CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingstabel Verordening SD 2024

Meningsvormende raad I 26 oktober 2023, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel 9e Verordening tot wijziging van de verordening Sociaal Domein gemeente Nieuwkoop 20157.374 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht wijzigingen op de Verordening sociaal domein gemeente Nieuwkoop per 1-1-2024 Behorend bij zaaknummer Djuma:

Oud

Nieuw

Artikel 1 Begrippen

Artikel 1 Begrippen

Lid 3. In deze verordening wordt verstaan onder:

Lid 3. In deze verordening wordt verstaan onder:

r. Maatschappelijke opvang: Onderdak en

begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op

Reden Wijziging

-Vervalt-

eigen kracht te handhaven in de samenleving,

Wmo

en JW

Hiervoor geldt het begrip zoals begrepen bij Artikel 1, lid u.

Artikel 1 lid r. is dus overbodig.

niet zijnde personen die de thuissituatie hebben verlaten in verband met risico’s voor hun

veiligheid als gevolg van huiselijk geweld.

Artikel 7

Maatwerk via een PGB In geheel vervallen Lid 1

Het college verstrekt een pgb in

overeenstemming met artikel 8.1.1 van de Jeugdwet

en/of artikel 2.3.6 van de Wmo.

Artikel 7 Maatwerk voorziening via een PGB Lid 1

a.

Door de samenvoeging van art.

Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met

7 en 7a is de opbouw van het

Wmo.

en is duidelijker op welke wet (

Wmo kan het college besluiten geen persoonsgebonden

bepalingen betrekking hebben.

betrekking heeft op kosten die de belanghebbende in

Op onderdelen is artikel 7

de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan

vanuit de nadere regels Sociaal

artikel 8.1.1. van de Jeugdwet en/of artikel 2.3.6 van de

b. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de budget te verstrekken voor zover de aanvraag

een redelijke termijn voorafgaand aan de indiening van

artikel begrijpelijker geworden Wmo of jeugdwet) de

aangevuld met bepalingen

WMO

en JW

Lid 2 De hoogte van het Pgb bedraagt

maximaal de kosten van een vergelijkbare voorziening in natura.

of de ingekochte voorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht is.

c. Het college kan nadere regels stellen over de

toekenning van een pgb. Deze zijn opgenomen in Het

Lid 3 Het college kan nadere regels en

pgb. Deze zijn opgenomen in het Besluit nadere regels Sociaal Domein gemeente Nieuwkoop.

collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV). Artikel 7a

De hoogte van een persoonsgebonden budget

doordecentralisatie van de

a. Wordt bepaald aan de hand van een door een inwoner opgesteld (budget)plan waarin in ieder geval uiteen is

-

-

a. wordt bepaald aan de hand van een door de

-

cliënt of diens vertegenwoordiger opgesteld

woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van

derden te betrekken, en wordt waar nodig

aangevuld meteen vergoeding voor onderhoud en verzekering;

andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening

praktijk werden de tarieven al

Welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassing en

de omvang en intensiteit van de maatwerkvoorziening indien van toepassing, welke hiervan een inwoner wil

betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk;

b. Wordt berekend op basis van een prijs of tarief: -

maatschappelijke zorg. De kan bepaling voor

die de inwoner bij het budget wil betrekken, en

1. De hoogte van een pgb:

toegevoegd vanwege de

gezet:

behoren een inwoner van het budget wil betrekken, en

Lid 1

kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen,

huidige uitvoeringspraktijk.

Ondersteunen met wonen is

In het geheel vervallen

b. is toereikend om veilige, doeltreffende en

Nieuwkoop 2020

omdat deze beter passen bij de

vraagafhankelijk vervoer (CVV)

Hoogte en voorwaarden pgb

plan over hoe hij het pgb gaat besteden;

gemeente Nieuwkoop 2020. Percentages zijn aangepast

d. Het college verstrekt geen pgb voor het collectief Lid 2

Lid 4 Het college verstrekt geen pgb voor het

en de nadere regels jeugdhulp

besluit nadere regels Sociaal Domein gemeente

Nieuwkoop en de nadere regels Jeugdhulp gemeente

voorwaarden stellen over de toekenning van een

Domein gemeente Nieuwkoop

Waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het

persoonsgebonden budget toereikend is om tijdig

veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere

maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken,

indexering is vervallen. In de jaarlijks geïndexeerd.

c. bedraagt niet meer dan de kostprijs,

-

referentietarief of het zorg in natura tarief

overheadkosten van derden van wie diensten,

van de in de betreffende situatie goedkoopst

hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere

maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren

adequate beschikbare voorziening in natura; Lid 2

wil betrekken; -

Besteding pgb

a. Bij toekenning van afzonderlijke budgetten heeft de cliënt binnen deze afzonderlijke

budgetten bestedingsvrijheid ten aanzien van de

waarbij rekening is gehouden met redelijke

en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de

gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura.

c. als het tarief voor de aangevraagde

maatwerkvoorziening niet toereikend is, dan wordt

door of namens het college ter bepaling van de hoogte

keuze van zorgaanbieder.

van het pgb:

b. Het is niet toegestaan het budget voor

een nader gesprek gevoerd met de aanbieder van de

professionele begeleiding in te zetten voor

-

c. De cliënt stemt met de zorgaanbieder af op

-

welke wijze de ondersteuning plaatsvindt.

indien nodig één of meerdere offertes opgevraagd.

-

als de inwoner een duurdere voorziening wil inkopen,

voor de inkoop van de in de beschikking

d. en als voor de aangevraagde maatwerkvoorziening

niet-professionele hulpverlening.

d. Het pgb mag uitsluitend worden gebruikt genoemde voorzieningen en ten behoeve van de verwezenlijking van de bij die voorzieningen genoemde doelen.

e. Het pgb kan gedurende het jaar naar behoefte flexibel worden ingezet.

f. Het budget kan niet besteed worden aan

bemiddelings- en administratiekosten en er is geen eenmalig vrij te besteden bedrag.

hulp of ondersteuning;

zijn de meerkosten voor rekening van de inwoner.

geen tarief bepaald is, dan bedraagt de hoogte van het pgb maximaal de kosten van de goedkoopst adequate

maatwerkvoorziening in natura. In geval van jeugdhulp wordt het tarief gebaseerd op de Tarieven Zorg in Natura Jeugdhulp regio Holland Rijnland.

e. De pgb-tarieven en de referentietarieven worden

jaarlijks geïndexeerd aan de hand van prijsindexcijfers en/of loonaanpassingen in de van toepassing zijnde CAO's.

Lid 3

Tarieven PGB Wmo regulier

Wmo-diensten (begeleiding, dagbesteding en kortdurend

verblijf) bedraagt maximaal 100% van het referentietarief als de ondersteuning wordt geleverd door een professionele of specialistische aanbieder.

Voor begeleiding geldt:  Maximaal 100% van het referentietarief wanneer het professionele ondersteuning betreft die wordt geboden door een professional in dienst van een zorgaanbieder  Maximaal 80% van het referentietarief wanneer het professionele ondersteuning betreft die wordt geboden door een professional als zzp’er. Lid 4

Tarieven PGB Ondersteuning met wonen

De tarieven jeugdhulp en Ondersteuning met wonen worden

vastgesteld op basis van het door het college gecontracteerde tarief in natura waarbij wordt uitgegaan van: -

Maximaal 100% van het tarief in natura voor jeugdhulp en Ondersteuning met wonen wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een

Lid 5

professional in dienst van een zorgaanbieder.

Tarieven PGB jeugdhulp

Jeugdhulp bedraagt maximaal 100% van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura. De

maximale tarieven van de voorziening in natura zijn gebaseerd

op de Tarieven Zorg in Natura Jeugdhulp regio Holland

Rijnland en worden jaarlijks door het college gepubliceerd. Voorwaarde is dat een zorgaanbieder voldoet aan de eisen zoals gesteld in de nadere regels Jeugdhulp gemeente

Nieuwkoop 2020. De zorgaanbieder wordt dan aangeduid als een professionele zorgaanbieder. Lid 6

Tarief PGB sociaal netwerk:

Als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een niet

gekwalificeerd persoon uit het sociale netwerk, niet zijnde een onbetaalde vrijwilliger, wordt een maximaal uurtarief gehanteerd dat gelijk is aan het pgb-tarief en/of

referentietarief voor het sociale netwerk. Voor hulp bij het huishouden worden de tarieven uit lid 7 gehanteerd. Lid 7 Tarief Hulp bij het huishouden

Hulp bij het huishouden bedraagt maximaal:

100% van het Zorg In Natura tarief wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een professional in dienst van een zorgaanbieder  80% van het Zorg In Natura tarief wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een ter zake kundig gediplomeerde zelfstandige zonder personeel (zzp’er)  60% van het Zorg in Natura tarief wanneer het niet-professionele/informele ondersteuning betreft 

Lid 8

Tarieven PGB van een zaak

De hoogte van een persoonsgebonden budget voor een cliënt ten behoeve van een zaak (zoals een hulpmiddel, woningaanpassing en autoaanpassing) wordt vastgesteld op basis van de kostprijs

van de zaak die de inwoner zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt waarbij rekening wordt gehouden met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten.

Lid 9

Voorwaarden voor de besteding van het pgb

Het college verstrekt een pgb aan inwoners onder de voorwaarde dat:

a. De inwoner samen met een medewerker van het team een

verslag of integraal plan opgesteld heeft (tenzij afgezien is van een verslag of integraal plan), waarin benoemd is: - dat een maatwerkvoorziening nodig is;

- hoe de inwoner het pgb gaat besteden;

- welke resultaten bereikt worden met het pgb en;

- wanneer en hoe het plan, inclusief het gebruik van pgb door

de inwoner en een medewerker van het team geëvalueerd wordt.

b. De inwoner zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als pgb geleverd wenst te krijgen en

in het geval het een Jeugdhulp-Pgb betreft hier tevens uit blijkt dat de individuele voorziening die wordt geleverd in natura niet passend is.

c. De inwoner naar het oordeel van het team voldoende in staat geacht wordt om, al dan niet met ondersteuning van mensen

uit zijn sociaal netwerk, een curator, bewindvoerder, mentor of

gemachtigde, de taken, die aan het pgb verbonden zijn, op een verantwoorde manier uit te voeren conform de checklist pgbvaardigheid

(www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/persoonsgebondenbudget-pgb)

d. De persoon of organisatie die de inwoner vertegenwoordigt, is niet ook uitvoerder van de ondersteuning die met het pgb

wordt ingekocht, tenzij dit, gezien de situatie van de inwoner, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen

waarmee een verantwoorde besteding van het pgb is omgeven, naar het oordeel van het team aanvaardbaar is.

e. De ondersteuning die met het pgb ingekocht wordt naar het oordeel van het team veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. f. De pgb-beheerder is niet tevens

zorgaanbieder/zorgverlener, diens vast/flexibel personeel, diens organisatieadviseur of op andere wijze aan de

zorgaanbieder verbonden persoon, met uitzondering van

situaties waarin familieleden in de eerste of tweede graad (een deel van) de zorg verlenen.

g. Het pgb is bedoeld om ondersteuning in te kopen. Hierbij gelden een aantal aanvullende voorwaarden:

1. Het pgb mag niet (apart) besteed worden aan

reiskosten voor hulpverleners, administratiekosten, bemiddelingskosten of kosten voor belangenbehartiging.

2. Vervoerskosten van de inwoner van en naar dagactiviteiten zijn onderdeel van het pgb.

3. Budgethouders kunnen geen vaste maandlonen

afspreken met hun zorgverleners, omdat anders onvoldoende kan worden nagegaan of het pgb doelmatig wordt gebruikt.

4. Een feestdagenuitkering kan niet uit het pgb worden betaald.

5. Een verantwoordingsvrij bedrag wordt niet bij een pgb gehanteerd.

h. Voorwaarden pgb sociaal netwerk

De inwoner aan wie een pgb verstrekt wordt, kan alleen hulp of ondersteuning betrekken van personen die tot zijn sociaal

netwerk behoren, als aan de volgende voorwaarden voldaan wordt:

1. De inzet van het sociaal netwerk geen gebruikelijke

hulp en/of mantelzorg betreft, zoals omschreven in de

Nadere regels Sociaal Domein gemeente Nieuwkoop en de Nadere regels Jeugdhulp gemeente Nieuwkoop 2020;

2. de inzet van het sociaal netwerk is aantoonbaar beter of minimaal gelijkwaardig aan professionele ondersteuning;

3. de geboden hulp of ondersteuning is passend, 4.

adequaat en veilig;

De personen uit het sociaal netwerk die de hulp of

ondersteuning gaan bieden, hebben zich voldoende op de hoogte gesteld van de verantwoordelijkheden die hieraan verbonden zijn en;

5.

6.

bij de personen uit het sociaal netwerk die de hulp of

ondersteuning gaan bieden, is geen sprake van dreigende overbelasting.

De inwoner aan wie een pgb wordt toegekend, kan

alleen ondersteuning betrekken van personen die tot het sociaal netwerk behoren, wanneer het gaat om huishoudelijke ondersteuning, begeleiding,

persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf. Onder de jeugdwet geldt dat dagactiviteiten niet geleverd 7.

kunnen worden door het sociaal netwerk

Inzet van het sociaal netwerk met een pgb wordt in

ieder geval aantoonbaar beter geacht, als de hulp en ondersteuning:

- vooraf niet goed in te plannen is;

- op ongebruikelijke tijden geboden moet worden;

- op veel korte momenten per dag geboden moet worden; - op verschillende locaties geboden moet worden;

- 24 uur per dag en op afroep beschikbaar moet zijn; of

- vanwege de aard van de beperking geboden moet worden

gegeven door een persoon met wie de inwoner vertrouwd is en goed contact heeft.

i.Het is niet toegestaan het budget voor professionele begeleiding

in te zetten voor begeleiding door een niet gekwalificeerd persoon uit het sociale netwerk.

j. Mag uitsluitend worden gebruikt voor de inkoop van de in de beschikking genoemde voorzieningen en ten behoeve van de

verwezenlijking van de bij die voorzieningen genoemde doelen

k. Kan gedurende het jaar naar behoefte flexibel worden ingezet.

Artikel 8 Lid 4

Een beslissing tot verlening van een pgb kan

worden ingetrokken als blijkt dat het pgb

binnen een jaar na uitbetaling of binnen de termijn waarvoor het is toegekend niet is aangewend voor de bekostiging van de

voorziening waarvoor de verlening heeft

Artikel 8 Lid 4 Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen een half jaar na uitbetaling of binnen de termijn waarvoor het is toegekend niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

gebruikelijke termijn De mogelijke aanstelling van

een toezichthouder is niet via de jeugdwet geregeld.

Het derdenbeding maakt het

mogelijk ten onrechte verstrekte

plaatsgevonden. Lid 6

Lid 6

steekproefsgewijs, het gebruik van

steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen (in

het oog op de beoordeling van de kwaliteit en

en recht- en doelmatigheid daarvan.

a. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet

a. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet

maatwerkvoorzieningen (in natura of pgb) met

natura of pgb) met het oog op de beoordeling van de kwaliteit

recht- en doelmatigheid daarvan.

Half jaar is een meer

b. Het college kan een toezichthouder rechtmatigheid

aanwijzen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Jeugdwet en Wmo 2015. c. Met het oog op het ontlasten van budgethouders die te goeder trouw zijn en het fraudebestendiger maken van het Pgb, kan de gemeente zorgverleners rechtstreeks aanspreken wanneer de intrekking of herziening het gevolg is van het toerekenbaar handelen van de zorgverlener (zie bijlage: Derdenbeding)

pgb-gelden terug te vorderen

op de zorgverlener als er sprake is van toerekenbaar handelen.

Artikel 8a. Opschorting betaling uit het pgb

Artikel 8a. Opschorting betaling uit het pgb

Het college kan de Sociale Verzekeringsbank

Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd

geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten

opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit

gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een

hoogste dertien weken van betalingen uit het pgb als er ten aanzien van een inwoner een ernstig vermoeden is van misbruik of oneigenlijk gebruik van het pgb.

verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke het pgb als

Hiermee wordt voorkomen dat

een PGB-budget blijft doorlopen terwijl de inwoner in een

instelling is opgenomen of

wanneer sprake is van misbruik.

1.Er ten aanzien van een inwoner een ernstig vermoeden is van misbruik of oneigenlijk gebruik van het pgb.

2. Als een pgb-houder langer dan 2 maanden verblijft in een instelling waarin de zorg (vanuit andere) wetgeving wordt geboden.

3. Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek aan de SVB

Door de doordecentralisatie van Opvang kunnen inwoners bij de

Artikel 11c. Aanvullende voorwaarden voor maatwerkvoorziening Wmo

-Vervalt-

toegang Wmo van de gemeente

Lid 2. Voor het aanvragen van de

Nieuwkoop zelf hun aanvraag

dient de inwoner een aanvraag te doen bij de

aanvraag bij centrumgemeente

maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang

doen en hoeven zij niet meer de

centrumgemeente Leiden, ook alsnog niet

Leiden te doen.

duidelijk is in welke gemeente er uiteindelijk aanspraak gemaakt kan worden op deze voorziening.

Artikel 11d Maatwerkvoorziening Ondersteuning met wonen en Opvang

De doordecentralisatie maakt dit lid in lokale decentrale

Lid 2. Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van dit artikel. (--)

wetgeving (verordening) Vernummering naar lid 4. Lid 2. Het college kan Ondersteuning met wonen verstrekken aan inwoners: a. Vanaf minimaal 18 jaar. b. Waar sprake is van diagnostiek rondom een psychische aandoening of een ernstig vermoeden van een psychische aandoening en/of sprake van psychosociale problematiek. Als diagnose niet mogelijk is moet er sprake zijn van aantoonbaar onvermogen om zichzelf staande te houden in een zelfstandige woning. De diagnose en/of psychosociale problemen zijn vastgesteld door een specialist (BIG geregistreerd) op het gebied van GGZ of Maatschappelijke opvang. c. Waar geen voorliggende voorzieningen mogelijk zijn (Wlz, Zvw, Jeugdwet, Participatiewet). d. Waar op het moment van onderzoek geen sprake (meer) is van een klinische behandeling (Zvw) of de klinische behandeling zal binnen uiterlijk 60 dagen eindigen. e. Die stabiliteit en structuur nodig hebben. f. Die tijdelijk of nog niet zelfstandig kunnen wonen. g. Die behoefte hebben aan 24/7 toezicht en/of oproepbaarheid van ondersteuning. Lid 3. Het college kan Opvang verstrekken aan inwoners waar sprake is van:

opgenomen moeten worden.

Lid 2 nieuw toegevoegd.

a. Dak- en/of thuisloosheid: als gevolg van psychische problemen, schulden, verslaving en/of werkeloosheid heeft de inwoner geen onderdak en adres om te wonen of te logeren. b. Onvoldoende steunend netwerk: de inwoner heeft geen familieleden, vrienden, kennissen, collega’s en/of buren die praktische, sociale of emotionele steun kunnen bieden. c. Onvoldoende zelfredzaam zijn: de inwoner heeft onvoldoende vermogen om zichzelf te redden op alle leefgebieden.

Artikel 12. Ondersteuning en voorzieningen voor arbeidsinschakeling

Lid 1. Het college biedt aan een

belanghebbende ondersteuning of een

-ongewijzigd-

artikel 5 lid 3 hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van belanghebbende en de

mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep

loonkostensubsidie of gebruik kan maken van

de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan:

a. De opvang van ten laste komende kinderen tot 5 jaar;

Offensief stelt het Rijk dat in de verordening voorwaarden en criteria moeten worden

voorziening gericht op arbeidsinschakeling.

Lid 2. De omstandigheden zoals bedoeld in

Met de komst van de wet Breed

opgenomen over voorzieningen -ongewijzigd-

die kunnen worden ingezet in het kader van

arbeidsinschakeling.

Door lid 5 en lid 6 toe te voegen geven we in algemene zin

criteria hoe in de uitvoering de voorzieningen moeten worden toegepast.

De specifieke voorwaarden zijn in artikel 13 t/m 13f van deze verordening opgenomen.

Pwet

b. De noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo.

Lid 3. Aan de belanghebbenden als bedoeld in

-ongewijzigd-

artikel 7 lid 1 sub a onder 4 en 7 van de

Participatiewet kan het college een bijdrage

vragen in de kosten van de voorziening. Deze bijdrage wordt bepaald op basis van de

draagkracht bijzondere bijstand die door het college vastgesteld is.

Lid 4. Het college kan, in aanvulling op de

-ongewijzigd-

verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan de inzet van een

voorziening nadere verplichtingen verbinden. Lid 5. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die

(--)

voortvloeien uit de wet en deze verordening, een voorziening weigeren als:

a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt geen belanghebbende is op grond van de verordening;

b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het

onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening;

c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op

basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening;

d. de voorziening naar het oordeel van het college

onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of

e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze

verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

Lid 6. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die

voortvloeien uit de wet en deze verordening, een voorziening beëindigen als:

a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn

verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet,

(--)

de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere

en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt;

b. de persoon die aan de voorziening deelneemt geen belanghebbende is op grond van de verordening;

c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen

geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde

voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet;

d. de voorziening naar het oordeel van het college niet langer bijdraagt aan een duurzame arbeidsinschakeling;

e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening;

f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar

behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer

voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. Artikel 13 De voorzieningen

Lid 1. Onder de voorzieningen voor

Lid 1. Onder de voorzieningen voor arbeidsinschakeling vallen

De participatiewet schrijft voor

volgende voorzieningen:

a. Werkervaringstraject

verordening vastligt; onder

arbeidsinschakeling vallen in ieder geval de a. Werkervaringstraject

b. Proefplaatsing (proefplaats) c. Scholing en/of opleiding d. Jobcoaching

e. Bemiddeling f. vervallen

g. vervallen h. vervallen

i. Sociale activering

j. Aanpassingen op de werkplek k. Opstapsubsidie (--)

Lid 2. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van dit artikel. (--)

in ieder geval de volgende voorzieningen: b. Proefplaatsing (proefplaats) c. Scholing en/of opleiding d. Jobcoaching

e. Bemiddeling f. vervallen

g. vervallen h. vervallen

i. Sociale activering

j. Aanpassingen op de werkplek k. Opstapsubsidie

l. Loonkostensubsidie

-ongewijzigd-

(art. 8a lid 2 onder d) dat in de welke voorwaarden het college toestemming verleent aan een

persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de wet, die algemene bijstand

ontvangt om op een proefplaats gedurende twee maanden, met

mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden,

werkzaamheden te verrichten.

Dit betekent dat artikel 19b van

de Nadere regels, waarin al

voorwaarden staan opgenomen, komt te vervallen. De inhoud van artikel 19b wordt

opgenomen in de verordening en aangevuld met de nieuwe

Pwet

Lid 3. Het college kan een voorziening in de vorm van een

proefplaatsing aanbieden voor de duur van maximaal 2 met de mogelijkheid om deze maximaal 4 maanden te verlengen. Als

vereisten uit de wet Breed Offensief.

de proefplaatsing naar het oordeel van het college bijdraagt met het doel om werkervaring op te doen met behoud van

uitkering. Het betreft werkervaring in de toekomstige functie

bij de werkgever, voorafgaand aan een regulier dienstverband, (--)

om daarmee uitval na indiensttreding te voorkomen. Lid 4. Het college biedt een proefplaatsing aan:

a. indien hierdoor de concurrentieverhoudingen niet

onverantwoord worden beïnvloed en hierdoor geen verdringing van reguliere arbeid plaatsvindt;

b. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever,

of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en

c. de werkgever bij aanvang van de proefplaatsing schriftelijk

de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor (--)

minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. Lid 5. Tussen partijen wordt in ieder geval vastgelegd:

Het doel en de periode van de proefplaatsing en de wijze (--)

waarop de begeleiding plaatsvindt.

Lid 6. Het college weigert de voorziening genoemd in lid 3 als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook

zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk.

De wet schrijft in artikel 8a lid 2 onder e sub 1 en 2 voor dat in de verordening vastligt; met

betrekking tot de persoonlijke

ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon

opgedragen taken, bedoeld in

artikel 10, eerste lid van de wet 1°.de duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning en op welke wijze het college

ervoor zorgdraagt dat die zowel in natura als door middel van subsidieverstrekking kan worden gerealiseerd;

2°. welke kwaliteitseisen aan een persoon als bedoeld in artikel 10, derde lid, onderdeel a,

worden gesteld en op welke

wijze die eisen worden geborgd; Dit betekent dat artikel 19c

(Jobcoach) van de nadere regels, waarin al voorwaarden staan

opgenomen, komt te vervallen

(--)

Lid 7. Als de werkzaamheden op de proefplaatsing wegens

artikel 19c wordt opgenomen in

toepassing van de maximale periode, bedoeld in het derde lid,

de nieuwe vereisten uit de wet

ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de buiten beschouwing gelaten.

(--)

Het Rijk streeft naar uniformiteit

dienstbetrekking en ondersteuning noodzakelijk is voor het

modelverordening laten

Jobcoaching aanbieden als er sprake is van een

is het bieden van ondersteuning en begeleiding op de

werkplek om ervoor te zorgen dat de werkzaamheden zo zelfstandig mogelijk verricht kunnen worden.

Lid 9. Het college kan ambtshalve of op aanvraag persoonlijke

en heeft daartoe de VNG een

ontwikkelen. Er is gekozen om zo veel mogelijk aan te sluiten bij de inhoud van deze

modelverordening om zo de uniformiteit te borgen.

ondersteuning in de vorm van jobcoaching aanbieden:

Daarnaast zijn de voorwaarden

oordeel van het college voldoende is;

jobcoaching binnen de

a. voor de duur van 12 maanden, tenzij 6 maanden naar het b. in de vorm van jobcoaching in natura door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van [(de gemeente) OF (een derde, waarbij de

gemeente de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht)]. Als de gemeente een of meer jobcoaches zelf in dienst OF

gecontracteerd heeft, biedt het college deze bij voorrang aan;

die gelden voor de voorziening arbeidsmarktregio Holland Rijnland al enkele jaren

geharmoniseerd om hiermee eenduidigheid te bieden aan werkgevers.

c. in de vorm van een subsidie toekennen aan

Voor de overzichtelijkheid is

jobcoach;

als voorziening toegevoegd.

de werkgever voor jobcoaching door een interne of externe

(--)

Breed Offensief.

Lid 8. Het college kan een voorziening in de vorm van

verrichten van taken op de werkplek. Het doel van jobcoaching

(--)

de verordening aangevuld met

loonkostensubsidie onder lid 1 In de navolgende artikelen (13a

t/m 13f) is het aanvraagproces, de vaststelling opgenomen.

Lid 10. Tussen partijen wordt in ieder geval vastgelegd: het

doel en de periode van de jobcoaching en de wijze waarop de (--)

begeleiding plaatsvindt.

Lid 12. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij

werk verzorgt moet voldoen aan de volgende kwaliteitseisen:

a. de jobcoach heeft een HBO-opleiding met succes afgerond of beschikt over (tenminste) HBO werk- en denkniveau; en b. de jobcoach heeft een opleidingsmodule voor jobcoach gevolgd en een diploma of certificaat behaald

c. de jobcoach van de organisatie, die de externe jobcoach

levert, dient te voldoen aan het erkenningskader van het UWV of aan vergelijkbare eisen. Dit dient naar het oordeel van het (--)

college op verzoek voldoende te worden aangetoond met bewijsstukken.

Lid 13. De tarieven van jobcoaching zijn afhankelijk van de soort jobcoaching die wordt ingezet. Deze tarieven zijn

gebaseerd op de normtarieven van het UWV volgens het begeleidingsregime licht.

a. Voor jobcoaching via een externe of gemeentelijke jobcoach wordt het geldende uurtarief van het UWV gehanteerd

b. Voor jobcoaching via een interne jobcoach in dienst van de

werkgever wordt een vast bedrag aan de werkgever toegekend. Dit bedrag komt overeen met het bedrag dat UWV hanteert

voor de interne begeleiding bij een werkweek van 24 uur of

meer. Indien een werknemer minder dan 24 uur werkt of korter dan 12 maanden, wordt het bedrag naar rato naar beneden bijgesteld.

c. Voor jobcoaching tijdens de proefplaatsing geldt een vast

bedrag dat overeenkomt met het bedrag dat het UWV hiervoor hanteert (--)

Artikel 13a Voorzieningen belanghebbende met arbeidsbeperking

Lid 1. Naast de voorzieningen genoemd in artikel 13, kan het college een voorziening verstrekken ten behoeve van een

belanghebbende met een arbeidsbeperking. Het betreft de voorzieningen:

a. persoonlijke ondersteuning bij werk (jobcoaching en interne werkbegeleiding)

b. vervoersvoorzieningen

c. intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap d. meeneembare voorziening

Lid 2. Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de belanghebbende, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door

samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke

ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en

wonen, om te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de

arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1 van de wet, of de wijze van voortgezette

persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet.

Zie toelichting bij artikel 13

Pwet

Lid 3. Het college kan een deskundig oordeel en advies

inwinnen, als de beoordeling van een aanvraag dit vereist. (--)

Artikel 13b Voorwaarden en procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

Lid1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en

begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet aanbieden ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking.

Lid 2. Het college kan overige voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet aanbieden ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking.

Lid 3. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, de volgende voorwaarden:

a. de persoon is minimaal achttien jaar oud, tenzij diegene VSO/PRO-onderwijs heeft genoten;

b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen;

c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week;

d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is;

Zie toelichting bij artikel 13

Pwet

e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de

standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie;

f. er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en

g. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel.

Lid 4. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever.

Lid 5. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. Lid 6. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling.

Lid 7. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 8 weken na de ingangsdatum van de

dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak

voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. Lid 8. Het college besluit binnen 8 weken op basis van

individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en

intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen.

Lid 9. Het college geeft in een beschikking tot toekenning van

persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan:

a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt;

b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag;

c. de duur en intensiteit van de ondersteuning;

d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening. (--)

Artikel 13c Persoonlijke ondersteuning in de vorm van interne begeleiding

Zie toelichting bij artikel 13

Pwet

Zie toelichting bij artikel 13

Pwet

Lid 1. Het college kan voor interne begeleiding een training

bieden aan de werkgever indien de belanghebbende met een arbeidsbeperking voor het kunnen verrichten van werk is

aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding

door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat.

Lid 2. Het college kan aan de werkgever ambtshalve of op

aanvraag een training aanbieden voor één medewerker per

belanghebbende om hem interne werkbegeleiding te bieden. (--)

Artikel 13d Vervoersvoorziening

Lid 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking op grond van artikel 26 nadere regels niet zelfstandig naar zijn werkplek,

proefplaatsing of opleidingslocatie kan reizen. Deze

vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt.

Lid 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en

b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. Lid 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en is op basis goedkoopst adequaat tarief.

Lid 4. Het college brengt een eventueel bedrag voor een

vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. (--)

Artikel 13e Intermediaire activiteit

Zie toelichting bij artikel 13

intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de

zien of bewegen, dan kan deze

Het college kan een voorziening in de vorm van een

vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.

Als iemand moeite heeft met

persoon bij de gemeente hulp

of begeleiding aanvragen voor bepaalde taken die deze persoon door zijn/haar

handicap niet goed zelf kan doen. Deze hulp of

begeleiding worden

‘intermediaire diensten’

Pwet

genoemd. Denk hierbij aan

een voorleeshulp, hulp bij het openen van post of het bij

opzoeken van informatie op het internet. (--)

Artikel 13f Meeneembare voorziening

Lid 1. Het college kan een meeneembare voorziening

Zie toelichting bij artikel 13

Pwet

toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken.

Lid 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden

beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is.

Lid 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in

bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. Artikel 16. Beschut werk

Artikel 16. Beschut werk

Lid 4. Het college biedt in overleg met

-vervalt-

betrokkene(n) een andere voorziening uit deze verordening aan tot het moment dat er een

UWV is bepalend voor de volgorde van het

Reden is dat de ministeriële

regeling waarin het aantal te

realiseren Beschut Werk plekken

geschikte dienstbetrekking beschikbaar is.

Lid 5. De datum van het (positief) advies van het

Pwet

is opgenomen, is komen te -vervalt-

vervallen. De financiering vanuit het Rijk is nu op basis van realisatie.

aanbod van de voorziening beschut werk, tenzij

Dit betekent dat lid 4 en 5 niet

maatwerk noodzakelijk is.

meer van toepassing zijn en er geen sprake meer kan zijn van een (mogelijke) wachtlijst.

Artikel 17. Vaststelling wie tot doelgroep

loonkostensubsidie behoort Lid 1. Het college stelt vast of een belanghebbende behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Lid 2. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: a. een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7 lid 1 sub a van de Participatiewet; b. die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en c. die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.

-ongewijzigd-

-ongewijzigd-

wijze waarop het

betrekking tot het verstrekken van loonkostensubsidie,

bedoeld in artikel 10d, wordt vormgegeven.

Met toevoeging van lid 4 is ervoor gekozen om het

administratieve proces niet als artikel op te nemen in de

verordening, maar aan te sluiten bij de systematiek van onze

verordening en hiervoor een

betrekking tot het oordeel of een

loonkostensubsidie. Het UWV neemt daarbij de

in de verordening vastligt; de administratieve proces met

Lid 3. Het UWV adviseert het college met belanghebbende behoort tot de doelgroep

De Participatiewet schrijft in artikel 8a lid 2 onder c voor dat

-ongewijzigd-

in het tweede lid neergelegde criteria in acht. (--)

Lid 4. Het aanvraagproces loonkostensubsidie is beschreven in bijlage 2.

bijlage (bijlage 2) toe te voegen zoals dat ook in artikel 18 van de verordening is gebeurd.

Pwet

(--)

Artikel 21a reiskosten

Lid 1. Het college kan aan de belanghebbende een vergoeding

verstrekken voor de gemaakte kosten voor vervoer, voor zover het college dit vervoer noodzakelijk acht voor het kunnen voldoen aan de verplichtingen die verbonden zijn aan arbeidsinschakeling.

Lid 2. In afwijking van lid 1 wordt de belanghebbende binnen een reisafstand van 10 kilometer (enkele reis) geacht te kunnen lopen of fietsen en komen reiskosten niet in

aanmerking voor vergoeding. Dit wordt berekend van

vertrekadres tot bestemmingsadres via Routenet.nl (kortst mogelijke route met de fiets).

Lid 3. Het college kan besluiten van lid 2 af te wijken, als lopen of fietsen vanwege de persoonlijke situatie, redelijkerwijs niet van de belanghebbende verlangd kan worden.

Lid 4. Vergoeding van reiskosten vindt plaats op basis van de kosten van openbaar vervoer tweede klasse, waarbij de goedkoopste mogelijkheid vergoed wordt.

Lid 5. In uitzonderingsgevallen kan overgegaan worden tot

vergoeding van de kosten van eigen vervoer; voor de bepaling van de kosten wordt aangesloten bij de maximale onbelaste vergoedingen volgens de belastingwetgeving, waarbij de kortste reisafstand gehanteerd wordt.

Lid 6. De vergoeding wordt periodiek uitbetaald.

Lid 7. Gemaakte reiskosten kunnen tot maximaal drie maanden na de periode waarop ze betrekking hebben gedeclareerd worden.

Artikel 26. Regels voor bijdragen in kosten van

Wmo

Wmo voorzieningen

Lid 4. De hoogte van de eigen bijdrage wordt

Lid 4. De hoogte van de eigen bijdrage voor een

In 2024 wordt het

mogelijk is op grond van het uitvoeringsbesluit

bedrag gelijk aan de kostprijs van de goedkoopst adequate

Verwijzing naar artikel 2.1.4a

berekend conform de maximale bijdrage die Wmo 2015 en is gelimiteerd tot een bedrag gelijk aan de kostprijs van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura.

Artikel 30. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

Lid 1. Aanbieders van maatschappelijke

ondersteuning zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, waaronder de eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten, door:

a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de inwoner;

b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg;

c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in

overeenstemming met de professionele standaard.

maatwerkvoorziening in natura of pgb is gelimiteerd tot een maatwerkvoorziening in natura tot ten hoogste het bedrag als bedoeld in artikel 2.1.4a lid 4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

abonnementstarief geïndexeerd. van de Wmo 2015 is toegevoegd vanwege de landelijke indexering van dit

abonnementstarief.

Artikel 30. Kwaliteitseisen maatwerkvoorzieningen

Jeugd

Lid 1 a. t/m c. ongewijzigd

en

wet De titel is aangepast omdat dit

geldt voor zowel de Wmo als de Jeugdwet.

Verder is een sub d opgenomen met een verwijzing naar een

bijlage waar de kwaliteitseisen te vinden zijn.

Wmo

(--)

d. De kwaliteitseisen waar zowel de maatwerkvoorzieningen in zorg in natura als in PGB aan moeten voldoen zijn opgenomen in bijlage 3 en 4 bij deze verordening.

Artikel 42. De hoogte en duur van een

Artikel 42. De hoogte en duur van een maatregel

maatregel

Lid 1. In geval belanghebbende zich niet houdt aan de

Lid 1. In geval belanghebbende zich niet houdt

verplichtingen zoals genoemd in artikel 40 of 41 van deze

aan de verplichtingen zoals genoemd in artikel

verordening wordt de maatregel vastgesteld op:

Tekstueel

40 of 41 wordt de maatregel vastgesteld op: Artikel 46. Tekortschietend besef van

Artikel 46. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

verantwoordelijkheid

Lid 1. Voor zover nog niet genoemd in artikel 40 van deze

Lid 1. Voor zover nog niet genoemd in artikel

verordening, wordt indien belanghebbende tekortschietend

40, wordt indien belanghebbende

besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het

tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

bestaan heeft getoond als bedoeld in artikel 18 lid 2 van de

voor de voorziening in het bestaan heeft

Participatiewet de uitkering verlaagd:

Tekstueel

getoond als bedoeld in artikel 18 lid 2 van de Participatiewet de uitkering verlaagd: Artikel 55. Recidive

Artikel 55. Recidive

Lid 1. De duur van de maatregel wordt

Lid 1. De duur van de maatregel wordt verdubbeld, indien de

verdubbeld, indien de belanghebbende zich

belanghebbende zich binnen twaalf maanden na

binnen twaalf maanden na bekendmaking van

bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel opgelegd

een besluit waarbij een maatregel opgelegd is,

is, opnieuw schuldig maakt aan verwijtbaar gedrag van

opnieuw schuldig maakt aan verwijtbaar gedrag

dezelfde of hogere categorie of verwijtbaar soortgelijk gedrag

van dezelfde of hogere categorie of verwijtbaar

als bedoeld in de artikelen 40, 41, 43, 46, 47 en 48 van deze

Tekstueel

soortgelijk gedrag als bedoeld in de artikelen

verordening. Dit geldt ook als er sprake is van recidive door

40, 41, 43, 46, 47 en 48. Dit geldt ook als er

een gedraging als genoemd in dit lid na een eerdere

sprake is van recidive door een gedraging als

verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18 lid 4 van de

genoemd in dit lid na een eerdere verwijtbare

Participatiewet.

gedraging als bedoeld in artikel 18 lid 4 van de Participatiewet. Artikel 61 Nadere regels inburgering

Artikel 61 Nadere regels inburgering

De Nadere Regels Inburgering

wettelijk vastgelegde uitvoerings-

in deze, of een andere, Verordening opgenomen aangezien de

ingegaan per 1 januari 2022.

Het college kan nadere regels stellen over de bevoegdheden zoals genoemd in de Inburgeringswet 2021.

Voor de Wet Inburgering heeft de gemeente geen bepalingen uitvoeringsbevoegdheden van het college aangaande de

2022 zijn vastgesteld en

inburgering, in de Wet Inburgering 2021 zijn opgenomen. De nadere uitwerking van de wettelijk vastgelegde

uitvoeringsbevoegdheden zijn, conform artikel 1:3 lid 4 Awb, opgenomen in de Nadere Regels Inburgering gemeente Nieuwkoop 2022

Bijlage 2: Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie 1. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing.

2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. 4. Het college stelt binnen 6 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 5. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het administratieve proces zoals weergegeven in de Bijlage1 in acht.

Bijlage 3: Derdenbeding Onregelmatigheden rond de besteding van het Pgb kunnen ook komen door toerekenbaar handelen van de zorgverlener, inclusief ouders die optreden als zorgverlener. Met het oog op het ontlasten van budgethouders die te goeder trouw zijn en het fraudebestendiger maken van het Pgb, kan de gemeente zorgverleners rechtstreeks aanspreken wanneer de intrekking of herziening het gevolg is van het toerekenbaar handelen van de zorgverlener. Er bestaat geen directe relatie tussen de gemeente en de zorgverlener: het Pgb wordt verstrekt aan de budgethouder, die zelf de overeenkomst sluit met de zorgverlener. De Regeling Jeugdwet bevat een mogelijkheid voor de gemeente om zorgverlener rechtstreeks aan te spreken tot terugbetaling van het bedrag dat ten onrechte ten laste van het Pgb is betaald aan die zorgverlener. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:

1. Het handelen van de zorgverlener kan hem niet worden toegerekend als sprake is van overmacht. Er is sprake van overmacht als het handelen niet zijn schuld is, noch krachtens de wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. Voorbeelden van toerekenbaar handelen van de zorgverlener zijn het declareren van zorg die niet geleverd is door het aanleveren van onjuiste gegevens via een declaratie of het declareren van andere zorg dan de zorg waarvoor de zorgovereenkomst is afgesloten. 2. Bij het intrekken of herzien van een Pgb wordt in de eerste plaats gekeken naar de verwijtbaarheid van de budgethouder. De gemeente kan tot het oordeel komen dat de budgethouder niets te verwijten valt en dat de onregelmatigheden zijn te wijten aan het handelen van de zorgverlener. 3. Als de onregelmatigheden zijn te wijten aan het handelen van de zorgverlener kan de gemeente gebruikmaken van het derdenbeding dat is opgenomen in de overeenkomst tussen de budgethouder en zijn zorgverlener. Het derdenbeding bepaalt dat de Pgb-verstrekker het bedrag dat ten onrechte uit het Pgb aan de jeugdhulpgaanbieder is betaald, direct kan vorderen van die aanbieder, als uit onderzoek van de gemeente blijkt dat de onterechte betaling is veroorzaakt door toerekenbaar handelen van die zorgverlener.

Als het derdenbeding niet is opgenomen in de overeenkomst wordt de overeenkomst niet goedgekeurd door de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=bf399834-ee4a-41f3-88b1-45cb60b256b3