04.MRDH; Voorstel AcVa - Borging toekomstbestendig OV in de hele regio Bijlage 1 - oplossing HTM
Tekst van het document
Westersingel 12 Postbus 21012 3001 AA Rotterdam Telefoon 088 5445 100 E-mail: informatie@mrdh.nl Internet: www.mrdh.nl Bankrekeningnummer: NL96 BNGH 0285 1651 43 KvK nummer:62288024
MEMO
Aan Van Telefoon
Bijlage 1
Adviescommissie en Bestuurscommissie Va -088 5445 169
CC
--
Datum
Onderwerp
Bijlage 1 - Aanpak en inhoudelijke uitwerking HTM
27 oktober 2023
Aanpak en inhoudelijke uitwerking review HTM
HTM en MRDH hebben beiden voorstellen ingebracht om beide concessies van HTM tot het einde van de looptijd weer in financieel evenwicht te brengen, waarbij de afspraken over drie jaar opnieuw worden doorgenomen indien eventuele bijsturing hierom vraagt. Op 4 april, 8 mei en 15 mei 2023 zijn de voorstellen van HTM en MRDH op ambtelijk niveau besproken. Dit heeft geresulteerd in een gezamenlijk gedragen voorstel welke afgestemd is tijdens het directieoverleg MRDH-HTM op 24 mei 2023. De volgende voorstellen vormen een uitwerking van de bij het besluit van 5 juli 2023 (@naam, nummer) bijgevoegde bijlage 1. Na vaststelling van het besluit waar deze bijlage aan toebehoort, zullen alle betrokken ID’s in de concessies aangepast worden.
Exploitatie Rail, Bus en Sociale Veiligheid:
Tot het einde van de Railconcessie (tot en met 2031) wordt €3 miljoen/jaar overgeheveld van Sociale Veiligheid naar Exploitatie Rail, omdat er een structurele onderbesteding heeft plaatsgevonden. Deze wijziging wordt verwerkt in de concessieprijs door het verlagen van de normopbrengsten/verhogen van de normkosten. In totaal is dit (over acht jaar) €24 miljoen. In de Railconcessie wordt verwacht dat er geen opbrengstentekort is vanaf 2024. HTM maakt gebruik van de “27,5%-Regeling” voor het behalen van het nulresultaat op de Busconcessie. De totale subsidie hieruit bedraagt naar verwachting €20,13 miljoen op basis van de realisatie van de maatregelen uit het HTM Transitieprogramma. Met deze regeling wordt de exploitatie van de busconcessie in evenwicht gebracht gedurende de eerstvolgende jaren, afhankelijk van het daadwerkelijk tekort naar verwachting tot en met 2026; 1. MRDH draagt 50% bij in het resterende tekort op reizigersopbrengsten (de huidige prognose reizigersopbrengsten en werkelijke reizigersopbrengsten) in de rail- en busconcessie. De verwachte MRDH-bijdrage is daarmee €5,7 miljoen. Het andere deel van het tekort wordt gedragen door HTM. Met deze afspraak wordt de exploitatie van de Rail- en Busconcessie in evenwicht gebracht tot en met 2031.
Het risico van mogelijke verlaging van de opbrengsten uit het SOV-contract (tussen HTM en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) is niet verwerkt in de huidige prognose, omdat op dit moment nog niet duidelijk is wat het effect van de herijking zal zijn. Daarom wordt op een nader moment een maximum bepaald aan het bedrag waarover de 50%-bijdrage van MRDH van toepassing is. 2. Voor Sociale Veiligheid blijven de inhoudelijke doelstellingen conform de beleidskaders van MRDH ongewijzigd. Daarbij geldt een meerjarige budgettaire bandbreedte tot het einde van de concessie. Het risico op overbesteding ligt bij HTM, zoals ook met de huidige concessieafspraken het geval is. Het bedrag van Sociale Veiligheid Bus wordt als vast bedrag
1
3.
4. 5.
6. 7.
8.
9.
beschouwd en maakt onderdeel van de meerjarige budgettaire bandbreedte. Dit voorstel wordt nader uitgewerkt in de concessievoorwaarden in Relatics. Het in de Railconcessie opgenomen “kwaliteitsfonds” blijft gehandhaafd. Zodra herstel van reizigersopbrengsten het fonds vult worden mogelijke doeleinden voor besteding besproken met MRDH. De huidige prognose is dat reizigersopbrengsten het fonds vullen tot ca. €65,9 miljoen tot het einde van de concessie. HTM draagt een aanvullende en aan zichzelf opgelegde kostenbesparing van circa €25 miljoen over de periode 2024 tot en met 2031 om dit normrendement te realiseren. Om HTM de mogelijkheid te bieden de aanvullende taakstelling voor kostenbesparingen te realiseren wordt het HTM voor zover dit mogelijk en passend is, toegestaan om op onderdelen de concessies integraal te benaderen gedurende de concessieduur. Daarmee krijgt HTM meer ruimte om de meest efficiënte oplossing te kiezen in de inzet van materieel en personeel (duurzamer inzet van medewerkers, met name door het verder invoeren van combifuncties rail-bus-sociale veiligheid). Ook komen er meer mogelijkheden tot versterking van railverbindingen met bus, de uitwisseling van bus en rail bij evenementen en calamiteiten, en bij verschuivingen van scholen of arbeidsplaatsen.
Dergelijke wijzigingen zullen zo veel mogelijk via de Vervoerplanprocedure worden gedaan en verrekening tussen de concessies zal plaatsvinden op basis van het meer/minderwerk-tarief. HTM dient de concessies zodanig gescheiden te houden (waaronder via een gescheiden boekhouding) dat er sprake blijft van gescheiden concessies. Daarmee kunnen de concessies aan het einde van de duur van elkaar los worden gekoppeld indien MRDH overgaat tot het opnieuw in- of aanbesteden van de concessies. De in de concessies opgenomen bonus/malusregelingen (met een voor HTM vrije besteding van bonusbedragen) worden weer operationeel vanaf 2024. Meerkosten als gevolg van de latere transitie van CNG-bussen naar Zero Emissie-bussen dan bij de start van de Busconcessie voorzien was, worden gedragen door HTM. Deze meerkosten zijn ca. €1,9 miljoen. HTM kan een normrendement van €5 miljoen per jaar voor Rail en Bus tezamen behalen ongeacht binnen welke concessie het rendement valt. MRDH heeft geen rol in het bepalen van deze kaders. De integratie van de eerder overeengekomen “Buca 10 Avenio“ (kapitaallasten van tien Avenio-trams, netwerkuitbreiding Bleizo en netwerkuitbreiding TU-wijk) in de Railconcessie wordt niet verwerkt in deze afspraken. Hierover worden afzonderlijke afspraken gemaakt.
Assets Infrastructuur en Vloot: 1. Er is een structurele onderschrijding op het beschikbaar budget voor beheer & onderhoud van de Railassets gerealiseerd van ca. €29 miljoen (tot en met 2031). Mogelijk wordt de komende jaren nog verdere onderschrijding op de uitgaven voor het beheer van de Railassets gerealiseerd. 2. Een bijdrage in de jaarlijkse kapitaallasten voor de aanpassing van de remise ScheveningenHarstenhoekplein wordt bekostigd vanuit de onderschrijding binnen de bandbreedte van de Railassets gedurende de huidige concessieperiode tot een bedrag van €22 miljoen. Deze raming is gebaseerd op de onderling afgestemde SSK-begroting (prijspeil 2023, inclusief de geraamde rente van 4%). Omdat dit onderdeel is van de bestaande bandbreedte, is geen extra subsidie van MRDH benodigd. Samen met de door MRDH in de begroting gereserveerde middelen (€ 30 miljoen) voor deze remise, ontstaat voldoende financiële dekking voor de investeringskosten voor de duur van de huidige concessieperiode. 3. Met HTM wordt overeengekomen dat er een risicoreservering binnen de bandbreedte van de Infrastructuurassets per 1 januari 2024 minimaal €8 miljoen moet worden aangehouden om eventuele risico’s binnen de huidige scope voor beheer & onderhoud van de Railassets op te kunnen vangen. 4.
MRDH en HTM komen overeen dat toekomstige onderschrijdingen op het beschikbaar beheerbudget voor de Railassets benut zullen worden voor dekking van kapitaallasten, die in de resterende concessieperiode benodigd zijn om de geplande nieuwbouw van de remise op de GAVI-kavel te bekostigen (geraamd op €20 miljoen, prijspeil 2023, inclusief de geraamde rente van 4%), bovenop de door MRDH op de meerjarenbegroting gereserveerde €30 miljoen, tenzij MRDH hiervoor andere financieringsbronnen aan zal wenden. 5. Met HTM is afgesproken dat tezamen met MRDH inzage wordt verkregen in (langetermijn)risico’s ten aanzien van mogelijke aanspraken op het beheerbudget. Op korte
2
termijn voeren MRDH en HTM daarvoor een risico-inventarisatie uit. Dit zodat de prioritering van de eventuele inzet van de middelen kan worden aangescherpt. Dit kan leiden tot eventuele areaaluitbreidingen en/of scopewijzigingen. Eventuele resterende extra onderschrijdingen op het beschikbaar beheerbudget voor de Railassets kunnen door MRDH en HTM aan de dekking van eventuele areaaluitbreidingen en/of scopewijzigingen op het beheer worden ingezet, mits MRDH hiervoor geen voldoende dekking vindt via andere financieringsbronnen. 6. Instandhouding van de Railassets voert HTM uit voor rekening en risico van MRDH. Van HTM wordt verwacht dat het assetmanagement efficiënter en daarmee goedkoper kan worden uitgevoerd, binnen de overeengekomen kwaliteitsdoelen (AMP). HTM wil echter ook worden uitgedaagd om meer efficiency te kunnen behalen. MRDH bespreekt met HTM of en op welke wijze de in de concessie is opgenomen ID 2467 Gainsharing van toepassing kan worden verklaard. 7. De in de concessies opgenomen bonus/malusregelingen (met een voor HTM vrije besteding van bonusbedragen) worden weer operationeel vanaf 2024. MRDH zal eventueel gewijzigde uitgangpunten met betrekking tot bonus/malus vaststellen in de in 2024 te actualiseren beheervisie. 8.
Het effect van toepassing van de componentenbenadering (welke voortkomt uit de aanpassing van de Nederlandse Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving) is voor rekening en risico van MRDH. De financiële impact is echter nog niet voor MRDH inzichtelijk gemaakt. HTM neemt MRDH tijdig mee in ontwikkelingen betreffende deze toepassing. 9. De hoogte van de VAT-kosten(voorbereiding, administratie, toezicht) wordt niet meer afgegrensd op een vooraf vastgesteld percentage. Jaarlijks wordt in de AMP een afspraak gemaakt over de hoogte en op basis van de reguliere rapportages en verantwoordingen wordt gemonitord in hoeverre hierop moet worden bijgestuurd. De VAT-kosten worden jaarlijks op basis van werkelijke kosten gekapitaliseerd. MRDH vergoedt de werkelijke kapitaallasten binnen de afgesproken bandbreedte. 10. Beheer & onderhoud van de nieuwe zero emissie bussen wordt met het bestaande beheer & onderhoud geïntegreerd tot één HTM-Assetsorganisatie. Met ingang van 2024 streven MRDH en HTM naar één SAMP, één AMP en geïntegreerde kwartaalrapportages. HTM draagt er zorg voor dat de administratie van de Assets in de Busconcessie en de Railconcessie (financieel) apart inzichtelijk gehouden wordt, zodat kosten aan de desbetreffende concessie toegerekend kunnen worden.
3