1. Lbr. 25041 - Ledenraadpleging continueren IZA en deelname aan AZWA en HLO
Tekst van het document
• Bij de implementatie wordt ook aandacht besteed aan de wensen en behoeften van de cliënt en patiënt, zoals informatievoorziening en ondersteuning. • Naast een goede implementatiestrategie is het ook belangrijk dat data vanuit systemen ontsloten kan worden middels een landelijk dekkend netwerk. VWS onderzoekt welke vorm van verplichten mogelijk is op specifieke aspecten van de basisinfrastructuur voor zowel zorgaanbieders als zorg-ict-leveranciers. Het onderzoek is binnen 6 maanden gereed. Communicatie - Transformeer door successen te delen in begrijpelijke taal Als onderdeel van de implementatiestrategie zorgen we voor heldere communicatie richting het zorgveld over de redenen (WHY), inhoud, timing, volgordelijkheid en aanpak van gegevensuitwisseling op korte termijn en de databeschikbaarheid op langere termijn. VWS zal een communicatie-strategie opstellen en
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 27
communicatiemiddelen ter beschikking stellen, met speciale aandacht voor het handelingsperspectief en activatie van de doelgroepen en het vieren van successen. Door de informatie begrijpelijk en concreet te maken, afgestemd op de doelgroep, kan een breder draagvlak gecreëerd worden. Dit verhoogt het urgentiegevoel tot handelen en zal een positief effect hebben op de implementatie. De AZWA-partijen zullen actief bijdragen aan het opstellen van de communicatiemiddelen en deze inzetten bij het uitdragen van de boodschap binnen en buiten hun netwerk.
• • •
Financiering Duidelijkheid over de financiering van de implementatie van gegevensuitwisseling is nodig. Voor de financiering van de implementatie zullen VWS en ZN binnen 3 maanden uitgangspunten delen waarin duidelijk wordt welke activiteiten betaald worden vanuit publieke middelen of door zorgverzekeraars, voor zover bekend. Dit geeft ook duidelijkheid over de benodigde eigen investeringen op sector- of instellingsniveau. De AZWA-partijen zullen de vertaling maken naar de sector. De (on)mogelijkheden binnen de financiering en de beschikbaarheid van financiële middelen hebben invloed de implementatiesnelheid. De consequenties zullen bij de uitwerking meegenomen worden. We betrekken de NZa waar het raakt aan structurele financiering en bekostiging.
•
•
•
VWS zal een maatschappelijke kosten- en batenanalyse uitvoeren op de nationale visie en strategie op het gezondheidsinformatiestelsel om zicht te krijgen wat de kosten zijn en welke opties voor langetermijnfinanciering en structurele bekostiging daarbij zouden kunnen passen.
Wat zijn de regeldrukeffecten: Uit de kwalitatieve inschatting van de regeldrukeffecten van deze afspraak blijkt dat de regeldruk naar verwachting afneemt door deze afspraak. Zorgprofessionals die indicaties stellen zullen geschoold moeten worden in de domeinoverstijgend indiceren. Hier staat tegenover dat dat domeinoverstijgend indiceren minder dubbel werk oplevert (besparing uren Wmo-consulent) en minder dubbele gesprekken voor cliënten met zich meebrengt.
Inzet: de juiste inzet van medewerkers en vergroten vakmanschap B1
Domeinoverstijgend indiceren, waarbij de minste arbeidsinzet uitgangspunt is
Domeinoverstijgend indiceren (arbitrage) Wat is de afspraak: Zorg en ondersteuning voor mensen is versnipperd georganiseerd over verschillende zorgwetten. We zetten in op domeinoverstijgend indiceren16. We maken zo de inzet van professionals efficiënter en dragen zo bij aan het verminderen van de druk op de arbeidsmarkt. En we zorgen ervoor dat de zorg toegankelijker en overzichtelijker wordt, juist voor mensen die uit verschillende domeinen zorg en ondersteuning nodig hebben. Wanneer zorg (deels) wordt aangevuld met of vervangen door hulpmiddelen is het van belang dat de professionals niet klem komen te zitten tussen de verschillende wettelijke domeinen. Daarom gaan partijen samenwerken bij indicatiestelling. Wie gaat wat doen en wanneer: VWS, ZN, VNG, V&VN, ActiZ, SWN en ZorgthuisNL hebben uiterlijk in 2025 een plan gereed om versneld domeinoverstijgend indiceren te kunnen opschalen. Dit bestaat in ieder geval uit: • Toewerken naar landelijke opschaling van gezamenlijke indicatiestellingen tussen de Zvw (wijkverpleging) en Wmo (hulpmiddelen). We starten daarbij met de zogenaamde ‘coalition of the willing’, waarbij gemeenten en zorgorganisaties die dat willen aan de slag gaan met (het opschalen van) domeinoverstijgend indiceren. We maken hierbij gebruik van resultaten uit evaluaties van bestaande initiatieven.
Onderdeel hiervan is gezamenlijke uitvoeringsafspraken tussen partijen over het domeinoverstijgend indiceren. • Doel is dat uiteindelijk alle partijen aansluiten bij de ‘coalition of the willing’ om op die manier landelijke opschaling te verwezenlijken. • V&VN, ActiZ, VNG, ZN, Patiëntenfederatie en ZorgthuisNL werken een afsprakenkader met een handreiking uit, met als uitgangspunt positieve gezondheid. Waarbij arbeidsinzet, in lijn met de norm zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan wordt meegenomen in de gezamenlijke indicaties. Daarbij is aandacht voor arbeidsinzet in alle betrokken domeinen. • VWS verkent samen met betrokken partijen of deze werkwijze na succesvolle opschaling breder kan worden ingevoerd dan wijkverpleging en hulpmiddelen. Het besluit hierover is uiterlijk in 2026 gereed.
Toelichting: Zorg en ondersteuning is versnipperd georganiseerd over verschillende zorgwetten. De inzet van zorgverleners die werken in deze versnipperde omgeving kan en moet veel efficiënter, gezien de grote opgave ten aanzien van de oplopende arbeidsmarkttekorten. Mensen die zorg nodig hebben, raken verdwaald tussen (zorg)loketten die naar elkaar wijzen. In het regeerprogramma is daarom afgesproken dat het kabinet arbitrage tussen zorgwetten invoert, waarbij de minste inzet van medewerkers uitgangspunt wordt. Door de wijkverpleegkundige, een centrale rol te geven en dat goed af te stemmen met gemeenten en andere samenwerkingspartners, maken we de zorg toegankelijker en overzichtelijker. En we creëren op deze wijze meer duidelijkheid voor de cliënt, patiënt en alle inwoners van Nederland. Partijen zetten vol in op domeinoverstijgend indiceren voor de verschillende zorgwetten. We starten met de Zvw voor de wijkverpleging en de Wmo voor de hulpmiddelen, vanuit de verwachting dat inzet van wijkverpleging en ondersteuning kan worden voorkomen of verminderd door betere inzet van hulpmiddelen. De wijkverpleegkundige krijgt een centrale rol en zal ook gaan indiceren voor hulpmiddelen vanuit de Wmo. We onderzoeken daarbij ook of en hoe wijkteams een rol kunnen spelen bij het domeinoverstijgend indiceren.
Hierover maken we goede afspraken tussen gemeenten, verzekeraars, de beroepsgroep en andere samenwerkingspartners. Er komt een afwegingskader, ter ondersteuning van de professionals, waarmee arbeidsinzet kan worden meegewogen bij de indicatiestellingen. Tenslotte komt er een escalatieladder voor de situaties waarbij gemeenten, verzekeraars er onderling niet uit komen in een individueel geval. De minister van VWS heeft eind 2024 aan de Kamer toegezegd18 financieringsstromen aan te passen, als blijkt dat er een grote verschuiving van kosten van het ene domein naar het andere plaats vindt. Daarom is onderdeel van deze afspraak dat deze werkwijze van ‘domeinoverstijgend indiceren’ goed gevolgd gaat worden in de praktijk.
17 16
De domeinoverstijgende indicatie van de wijkverpleegkundige is voor het deel dat over de Wmo 2015 gaat geen besluit in de zin van de Awb, maar een advies aan de gemeente, de beslisbevoegdheid blijft binnen het eigen domein. Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 28
VWS werkt daarbij samen met betrokken partijen ook uit hoe lokale teams 17 een rol kunnen spelen bij het domeinoverstijgend indiceren. Primair worden verschillen van inzicht in de indicatie lokaal opgelost in goed overleg; hiervoor kan bijvoorbeeld het hierboven genoemde kader en handreiking worden gebruikt. Gemeenten en verzekeraars spreken een bestuurlijke escalatie mogelijkheid tussen bestuurders af voor het geval betrokken partijen zich niet kunnen vinden in de indicatiestelling (arbitrage) en sluiten daarbij, voor zover mogelijk, aan bij bestaande structuren. Het uitgangspunt is dat deze afspraak niet gaat leiden tot toename in de regeldruk voor zorgprofessionals. VWS, ZN, VNG, ActiZ, V&VN, SWN en ZorgthuisNL verkennen parallel met elkaar of aanpassingen in wet- en regelgeving nodig zijn. Indien aanpassing van wet- en regelgeving nodig blijkt om de landelijke implementatie mogelijk te maken, zal VWS een wetgevingstraject initiëren. Onderdeel van het plan van aanpak is een afspraak over financiering(sstromen), planning, ondersteuning, bekostiging en monitoring van deze werkwijze, waardoor later ook gekeken kan worden of deze werkwijze uitgebreid kan worden naar andere vormen van zorg en ondersteuning, waaronder de Wlz.
De effecten op de uitgaven van de Wmo worden gemonitord, mede in het licht van hieronder genoemde toezegging door de Minister van VWS aan de Tweede Kamer en in het kader van de houdbaarheid van de Wmo. Uitgangspunt is dat eventuele kostenverschuivingen als gevolg van de aanpak gecompenseerd worden.
18
Met lokale teams worden ook (sociale) wijkteams en andere soorten wijk- en lokale teams bedoeld, zie Richtinggevend kader lokale teams. Debat Ouderenzorg - TK 2024-2025, 29389, nr. 128. Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 29
B2
We bevorderen de inzet van arbeidsbesparende medische technologie
-
We bevorderen de inzet van arbeidsbesparende medische technologie Wat is de afspraak: Om een onafwendbaar tekort aan zorg- en welzijnspersoneel in de toekomst te voorkomen, is inzet van medische technologie (medtech)19 van groot belang. Technologische innovaties kunnen zorg- en welzijnsmedewerkers ondersteunen en hen ontlasten, of de zorgvraag van patiënten verminderen en autonomie vergroten. Dit sluit aan bij de doelen van het AZWA. Op dit moment wordt echter nog veel technologie ontwikkeld zonder goed te kijken naar behoeften in de zorg en van patiënten (technology push). Ook is er onvoldoende aandacht voor de vraag hoe en wanneer technologie het beste ingezet kan worden en hoe zorgprocessen moeten worden aangepast. Dit zorgt voor inefficiëntie en hogere kosten. De AZWA-partijen willen meer aandacht voor de behoeften bij het ontwikkelen, implementeren en opschalen van arbeidsbesparende technologie (digitalisering, AI en medtech), zodat dit daadwerkelijk leidt tot arbeidsbesparing, meer werkplezier en verhoogde arbeidsproductiviteit en de ervaren kwaliteit van zorg en leven van de patiënt. Er zijn zowel simpele hulpmiddelen als geavanceerdere technologieën en AI. De acties die de AZWA-partijen met elkaar afspreken vallen uiteen in afspraken op zowel laagdrempelige goedkopere zorgtechnologieën en geavanceerdere duurdere technologieën.
De afgelopen jaren neemt de inzet van deze arbeidsbesparende innovaties toe. Denk aan sensoren om patiënten in verpleeghuizen beter te monitoren of 3D-geprinte implantaten die beter passen en leiden tot minder nabehandeling. Ook kunnen robots en tilhulpmiddelen zorgmedewerkers helpen, zodat zij meer tijd hebben voor zorg verlening. Technologie kan ook zorgvragen voorkomen, bijvoorbeeld door betere diagnostiek, of door zelfmanagementtools en digitale beslisondersteuning die mensen meer regie geven. Wie gaat wat doen: Om inzet van arbeidsbesparende medtech te bevorderen, pakken de AZWA-partijen de volgende punten op: • Samenwerken aan oplossingen • Vraaggestuurde ontwikkeling medische technologie • Randvoorwaarden verbeteren Samenwerken aan oplossingen • Innovatie-platform (in 2026): VWS stimuleert bestaande platformen, zoals Digizo.nu en ZE&GG, als een plek om innovatievraagstukken te agenderen, evalueren, opschalen en best practices te delen. Bestaande platformen nemen daarom, naast digitalisering en AI, ook medTech mee als middel in het herontwerp en standaardisatie van processen in zorg- en ondersteuning. • Internationale samenwerking: Nederland is voor medische technologie en innovatie gedeeltelijk afhankelijk van het buitenland. VWS zet extra in op netwerken met landen zoals India, Zweden en Japan om samen te werken en relevante innovaties voor Nederland te benutten.
• Schaalbare innovaties (in 2025): Gedurende de loop van het AZWA worden per sector door de AZWA-partijen innovaties geselecteerd die bijdragen aan arbeidsbesparing, werkplezier of arbeids productiviteit voor verdere opschaling. Afhankelijk van kwaliteit van de innovaties en het beschikbare budget committeren AZWA-partijen zich eraan dat hun leden deze innovaties implementeren. Vraaggestuurde ontwikkeling van medische technologie • Innovatieprogramma (in 2026): VWS zet een programma op om nieuwe vraaggestuurde, arbeids besparende medtech te ontwikkelen die daadwerkelijk bijdraagt aan arbeidsbesparing, verhoging van werkplezier en/of arbeidsproductiviteit. Dit gebeurt via: - Nauwe samenwerking met eindgebruikers (zorgverleners en patiënten) en bestaande initiatieven. Hierbij zal ook aandacht zijn voor publiek-private samenwerkingen.
19
Medische technologieën zijn alle hulpmiddelen, apparatuur en software met een medisch doel zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Wet medische hulpmiddelen.
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 30
-
Principes van passende zorg (en ondersteuning) en transformatie-, opschalings- en implementatievraagstukken als voorwaarde. De bestaande akkoorden, waaronder IZA, GALA, en de Kennis- en Innovatieagenda Gezondheid & Zorg, dienen als uitgangspunt bij de vraaggestuurde ontwikkeling van medische technologie. Het uitgangspunt is dat dit programma wordt ingericht via bestaande gremia en bijbehorende governance. Afstemming van financiering (in 2025): VWS stemt met andere ministeries, NWO, RVO, Health Holland, ZonMw, NZa en zorgverzekeraars af om bestaande innovatieregelingen bij elkaar te brengen en bovenstaande principes in mee te nemen. In de fase van innovatie-(door)ontwikkeling worden er afspraken gemaakt over maatschappelijk verantwoorde prijsmodellen inclusief (bijbehorende) services, waaronder over beschikbaarheid.
Randvoorwaarden verbeteren Het streven van de AZWA-partijen is om het merendeel van onderstaande randvoorwaarden in 2025 te verwezenlijken. • Integratie in IZA* HLO: Om afspraken rondom de inzet van arbeidsbesparende medtech succesvol met het IZA en het HLO te integreren, wordt de verbinding gelegd met de reeds lopende afspraken rond digitale en hybride zorg en ondersteuning. De lessen van Digizo.nu over onder meer het kiezen van impactvolle processen, toetsing en waardebepaling, oplossen van (systeem)knelpunten, en sector- of domein overstijgende samenwerking worden hierin meegenomen. Om overlap te voorkomen en initiatieven te bundelen, wordt er ook afgestemd en samengewerkt met de doorbraakafspraak over AI. • Ondersteuning innovators: Om innovatoren te ondersteunen, bijvoorbeeld bij vragen over MDR en IVDR, wordt het loket van Zorg Voor Innoveren versterkt. • Innovaties in kaart: Om beter te weten welke innovaties op ons afkomen, geeft Zorginstituut Nederland een horizonscan medtech vorm, ook via het International Horizon Scanning Initiative (IHSI). AZWApartijen gebruiken de resultaten om waardevolle medtech innovaties te identificeren en verder op te pakken richting gedragen evaluatie, implementatie en opschaling. De resultaten hiervan worden op langere termijn verwacht.
• Doelmatige inzet: De AZWA-partijen verkennen, naar analogie van de sluis dure geneesmiddelen, mogelijkheden tot meer doelmatige inzet van dure medische technologie. Hierbij zal ook aansluiting worden gezocht met reeds bestaande programma’s en lopende afspraken, zoals het programma ‘verbeteren en verbreden van de toets op het basispakket’. • Er worden eveneens, waar nodig, landelijke en regionale afspraken gemaakt tussen ziekenhuizen en zorgverzekeraars over de aanschaf en inzet van dure medische technologie in aansluiting op netwerkzorg en regionalisering. Hierbij zal ook aansluiting worden gezocht met reeds lopende afspraken, waaronder het thema passende zorg. • Financiering bundelen en richten: Om geld effectiever in te zetten, maken de AZWA-partijen een plan van aanpak hoe de verschillende financieringsinstrumenten gericht op ontwikkeling, evaluatie, implementatie en opschaling van technologie meer te bundelen en te richten op specifieke onderwerpen. • Waardebepaling: Om te bewijzen dat medtech-innovaties in de zorg en ondersteuning effectief, van goede kwaliteit en opschaalbaar zijn, worden afspraken gemaakt over hoe hun waarde wordt bepaald en worden succesvolle processen tijdig inzichtelijk gemaakt. Hierbij is aandacht voor verantwoorde in- en uitstroom van technologie en opname in richtlijnen of standaarden.
Dit bouwt voort op de werkwijze van initiatieven als Digizo.nu en ZE&GG. • Faciliteren en ondersteunen van de opschaling: Om arbeidsbesparende technologie succesvol te kunnen opschalen, maken zorgprofessionals, patiënt(vertegenwoordigers), aanbieders en financiers (gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren) afspraken over ondersteuning, procesaanpassingen in zorg en ondersteuning en financiering. Dit omvat het aanpassen van werkwijzen, afbouwen van oude processen en effectief inzetten van deze technologie, inclusief de bedrijfsvoering. Knelpunten in financiering en andere vraagstukken worden in kaart gebracht en opgelost, waarbij contractering wordt ingezet om lange termijn bekostigingsafspraken te maken over het (kunnen) opschalen van technologie op een zo doelmatig mogelijke wijze. • Ondersteuning en samenwerking professionals: Om professionals voor te bereiden op het werken met nieuwe technologieën, investeert VWS in zorgopleidingen op verschillende niveaus, zoals zorg organisatiesopleidingen, trainingen, workshops en e-learningmodules. Daarbij is er ook aandacht voor het versterken van eigen regie van mensen. Er zal hierbij gewerkt worden conform de ACM beleidsregel Juiste Zorg op de Juiste Plek. Afstemming en samenwerking vindt plaats met de doorbraakafspraak over strategisch opleiden.
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 31
Wat is het tijdpad: Start van geselecteerde onderdelen in 2025. Deze afspraak is bedoeld om een beweging in gang te zetten die ook na het AZWA doorloopt.
B3
Versterken van de lerende omgeving: opleiden en ontwikkelen als vanzelfsprekendheid
Versterken van de lerende omgeving Wat is de afspraak Om bij te dragen aan de transitiedoelen zullen organisaties en professionals in zorg en welzijn razendsnel anders gaan werken. We rekenen op de potentie en het lerend vermogen van hen. Nadruk ligt daarbij op de randvoorwaarden (= het kunnen doen) en de implementatie (= het daadwerkelijk doen). Om de doorbraken in het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord, zoals afspraak A4 (AI), B2 (medische technologie), C8 (palliatieve zorg), C6 (Toegankelijkheid ggz), D3 (Huisartsenzorg), E2 en E3 (passende zorg) en E4 (eerlijke bijdrage van iedereen) - zo succesvol mogelijk te maken, wordt een groot beroep gedaan op het leervermogen van organisaties en professionals. Met de AZWA-afspraken beogen de partijen een zo groot mogelijk dempend effect op het personeelstekort en dat we met minder meer mensen de zorg en welzijn die echt nodig is, kunnen leveren. Partijen spreken daarom af om de randvoorwaarden voor de transformaties te verstevigen, inclusief het leervermogen in organisaties. De focus van deze afspraak ligt op de opleiding en scholing (leven lang leren) van professionals, eerst en vooral waar tekorten het grootste zijn en waar de beweging naar de voorkant om vraagt. We willen meer, sneller en beter opleiden.
Scholing en ontwikkeling is ook van groot belang om de afspraken in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg goed tot uitvoering te brengen. Impact Het versterken van het lerend vermogen van organisaties is cruciaal om de impact van de overige maatregelen in het AZWA te maximaliseren. Immers als wij niet in staat zijn anders te acteren krijgen we wat we kregen. De toepassingen van technologische - (bijv. AI) en sociale innovaties (bijv. reablement) en passende zorg (bijv. samenwerking welzijn, palliatieve zorg, doelgericht indiceren en doelgestuurd behandelen) zijn majeure veranderingen. Dit vraagt om scholing en aandacht voor de professionals die dit mogelijk moeten maken. Als dat lukt, houden we de zorg en welzijn voor zoveel mogelijke mensen die het nodig hebben, toegankelijk en van goede kwaliteit. De komende decennia wordt een grote groei van de vraag naar zorg en welzijn verwacht. Daarom is het essentieel de afspraken structureel te borgen. Met deze afspraken werken we ook aan het behoud van instroom in de opleiding voor tekortberoepen, voldoende loopbaanmogelijkheden en het verminderen van de uitstroom van professionals uit organisaties in het sociaal domein, publieke gezondheid en de zorg.
Wie gaat wat doen en wanneer: Partijen: Verstevigen samen de instroom, om vroege uitval te voorkomen: Iedereen (starters, zij-instromers, herintreders, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt) die wil werken in onze sector is welkom. We bieden de mogelijkheid om snel te starten met een loopbaan, waarin mensen zich in hun eigen tempo kunnen ontwikkelen. We richten ons op de beroepen en sectoren waar de tekorten het grootst zijn, vooral op het snijvlak van zorg en welzijn. We investeren in de bestaande beroepen, in ontwikkeling van bestaande beroepen en onderzoeken welke beroepen eventueel nieuw gevormd kunnen worden. Partijen spreken met elkaar af hoe wij deze mensen zo snel mogelijk inzetbaar maken, goed begeleiden en behouden: a) De samenwerking tussen onderwijs en zorg en welzijn moet (beleidsmatig en in praktijk) versterkt worden. Het behalen van transitiedoelen in het Integraal Zorgakkoord is in grote mate afhankelijk van de toestroom van nieuwe professionals. Speciale aandacht is nodig voor de verzorgende IG en opleiden van de praktijkondersteuner huisarts.
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 32
b) Partijen (aanbieders en professionals) zetten zich in om in samenwerking met het onderwijs in 2025 gezamenlijk landelijke afspraken te maken over de uitgangspunten van vernieuwend (waaronder domeinoverstijgend) opleiden in zorg- en welzijn (mbo en hbo). Hierbij ligt de nadruk op het versterken van vaardigheden van medewerkers op het gebied van technologische - (bijv. AI), sociale innovaties (bijv. reablement) inzet van ervaringsdeskundigen en passende zorg (bijv. samenwerking welzijn, palliatieve zorg, doelgericht indiceren en doelgestuurd behandelen). c) Partijen (aanbieders en professionals) zetten zich in om in samenwerking met het onderwijs vanaf 2025 in elke arbeidsmarkt- regio-afspraken te maken (met gebruik van bestaande netwerken) over het inbedden van actuele thema’s in opleidingen en (bij- en na-) scholing: passende zorg, digitalisering, het voorkomen van zorg, individuele en collectieve preventie, palliatieve zorg, de samenwerking met het informele netwerk en het sociaal domein (o.a. meelopen van zorgmedewerkers met sociaal werkers andersom). Het uitgangspunt is ‘zorgen dat’ in plaats van ‘zorgen voor’.
d) Partijen (aanbieders en professionals) zetten zich in om in samenwerking met het onderwijs gezamenlijk af te spreken in elke arbeidsmarkt regio (met gebruik van bestaande netwerken) op basis van een regionale toekomstvisie hoeveel opleidings- en leertrajecten nodig zijn in zorg en welzijn. Partijen maken in iedere regio afspraken over vernieuwende – en in de praktijk bewezen vormen – van praktijkonderwijs (zoals zorginnovatiecentra, domeinoverstijgende praktijkroutes, etc.). e) Het kabinet (OCW) maakt afspraken met (mbo) scholen en werkgevers over het opleidingsaanbod, om studenten gerichter op te leiden voor de grote maatschappelijke opgaven waar Nederland voor staat, waaronder de zorg en welzijn. Verstevigen samen het aanbod van vervolg- en strategisch opleiden Er zijn prachtige plekken in zorg en welzijn om te werken en zich te ontwikkelen. Meer aandacht voor deze plekken is van belang. Dit moet bijdragen aan de versterking van het imago van deze sectoren. Voor het ziekenhuis staat een stevige infrastructuur voor de (medische) vervolgopleidingen. Daarbuiten nog niet. Het verbeteren van de ontwikkeling en het loopbaanperspectief voor professionals buiten het ziekenhuis is hierbij een belangrijke randvoorwaarde. Bijvoorbeeld via specialisaties of beroepen die bijdragen aan de beweging naar de medische, verpleegkundige en sociale voorkant.
Partijen werken naar een samenhangend opleidingsstelsel. f) Randvoorwaarde is weten wat nodig is. De mogelijkheden daarvoor worden verkend met het Capaciteitsorgaan en het College Zorgopleidingen en met ook gebruik van andere bronnen zoals de data van het AZW-prognosemodel. Uitgangspunt van de verkenning is om voor heel zorg en welzijn te ramen. g) Partijen spreken af om aanvullende opleidingsplekken (waar nu geen ruimte voor is) aan te bieden daar waar de behoefte het grootst is: vervolg- en strategische opleidingen rondom snijvlak van sociaal domein en zorg, zoals bijvoorbeeld voor de verzorgenden IG, verpleegkundige, de verpleegkundige specialist, de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige en de sociaal werker. Partijen stellen in 2025 een lijst op welke vervolg- en strategische opleidingen dit precies betreft. Bereiden professionals goed voor (strategisch opleiden) h) Voor de implementatie van andere afspraken op het terrein van technologische (bv AI-toepassingen) en sociale innovaties, medische technologie, palliatieve zorg, inzet van passende zorg en domein overstijgende samenwerking, spreken partijen af professionals te ondersteunen om deze beweging te maken met o.a.
- Trainings- en scholingsprogramma’s; - Zelfevaluatietools; - (Gebruik van) Standaarden en richtlijnen Verstevigen de randvoorwaarden i) Zorg- en welzijnsaanbieders maken inzichtelijk wat hun (netto) kosten voor opleidings- of leertrajecten zijn. Dit geldt ook voor flexibel en modulair (vervolg- en strategisch) opleiden. Onderbouwing komt uit regionale afspraken (c.) en ramingen (f.).
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 33
j)
Partijen spreken af dat bovenstaande afspraken en de opleidingen in zorg en welzijn structureel bekostigd worden voor zowel de ziekenhuizen als buiten het ziekenhuis. Dit betekent dat ook de beschikbare middelen voor opleidingen ten behoeve van de msz-sector vanaf 2027 structureel geborgd zullen zijn. Dit geldt eveneens voor de reeds op de VWS-begroting geoormerkte middelen voor opleiden ten behoeve van de wijkverpleging.
k) Daarnaast spreken partijen af te verkennen hoe opleiden structureel bekostigd wordt, waarna op basis van deze verkenning uiterlijk voorjaar 2026 besluitvorming plaatsvindt over de invulling van de benodigde structurele financiering. Het streven is om hierbij zo veel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande/reguliere financieringsinstrumenten, in het bijzonder voor de opleidingen ten behoeve van de wijkverpleging. Waar dit niet past worden er nieuwe financieringsinstrumentaria ontwikkeld. Daarbij gelden twee uitgangspunten: 1) uitvoering van het financieringsinstrument met zo min mogelijke administratieve lasten gepaard gaat en 2) dat als er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn, VWS waar nodig de budgetten indexeert voor het opleiden en scholen van medewerkers in zorg en welzijn. l)
Partijen spreken af om de middelen ten behoeve van het opleiden buiten het ziekenhuis nader te specificeren en daarmee te verdelen over de volgende vier posten: - Verstevigen initieel opleiden (afspraken onder d en e); - Verstevigen aanbod vervolg- en strategische opleidingen (afspraken onder g), - Bereiden professionals goed voor (afspraken onder h), en; - Verstevigen van de randvoorwaarden. Onder het verstevigen van de randvoorwaarden wordt verstaan de afspraken onder c, f, n en o, alsmede het voortzetten en het integreren van de bestaande loopbaaninstrumenten Youchooz, Zorginspirator, Sterk in je werk en Next Level Dokter.
m) VWS bereidt – waar nodig – wijziging van wet- en regelgeving voor om bovenstaande mogelijk te maken. n) Partijen spreken af de ingezette maatregelen te evalueren en verbeteren. o) Werken aan een lerende cultuur waarin zeggenschap een centrale plek krijgt. Iedereen draagt vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en positie bij aan deze transitie. Om deze beweging te ondersteunen blijven partijen samenwerken via de structuur van het Landelijk Actieplan Zeggenschap (LAZ). Wat zijn de regeldrukeffecten: Uit de kwalitatieve inschatting van de regeldrukeffecten blijkt dat de regeldruk voor zorg- en welzijnsaanbieders naar verwachting iets zal toenemen door deze afspraak. De regeldruk komt voort uit de verantwoording die zorg- en welzijnsaanbieders zullen moeten gaan afleggen over de besteding van (nieuwe) middelen voor opleiden en ontwikkelen van personeel. Het gaat dus om extra regeldruk voor met name stafmedewerkers en in mindere mate voor cliëntgebonden personeel. Om hoeveel regeldruk het gaat en in welke vorm, is afhankelijk van de nog te kiezen financieringsvorm (tarieven, subsidies, fondsen, beschikbaarheidsbijdrage). De insteek is om de regeldruk voor verantwoording zo beperkt mogelijk te laten zijn.
Toelichting: De zorg verplaatst zich steeds meer naar de thuissituatie en de wijk waar mensen wonen. De vraag naar welzijn, zorg en ondersteuning van onder meer huisartsen, (wijk)verpleegkundigen, verzorgenden, helpenden, verpleegkundig specialisten en sociaal werk groeit. Juist deze ‘tekortberoepen’ zijn noodzakelijk om de dubbele vergrijzing op te vangen en de beweging naar steeds meer welzijn en zorg dicht bij huis te realiseren. Uit recent onderzoek20 blijkt dat een grotere inzet op sociaal werk de krapte op de arbeidsmarkt in potentie kan verkleinen. Het rapport veronderstelt dat de extra inzet van circa 9.000 extra sociale werkers het arbeidsmarkttekort in 2033 kan verkleinen van 253.000 (basisscenario) naar 222.800 (minimaal effect impulsscenario). Niet voor alle sectoren heeft de grotere inzet eenzelfde positief effect (bijv. bij huisartsenzorg). Het scenario onderzoek van onderzoeksprogramma AZW 21 laat zien dat met “reablement” (zorg dat i.p.v. zorg voor) het tekort aan zorgpersoneel met 12% kan worden teruggedrongen en een grotere rol voor informele
20 21
zorgverleners kan het tekort met 14% doen dalen. Professionals (aankomende en huidige) in zorg en welzijn moeten zich razendsnel ontwikkelen om de met de met IZA beoogde beweging te kunnen maken. Met deze afspraak dragen we bij aan twee factoren voor het behalen van de doelstelling. A. Hogere productiviteit Deze afspraak is randvoorwaardelijk voor het laten slagen van de AZWA-beweging, omdat professionals voldoende geëquipeerd moeten worden om enerzijds de beweging naar zorg thuis of dichtbij huis te maken en passende zorg te leveren en anderzijds het werk anders in te richten (bijvoorbeeld via digitalisering). Door hierop in te zetten wordt de impact van de overige AZWA-afspraken vergroot. B. Verhoging instroom en verlaging uitstroom Via initieel opleiden, vervolg- en strategisch opleiden zetten we in op (het vergroten van) vakmanschap van (toekomstige) professionals en bieden hen een aantrekkelijk loopbaanperspectief. De impact hiervan is groot met een grotere instroom en het terugdringen van de uitstroom uit de sector.
B4
We ondersteunen medische preventie zoals vaccinaties als hiermee zorgvraag wordt voorkomen
Afspraak medische preventie ter voorkoming zorgvraag Wat is de afspraak? De AZWA-partijen beperken de toestroom in de Zvw-zorg door inzet van medische preventiemaatregelen die ook de kwaliteit van leven verbeteren. A. Om dit te realiseren implementeren we de volgende maatregelen: RSV-immunisatie, gordelroosvaccinatie, inzet AI bevolkingsonderzoek borstkanker, MRI-screening vrouwen met zeer dicht borstweefsel en een intensivering van de Regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg (ASG). B. Via de reguliere begrotingsbesluitvorming is het mogelijk om Zvw-besparingen van medische preventiemaatregelen in te zetten voor investeringen in medische preventie. De maatregelen verdienen zichzelf individueel of als pakket terug. Het eventuele onrendabele deel kan worden gedekt op de Rijksbegroting via de reguliere begrotingsprocessen en binnen de begrotingsregels. Daar waar een pakket aan maatregelen in samenhang volledig en bewezen kostenbesparend is, creëren we de mogelijkheid om over dit pakket integraal te besluiten. De Zvw-besparing kan worden ingezet als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. voldoende bewijslast over de verwachte besparing; 2. de besparing wordt gerealiseerd door een intensivering van een bestaande of nieuwe maatregel; 3.
dekking voor de gehele looptijd van de maatregel of samenhangende maatregelen; Het kabinet besluit over maatregelen na het doorlopen van deze criteria via de reguliere begrotingsprocessen. C. Op de ontwikkelagenda staan maatregelen die nader worden onderbouwd, zodat daarover besluitvorming kan plaatsvinden. Wie gaat wat doen: A. Het ministerie van VWS is verantwoordelijk voor de implementatie van deze maatregelen. B. Het ministerie van VWS levert onafhankelijk onderbouwde business cases voor preventiemaatregelen aan die aan de afgesproken criteria voldoen. Binnen de reguliere systematiek van adviezen van de Gezondheidsraad en uitvoeringstoetsen van het RIVM, worden uitvoerings- en capaciteitsaspecten betrokken. Waar relevant met betrokkenheid van AZWA-partijen. Wat is het tijdpad: Met het afsluiten van het AZWA committeren de AZWA-partijen zich aan deze structurele werkwijze. De start van de implementatie van de maatregelen onder A is uiterlijk voorzien in 2027.
Inzetten op de potentie van sociaal werk – alternatieve scenario’s, ABF, november 2024 Arbeidsmarkt zorg en Welzijn 2033, Eindrapportage toekomstscenario’s, AZW, mei 2024 Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 34
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 35
AD A Te implementeren maatregelen
AD B Werking begrotingssystematiek
RSV-immunisatie • De Gezondheidsraad (GR) heeft geadviseerd om kinderen in hun eerste levensjaar tegen het respiratoir syncytieel virus (RSV) te immuniseren. • De RSV-immunisatie zal komend najaar (september 2025) definitief van start gaan. Baby’s geboren vanaf 1 april jl. komen in aanmerking voor de RSV-immunisatie bij de jgz. • Naar verwachting zal het immunisatieprogramma tegen RSV 1.979 ziekenhuisbezoeken en 13.000 huisartsenbezoeken voorkomen.
1. Scope van Medische Preventie Met medische preventie wordt het zorggebruik verminderd door vroege signalering of medische behandeling/ vaccinatie ter voorkoming van (verspreiding van) ziekte. Het kan gaan om nieuwe maatregelen of intensiveringen van bestaande maatregelen, mits ze aantoonbaar de kwaliteit van leven verbeteren en tot een besparing leiden op zorg in de toekomst. De maatregelen verdienen zichzelf individueel of als pakket terug. Bijvoorbeeld: • vaccinaties • bevolkingsonderzoeken waarbij door screening behandelingen vroeger worden gestart en duurdere behandelingen later worden voorkomen.
Inzet AI bevolkingsonderzoek borstkanker • We investeren in de inzet van kunstmatige intelligentie (AI) in de borstkankerscreening. • De inzet van AI leidt tot gezondheidswinst. Het aantal voorkomen borstkankersterfgevallen, gewonnen levensjaren en QALY’s neemt toe. De werklast voor radiologen (en daarmee uiteindelijk ook het aantal benodigde radiologen) neemt af doordat AI de beoordeling van mammografiebeelden ondersteunt. • De Gezondheidsraad heeft in 2024 positief advies uitgebracht om voorbereidingen te treffen voor de inzet van AI bij het bevolkingsonderzoek borstkanker. Regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg (ASG) • Met de ASG-regeling bieden GGD’en een aantal taken:1) aanvullende soa-zorg aan personen uit hoogrisicogroepen die zorg bij de huisarts zouden mijden om bijvoorbeeld financiële redenen, schaamte of angst voor veroordeling; 2) PrEP-zorg: begeleiding bij het slikken van zeer kosteneffectieve preventieve hivmedicatie aan personen met verhoogd risico op hiv; 3) seksualiteitshulpverlening aan jongeren tot 25 jaar. • Met de intensivering op aanvullende soa-zorg en PrEP-zorg wordt verdere verspreiding van soa’s tegengegaan en worden hiv-besmettingen voorkómen., belasting van huisartsenzorg en tweedelijnszorg, en voorkómt ziektelast. • Voor het PrEP aanbod ligt een positief advies van de Gezondheidsraad.
Voor de aanvullende soa-zorg is een Gezondheidsraad advies aanvraag niet opportuun: het gaat om reeds langdurig aangeboden aanvullende soa-zorg door de GGD. MRI-screening vrouwen met zeer dicht borstweefsel • Binnen het al bestaande bevolkingsonderzoek borstkanker wordt additionele MRI-screening mogelijk gemaakt voor de ongeveer 160.000 vrouwen met zeer dicht borstweefsel. • Vrouwen met zeer dicht borstweefsel lopen een verhoogd risico op borstkanker én de detectie van afwijkingen op een mammografie is bij hen lastiger. Aanvullende MRI-screening is daarom gewenst. • Het RIVM onderzoekt momenteel hoe aanvullend MRI-aanbod gerealiseerd kan worden. Daarna zal de Gezondheidsraad advies uitbrengen. Vaccinatie tegen gordelroos • We maken een programmatisch aanbod voor vaccinatie tegen gordelroos voor alle 60-jarigen. Op basis van de middelen die beschikbaar zijn wordt – in samenspraak met het RIVM – bekeken op welke wijze een inhaalcampagne het beste kan worden vormgegeven (waarbij het uitgangspunt is om per beschikbare euro een zo hoog mogelijke gezondheidswinst te realiseren). • Jaarlijks bezoeken zo’n 94.000 mensen de huisarts vanwege gordelroos. Het aantal ziekenhuisopnames door gordelroos wordt geschat op 500 per jaar.
2. Criteria 1. Nieuwe maatregelen komen in aanmerking op voorwaarde van een positief advies van de Gezondheidsraad of het RIVM. Het advies bevestigt dat de beoogde preventieve maatregel zowel medisch als economisch verantwoord (kosteneffectief) is en bijdraagt aan meer kwaliteit van leven. Voor al bestaande maatregelen die geïntensiveerd worden, moet een beleidsevaluatie positief resultaat hebben aangetoond, of dit moet volgen op basis van het aankomende advies en de richtlijn van de Adviescommissie richtlijn passend bewijs preventie. 2. Voor elke maatregel wordt onderbouwing aangeleverd op basis van passend bewijs zoals wordt vastgesteld door de Adviescommissie richtlijn passend bewijs preventie ten aanzien van de volgende onderdelen: • De maatregel realiseert gezondheidswinst, kwaliteit van leven en bespaart zorgkosten. • Kosten-batenanalyses bieden onderbouwing voor de verwachte besparingen in de diverse patiëntenstromen gespecificeerd naar Zvw-sectoren. Denk aan minder ziekenhuisopnames, lagere medicatiekosten of besparingen in personeel. • Inzicht in het tijdsverloop van de Zvw-besparing en een inschatting van de benodigde incidentele en structurele kosten voor de implementatie en uitvoering van de preventiemaatregel. 3. Agendering in BO IZA/AZWA t.b.v. draagvlak. Bij het prioriteren van preventieve maatregelen wordt eveneens de gezondheidswinst meegewogen. 4.
Mocht een deels uit het Zvw-kader gefinancierde maatregel worden gestopt dan worden de gevolgen voor de Zvw-uitgaven in kaart gebracht en kan besloten worden om het Zvw-kader te corrigeren indien er een besparingsverlies optreedt. Het kabinet besluit over maatregelen na het doorlopen van deze criteria. Het kabinet behoudt de verantwoordelijk heid voor een besluit, zoals ook gebruikelijk bij opvolging aan Gezondheidsraadadviezen. De reguliere begrotingsregels en processen blijven van toepassing. 3. Werking begrotingssystematiek Als er onder een medische preventiemaatregel een hard onderbouwde business case ligt - waarbij de kosten en besparingen meerjarig in beeld zijn gebracht – dan kunnen we volgens de begrotingssystematiek de besparing in de Zvw inboeken en gebruiken als dekking om deze maatregel (deels) te financieren. Dit doen we middels een overheveling van het Zvw-kader naar de Rijksbegroting na een kadercorrectie: met de implementatie van de bewuste maatregel wordt het Zvw-kader verlaagd met de hoogte van de verwachte besparing – niets meer/minder. De overheveling vindt plaats op het moment dat de besparing zich voor gaat doen. Verder geldt: • De kosten van (preventie)maatregelen worden op basis van de begrotingssystematiek via de begroting gefinancierd (en dus betaald uit belastingen) en verantwoord. Dit verloopt via de reguliere begrotingsprocessen.
• Maatregelen met een niet volledig sluitende businesscase komen in aanmerking als het kabinet besluit om de resterende kosten (de onrendabele top) te dekken op de Rijksbegroting. Het doel van deze afspraak is het stimuleren van de beweging van zorg naar gezondheid, inclusief een besparing op Zvw-zorg. De voorgestelde wijze van financiering is daarbij cruciaal omdat de potentiële besparingen door medische preventie in de Zvw onvoldoende benut worden. Dit komt mede omdat maatregelen een lange aanlooptermijn hebben. Via deze weg willen we zoveel mogelijk baten in de Zvw realiseren en een versnelling aanbrengen in de beweging van zorg naar gezondheid. Doordat latere en zwaardere zorgbehandelingen worden voorkomen leveren de maatregelen zowel arbeidsbesparing in de zorg als besparing in Zvw-zorg op.
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 36
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 37
4. Monitoring, evaluatie en bijsturing AZWA-partijen maken afspraken over de wijze van monitoring van de effecten van maatregelen. Bijvoorbeeld op basis van RIVM-evaluaties van bevolkingsonderzoeken. Er wordt periodiek over de monitoring gerapporteerd in het BO IZA/AZWA. Eventueel volgt bijsturing. 5. Ontwikkelagenda Op de ontwikkelagenda staan maatregelen die nader worden onderbouwd, zodat daarover besluitvorming kan plaatsvinden. De ontwikkelagenda wordt in samenspraak met de relevante AZWA-partijen ontwikkeld en wordt jaarlijks aan de AZWA-tafel besproken, zodat potentiële maatregelen tijdig in kaart kunnen worden gebracht. Momenteel staat op de ontwikkelagenda: • Mondzorg voor minima • Verlaging startleeftijd darmkankerscreening • Obesitasmedicatie voor minima • Covidvaccinatie En andere maatregelen, zoals: Risicostratificatie in bevolkingsonderzoek, voorkomen en screenen huidkanker, en screening en vroege opsporing jgz (bijv. allergieën, coeliakie, postnatale depressie).
3.2 Gelijkwaardigere toegang tot zorg Inzet: Gelijkwaardigere toegang tot zorg tussen met name hoger opgeleiden die de weg beter kennen en mensen voor wie dat lastiger is. C1
We zorgen dat mensen met urgente problemen sneller zorg ontvangen
Wat is het tijdpad: 1. Msz: Het onderzoek wordt Q2 2026 opgeleverd. Hierbij betrekken we ook de onderzoeken die er al zijn. Wat zijn de regeldrukeffecten: De regeldrukeffecten zijn op dit moment onbekend. De afspraak behelst uitvoeren van een onderzoek, dat onder andere inzicht gaat geven in welke elementen en maatregelen van bijvoorbeeld triage bijdragen om een gelijkwaardige toegang tot zorg te garanderen. Wat deze elementen zijn, is nog onbekend en daarmee ook het precieze effect op de regeldruk.
Toelichting: Iedereen heeft recht op tijdige en passende zorg, dit geldt specifiek voor mensen met complexe (multi) problematiek. We vinden het ongewenst als voor bepaalde groepen mensen er een ongelijke toegang tot zorg is. Door de halvering van het verplichte eigen risico, is het de verwachting dat de zorgvraag verder groeit. Het is daarbij wenselijk dat we in de toegang tot zorg hier aandacht aan besteden, mensen met een urgente(re) zorgvraag ook in de toekomst tijdig geholpen worden. Mensen moeten snel geholpen worden als zij urgente medische en/of psychische problemen ervaren. Uitgangspunt is gelijkwaardige toegang tot zorg, zoveel mogelijk in de nabijheid van de patiënt en dus in de eigen regio. Om er in de msz voor te zorgen dat de urgentie van de zorgvraag leidend is voor wie het eerst in behandeling wordt genomen is het noodzakelijk de triage verder te versterken en tevens is inzet nodig voor kwetsbare groepen. Om de gelijkwaardige toegang van de medisch-specialistische zorg te borgen, is het van belang dat alleen mensen in een ziekenhuis gezien worden waarvoor dit medisch noodzakelijk is. De huisarts heeft hierin een cruciale rol als poortwachter om passende zorg mogelijk te maken en verwijst alleen wanneer medisch noodzakelijk patiënten naar het ziekenhuis.
C2
Naar één landelijke voorziening voor alle vragen rondom toegang en gebruik van digitale zorg
We zorgen dat mensen met urgente problemen sneller zorg ontvangen Wat is de afspraak: Iedereen heeft recht op tijdige en passende zorg. Door de toenemende schaarste is het van groot belang om de zorgcapaciteiten zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten. Hiertoe dient passende zorg rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van de patiënt overal te worden toegepast. Behalve met doelmatigheid van de behandeling houden we rekening met de urgentie van iemands zorgvraag en de kwetsbaarheid van iemands situatie. We vinden het ongewenst als voor bepaalde groepen er een ongelijke toegang tot zorg is. Het doel is gelijkwaardige toegang tot zorg. Voor de msz zetten we daarom in op het versterken van de triage, zodat iedereen kan rekenen op een gelijkwaardige behandeling. Er is eerst meer inzicht nodig in de elementen die bijdragen aan een ongewenste ongelijke behandeling. Daarna wordt gekeken naar oplossingen in de keten om ongelijke toegang te verminderen. Wie gaat wat doen: Voor de msz 1. In opdracht van de NFU wordt onderzocht welke elementen en maatregelen van o.a. triage bijdragen aan een gelijkwaardige toegang tot zorg. Hiervoor wordt een onderzoek uitgevoerd binnen drie subgroepen; 1) oncologische patiënten, 2) een patiëntengroep met nu al een lange wachttijd en 3) mensen die zorg mijden.
Het doel is om de redenen te achterhalen waarom bepaalde groepen een minder goede toegang hebben tot zorg. Hierbij is specifieke aandacht voor de mensen die zorg mijden en mensen met een lage sociaal economische positie (SEP)/ sociaal economische status (SES). 2. Deze elementen uit de verkenning worden door de AZWA-partijen in de keten opgepakt. 3. Waar bovenstaand onderzoek leidt tot concrete aanbevelingen pakken zorgprofessionals, aanbieders, patiëntenorganisaties, team overheid en zorgverzekeraars dit proactief op.
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 38
Opschaling helpdesk digitale zorg Wat is de afspraak: Om passende digitale en hybride zorg voor iedereen in Nederland toegankelijk te maken, schalen we de dienstverlening op naar een landelijke voorziening/helpdesk. Hiermee realiseren we een landelijk dekkend netwerk voor digitale zorgondersteuning: één centraal punt voor alle niet-medische vragen rondom toegang en gebruik van digitale zorg, dat nauw samenwerkt met lokale, fysieke ondersteuningspunten. Dit draagt bij aan een toekomstbestendige zorginfrastructuur, het verlicht de werkdruk van zorg- en welzijnsprofessionals, het vermindert digitale ongelijkheid en bevordert een inclusieve samenleving waarin (digitale) zorg voor iedereen toegankelijk is. Wie gaat wat doen: • AZWA-partijen en de landelijke voorziening maken duidelijke afspraken over de scope van de dienstverlening en de samenhang met ondersteuning vanuit zorg- en medische servicecentra, ondersteuningspunten van fysieke zorg- en welzijnsorganisaties en openbare bibliotheken. • AZWA-partijen committeren zich aan het gebruik van de landelijke voorziening en gaan digitale zorgondersteuning in beginsel niet meer (volledig) zelf organiseren. • Borging van het gebruik van de landelijke voorziening vindt (o.a.) plaats in lijn met de afspraken vanuit Digizo.nu, in de zorginkoop afspraken van de financiers en afspraken met andere ondersteuningsaanbod zoals o.a.
openbare bibliotheken. • AZWA-partijen stimuleren dat leveranciers de contactgegevens van de landelijke voorziening goed vindbaar maken in de digitale zorgtoepassingen. Waarbij ook aandacht moet zijn voor de verantwoordelijkheid van de leverancier voor gebruiksvriendelijkheid en ondersteuning. • AZWA-partijen geven opdracht aan de landelijke voorziening om een helder implementatieplan uit te werken met aandacht voor de bovengenoemde punten. • VWS en ZN stellen een financieringsplan op voor tijdelijke financiering t/m 2028 voor de AZWA-periode en doen in die periode in samenspraak met andere AZWA-partijen een voorstel voor structurele financiering voor de periode daarna.
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 39
Wat is het tijdpad: 2025: • AZWA partijen geven opdracht om bovengenoemde punten (scope, samenhang, borging, financiering, etc.) in een businessplan uit te werken en vervolgens op basis van een gedegen plan en meerdere voorstellen plan toewerken naar de keuze voor een geschikte partij. • De AZWA partijen stellen een businessplan op en werken vervolgens, op basis van een gedegen plan en meerdere voorstellen, toe naar de keuze voor een geschikte partij. • AZWA-partijen geven vervolgens opdracht aan de landelijke voorziening om een helder implementatieplan uit te werken met aandacht voor de eigen activiteiten en die van andere veldpartijen. • VWS en ZN stellen in samenspraak met andere veld- en systeempartijen een financieringsplan voor de tijdelijke financiering t/m 2028 op voor de AZWA-periode met daarin opgenomen een voorstel voor structurele financiering vanaf 2029. 2025-2028: • De landelijke voorziening geeft in samenwerking met partijen invulling aan de door AZWA-partijen geformuleerde opdracht om gecontroleerd door te groeien naar een landelijke voorziening in 2028/2029. 2028 en verder: • Duurzame verankering van de landelijke voorziening binnen het zorg- en welzijnsdomein, inclusief structurele financiering.
Wat zijn de regeldrukeffecten: Uit de kwalitatieve inschatting van de regeldrukeffecten van deze afspraak blijkt dat de regeldruk naar verwachting afneemt door deze afspraak. Door de ondersteuning van burgers/patiënten/cliënten/ mantelzorgers bij hun digitale hulpvragen wordt voorkomen dat deze hulpvragen bij de professional terecht komen en bespaart daarmee (administratie)werklast.
Toelichting: Op dit moment hebben veel mensen moeite om mee te komen met de digitale transformatie, waardoor zij drempels ervaren bij het gebruik van digitale en hybridezorg en -ondersteuning. Dit belemmert de volledige benutting van de kansen die digitalisering in de zorg biedt en zet de toegang tot zorg onder druk. Naar schatting hebben 2,5 tot 4,5 miljoen 22 Nederlanders moeite met het gebruik van digitale zorgtoepassingen. Dit aantal ligt naar verhouding nog hoger binnen de groepen die het meeste zorg nodig hebben. Digitale vaardigheden en gerichte ondersteuning zijn essentiële randvoorwaarden voor de succesvolle inzet en toegankelijkheid van digitale en hybride zorg. Een landelijke voorziening in samenhang met fysiek aanbod speelt een belangrijke rol in de digitale transformatie en het ondersteunen van burgers, cliënten, patiënten en hun naasten zoals mantelzorgers bij het gebruik van digitale zorg en ondersteuning. Dit neemt ook vragen en druk weg bij professionals en aanbieders en gaat versnippering van ondersteuning tegen. Om het potentieel van een landelijke helpdesk volledig te benutten en goede ondersteuning te bieden aan gebruikers van digitale zorg, met daarbij specifieke aandacht voor mensen met beperkte gezondheids- en digitale vaardigheden, is structurele, landelijk dekkende financiering noodzakelijk.
Er liggen concrete voorstellen waarmee een landelijke voorziening zich verder kan ontwikkelen tot een schaalbare, inclusieve en duurzame oplossing voor ondersteuning bij digitale zorg. Door de maatschappelijke waarde en het potentieel te erkennen, kunnen we sneller gezamenlijk een toegankelijker zorgsysteem creëren, dat niet alleen de zorgvrager ten goede komt, maar ook de zorginstellingen ondersteunt bij de zorg- en digitale transformatie. Een landelijke helpdesk voor digitale zorg draagt bij aan oplossingen voor de groeiende uitdagingen waarmee zorginstellingen en patiënten worden geconfronteerd. Voor zorgvragers biedt de landelijke voorziening één centraal aanspreekpunt voor ondersteuning bij digitale zorg, ongeacht het type zorg, zorgproces of toepassing. Een landelijke helpdesk die nauw samenwerkt met lokale fysiek ondersteuningspunten voorkomt regionale ongelijkheden en versnippering van kennis en financiële middelen. Dit draagt bij aan gelijke toegang en ondersteuning voor alle burgers, ongeacht hun locatie, vaardigheden, voorkeuren of achtergrond. Tegelijk is
22
het niet de enige manier om burgers, patiënten en cliënten te ondersteunen. Naast deze voorziening zijn er bijvoorbeeld ook (fysieke) steunpunten in bibliotheken en bij zorginstellingen. Het is belangrijk dat een landelijke helpdesk samenwerkt het met het lokale fysieke ondersteuningsaanbod. Een landelijke voorziening is een afspraak die zowel geldt voor het AZWA als het HLO. Zorg- en welzijnsprofessionals profiteren eveneens van de ondersteuning van een landelijke helpdesk, die veel niet-medische vragen over digitale zorg uit handen neemt. Dit ontlast zorg- en welzijnsaanbieders en zorgverleners waardoor zij zich meer kunnen richten op hun kerntaken: het verlenen van zorg en het verbeteren van patiënttevredenheid, maar bevordert ook de acceptatie van digitale en hybride zorg en draagt bij aan een efficiëntere en prettigere werkomgeving.
C3
Transparantie: actieve zorgbemiddeling mogelijk maken en inzicht in wachtlijsten verbeteren
C3a
Transparantie wachttijden ggz (Zvw) en proactieve bemiddeling
Transparantie wachttijden Wat is de afspraak: Partijen spreken af dat wachtlijstgegevens accuraat en transparant zijn voor zorgverzekeraars, verzekerden/ patiënten en verwijzers, zodat reëel inzicht verkregen wordt in wie waar op de wachtlijst staat en hoe lang. Dit inzicht in de vraag naar zorg in de ggz wordt verkregen door de retrospectieve wachttijden af te lezen vanuit het declaratiebericht en de prospectieve wachttijden (actueel wachtenden) af te lezen vanuit de verwijsgegevens. Ook wordt er gewerkt aan het inzichtelijk maken van het beschikbare aanbod/capaciteit van de zorgaanbieders en het beter inzichtelijk maken van de hulpvraag (klachtenprofiel). Deze gegevens worden bij elkaar gebracht in een digitale tool, wat het voor partijen mogelijk maakt om te komen tot matching van vraag en aanbod, in eerste instantie op regionaal niveau. Accurate wachtlijsten helpen verzekeraars om hun eigen verzekerden – indien de verzekerde dit wenst – te bemiddelen naar een zorgaanbieder met een kortere wachttijd. Mogelijk vervangt dit proces in de toekomst de huidige transfertafels. Achtergrond: Doelstelling van het AZWA is verdere stijging van de wachtlijsten te voorkomen en wachttijden binnen de daarvoor geldende normen te brengen.
Zo hebben mentale gezondheidsnetwerken (met de functies verkennend gesprek, transfermechanisme, informatievoorziening wachttijden en domeinoverstijgend casusoverleg) en de laagdrempelige steunpunten als doel om mensen sneller op de juiste plek te helpen. Daarbij kan bemiddeling door zorgverzekeraars uit hoofde van hun zorgplicht, een belangrijke rol spelen. Verzekeraars weten dat er onbenutte mogelijkheden zijn om de wachttijd te verkorten voor hun verzekerden. Op dit moment is slechts een klein percentage van de patiënten op de hoogte van de mogelijkheid van zorgbemiddeling door hun verzekeraar. Ook is zorgbemiddeling nu een reactieve dienst. Verzekeraars kunnen pas bemiddelen als de patiënt daarom vraagt. Dat maakt het moeilijk om patiënten gericht te bemiddelen richting een passende plek waar ze sneller aan de beurt zijn. Hierdoor wordt niet al het zorgaanbod optimaal benut. Hiervoor is het nodig dat verzekeraars inzicht krijgen in de relevante data vanaf het moment van verwijzing naar de zorgaanbieder. Vervuilde wachtlijsten staat effectieve zorgbemiddeling in de weg, daarom is het noodzakelijk dat deze informatie zo snel mogelijk opgeschoond wordt.
Daarbij zijn nadere afspraken nodig die recht doen aan de respectieve verantwoordelijkheden en betrokkenheid van de partijen (zorgaanbieders, verwijzers, patiënten, verzekeraars) en de -eveneens in het AZWA vervatte- doelstelling zo min mogelijk (liefst: geen) additionele administratieve lasten te creëren en de regeldruk te beperken. Door waar mogelijk aan te sluiten bij bestaande gegevensstromen en ontwikkelingen in de regio kan hier een afname op worden gerealiseerd. De uitwerking van de afspraken bestaat uit 4 onderdelen: 1. Datastroom en administratieve lasten 2. Opschoning van de wachtlijsten 3. Proactieve bemiddeling 4. Aanvullende afspraken
CommunicatieRijk (2024, 1 november). Wie bereikt de (Rijks)overheid niet? Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 40
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 41
Wie gaat wat doen: Onderdeel 1: datastroom en administratieve lasten • Zorgverzekeraars ontvangen bij verwijzing (via de verwijsdienst) een melding dat een verzekerde is doorverwezen naar een zorgaanbieder. • Partijen maken afspraken over het verkrijgen van inzicht in de datastroom die buiten de verwijsdiensten omgaat in de ggz en over het aansluiten van zoveel mogelijk zorgaanbieders bij verwijsdiensten. • ZN zorgt voor de desbetreffende optie in Zorgdomein en Vecozo uiterlijk 1/1/26. • VWS werkt de mogelijkheden van en noodzaak voor een wettelijke grondslag om de data bij verwijzing automatisch te ontvangen uit. Tot een wettelijke grondslag geregeld is, moet de verzekerde hiertoe digitaal via de verwijsdienst toestemming geven. Na verwijzing door de huisarts ontvangt de patiënt van de verwijsdienst de verwijzing met de vraag of de verzekerde/patiënt bij een te lange wachttijd bemiddeld wil worden door de afdeling zorgbemiddeling van de zorgverzekeraar. Bij toestemming wordt een beperkte set gegevens doorgegeven aan de afdeling zorgbemiddeling van de zorgverzekeraar die de patiënt benadert conform de hieronder nader geduide afspraken en uitgangspunten.
• Partijen spreken af dat de dataset beperkt is tot: persoon/BSN, verwijsdatum, vermoeden DSM/ klachtenprofiel en zorgaanbieder (AGB), met daarbij de afspraak dat de data alleen gebruikt mogen worden voor het proces van zorgbemiddeling en de evaluatie en analyse van dit proces en niet voor andere doeleinden. Daarbij wordt gehandeld volgens de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Zorgverzekeraars Onderdeel 2: Opschoning van en inzicht in de wachtlijsten • Zorgaanbieders zijn verantwoordelijk voor adequate wachtlijstinformatie. De wachtlijstinformatie die zorgaanbieders bij de verwijsdienst aanleveren is actueel, accuraat en geeft inzicht in wachttijd tot intake en behandeling. • Zorgverzekeraars en zorgaanbieders werken gezamenlijk een proces uit voor het schonen van de huidige wachtlijsten van dubbelingen en streven ernaar om dit begin Q1 van 2026 af te ronden. Het gaat indicatief om tussen de 12.000 en 20.000 cliënten die dubbel wachten. Voor het inzichtelijk maken van de huidige wachtlijsten per zorgaanbieder en de dubbelingen maken we gebruik van een TTP. Zorgverzekeraars ontvangen een rapportage met op geaggregeerd niveau de informatie over het aantal wachtenden per zorgaanbieder, en het aantal dubbelingen.
Zorgverzekeraars kunnen deze informatie op persoonsgegevensniveau van de TTP niet ontvangen vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag, dat betekent dat zorgaanbieders in de uitvoering verantwoordelijk zijn voor het leggen van contact met de cliënt die op meerdere wachtlijsten staat. • Zorgverzekeraars, zorgaanbieders en MIND maken een gezamenlijke afspraak over hoe ze cliënten gaan benaderen die op meerdere wachtlijsten staan. ZN en de Nederlandse ggz maken gezamenlijke afspraken over de verdeling van de kosten. Daarna kan tot uitvoering worden overgegaan. • Opgeschoonde wachtlijsten leiden tot geschoonde wachttijden. Partijen maken uiterlijk Q1 2026 afspraken over hoe de geschoonde wachttijdinformatie ook inzichtelijk gemaakt wordt voor patiënten/verzekerden. • In de ggz wachten veel cliënten langer dan de Treeknorm. Om zorgbemiddeling bij deze huidige wachtenden onder de aandacht te brengen wordt door zorgverzekeraars geïnvesteerd in de bekendheid van zorgbemiddeling. Onderdeel 3: Bemiddeling • Partijen werken het proces rond proactieve bemiddeling gezamenlijk verder uit waarbij het beperken van administratieve lasten het uitgangspunt is. Over de manier waarop verzekeraars hun verzekerden benaderen worden afspraken gemaakt tussen VWS, de verzekeraars, de aanbieders en MIND.