02.Schrijven CvM; Notitie Toelichting Anterieure Overeenkomst Windproject Brielse Brug (Concept)
Tekst van het document
CONCEPT
NOTITIE Aan
:
P.R.B.A. Noppen
Van
:
Mr J.S.J. Kuijer
Inzake
:
Toelichting Anterieure Overeenkomst Windmolenproject Brielse Brug (782872.01)
Datum
:
5 februari 2024
1. Aanleiding 1. De gemeente Brielle (“Gemeente”)1 heeft op 21 december 2021 met Windproject Brielse Brug B.V. (“Initiatiefnemer”) een anterieure overeenkomst (“Overeenkomst”) gesloten met daarin een inspanningsverplichting voor de planologische realisatie van 2 windturbines met een maximale tiphoogte van 230m en een maximaal vermogen van 15mw voor een exploitatieperiode van 25 jaar (“Windmolenproject”) in het door de provincie Zuid-Holland (“Provincie”) aangewezen gebied, de Nieuwe Ondernemingspolder aan weerszijden van de N57 in Brielle (“Projectgebied”). 2. Het Windmolenproject is in strijd met het geldende bestemmingsplan “Omgevingsplan buitengebied Brielle - veegplan 1” (“Bestemmingsplan”), omdat het Projectgebied is bestemd voor agrarische activiteiten. Het college van burgemeester en wethouders (“College”) heeft op 8 juli 2022 voor het Windmolenproject een aanvraag ontvangen voor een omgevingsvergunning planologisch strijdig gebruik onder art. 2.1 lid 1 sub a en c jo. art. 2.12 lid 1 sub a onderdeel 3° Wabo (“Omgevingsvergunning”) en een ontheffing natuurbescherming onder art. 3.1 lid 1 Wnb (“Natuurontheffing”). 3. De gemeenteraad (“Raad”) heeft op 8 januari 2024 op de voorbereiding en bekendmaking van de Omgevingsvergunning en de Natuurontheffing de coördinatieregeling onder art.
3.30 lid 1 sub b Wro van toepassing verklaard en voor het Windmolenproject een ontwerpverklaring van geen bedenkingen (“VVGB”) onder art. 2.27 Wabo afgegeven. De ontwerpen van de Omgevingsvergunning, Natuurontheffing en de VVGB liggen 6 weken ter inzage vanaf 19 januari 2024 tot 1 maart 2024, waarbinnen een ieder een zienswijze kan indienen. 4. In de Gemeente is er verdeeldheid over de (planologische) aanvaardbaarheid van het Windmolenproject. Enkele Raadsleden en/of Collegeleden zijn van oordeel, dat de Gemeente in alle gevallen gehouden is planologische medewerking te verlenen aan het Windmolenproject, omdat de Gemeente anders schadevergoedingsplichtig is voor de schade als gevolg van de niet-nakoming van haar medewerkingsplicht uit de Overeenkomst. In deze notitie wordt ingegaan op de vraag of dit oordeel juist is. 2. De belangrijkste conclusies •
De Gemeente is als contractspartij gebonden aan de Overeenkomst en dient de voor haar daaruit voortvloeiende verplichtingen in beginsel na te komen (behoudens in uitzonderingsgevallen zoals overmacht of onvoorziene omstandigheden zoals bedoeld in art. 6:75 BW of art. 6:258 BW).
1 De gemeente Brielle is onderdeel van de samengevoegde gemeente Voorne aan Zee, die bestaat uit de voormalige zelfstandige
gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne.
Pagina 1 van 7
•
De Gemeente is een inspanningsverplichting aangegaan (geen resultaatsverplichting) tot het verlenen van planologische medewerking aan het Windmolenproject, die bestaat uit: 1. Het voortvarend in procedure brengen van een (ontwerp)omgevingsvergunning planologisch strijdig gebruik die voorziet in het Windmolenproject. 2. Het voortvarend inspannen tot het tijdig verlenen en in rechte verdedigen van de vergunningen en ontheffingen die nodig zijn voor het Windmolenproject. 3. Het voortvarend nastreven de benodigde besluitvorming voor het Windmolenproject volgens de planning af te ronden en te faciliteren dat de bouw voor 2025 kan aanvangen.
•
De inspanningsverplichting van de Gemeente is niet onbegrensd. De Gemeente heeft zich contractueel voorbehouden, dat zij bij haar inspanning tot planologische medewerking aan het Windmolenproject: 1. Haar publiekrechtelijke taken en verantwoordelijkheden in acht mag en moet nemen; 2. Zij niet tot het uiterste is en zal worden gehouden (medewerking binnen redelijke grenzen); 3. Haar inspanningsverplichting eindigt als: de voor het Windmolenproject benodigde besluiten onherroepelijk zijn geworden of als onherroepelijk vaststaat dat het Windmolenproject wegens publiekrechtelijke belemmeringen niet bestemd en/of vergund kan worden.
•
De gemeente is in principe niet schadevergoedingsplichtig, als de Overeenkomst terecht wordt beëindigd/ontbonden wegens onoplosbare onherroepelijke publiekrechtelijke belemmeringen die zich verzetten tegen de vergunning van het Windmolenproject.
3. De anterieure overeenkomst 3.1. Toelichting Overeenkomst 5. De Overeenkomst bevat de afspraken die de Gemeente en de Initiatiefnemer zijn overeengekomen ten behoeve van de realisatie van het Windmolenproject. De afspraken hebben in het bijzonder betrekking op: (1) de inspanningsverplichting van de Gemeente tot planologische medewerking aan het Windmolenproject; (2) het verhaal van kosten voor het Windmolenproject door de Gemeente op de Initiatiefnemer. De Overeenkomst duurt in principe voort tot het einde van het Windmolenproject en als aan alle tussen Partijen bestaande verplichtingen is voldaan. 3.2. Toelichting inspanningsverplichting 3.2.1. Inhoud inspanning planologische medewerking 6. Onderstaande bepalingen uit de Overeenkomst zijn relevant voor de inhoud van de inspanningsplicht tot planologische medewerking aan het Windmolenproject.
Overwegende Dat de Gemeente in principe bereid is tot medewerking aan het Project middels het voortvarend in procedure brengen van de benodigde planologische instrumenten en vergunningen, zoals (wijziging) bestemmingsplan en omgevingsvergunning(-en), voor het Project van Initiatiefnemer en zich in te spannen tot verlening en verdediging van voornoemde besluiten, met het oog op het onherroepelijk worden van deze besluiten, voor het Project onder de hierna genoemde voorwaarden, welke door de Initiatiefnemer middels ondertekening van deze Overeenkomst worden geaccepteerd. Deze inspanningsplicht geldt totdat de besluitvorming voor het Windpark onherroepelijk is geworden;
Pagina 2 van 7
Artikel 3 — Uitgangspunten 3.4 Initiatiefnemer zal zich inspannen het Project te ontwikkelen en te realiseren overeenkomstig de nog door Initiatiefnemer op te stellen en door de Gemeente goed te keuren planning, en de Gemeente spant zich in die planning te ondersteunen. Initiatiefnemer dient zich in te spannen, en de Gemeente dient waar mogelijk te faciliteren, dat voor 2025 met de bouw van de geplande windturbines kan worden gestart, rekening houdend met, onder andere, de doorlooptijden van eventuele beroepsprocedures, verkrijging van subsidie en beschikbaarheid van turbineleveranciers. […] Artikel 4 — Overlegstructuur en planning 4.2 Partijen hebben een inspanningsverplichting om de voor hun wederzijdse activiteiten afgesproken termijnen na te komen overeenkomstig hetgeen is bepaald in deze Overeenkomst. Artikel 8 — Planologische procedures en vergunningen 8.7 Zoals ook uit overweging 12 volgt, is de Gemeente in principe bereid tot medewerking aan het Project middels het voortvarend in procedure brengen van de (ontwerp) omgevingsvergunning in strijd met bestemmingsplan, en zich in te spannen tot verlening en juridische verdediging van de besluiten voor het Project onder de voorwaarden die genoemd zijn in deze Overeenkomst. Deze inspanningsplicht geldt totdat de benodigde besluitvorming onherroepelijk is geworden en binnen de redelijke grenzen.
De aan de besluitvorming verbonden kosten komen voor rekening van Initiatiefnemer zoals omschreven in artikel 11 lid 1 van deze Overeenkomst. Deze inspanningsverplichting van de Gemeente laat onverlet de publiekrechtelijke verantwoordelijkheid van college van burgemeester en wethouders en de raad van de Gemeente Brielle. Initiatiefnemer is ermee bekend dat de raad een eigen bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft met betrekking tot de vaststelling dan wel gewenste afwijking van het bestemmingsplan. Waar mogelijk en gepast binnen de voornoemde publiekrechtelijke verantwoordelijkheid en bevoegdheid zal de Gemeente zich wel inspannen te handelen en te besluiten ten behoeve van het Project. […] 8.10 De Gemeente spant zich ertoe in het daartoe bevoegde gemeentelijke bestuursorgaan tijdig tot vergunningverlening over te laten gaan, zulks met inachtneming van en onverlet de publiekrechtelijke verantwoordelijkheid van de Gemeente.
7. De Gemeente heeft m.b.t. haar inspanningsplicht verklaard: “bereid te zijn tot het verlenen van medewerking aan het planologisch mogelijk maken van het Windmolenproject”. De Gemeente heeft zich daarbij gecommitteerd aan (in ieder geval) onderstaande inzet van taken en bevoegdheden: • • •
Het voortvarend in procedure brengen van een (ontwerp)omgevingsvergunning planologisch strijdig gebruik die voorziet in het Windmolenproject. Het voortvarend inspannen tot het tijdig verlenen en in rechte verdedigen van de vergunningen en ontheffingen die nodig zijn voor het Windmolenproject. Het voortvarend nastreven de benodigde besluitvorming voor het Windmolenproject volgens de planning af te ronden en te faciliteren dat de bouw voor 2025 kan aanvangen.
8. De inspanningsplicht moet zodanig begrepen en uitgelegd worden, dat de Gemeente haar best moet doen om de voor het Windmolenproject benodigde vergunningen en ontheffingen zorgvuldig en voortvarend voor te bereiden en als dat publiekrechtelijk mogelijk is ook te verlenen, met inachtneming van de wet (goede ruimtelijke ordening) en rekening houdend met de (goedgekeurde) projectplanning. 9. De inspanningsplicht betreft geen resultaatsverplichting. Niet overeengekomen is, dat de Gemeente de voor het Windmolenproject benodigde vergunningen en ontheffingen daadwerkelijk zal verlenen. Alleen is overeengekomen, dat de Gemeente zich zal inzetten voor een positieve planologische besluitvorming voor het Windmolenproject. 3.2.2. Grenzen inspanning planologische medewerking 10.Onderstaande bepalingen uit de Overeenkomst zijn relevant voor de grenzen aan de inspanningsplicht tot planologische medewerking aan het Windmolenproject. Pagina 3 van 7
Artikel 3 — Uitgangspunten 3.6 De Gemeente wordt bij de uitvoering van deze Overeenkomst gebonden door haar publiekrechtelijke taken en verantwoordelijkheden, waarbij de Gemeente gehouden is conform deze taken en verantwoordelijkheden te handelen. Initiatiefnemer onderkent derhalve dat de Gemeente nimmer aansprakelijk gesteld kan worden voor de uitkomst van politieke besluitvorming zoals nader beschreven in artikel 8 Planologische procedures en vergunningverlening. Artikel 8 — Planologische procedures en vergunningen 8.8 Gelet op de aard van de inspanningsverplichting van de Gemeente tot het planologisch mogelijk maken van het door Initiatiefnemer gewenste gebruik en de publiekrechtelijke verantwoordelijkheid die de Gemeente daarbij heeft, onderkent Initiatiefnemer dat het mogelijk is, dat de Gemeente niet mee kan werken aan het planologisch mogelijk maken van het door Initiatiefnemer gewenste gebruik vanwege een Publiekrechtelijke belemmering (bijvoorbeeld naar aanleiding van strijdigheid met wettelijke bepalingen die volgen uit de nog uit te voeren onderzoeken en/of uitspraken van de (bestuursrechter). De Gemeente is in dit geval nimmer gehouden tot vergoeding van eventuele daaruit voortvloeiende kosten of schade van Initiatiefnemer en/of vergoeding van het in artikel 11 genoemde kostenverhaal.
De initiatiefnemer is in dat geval niet gehouden aan (verdere) vergoeding van de door de Gemeente gemaakte of te maken kosten. Artikel 9 — Publiekrechtelijke belemmeringen en onvoorziene c.q. gewijzigde omstandigheden 9.1 Indien tijdens de looptijd van deze Overeenkomst Publiekrechtelijke belemmeringen ontstaan of zich onvoorziene of gewijzigde omstandigheden voordoen die een Publiekrechtelijke belemmering vormen, zullen Partijen in overleg treden over de gevolgen daarvan. Partijen spannen zich waar mogelijk in voor het wegnemen van een Publiekrechtelijke belemmering. De Gemeente zal ter zake van het ontstaan van genoemde belemmeringen, onvoorziene en/of gewijzigde omstandigheden nimmer door Initiatiefnemer aansprakelijk kunnen worden gesteld. Artikel 1 — Begripsbepalingen Publiekrechtelijke belemmeringen: Onder ‘belemmeringen van publiekrechtelijke aard’ worden onder meer verstaan: a. De gevolgen van inspraak/zienswijzen en ingestelde bezwaar- en beroepsprocedures tegen beslissingen van de Gemeente, welke noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de plannen voor het Plangebied; b. De gevolgen van of vertraging in de beslissingen van de administratieve rechter; c. De gevolgen van nieuwe of gewijzigde (hogere) wet- of regelgeving; d. De gevolgen van een toets op grond van Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar gezag.
11.De Gemeente heeft m.b.t. haar inspanningsplicht het voorbehoud gemaakt: “gehouden te zijn conform haar publiekrechtelijke taken en verantwoordelijkheden te handelen, als gevolg waarvan het mogelijk is, dat niet meegewerkt kan worden aan het planologisch mogelijk maken van het Windmolenproject wegens één of meer publiekrechtelijke belemmeringen (bijvoorbeeld omdat het Windmolenproject (op onderdelen) in strijd is met wettelijke bepalingen en/of uitspraken van de bestuursrechter)”. De Gemeente heeft zich daarbij gecommitteerd aan (in ieder geval) onderstaande handelingen: • •
te overleggen met de Initiatiefnemer over de gevolgen van de publiekrechtelijke belemmering(en) die zich verzet(ten) tegen het Windmolenproject. te proberen waar mogelijk de publiekrechtelijke belemmering(en) die zich verzet(ten) tegen het Windmolenproject weg te nemen.
12.De inspanningsplicht is niet onbegrensd. Waar mogelijk en passend binnen de publiekrechtelijke verantwoordelijkheid en bevoegdheid moet de Gemeente zich inspannen te handelen en besluiten ten behoeve van het Windmolenproject. Daarbij moet de Gemeente ook binnen redelijke grenzen zich inspannen de publiekrechtelijke belemmeringen die zich voordoen proberen weg te nemen. Maar de Gemeente is niet gehouden publiekrechtelijke belemmeringen die niet weggenomen kunnen worden te passeren. Dan handelt de Gemeente in strijd met het recht. De Gemeente kan onder omstandigheden gelet op het zorgvuldigheidsbeginsel en evenredigheidsbeginsel (art. 3.2 en 3:4 Awb) ook verplicht zijn tot het laten verrichten van nader onderzoek naar de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het Windmolenproject. Pagina 4 van 7
13.Bij publiekrechtelijke belemmeringen kan met name gedacht worden aan strijdigheden met de wet, in het bijzonder het criterium “een goede ruimtelijke ordening”, die naar aanleiding van ruimtelijke onderzoeken, zienswijzen en/of beroepschriften (al dan niet in rechte) zijn vastgesteld. Publiekrechtelijke belemmeringen kunnen zijn: • • • • • •
De onaanvaardbare gevolgen van het geluid van de windturbines voor het woon- en leefklimaat bij woningen en/of werkklimaat bij bedrijven (afstandsnormen/gezondheidsnormen). De onaanvaardbare gevolgen van de slagschaduw van de windturbines voor het woon- en leefklimaat bij woningen en/of werkklimaat bij bedrijven (afstandsnormen/gezondheidsnormen). De onveiligheid van nabij de windturbines gelegen (beperkt) kwetsbare objecten zoals woningen, scholen, bedrijfswoningen of bedrijfsgebouwen (afstandsnormen/veiligheidsnormen). De aanwezigheid van beschermde diersoorten en/of plantensoorten in de omgeving van de windturbines. De ondeugdelijkheid van de ruimtelijke onderzoeken (bijvoorbeeld onvolledige of onjuiste flora- en fauna en akoestische onderzoeken). De voorschriften voor windturbines in provinciale verordeningen en/of beleidsregels.
14.Verder is het van belang om te onderkennen dat het College en de Raad zelfstandige bestuursorganen zijn met ieder hun eigen bevoegdheden. Het College is bevoegd om de Omgevingsvergunning wel of niet te verlenen en heeft daarbij beleidsvrijheid.2 Het College kan de Omgevingsvergunning alleen verlenen, als het Windmolenproject niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat gemotiveerd is met een goede ruimtelijke onderbouwing (art. 2.12 Wabo). Het College moet de betrokken belangen bij het Windmolenproject dus zorgvuldig en evenredig afwegen. De Raad is bevoegd om de VVGB wel of niet te verlenen en heeft daarbij ook beleidsvrijheid.3 De Raad kan de VVGB slechts weigeren wegens het belang van een goede ruimtelijke ordening (art. 6.5 lid 2 Bor). De Raad moet de betrokken belangen bij het Windmolenproject dus ook zorgvuldig en evenredig afwegen. 15.Wanneer de Raad de VVGB weigert, dan kan de Omgevingsvergunning niet verleend worden door het College (art. 2.27 lid 1 Wabo jo. art. 6.5 lid 1 Bor). Het bestaan van de Overeenkomst is overigens wel een omstandigheid die de Raad in de besluitvorming over de VVGB moet betrekken.
De Raad moet in de motivering van de VVGB laten zien betekenis te hebben toegekend aan het bestaan van de Overeenkomst en inzichtelijk maken hoe de belangen van de Initiatiefnemer bij het Windmolenproject zijn gewogen ten opzichte van de belangen van een goede ruimtelijke ordening. De Raad moet er daarbij voor waken niet te lichtvaardig (ambtshalve of naar aanleiding van zienswijzen) conclusies te trekken die diametraal tegenover de ruimtelijke onderbouwing van het Windmolenproject en bijbehorende onderzoeken staan. In zo’n situatie zal de Raad nader onderzoek moeten (laten) verrichten. 16.N.B. Het College en de Raad hebben ieder voor zich beleidsvrijheid om te beoordelen of het Windmolenproject planologisch aanvaardbaar is (niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening). Als het College en de Raad binnen deze beleidsvrijheid een andere afweging maken, dan maakt dat niet dat de belangenafweging onjuist is. Wegens deze beleidsruimte, toetst de bestuursrechter in een procedure ook enigszins terughoudend (aan de hand van de beroepsgronden) of de Omgevingsvergunning en/of de VVGB in redelijkheid zijn verleend of geweigerd.4
2 Vergelijk ABRvS 21 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:857, r.o. 7. 3 Vergelijk ABRvS 8 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3003, r.o. 6.3. 4 Vergelijk ABRvS 21 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:857, r.o. 7.
Pagina 5 van 7
3.3. Toelichting beëindiging/ontbinding 17.Onderstaande bepalingen uit de Overeenkomst zijn relevant voor de beëindiging/ontbinding van de Overeenkomst. Artikel 16 — Flexibiliteit en ontbinding 16.2 Partijen realiseren zich dat deze Overeenkomst een langlopende is en dat zich gedurende de looptijd van deze Overeenkomst omstandigheden kunnen voordoen die maken dat de Overeenkomst niet overeenkomstig de in deze Overeenkomst vastgelegde uitgangspunten kan worden uitgevoerd Partijen verplichten zich in dat geval in overleg te treden met elkaar en maatregelen te treffen die ervoor zorgen dat zoveel als mogelijk de oorspronkelijke bedoelingen worden behaald. Partijen zullen daartoe alle mogelijkheden in ogenschouw nemen en de eventueel gemaakte afspraken, voor zover deze afwijken van hetgeen in deze Overeenkomst is opgenomen, schriftelijk vastleggen. Het uitgangspunt is en blijft daarbij evenwel dat de ontwikkeling en realisatie geheel voor rekening en risico van Initiatiefnemer plaats vindt en de Gemeente bereid is tot medewerking daaraan en zich daartoe inspant zoals omschreven onder overweging 12. [..] 16.3 De Gemeente kan de Overeenkomst tussentijds, zonder enige termijn en zonder gerechtelijke tussenkomst, bij aangetekende brief geheel of gedeeltelijk ontbinden in de volgende gevallen: 1.
in geval Initiatiefnemer in staat van faillissement geraakt, surseance van betaling aanvraagt. besluit tot ontbinding, of vanwege beslag dat op haar vermogen wordt gelegd of zij de vrije beschikking daarover verliest in dusdanige mate dat de voortgang van het Project in gevaar komt en Partijen na overleg niet zijn gekomen tot een oplossing daarvoor; 2. in geval Initiatiefnemer zijn contractpositie overdraagt en daarbij niet is voldaan aan artikel 15.1. […] 16.5 De Gemeente en Initiatiefnemer zijn ieder gerechtigd deze Overeenkomst tussentijds, zonder inachtneming van enige termijn en zonder rechterlijke tussenkomst bij aangetekende schrijven geheel of gedeeltelijk te ontbinden indien de bestemmingswijziging blijvend en definitief niet kan worden gerealiseerd, of als blijkt dat gewenst vergunning niet kan worden verleend.
18.Met betrekking tot de beëindiging/ontbinding van de Overeenkomst door partijen, kan in algemene zin het volgende worden opgemerkt. De Gemeente (en de Initiatiefnemer) zijn gerechtigd de Overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden als, onherroepelijk vaststaat dat de Omgevingsvergunning en/of de Natuurontheffing (dan wel een ander voor het Windmolenproject benodigde vergunning, ontheffing, verklaring of toestemming) niet verkregen kan worden, bijvoorbeeld in verband met een publiekrechtelijke belemmering die niet weggenomen kan worden (art. 16.5 Overeenkomst). De Gemeente (en de Initiatiefnemer) zijn wel verplicht om daaraan voorafgaand in de geest van de Overeenkomst en de oorspronkelijke bedoeling van partijen te bezien of eventuele belemmeringen weggenomen kunnen worden en/of het Windmolenproject in aangepaste vorm wel aanvaardbaar is (art. 16.1 Overeenkomst). 3.4. Toelichting aansprakelijkheidsuitsluiting en risicoacceptatie 19.Onderstaande bepalingen uit de Overeenkomst zijn relevant voor de aansprakelijkheid van de Gemeente en de risicoacceptatie door de Initiatiefnemer.
Overwegende Dat de ontwikkeling en realisatie van het Project binnen het Plangebied overeenkomstig de in deze Overeenkomst vastgelegde voorwaarden volledig voor rekening en risico van Initiatiefnemer zullen plaatsvinden; Artikel 3 — Uitgangspunten 3.1 Het Project zal conform deze Overeenkomst door Initiatiefnemer geheel voor eigen rekening en risico worden gerealiseerd. Daarbij neemt Initiatiefnemer de in deze Overeenkomst opgenomen randvoorwaarden, uitgangspunten en eisen in acht. Artikel 16 — Flexibiliteit en ontbinding 16.4 Indien de Gemeente op grond van het voorgaande lid de Overeenkomst ontbindt heeft de Initiatiefnemer geen recht op vergoeding van schade, kosten of interesten hoe dan ook genaamd en zal aan hem geen restitutie worden verleend van gemaakte kosten en/of van de ingevolge deze Overeenkomst verschuldigde afdrachten en voor zijn rekening komende kosten.
Pagina 6 van 7
Initiatiefnemer is niet verantwoordelijk voor openstaande kosten of toekomstige kosten vanaf het moment van ontbinding. […] 16.6 Aan een ontbinding op grond van artikel 16.5, in het geval de publiekrechtelijke belemmering niet is weg te nemen, zal Initiatiefnemer geen recht kunnen ontlenen op vergoeding van schade, kosten of interesten, hoe dan ook genaamd, noch zal restitutie worden verleend van de krachtens artikel 11 betaalde bedragen.
20.Met betrekking tot de aansprakelijkheid van partijen bij beëindiging/ontbinding van de Overeenkomst, kan in algemene zin het volgende worden opgemerkt. De Gemeente is in principe niet gehouden eventuele schade, kosten of interesten te vergoeden aan de Initiatiefnemer, als de Overeenkomst terecht wordt beëindigd/ontbonden wegens een onherroepelijke niet weg te nemen publiekrechtelijke belemmering, die zich verzet tegen de verlening van één of meer van de voor het Windmolenproject benodigde vergunningen, ontheffingen, verklaringen en/of toestemmingen (art. 16.4 en 16.5 Overeenkomst). De Initiatiefnemer is er mee bekend dat het mogelijk is dat de Gemeente niet kan meewerken aan het planologisch mogelijk maken van het Windmolenproject wegens één of meer onherroepelijke niet weg te nemen publiekrechtelijke belemmeringen en heeft dat risico aanvaard. 4. De voorbereidingsprocedure 21.De verlening van de Omgevingsvergunning, Natuurontheffing, VVGB en eventuele maatwerkbesluiten wordt voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure onder afd. 3.4 Awb jo. art. 3.10 lid 1 sub a Wabo. De besluitvorming en bekendmaking vindt gecoördineerd plaats onder art. 3.30 lid 1 sub b Wro. De ontwerpen van de Omgevingsvergunning, Natuurontheffing en de VVGB liggen reeds 6 weken ter inzage vanaf 19 januari 2024 tot 1 maart 2024. Binnen die periode kan een ieder een zienswijze indienen.
Na deze zienswijzeperiode worden de ingediende zienswijzen beoordeeld en betrokken in de definitieve besluitvorming. Tegen het definitieve besluit tot vergunningverlening staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 22.N.B. Het Windmolenproject valt onder de Chw. Dat betekent dat in de beroepsprocedure tegen de vergunningverlening geen pro forma beroep kan worden ingesteld en alle beroepsgronden meteen in een beroepschrift moeten worden ingediend in de eerste termijn van 6 weken na de vergunningverlening. 5. Afsluitende opmerkingen 23.Afsluitend moet het volgende nog worden opgemerkt. Hoewel alle seinen vooralsnog op groen lijken te staan met de terinzagelegging van de ontwerpen van de Omgevingsvergunning, Natuurontheffing en de VVGB, moet de definitieve besluitvorming nog plaatsvinden. In dat kader moet deze notitie bezien worden. Verder is nog van belang om te vermelden, dat de inspanningsplicht een serieuze verplichting is waarmee de Gemeente prudent en niet lichtvaardig moet omgaan. De gemeente mag niet de Overeenkomst op oneigenlijke gronden beëindigen/ontbinden. Het is ook niet de bedoeling, dat de Gemeente bewust op zoek gaat naar niet weg te nemen publiekrechtelijke belemmeringen die zich verzetten tegen het Windmolenproject.
Dat staat namelijk haaks op de principebereidheid tot het verlenen van planologische medewerking aan het Windmolenproject (en dat levert mogelijk ook strijd op met het vertrouwensbeginsel en leidt eventueel alsnog tot schadeplichtigheid).
JSJK
Pagina 7 van 7