Zienswijze planMER RES van Vereniging tot behoud van het open landschap van Kaag en Braassem e.o..pdf
Tekst van het document
Vereniging tot behoud van het open landschap van Kaag en Braassem e.o. secretariaat De Strooplikker 18 2461 CW Ter Aar telefoon 0172 507925 bankrekeningnummer NL10 INGB 0009 3484 09 handelsregister voor Rijnland nr. 28084151 info@openlandschapkaagenbraassem.nl www.openlandschapkaagenbraassem.nl
ZIENSWIJZE op de PlanMER RES Holland Rijnland Inleiding Onze vereniging zet zich al meer dan 20 jaar in voor het behoud van het open landschap in Kaag en Braassem en omstreken. Mede daardoor is voorkomen dat de droogmakerijen Vierambachtspolder en Wassenaarsche polder zouden worden gebruikt voor grootschalige kassenbouw of het plaatsen van gigantische windturbines. Vanuit dezelfde doelstelling hebben wij de planMER bestudeerd, met name waar het gaat om het open landschap tussen de Braassem en Nieuwkoop. Op enkele afbeeldingen worden de effectbeoordelingen samengevat (pagina’s 159 en 160): -
Afbeelding 9.1 – Samenvatting effectbeoordelingen innovatief wind Afbeelding 9.2 – Samenvatting effectbeoordelingen reguliere wind (solitair) Afbeelding 9.3 – Samenvatting effectbeoordelingen zon
Het door ons beschouwde gebied wordt voor het onderdeel ‘wind’ deels gekenschetst als “bij voorkeur te vermijden vanuit milieuperspectief” en deels als “niet haalbaar vanuit milieuperspectief”. Voor het onderdeel ‘zon’ wordt dit gebied grotendeels gekenschetst als “geschikt te maken vanuit milieuperspectief”. Wij zijn van oordeel dat het gehele gebied als “niet haalbaar vanuit milieuperspectief” moet worden gekwalificeerd, zowel voor wind als voor zon. Wij zullen dat hieronder toelichten, aan de hand van de volgende paragrafen uit de planMER: -
5.3 Alternatief landschap (pagina 71) 5.4 Alternatief leefomgeving (pagina 72) 5.5 Alternatief draagvlak (pagina 73) 8.3 Effectanalyse Leefomgeving (pagina 151) 9.2 Bij voorkeur te vermijden gebieden (pagina 161)
Conclusie Op grond van alle in deze zienswijze aangedragen argumenten (landschap, draagvlak en leefomgeving) zijn wij van oordeel dat de droogmakerijen tussen de Braassem en Nieuwkoop niet gekenschetst moeten worden als “bij voorkeur te vermijden vanuit milieuperspectief”, maar als “niet haalbaar vanuit milieuperspectief”.
Vereniging tot behoud van het open landschap van Kaag en Braassem e.o.
5.3 Alternatief landschap (pagina 71) Het alternatief Landschap heeft als doel zoekgebieden voor wind en zon te definiëren die zoveel mogelijk rekening houden met de landschappelijke waarden die in provinciaal beleid zijn vastgesteld. Om kansrijke gebieden voor wind en zon te definiëren die aansluiten bij het doel van dit alternatief, worden in het alternatief de volgende gebieden vermeden: - landgoedbiotopen, kasteelbiotopen en cultuurhistorische kroonjuwelen die in de provinciale Omgevingsverordening als ‘gebieden met topkwaliteit (beschermingscategorie 1)’ zijn aangeduid; - landschapstypen met de waarde ‘openheid’ (zie voetnoot 1) of ‘kleinschaligheid’ zoals aangeduid in de Kwaliteitskaart en Gebiedsprofielen van de provincie Zuid-Holland. Voetnoot 1 Droogmakerijen zijn hierop een uitzondering. Deze gebieden zijn wel opgenomen in het alternatief Landschap, omdat de grootschaligheid van dit landschapstype mogelijk kansen biedt voor de landschappelijke inpassing van windturbines en zonneparken.
De bewering in de voetnoot over kansen op landschappelijke inpassing is volslagen ongefundeerd en vrijblijvend. Met een dergelijke redenering kunnen alle randvoorwaarden in alle gebieden worden ontkracht. Er staat dat er zoveel mogelijk rekening gehouden wordt met de landschappelijke waarden, maar deze worden weggeschreven omdat er kansen zouden zijn voor landschappelijke inpassing van windturbines en zonneparken. Wij zijn het niet eens met deze bewering, die lijkt te zijn ingegeven om een vooraf gesteld doel mogelijk te maken. Dezelfde methode wordt ook gebruikt bij het zoeken naar draagvlak, waarover hieronder meer (Zie 5.5 Alternatief draagvlak). De Vierambachtspolder is een landschappelijk waardevolle droogmakerij, drooggevallen in 1744. De provincie Zuid-Holland nomineerde in 2008 deze polder voor een plaats in de Canon van het Nederlandse landschap. Ook de Wassenaarsche polder is drooggevallen in de 18e eeuw. De waarde ‘openheid’ is bij uitstek van toepassing op deze historische droogmakerijen. Windturbines, regulier en innovatief, hebben afmetingen waarbij alle elementen van de droogmakerijen in het niet vallen. Zij zijn niet landschappelijk inpasbaar, zoals in vele studies van landschapsarchitecten wordt betoogd, waarover hieronder meer (Zie 9.2 Bij voorkeur te vermijden gebieden).
Er bestaan ook diverse studies over het inpassen van zonne-parken in agrarische gebieden. Doorgaans betekent dat het verstoppen binnen hoogopgaand struweel. Door ‘landschappelijk ingepaste’ zonneparken wordt de openheid per definitie aangetast. Op grond van landschappelijke overwegingen moeten de droogmakerijen naar onze mening worden gekenschetst als “niet haalbaar vanuit landschapsperspectief”. Gelukkig is dat reeds jarenlang het oordeel van de provincie Zuid-Holland en wordt het ook nog eens onderschreven in de Nationale Omgevings Visie. Maar voor deze planMER was de regio Holland Rijnland, die er een andere mening op na houdt, de betalende opdrachtgever.
Vereniging tot behoud van het open landschap van Kaag en Braassem e.o.
5.4 Alternatief leefomgeving (pagina 72) In verschillende paragrafen van de planMER komt de geluidsoverlast van windturbines aan de orde. Zoals gebruikelijk wordt gestoeid met de op dit moment geldende regelgeving. Jaren geleden is de Crisis- en Herstelwet gebruikt om de geluidsnormen zodanig af te zwakken dat er zoveel mogelijk windturbines geplaatst zouden kunnen worden. De onzinnige redenering wordt gevolgd dat geluidsoverlast aanvaardbaar is wanneer die binnen de norm blijft. De praktijk wijst uit dat dit niet klopt: het geluid luistert naar de wetten van de fysica, niet naar de wetten van de overheid. De geluidsnormen zijn dan ook al jaren een onderwerp van discussie. De Raad van State heeft daarover onlangs nog een uitspraak gedaan. Geluidsnormen in andere Europese landen resulteren in afstanden tussen windturbines en geluidsgevoelige objecten die 2 tot 3 maal groter zijn dan in Nederland. Het valt te betreuren dat in de planMER aan deze discussie geheel wordt voorbijgegaan. Ook aan de gezondheidseffecten die voortvloeien uit de geluidsoverlast, en waarover veel is gepubliceerd, wordt geen enkele aandacht besteed.
8.3 Effectanalyse Leefomgeving (pagina 151) 8.3.1 Geluidbelasting onder de norm (gebruiksfase) – pagina 151/152 8.3.2 Geluid in cumulatie (gebruiksfase) – pagina 153 Afbeelding 8.11 – Geluideffecten onder de norm: 40 dB contour reguliere turbine (pagina 153) – geeft aan dat er buiten de 40 dB contour geen enkele bruikbare locatie voor windturbines overblijft. De logica van de cumulatieve geluidbelasting is werkelijk verbazingwekkend. Bij gebieden met een hoge geluidsbelasting kan er nog wel wat extra windturbinegeluid bij, want dat verschil hoort men toch niet. Gebieden die weinig geluidsoverlast hebben kunnen wel wat extra geluid verdragen. Afbeelding 8.2 – cumulatieve geluidsbelasting in de huidige situatie (pagina 155) – laat zien dat er op dit moment geen situaties zijn waar woningen minder dan 50 dB geluid te verduren krijgen. De geluidsoverlast door vliegtuigen zal met name in de buitengebieden toenemen omdat steeds verder gezocht wordt naar vliegroutes die woonkernen vermijden. Wij zijn van mening dat geluidsoverlast van windturbines, regulier of innovatief, zal leiden tot een onaanvaardbare aantasting van de leefomgeving. Daarom moeten de droogmakerijen naar onze mening worden gekenschetst als “niet haalbaar vanuit leefbaarheidsperspectief”.
Vereniging tot behoud van het open landschap van Kaag en Braassem e.o.
5.5 Alternatief draagvlak (pagina 73) Het alternatief Draagvlak heeft als doel kansrijke opweklocaties voor wind en zon te definiëren waarvoor op basis van het RES-proces draagvlak bestaat. Het alternatief Draagvlak is gelijk aan de kaart met ‘kansrijke zoekgebieden voor opweklocaties van wind en zon’ die volgt uit de ConceptRES. Deze kaart is het product van een meerjarig proces binnen de RES-regio, waarin onder andere draagvlak een rol heeft gespeeld.
Wanneer het draagvlak in de strijd geworpen wordt, wordt doorgaans gewezen naar door de overheid georganiseerde bijeenkomsten waar belanghebbenden en ‘gewone burgers’ hun zegje mogen doen. Onze vereniging heeft aan verschillende van dergelijke bijeenkomsten meegedaan wanneer de RES aan de orde was. Steeds was het scenario hetzelfde: een suggestieve vraagstelling en randvoorwaarden, die slechts tot het vooropgezette doel kunnen leiden. Bezwaren tegen deze aanpak en de eenzijdige verslaglegging werden evenzeer genegeerd als de gemaakte bezwaren zelf. Vervolgens wordt het resultaat van deze ’participatie’/’inspraak’ gepresenteerd als draagvlak. Dat de meeste mensen voorstander zijn van het opwekken van duurzame energie wordt dan luid verkondigd, maar dat er grote bezwaren zijn tegen locaties wordt weggemoffeld. Het is droevig dat ook in de planMER voetstoots wordt aangenomen dat er draagvlak zou zijn voor de aangegeven gebieden. Het tegendeel is het geval. Reeds tientallen jaren is gebleken dat er buitengewoon weinig draagvlak is voor plannen die zouden resulteren in aantasting van het open landschap tussen de Braassem en Nieuwkoop, of het nu ging om voornemens voor grootschalige kassenbouw of om voornemens tot plaatsing van windturbines.
Op grond van het ontbreken van voldoende draagvlak moeten de droogmakerijen naar onze mening worden gekenschetst als “niet haalbaar vanuit draagvlakperspectief”.
Vereniging tot behoud van het open landschap van Kaag en Braassem e.o.
9.2 Bij voorkeur te vermijden gebieden (pagina 161 en 162) Op pagina 162 staat: Daarnaast hebben innovatieve windturbines op onverveende bovenlanden niet de voorkeur, omdat de afmetingen van deze windturbines niet passen bij de kleinschaligheid en beslotenheid van dit sublandschapstype;
Ten onrechte wordt de suggestie gewekt, dat en in de regio Holland Rijnland landschappen zouden zijn, waar windturbines landschappelijk kunnen worden ingepast. De moderne gigantische windturbines horen op zee, of langs grote open wateren, conform het beleid van het Rijk en onze provincie. Op pagina 38 staat: Omdat het PARK-advies geen beleidsdocument is, hoeft hier formeel niet aan getoetst te worden. Het advies is echter wel relevant voor de borging van ruimtelijke kwaliteit bij de ontwikkeling van wind- en zonne-energie.
Voorbijgaan aan het PARK-advies omdat het geen beleidsdocument is getuigt van een puur formalistische instelling. Het PARK-advies is bij uitstek een relevant document, dat het landschap als uitgangspunt neemt voor alle ‘duurzame’ ingrepen. Op zijn minst hadden de aanbevelingen, argumenten en conclusies vermeld dienen te worden. Op pagina 16 van de Samenvatting planMER: 2.6.2 Leefomgeving en veiligheid Net als bij de andere 2 clusters is ook voor de Rijn- en Veenstreek de afstand tot woningen een aandachtspunt in verband met de geldende geluids- en veiligheidsnormen. Dit geldt zowel voor de kernen (steden en dorpen) als voor bebouwing in het buitengebied.
Alleen al deze constatering is voldoende om het open landschap tussen de Braassem en Nieuwkoop als “niet haalbaar” te kenschetsen. Ook hier had niet slechts formalistisch gekeken moeten worden naar de thans geldende regels, maar ook naar de maatschappelijke discussie daarover. Conclusie Op grond van alle in deze zienswijze aangedragen argumenten (landschap, draagvlak en leefomgeving) zijn wij van oordeel dat de droogmakerijen tussen de Braassem en Nieuwkoop niet gekenschetst moeten worden als “bij voorkeur te vermijden vanuit milieuperspectief”, maar als “niet haalbaar vanuit milieuperspectief”.