CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

100.Voorontwerpbestemmingsplan Bliekstraat Spijkenisse; Bijlagen bij toelichting Bijlage 3 Quickscan Wet natuurbescherming

Gemeenteraad 14 september 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Aanvullende lijst ingekomen stukken13.741 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan Wet natuurbescherming

P.J. Bliekstraat te Spijkenisse Rho Adviseurs

Projectadviseur

Kwaliteitscontrole

Ank Lubberink BSc

Nick Kroese BSc

ank@habitus.nl 0172-204060

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport inclusief foto’s is enkel toegestaan met toestemming van de eigenaar (de

Rapportage

opdrachtgever) en onder vermelding van de bron.

Ank Lubberink BSc Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt

Documentcode RHOA2022-20-QS1-V1

Habitus geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van adviezen. Onze algemene voorwaarden zijn hier in te zien. Onze

In opdracht van Rho Adviseurs

Contactpersoon opdrachtgever mw. Eva Barendregt

privacyverklaring is hier te vinden. Een verklaring van onze documentcodes is te vinden op onze website.

Adres: Tolnasingel 3 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 78391385 / Btw-nummer: NL861372669B01 Rekeningnummer: NL80TRIO0320021483

Opleverdatum 22 juni 2022

https://habitus.nl

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

2

INHOUDSOPGAVE Klik op de titel van een hoofdstuk om direct naar het betreffende hoofdstuk te gaan.

SAMENVATTING 4 1.

INLEIDING EN ONDERZOEK 5

2.

PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN 7

3.

RESULTATEN 8

4.

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 15

5.

MAATREGELEN 16 BRONVERMELDING BIJLAGEN

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

3

SAMENVATTING

In dit hoofdstuk wordt een samenvatting van het rapport gegeven. Voor de volledigheid én om een

Verwachte overtredingen en functies

verkeerde interpretatie te voorkomen, dient het gehele rapport gelezen te worden. Zo geeft hoofdstuk

In het plangebied zijn de volgende functies en overtredingen mogelijk:

1 belangrijke informatie over de opzet en afbakening van het onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt

•

vernietiging en verstoring van nesten van vogels zonder jaarrond beschermd nest.

informatie gegeven over de begrenzing van het plangebied en welke werkzaamheden getoetst zijn. Hoofdstuk 3 geeft nadere informatie over de aanwezigheid van soorten en gebieden. In hoofdstuk 4

In de omgeving van het plangebied zijn de volgende functies en overtredingen mogelijk:

wordt de conclusie toegelicht en worden de benodigde nader onderzoeken toegelicht. In hoofdstuk

•

5 staan de benodigde maatregelen beschreven. Ook de bijlagen zijn onlosmakelijk met de inhoud verbonden, met name Bijlage 4.

verstoring van nesten van vogels zonder jaarrond beschermd nest door aanwezigheid van mens en materieel;

•

verstoring van verblijfplaatsen voor vleermuizen door verlichting en trillingen;

•

verstoring van een essentiële vliegroute voor vleermuizen door verlichting;

Aanleiding

•

verstoring van nesten van huismus door aanwezigheid van mens en materieel;

Deze quickscan is uitgevoerd omdat de opdrachtgever voornemens is de volgende werkzaamheden

•

verstoring van nesten van gierzwaluw door aanwezigheid van mens en materieel.

uit te voeren: 1. plangebied bouwrijp maken;

Conclusie

2. realisatie van twee woontorens met in totaal circa 225 woningen en enkele voorzieningen

Soort(groep)/gebied

waaronder een supermarkt; 3. aanleg van bijbehorende infrastructuur en (ondergrondse) parkeergelegenheid.

Onderzoeksvraag In dit rapport wordt een voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de Wet natuurbescherming. De centrale vraag luidt: Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming

Maatregel

Vogels zonder jaarrond beschermd nest

Onderzoek

x

Overig/opmerking zie paragraaf 5.1.1

Vleermuizen

x

zie paragraaf 4.2

Huismus

x

zie paragraaf 4.2

Gierzwaluw

x

zie paragraaf 4.2

x = maatregel of onderzoek is benodigd.

(Wnb) of het provinciaal beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden?

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

4

1. INLEIDING & ONDERZOEK

1.1 Aanleiding

1.3 Criteria

Deze toetsing wordt aangevraagd voor een

Op dit onderzoek zijn de volgende criteria van

ruimtelijke

toepassing:

ontwikkeling.

Er

dient

daarom

onderzocht te worden of met de voorgenomen (ruimtelijke)

ontwikkeling

sprake

is

•

Het

onderzoek

is

uitgevoerd

door

van

deskundige ecologen met een hbo of wo

overtreding van de geldende natuurwet en

opleiding op ecologisch gebied, zoals,

-regelgeving.

(toegepaste) biologie, dierecologie of bos -en natuurbeheer.

Indien na het onderzoek geen overtredingen

•

Het onderzoek is uitgevoerd door een

worden verwacht, kan de ontwikkeling vanuit de

onafhankelijk

ecologie zonder beperkingen doorgang vinden.

verklaart hierbij geen enkel belang te

adviesbureau.

Habitus

Indien wij vervolgonderzoek adviseren, kan

hebben bij de uitkomst van het onderzoek.

een voorgenomen ontwikkeling doorgaans nog

Ook heeft iedere vaste medewerker de

steeds plaatsvinden na het verkrijgen van een

ethische gedragscode ondertekend en beloofd hiernaar te handelen.

ontheffing of vergunning. •

1.2 Doel en centrale vraag

Het onderzoek voldoet aan onze eigen proces- en kwaliteitseisen. Bekijk deze hier.

Dit rapport dient voor de initiatiefnemer als

•

Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig

bewijsstuk dat een ecologisch onderzoek is

na de opleverdatum (zie colofon) of zo lang

verricht.

dit realistisch is, gezien de ecologie van de betreffende soort(en).

In

dit

rapport

wordt

een

voorgenomen

•

Voor

het

opsporen,

vangen

(met

ontwikkeling getoetst aan de Wet natuur-

toegestane vangmiddelen) of bemachtigen

bescherming. De centrale vraag luidt:

van beschermde dier- of plantensoorten is

Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met

een geldige ontheffing aanwezig.

de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal beleid?

1.4 Werkwijze

Toelichting op de afbeelding

En welke vervolgstappen dienen genomen te worden

De werkwijze is te vinden op onze website.

Het plangebied is gelegen ten westen van het tram- en

voor met de uitvoering gestart kan worden?

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

busstation Spijkenisse Centrum.

5

1.5 Reikwijdte

1.5.3 Provinciaal beleid

Onderstaand is beschreven aan welke wetten,

Daarnaast

artikelen en aan welk beleid de voorgenomen

beschermde gebieden, beschermd via de Wet

ontwikkeling wordt getoetst in dit rapport.

Ruimtelijke Ordening. Het betreft gebieden die

wordt

getoetst

aan

provinciaal

in de Verordening Ruimte zijn aangewezen als 1.5.1 Soortbescherming

Natuurnetwerk Nederland (NNN). Aan overige

Er wordt getoetst aan de volgende artikelen uit

beleidsgebieden wordt in principe niet getoetst,

de Wet natuurbescherming:

tenzij dit specifiek overeengekomen is.

•

3.1

Vogelrichtlijn (soorten en nesten) Habitatrichtlijn(soorten)

•

3.5

•

3.10 Andere soorten

Indien uit de toetsing naar voren komt dat er

•

1.11 Zorgplicht

mogelijk sprake is van een overtreding, dan

1.5.4 Toetsing

Vrijgestelde soorten worden niet beoordeeld

is veelal vervolgonderzoek benodigd. Hierbij

bij ruimtelijke ontwikkelingen, want door de

valt te denken aan een soortgericht onderzoek

vrijstelling is er geen kans op het overtreden

(soortbescherming),

van de Wet natuurbescherming. Bij (eenmalige)

Voortoets Natura 2000 (gebiedsbescherming).

activiteiten vindt wel een effect beoordeling

Deze nadere onderzoeken zijn een vervolg

plaats, omdat de vrijstelling dan niet geldt. Indien

op dit onderzoek. Zie onze website voor een

van toepassing worden wel altijd maatregelen

processchema.

een

NNN-toetsing

of

voorgesteld om rekening te houden met de

1.6 Potentiebepaling

vrijgestelde soorten.

De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek

Kader Omgevingswet (Ow) Naar verwachting zal in de nabije toekomst de Omgevingswet (Ow) met de huidige Wet natuurbescherming verweven worden (Rijksoverheid, 2020). De datum van invoering is nu vastgesteld op 1 januari 2023. Meer informatie over hoe dit voor flora- en fauna-activiteiten geregeld

1.5.2 Gebiedsbescherming Voor

Het bevoegd gezag is in de regel de provincie. Provincies regelen in de omgevingsverordening of en welke vrijstellingen van de omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit gelden. Dit zal in het aanvullingsbesluit Natuur worden geregeld.

zijn niet van invloed op de potentiebepaling. getoetst

Wel kunnen de weersomstandigheden van

aan de volgende onderdelen van de Wet

invloed zijn op de aangetroffen soorten. De

natuurbescherming:

potentiebepaling blijft daarom leidend. Omdat

•

Natura 2000-gebieden (Wnb artikel 2.7, dit

de omgeving ook beïnvloed kan worden door

wordt vanaf 2023 de Omgevingswet met

de voorgenomen ontwikkeling, wordt deze ook

de artikelen 2.4 en 4.1), met uitzondering

meegenomen in de beoordeling tot zo ver de

van stikstofdepositie en aerisucalculatie.

invloedssfeer van het project reikt.

wordt, is hier te vinden.

•

gebiedsbescherming

wordt

Bijzondere nationale gebieden. In de Omgevingswet die naar verwachting in gaat op 1 januari 2023 betreft dit: artikel 7.8 lid 2 Bkl.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

6

2. PLANGEBIED & WERKZAAMHEDEN

2.1 Huidige situatie

2.2 Werkzaamheden en planning

Het plangebied ligt aan de P.J. Bliekstraat te Spijkenisse en is gelegen in de provincie Zuid-Holland.

In het plangebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:

De begrenzing van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. In de huidige situatie bestaat het

1. plangebied bouwrijp maken;

plangebied uit parkeerplaatsen, een fietsenstalling, trottoirs, een fietspad, enkele bomen en een

2. realisatie van twee woontorens met in totaal circa 225 woningen en enkele voorzieningen

gedeelte van het busstation. Er zijn geen woningen of andere panden aanwezig binnen het plangebied. De fietsenstalling bestaat uit een hek met spijlen en een plat dak.

zoals een supermarkt; 3. aanleg van bijbehorende infrastructuur en (ondergrondse) parkeergelegenheid. Een kaart van het plangebied is weergegeven in Bijlage 1.

De omgeving van het plangebied bestaat uit een metrostation, een busstation, een zorginstelling, grasland, sloten, wegen en laag- en hoogbouw. De werkzaamheden beperken zich tot het plangebied.

De door de opdrachtgever aangeleverde informatie is te vinden in Bijlage 2. Voor de effectbeoordeling wordt uitgegaan van een (redelijkerwijs te verwachten) worstcasescenario. Verwacht wordt dat er sterke trillingen en harde geluiden zullen ontstaan tijdens de werkzaamheden. Er wordt in de uitvoerings- en gebruiksfase mogelijk extra verlichting geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. In de winter is

Legenda

het mogelijk dat werkzaamheden voor zonsopkomst starten. Er zal geen water onttrokken worden of

Plangebied Onderzoeksgebied

water worden opgespoten. Er wordt niet in het water of langs de oever gewerkt. Er kunnen zand- of gronddepots ontstaan. Naar verwachting zullen de werkzaamheden in het derde of vierde kwartaal van 2023 starten en twee tot drie jaar in beslag nemen.

Algemene opmerking: In dit rapport maken we onderscheid tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waar de te beoordelen ingrepen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied wat onderzocht is tijdens het veldbezoek en tevens het gebied tot waar de effecten van de ingreep kunnen reiken. Figuur 1: het plangebied is rood omrand en het onderzoeksgebied is blauw omrand (PDOK, 2022). Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

7

3. RESULTATEN

3.1 Beschermde gebieden In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-gebieden. In Nederland zijn daarnaast gebieden aangewezen onder het Natuurnetwerk Nederland. Deze gebieden zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming of provinciale bescherming. In Tabel 1 zijn de afstanden van het plangebied tot de beschermde gebieden benoemd. In Figuur 2 op de volgende pagina, is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de beschermde gebieden en wordt een nadere toelichting gegeven. Tabel 1: afstanden van het plangebied tot beschermde gebieden Beschermd gebied

Afstand tot plangebied (in meters)

Natura 2000-gebied*: 'Oude Maas' Dit gebied is gevoelig voor stikstofdepositie.

1.320

Natuurnetwerk Nederland

980

*In paragraaf 3.1.1 is een hyperlink opgenomen naar de effectenindicator (Ministerie van Economische Zaken, 2017). Daar is ook meer informatie opgenomen over habitatsoorten en -typen.

Binnen het plangebied bevinden zich geen gebieden behorend tot Natura 2000. Alle Natura 2000-gebieden binnen vijf kilometer worden beoordeeld of tot zo ver de verwachtte effecten reiken. Binnen het plangebied bevinden zich ook geen gebieden behorend tot Natuurnetwerk Nederland (NNN). Algemene opmerking: Een grote afstand tussen het plangebied en een beschermd gebied betekent niet dat negatieve effecten per definitie uitgesloten kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op een soort die buiten een beschermd gebied verblijft óf van depositie. Ook de onttrekking van grondwater kan effecten veroorzaken op grote afstand. Toelichting op de afbeelding In het plangebied is in de huidige situatie een fietsenstalling aanwezig. Grenzend aan het plangebied zijn woningen aanwezig.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

8

Stikstofdepositie en Natura 2000

Legenda Plangebied

Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen leiden tot stikstofuitstoot, wat vervolgens neer kan slaan op

Beschermde gebieden

stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Vanwege de veranderlijke regelgeving met betrekking

Natuurnetwerk Nederland Natura 2000-gebied

tot stikstofdepositie en de geldigheid van dit rapport (drie jaar), kan niet bepaald worden of er sprake is van een overtreding ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden. Om te bepalen of en in welke mate er sprake is van een overtreding met betrekking tot stikstofdepositie, kan een aeriuscalculatie uitgevoerd worden. Hiervoor geldt het advies om voor aanvang van de werkzaamheden een gespecialiseerd bureau te vragen naar de op dat moment geldende regelgeving en eventuele uitvoering van een aeriuscalculatie.

3.1.2 Effecttoetsing Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 980 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNNgebied. De werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. In provincie Zuid-Holland is geen sprake van externe werking. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten.

Figuur 2: ligging plangebied (rode markering ) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (PDOK, 2022; provincie Zuid-Holland, 2022). 3.1.1 Effecttoetsing Natura 2000-gebieden In de effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017) is gekozen voor de activiteit ’woningbouw’, omdat deze activiteit het best vergelijkbaar is met de ontwikkeling. De effectenindicator geeft aan dat mogelijke effecten van ’woningbouw’ op Natura 2000-gebieden ‘Oude Maas’ en worden veroorzaakt door oppervlakteverlies; versnippering; verontreiniging; verdroging; verstoring door geluid, licht en trilling; optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Van deze effecten is in het huidige project geen sprake, aangezien de effecten zeker niet tot het Natura 2000-gebied zullen reiken. Het Natura 2000-gebied ligt daarvoor op een te grote afstand met daarnaast tussenliggende demping van landschap en bebouwing. Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het plangebied ook geen habitatsoorten verwacht. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied zijn niet aan de orde. Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

9

3.2 Beschermde soorten Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 17 mei 2022 voorafgaand aan het veldbezoek. Het veldbezoek is uitgevoerd op 18 mei 2022. Het veld- en het bureau-onderzoek zijn verricht door een deskundig ecoloog, namelijk Ank Lubberink BSc. Op onze website zijn alle cv's opgenomen van onze collega's om deze deskundigheid aantoonbaar te maken.

Volledigheid Het plangebied kon geheel geïnspecteerd worden.

Aanwezige en verwachte soorten In Tabel 2 op de volgende pagina is te zien welke soorten (mogelijk) in het plangebied voorkomen en welke functies er verwacht worden. Ook is weergegeven welke ecologische risico’s dit project met zich meebrengt met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). De soorten genoemd in de tabel worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht. Een overzicht van de soorten die uit het bureau-onderzoek komen, zijn te zien in Bijlage 3. Soorten die wel uit het bureau-onderzoek komen maar op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten, zijn te vinden in Bijlage 4.

Toelichting op de afbeelding In het plangebied is parkeergelegenheid aanwezig. Grenzend aan het plangebied bevinden zich woningen.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

10

Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Figuur 3 voor een kaart met het plangebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen. Resultaten

Toetsing aan de Wnb

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

a/m/ vm

Te verwachten functies

Onderbouwing en locatie(s) in het plangebied

Vogels zonder jaarrond beschermd nest

m, vm

n

Negatieve effecten op vogels zonder jaarrond beschermd nest kunnen niet worden uitgesloten. In en om het plangebied kunnen vogels zonder jaarrond beschermd nest tot broeden komen. De volgende biotopen zijn daarvoor geschikt: bebouwing; bomen en de trambrug (zie Figuur 3). Zolang een nest in gebruik is mag het niet vernietigd worden. Ook verstoring van een nest is niet toegestaan, tenzij dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende soort. • Er zijn geen vogels met nestindicerend gedrag aangetroffen binnen het plangebied tijdens het veldbezoek. Wel is het mogelijk dat vogels zonder jaarrond beschermd nest zich binnen drie jaar (houdbaarheid quickscan) vestigen in of om het plangebied. • Categorie 5-soorten met een 'matig ongunstige' staat van instandhouding zoals de spreeuw kunnen aanwezig zijn in de omliggende bebouwing, omdat holtes in het dak aanwezig zijn. Huiszwaluw wordt niet verwacht omdat de dakrand te glad is. • Sommige soorten, zoals de houtduif, kunnen vrijwel het gehele jaar broeden in bomen en bosschages en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie paragraaf 5.1.1 voor de te nemen maatregelen.

1 t/m 3

Verblijfplaatsen: negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen niet worden uitgesloten. Er zijn verblijfplaatsen mogelijk in omliggende gebouwen omdat er op diverse plaatsen losse dakpannen, open stootvoegen en openingen onder het lood aanwezig zijn waar vleermuizen in kunnen verblijven. Binnen het plangebied bevinden zich geen geschikte opstallen. Het is mogelijk dat er verlichting geplaatst wordt die verblijfplaatsen in gebouwen kan beschijnen, wat kan leiden tot verstoring van de verblijfplaatsen. Ook kunnen er sterke trillingen ontstaan, die kunnen leiden tot verstoring van de verblijfplaatsen. Meervleermuizen verblijven in Nederland in de winter in bunkers, forten en mergelgroeven. Dit biotoop is niet aanwezig in het plangebied. Effecten op winterverblijfplaatsen van meervleermuis kunnen daarom worden uitgesloten. Een massawinterverblijf van gewone dwergvleermuis kan zich bevinden in omvangrijke, robuuste gebouwen. Het is van belang dat er diepe, spleetvormige ruimten aanwezig zijn met veel potentie voor een grote diversiteit aan microklimaten. Ruimten met een temperatuurgradiënt (spouw, dilatatievoeg, holle vloerelementen en dergelijke) maken een gebouw geschikt. Het is belangrijk dat er veel geschikte invliegopeningen zijn in het gebouw.

Dit biotoop is aanwezig in de woontoren aan de zuidzijde van het plangebied en de zorginstelling aan de westzijde van het plangebied. De werkzaamheden kunnen leiden tot verstoring van potentieel aanwezige massawinterverblijfplaats. Negatieve effecten kunnen daarom niet uitgesloten worden. Essentiële vliegroute: effecten op een essentiële vliegroute kunnen niet worden uitgesloten. Er is een lijnvormig, houtig element langs het plangebied aanwezig die onderdeel uit kan maken van een (essentiële) vliegroute. Dit element zal behouden blijven. Wel kan het lijnvormige element beschenen worden door het gebruik van bouwplaats verlichting en/of de nieuw te plaatsen verlichting. Verlichting van de potentiële essentiële vliegroute kan leiden tot verstoring van deze functie. Omdat er geen alternatieve vliegroutes op vergelijkbare afstand én van vergelijkbare kwaliteit aanwezig zijn, kan het lijnvormige element van essentiële waarde zijn. De bomenrij die door het plangebied loopt maakt geen onderdeel uit van de potentiële essentiële vliegroute. Deze bomenrij staat niet in verbinding met andere vliegroute structuren en leidt niet richting een foerageergebied of verblijfplaats.

Naar verwachting loopt de potentiële vliegroute vanaf het zuidelijke deel van het plangebied richting het noordelijke deel van het plangebied, en buigt deze dan af richting het park/de kinderboerderij (potentieel foerageergebied). Zie de kaart op pagina 13. Essentieel foerageergebied: effecten op een essentieel foerageergebied kunnen worden uitgesloten. Er is geen groot oppervlak aan houtige beplanting of moeras aanwezig in het plangebied, wat mogelijk een (essentieel) foerageergebied is. Het nabij gelegen park met kinderboerderij, wat als foerageergebied kan dienen, bevindt zich buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden

1 t/m 3

Inclusief cat. 5-soorten zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.

Gewone dwergvleermuis

m

z, w, p, k, mw, vl

Ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger

m

z, w, p, k, vl

Meervleermuis

m

z, p, k, vl

Werkzaamheid1

Kans op overtreding Wnb2 Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4

Toelichting op Tabel 2: In deze tabel staan enkel de soorten waarvoor een overtreding verwacht wordt óf een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de

en/of

leesbaarheid van het rapport te vergroten.

Artikel 1.11

De soorten waarvoor geen effect wordt verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 4. Daar is een nadere onderbouwing te vinden over waarom een soort of beschermde functie is uitgesloten.

Artikel 3.5 lid 2 en 4 HR-soorten

Legenda Tabel 2: a = beschermde functie aangetroffen m = beschermde functie mogelijk aanwezig vm = vestiging van deze soort is mogelijk Verblijfplaatsen n = nest (vogels) k = kraamverblijfplaats z = zomerverblijfplaats p = paarverblijfplaats w = winterverblijfplaats mw = massawinterverblijfplaats Overig en omgeving vl = essentiële vliegroute

¹ Zoals omschreven in paragraaf 2.2. 2 De beschermingsregimes zijn hier toegelicht.

Tabel 2 gaat verder op de volgende pagina. Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

11

Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Figuur 3 voor een kaart met het plangebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen. Resultaten

Toetsing aan de Wnb

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

a/m/ vm

Te verwachten functies

Onderbouwing en locatie(s) in het plangebied

Werkzaamheid1

Kans op overtreding Wnb2

Huismus

m, vm

n

Nesten: negatieve effecten op nestplaatsen van huismus kunnen niet worden uitgesloten. Er zijn openingen onder de dakgoot, dakpannen en onder het lood van de omliggende woningen waar huismus in kan broeden. De potentiële nestplaatsen zullen intact blijven tijdens de werkzaamheden. Echter, er kan wel verstoring optreden, bijvoorbeeld optische verstoring door de aanwezigheid van mens en materieel. Essentiële functionele leefomgeving: er worden geen elementen verwijderd die onderdeel uit kunnen maken van de essentiële functionele leefomgeving, zoals kruidenrijke terreinen (foerageergebied), (wintergroen) struweel/ hagen (schuilplaats), jonge bomen (hop-over), watertjes (bad- en drinkfunctie) en/of zandige stukjes (zandbad). De omliggende tuinen zijn geschikt als functionele leefomgeving voor huismus en kunnen deze functie blijven vervullen. De werkzaamheden zullen niet leiden tot verstoring van de betreffende functie. Vestiging: tijdens het veldbezoek zijn huismussen waargenomen nabij het plangebied (binnen 60 meter), waardoor vestiging in de naastgelegen woningen op korte termijn (binnen de houdbaarheid van dit rapport) niet uitgesloten kan worden.

1 t/m 3

Artikel 3.1 lid 2 en 4 en Vogel met een jaarrond beschermd nest

Nesten: negatieve effecten op nestplaatsen van gierzwaluw kunnen niet worden uitgesloten. Binnen het plangebied zijn geen geschikte gebouwen aanwezig. De omliggende bebouwing is wel geschikt voor gierzwaluw. Er zijn donkere holtes van ruimtes onder dakpannen waar gierzwaluw kan broeden. Deze nestplaatsen zullen tijdens de werkzaamheden intact blijven, echter er kan wel verstoring optreden. Er is sprake van verstoring als de werkzaamheden tot gevolg hebben dat de betreffende functie niet of minder goed vervuld kan worden, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van mensen of door effecten van trilling en geluid. Tijdens het veldbezoek zijn op circa 20 meter van het plangebied nestindicerende waarnemingen gedaan. Omdat het gaat om een grootschalige en langdurige ontwikkeling, waarbij zowel tijdens de ontwikkelingsfase als tijdens de gebruiksfase toegenomen activiteit is, is er een reële kans op verstoring van nesten. Functionele leefomgeving: negatieve effecten op de essentiële functionele leefomgeving van gierzwaluw worden niet verwacht. Gierzwaluwen hebben een vrije uitvliegroute van minimaal 3 meter onder de uitvliegopening van het nest nodig, omdat ze niet direct vanuit het nest kunnen opstijgen en zich daarom eerst naar beneden laten vallen. Daarnaast moet de vrije uitvliegbreedte minstens één meter zijn.

Ook mogen er geen obstakels aanwezig zijn óf geplaatst worden die de uitvliegroute belemmeren. De gebouwen rondom het plangebied voldoen aan deze voorwaarden, er vinden echter geen werkzaamheden/activiteiten plaats binnen deze zone. Waarnemingen: tijdens het veldbezoek waren er voortdurend gierzwaluwen aanwezig die laag boven de omliggende woningen vlogen. Ook werd er tweemaal een invliegende gierzwaluw waargenomen, wat duidt op aanwezigheid van een nest. Daarnaast werden er op een andere locatie poepsporen aangetroffen die duiden op aanwezigheid van een nest van gierzwaluw. Zie de kaart op de volgende pagina voor de exacte locaties.

1 t/m 3

Gierzwaluw

m

n

Toelichting op Tabel 2: In deze tabel staan enkel de soorten waarvoor een overtreding verwacht wordt óf een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid van het rapport te vergroten. De soorten waarvoor geen effect wordt verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 4. Daar is een nadere onderbouwing te vinden over waarom een soort of beschermde

Artikel 3.1 lid 2 en 4 en Vogel met een jaarrond beschermd nest

functie is uitgesloten.

Legenda Tabel 2: a = beschermde functie aangetroffen m = beschermde functie mogelijk aanwezig vm = vestiging van deze soort is mogelijk Verblijfplaatsen n = nest (vogels)

¹ Zoals omschreven in paragraaf 2.2. 2 De beschermingsregimes zijn hier toegelicht.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

12

Figuur 3:

kaart

met

weergave

van

relevante waarnemingen en biotopen.

Legenda

Zie Tabel 2 op de vorige bladzijdes voor

Plangebied Biotopen Bebouwing met pannendak (V, VM, HM, GZ) Bebouwing met plat dak (VM) Bomen (V)

de effectbeoordeling (PDOK, 2022). Vogels zonder jaarrond beschermd nest In

de

ingetekende

biotopen

kunnen

diverse vogels aanwezig zijn en een nest

Trambrug (V, VM)

hebben. In bomen en bosschages gaat het

Bomenrij (V)

bijvoorbeeld om houtduif, ekster en zwarte

Kantoorpand (ongeschikt)

kraai. In de woningen met pannendaken

Tramstation (ongeschikt) Waarnemingen Huismus, man + vrouw, nestindicerend gedrag Nest van gierzwaluw Poepsporen, mogelijk nest van gierzwaluw

kunnen soorten zoals spreeuw en kauw tot broeden komen. Onder de trambrug zijn richels aanwezig waar (stads)duiven op kunnen broeden.

Potentiële essentiële vliegroute vleermuizen

Gebruikte afkortingen: V = vogels zonder jaarrond beschermd nest, VM = vleermuizen, HM = huismus, GZ = gierzwaluw, vl = potentiële essentiële vliegroute. Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

13

3.3 Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden of dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. 3.3.1 Planten De volgende plantensoorten zijn onder andere binnen het plangebied aangetroffen: heermoes, gewone es, zomereik, madeliefje, paardenbloem en diverse soorten (niet-beschermde) grassen. Voor deze algemene planten zijn geen maatregelen benodigd. Er zijn geen bedreigde planten van de Rode Lijst aangetroffen. Er zijn geen waardplanten voor beschermde vlinders aanwezig. 3.3.2 Dieren In het plangebied kunnen verschillende diersoorten aanwezig zijn welke relevant zijn om rekening mee te houden tijdens de voorgenomen ontwikkeling. Deze worden hieronder per biotoop benoemd.

Grasland en tuinen In het grasland en de tuinen bij de woningen kunnen soorten aanwezig zijn, zoals huisspitsmuis, egel en gewone pad.

Toelichting op de afbeelding Tijdens het veldbezoek is gelet op de aanwezige planten. Er werd onder andere heermoes waargenomen. Dit is geen beschermde soort.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

14

4. CONCLUSIE & AANBEVELINGEN

4.1 Conclusie

Algemene opmerking:

De conclusie geeft antwoord op de centrale vraag:

In 4.1 is de conclusie weergegeven. Voor de volledigheid én om een verkeerde interpretatie

Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming

te voorkomen, dient het gehele rapport gelezen te worden. Zo geeft hoofdstuk 1 belangrijke

(Wnb) of het provinciaal beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering

informatie over de opzet en afbakening van het onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt informatie

gestart kan worden?

gegeven over de begrenzing van het plangebied en welke werkzaamheden getoetst zijn. Hoofdstuk 3 geeft nadere informatie over de aanwezigheid van soorten en gebieden. Ook de bijlagen zijn onlosmakelijk met de inhoud verbonden, met name Bijlage 4.

Hieronder volgt een antwoord op de centrale vraag. In tabel 3 is de conclusie samengevat. De voorgenomen ontwikkeling is naar verwachting in strijd met het onderdeel soortbescherming uit de Wet natuurbescherming. Er kunnen namelijk nesten van huismus, gierzwaluw en 'vogels zonder

Zie paragraaf 5.1 voor informatie over hoe om te gaan met soorten waarvoor geen onderzoek benodigd

jaarrond beschermd nest' in en rondom de planlocatie aanwezig zijn. Tevens kunnen vleermuizen

is, maar waarvoor wel maatregelen benodigd zijn. Op onze website is een stroomschema te vinden

verblijfplaatsen hebben in omliggende bebouwing en kan een essentiële vliegroute verstoord worden

waarin de vervolgstappen zijn opgenomen met een indicatieve doorlooptijd.

door de werkzaamheden. Daarnaast kunnen 'vogels zonder jaarrond beschermd nest' en huismus zich in de toekomst vestigen. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het onderdeel

4.2 Nader onderzoek is nodig voor de volgende soorten

gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming. Verder zijn de plannen niet in strijd met

Voor iedere soort waarvoor de Wet Natuurbescherming en/of het natuurbeleid van de provincie

provinciale gebiedsbescherming.

(mogelijk) wordt overtreden, wordt hieronder de vervolgstap beschreven. •

Tabel 3: Samenvatting conclusie

vinden tussen half mei en half oktober volgens het Vleermuisprotocol 2021. Er zijn onder andere

Soort(groep)/gebied

Maatregel

Vogels zonder jaarrond beschermd nest Vleermuizen

Vleermuizen: zie Tabel 2 voor de soorten en functies. Dit onderzoek dient globaal plaats te

Onderzoek

x

zie paragraaf 5.1.1 x

veldbezoeken benodigd in het voorjaar en najaar.

Overig/opmerking •

minimaal twee veldbezoeken in de ochtend in de periode april t/m 20 juni, waarvan één bezoek

zie paragraaf 4.2

Huismus

x

zie paragraaf 4.2

Gierzwaluw

x

zie paragraaf 4.2

Huismus: nesten. Dit onderzoek dient bij voorkeur plaats te vinden door het uitvoeren van tussen 1 april en 15 mei.

•

Gierzwaluw: nesten. Dit onderzoek dient bij voorkeur plaats te vinden door het uitvoeren van minimaal drie veldbezoeken in de periode juni t/m half juli.

x = maatregel of onderzoek is benodigd.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

15

5. MAATREGELEN

Algemene opmerking:

ecoloog. Indien er geen broedende vogels worden vastgesteld, kunnen de werkzaamheden alsnog

Verricht geen werkzaamheden voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen

doorgang vinden. Let op: in de aangegeven broedperiode is er veelal een grote kans op het aantreffen

zijn genomen en/of (indien aan de orde) een ontheffing of vergunning is verkregen. Of treed

van broedende vogels. Een gunstige uitkomst van de inspectie is vooraf niet te geven.

voorafgaand aan de werkzaamheden in overleg met een deskundig ecoloog over welke

•

Zwarte roodstaart (vestiging voorkomen): vogelsoorten zoals de zwarte roodstaart kunnen

werkzaamheden wél mogelijk zijn. Afwijkingen dienen altijd schriftelijk vastgelegd te worden om

aanwezig zijn op bouwterreinen en broeden in hopen afval of bouwmateriaal. Als de soort tot

aantoonbaar volgens de wet te werken (omgekeerde bewijslast). Zie ook paragraaf 5.4.

broeden komt op het terrein is het nest beschermd en zal hier rekening mee gehouden moeten worden. Voorkom vestiging van deze soort door in de broedperiode (globaal van half maart t/m

Hieronder volgen de te nemen maatregelen om overtreding van wetsartikelen te voorkomen tijdens

eind juli) bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen direct te verwijderen uit het plangebied. Of

de uitvoering van de werkzaamheden. De maatregelen zijn opgedeeld in:

dek de bouwmaterialen geheel af met een stevig zeil of doek.

•

5.1 Maatregelen beschermde soorten (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10);

•

5.2 Zorgplichtmaatregelen (artikel 1.11);

•

5.3 Bovenwettelijke maatregelen.

Daarnaast wordt in paragraaf 5.4 besproken wat u kunt doen bij een wijziging van de ontwikkeling of wanneer de gegeven adviezen niet passen in de uitvoering of planning.

5.1 Maatregelen beschermde soorten Er zijn maatregelen nodig voor de volgende beschermde soorten: vogels, vleermuizen en gierzwaluw. 5.1.1 Vogels zonder jaarrond beschermd nest Voorkom vernietiging van vogelnesten óf een verstoring die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van een in Europa inheemse vogelsoort. Nesten van deze soorten mogen niet beschadigd, weggehaald of vernietigd worden. Ook verstoringen die leiden tot het verlaten van het nest zijn verboden. De meeste vogels broeden globaal tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende in Europa inheemse vogelsoorten zijn te allen tijde beschermd. Maatregel 1: verricht de werkzaamheden buiten de broedperiode van de aanwezige soorten. Op basis van het veldbezoek waarin we op aanwezige vogelsoorten hebben gelet én op basis van de aanwezige biotopen, verwachten wij dat de broedperiode loopt van half februari t/m half oktober. Indien het niet mogelijk is om buiten deze broedperiode te werken, kan maatregel 2 uitkomst bieden. Maatregel 2: laat voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitvoeren door een Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

16

5.2 Zorgplichtmaatregelen

5.2.2 Amfibieën

In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Uit de zorgplicht volgt dat nadelige

In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende

gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden óf dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden.

maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:

Hieronder volgt de strategie om met deze soorten om te gaan, zie kader.

•

Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige plek buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.

Strategie zorgplicht: Om invulling te geven aan de zorgplicht wordt de volgende strategie gevolgd: 1. In eerste instantie worden alle vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard of worden de werkzaamheden verricht buiten de verstoringsafstand van de betreffende soorten. 2. Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden plaats buiten de kwetsbare perioden voor de betreffende soorten. De voortplantingsperiode en de winterrust zijn hier voorbeelden van. In paragraaf 3.3 zijn per biotoop de zorgplichtsoorten opgenomen die in het plangebied verwacht worden.

Indien niet voldaan kan worden aan de strategie in bovenstaand kader, dan zijn de volgende maatregelen minimaal benodigd om nadelige gevolgen te voorkomen.

5.2.1 Zoogdieren In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: •

Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen, egels) om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten.

•

Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet

•

Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de

tussen zonsondergang en zonsopkomst. projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

17

5.3 Bovenwettelijke of aanvullende maatregelen

•

Op het gebouw kan een groendak aangelegd worden. Met een groendak krijgt een plat dak

Dit rapport is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de Wet natuurbescherming te voldoen. In het

een unieke en duurzame uitstraling. Daarnaast wordt het dak multifunctioneel, waardoor

rapport wordt dus in principe geen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden die niet wettelijk

er ecologische, economische of sociale voordelen kunnen ontstaan. In deze flyer wordt kort

beschermd zijn. Maar ook niet-beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Daarnaast

uitgelegd wat een groendak is en worden diverse ecologische en economische voordelen

zijn er vaak ecologische kansen aanwezig die eenvoudig te realiseren zijn. Wij vinden het belangrijk om

benoemd. Er is ook een handreiking groene daken ontwikkeld, waarin details staan over wat een

ook daar aandacht aan te geven.

groendak is, de voordelen en hoe een groendak kan worden aangelegd.

Nieuwe aanplant of vegetatie-ontwikkeling Biodiversiteit

•

Kies voor de beplanting voor inheemse bomen en struiken. Deze planten hebben voor insecten,

Wil je met een onafhankelijke en herhaalbare meting weten hoe het met de biodiversiteit gesteld

vlinders en vogels een hogere waarde dan uitheemse planten. Kies bij aanplant voor streekeigen

is in jouw plangebied? En wil je daarnaast aanbevelingen om gericht maatregelen te nemen die

soorten van autochtoon materiaal. Vermijd daarnaast te allen tijde de aanplant van invasieve

de biodiversiteit verhogen? Vraag ons dan om een Quickscan Biodiversiteit uit te voeren! Met de Quickscan Biodiversiteit wordt aantoonbaar gemaakt wat de huidige biodiversiteit is.

exoten, zoals Japanse duizendknoop, watercrassula en grote waternavel. •

Realiseer een rand of plek met ruigtekruiden. Door een plek met ruigtekruiden te realiseren en

Bij een vervolgmeting kan de bijdrage dan objectief worden bepaald. Vraag de projectadviseur

deze slechts éénmaal per twee jaar te maaien, ontstaat een overgang in de vegetatie. Deze rand

gerust om de folder of om meer informatie.

is waardevol voor bijvoorbeeld planten, vlinders en kleine zoogdieren. Spontane ontwikkeling is de eenvoudigste manier. Indien toch voor inzaaien wordt gekozen, dan dient bij voorkeur gekozen te worden voor biologisch zaad van inheemse kruiden met een regionale herkomst.

5.3.1 Ecologische kansen Binnen het plangebied zijn de volgende ecologische kansen of mogelijkheden aanwezig:

Parkeerplaatsen •

Nieuwbouw •

Gebruik grastegels voor het aanleggen van de parkeerplaatsen, waardoor grassen en kruiden alsnog kunnen groeien en hemelwater beter afgevoerd wordt.

Raadpleeg de 'checklist groen bouwen' om te zien welke maatregelen uitgevoerd kunnen worden bij nieuwbouw.

•

In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Wij adviseren om in de nieuwbouw voorzieningen te treffen voor vleermuizen, zoals een toegankelijke (dubbele) spouw. Denk ook aan vleermuisvriendelijke verlichting en biotoopverbeterende maatregelen, zoals aanplant van inheemse struiken en bomen. Op vleermuis.net is meer informatie beschikbaar ter inspiratie.

•

Denk aan de huismus door het aanbieden van nestvoorzieningen. Het is belangrijk om een goedwerkend model te plaatsen, mussenflats (te weinig ruimte) en vogelvides (werken in de praktijk slechts zelden) zijn ongeschikt. Indien er een vogelschroot wordt geplaatst, doe dit dan ter hoogte van de derde dakpan, dit biedt voldoende nestgelegenheid. Denk ook altijd aan de leefomgeving, zoals een zandbad, drinkplaats, voedsel en beschutting. Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

18

5.4 Wat te doen bij een wijziging van de ontwikkeling of bij het afwijken van het advies? De adviezen in dit rapport zijn opgesteld om te werken volgens de geldende natuurwetgeving. Wij zijn hierbij uitgegaan van de voorgenomen ontwikkeling zoals aangeleverd door de opdrachtgever of tussenpersoon. Indien de geplande ontwikkeling wijzigt, bijvoorbeeld doordat het plangebied groter wordt of de werkzaamheden veranderen, dan is de kans aanwezig dat ook het voorliggende advies wijzigt. Neem in dat geval contact op met een adviseur (zie colofon) om te onderzoeken of er passende maatregelen zijn waarbij conform de geldende natuurwetgeving kan worden gewerkt. Vervolgstappen niet inpasbaar? Ook kan het zijn dat wij maatregelen of vervolgstappen adviseren die niet goed in te passen zijn in de planning of uitvoering. Afwijken van het plan of advies is sommige gevallen mogelijk, maar altijd onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Het is mogelijk dat in een vervolgtraject beschermde planten uitgestoken moeten worden of beschermde dieren gevangen moeten worden. Hiervoor is een ontheffing benodigd. Dit dient daarom altijd onder begeleiding plaats te vinden van een deskundig ecoloog met kennis van de betreffende soorten.

Algemene opmerking: Indien er een wijziging plaatsvindt in het plan of de uitvoering, dient de effectbeoordeling opnieuw uitgevoerd te worden. Dit geldt in het bijzonder voor (extra) licht, geluid, trillingen of nachtelijke werkzaamheden. Dit geldt ook in gevallen waarbij het werkterrein groter wordt, werkroutes wijzigen of op andere plekken wordt gewerkt binnen het plangebied, zoals een watergang, bosschage of oever. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer/uitvoerder.

Andere beschermde soorten aangetroffen? Indien er beschermde soorten worden aangetroffen die niet in dit rapport benoemd zijn, dient direct contact opgenomen te worden met een ecoloog om te bepalen hoe gehandeld dient te worden. Toelichting op de afbeelding In het plangebied is een overdekte fietsenstalling aanwezig. Deze bestaat uit tralies en een plat dak.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

19

BRONVERMELDING Internetpagina’s, programma's en online documenten •

BIJ12 (2017). Kennisdocumenten soorten natuurbescherming.

•

Boomvalk (z.d.). Voortplanting.

•

Bouwens, Sander (2017). Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming.

•

BWLG (2007). Tonghaarmuts.

•

Cuppen, J.G.M. & Koese, B (2005). De gestreepte waterroofkever Graphoderus bilineatus in Nederland: een eerste inhaalslag.

•

EIS Kenniscentrum Insecten (z.d.). Vermiljoenkever.

•

EIS Kenniscentrum Insecten (2018). Beschermde vermiljoenkever duikt op in Gelderland.

•

Floron (z.d). Verspreidingsatlas.

•

Haarsma, A-J. (2011). De meervleermuis in Nederland. Rapport nr. 2011.40. Zoogdiervereniging, Nijmegen.

•

Hennekes, S.M., N.A.C. Smits & J.H.J. Schaminée (2010). SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR.

•

IvL & RHB (2014-2016). Platte schijfhoren.

•

Ministerie van Economische Zaken (2017). Effectenindicator.

•

Ministerie van Economische Zaken (z.d.). Wet natuurbescherming.

•

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2015). Ecologie bataafse stroommossel.

•

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2017). Programma Aanpak Stikstof.

•

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2008). Nauwe korfslak (Vertigo angustior) H1014.

•

NDFF-ecogrid (2017). Uitvoerportaal van de Nationale Databank Flora en Fauna.

•

Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisprotocol 2021.

•

Netwerk Groene Bureaus (2017). Soortinventarisatieprotocollen.

•

PDOK (2021). Viewer.

•

Provincie Zuid-Holland (2022). Geodataviewer Natuurnetwerk Nederland.

•

Ravon (z.d.). Soorteninformatiepagina.

•

Rijksoverheid (2020). Omgevingswet.

•

Sovon (z.d.). Sovon.

•

Stichting Landschapsbeheer Gelderland (2010). Knotbomen: aanleg en beheer.

•

Stichting Witte mus (2018). Pagina huismuskasten.

•

Vleermuis.net (2018). Soorten pagina's.

•

Vlinderstichting (z.d.a). Vlinderstichting startpagina.

•

Vogelbescherming Nederland (z.d). Vogelgids.

•

Zoogdiervereniging (z.d.a). Startpagina zoogdiersoorten.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

20

BIJLAGE 1 - KAART PLANGEBIED SPIJKENISSE

METRO CENTRUM

O.B.V. SO 03.05.2021

1. Hellingsbaan t.b.v. verlaagd parkeren neemt deel van de parkeerplaatsen op maaiveld in beslag 2. Alternatief kan worden onderzocht

18/20

0

2

5

10

20

Figuur: kaart plangebied zoals aangeleverd door de opdrachtgever. Inzoomen vergroot de leesbaarheid. Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

21

BIJLAGE 2 - INGEVULDE GEGEVENS Hieronder is de ingevulde vragenlijst weergegeven die door de opdrachtgever is ingevuld. RHOA vragenlijst 2021

V7

#69

Zijn er nog risico's aanwezig waar wij rekening mee moeten houden? Denk bijvoorbeeld aan gevaren in het projectgebied, zoals een stier in het land, een gebouw dat (deels) op instorten staat of een open put.

VOLTOOID Verzamelprogramma: Begonnen: Laatst gewijzigd: Bestede tijd: IP-adres:

RHOA vragenlijst 2021

RHOA2022-20 (Webkoppeling) maandag 16 mei 2022 16:58:01 maandag 16 mei 2022 17:00:59 00:02:58 213.127.67.23

nee

V8

Pagina 1: Vragen over de voorgenomen ontwikkeling, omgeving en informatievoorziening. V1

Respondent heeft deze vraag overgeslagen

Upload hier aanvullende technische- of bouwtekeningen, ecologische rapporten of andere relevante documenten die nog niet eerder zijn aangeleverd. Ook eigen tekeningen die de ontwikkeling verduidelijken zijn welkom! Met betere informatie, kunnen wij beter adviseren.

Graag hier het adres van het projectgebied opgeven. V9

P.J. Bliekstraat (naast metrostation Spijkenisse centrum)

V2 Welke werkzaamheden zullen plaatsvinden in het plangebied? Waar vinden deze werkzaamheden plaats? Graag de ontwikkeling zo uitgebreid mogelijk beschrijven.

Ik heb geen voorkeur.

Uit de beoordeling van de quickscan kan komen dat de geplande ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden. In dat geval is er een vervolgstap nodig. Welk type vervolgstap heeft voor jou de voorkeur? Je voorkeur nemen wij dan waar mogelijk mee in ons adviesrapport.

woningbouw, zie eerder gestuurde document

V10 V3

Respondent heeft deze vraag overgeslagen

Vink aan wat van toepassing is (wanneer bekend). Indien niet bekend, gaan wij uit van een 'worst-case scenario'. V4

Welk project- of factuurnummer kunnen wij vermelden op de factuur? 20220357

Respondent heeft deze vraag overgeslagen

Geef hieronder eventueel een toelichting op bovenstaande vraag. Geef hier ook aan als het zeker is als één of meerdere bovenstaande effecten zeker niet niet van toepassing zijn. V5

Nee, het projectgebied is vrij toegankelijk (dus geen

Het projectgebied dient geheel geïnspecteerd te kunnen worden voor een correcte beoordeling. Denk hierbij aan gebouwen, zolders, kelders, stallen, schuren en (binnen)tuinen. Moeten wij voorafgaand aan het veldbezoek contact opnemen voor de toegang? V6

hek of slot!) en alle gebouwen/opstallen zijn volledig inspecteerbaar.

Respondent heeft deze vraag overgeslagen

Toegang: geef hier de naam en het (mobiele) nummer van de persoon op waar wij contact mee op moeten nemen. Laat deze vraag onbeantwoord als de vorige vraag met 'nee' is beantwoord.

1/2

2/2

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

22

BIJLAGE 3 - RESULTATEN BUREAU-ONDERZOEK In deze tabel zijn de soorten opgenomen die binnen een straal van drie kilometer van de planlocatie zijn waargenomen (bron: NDFF). Er is een periode van vijf jaar aangehouden. Dit zijn arbitraire grenzen die in de meeste situaties toereikend zullen zijn. Wij houden altijd rekening met uitzonderlijke gevallen, zoals bijzondere biotopen of soorten. De getallen achter een soortnaam in de tabel staan voor het aantal bekende waarnemingen. Amfibieën

Planten

Vogels*

Vleermuizen

Overige zoogdieren

Bruine kikker 135

Kartuizer anjer 2

Huismus 2

Gewone dwergvleermuis 2230

Bever 74

Noordse woelmuis 6

Gewone pad 53

Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis 5

Bosmuis 21

Ree 76

Groene kikker (Onb.) 57

Laatvlieger 90

Bunzing 21

Rosse woelmuis 5

Kleine watersalamander 176

Meervleermuis 1

Dwergmuis 5

Steenmarter 2

Meerkikker 2

Ruige dwergvleermuis 1

Egel 365

Veldmuis 17

Haas 134

Vos 1

Hermelijn 1

Wezel 2

Huisspitsmuis 24

Woelrat 31

Konijn13 * = vogelsoorten worden beoordeeld binnen 100 meter van het plangebied. Deze afstand is gekozen omdat er daarbuiten geen effect wordt verwacht op broedvogels. Voor de volgende soortgroepen zijn geen resultaten gevonden: kevers, libellen, mossen, reptielen, vissen, vlinders en weekdieren.

Waarom kiezen wij voor een afstand van drie km in het bureau-onderzoek? Deze vraag wordt ons regelmatig gesteld, omdat dit vrij ruim lijkt. En dit is natuurlijk ook vrij ruim voor soorten die niet heel mobiel zijn, zoals wolfskers (beschermde plant) of de nauwe korfslak (een weekdier). Er zijn echter veel meer beschermde soorten die wel heel mobiel zijn, denk aan de meervleermuis, rugstreeppad of sierlijke witsnuitlibel. Wij vinden het daarom niet meer dan logisch om minimaal drie kilometer rond het plangebied te kijken naar bekende waarnemingen van beschermde soorten. Dit levert een meer kwalitatieve beoordeling op. Daarnaast beoordelen wij de mobiele, beschermde soorten altijd, omdat de afwezigheid van een (NDFF-)waarneming onvoldoende informatie biedt om een soort uit te sluiten. Zie Bijlage 4.

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

23

BIJLAGE 4 - TABEL UITGESLOTEN SOORTEN (GEEN EFFECT ÉN GEEN BESCHERMDE FUNCTIES VERWACHT) Waarom staat er een sterretje achter sommige soorten? Als er een sterretje achter deze soort staat, dan beoordelen wij deze soort altijd, ongeacht of deze uit het bureau-onderzoek volgt of niet. Dit betreft over het algemeen mobiele soorten. Maar het kan ook een soort zijn die zich opnieuw in Nederland kan gaan vestigen en waarvan er dus geen recente waarnemingen zijn. Of het is een soort die een hoge mate van specialisme vraagt voor determinatie en daarom beperkt waargenomen wordt.

Uitgesloten soort

Onderbouwing voor uitsluiting

Bron (hyperlink)

Heikikker*

Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiep, stilstaand, enigszins zuur (pH 4 tot 5,5) voedselarm water met oevervegetatie. Verder is er geen geschikt terrestrisch biotoop aanwezig binnen 300 meter van geschikt voortplantingswater waar de heikikker tijdens de actieve fase verblijft, zoals vochtige heideterreinen, veengebieden, vochtige schraallanden, uiterwaarden of komkleigebieden (met struweel en kruidenvegetatie). Ook is er geen geschikt overwinteringsbiotoop aanwezig in de vorm van vorstvrije plekken op het land, zoals (afgetrapte) slootkanten of bosschages in de nabijheid (500 meter) van terrestrisch- of voortplantingsbiotoop.

Ravon: Heikikker

Kamsalamander*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk wat diepere, vegetatie- en licht voedselrijke, niet verzuurde poelen en plassen op landgoederen, in beekdalen, in het rivierengebied, in loofbossen of in kleinschalige cultuurlandschappen. Kamsalamanders verblijven op het land onder stenen, hout, bladafval, in gaten onder wortels en in holen van kleine zoogdieren, meestal binnen 100 meter van het voortplantingswater. Wanneer geschikt landbiotoop ontbreekt kunnen ze 1000 meter afleggen op zoek naar geschikt biotoop. Overwintering van dieren in het water komt zelden voor.

Ravon: Kamsalamander BIJ12: Kennisdocument kamsalamander

Poelkikker*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zwak zuur, onbeschaduwde wateren met een goed begroeide oeverzone, zoals vennen, poelen, watergangen in hoogveengebied of uiterwaarden. Ook worden geen landschapselementen verwijderd of aangetast, zoals bosschages, struweel of hoger gelegen verlandingsvegetaties, waarin de poelkikker kan overwinteren.

Ravon: Poelkikker BIJ12: Kennisdocument

Rugstreeppad*

Negatieve effecten op het leefgebied van rugstreeppad kunnen worden uitgesloten. Aanwezigheid wordt uitgesloten. Er wordt niet voldaan aan alle onderstaande voorwaarden: • er is een geschikte combinatie van biotopen aanwezig (zomer-, voortplantings- én winterverblijfplaatsen) in of in de directe omgeving van het plangebied; • binnen maximaal 500 meter van zomerverblijfplaats ligt geschikt foerageergebied (onbeschaduwde, laagbegroeide terreinen); • er is recente aanwezigheid van rugstreeppad aangetoond binnen één kilometer van het plangebied, in de afgelopen drie jaar (bron: Kennisdocument rugstreeppad).

Ravon: Rugstreeppad

Amfibieën

BIJ12: Kennisdocument Rugstreeppad

Vestiging wordt uitgesloten, omdat niet voldaan wordt aan alle onderstaande voorwaarden: • barrières zijn afwezig tussen de bekende waarnemingen op maximaal 5 kilometer en het plangebied, zoals dubbelbaans wegen en bebouwing; • er zijn waarnemingen bekend binnen vijf kilometer van het plangebied in de afgelopen drie jaar; • er is een geschikte combinatie van biotopen aanwezig óf deze kan ontstaan tijdens de werkzaamheden. Voortplantingsbiotoop: (tijdelijke) ondiepe wateren, die snel opwarmen, zoals vegetatie-arme poeltjes, karrensporen, recent geschoonde sloten of ondiepe slootjes. Terrestrisch biotoop: (teelt)akkers, zandafgravingen, laagblijvend grasland in veenweidegebied. Zomerverblijfplaatsen: kassen, muizen- of konijnenholen, materialen (bijvoorbeeld pallets en tegels). Winterverblijfplaatsen: (vorstvrije) hopen vergraafbaar zand, bosschages/struwelen boven het grondwater. Vinpootsalamander*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk poelen, sloten, vennen, waterbakken of karrensporen op hogere gronden en in of in de nabijheid van bossen in de provincies Noord-Brabant en Limburg. Ze vertonen hierbij een vrij grote tolerantie voor zuur water (tot pH 4). Op het land houden de dieren zich op onder stronken, dode bladeren, takken en stenen binnen een straal van 400 meter van het voortplantingswater. De vinpootsalamander overwintert in allerlei gaten en spleten in de bodem, tussen wortels, onder stenen, boomstronken en bladhopen. Overwintering vindt ook vaak plaats in het water.

Ravon: Vinpootsalamander

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk onbeschaduwde, stilstaande wateren of zeer langzaam stromende wateren op veen- of zandgrond van 40 tot 160 cm diep met een maximaal kroosbedekkingspercentage van 5%. Veelal zijn klein kroos en veelwortelig kroos wel aanwezig. De onderwateroever mag wel door hoogopgaande oevervegetatie beschaduwd worden, zoals riet en grote lisdodde.

Cuppen en Koese: Gestreepte waterroofkever in Nederland

Kevers Gestreepte waterroofkever*

Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

24

Uitgesloten soort

Onderbouwing voor uitsluiting

Bron (hyperlink)

Vermiljoenkever*

Ecologische parameters voor aanwezigheid: • Er zijn recent gestorven bomen aanwezig (zowel liggende als staande) in vochtige tot natte bossen. Het gaat steeds om vrij recent gestorven bomen waaraan de schors nog redelijk vast zit. Drie jaar na het kappen zijn bomen meestal niet langer geschikt voor de kever. Essentieel is een vochtige habitat onder de schors. • De larven zijn hoofdzakelijk te vinden onder stammen van 40 cm diameter of meer, zelden in dunnere takken en dan vooral wanneer er (plots) minder geschikt dood hout aanwezig is. • De vermiljoenkever is weinig kieskeurig qua boomsoortensamenstelling maar is vooral gebonden aan grote hoeveelheden en aan een continu aanbod van pas afgestorven dik dood hout. De soort stelt hoge eisen qua hoeveelheden dood hout. Naast zijn typische habitat moet rekening gehouden worden met het voorkomen in minder optimale habitat in de ruime omgeving van dit typische habitat (Goczał & Rossa, 2017). Dit biotoop is niet aanwezig. De soort wordt daarom uitgesloten. De soort is al aanwezig in de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Limburg. Ook lijkt het goed mogelijk dat de soort al in de provincies Utrecht en Zuid-Holland aanwezig is.

EIS kenniscentrum insecten: Vermiljoenkever

Beekrombout*

Er is geen geschikt uitsluipbiotoop aanwezig, namelijk oevervegetatie, holle oevers, boomwortels of stenen, meestal binnen enkele meters van het water van grotere beken en kleine rivieren. Op en rond deze wateren zijn de imago's te vinden. De eieren worden op het wateroppervlak afgezet. De larven leven ingegraven in de beek- of rivierbodem, op ondiepe, traag stromende plaatsen waar veel slib of fijn zand is afgezet.

Vlinderstichting: Beekrombout

Gevlekte witsnuitlibel*

Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig, namelijk laagveenmoerassen, vegetatierijke vennen en duinplassen. De larven leven tussen waterplanten in de verlandingszone. Het uitsluipen vindt plaats tot enkele decimeters hoogte in de oevervegetatie.

Vlinderstichting: Gevlekte witsnuitlibel

Groene glazenmaker*

Geen geschikt biotoop aanwezig: stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden; plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweidegebieden. De eitjes overwinteren in krabbenscheerplanten. De larven leven tussen de bladen van krabbenscheerplanten, meestal in dichte krabbenscheervegetaties. Het uitsluipen gebeurt ook op krabbenscheerplanten.

Vlinderstichting: Groene glazenmaker

Rivierrombout*

Er is geen geschikt biotoop aanwezig. Een geschikt larvenbiotoop bestaat uit zandige substraten in ondiepe, onbegroeide, stromingsluwe riviertrajecten. Net uitgeslopen imago’s drogen op in of nabij ruigtevegetaties in de directe nabijheid van de rivier. Ook oudere imago’s zijn in de nabijheid van de rivier te vinden. Vanwege de grote afstand tot de rivier (> 1 kilometer) wordt aanwezigheid van de soort uitgesloten.

Vlinderstichting: Rivierrombout

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige, jonge wilgenbossen of jonge aanplant van zomereik. De soort komt voor op de schors van deze bomen en vaak gaat het om een enkel polletje op een tak.

BLWG: informatieblad

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11820436/2