11.VRR; Reactie zienswijzen Kadernota 2023; brief
Tekst van het document
Postadres Postbus 9154 3007 AD Rotterdam
Bezoekadres
Wilhelminakade 947 Rotterdam
Telefoon E-Mail Ons kenmerk
088 - 8779 913 SecretariaatKCA@vr-rr.nl 22UIT00012
Betreft
Reactie zienswijzen Kadernota 2023
Datum
22 april 2022
Behandeld door
Aan de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten in de regio Rotterdam-Rijnmond In afschrift aan: de gemeenteraden
Dhr. E.J.G Villerius
Geacht college, Op 23 december 2021 heeft u de Kadernota 2023 en (de wijziging op) de Gemeenschappelijke Regeling ontvangen voor de zienswijzeprocedure. Voor de wijziging van de GR-tekst is toestemming van de gemeenteraden nodig (artikel 1 Wet gemeenschappelijke regelingen). De zienswijzeperiode benaderde qua planning noodzakelijkerwijs het overgangsmoment van oude naar nieuwe raden waarbij de zienswijze in sommige gemeenten nog in de oude raad is behandeld en in sommige gemeenten in de nieuwe raad is gepland. Mede daarom is nog niet van alle gemeenten reactie ontvangen en wordt op de zienswijzen op de Gemeenschappelijke Regeling per eind juni / begin juli gereageerd. Twaalf gemeenten hebben gereageerd op de Kadernota 2023 en allen hebben aangegeven dat zij geen zienswijze op de Kadernota zullen inbrengen. In de zienswijzebrieven zijn een aantal vragen gesteld: Een van de gemeenten verzoekt te bezien welke onderdelen van het huidige takenpakket kunnen worden afgestoten. De situatie voor de VRR is nu juist dat er geen taken kunnen komen te vervallen, maar dat een deel van de taken complexer van aard wordt. Dit heeft dan ook de aanleiding gevormd voor het bestuurlijke traject van de ontwikkelagenda dat afgelopen jaar is doorlopen. Een van de gemeenten verzoekt om periodiek geïnformeerd te worden over de voortgang van de nieuwe koers.
Middels periodieke rapportages zal worden geïnformeerd over de voortgang van de ontwikkeltrajecten. Twee gemeenten verzoeken om beter inzicht te geven in de verwerking van de indexering. Voor de indexering van de gemeentelijke bijdragen wordt uitgegaan van het indexeringspercentage dat jaarlijks wordt bepaald door de Werkgroep "Verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen" en is vastgesteld door de colleges van B&W van alle deelnemende gemeenten. Per gemeente wordt de indexering toegepast op basis van de beoogde verdeelsleutel 2026 in plaats van op basis van de verdeling 2023. Wij zullen dit in de begroting 2023 meer inzichtelijk maken. Een van de gemeenten vraagt waarom de gemeente niet eerder is geïnformeerd over de inzet van gemeentelijke bijdragen op nieuwe taken waardoor de beschikbare gelden om de kwaliteit van de operationele diensten te waarborgen onvoldoende zijn. Het takenpakket van de VRR is in ruim 10 jaar aanzienlijk verbreed. Dit heeft er toe geleid dat de uitkering vanuit het Rijk in het gemeentefonds voor Brandweer en Rampenbestrijding in de periode 2010 – 2021 aanzienlijk is gestegen. De gemeentelijke bijdragen aan de VRR zijn echter maar heel beperkt toegenomen in deze periode. Uit onderzoek blijkt dat dit ten koste is gegaan van de vakbekwaamheid van medewerkers en dus van hun veiligheid.
Gemeenten zijn hier niet eerder over geïnformeerd, omdat is gebleken dat de druk op taken als vakbekwaamheid geleidelijk en door verschillende oorzaken is ontstaan.
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
Zo blijken de bezuinigingen achteraf een negatief effect te hebben gehad op de vakbekwaamheid en hebben recentelijke evaluaties van grote branden uitgewezen dat de vakbekwaamheid op een aantal punten tekort schiet en dat er meer geoefend moet worden. Door het snellere verloop van zowel vrijwilligers als ook beroepskrachten zien we dat we veel meer medewerkers moeten gaan opleiden. Als laatste zien we dat traditionele incidenten blijven bestaan maar dat er daarnaast nieuwe incidenten bijkomen, denk hierbij aan de elektrische auto’s, zonnepanelen etc. Hierdoor moet het opleidings- en oefenaanbod worden uitgebreid. Een van de gemeenten ziet in de voorbereiding van toekomstige rampen en crisissen anders dan de normale flitsrampen (zoals klimaat, energie en digitalisering) ook een taak voor de landelijke overheid die om een meer landelijke aanpak vraagt. De gemeente vraagt hier aandacht voor en verzoekt dit meer met landelijke regie aan te sturen. De gevolgen van klimaatontwikkelingen, energietransitie, langdurige crises en hogere eisen aan IM/ICT spelen in vrijwel alle andere veiligheidsregio’s. Op veel onderwerpen wordt daarom gezamenlijk opgetrokken met andere regio’s in de doorontwikkeling van werkwijzen en technieken. Dit leidt tot ‘minder meerkosten’ bij ontwikkeling, implementatie en exploitatie.
De Veiligheidsregio focust daarbij op bestrijding van gevolgen van dergelijke crises in de regio. Een van de gemeenten verwacht dat er rekening gehouden wordt met de financiële gevolgen wanneer besluitvorming aan het Algemeen Bestuur wordt voorgelegd voor het oppakken van nieuwe taken door de veiligheidsregio en geeft aan dat het daarom belangrijk is dat er tijdig en transparant hierover wordt geïnformeerd om herhaling te voorkomen. Ten aanzien van eventuele nieuwe taken die in de toekomst in opdracht van het bestuur bij de VRR worden belegd, heeft het Algemeen Bestuur aangegeven dat de financiële consequenties van deze nieuwe taken in een kadernota moeten worden vastgelegd en expliciet ter besluitvorming aan het bestuur worden voorgelegd. De financiële consequenties van eventuele nieuwe taken kunnen dan na instemming door het bestuur worden vertaald in de begroting van de VRR. De begroting(swijziging) wordt vervolgens zoals gebruikelijk voor een zienswijze aan de gemeenteraden voorgelegd, waarna op basis van de zienswijze de definitieve besluitvorming over een eventuele bijstelling van de begroting door het Algemeen Bestuur volgt. Een van de gemeenten voorziet een groter financieel nadeel voor de inwonerbijdrage mocht uiteindelijk door omstandigheden de nieuwe verdeelsleutel toch niet worden vastgesteld mede gelet op de uitwerking van scenario 2 van de ontwikkelagenda.
En geeft aan het voorwaardelijk te vinden dat dit wordt vastgesteld voor deze kadernota. De kadernota 2023 is een vooruitblik op de primaire begroting 2023. Met de primaire begroting wordt de gemeentelijke bijdrage vastgesteld. De vaststelling van de primaire begroting volgt dan ook pas nadat het besluitvormingsproces op de gemeenschappelijke regeling en kostenverdeelsystematiek is afgerond. De primaire begroting zal daarnaast ook ter zienswijze worden verstuurd. Met deze brief verwacht het Dagelijks Bestuur aan de reacties en zienswijzen van de gemeenten tegemoet te zijn gekomen. Hoogachtend,
Ing. A. Aboutaleb Voorzitter VRR Bijlage: Overzicht van zienswijzen per gemeente en reactie
-2-