen. Programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
52
4.3 Weerstandsvermogen en risico’s Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om ‘nietstructurele’ financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstands capaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheers maatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan.
Beleidsnota Het algemeen bestuur stelde op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vast. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen.
voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 vast. Daarin staat dat een uittreedsom wordt bepaald bij uittreding. Hierin staat ook het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH), dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig.
Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten wordt aange houden. Hierbij worden ook de financiële risico’s geïdentificeerd. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDU-middelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen vanuit de BDU-middelen lager worden of vertragen.
Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen of financieel te dekken zijn:
• het beheersen van risico’s door stuur- en beheersmaatregelen, bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving; • het financieel afdekken van risico’s door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstands vermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd.
Bedrijfsrisico’s komen regelmatig voor en zijn daarom goed voorspelbaar en meetbaar. Hierdoor kun je ze afdekken door beheersmaatregelen of het afsluiten van verzekeringen.
Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de versterking van het economisch vestigingsklimaat kan de MRDH alleen met eigen weerstandscapaciteit afdekken. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse uit 2015 is het risico bepaald van het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen. Dit risico is vervallen door de vaststelling van uittreedregels. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de Algemene regels Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
De taken voor verkeer en vervoer worden in hoge mate (meer dan 99%) gefinancierd met rijksmiddelen. De MRDH moet deze middelen beschouwen als vreemd vermogen, als ze nog niet zijn besteed. Daarom bouwt de MRDH voor deze middelen geen risicoreserve op. Het Rijk overweegt een structurele korting van 10% op de Brede doeluitkering (BDU) in het kader van de beperking van het aantal specifieke uitkeringen (SPUK). Deze korting is nog niet definitief, maar vormt wel een risico voor de financiële ruimte van de MRDH. Als de korting doorgaat, dan zal dit direct effect hebben op de exploitatie van het openbaar vervoer en de investeringscapaciteit. De MRDH heeft zich hiertegen uitgesproken en blijft hierover in gesprek met het Rijk. Gegeven de onzekerheid, is deze korting verder niet verwerkt in de begroting.
Financiering ov-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) staat, financiert de MRDH de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale ov-bedrijven. Dat brengt risico’s met zich mee, die nader zijn geanalyseerd in een extern onderzoek uit 2016. Uit dit 53
onderzoek blijkt dat de MRDH een reserve moet vormen om de risico’s af te dekken die de economische waarde van het te financieren materieel direct beïnvloeden. Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie had gegund aan de ov-bedrijven RET en HTM. Ook is meegewogen dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht krijgt over de te financieren activa. Het kredietrisico wordt beperkt doordat de afschrijvingen en rente over goedgekeurde railinvesteringen en de verstrekte leningen zijn opgenomen in de concessievergoeding die de MRDH maandelijks betaalt. Uit een referentievergelijking blijkt dat een waardedaling van 35% een verdedigbaar uitgangspunt voor de risicoberekening is. De risicoinschatting voor de beide ov-bedrijven is daarnaast als ‘laag’ geclassificeerd. Daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. De MRDH financiert ook op grond van de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH leningen voor investeringen in bussen en stallingen. Deze verordening is ingesteld om concessiehoudende vervoerbedrijven adequate en betaalbare financieringsmogelijkheden te bieden voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2025 berekend op basis van de maandelijkse concessievergoedingen.
De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen in de periode 2025-2029 gemiddeld € 45 miljoen. Bij een worstcasescenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding verloren gaat, als hoog (90%) ingeschat. Hierdoor wordt de ondergrens voor risicoreserve vastgesteld op € 40 miljoen. Het verschil tussen de marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden gebruikt als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). Hierdoor daalt de daarvoor benodigde BDU-bijdrage.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
54
In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve voor financieringen in cijfers uitgewerkt. Bedragen in euro’s Risicoreservering financiering regionale OV‑bedrijven per jaar
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties)
1.159.708.054
1.304.507.137
1.372.725.281
1.407.717.763
1.394.229.891
1.326.682.500
boekwaarde MVA HTM, RET en EBS
1.408.721.574
1.401.298.446
1.407.431.754
1.415.355.005
1.379.875.889
1.295.806.564
Economische waarde MVA (65% boekwaarde)
915.669.023
910.843.990
914.830.640
919.980.753
896.919.328
842.274.267
Dekkingstekort economische waarde versus financiering
244.039.031
393.663.147
457.894.641
487.737.010
497.310.563
484.408.233
8%
8%
8%
8%
8%
8%
Netto/gewogen risico
19.523.122
31.493.052
36.631.571
39.018.961
39.784.845
38.752.659
Netto/gewogen risico (ondergrens € 40 miljoen)
36.000.000
40.000.000
40.000.000
40.000.000
40.000.000
40.000.000
Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief
30.000.000
36.000.000
40.000.000
40.000.000
40.000.000
40.000.000
In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar
6.919.529
7.443.723
8.019.587
8.294.624
8.314.829
8.040.571
Toevoeging opslag aan risicoreserve
6.000.000
4.000.000
0
0
0
0
Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar
0
0
0
0
0
0
919.529
3.443.723
8.019.587
8.294.624
8.314.829
8.040.571
Weging risico
Beschikbaar voor exploitatie * Ondergrens tot en met boekjaar 2023, cf. jaarrekening 2023: 30 miljoen
In 2025 wordt de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten bereikt. Er is dan geen dekkingstekort op de vereiste reserve. De meerjarenbegroting geeft aan dat er na 2025 geen toevoegingen aan de reserve nodig zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken.
Samenvatting weerstandsvermogen-ratio begroting 2026: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit Financiering ov-bedrijven: € 40 miljoen Benodigde weerstandscapaciteit Financiering ov-bedrijven: € 40 miljoen Weerstandsvermogen ratio: 1 (voldoende)
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
55
Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij een onderneming drijft voor activiteiten. In samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag verrichtte de MRDH hiervoor grondig onderzoek. Zij nam het standpunt in dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Eind februari 2022 sloten de MRDH en de Belastingdienst een vaststellings overeenkomst. Hierbij wordt uitgegaan van een cost-plusmethode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen.
Kengetallen Bedragen in euro’s Kengetal Netto schuldquote
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
158,7%
139,2%
161,3%
146,5%
161,2%
148,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-6,4%
-5,3%
-5,8%
-5,2%
-5,7%
-5,6%
Solvabiliteitsratio
2,3%
2,4%
2,4%
2,5%
2,4%
2,6%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Structurele exploitatieruimte
1,9%
1,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
56
De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Daarnaast welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast.
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Toekomstige investeringen worden gepland en begroot op basis van een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting en begrotingswijzigingen.
De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm.
Afschrijvingen
Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ongeveer 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen het fonds BDU verkeer en vervoer. Het per balansdatum aanwezige
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, met uitzondering van gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.
fondssaldo is daarnaast conform de bepalingen in het BBV als een vlottende schuld te beschouwen. Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen niet voor elk in de tabel opgenomen (begrotings-)jaar zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De in de tabel weergegeven positieve percentages betekenen dat de structurele lasten van de MRDH tenminste volledig worden gedekt door structurele baten.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH.
Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven over de volgende termijnen: A. maximaal tien jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; B. maximaal tien jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; C. vijf jaar: telefooninstallaties; D. drie jaar: automatiseringsapparatuur; E. tien jaar: kantoormeubilair; F. maximaal tien jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving van activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaf.
57
Bedrijfsgebouw Westersingel
In 2019 investeerden we in meubilair en het terras. In 2022 investeerden we, in het
Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van tien jaar. In 2017 is € 1,2 miljoen geïnvesteerd voor de verbouwing en herinrichting van dit pand. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen worden in tien jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en sloot daarvoor contracten af met gespecialiseerde marktpartijen.
kader van ‘Het Nieuwe Werken’, in kantoormeubilair en vergaderfaciliteiten. In 2023 investeerde we in nieuwe koffiemachines. In 2024 zijn er diverse veiligheids maatregelen geïmplementeerd. Deze maatregelen zijn als één bedrag geactiveerd.
Bedragen in euro’s Kapitaallast Bedrijfsgebouw
2025
2026
2027
2028
2029
127.101
127.101
64.937
3.350
1.675
Overige materiële vaste activa
Bedragen in euro’s Kapitaallast
Investeringsbedrag
2025
2026
2027
2028
2029
ICT
45.000
45.000
-
-
-
-
Meubilair
45.000
45.000
-
-
-
-
Bedragen in euro’s Kapitaallast
2025
2026
2027
2028
2029
ICT
50.175
57.675
36.338
14.667
-
De kantoorinventaris en ICT-hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 zonder kosten overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 legden we een nieuw datanetwerk aan en schaften we nieuw meubilair aan voor een totaalbedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Dit gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplekhardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (inclusief projectadministratie en verdere digitalisering van werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatie processen van bestuurlijke voorstellen. De komende jaren investeren we opnieuw in ICT voor nieuwe werkplekken (beeldschermen en dockingstations) en in betere vergaderfaciliteiten. Investeringen in kantoormeubilair worden in tien jaar afgeschreven, ICT-hardware in drie jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in zeven jaar. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
Bedragen in euro’s Kapitaallast
2025
2026
2027
2028
2029
Overige materiële vaste activa
69.756
72.006
57.532
38.573
25.137
Haltevoorzieningen Volgens de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zogenaamde abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen en het beheer en onderhoud zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten. De MRDH heeft hiervoor zelfstandig een contract aanbesteed. Het beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De haltevoorzieningen zijn per 31 december 2021 volledig afgeschreven.
58
Gronden De MRDH bezit diverse percelen grond of heeft daarop een recht van opstal gevestigd voor de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen: Nr.
Perceel
Adres
Eigenaar
Gerechtigde
Omschrijving
1
Rijswijk A 3914
Burgemeester Elsenlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
2
Rijswijk D 8010
Burgemeester Elsenlaan/Van Vredenburchweg 77B
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
bedrijvigheid (nutsvoorziening)
3
Rijswijk D 8011
Burgemeester Elsenlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
4
Rijswijk D 8015
Sir Winston Churchilllaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
5
Rijswijk D 8038
Sir Winston Churchilllaan
MRDH
geen
wegen
6
Rijswijk G 2984
Limpqergstraat/Limpergstraat 11
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
bedrijvigheid (nutsvoorziening)
7
Rijswijk G 2985
Burgemeester Elsenlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
8
Rijswijk G 2989
Veraartlaan/Visseringlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
9
Rijswijk G 2994
Visseringlaan/Volmerlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
10
Rijswijk G 2999
Volmerlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
11
Rijswijk G 3001
Sir Winston Churchilllaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
12
Rijswijk G 3002
Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
bedrijvigheid (nutsvoorziening)
13
Rijswijk G 3009
Generaal Eisenhowerplein
Gemeente Rijswijk/Railinfratrust
MRDH (opstal)
wegen
14
Rijswijk G 3050
Sir Winston Churchilllaan
MRDH
geen
wegen
15
Rijswijk G 3054
Sir Winston Churchilllaan
MRDH
geen
wegen
16
Rijswijk I 2128
Prinses Beatrixlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
17
Rijswijk I 2131
Weidedreef
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
18
Rijswijk I 2134
Florence Nightingalestraat
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
19
Rijswijk I 2137
Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
bedrijvigheid (nutsvoorziening)
20
Rijswijk I 2139
Eikelenburglaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
21
Veur B 9432
Burgemeester Banninglaan
St. Medisch Centrum Haaglanden
MRDH (erfpacht)
openbaar vervoer
Er zijn geen financiële verplichtingen voor deze gronden.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
59
4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretarisalgemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB).
Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer In de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. Twee managers zijn verantwoordelijk en geven dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer. De twee afdelingen tellen gezamenlijk 52 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU. Het aantal fte in de begroting 2026 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2025.
Afdeling Economisch Vestigingsklimaat (EV) De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit:
Bureau Interne Dienstverlening Afdeling Economisch Vestigingsklimaat
Afdeling Openbaar Vervoer
Bureau Financiën & Control secretaris/ algemeen directeur
Bureau Strategie & Bestuur
Afdeling Verkeer
Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie, stuurt vijf managers aan en managet zelf het bureau Interne Dienstverlening. De salarislasten van de secretaris-algemeen directeur wordt op dezelfde manier verdeeld als de salarislasten van alle andere staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 18% worden bekostigd uit de inwonerbijdrage EV en voor 82% worden bekostigd uit de BDU. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
De manager EV is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding en de uitvoering van het programma Economisch Vestigingsklimaat. Dit organisatieonderdeel telt 10 fte en is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2025. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat.
Bureaus Financiën & Control (BFC), Strategie & Bestuur (BSB) en Interne Dienstverlening (BID) De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in drie bureaus: BFC, BSB en BID. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties van HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 32,6 fte. Het aantal fte stafzaken in de begroting 2026 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2025. De salarissen van de medewerkers komen voor 18% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 82% ten laste van de BDU. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Van de inwonerbijdrage voor EV van € 3,00 (prijspeil 2026) wordt in lijn met de afspraken (Kadernota MRDH begroting 2026) maximaal € 1,22 (prijspeil 2026) ingezet voor apparaatslasten. De werkelijke begroting voor apparaatslasten bedraagt in 2026 € 2.914.367 (zie tabel kostenverdeling hierna), dat is € 1,17 per inwoner (voor aantal inwoners zie hoofdstuk 7).
60
Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen cao, die de Cao Gemeenten
Onderstaande tabel bevat de begrote personele formatie en de salariskosten die
volgt (inclusief uitzonderingen gemeente Rotterdam) De huidige cao betreft de periode tot en met 31 maart 2025. Voor het jaar 2026 houden we rekening met een loonstijging van 2,1%. Dit percentage is gebaseerd op de Loonvoet sector overheid uit de MEV2025-publicatie van het CPB die in september 2024 is verschenen en is opgenomen in de Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen. Naast deze indexering voert de MRDH ook nog een correctie door van -0,2% over voorgaand jaar (2025). In de begroting 2025 was rekening gehouden met een indexatie van 4,9%, maar de MEV 2025 geeft voor 2025 een indexpercentage Loonvoet sector overheid van 4,7%.
daaraan verbonden zijn (inclusief sociale lasten). Bedragen in euro’s Onderdeel
fte's 2025
fte's 2026
Begroting 2026
Secretaris-algemeen directeur
1,0
1,0
238.226
Bureaus BFC, BSB en BID
32,6
32,6
3.810.983
Afdeling Verkeer
26,0
26,0
3.183.929
Afdeling Openbaar Vervoer
26,0
26,0
3.174.089
Economisch Vestigingsklimaat
10,0
10,0
1.433.307
Totalen
95,6
95,6
11.840.534
* De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten
In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten.
Bedragen in euro’s Onderdeel
fte's
Kosten
Secretaris-algemeen directeur
1,0
238.226
BFC, BSB en BID
32,6
3.810.983
Vervoersautoriteit
52,0
6.358.017
Economisch Vestigingsklimaat
10,0
1.433.307
Totaal personele apparaatslasten
95,6
11.840.534
Programma exploitatie verkeer en openbaar vervoer*
Programma infrastructuur verkeer en openbaar vervoer*
Overhead BDU*
Programma economisch vestigingsklimaat**
Overhead inwonerbijdrage EV**
Verdeel sleutels
195.345
42.881
82/18
3.125.006
685.977
82/18
Personele apparaatslasten
Materiële apparaatslasten Totalen * Kostenverdeling BDU verkeer en vervoer
4.451.115
1.906.902
3.337.000 15.177.534
0
100 1.433.307
0
100
600.660
82/18
1.433.307
1.329.518
2.736.340 4.451.115
1.906.902
6.056.692
** Kostenverdeling Inwonerbijdrage EV
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
61
De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (zoals ondersteuning, -advies en opleidingen), financiën (zoals accountantskosten), facilitair (zoals huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (zoals licenties voor het document-management-systeem), communicatie (zoals de kosten voor de website), bestuurszaken (zoals vergaderkosten, bekendmakingen, besluiten) en juridische zaken (zoals juridisch advies, bezwaar en beroepskosten).
Informatiemanagement De komende jaren staat de implementatie en uitvoering van informatiebeveiliging centraal binnen het IT-team van de MRDH. Deze prioriteit volgt uit de naderende wet- en regelgeving rondom informatiebeveiliging (NIS2/BIO2). Uit het archief inspectierapport blijkt dat de MRDH op dit gebied achterloopt. De organisatie erkent deze constatering. Om dit te verbeteren, onderzoeken we in 2025 of het mogelijk is formatieruimte vrij te maken voor de vaste aanstelling van een CISO (Chief Information Security Officer). Het doel is om in 2026 grotendeels te voldoen aan de eisen van de BIO2. Naast deze focus op informatiebeveiliging blijven de lopende IT-projecten doorgaan. De informatiemanager voert deze projecten voornamelijk uit. Hieronder volgt de planning voor 2026. Informatiebeveiliging, AVG en informatiebeheer Op basis van de BIO2 worden beleid en maatregelen ontwikkeld en geïmplementeerd, waaronder: Het ontwikkelen en actueel houden van een informatiebeveiligingsbeleid. Het vaststellen van rollen, verantwoordelijkheden en toegangsrechten. Het uitvoeren van risicoanalyses en het implementeren van bijbehorende maatregelen. Het opstellen van een ISMS (Information Security Management System) volgens de Plan-Do-Check-Act-cyclus. Het opzetten van een Incident Response Plan (IRP). Het implementeren van Business Continuity Management (BCM).
• • • • • •
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
• Het vergroten van bewustzijn bij medewerkers en managers over informatiebeveiliging.
In 2024 heeft de archiefinspectie een rapport uitgebracht met aanbevelingen. Deze aanbevelingen worden in de komende periode opgepakt, om deze in 2026 af te ronden en bij de volgende inspectie in datzelfde jaar een betere beoordeling te behalen. Daarnaast wordt het informatiebeheerplan (IBP) geactualiseerd en breed bekendgemaakt binnen de organisatie. Dit plan is de leidraad voor het informatiebeheer binnen de MRDH.
Prestatie indicatoren Informatiebeveiliging & AVG 2026 In de kaderbrief is de MRDH gevraagd om een aantal prestatie-indicatoren op te nemen als het gaat om informatiebeveiliging en gegevensbescherming. Deze tabel is hieronder opgenomen. Prestatie-indicator
Streefwaarde 2026 ≥ 75%
Toelichting / Acties
Percentage systemen dat voldoet aan de BIO-normen
≥ 80%
BIO-scan gepland Q1 2026, prioriteit bij kritieke applicaties.
Aantal uitgevoerde penetratietests
1
Het streven is om minimaal 1 penetratietest per jaar uit te voeren.
Opvolgingspercentage van bevindingen uit penetratietests
≥ 80% binnen 3 maanden
Extra capaciteit op IT-beveiliging om opvolging te versnellen.
Percentage kritieke systemen met up-to-date back-ups
100%
Dagelijkse back-upmonitoring en test-herstelacties per kwartaal.
Percentage leveranciers dat voldoet aan gestelde beveiligingseisen
≥ 80%
Aantal uitgevoerde en bijgewerkte DPIA's
≥2
Aantal gemelde datalekken
Max. 5 (intern & extern gemeld)
Percentage medewerkers dat jaarlijks security awareness training voltooit
Tot op heden is hier minimale aandacht voor geweest, dit heeft onze prioriteit in 2026.
Monitoring op preventie, bewustwording en tijdige afhandeling.
62
• Migratie naar SharePoint en Visiedosis
• Persberichten • Overige relevante documenten
•
Verder komt er een toenemend aantal verzoeken met betrekking tot de Woo binnen bij de MRDH. Dit betreft: Woo-verzoeken gericht aan de MRDH; zienswijzeverzoeken, waarbij het Woo-verzoek is gericht aan een andere overheid. Deze overheid verzoekt de MRDH dan om een zienswijze op stukken waarbij de MRDH betrokken is.
IT-projecten
•
•
De migratie naar SharePoint en Visiedosis wordt in 2025 afgerond. Dit houdt in dat de MRDH volledig overstapt naar werken in SharePoint en het archiveren van documenten in Visiedosis. Het oude documentmanagementsysteem E-docs blijft op de achtergrond functioneren, maar wordt niet langer actief gebruikt. In 2026 wordt de nieuwe werkwijze geëvalueerd, inclusief de structuren in SharePoint en het archiveringsproces in Visiedosis. Digitaliseren van het besluitvormingsproces Vanwege de uitloop van het SharePoint-project is de start van het project voor het digitaliseren van het besluitvormingsproces uitgesteld naar 2025. Het doel is om in 2026 het besluitvormingsproces volledig gedigitaliseerd te hebben. Digitale handtekening Als onderdeel van het digitaliseren van het besluitvormingsproces wordt ook de implementatie van de digitale handtekening verder uitgebreid. De boven genoemde projecten vormen gezamenlijk de basis voor het volledig digitaal werken van de MRDH, wat gepland staat na de afronding van deze projecten. Implementatie van een CRM-systeem Met het oog op netwerkvorming wordt in 2025 een pilot uitgevoerd voor de implementatie van een CRM-systeem. Deze pilot wordt in 2026 geëvalueerd. Bij positieve resultaten zal het CRM-systeem in 2026 verder worden uitgerold.
4.6 Paragraaf Wet open overheid (Woo) Zoals de Wet open overheid vereist maakt de MRDH veel documenten al actief openbaar. Dit betreft: Agenda’s Vergaderstukken van alle openbare vergaderingen van de bestuursorganen Vergaderverslagen Besluitenlijsten van alle vergaderingen van de bestuursorganen (Bc’s, Ac’s, DB, AB) Beleidsstukken en reglementen
• • • • •
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
• •
Om efficiënter te kunnen reageren op Woo-verzoeken heeft de MRDH een digitaal programma in gebruik genomen, dat het weglakken van bepaalde stukken (bijvoorbeeld in verband met privacy) vergemakkelijkt. Na de invoering van het nieuwe archiefsysteem in 2025, staat 2026 in het teken van het opstellen van een actieplan voor uitgebreidere actieve openbaarmaking van stukken van de MRDH vanaf 2015.
4.7 Subsidies Op grond van de Financiële verordening van de MRDH geven we in deze paragraaf een overzicht van de verleende subsidies aan instellingen en ondernemingen. Deze subsidies zijn niet op grond van een bestaande verordening verleend. De Subsidie verordening Vervoersautoriteit bevat de spelregels voor subsidieverlening binnen de MRDH. Vrijwel alle subsidies binnen de MRDH worden op grond van deze verordening verstrekt. Er zijn enkele uitzonderingen op deze regel. Voor zover subsidieaanvragen niet op basis van de genoemde subsidieverordening worden gehonoreerd, baseert de MRDH zich bij de besluitvorming op de bepalingen rondom subsidieverlening in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
63
Die wet biedt de volgende mogelijkheden voor subsidieverlening buiten de
In het eerste geval wordt ook wel gesproken van een begrotingspostsubsidie, in het
subsidieverordening (Awb 4:23): lid 3 onderdeel c: indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt, of; lid 3 onderdeel d: in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt.
tweede geval van een incidentele subsidie. Voor de begroting 2026 worden de volgende subsidies begroot:
• •
Soort subsidie
Begrotings programma
Begunstigde
Bedrag 2026 (€)
Toelichting
Begrotingspostsubsidie meerjarig
Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
CROW
€ 900.000
Subsidie voor het uitvoeren van het Kennisprogramma Verkeer en Vervoer (KpVV). Het KpVVprogramma is gericht op het ondersteunen van de gezamenlijke decentrale overheden bij het ontwikkelen en realiseren van hun integrale verkeers- en vervoerbeleid door middel van kennisproducten en het organiseren van netwerken. Op 28 februari 2024 heeft de bestuurscommissie Vervoersautoriteit een meerjarige subsidie verleend voor de periode 2024 tot en met 2027.
Begrotingspostsubsidie meerjarig
Economisch Vestigingsklimaat
InnovationQuarter
€ 1.022.566
InnovationQuarter is sinds de oprichting van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) een belangrijke partner in het realiseren van doelstellingen van de MRDH als het gaat om versterking van het Economisch Vestigingsklimaat het innovatie-ecosysteem. De afgelopen jaren heeft de MRDH jaarlijks subsidie verleend aan InnovationQuarter op drie onderdelen: Innoveren, Invester Relations en het Secretariaat van de Economic Board Zuid-Holland (EBZ). Op 28 februari 2024 heeft de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat een meerjarige subsidie verleend aan InnovationQuarter voor de jaren 2024 tot en met 2026 met een begrotingsvoorbehoud voor de jaren 2025 en 2026 en een voorbehoud voor goedkeuring van een indexering van 3,7% voor de jaren 2025 en 2026 via vaststelling van de MRDH begroting door het algemeen bestuur. De subsidie wordt verleend voor de activiteiten die IQ jaarlijks middels een activiteitenlijst ter goedkeuring voorlegt aan de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat. De jaarrisico tot 2026 bevat geen indexering en is gelijk gebleven ten opzichte van de subsidie voor het jaar 2025. Reden voor het niet indexeren is de korting op het programma Economisch Vestigingsklimaat vanaf het jaar 2025 waartoe de subsidie wordt bekostigd.
Begrotingspostsubsidie - meerjarig
Economisch Vestigingsklimaat
YES!Delft
€ 250.000
Het algemeen bestuur verleende op 4 april 2023 een meerjarige begrotingspost subsidie aan YES!Delft over de periode januari 2025 tot en met december 2026 van €250.000 per jaar. Het betreft een exploitatiesubsidie van 10% van de exploitatiebegroting tot een maximum van €250.000 per jaar ter ondersteuning van de kernactiviteiten van YES!Delft en om YES!Delft de mogelijkheid te bieden om alternatieve financiering te onderzoeken en daar waar mogelijk te realiseren.
Het algemeen bestuur verstrekt voor het verlenen en vaststellen van deze subsidies een mandaat aan de betreffende bestuurscommissies. Dit mandaatbesluit maakt integraal onderdeel uit van deze begroting.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
64
5. Financiële begroting 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord. Bedragen in euro’s Programmabegroting 2026
Jaarrekening 2024
Begroting 2025*
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
540.762.332
652.408.302
613.592.742
668.304.048
583.206.807
597.342.997
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
86.188.062
171.080.379
143.701.285
193.665.246
192.980.296
202.659.793
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.108.569
5.953.148
6.187.098
6.187.098
6.137.098
6.137.098
Overhead
7.881.279
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
0
0
0
0
0
0
639.940.242
837.745.134
770.867.334
875.542.602
789.710.411
813.526.097
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
546.762.332
656.408.302
613.592.742
668.304.048
583.206.807
597.342.997
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
86.188.061
171.080.379
143.701.285
193.665.246
192.980.296
202.659.793
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.721.625
5.953.148
6.187.098
6.187.098
6.137.098
6.137.098
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
7.881.279
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
646.553.297
841.745.134
770.867.334
875.542.602
789.710.411
813.526.097
Saldo van baten en lasten
6.613.055
4.000.000
0
0
0
0
Onttrekking aan reserves
218.650
0
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves
-6.000.000
-4.000.000
0
0
0
0
831.705
0
0
0
0
0
Lasten per programma
Onvoorzien Totaal Baten per programma
Totaal
Resultaat
* De cijfers voor het jaar 2025 bestaan uit de vastgestelde begroting 2025 en de wijzigingen die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming zijn voorgelegd.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
65
Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar verwijzen we
De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in
naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasuryfunctie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2.
hoofdstuk 6 (Staat van reserves en fondsen 2024-2029). Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren: Bedragen in euro’s
Begroting 2026 per taakveld
Jaarrekening 2024
Begroting 2025*
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
2.1 Verkeer en vervoer
34.669.943
75.574.565
63.454.396
96.281.761
92.784.043
79.489.555
2.5 Openbaar vervoer
577.450.035
727.067.695
668.329.298
737.477.246
653.845.415
691.223.302
0.5 Treasury
14.830.174
20.846.020
25.509.932
28.209.887
29.557.245
29.289.533
3.1 Economische ontwikkeling
5.108.569
5.953.148
6.187.098
6.187.098
6.137.098
6.137.098
0.4 Overhead
7.881.279
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
242
400
400
400
400
400
639.940.242
837.745.134
770.867.334
875.542.602
789.710.411
813.526.097
2.1 Verkeer en vervoer
30.561.159
75.574.565
63.454.396
96.281.761
92.784.043
79.489.555
2.5 Openbaar vervoer
560.094.283
723.624.372
660.310.111
729.183.021
645.530.987
683.183.131
0.5 Treasury
42.294.951
28.289.744
33.529.520
36.504.512
37.872.073
37.330.104
3.1 Economische ontwikkeling
5.721.625
5.953.148
6.187.098
6.187.098
6.137.098
6.137.098
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
7.881.279
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
646.553.297
841.745.134
770.867.334
875.542.602
789.710.411
813.526.097
Saldo van baten en lasten
6.613.056
4.000.000
0
0
0
0
Onttrekking aan reserves
218.650
0
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves
-6.000.000
-4.000.000
0
0
0
0
831.706
0
0
0
0
0
Lasten per taakveld
0.9 Vennootschapbelasting (Vpb) Totaal Baten per taakveld
Totaal
Resultaat
* De cijfers voor het jaar 2025 bestaan uit de vastgestelde begroting 2025 en de wijzigingen die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming zijn voorgelegd.
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029
66
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten
verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten. Deze komt van de
Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is. Dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materiële evenwicht van de begroting. Onder incidentele baten en lasten verstaan we onder meer de volgende posten: stortingen in en onttrekkingen aan reserves; bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen.
• •
toezichthoudende provincies, waaronder de provincie Zuid-Holland. De grootste geldstroom, de Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt, zijn daarmee ook structurele lasten. Met ingang van het begrotingsjaar 2024 worden de incidentele toevoegingen door het Rijk aan de BDU als structureel gekenmerkt, omdat ze niet van invloed zijn op het structurele begrotingssaldo (baten = lasten). Ook de Inwonerbijdrage Economisch Vestigings klimaat en de daaraan gerelateerde uitgaven worden als structureel gekenmerkt.