14. GRJR; Aanbiedingsbrief raden
Tekst van het document
Aan:
De raden van de deelnemende gemeenten van de GRJR
Van: Datum: Onderwerp:
Dagelijks Bestuur GRJR 12 september 2025 Aanbieding definitieve begrotingsstukken GRJR
Bijlagen:
1. Definitieve Begroting 2026 GRJR 2. Definitieve Begrotingswijziging 2025 GRJR 3. Reactie op zienswijzen
Geachte raad, Voor u liggen de Begroting 2026 en eerste Begrotingswijziging 2025 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Deze begrotingsstukken zijn door het algemeen bestuur vastgesteld op 12 september 2025, met inachtneming van uw zienswijzen en recente ontwikkelingen. Per brief van 11 april jl. zonden wij u de ontwerpbegrotingsstukken om u in de gelegenheid te stellen daarop uw zienswijzen te geven. In de aanbiedingsbrief lichtten wij uitgebreid de belangrijkste ontwikkelingen in de GRJR toe die in deze stukken zijn uitgewerkt. Wij vatten dat onderstaand samen en lichten daarbij onze reactie op de ontvangen zienswijzen en onze definitieve begrotingsbesluiten toe. Context: de rol van de GRJR in relatie tot de deelnemende gemeenten De GRJR zorgt voor passend aanbod door specialistische jeugdhulp in te kopen en subsidiëren, opgevolgd met contract- en accountmanagement en daaraan ondersteunende informatievoorziening. De definitieve begrotingsstukken van de GRJR bevatten alleen subsidieen uitvoeringskosten waarover het bestuur van de GRJR zelf besluiten neemt. Ingekochte hulp wordt door deelnemende gemeenten, vaak op aangeven van wettelijke verwijzers, ingezet naargelang de gemeente dat voor haar jeugdigen nodig acht.
De kosten die voorvloeien uit deze gemeentelijke toewijzingen van hulp dienen gemeenten op grond van het Besluit Begroten en Verantwoorden Gemeenten en Provincies (BBV) zelf te begroten en verantwoorden. Daarom staan uw zorgkosten op regionale en landelijke jeugdhulpcontracten niet (meer) in de GRJR-begroting. Gelijktijdig met de eigen ontwerpbegroting heeft de GRJR in april een begrotingsadvies aangeboden, wat de deelnemende gemeenten kunnen gebruiken bij het opstellen van de eigen begrotingen. Beheersing van gemeentelijke jeugdhulpkostenstijgingen De inzet om de gemeentelijke jeugdhulpkostenstijgingen af te remmen (Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing) gaat onverminderd door, met als ambitie dat er over enkele jaren geen trendmatige stijging meer zal zijn. Omdat de zorgkosten in de gemeentelijke Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond p/a Gemeente Rotterdam Jeugd en Onderwijs Postbus 70014 3000 KS Rotterdam www.jeugdhulprijnmond.nl
1
begrotingen zijn opgenomen komt het effect hiervan overigens niet in de GRJR begroting en jaarstukken terecht. In de ontvangen zienswijzen zien wij de oproep om vanuit de GRJR hier actief op te blijven inzetten. We doen dit ook in nauwe samenwerking met de gemeenten en de partners in de keten. Subsidiekosten voor de veiligheidsketen Kind en Gezin Als het gaat om de veiligheidsketen Kind en Gezin hebben wij bij de ontwerpbegroting aangegeven dat de GRJR zich bij de gesubsidieerde instellingen voor jeugdbescherming/ jeugdreclassering en Veilig Thuis zich inzet voor de uitvoering van de dienstverlening met de beoogde kwaliteit en daarbij stuurt op een doelmatig uitgavenniveau. De colleges van de deelnemende gemeenten vragen ook vanaf 2024 expliciet om een 5 à 10% begrotingsreductie ook met betrekking tot deze subsidies, en daaraan geven wij naar vermogen gehoor. Wij wezen er al op dat beperking van de inzet van de gesubsidieerde organisaties niet alleen de overschrijdingsrisico’s vergroot, maar ook beleidsmatige afwegingen vereist. Daarover is de GRJR in gesprek met de organisaties en de gemeenten. Over Veilig Thuis hebben wij meerdere zienswijzen ontvangen, die blijk geven van erkenning van het spanningsveld tussen financiële druk en kwaliteitseisen. Ook lezen wij instemming met onze inspanning om met stevige verbeterplannen en -monitoring de druk er op te houden.
Wij hadden, zoals ook meerdere raden aangeven, willen wachten met extra middeleninzet tot het lopende kostprijsonderzoek zou zijn afgerond. Bestuurlijk hebben de gemeenten en de GRJR echter, op basis van de meeste recente informatie, overwogen dat het onverantwoord is om kinderen en volwassenen in situaties van huiselijk geweld zo lang te laten wachten, en dat dit vraagt om een duurzame oplossing. Per brief van 15 juli 2025 (kenmerk 25MO00589) hebben wij u dan ook geïnformeerd over ons besluit om vooruitlopend op het kostprijsonderzoek over te gaan tot een noodzakelijke budgetverhoging. Dit besluit is verwerkt in de definitieve begrotingsstukken. Het budget voor Veilig Thuis is na een eerdere ophoging met € 1,5 mln. in 2025 nu extra verhoogd met max. €4,0 mln. 2025 en €4,2 mln. 2026. Dit kan deels worden gedekt uit rentebaten. De GRJR ontvangt liquide middelen van de gemeenten voor de GRJR-uitgaven en voor het uitbetalen van gemeentelijke zorgkostendeclaraties aan contractpartijen. Door verschil in timing van ontvangst en betaling ontstaat een rentevoordeel (naar verwachting € 3,0 mln. 2025 en € 1,5 mln. 2026), waardoor de extra bijdrage van de gemeenten aan Veilig Thuis beperkt wordt. In samenhang met andere mutaties leidt de begrotingswijziging 2025 nog steeds tot verlaging van de gemeentelijke bijdragen ten opzichte van de primaire begroting 2025.
Uitvoeringskosten GRJR De GRJR heeft ook de eigen uitgaven strak begroot. In de begrotingsstukken zijn de budgetten voor uitvoeringskosten dusdanig aangescherpt dat de loon- en prijsontwikkeling (indexatie) van de uitvoeringskosten ruimschoots worden opgevangen binnen het budget. We lezen in de zienswijzen dat de raden opmerken dat de GRJR gehoor geeft aan de oproep om op organisatiekosten te besparen. Ook doen diverse raden de oproep hiernaar te blijven zoeken. Uiteraard blijft de GRJR kritisch kijken naar de kosten van de eigen organisatie. Daarbij is wel primair leidend dat de GRJR de taken moet kunnen uitvoeren waarvoor de gemeenten de samenwerking zijn aangegaan om te voldoen aan de verwachtingen van gemeenten. Een deel 2
van de taken is juist regionaal geregeld onder meer vanwege lastenvermindering en efficiëntie. Het niet-regionaal beleggen kan dan ook juist lastenverzwaring en inefficiëntie in de hand werken. Voor een meer gedetailleerde reactie op de ontvangen zienswijzen verwijzen wij u naar bijgevoegd overzicht. Wij nemen aan u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, namens het Dagelijks Bestuur van de GRJR,
S. Hammer Secretaris
R. Buijt Voorzitter
3