CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

03.Ontwerpbestemmingsplan Stella Nova III; Toelichting

Gemeenteraad 6 juli 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken en mededelingen14.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een ruimtelijk plan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te nemen en het groepsrisico te verantwoorden. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan.

Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Als onderdeel van het Bevt is op 1 april 2015 tevens het basisnet in werking getreden. Het basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van Rijksinfrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de regeling ligt vast wat de maximale risico's voor omwonenden mogen zijn. Indien een ruimtelijk plan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een (basisnet)transportroute voor gevaarlijke stoffen, moet in de toelichting ingegaan worden op de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met de personen die a) in dat gebied reeds aanwezig zijn, b) in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan redelijkerwijs te verwachten zijn en c) de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan betrekking heeft.

bestemmingsplanStella Nova III

31

4.6.2 Onderzoek Voor de beoordeling of in de omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen en/of transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig is de risicokaart geraadpleegd. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van deze kaart opgenomen:

Afbeelding uitsnede risicokaart (begrenzing plangebied zwart omkaderd) In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen. De dichtstbijzijnde risicovolle inrichtingen zijn een chlooropslag (1) op een terrein aan de P.J. Bliekstraat 1 Hekelingen en twee tankstations (2 &3) (Shell Spijkenisse, Heemraadlaan 2 & Benzineverkooppunt Belfort, Mizarstraat 2 ). Deze inrichtingen vormen echter geen gevaar voor de voorgenomen plannen aangezien voor alle inrichtingen een risicoafstand (PR 10-6) van 0 m geldt en de woningen in het plangebied daarmee niet in het invloedsgebied liggen van de bedrijven. Het plangebied ligt tevens niet in het effectgebied van gevaarlijke transportroutes en buisleidingen. Aangezien er in het voorgenomen plan sprake is van vervangende nieuwbouw waarbij het woning aantal niet toeneemt ten opzichte van de huidige situatie wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan de externe veiligheidsregels. En dat er geen sprake is van een eventuele toename van het groepsrisico. 4.6.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat gezien vanuit externe veiligheid er geen knelpunten zijn.

32

bestemmingsplanStella Nova III

4.7

Flora en Fauna

4.7.1 Kader In Nederland is de bescherming van belangrijke natuurwaarden wettelijk vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het gaat hierbij zowel om bescherming van soorten als bescherming van gebieden. Soortbescherming Voor dier- en plantensoorten zijn in de Wnb een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waarvan vooral de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 belangrijk zijn in het kader van flora- en faunaonderzoek bij onder andere ruimtelijke ontwikkelingen. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden en hun bijzondere natuurwaarden vindt onder de Wet natuurbescherming plaats via Europese Natura 2000 -gebieden. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van specifieke natuurwaarden in gebieden die in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn aangewezen en/of aangemeld zijn als speciale beschermingszone (Natura 2000-gebieden). 4.7.2 Onderzoek Econsultancy heeft een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 5 bijgevoegd. Soortenbescherming Huismus In het plangebied is geen bebouwing aanwezig die dienst kan doen als broedlocatie voor de huismus. Ten zuiden van de onderzoekslocatie staan echter woningen die in potentie wel geschikt zijn als broedlocatie voor deze soort. Het struikgewas in het zuiden van de onderzoekslocatie kan daardoor deel uitmaken van functioneel leefgebied van de huismus.

Nader onderzoek naar de functie van dit groen voor de huismus is benodigd. Broedvogels categorie 5 en algemene broedvogels Voor de algemene broedvogelsoorten en broedvogels behorend tot categorie 5 die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien het groen buiten het broedseizoen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen) is van toepassing. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. Indien het groen toch binnen het broedseizoen gekapt dient te worden, zal voorafgaand hieraan door een ter zake kundig ecoloog geïnspecteerd moeten worden of er broedgevallen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Vleermuizen De te slopen bebouwing, de plataan en de vleermuiskasten in het noorden van de onderzoekslocatie zijn in principe geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De sloop van de bebouwing zou in geval van aanwezigheid van een verblijfsfunctie van vleermuizen kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Gelet op de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor vleermuizen, zal aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn om de daadwerkelijke functie van het gebied voor vleermuizen te kunnen

bestemmingsplanStella Nova III

33

vaststellen. Een dergelijk aanvullend onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het protocol voor vleermuisonderzoek (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2021). Met betrekking tot mogelijke verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie en voor in de omgeving foeragerende vleermuizen wordt geadviseerd om vleermuisvriendelijk licht te gebruiken. Door de verlichting vleermuisvriendelijk in te richten zullen de mogelijke verblijfplaatsen en eventueel foerageergebied niet in hun functie beperkt worden. Vleermuisvriendelijke verlichting is amberkleurig, de armaturen zijn niet hoger dan de open stootvoegen, kozijnen en dakrand, de armaturen zijn weggericht van de naastgelegen woningen en het groen, en de verlichting is zo min mogelijk diffuus. Algemene grondgebonden zoogdieren, amfibieën en overige soorten Er dient rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht met betrekking tot algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën, waarbij al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. De werkzaamheden dienen buiten de gevoelige periodes van voortplanting en winterrust plaats vinden. Gebiedenbescherming Natura 2000 De onderzoekslocatie ligt niet binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000.

Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Oude Maas, bevindt zich op circa 1,8 kilometer afstand ten noorden van de onderzoekslocatie. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied, Voornes Duin, bevindt zich op circa 17 kilometer ten westen van de onderzoekslocatie (zie onderstaande afbeelding).

Afbeelding ligging onderzoekslocatie ten opzichte van Natura 2000 Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn vanwege de aard van de ingreep en de afstand tot het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied (17 km) tevens niet te verwachten. Vervolgonderzoek in het kader van de

34

bestemmingsplanStella Nova III

gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van stikstof wordt niet noodzakelijk geacht. Ter bevestiging van deze conclusie wordt in paragraaf 4.8 het onderzoek naar stikstofdepositie toegelicht. Natuurnetwerk Nederland De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. De onderzoekslocatie ligt ook niet in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 1 kilometer ten westen van de onderzoekslocatie. In de onderstaande afbeelding is de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven.

Afbeelding Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland. Gelet op artikel 6.24 van de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland worden beperkingen opgelegd vanuit het kader van het Natuurnetwerk Nederland wanneer deze gelegen zijn in het Natuurnetwerk Nederland, of deel uitmaken van de strategische reservering van natuur. Beide vereisten zijn niet van toepassing op de onderhavige onderzoekslocatie. Vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk Nederland wordt niet noodzakelijk geacht. 4.7.2.1 Conclusie Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat nader onderzoek naar vleermuizen en huismus nodig is. Deze onderzoeken worden uitgevoerd. Daarnaast moeten de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden om overtredingen voor broedvogels te voorkomen. Indien binnen het broedseizoen (maart tot eind augustus) gewerkt wordt, dient vooraf aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie te worden uitgevoerd door een ter zake kundige ecoloog. De werkzaamheden dienen buiten de gevoelige periodes van voortplanting en winterrust plaats vinden van de algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Voor het onderdeel gebiedsbescherming is een stikstofberekening uitgevoerd. Deze wordt

bestemmingsplanStella Nova III

35

toegelicht in paragraaf 4.8.

4.8

Stikstofdepositie

Econsultancy heeft een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 6 bijgevoegd. In het onderzoek wordt uitgegaan van 135 woningen echter worden er 137 gerealiseerd. Omdat het hier in principe gaat over vermindering van het aantal woningen (229 naar 137) en omdat het plangebied op een grotere astand van een stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ligt is het aanpassen van het stikstof onderzoek niet nodig. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Aangezien de emissies van de aanlegfase (sloop en bouwwerkzaamheden) slechts tijdelijk zijn kunnen significant negatieve effecten, aan de hand van de partiële vrijstelling uit de Wsn, op voorhand worden uitgesloten. Voor het plan wordt uitsluitend het projecteffect van de toekomstige gebruiksfase inzichtelijk gemaakt. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden uitsluitend plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. De berekening van het projecteffect is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2021).

Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden ten gevolge van de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.

4.9

Geluid

Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling met woningen, geluidgevoelige gebouwen, nieuwe wegen en de reconstructie van bestaande wegen dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh) en dat er, op grond van de Wet ruimtelijke ordening, sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Indien van toepassing dient aanvullend te worden aangetoond dat voldaan wordt aan het gemeentelijk geluidbeleid. De Wgh is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. Een akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh is daarom noodzakelijk wanneer de ontwikkeling plaatsvindt binnen een zone van een weg en waarbij sprake is van geluidgevoelige bestemmingen. De geluidbelasting dient per gezoneerde weg te worden getoetst aan de wettelijke grenswaarden. Daarnaast is een akoestisch onderzoek noodzakelijk bij de reconstructie van wegen indien binnen het invloedsgebied van de reconstructie van de weg geluidgevoelige bestemmingen gelegen zijn. Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), in het kader van een goede ruimtelijke ordening, het akoestische klimaat inzichtelijk te worden gemaakt bij o.a.: nieuwe geluidgevoelige bestemmingen nabij bestaande wegen; bestaande geluidgevoelige bestemmingen nabij nieuwe wegen.

Aangetoond dient te worden dat er geen sprake is van onaanvaardbare negatieve effecten op het woon- en leefklimaat als gevolg van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Als toetsingskader kan hierbij aangesloten worden bij het normenstelsel van de Wgh of wordt gebruik gemaakt van de classificering van de kwaliteit van de akoestische omgeving.

36

bestemmingsplanStella Nova III

Wet geluidhinder Zonering Behalve langs 30 km/uur-wegen en woonerven bevindt zich overeenkomstig artikel 74 Wgh aan weerszijden van een weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voordat nieuwe woningen binnen deze zone kunnen worden geprojecteerd dient te worden onderzocht of aan de grenswaarden van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). De definities van stedelijk en buitenstedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 Wgh. Deze definities luiden: stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom (bepaald door komgrensborden) met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de bebouwde kom dat is gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Normstelling In het geval nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals woningen, worden gerealiseerd binnen een zone van een weg, dan mag de geluidbelasting niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde. Indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde, dient beoordeeld te worden of geluidreducerende maatregelen doelmatig dan wel mogelijk zijn. Als maatregelen onvoldoende resultaat oplevert of niet mogelijk zijn, dan kan door het bevoegd gezag hogere waarden worden vastgesteld.

In deze situatie zijn burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard het bevoegd gezag. Voor de plansituatie zijn de volgende grenswaarden van toepassing: Voorkeurswaarde: 48 dB (artikel 82 Wgh); Maximale ontheffingswaarde: 63 dB (artikel 83, lid 2 Wgh). 4.9.1 Onderzoek Adviesburo van der Boom heeft akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 7 bijgevoegd. Onderstaand worden de belangrijkste bevindingen toegelicht, voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de bijlage. De ontwikkeling ligt binnen de bebouwde kom van Spijkenisse binnen de geluidzone van de Planetenlaan en de Hekelingseweg op ten minste 11 en 92 meter uit de as van de weg. De locatie ligt eveneens op korte afstand van de Neptunusstraat, de Galileilaan, en de Keplerlaan, dit zijn 30 km wegen zonder geluidzone. De geluidbelasting door wegverkeer op de Planetenlaan bedraagt op de gevels ten hoogste 54 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee door wegverkeer op de Planetenlaan overschreden op de zuidgevel van de rekenpunten 1 – 3, 8 – 10 en 16 en op de oostgevel van de rekenpunten 11 en 17. De geluidbelasting door wegverkeer op de Hekelingseweg bedraagt op de gevels ten hoogste 47 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee niet overschreden door wegverkeer op deze weg.

Het verlagen van de geluidbelasting door het treffen van maatregelen aan de bron is niet doeltreffend danwel ligt niet voor de hand uit financiele overwegingen. Afscherming van alle woonlagen is stedenbouwkundig ongewenst. Voor de gevels van de woningen dient een hogere waarde te worden aangevraagd van ten hoogste 54 dB voor wegverkeer op de Planetenlaan conform tabel III.3 in de bijlage. Conform het beleid van de gemeente zijn alle woningen voorzien van een geluidluwe zijde. De meeste woningen hebben een geluidluwe buitenruimte met een geluidbelasting van ten hoogte

bestemmingsplanStella Nova III

37

53 dB zonder aftrek. De woningen in rekenpunt 1 – 3 hebben geen buitenruimte aan de geluidluwe zijde. De geluidbelasting ter plaatse van de buitenruimte bedraagt bij een aantal woningen 59 dB zonder aftrek op de gevel. In het beleid van de gemeente is opgenomen dat de geluidbelasting op de buitenruimte in principe niet hoger mag zijn dan 58 dB, hiervoor zal ontheffing moeten worden verleend. Deze waarde kan worden bereikt middels een borstwering zoals omschreven in de tekst. Indien een dergelijke afscherming niet mogelijk of wenselijk is zal ontheffing moeten worden verleend voor de geluidbelasting van 59 dB. Voor de geluidbelaste gevels, met een geluidbelasting voor alle wegen samen van meer dan 53 dB zonder aftrek, zijn aanvullende geluidwerende voorzieningen nodig. De geluidbelasting op de hoogst geluidbelaste gevels bedraagt ten hoogste 59 dB voor alle wegen samen. De benodigde karakteristieke geluidwering voor deze gevels bedraagt dan GA;k 26 dB. De ontheffing voor de hogere waarde wordt bijgevoegd bij de vaststelling van het bestemmingsplan. 4.9.2 Conclusie Bij het toetsen of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening” is aangesloten bij het toetsingskader van de Wet geluidhinder. Aan dit toetsingskader kan worden voldaan met de hierboven beschreven maatregelen.

Voor het aspect geluid is sprake van een goede ruimtelijke ordening als voor de woningen hogere waarden worden aangevraagd en daarnaast wordt voldaan aan de eisen voor de geluidwering conform het Bouwbesluit.

4.10

Luchtkwaliteit

4.10.1 Kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 ''Luchtkwaliteitseisen'' van de Wet milieubeheer (Wm). De titel 5.2 ''Luchtkwaliteitseisen'' is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m³, terwijl voor PM2,5 de jaargemiddelde grenswaarde 25 µg/m³ bedraagt. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m³ maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. Naast de introductie van het NSL is het begrip ''niet in betekenende mate'' (NIBM) bijdragen een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m³. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen.

Een ruimtelijke ontwikkeling kan volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang vinden als: de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-ontwikkeling; de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; projectsaldering wordt toegepast. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de normen van de Wet luchtkwaliteit niet nodig.

38

bestemmingsplanStella Nova III

4.10.2 Onderzoek In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdrage (luchtkwaliteitseisen)’ (Regeling NIBM) zijn voor verschillende functiecategorieën cijfermatige kwantificaties opgenomen, waarbij een ontwikkeling als een NIBM-project kan worden beschouwd. Deze categorieën betreffen landbouwinrichtingen, spoorwegemplacementen, kantoorlocaties, woningbouwlocaties en een combinatielocatie van woningbouw en kantoren. In de Regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Met dit bestemmingsplan wordt vervangende nieuwbouw gerealiseerd door 137 woningen terug te bouwen waar eerst 229 woningen stonden. Daardoor is de ontwikkeling niet aan te merken als een project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit niet nodig is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt op basis van de gegevens in de NSL-monitoringstool 2021. In deze tool is onder andere de Randweg, Hekelingseweg, Planetenlaan, Galileilaan, Mercuriusstraat en Keplerlaan opgenomen.

Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in de omgeving van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk maximaal 19,3 µg/m³, 16,5 µg/m² en 8,7 µg/m³ bedragen. De jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 (beide 40 µg/m³) en PM2,5 (25 µg/m³) worden niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is maximaal 6 waardoor het maximum van 35 dagen eveneens niet wordt overschreden. De algemene trend is dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen dalen. Overschrijdingen van de grenswaarden zijn dan ook niet te verwachten. 4.10.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen oplevert voor de ontwikkeling.

4.11

Water

4.11.1 Kader Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van Waterschap Hollandse Delta. Het waterschap is de waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder voor alle binnendijkse oppervlaktewateren aan de linker Maasoever. De strategie en het beleid van Waterschap Hollandse Delta is vooral gericht op: Het bieden van veiligheid tegen wateroverlast; Veilige (vaar)wegen; Voldoende en schoon oppervlaktewater. Voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied zijn door Waterschap Hollandse Delta eisen gesteld aan de toekomstige waterhuishouding. De nieuwbouw dient waterneutraal te worden ontwikkeld en er dient een watervergunning te worden verkregen. Conform de ontwerpeisen van het Waterschap Hollandse Delta geldt een compensatieplicht van 10% open water voor nieuw aan te leggen verhard oppervlak. Daarnaast geldt voor het oppervlaktewater wat komt te vervallen een compensatie van 100%. Het Waterschap Hollandse Delta hanteert daarbij de onderstaande waarden:

bestemmingsplanStella Nova III

39

Dakoppervlak is 100% verharding; Tuinen rijtjeswoningen is 50% verharding (geldt ook voor 2 onder 1 kap); Tuinen vrijstaande woningen is 25% verharding; Openbare verharding (zoals wegen en parkeerplaatsen) is 100% verharding; Openbaar groen (wordt niet gezien als verharding) is vrijgesteld; Bestaand water wordt niet in de berekening opgenomen; Dempen van bestaande watergangen in het gebied moet geheel gecompenseerd worden. 4.11.2 Beoordeling Watergangen Direct ten noorden van het plangebied ligt een hoofdwatergang. Het planvoornemen voorziet in werkzaamheden nabij deze watergang. Het bestemmingsplan maakt de realisering van vlonders/terrassen mogelijk, op het aan het water grenzende deel van de tuinen. Er moet daarvoor een vergunning worden aangevraagd bij het Waterschap. Verder is in het westen van het plangebied een duiker gelegen. Deze duiker loopt onder de parkeerplaatsen en langs het appartementencomplex af naar de watergang zuidwesten van het plangebied. Het planvoornemen voorziet in werkzaamheden nabij deze watergang, maar het functioneren hiervan wordt niet belemmerd of aangetast

Afbeelding uitsnede leggerkaart wateren en kunstwerken Waterberekening In de huidige situatie is er binnen het plangebied verharding aanwezig in de vorm van dakoppervlak, parkeergelegenheid en bestrating. Daarnaast is in het plangebied, in de huidige situatie, een ruime oppervlakte aan groen aanwezig (8385 m2). Een groot gedeelte van dit groen

40

bestemmingsplanStella Nova III

oppervlak komt te vervallen in de nieuwe situatie en maakt plaats voor verharding. In de navolgende tabel is een schatting gemaakt hoeveel m² verharding er in de toekomstige situatie bij komt. De tabel met bijbehorende kaarten is ook als Bijlage 8 bijgevoegd. Type oppervlak water groen dakoppervlak overige verharding parkeergelegenheid / oprit / vastgereden klei tuin (+halfverhard (50%) totaal oppervlak waarvan verhard toevoeging verharding Tabel berekening verhard oppervlak

Bestaand 0 m2 8.385 m2 4.165 m2 13.077 m2 0 m2 108 m2 25.715 m2 17.296 m2

Nieuw 0 m2 3.411 m2 5.691 m2 10.387 m2 150 m2 6.076 m2 25.715 m2 19.116 m2 1.820 m2

In de huidige situatie is het plangebied voor ongeveer 67% verhard. Met de voorgenomen ontwikkeling komt er netto circa 1.820 m2 aan verharding bij. Aangezien er een compensatieplicht van 10% open water geldt voor nieuw aan te leggen verharding, komt dit neer op verplicht aan te leggen oppervlak van 182 m2 open water. Met het Waterschap is overeengekomen dat verderop in het peilgebied, ter hoogte van de Mizarstraat, compensatie plaatsvindt voor de gehele herstructurering van het Sterrenkwartier, inclusief het plan Stella Nova III. Er is hiervoor een vergunning verleend door het Waterschap, die is toegevoegd aan de toelichting als Bijlage 9. Hiermee behoeft er voor het planvoornemen niet ter plaatse van het plangebied te worden voorzien in de benodigde watercompensatie 4.11.3 Conclusie De realisatie van het planvoornemen belemmert het functioneren van de de duiker niet. Er is een watervergunning nodig voor de werkzaamheden nabij de hoofdwatergang. Het onderhavige initiatief gaat gepaard met een toename van het verhard oppervlak met circa 2904 m², wat neer komt op 290 m² te realiseren extra open water. Deze watercompensatie vindt verderop in het peilgebied, ter hoogte van de Mizarstraat, plaats. Er zijn geen waterhuishoudkundige belemmeringen voor de realisatie van het planvoornemen.

bestemmingsplanStella Nova III

41

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Planvorm

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1. van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. Het bestemmingsplan bestaat uit de juridische bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergeven, met daarbij de randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en de overheid bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking. De toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.

5.2

Systematiek bestemmingen

5.2.1 Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen en Artikel 2 Wijze van meten De begrippen die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen, worden in Artikel 1 nader gedefinieerd. Naast begrippen zijn in het bestemmingsplan hoogte en andere maten opgenomen die van belang zijn bij het bouwen van bouwwerken. Artikel 2 van de regels geeft een nadere omschrijving hoe de bedoelde maten gemeten moeten worden. 5.2.2 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels bevat de regels voor de bestemmingen. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In het navolgende wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Bestemming 'Groen' De gronden die op de verbeelding zijn aangewezen als groenbestemming zijn bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, beplantingen en overige bij deze doeleinden behorende voorzieningen. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en abri's worden gebouwd. In de regels zijn voor deze gebouwen nadere voorwaarden gegeven. Daarnaast worden in de regels nadere voorwaarden gegeven voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De gemeente Nissewaard streeft ernaar om de oevers van de watergang aan de noordzijde van het plangebied vrij te houden van bouwwerken.

Nissewaard moet zich beter gaan verhouden ten opzichte van het landschap en de potentie benutten om een aantrekkelijke woonomgeving

42

bestemmingsplanStella Nova III

te creëren die aantrekkingskracht uitoefent op rest van de regio. Hierbij zijn de groene aders, waaronder de watergangen, een belangrijk element om te waarborgen. De gronden aan oevers van de watergang aan de noordzijde van het plangebied dienen uit planologisch oogpunt dan ook niet bebouwd te worden met allerlei bouwwerken. Om die reden zijn bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde uitgesloten in de bouwregels in een 4 meter brede zone vanaf de oever. Voor deze zone is de aanduiding 'openheid' opgenomen. Daarnaast voorziet dit bestemmingsplan in een juridisch kader dat de realisering van vergunningsvrije bouwwerken in relatie tot de gewenste openheid van de oevers uitsluit. Ook hiervoor wordt de aanduiding 'openheid' gehanteerd in de Specifieke gebruiksregels. Ter plaatse zijn wel vlonders en terrassen toegelaten (zonder terrasschermen). Bestemming 'Verkeer - 2' Deze gronden zijn bestemd voor verkeer en verblijfsgebied. Het gebied met de bestemming 'Verkeer - 2' heeft de functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen. Daarnaast zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals wegen, voet- en fietspaden, parkeer-, speel- en groenvoorzieningen, ondergrondse afvalcontainers, reclameborden, abri's, nutsvoorzieningen en groenvoorzieningen.

Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en abri's worden gebouwd. In de regels zijn voor deze gebouwen nadere voorwaarden gegeven. Daarnaast worden in de regels nadere voorwaarden gegeven voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bestemming 'Wonen - 1' Binnen de bestemming 'Wonen - 1' zijn vrijstaande, geschakelde, aaneengebouwde en gestapelde woningen toegestaan met de daarbij behorende tuinen en erven. Overigens zijn de gestapelde woningen uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'. De overige woningen binnen de bestemming 'Wonen - 1' zijn grondgebonden woningen, waarbij de bergingen op het achtererfgebied van het woonperceel zijn gesitueerd. In de regels is vastgelegd dat de hoofdgebouwen binnen een bouwvlak mogen worden gerealiseerd en tot welk percentage het zij- en/of achtererf met bijbehorende bouwwerken mag worden bebouwd. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' is opgenomen ter bescherming van mogelijke archeologische sporen in de bodem. Hierbij is bepaald dat geen activiteiten zijn toegelaten die dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte groter dan 200 m² beslaan. In de bouwregels wordt verwezen naar een rapport van een archeologisch deskundige, zoals dat voor het voorliggende plangebied is vervaardigd.

Het betreffende rapport zal worden geraadpleegd bij omgevingsvergunningen voor het bouwen en waar nodig zal nog nader onderzoek plaats hebben. 5.2.3 Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. Anti-dubbeltelregel Deze regel dient om te voorkomen dat indien in het bestemmingsplan bij een bepaald gebouw een zeker open terrein is geëist, dat terrein nog eens meetelt bij het beoordelen van een aanvraag voor een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels

bestemmingsplanStella Nova III

43

In dit artikel is een regeling opgenomen met betrekking tot bestaande maten en tot de overschrijding van bouwgrenzen. Algemene gebruiksregels In dit artikel staat omschreven wat binnen de bestemmingsregeling, zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van de planregels, onder strijdig gebruik wordt verstaan. Tevens is de parkeerregeling opgenomen met daarin vastgelegd dat binnen het plangebied voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd moet worden. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is opgenomen om ondergeschikte afwijkingen van het bestemmingsplan met een algemene bevoegdheid mogelijk te maken. De regeling voorziet in een duidelijke begrenzing van het toepasbaar bereik van de afwijking. Algemene wijzigingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarmee door middel van een wijzigingsbevoegdheid ex. artikel 3.6 Wro het mogelijk is enige flexibiliteit in het plan aan te brengen. Het gaat hierbij om een bevoegdheid en houdt geen verplichting in. Deze bevoegdheid mag nadrukkelijk niet worden gebruikt om zodanig aanzienlijke wijzigingen van bestemmingen te bewerkstelligen, dat daarmee de essentie van het plan wezenlijk wordt veranderd. 5.2.4 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In dit artikel staan de overgangsregels voor bestaande bouwwerken en bestaande gebruiksactiviteiten die afwijken van het bestemmingsplan.

Slotregel Dit artikel geeft de titel van de regels van het bestemmingsplan aan.

44

bestemmingsplanStella Nova III

Hoofdstuk 6 6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg ex artikel 3.1.1. Bro

Het bestemmingsplan wordt op grond van de gemeentelijke inspraakverordening voor een ieder ter inzage gelegd. Ook wordt het bestemmingsplan, in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening, aan de vooroverlegpartners aangeboden.

6.2

Zienswijzen

Nadat de ontwerp fase is afgerond wordt het ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd. In een separate notitie worden de zienswijzen samengevat en voorzien van beantwoording.

6.3

Ambtshalve wijzigingen

bestemmingsplanStella Nova III

45

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Dit hoofdstuk beschrijft de onderdelen die zijn doorlopen voor het zekerstellen van de economische uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van een of meer woningen en de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een overeenkomst gesloten tussen de gemeente en Maasdelta, waarbij Maasdelta ontwikkelt.

Daarmee is de economische uitvoerbaarheid in voldoende mate verzekerd.

46

bestemmingsplanStella Nova III

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11668182/1