CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingstabel 7e wijziging Verordening SD

Besluitvormende raadsvergadering 16 december 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel 7e verordening tot wijziging van de verordening Sociaal Domein gemeente Nieuwkoop 2015 (2021-124)4.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht wijzigingen van de Verordening Sociaal Domein Nieuwkoop 2015 (per 1-1-2022)

Oud Artikel 1 definities

Lid 3 sub k. WMO loket: Toegang tot de Wet

maatschappelijke ondersteuning. Loket binnen de gemeente waar men terecht kan voor ondersteuning, informatie en advies op het terrein van wonen, welzijn en zorg vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning. De medewerkers werken onder mandaat van het college.

Nieuw Lid 3 sub k

Team: het integraal ondersteuningsteam dat kan bestaan uit:

1. jeugdhulpverleners die consultatie en

Toelichting Vanwege de veranderingen in het Zorglandschap van de gemeente

Nieuwkoop kunnen inwoners vanaf 1 januari 2022 voor de toegang tot alle Wmo ondersteuning terecht bij Tom in de buurt. De

toegang tot de jeugdhulp ligt bij het CJG en JGT. Daarom wordt de terminologie in de Verordening gewijzigd

advies, basisdiagnostiek, ambulante

jeugdhulp en zorgcoördinatie bieden aan jeugdigen en/of hun (pleeg)ouders of zorgen voor de toeleiding naar

gespecialiseerde jeugdhulp als de

jeugdige en/of de (pleeg)ouders niet op eigen kracht en binnen eigen

mogelijkheden uit de jeugdhulpvraag komen. Dit betreft het jeugd- en gezinsteam (JGT).

2. medewerkers die over verschillende

expertises beschikken en samen inwoners begeleiden als zij niet op eigen kracht en binnen eigen mogelijkheden uit de hulpvraag komen. Hoofdstuk 2

Integrale benadering

Hoofdstuk 2

Aanvraag- en beoordelingsprocedure

Tekstuele aanpassing: Deze titel dekt de lading beter en geeft meer ruimte voor de verschillen tussen de procedures van de Jeugdwet

en de Wmo. Zo is bijvoorbeeld bij de Wmo een melding voordat een aanvraag wordt gedaan verplicht en bij de Jeugdwet niet. Artikel 2. Melding hulpvraag 1. Iedere inwoner kan zich rechtstreeks met een hulpvraag, voor zichzelf of voor een ander, richten tot het Wmo loket, het CJG of het serviceplein. 2. In aanvulling op artikel 22 van deze verordening kunnen ook professionals zoals de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, docent/schoolbegeleiders of maatschappelijk ondersteuner een hulpvraag van een inwoner aan het Wmo loket of het CJG voorleggen. 3. Het Wmo loket of het CJG verzamelen in overleg met de inwoner(s), en eventueel samen met diens mantelzorger(s) en/of diens vertegenwoordiger, de noodzakelijke gegevens over de inwoner(s) en zijn/hun situatie. 4. Het Wmo loket, het CJG en het serviceplein informeren de inwoner(s) over de gang van zaken bij het gesprek, de rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt zijn of haar toestemming om diens persoonsgegevens te verwerken. 5. Het Wmo loket of het CJG informeert de belanghebbende, en/of diens mantelzorger(s) of diens vertegenwoordiger, voorafgaand aan het

Artikel 2. Melding hulpvraag 1. Iedere inwoner kan zich rechtstreeks met een hulpvraag, voor zichzelf of voor een ander, richten tot het team, het CJG of het serviceplein. 2. In aanvulling op artikel 22 van deze verordening kunnen ook professionals zoals de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, docent/schoolbegeleiders of maatschappelijk ondersteuner een hulpvraag van een inwoner aan het team of het CJG voorleggen. 3. Het team of het CJG verzamelen in overleg met de inwoner(s), en eventueel samen met diens mantelzorger(s) en/of diens vertegenwoordiger, de noodzakelijke gegevens over de inwoner(s) en zijn/hun situatie. 4. Het team, het CJG en het serviceplein informeren de inwoner(s) over de gang van zaken bij het gesprek, de rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt zijn of haar toestemming om diens persoonsgegevens te verwerken. 5. Het team of het CJG informeert de belanghebbende, en/of diens mantelzorger(s) of diens vertegenwoordiger, voorafgaand aan

Tekstuele wijzigingen. Wmo loket is vervangen door het team.

6.

gesprek over de mogelijkheid om gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning. Een hulpvraag kan enkelvoudig, meervoudig en/of complex zijn. Bij een meervoudige en/of complexe aanvraag vindt afstemming plaats tussen het Wmo loket, het CJG of het serviceplein. Samen met de belanghebbende wordt bekeken wat de beste manier is om de hulpvraag te behandelen.

Artikel 3

Het gesprek, verslag en integraal plan

Lid 1

In het gesprek over de hulpvraag met de belanghebbende en mogelijk andere

betrokkenen kan onder meer aan de orde komen:

a. het vermogen van de belanghebbende

het gesprek over de mogelijkheid om gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning. 6. Een hulpvraag kan enkelvoudig, meervoudig en/of complex zijn. Bij een meervoudige en/of complexe aanvraag vindt afstemming plaats tussen het team, het CJG of het serviceplein. Samen met de belanghebbende wordt bekeken wat de beste manier is om de hulpvraag te behandelen. Artikel 3

De stappenplannen van de Centrale Raad van Beroep zijn verwerkt

integraal plan

volgen stappen bij een Wmo-hulpvraag (lid 1) en een aanvraag voor

Het gesprek, onderzoek, verslag en

Lid 1

In het gesprek over de Wmo hulpvraag

tussen het team, de inwoner en mogelijk andere betrokkenen onderzoekt het team: a. wat de hulpvraag is;

om zelf een oplossing voor de hulpvraag te vinden.

b. de mogelijkheid van de inwoner om met gebruikelijke hulp, mantelzorg of met

ondersteuning van de naaste omgeving

een oplossing voor de hulpvraag te vinden;

in de aanvraagprocedure. Dit geeft meer duidelijkheid over de te Jeugdhulp (lid 2).

Het beoordelingsproces van een aanvraag in het kader van de Jeugdwet heeft namelijk net een andere invulling dan het beoordelingsproces van een Wmo aanvraag. Het gaat om

andersoortige ‘onderzoeksvragen’. Daarom zijn nu beide processen apart beschreven in lid 1 respectievelijk lid 2.

Wanneer de situatie dat vereist kan het college deskundig advies inwinnen (lid 3).

b. welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving;

Tekstuele aanpassingen van Lid 5. Het gewenste resultaat is

toegevoegd. Verduidelijkt het beoogde doel van de in te zetten hulp en/of ondersteuning.

Lid 6 verduidelijkt de wijze waarop de toegang tot en de

toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met

c. de mogelijkheden om gebruik te maken van een voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke

ondersteuning of werk en inkomen, die

niet onder de Jeugdwet, Participatiewet, IOAW, IOAZ, Wet gemeentelijke

schuldhulpverlening of Wmo vallen; d. de mogelijkheden om gebruik te maken van een algemene voorziening;

c. welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de ondersteuningsvrager, onderscheidenlijk het zich kunnen handhaven in de samenleving; en d. in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden.

e. de mogelijkheden om een

e. Ongewijzigd

--

Lid 2 (nieuw)

maatwerkvoorziening in te zetten.

Bij de aanvraag jeugdhulp onderzoekt het team en/of het CJG: a. de behoeften, hulpvraag, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en zijn ouders, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; b. of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische

andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs,

maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. De afstemming is gebaseerd op art 2.9 lid b van de Jeugdwet en is overgenomen uit de modelverordening van de VNG.

Lid 6 geeft weer dat de uitvoering van de verschillende wetten elkaar kunnen beïnvloeden en meer dan een optelsom zijn. N.B. In artikel 5 wordt de procedure verder uitgewerkt.

--

problemen en stoornissen en zo ja welke dat zijn c. welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; d. of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden. Lid 3 (nieuw)

Lid 2

Het college wint een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist.

Afhankelijk van de hulpvraag wordt samen

Lid 4

vertegenwoordiger een verslag en/of een

samen met de belanghebbende en/of

met de belanghebbende en/of

Afhankelijk van de hulpvraag wordt

vertegenwoordiger een verslag en/of een

Vernummering

integraal plan opgesteld vanuit het

integraal plan opgesteld vanuit het

Lid 3

Lid 5

een overzicht opgenomen van de te nemen

een overzicht opgenomen van de te

principe 1 gezin, 1 plan.

In dit verslag en/of integraal plan wordt vervolgstappen.

principe 1 gezin, 1 plan.

In dit verslag en/of integraal plan wordt nemen vervolgstappen en het gewenste

resultaat.

Lid 4

Lid 6

opgesteld dan wordt onder andere

opgesteld dan wordt onder andere

Indien er een integraal plan wordt

aangegeven van welke voorzieningen

gebruik wordt gemaakt en/of voor welke maatwerkvoorzieningen de inwoner een aanvraag bij het college indient.

Vernummering

Indien er een integraal plan wordt

Vernummering

aangegeven van welke voorzieningen gebruik wordt gemaakt, hoe de

toekenning zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen en/of voor welke maatwerkvoorzieningen de inwoner een aanvraag bij het college

Lid 5

indient.

Als er een verslag of een integraal plan

Lid 7

Jeugdwet en/of de Wmo, dan wordt dit

wordt gemaakt dat betrekking heeft op de

wordt gemaakt dat betrekking heeft op de toegestuurd aan de betreffende inwoner,

tenzij deze heeft aangegeven hierop geen prijs te stellen.

Als er een verslag of een integraal plan Jeugdwet en/of de Wmo, dan wordt dit

toegestuurd aan de betreffende inwoner,

tenzij deze heeft aangegeven hierop geen prijs te stellen.

Vernummering.

Artikel 4.

Aanvraag van een maatwerkvoorziening

Artikel 4.

Tekstueel: De titel verduidelijkt dat het specifiek gaat om een

(Wmo)

vóór de aanvraagprocedure.

Aanvraag van een maatwerkvoorziening

Wmo-aanvraag. Voor Wmo aanvragen geldt een meldingsprocedure

Lid 1

Lid 1

Tekstueel: ‘het Wmo loket, het CJG of het Serviceplein’ uit lid 1

CJG of het Serviceplein een aanvraag voor

maatwerkvoorziening indienen bij het

juridisch gezien bij het college ingediend.

Inwoners kunnen bij het Wmo loket, het een maatwerkvoorziening indienen

Artikel 5

Verstrekken van een maatwerkvoorziening Lid 1

Inwoners kunnen een aanvraag voor een

college.

verwijderd en ‘het college’ toegevoegd. Een aanvraag wordt

Artikel 5.

Verstrekken van een maatwerkvoorziening

Het college besluit een

Lid 1

In lid 1 zijn de stappen bij het beoordelen van een aanvraag om

zover in het verslag of integraal plan wordt

maatwerkvoorziening te verstrekken voor

Jeugdhulp. Met deze wijziging sluit de Verordening beter aan bij de

maatwerkvoorziening te verstrekken voor aangegeven dat de inwoner:

a. op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of met andere personen uit zijn sociaal netwerk in zijn naaste

omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden, en

Het college besluit een

zover in het verslag of integraal plan wordt aangegeven dat:

a. de eigen mogelijkheden, de inzet van

het sociaal netwerk en voor wat betreft de jeugdwet het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en voor wat betreft de Wmo de mantelzorg en gebruikelijke hulp ontoereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te verlenen, waarbij bij de Wmomaatwerkvoorziening hulp bij het

een maatwerkvoorziening concreet gemaakt voor de Wmo resp. de bedoeling van de Wmo en de Jeugdwet.

Ook is in lid 1 voor de Wmo financiële draagkracht toegevoegd, om ook dit aspect in de totale beoordeling mee te nemen. Dit is nader uitgewerkt in artikel 25a van de Nadere regels en het

afwegingskader dat als bijlage 4 bij de Nadere Regels Sociaal Domein 2022 is toegevoegd.

Tekstuele aanpassing ‘eigen kracht’: Bij het beoordelen van een

aanvraag om jeugdhulp speelt eigen kracht een belangrijke rol. In bijlage 3 van de Nadere Regels is hiervoor al eerder een

afwegingskader opgenomen. Lid 6 verwijst hier nu expliciet naar.

huishouden bij de beoordeling van de eigen kracht en eigen mogelijkheden tevens de eigen financiële draagkracht wordt meegewogen, en

Hiermee wordt het belang van eigen kracht en een zorgvuldige

hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk,

b. geen oplossing kan vinden voor zijn

gebruikelijke zorg, en voor het evenwicht tussen draagkracht en

voorziening, en

gebruik te maken van een algemene

b. geen oplossing kan vinden voor zijn gebruik te maken van een algemene

c. met deze voorziening zelfredzaam wordt of kan participeren, en

d. geen gebruik kan maken van een

voorziening die algemeen gebruikelijk is. Lid 2 t/m 4 (…) Lid 5

Het college kan nadere regels stellen over het beoordelen van gebruikelijke hulp.

hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk,

afweging benadrukt.

Bij Lid 5: in de nadere regels jeugd is een afwegingskader

opgenomen voor het beoordelen van gebruikelijke en bovendraaglast.

voorziening, en

c. met deze voorziening zelfredzaam wordt of kan participeren, en

d. geen gebruik kan maken van een

voorziening die algemeen gebruikelijk is. Lid 2 t/m 4 ongewijzigd Lid 5

Het college kan nadere regels stellen over het beoordelen van gebruikelijke hulp en

eigen kracht.

Artikel 7a

Hoogte en voorwaarden pgb Lid 3

Artikel 7a

Hoogte en voorwaarden pgb Lid 3

Lid 3: het tarief voor vervoer naar dagbesteding of jeugdhulpvoorziening is geïndexeerd.

e. vervoer naar dagbesteding bedraagt maximaal € 5,-per dag.

e. vervoer naar dagbesteding of jeugdhulp-

voorziening bedraagt maximaal € 5,50 per dag.

f. Het pgb dat wordt ingezet voor diensten door ‘niet-professionele zorgaanbieder’

(bijvoorbeeld door iemand uit het sociale netwerk van de cliënt) bedraagt voor

individuele ondersteuning en persoonlijke

verzorging het vaste bedrag van € 20,-per

uur. De tegemoetkoming voor een hulp uit

Jeugdwet toegevoegd. Dit verduidelijkt waar de tegemoetkomingsregeling op gebaseerd is.

f. Het pgb dat wordt ingezet voor diensten door ‘niet-professionele zorgaanbieder’ (bijvoorbeeld door iemand uit het sociale netwerk van de cliënt) bedraagt voor individuele ondersteuning en persoonlijke verzorging het vaste bedrag van € 21,-per

het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2

uur. De tegemoetkoming voor een hulp

bedraagt maximaal € 141,-per

artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo

dagbesteding. Het indexeringspercentage is

Jeugdwet bedraagt maximaal € 141,-per

van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015

uit het sociaal netwerk als bedoeld in

kalendermaand bij logeren en

2015 en artikel 8ab van de Regeling

gelijk aan dat voor ondersteuning in natura.”

Tekstueel: In lid 3 sub f is een verwijzing van de regeling van de

kalendermaand bij logeren en dagbesteding. Het indexeringspercentage is gelijk aan dat voor ondersteuning in natura.”

Artikel 8

Artikel 8

Toevoeging nieuw ‘sub b’ biedt een grondslag in de Verordening

herziening, intrekking of terugvordering

herziening, intrekking of terugvordering

zodat dit juridisch is gedekt.

Nieuwe feiten en omstandigheden, voor Jeugdwet en Wmo Lid 6

Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van

Nieuwe feiten en omstandigheden, voor Jeugdwet en Wmo Lid 6

a. Het college kan periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van

voor de mogelijkheid voor het aanstellen van een toezichthouder,

In de Wmo is vastgelegd dat gemeenten een toezichthouder

rechtmatigheid moeten aanstellen. Bij de Jeugdwet is dit niet het geval. De Jeugdwet vraagt wel van de gemeente om bij de

uitvoering zorg te dragen voorde bestrijding van het ten onrechte

maatwerkvoorzieningen (waaronder pgb’s) met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.

maatwerkvoorzieningen (in natura of pgb) met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en de recht- en doelmatigheid daarvan onderzoeken.

b. Het college kan een toezichthouder

ontvangen van een individuele voorziening of een

persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk

gebruik van de wet. Om een gedegen onderzoek te kunnen doen is een toezichthouder met de bevoegdheden uit de Algemene Wet Bestuursrecht onontbeerlijk.

rechtmatigheid aanwijzen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Jeugdwet en Wmo 2015. Artikel 10.

Artikel 10.

Maatwerkvoorzieningen jeugd

Maatwerkvoorzieningen jeugd

Lid 1 Onder de maatwerkvoorzieningen jeugd vallen de specialistische jeugdhulpvoorzieningen, zoals omschreven in de beleidsnotitie “Hart voor de jeugd”. Hieronder vallen in ieder geval:

Lid 1 Onder de maatwerkvoorzieningen jeugd vallen de volgende specialistische jeugdhulpvoorzieningen:

a. b. c. d. e.

Generalistische Basis GGZ Jeugd; Specialistische GGZ Jeugd; Gespecialiseerde jeugdhulp jeugdigen met een beperking; 24 uurs zorg Jeugd- en Opvoedhulp; Gesloten jeugdhulp

Artikel 11a.

a. b. c. d. e.

Het beleidsdocument “Hart voor de Jeugd” is niet meer relevant. De raad heeft in december 2019 het Koersdocument zorglandschap Nieuwkoop 2021 vastgesteld. Het betreft hier nog de dezelfde vormen van specialistische jeugdhulp.

Generalistische Basis GGZ Jeugd; Specialistische GGZ Jeugd; Gespecialiseerde jeugdhulp jeugdigen met een beperking; 24 uurs zorg Jeugd- en Opvoedhulp; Gesloten jeugdhulp

Artikel 11a.

Tekstueel: Bij de start van het traject Sociaal Domein 2021 is ervoor gekozen om te spreken van huishoudelijke hulp in plaats van

Maatwerkvoorzieningen huishoudelijke

Maatwerkvoorzieningen huishoudelijke

Lid 1

Lid 1

ondersteuning kan toegekend worden om

hulp kan toegekend worden om één van

ondersteuning en resultaatgebieden

Een maatwerkvoorziening huishoudelijke één van de volgende resultaten te bereiken:

a. de inwoner woont in een schoon en leefbaar huis;

b. de inwoner beschikt over goederen voor primaire levensbehoeften;

c. de inwoner beschikt over schone,

draagbare en doelmatige kleding en beddengoed;

d. de inwoner zorgt thuis voor kinderen die tot het gezin behoren;

e. de inwoner voert een gestructureerd huishouden.

hulp en resultaatgebieden

Een maatwerkvoorziening huishoudelijke de volgende resultaten te bereiken:

a. de inwoner woont in een schoon en leefbaar huis;

b. de inwoner beschikt over goederen voor primaire levensbehoeften;

c. de inwoner beschikt over schone,

draagbare en doelmatige kleding en beddengoed;

d. de inwoner zorgt thuis voor kinderen die tot het gezin behoren;

e. de inwoner voert een gestructureerd huishouden.

huishoudelijke ondersteuning om een duidelijk onderscheid te maken tussen de opdracht Ondersteuning en de opdracht Huishoudelijke hulp die zijn uitgezet.

Artikel 38. Voorwaarden individuele studietoeslag

De toeslag gaat vanaf 1 januari 2022 maandelijkse betaald worden

De volgende voorwaarden gelden om voor een individuele studietoeslag in aanmerking te komen: a.

b.

c.

De aanvrager voldoet aan de in artikel 36b lid 1 van de Participatiewet opgenomen voorwaarden. De aanvrager dient al gedurende zes maanden een studie zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet te volgen en

Het inkomen van de aanvrager bedraagt niet meer dan 110% van de voor hem geldende bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 sub c van de Participatiewet.

waardoor de aanvraag vóór aanvang van de studie dient te worden

ingediend wil men vanaf de maand dat de studie begint de toeslag a. Ongewijzigd

ontvangen.

De studietoeslag wordt toegekend vanaf de 1e van de maand na de datum van de aanvraag (zie ook toelichting artikel 39) In de wet is niet opgenomen dat inkomen (anders dan uit arbeid)

b. Vervalt

van invloed is op het recht op studietoeslag. Voor vermogen is dit wel opgenomen.

c. vervalt

-Lid 2. Advies externe deskundige

Het college stelt vast of een persoon door een structurele medische beperking niet

in staat is tijdens de studie inkomsten te

verwerven. Indien de complexiteit van de

Dit lid biedt het college de mogelijkheid om onafhankelijk medisch advies in te winnen wanneer de door belanghebbende overlegde informatie onvoldoende duidelijkheid biedt

medische situatie van de belanghebbende hiervoor aanleiding geeft, kan het college hierover advies inwinnen bij een externe deskundige.

Artikel 39. Hoogte en betaling individuele

Artikel 39. Hoogte en betaling individuele

studietoeslag

studietoeslag

Het wetsvoorstel Breed Offensief, waarin de aangepaste studieregeling

Lid 1 Een individuele studietoeslag bedraagt € 250.

Een individuele studietoeslag wordt

afgelopen voorjaar door de Tweede Kamer controversieel verklaard.

Lid 1

maandelijks uitbetaald en bedraagt (netto) voor: 21 en ouder

€300,00

19 jaar

€180,00

20 jaar 18 jaar

€240,00 €150,00

met een centrale normering van de studietoeslag is opgenomen, is

Het is nu aan de Tweede Kamer om na het aantreden van een nieuw kabinet een besluit te nemen over de verdere behandeling van het wetsvoorstel.

Omdat de kabinetsformatie lang op zich laat wachten is

behandeling van het wetsvoorstel dit jaar niet meer te verwachten.

Minister Koolmees heeft de gemeenten daarom opgeroepen om, in afwachting van de verdere behandeling van het wetsvoorstel, in de geest van de herziening van deze regeling de hoogte van de

Individuele studietoeslag vanaf de leeftijd van 21 jaar op 300 euro

netto per maand vast te stellen. Voor studenten jonger dan 21 jaar

kunnen gemeenten conform het toepasselijke jeugd-minimumloon een lager bedrag hanteren. Door 39 lid 1 aan te passen geven we gehoor aan de oproep van de minister om voor te sorteren op de komende wetswijziging. Lid 2 De studietoeslag kan maximaal 1 maal per 12 maanden toegekend worden.

Lid 2

Ongewijzigd.

--

--

Lid 3 De studietoeslag wordt toegekend voor een periode van 12 maanden.

Omdat de toeslag periodiek wordt uitbetaald dient de periode

Lid 4

In lid 4 en 5 is opgenomen in welk geval de toeslag tussentijds

De individuele studietoeslag wordt tussentijds beëindigd zodra belanghebbende de studie

waarover de toeslag wordt toegekend vastgelegd te worden.

beëindigd kan worden en op welk moment de toeslag dan stopt.

--

staakt of niet langer voldoet aan één of meerdere voorwaarden zoals genoemd in deze verordening en artikel 36b van de wet. Lid 5 De studietoeslag wordt beëindigd met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op de maand waarin het recht op studietoeslag niet langer bestaat.

Artikel 40

Artikel 40

Vanaf 1 januari 2022 treedt het nieuwe artikel 56a van de P-wet in

Belanghebbende wordt geacht zich te

Belanghebbende wordt geacht zich te

neergelegd. ´Ontzorgen’ betekent dat de gemeente betalingen

Gedragingen Participatiewet

houden aan de verplichtingen zoals

genoemd in artikel 9, 9a en 55 van de Participatiewet. Het college legt een

maatregel op indien een belanghebbende zich schuldig maakt aan één van de onderstaande gedragingen. De

gedragingen zijn onderverdeeld in vier categorieën.

a. Eerste categorie

Niet tijdig laten registreren als

werkzoekende bij het UWV of het niet tijdig laten verlengen van de registratie.

Gedragingen Participatiewet

houden aan de verplichtingen zoals

genoemd in artikel 9, 9a en 55 van de Participatiewet. Het college legt een

maatregel op indien een belanghebbende zich schuldig maakt aan één van de onderstaande gedragingen. De

gedragingen zijn onderverdeeld in vier categorieën.

a. Eerste categorie:

1. Niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV of;

2. Het niet nakomen van de in artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet neergelegde verplichting om mee te werken aan het door het college in naam

werking. Hierin is de gemeentelijke taak om te ‘ontzorgen’

verricht uit de bijstandsuitkering van de statushouder: de huur, de

premie voor de verplichte zorgverzekering en de voorschotten voor de rekeningen van gas, water en licht worden door de gemeente betaald uit de bijstandsuitkering. Hiermee is de betaling van de

vasten lasten geborgd en worden betaalachterstanden voorkomen. Het artikel heeft alleen betrekking op inburgeringsplichtigen met recht op bijstand die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd hebben en van wie in het Plan Inburgering en Participatie is bepaald dat financieel ontzorgen noodzakelijk is. Financieel

ontzorgen duurt zo lang als is bepaald in het Plan Inburgering en Participatie

Als de statushouder niet meewerkt aan het verplichte ‘ontzorgen’

en bijvoorbeeld weigert een machtiging te ondertekenen, dan moet het college de bijstandsuitkering verlagen op grond van artikel 18 van de Participatiewet en de afstemmingsverordening. Dit kan

alleen als deze voorziet in een verlaging wegens het niet nakomen van de ‘ontzorgingsplicht’.

van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering indien dit in het Plan Inburgering en Participatie is bepaald. --

Hoofdstuk 7 Inburgering (nieuw)

--

Artikel 61 (nieuw)

De Wet Inburgering 2022 treedt in werking. Dit artikel biedt de

Het college kan nadere regels stellen over

deze wet.

Nadere regels Inburgering

grondslag voor het maken van nadere regels voor de uitvoering van

de wettelijk vastgelegde uitvoeringsbevoegdheden zoals genoemd in de Inburgeringswet. Hoofdstuk 7 - Overige bepalingen

Hoofdstuk 8 - Overige bepalingen

Vernummering

Artikel 61

Artikel 62

Vernummering

Artikel 62a

Vernummering

Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders

kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Artikel 61a

Verhouding prijs en kwaliteit levering

dienst door derden op grond van de Wmo

--

Artikel 62b (nieuw) Opvragen gegevens voor het besluit tot het verlenen van schuldhulp. Het college kan gebruik maken van de

bevoegdheden als genoemd in artikel 3

Het college kan alleen bij andere gemeenten en andere, in het

Besluit Wgs genoemde, instanties, gegevens opvragen over eerder

gebruik van schuldhulpverlening of over opgelegde boetes wegens fraude, als de gemeente dit in het beleid heeft opgenomen dat deze bevoegdheid toegepast kan worden.

lid 2 en 3 van de Wet gemeentelijke

schuldhulpverlening bij het opvragen van gegevens. Artikel 62

Toepassen verordening en stellen nadere

Artikel 64

Vernummering

Artikel 63 (nieuw)

Vanaf 1 januari 2022 moet door de gemeenteraad zijn vastgelegd

regels --

Beschikkingstermijn schuldhulpverlening De beschikking tot schuldhulpverlening

zoals bedoeld in artikel 4a, eerste lid van de Wet gemeentelijke

schuldhulpverlening, dan wel de afwijzing of beëindiging ervan, wordt door het

college gegeven binnen maximaal acht

weken na het eerste gesprek, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet

gemeentelijke schuldhulpverlening. --

Artikel 63a (nieuw) Vroegsignalering schulden Lid 1

binnen welke termijn na het eerste gesprek een beschikking voor schuldhulp wordt afgegeven.

De gemeente heeft overeenkomsten met (tenminste) de vaste lasten partners zoals genoemd in de wet op grond waarvan deze vaste lasten partners betalingsachterstanden melden aan gemeente. Lid 2

Sinds 1 januari 2021 is vroeg-signalering een wettelijke taak. Met

dit artikel wordt deze wettelijke taak verankerd in de gemeentelijke regelgeving. Met de vaste lasten partners zijn afspraken gemaakt d.m.v. overeenkomsten. Om vroeg- signalering verder te

versterken worden er steeds meer afspraken gemaakt met ook

andere schuldeisers. De in de wet genoemde partners zijn dan ook niet limitatief.

Bij een melding van een vaste lasten partner zoals bedoeld in lid 1 neemt het college contact op met de inwoner die een betalingsachterstand heeft om een eerste aanbod voor een gesprek te doen. Lid 3 Afhankelijk van het aantal meldingen per huishouden of de hoogte van de betalingsachterstand vindt het contact schriftelijk, telefonisch of door middel een huisbezoek plaats. Artikel 63

Artikel 65

Vernummering

Artikel 64

Artikel 66

Vernummering

Artikel 65

Artikel 67

Vernummering

Hardheidsclausule

Overgangsrecht

Meldingsregeling calamiteiten en geweld

Hoofdstuk 8

Hoofdstuk 9

Vernummering

Artikel 68

Vernummering

Artikel 67

Artikel 69

Vernummering

Artikel 68

Artikel 70

Vernummering

Artikel 69

Artikel 71

Vernummering

Betrekken van ingezetenen bij het beleid, cliëntenparticipatie en klachten.

Artikel 66

Betrekken van ingezetenen bij het beleid /Cliëntenparticipatie

Klachtenregeling

Citeertitel

Inwerkingtreding

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=f74101f1-e5a0-4455-aaec-c25eb9073371