03.Vereniging Verontruste Burgers van Voorne; nieuwe studie Energietoekomst 2030 – 2050 vervolg op RES 2020 – 2030; Bijlage 2
Tekst van het document
Participatie in het RES overleg van de VVBV, 1 maart 2021 Doelstelling VVBV De Vereniging Verontruste Burgers van Voorne (VVBV) is een vereniging die statutair tot doel heeft de internationaal befaamde natuurgebieden van en in de nabijheid van Voorne en de kwaliteit van de woon- en leefomgeving van de bewoners te beschermen. De Vereniging tracht dit doel te bereiken door onder meer kritisch de ontwikkelingen te volgen die een negatieve invloed kunnen uitoefenen op de woon- en leefomgeving van de bewoners dan wel afbreuk doen aan de eerdergenoemde natuurgebieden. Aanleiding Vanuit dit doel heeft de VVBV deel genomen aan overleggen in het kader van RES. RES heeft tot doel te leiden tot vermindering en vergroening van ons energieverbruik. De VVBV is voor vergroening en beseft ook dat dit bedreigingen kan inhouden voor onze leefomgeving. Deze bedreiging zal dan door de VVBV beoordeeld moeten worden in een brede maatschappelijke context, waarbij kosten, energie-prestaties, milieueffecten en operationele aspecten een rol spelen. De VVBV heeft gemeend door betrokkenheid in de aanloop van RES, op constructieve wijze invloed te kunnen uitoefenen op het resultaat. In dit proces is geconstateerd dat er weinig wordt gedaan met de inbreng van de VVBV en de andere externe deelnemers. Hierdoor rijst de vraag of de VVBV betrokkenheid zinvol is.
Statutair is de VVBV een reactieve vereniging die op een bedreiging van de leefomgeving reageert. Een randvoorwaarde dus voor een project die onvoldoende aandacht krijgt. Het is geen statutaire taak van de VVBV om alternatieven aan te geven of deze projecten te helpen ontwikkelen. RES RES is te verdelen in twee hoofdtakken: de vergroening van de landelijke elektriciteitsvoorziening en de regionale opdracht tot vergroening en besparing Vergroening elektriciteitsvoorziening De VVBV is het niet eens met de opdracht van EZK aan de regio’s: vinden van locaties van duurzame energie met de eenvoudige vraag om voldoende locaties aan te wijzen voor de vergroening van het regionale stroomverbruik op jaarbasis omdat: •
de burger verwacht een betrouwbare, betaalbare en milieuvriendelijke elektriciteitsvoorziening. EZK heeft de opdracht slechts beperkt tot een deelaspect van de milieuvriendelijkheid
•
elektriciteitsopwekking is een regio-overstijgende activiteit waarvoor EZK de verantwoordelijkheid dient te nemen. Temeer omdat ook de restricties nationale en internationale elektriciteitsverbindingen, de veranderende technieken, de ontwikkeling van H2fabricage elders en zonne-energie-opwek in de Sahara een rol gaan spelen.
•
de nieuwe mogelijkheden op zee worden vergeten, waar met molens van 13 MWe i.p.v. 3.5 MWe, die 4000 h vollast draaien i.p.v. 2000 h/a, dus per molen 8 maal zo veel energie kan worden geproduceerd
de regio’s hebben geen kennis hebben van elektriciteitsverbindingen, de stroommarkt, de stroomvraag, systeem-optimalisatie, betrouwbaarheid, betaalbaarheid, net-inpassing en operationele voorwaarden, waardoor de belangen van de burgers niet worden gediend
•
de toevoeging lokale opwek is een randvoorwaarde die de optimalisatie van betrouwbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid ernstig in de weg staat. Regio’s verschillen in industrie, bevolkingsdichtheid, natuurwaarden, windsnelheid, zonne-instraling, grondprijs. Gelijkschakeling gaat voorbij aan alle regionale omstandigheden en het regionale lijkt meer op een onwerkbaar politiek compromis
•
de toevoeging op jaarbasis niet past bij de ongestuurde productie door groene opwekking en de lokale vraag. Elektriciteit is niet goedkoop op te slaan! Dit heeft in de plannen geleid tot een export van overschotten die over de muur worden gegooid. Een probleem voor de andere regio’s.
Het geheel overziende passen de volgende zienswijzen: Een bekwaam meester neemt geen opdracht en niet meer leerlingen aan dan hij kan bestieren en hij vergewist zich alvorens hij een opdracht geeft, van de kennis van de leerling . Een slimme leerling daagt zijn meester niet uit. Aldus zal een bekwaam meester ook geen leerling het bos in sturen met de opdracht om een emmertje met 30 Pcal bougievonkjes te halen. RES zou zijn een Regionale Energie Strategie. Maar het accent ligt op Roekeloos met Elektriciteit Starten. Gelijk een klein kind in een onbekende auto aan het begin van een bochtig grindpad de bergen de opdracht geven: geef gas! De opdracht van EZK en de onkunde van de regio’s in de omgang met deze opdracht hebben geleid tot verlies aan tijd en vertrouwen en respect voor de overheid. Besparingen en overige energie De regio’s zijn door de opdracht om ook bij te dragen tot de vergroening van de elektriciteitsvoorziening tijd ontnomen om zich te verdiepen in de regio-specifieke taken die dichter bij de burger staan en meer samen met de burgers moeten worden opgepakt. De taak waar zij een resultaat verantwoordelijkheid dragen. Tijd gedurende welke zij beter hadden kunnen nadenken over de taak die er ligt door alle verschillen in bewoners, huizen, locaties, afstanden, isolatiegraden, leeftijd en eigendomsverhouding. Want er liggen veel taken: •
gedragsverandering van de inwoners
•
besparing door woning-isolatie en LED-verlichting, elektrische auto’s, warmtepompen en verbetering van processen
•
aardgasvrij maken van de wijken
•
beoordeling van de milieu, technische en financiële risico’s van de door de lokale omstandigheden minder aantrekkelijke projecten met biomassa, geothermie en stadsverwarming
•
initiëren van de opleiding voor technische specialisten voor de realisatie van de projecten.
Ervaring
De VVBV heeft in de eerste stappen van het RES geparticipeerd en daar uit geleerd dat: •
er een goede start was met selectie van betrokken burgers voor het overleg
•
het hoge niveau van de inbreng van de burgers in de weinige gezamenlijke overleggen niet werd gewaardeerd door de adviseurs. De inhoudelijke kennis werd behandeld als een meningen van kletsmajoors, droomverkopers en illusionisten. die niet pasten bij het wensdenken van de adviseurs.
•
de opdracht van EZK gevolgd moest worden, zonder nadenken over de vraag of randvoorwaarden. Dit leidde tot versimpeling van de werkelijkheid: een domme vraag wordt daardoor intelligent beantwoord met een dom antwoord. Want, als het doel is om 35 TWhe groene stroom te produceren, hoe kun je dan anders oordelen?
•
daarbij teveel zon- en wind-vermogen op te stellen om vervolgens met een slecht rendement in dure stoffabrieken de restjes om te zetten in waterstof geweldige datacentra naar Nederland te halen om hier duizenden MWe aan groene stroom te verbruiken. gedachteloos door te gaan als er begin maart 2021 al onbalansprijzen zijn voor overschotten van bijna - 500 E/MWhe. (Stroom kost 50 E/MWhe, maar dan krijg je als je er 1 MWhe afneemt 500 Euro bij.) grote risico’s voor de betrouwbaarheid en leveringszekerheid van het systeem te introduceren de SDE subsidieregeling, voor de subsidiering van de onrendabele top, te baseren op historische prijzen, terwijl door de verduurzaming de marktprijzen verder gaan dalen van marginaal op basis van brandstof naar duurzaam. Hierdoor worden investeerders en energie coöperaties op termijn geconfronteerd met toenemende verliezen. Want het is maar de vraag of bij die problemen de overheid, ter vervulling van haar internationaal aanvaarde opdracht, hen niet zal laten vallen. Zij zijn dan niet de eersten die teleurgesteld zijn in onze overheid.
Besturen van energie coöperaties lopen het risico door AFM vervolgd te gaan worden voor de verkoop van participaties, zonder correcte vermelding van de risico’s vanaf 2022 als dan jaarlijks 400 tot 500 h/jaar extra aan overschotten worden geproduceerd tot zo’n 3000 tot 4000 h/a in 2030 te verwachten dat de markt of techniek (batterijen of energieopslag) het wel op lost het risico te lopen op Texaanse toestanden.
Overleggen en presentaties via Teams niet hebben bij gedragen aan een betere burgerparticipatie.
Hoe verder Het RES proces m.b.t. de elektriciteitsopwekking is in gang gezet om de binnen de voorwaarden vanuit vergunningen de mogelijkheden te creëren. Door lokale overheden is dit echter geïnterpreteerd als door hen uit te voeren projecten ”Wij gaan…..:”. Thans is duidelijk dat dit ambities, onvervulbare beloften, wensdenken en dromen zonder verantwoordelijkheid betrof, omdat geld en kennis daarvoor niet bij de overheid aanwezig is. Gelukkig kunnen we vaststellen dat M. Visser van de Hogeschool Groningen heeft gemeld dat, uitgaande van verstrekte subsidies van de landelijke overheid, de doelen m.b.t. de elektriciteitsproductie al zijn bereikt.
Dit maakt des te duidelijker dat de regio’s er beter aan hadden gedaan zich alleen en uitsluitend te richten op de lokale verbeteringen. Want het begint met besparen. Want tot nu toe lag voor de opwekking het accent op de elektriciteitsvoorziening, maar gas en vloeibare brandstoffen volgen nog en dan staat in de lijn van RES op iedere 500 m een windmolen. Willen we dit niet, dan is besparen stap 1. RES mag dan trots zijn dat de energietransitie op tafel ligt; maar het ontbreekt er aan dat alle overheidsorganen ieder zijn taak in het belang van een betrouwbare, betaalbare en milieuvriendelijke energievoorziening met zijn eigen specialisme en in harmonie uitvoert, er mee rekening houdend dat in een transitie geen sprake kan zijn van dogmatisme t.a.v. uitgangspunten, opdracht, regio en tijd. De energietechnieken veranderen waardoor de statisch gedefinieerde oplossingen van 2018 in 2022 achterhaald zijn. Met als voorbeelden: de vermogensgrootte van windturbines neemt toe, H2 wordt gemaakt in de Sahara, kosten op zee nemen af en het trage verloop van de lokale besparingen. Conclusie We hebben in dit proces over onze zienswijze gesproken met gemeente vertegenwoordigers, EZK, TenneT, Eneco, Provincie, NVDE en EnergieSamen. Hun aandacht is alleen maar gericht op vergroening.
Voor de andere aspecten geldt: zij horen aan, luisteren niet, willen niet begrijpen, kijken weg en nemen geen verantwoordelijkheid. Actieve betrokkenheid van de VVBV is pas nodig als werkelijk invloed kan worden uitgeoefend op werkelijk uit te voeren projecten. Zo nodig, via geformaliseerde procedures.