14.Aanvullende vragen CDA over overlast bewoners Malledijk in Spijkenisse
Tekst van het document
Schriftelijke vragen art 35 Reglement van Orde Nissewaard, 10 november 2023, Geacht College, Onder verwijzing naar artikel 35 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad van Nissewaard wil de fractie van het CDA u de volgende schriftelijke vragen voorleggen. Inleiding Op 19 juni 2023 heeft de fractie van CDA Nissewaard schriftelijke vragen gesteld over de overlast die bewoners aan de Malledijk in Spijkenisse ervaren van een nabijgelegen bedrijf gevestigd aan de Einsteinweg 18 in Spijkenisse. Wij hebben op 22 augustus 2023 de antwoorden van het College ontvangen en op ons verzoek is de reactie van het College op 26 september 2023 besproken in de gecombineerde commissie vergadering Bestuur en Leefomgeving. De antwoorden op de schriftelijke vragen en de reactie van wethouder Hottentot tijdens de gecombineerde commissie vergadering geven onze fractie aanleiding tot het stellen van enkele aanvullende vragen. Vraag 1 Wij hebben gevraagd waarom in het besloten deel van het raadsinformatiesysteem geen antwoord is opgenomen op de schriftelijke vragen die op 20 januari 2018 door de fractie van LOB zijn gesteld. U reageert met de woorden: “Dat is een omissie en is hersteld door de griffie”. Dat antwoord zou voor onze fractie voldoende zijn geweest.
Vraag 1a: Waarom heeft u aan het antwoord expliciet toegevoegd dat de fractie van LOB de beantwoording van de vragen voor kennisgeving heeft aangenomen? Vraag 1b: Heeft u bij deze reactie rekening gehouden met de tekst zoals die destijds door de fractie van LOB is uitgesproken? Vraag 1c: Heeft u bij deze reactie rekening gehouden met het feit dat de fractie van LOB destijds een half uur de gelegenheid kreeg om te reageren voor dat de antwoorden werden gepubliceerd? Vraag 1d: Heeft u bij deze reactie rekening gehouden met de woorden van wethouder de Graad dat de veroorzakers van de overlast, zijnde de hoogwerkers, inmiddels zijn verplaatst? Vraag 2 Wij hebben gevraagd op welke wijze is omgegaan met de door de bewoners ingediende verzoeken om handhaving. In uw antwoord verwijst u naar de uitspraak van de algemene bezwarencommissie: “uit feiten en omstandigheden (overlastmeldingen en videobeelden van omwonenden) is echter onvoldoende gebleken, dat er aan de zijde van het bedrijf sprake was van een klaarblijkelijke dreiging voor het ontplooien van verboden bedrijfsactiviteiten”. Het is niet aan de fractie om een uitspraak van de algemene bezwarencommissie te betwisten; dat zullen we ook niet doen. Maar we zijn van mening dat we de volgende vraag wel mogen stellen.
Vraag 2a: kon de algemene bezwarencommissie over alle informatie beschikken die door bewoners en door toezichthouders sinds januari 2018 is aangedragen? We bedoelen dan de vele meldingen inclusief foto’s en videobeelden van bewoners en waarnemingsrapportages van toezichthouders? Vraag 3 U geeft in uw beantwoording aan dat bij de beoordeling van het verzoek om handhaving van 28 december 2022 aan het licht is gekomen, dat er naast het genoemde maatwerkvoorschrift ook een vergunning nodig is om de afwijking van het bestemmingsplan te legaliseren. Volgens onze informatie was al in januari 2018 bekend dat het bedrijf niet kon beschikken over een passende omgevingsvergunning en dat er daarom een afweging moest worden gemaakt of legalisatie mogelijk was. Vraag 3a: waarom stelt u in uw beantwoording dat pas in december 2022 duidelijk is geworden dat er een legalisatie vergunning nodig was? Vraag 3b: uit e-mails tussen de gemeente en betrokken bewoners, alsmede uit gesprekken tussen bewoners en wethouders blijkt dat gemeente al in januari 2018 wetenschap had van het ontbreken van een passende vergunning en dat overwogen moest worden of legalisatie mogelijk was. Waarom heeft het College niet al in 2018 de stappen richting legalisatie gezet? Vraag 4 U geeft in uw beantwoording aan dat er met bewoners gesproken is over de te volgen lijn (uw antwoord op onze vraag 7).
Vervolgens stelt u dat de bewoners is medegedeeld dat, als de vergunning wordt verleend, zij de mogelijk hebben om inhoudelijk bezwaar aan te tekenen tegen de verleende vergunning. En verder stelt u ook dat de bewoners geen gebruik hebben gemaakt van juridische mogelijkheden tegen het besluit maatwerkvoorschriften. Vraag 4a: bent u het met ons eens dat spreken over de te volgen lijn, iets anders is dan mededelen dat er mogelijkheden zijn van bezwaar? Vraag 4b: klopt het, dat de bewoners op 2 mei 2019 per aangetekende brief een zienswijze hebben ingediend tegen de concept maatwerkvoorschriften? Vraag 4c: klopt het, dat het bedrijf akkoord is gegaan met de op 7 oktober 2019 gewijzigd vastgestelde maatwerkvoorschriften? Vraag 4d: bent u het met ons eens, dat de bewoners er op mochten vertrouwen dat de maatwerkvoorschriften zouden worden nageleefd; en dat dat de reden kan zijn geweest om geen bezwaar aan te tekenen? Vraag 4 e: waarom heeft u ons er in uw beantwoording expliciet op gewezen dat de bewoners geen gebruik hebben gemaakt van hun juridische mogelijkheden?
Vraag 5 Wij hebben de vraag gesteld of u verwacht dat de overlast voor de bewoners met de legalisatie van de activiteiten zal verminderen. In uw antwoord (op onze vraag 12) stelt u dat de legalisatie niet gericht is op het verminderen van de overlastklachten. Wij hebben verder gevraagd op welke wijze u de bewoners een handreiking kan doen (onze vraag 13). Helaas komt u in uw beantwoording niet verder dan de opmerking dat er met de bewoners is gesproken en dat hen gewezen is op de
mogelijkheden van bezwaar en beroep. Bij de bespreking van dit onderwerp in de gecombineerde commissie vergadering van 26 september 2023 stelde wethouder Hottentot dat er alles is gedaan om de belangen van de betrokken bewoners mee te nemen. Vraag 5a: bent u het met ons eens, dat uit de vele correspondentie, gesprekken met bewoners, gesprekken tussen bewoners en wethouders, blijkt dat er wel steeds begrip is getoond voor de positie van de bewoners, maar dat eigenlijk op geen moment een maatregel is getroffen waaruit dat blijkt? Vraag 5b: Het is ons bekend dat bewoners diverse suggesties hebben gedaan om de overlast te beperken. Zo hebben zij voorgesteld om een aarden wal aan te leggen, dat zou kunnen dienen als een vorm van geluidsscherm. Dat voorstel is welwillend in ontvangst genomen. Is mogelijk zelfs binnen de organisatie besproken, maar bewoners hebben herhaaldelijk moeten vragen om een uitspraak over deze suggestie. Was is de mening van het College over deze suggestie? Is dit een goede mogelijkheid om de overlast te beperken? Is het College bereid om hierover op korte termijn een serieus gesprek met de bewoners te voeren? Vraag 5c: Onze fractie gaat er vanuit dat het vanzelfsprekend is om een serieus gesprek te voeren met de bewoners over de wenselijkheid van een aarden wal.
Kunnen wij, na de afronding van die gesprekken, een terugkoppeling daarvan ontvangen? Vraag 5d: kunt u expliciet aangeven welke afwegingen u heeft gemaakt om de belangen van de bewoners mee te nemen en mee te wegen? Vraag 5e: kunt u zich voorstellen dat bewoners het antwoord op onze vragen 12 en 13 kunnen ervaren als “zoek het verder zelf maar uit”? Vraag 6 Het bedrijf is in oktober 2019 akkoord gegaan met de gewijzigde maatwerkvoorschriften en het bedrijf ontvangt (na afronding van wettelijke bezwaar en beroepsprocedures) de benodigde legalisatie vergunning. Vraag 6a: Zijn er recent gesprekken gevoerd en afspraken gemaakt met het bedrijf over de naleving van de maatwerkvoorschriften? Vraag 6b: welke maatregelen gaat u treffen om te zorgen dat het bedrijf voldoet en blijft voldoen aan de maatwerkvoorschriften? Vraag 7 Als u het niet eens bent met hetgeen wij in onze vragen stellen, dan horen we graag waarom u het niet met ons eens bent.
Met vriendelijke groet, Sip van der Weg CDA Nissewaard