13. SV Jong Nissewaard; Uitspraak voorzieningenrechter en CVO
Tekst van het document
Nissewaard, 11 mei 2026
Geacht college, Onder verwijzing naar artikel 36 van het Reglement van Orde van de gemeente Nissewaard stelt de fractie van Jong Nissewaard u de volgende schriftelijke vragen. Inleiding De fractie van Jong Nissewaard heeft kennisgenomen van de uitspraak van de voorzieningenrechter in het geschil tussen de gemeente Nissewaard en CVO. De uitspraak roept bij onze fractie vragen op over de juridische afwegingen van het college, de bestuurlijke verhoudingen tussen partijen en de vervolgstappen die het college voor zich ziet ten aanzien van de onderwijshuisvesting. De fractie van Jong Nissewaard heeft daarom de volgende vragen: Vraag 1 Kan het college in het algemeen reflecteren op de uitspraak van de voorzieningenrechter? Vraag 2 Is het college voornemens hoger beroep in te stellen tegen dit vonnis? Zo ja, op welke juridische grondslag acht het college de kans van slagen voldoende aanwezig? Vraag 3 Uit de handelingen van de rechtszaak valt te concluderen dat de gemeente Nissewaard geen juridische weerlegging had op het argument van CVO dat.
Waarom is er, ondanks het gebrek aan "feitelijke" weerlegging toch voor gekozen om een rechtszaak aan te spannen? Vraag 4 De voorzieningenrechter oordeelt het volgende: "Partijen zullen zich moeten inspannen om zowel de door hun gemaakte afspraken, desnoods met enige aanpassing, na te komen, als te voldoen aan de verplichtingen die zij hebben op grond van wet- en regelgeving om voor voldoende huisvesting voor leerlingen te zorgen." Welke scenario's ziet het college voor zich om aan dit oordeel te voldoen?
Vraag 5 Kan het college een duiding geven van de huidige ambtelijke en bestuurlijke verhoudingen tussen CVO en de gemeente Nissewaard? Hoe tracht zij deze verhoudingen te verbeteren teneinde het voldoen aan bovengenoemd oordeel van de voorzieningenrechter? Vraag 6 Waarom heeft het college ervoor gekozen om zich te laten vertegenwoordigen door Hekkelman advocaten, terwijl dit kantoor in het HVC dossier de wederpartij vertegenwoordigd? Acht het college dit zuiver? Vraag 7 De voorzieningenrechter oordeelt dat het (gedeeltelijk) financieel belang niet zwaarder weegt dan het belang van de school om leerlingen te kunnen huisvesten. Hoe kijkt het college hiernaar? Kan het college een inschatting geven van de maatschappelijke opgaven die mogelijk vertraging oplopen? Namens de fractie van Jong Nissewaard, Wahaj Ghani