Wijzigingstabel 7e wijziging Verordening SD
Tekst van het document
Overzicht wijzigingen van de Verordening Sociaal Domein Nieuwkoop 2015 (per 1-1-2022)
Oud Artikel 1 definities
Lid 3 sub k. WMO loket: Toegang tot de Wet
maatschappelijke ondersteuning. Loket binnen de gemeente waar men terecht kan voor ondersteuning, informatie en advies op het terrein van wonen, welzijn en zorg vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning. De medewerkers werken onder mandaat van het college.
Nieuw Lid 3 sub k
Team: het integraal ondersteuningsteam dat kan bestaan uit:
1. jeugdhulpverleners die consultatie en
Toelichting Vanwege de veranderingen in het Zorglandschap van de gemeente
Nieuwkoop kunnen inwoners vanaf 1 januari 2022 voor de toegang tot alle Wmo ondersteuning terecht bij Tom in de buurt. De
toegang tot de jeugdhulp ligt bij het CJG en JGT. Daarom wordt de terminologie in de Verordening gewijzigd
advies, basisdiagnostiek, ambulante
jeugdhulp en zorgcoördinatie bieden aan jeugdigen en/of hun (pleeg)ouders of zorgen voor de toeleiding naar
gespecialiseerde jeugdhulp als de
jeugdige en/of de (pleeg)ouders niet op eigen kracht en binnen eigen
mogelijkheden uit de jeugdhulpvraag komen. Dit betreft het jeugd- en gezinsteam (JGT).
2. medewerkers die over verschillende
expertises beschikken en samen inwoners begeleiden als zij niet op eigen kracht en binnen eigen mogelijkheden uit de hulpvraag komen. Hoofdstuk 2
Integrale benadering
Hoofdstuk 2
Aanvraag- en beoordelingsprocedure
Tekstuele aanpassing: Deze titel dekt de lading beter en geeft meer ruimte voor de verschillen tussen de procedures van de Jeugdwet
en de Wmo. Zo is bijvoorbeeld bij de Wmo een melding voordat een aanvraag wordt gedaan verplicht en bij de Jeugdwet niet. Artikel 2. Melding hulpvraag 1. Iedere inwoner kan zich rechtstreeks met een hulpvraag, voor zichzelf of voor een ander, richten tot het Wmo loket, het CJG of het serviceplein. 2. In aanvulling op artikel 22 van deze verordening kunnen ook professionals zoals de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, docent/schoolbegeleiders of maatschappelijk ondersteuner een hulpvraag van een inwoner aan het Wmo loket of het CJG voorleggen. 3. Het Wmo loket of het CJG verzamelen in overleg met de inwoner(s), en eventueel samen met diens mantelzorger(s) en/of diens vertegenwoordiger, de noodzakelijke gegevens over de inwoner(s) en zijn/hun situatie. 4. Het Wmo loket, het CJG en het serviceplein informeren de inwoner(s) over de gang van zaken bij het gesprek, de rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt zijn of haar toestemming om diens persoonsgegevens te verwerken. 5. Het Wmo loket of het CJG informeert de belanghebbende, en/of diens mantelzorger(s) of diens vertegenwoordiger, voorafgaand aan het
Artikel 2. Melding hulpvraag 1. Iedere inwoner kan zich rechtstreeks met een hulpvraag, voor zichzelf of voor een ander, richten tot het team, het CJG of het serviceplein. 2. In aanvulling op artikel 22 van deze verordening kunnen ook professionals zoals de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, docent/schoolbegeleiders of maatschappelijk ondersteuner een hulpvraag van een inwoner aan het team of het CJG voorleggen. 3. Het team of het CJG verzamelen in overleg met de inwoner(s), en eventueel samen met diens mantelzorger(s) en/of diens vertegenwoordiger, de noodzakelijke gegevens over de inwoner(s) en zijn/hun situatie. 4. Het team, het CJG en het serviceplein informeren de inwoner(s) over de gang van zaken bij het gesprek, de rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt zijn of haar toestemming om diens persoonsgegevens te verwerken. 5. Het team of het CJG informeert de belanghebbende, en/of diens mantelzorger(s) of diens vertegenwoordiger, voorafgaand aan
Tekstuele wijzigingen. Wmo loket is vervangen door het team.
6.
gesprek over de mogelijkheid om gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning. Een hulpvraag kan enkelvoudig, meervoudig en/of complex zijn. Bij een meervoudige en/of complexe aanvraag vindt afstemming plaats tussen het Wmo loket, het CJG of het serviceplein. Samen met de belanghebbende wordt bekeken wat de beste manier is om de hulpvraag te behandelen.
Artikel 3
Het gesprek, verslag en integraal plan
Lid 1
In het gesprek over de hulpvraag met de belanghebbende en mogelijk andere
betrokkenen kan onder meer aan de orde komen:
a. het vermogen van de belanghebbende
het gesprek over de mogelijkheid om gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning. 6. Een hulpvraag kan enkelvoudig, meervoudig en/of complex zijn. Bij een meervoudige en/of complexe aanvraag vindt afstemming plaats tussen het team, het CJG of het serviceplein. Samen met de belanghebbende wordt bekeken wat de beste manier is om de hulpvraag te behandelen. Artikel 3
De stappenplannen van de Centrale Raad van Beroep zijn verwerkt
integraal plan
volgen stappen bij een Wmo-hulpvraag (lid 1) en een aanvraag voor
Het gesprek, onderzoek, verslag en
Lid 1
In het gesprek over de Wmo hulpvraag
tussen het team, de inwoner en mogelijk andere betrokkenen onderzoekt het team: a. wat de hulpvraag is;
om zelf een oplossing voor de hulpvraag te vinden.
b. de mogelijkheid van de inwoner om met gebruikelijke hulp, mantelzorg of met
ondersteuning van de naaste omgeving
een oplossing voor de hulpvraag te vinden;
in de aanvraagprocedure. Dit geeft meer duidelijkheid over de te Jeugdhulp (lid 2).
Het beoordelingsproces van een aanvraag in het kader van de Jeugdwet heeft namelijk net een andere invulling dan het beoordelingsproces van een Wmo aanvraag. Het gaat om
andersoortige ‘onderzoeksvragen’. Daarom zijn nu beide processen apart beschreven in lid 1 respectievelijk lid 2.
Wanneer de situatie dat vereist kan het college deskundig advies inwinnen (lid 3).
b. welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving;
Tekstuele aanpassingen van Lid 5. Het gewenste resultaat is
toegevoegd. Verduidelijkt het beoogde doel van de in te zetten hulp en/of ondersteuning.
Lid 6 verduidelijkt de wijze waarop de toegang tot en de
toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met
c. de mogelijkheden om gebruik te maken van een voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke
ondersteuning of werk en inkomen, die
niet onder de Jeugdwet, Participatiewet, IOAW, IOAZ, Wet gemeentelijke
schuldhulpverlening of Wmo vallen; d. de mogelijkheden om gebruik te maken van een algemene voorziening;
c. welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de ondersteuningsvrager, onderscheidenlijk het zich kunnen handhaven in de samenleving; en d. in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden.
e. de mogelijkheden om een
e. Ongewijzigd
--
Lid 2 (nieuw)
maatwerkvoorziening in te zetten.
Bij de aanvraag jeugdhulp onderzoekt het team en/of het CJG: a. de behoeften, hulpvraag, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en zijn ouders, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; b. of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische
andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs,
maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. De afstemming is gebaseerd op art 2.9 lid b van de Jeugdwet en is overgenomen uit de modelverordening van de VNG.
Lid 6 geeft weer dat de uitvoering van de verschillende wetten elkaar kunnen beïnvloeden en meer dan een optelsom zijn. N.B. In artikel 5 wordt de procedure verder uitgewerkt.
--
problemen en stoornissen en zo ja welke dat zijn c. welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; d. of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden. Lid 3 (nieuw)
Lid 2
Het college wint een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist.
Afhankelijk van de hulpvraag wordt samen
Lid 4
vertegenwoordiger een verslag en/of een
samen met de belanghebbende en/of
met de belanghebbende en/of
Afhankelijk van de hulpvraag wordt
vertegenwoordiger een verslag en/of een
Vernummering
integraal plan opgesteld vanuit het
integraal plan opgesteld vanuit het
Lid 3
Lid 5
een overzicht opgenomen van de te nemen
een overzicht opgenomen van de te
principe 1 gezin, 1 plan.
In dit verslag en/of integraal plan wordt vervolgstappen.
principe 1 gezin, 1 plan.
In dit verslag en/of integraal plan wordt nemen vervolgstappen en het gewenste
resultaat.
Lid 4
Lid 6
opgesteld dan wordt onder andere
opgesteld dan wordt onder andere
Indien er een integraal plan wordt
aangegeven van welke voorzieningen
gebruik wordt gemaakt en/of voor welke maatwerkvoorzieningen de inwoner een aanvraag bij het college indient.
Vernummering
Indien er een integraal plan wordt
Vernummering
aangegeven van welke voorzieningen gebruik wordt gemaakt, hoe de
toekenning zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen en/of voor welke maatwerkvoorzieningen de inwoner een aanvraag bij het college
Lid 5
indient.
Als er een verslag of een integraal plan
Lid 7
Jeugdwet en/of de Wmo, dan wordt dit
wordt gemaakt dat betrekking heeft op de
wordt gemaakt dat betrekking heeft op de toegestuurd aan de betreffende inwoner,
tenzij deze heeft aangegeven hierop geen prijs te stellen.
Als er een verslag of een integraal plan Jeugdwet en/of de Wmo, dan wordt dit
toegestuurd aan de betreffende inwoner,
tenzij deze heeft aangegeven hierop geen prijs te stellen.
Vernummering.
Artikel 4.
Aanvraag van een maatwerkvoorziening
Artikel 4.
Tekstueel: De titel verduidelijkt dat het specifiek gaat om een
(Wmo)
vóór de aanvraagprocedure.
Aanvraag van een maatwerkvoorziening
Wmo-aanvraag. Voor Wmo aanvragen geldt een meldingsprocedure
Lid 1
Lid 1
Tekstueel: ‘het Wmo loket, het CJG of het Serviceplein’ uit lid 1
CJG of het Serviceplein een aanvraag voor
maatwerkvoorziening indienen bij het
juridisch gezien bij het college ingediend.
Inwoners kunnen bij het Wmo loket, het een maatwerkvoorziening indienen
Artikel 5
Verstrekken van een maatwerkvoorziening Lid 1
Inwoners kunnen een aanvraag voor een
college.
verwijderd en ‘het college’ toegevoegd. Een aanvraag wordt
Artikel 5.
Verstrekken van een maatwerkvoorziening
Het college besluit een
Lid 1
In lid 1 zijn de stappen bij het beoordelen van een aanvraag om
zover in het verslag of integraal plan wordt
maatwerkvoorziening te verstrekken voor
Jeugdhulp. Met deze wijziging sluit de Verordening beter aan bij de
maatwerkvoorziening te verstrekken voor aangegeven dat de inwoner:
a. op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of met andere personen uit zijn sociaal netwerk in zijn naaste
omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden, en
Het college besluit een
zover in het verslag of integraal plan wordt aangegeven dat:
a. de eigen mogelijkheden, de inzet van
het sociaal netwerk en voor wat betreft de jeugdwet het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en voor wat betreft de Wmo de mantelzorg en gebruikelijke hulp ontoereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te verlenen, waarbij bij de Wmomaatwerkvoorziening hulp bij het
een maatwerkvoorziening concreet gemaakt voor de Wmo resp. de bedoeling van de Wmo en de Jeugdwet.
Ook is in lid 1 voor de Wmo financiële draagkracht toegevoegd, om ook dit aspect in de totale beoordeling mee te nemen. Dit is nader uitgewerkt in artikel 25a van de Nadere regels en het
afwegingskader dat als bijlage 4 bij de Nadere Regels Sociaal Domein 2022 is toegevoegd.
Tekstuele aanpassing ‘eigen kracht’: Bij het beoordelen van een
aanvraag om jeugdhulp speelt eigen kracht een belangrijke rol. In bijlage 3 van de Nadere Regels is hiervoor al eerder een
afwegingskader opgenomen. Lid 6 verwijst hier nu expliciet naar.
huishouden bij de beoordeling van de eigen kracht en eigen mogelijkheden tevens de eigen financiële draagkracht wordt meegewogen, en
Hiermee wordt het belang van eigen kracht en een zorgvuldige
hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk,
b. geen oplossing kan vinden voor zijn
gebruikelijke zorg, en voor het evenwicht tussen draagkracht en
voorziening, en
gebruik te maken van een algemene
b. geen oplossing kan vinden voor zijn gebruik te maken van een algemene
c. met deze voorziening zelfredzaam wordt of kan participeren, en
d. geen gebruik kan maken van een
voorziening die algemeen gebruikelijk is. Lid 2 t/m 4 (…) Lid 5
Het college kan nadere regels stellen over het beoordelen van gebruikelijke hulp.
hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk,
afweging benadrukt.
Bij Lid 5: in de nadere regels jeugd is een afwegingskader
opgenomen voor het beoordelen van gebruikelijke en bovendraaglast.
voorziening, en
c. met deze voorziening zelfredzaam wordt of kan participeren, en
d. geen gebruik kan maken van een
voorziening die algemeen gebruikelijk is. Lid 2 t/m 4 ongewijzigd Lid 5
Het college kan nadere regels stellen over het beoordelen van gebruikelijke hulp en
eigen kracht.
Artikel 7a
Hoogte en voorwaarden pgb Lid 3
Artikel 7a
Hoogte en voorwaarden pgb Lid 3
Lid 3: het tarief voor vervoer naar dagbesteding of jeugdhulpvoorziening is geïndexeerd.
e. vervoer naar dagbesteding bedraagt maximaal € 5,-per dag.
e. vervoer naar dagbesteding of jeugdhulp-
voorziening bedraagt maximaal € 5,50 per dag.
f. Het pgb dat wordt ingezet voor diensten door ‘niet-professionele zorgaanbieder’
(bijvoorbeeld door iemand uit het sociale netwerk van de cliënt) bedraagt voor
individuele ondersteuning en persoonlijke
verzorging het vaste bedrag van € 20,-per
uur. De tegemoetkoming voor een hulp uit
Jeugdwet toegevoegd. Dit verduidelijkt waar de tegemoetkomingsregeling op gebaseerd is.
f. Het pgb dat wordt ingezet voor diensten door ‘niet-professionele zorgaanbieder’ (bijvoorbeeld door iemand uit het sociale netwerk van de cliënt) bedraagt voor individuele ondersteuning en persoonlijke verzorging het vaste bedrag van € 21,-per
het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2
uur. De tegemoetkoming voor een hulp
bedraagt maximaal € 141,-per
artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo
dagbesteding. Het indexeringspercentage is
Jeugdwet bedraagt maximaal € 141,-per
van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015
uit het sociaal netwerk als bedoeld in
kalendermaand bij logeren en
2015 en artikel 8ab van de Regeling
gelijk aan dat voor ondersteuning in natura.”
Tekstueel: In lid 3 sub f is een verwijzing van de regeling van de
kalendermaand bij logeren en dagbesteding. Het indexeringspercentage is gelijk aan dat voor ondersteuning in natura.”
Artikel 8
Artikel 8
Toevoeging nieuw ‘sub b’ biedt een grondslag in de Verordening
herziening, intrekking of terugvordering
herziening, intrekking of terugvordering
zodat dit juridisch is gedekt.
Nieuwe feiten en omstandigheden, voor Jeugdwet en Wmo Lid 6
Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van
Nieuwe feiten en omstandigheden, voor Jeugdwet en Wmo Lid 6
a. Het college kan periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van
voor de mogelijkheid voor het aanstellen van een toezichthouder,
In de Wmo is vastgelegd dat gemeenten een toezichthouder
rechtmatigheid moeten aanstellen. Bij de Jeugdwet is dit niet het geval. De Jeugdwet vraagt wel van de gemeente om bij de
uitvoering zorg te dragen voorde bestrijding van het ten onrechte
maatwerkvoorzieningen (waaronder pgb’s) met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.
maatwerkvoorzieningen (in natura of pgb) met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en de recht- en doelmatigheid daarvan onderzoeken.
b. Het college kan een toezichthouder
ontvangen van een individuele voorziening of een
persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk
gebruik van de wet. Om een gedegen onderzoek te kunnen doen is een toezichthouder met de bevoegdheden uit de Algemene Wet Bestuursrecht onontbeerlijk.
rechtmatigheid aanwijzen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Jeugdwet en Wmo 2015. Artikel 10.
Artikel 10.
Maatwerkvoorzieningen jeugd
Maatwerkvoorzieningen jeugd
Lid 1 Onder de maatwerkvoorzieningen jeugd vallen de specialistische jeugdhulpvoorzieningen, zoals omschreven in de beleidsnotitie “Hart voor de jeugd”. Hieronder vallen in ieder geval:
Lid 1 Onder de maatwerkvoorzieningen jeugd vallen de volgende specialistische jeugdhulpvoorzieningen:
a. b. c. d. e.
Generalistische Basis GGZ Jeugd; Specialistische GGZ Jeugd; Gespecialiseerde jeugdhulp jeugdigen met een beperking; 24 uurs zorg Jeugd- en Opvoedhulp; Gesloten jeugdhulp
Artikel 11a.
a. b. c. d. e.
Het beleidsdocument “Hart voor de Jeugd” is niet meer relevant. De raad heeft in december 2019 het Koersdocument zorglandschap Nieuwkoop 2021 vastgesteld. Het betreft hier nog de dezelfde vormen van specialistische jeugdhulp.
Generalistische Basis GGZ Jeugd; Specialistische GGZ Jeugd; Gespecialiseerde jeugdhulp jeugdigen met een beperking; 24 uurs zorg Jeugd- en Opvoedhulp; Gesloten jeugdhulp
Artikel 11a.
Tekstueel: Bij de start van het traject Sociaal Domein 2021 is ervoor gekozen om te spreken van huishoudelijke hulp in plaats van
Maatwerkvoorzieningen huishoudelijke
Maatwerkvoorzieningen huishoudelijke
Lid 1
Lid 1
ondersteuning kan toegekend worden om
hulp kan toegekend worden om één van
ondersteuning en resultaatgebieden
Een maatwerkvoorziening huishoudelijke één van de volgende resultaten te bereiken:
a. de inwoner woont in een schoon en leefbaar huis;
b. de inwoner beschikt over goederen voor primaire levensbehoeften;
c. de inwoner beschikt over schone,
draagbare en doelmatige kleding en beddengoed;
d. de inwoner zorgt thuis voor kinderen die tot het gezin behoren;
e. de inwoner voert een gestructureerd huishouden.
hulp en resultaatgebieden
Een maatwerkvoorziening huishoudelijke de volgende resultaten te bereiken:
a. de inwoner woont in een schoon en leefbaar huis;
b. de inwoner beschikt over goederen voor primaire levensbehoeften;
c. de inwoner beschikt over schone,
draagbare en doelmatige kleding en beddengoed;
d. de inwoner zorgt thuis voor kinderen die tot het gezin behoren;
e. de inwoner voert een gestructureerd huishouden.
huishoudelijke ondersteuning om een duidelijk onderscheid te maken tussen de opdracht Ondersteuning en de opdracht Huishoudelijke hulp die zijn uitgezet.
Artikel 38. Voorwaarden individuele studietoeslag
De toeslag gaat vanaf 1 januari 2022 maandelijkse betaald worden
De volgende voorwaarden gelden om voor een individuele studietoeslag in aanmerking te komen: a.
b.
c.
De aanvrager voldoet aan de in artikel 36b lid 1 van de Participatiewet opgenomen voorwaarden. De aanvrager dient al gedurende zes maanden een studie zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet te volgen en
Het inkomen van de aanvrager bedraagt niet meer dan 110% van de voor hem geldende bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 sub c van de Participatiewet.
waardoor de aanvraag vóór aanvang van de studie dient te worden
ingediend wil men vanaf de maand dat de studie begint de toeslag a. Ongewijzigd
ontvangen.
De studietoeslag wordt toegekend vanaf de 1e van de maand na de datum van de aanvraag (zie ook toelichting artikel 39) In de wet is niet opgenomen dat inkomen (anders dan uit arbeid)
b. Vervalt
van invloed is op het recht op studietoeslag. Voor vermogen is dit wel opgenomen.
c. vervalt
-Lid 2. Advies externe deskundige
Het college stelt vast of een persoon door een structurele medische beperking niet
in staat is tijdens de studie inkomsten te
verwerven. Indien de complexiteit van de
Dit lid biedt het college de mogelijkheid om onafhankelijk medisch advies in te winnen wanneer de door belanghebbende overlegde informatie onvoldoende duidelijkheid biedt
medische situatie van de belanghebbende hiervoor aanleiding geeft, kan het college hierover advies inwinnen bij een externe deskundige.
Artikel 39. Hoogte en betaling individuele
Artikel 39. Hoogte en betaling individuele
studietoeslag
studietoeslag
Het wetsvoorstel Breed Offensief, waarin de aangepaste studieregeling
Lid 1 Een individuele studietoeslag bedraagt € 250.
Een individuele studietoeslag wordt
afgelopen voorjaar door de Tweede Kamer controversieel verklaard.
Lid 1
maandelijks uitbetaald en bedraagt (netto) voor: 21 en ouder
€300,00
19 jaar
€180,00
20 jaar 18 jaar
€240,00 €150,00
met een centrale normering van de studietoeslag is opgenomen, is
Het is nu aan de Tweede Kamer om na het aantreden van een nieuw kabinet een besluit te nemen over de verdere behandeling van het wetsvoorstel.
Omdat de kabinetsformatie lang op zich laat wachten is
behandeling van het wetsvoorstel dit jaar niet meer te verwachten.
Minister Koolmees heeft de gemeenten daarom opgeroepen om, in afwachting van de verdere behandeling van het wetsvoorstel, in de geest van de herziening van deze regeling de hoogte van de
Individuele studietoeslag vanaf de leeftijd van 21 jaar op 300 euro
netto per maand vast te stellen. Voor studenten jonger dan 21 jaar
kunnen gemeenten conform het toepasselijke jeugd-minimumloon een lager bedrag hanteren. Door 39 lid 1 aan te passen geven we gehoor aan de oproep van de minister om voor te sorteren op de komende wetswijziging. Lid 2 De studietoeslag kan maximaal 1 maal per 12 maanden toegekend worden.
Lid 2
Ongewijzigd.
--
--
Lid 3 De studietoeslag wordt toegekend voor een periode van 12 maanden.
Omdat de toeslag periodiek wordt uitbetaald dient de periode
Lid 4
In lid 4 en 5 is opgenomen in welk geval de toeslag tussentijds
De individuele studietoeslag wordt tussentijds beëindigd zodra belanghebbende de studie
waarover de toeslag wordt toegekend vastgelegd te worden.
beëindigd kan worden en op welk moment de toeslag dan stopt.
--
staakt of niet langer voldoet aan één of meerdere voorwaarden zoals genoemd in deze verordening en artikel 36b van de wet. Lid 5 De studietoeslag wordt beëindigd met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op de maand waarin het recht op studietoeslag niet langer bestaat.
Artikel 40
Artikel 40
Vanaf 1 januari 2022 treedt het nieuwe artikel 56a van de P-wet in
Belanghebbende wordt geacht zich te
Belanghebbende wordt geacht zich te
neergelegd. ´Ontzorgen’ betekent dat de gemeente betalingen
Gedragingen Participatiewet
houden aan de verplichtingen zoals
genoemd in artikel 9, 9a en 55 van de Participatiewet. Het college legt een
maatregel op indien een belanghebbende zich schuldig maakt aan één van de onderstaande gedragingen. De
gedragingen zijn onderverdeeld in vier categorieën.
a. Eerste categorie
Niet tijdig laten registreren als
werkzoekende bij het UWV of het niet tijdig laten verlengen van de registratie.
Gedragingen Participatiewet
houden aan de verplichtingen zoals
genoemd in artikel 9, 9a en 55 van de Participatiewet. Het college legt een
maatregel op indien een belanghebbende zich schuldig maakt aan één van de onderstaande gedragingen. De
gedragingen zijn onderverdeeld in vier categorieën.
a. Eerste categorie:
1. Niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV of;
2. Het niet nakomen van de in artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet neergelegde verplichting om mee te werken aan het door het college in naam
werking. Hierin is de gemeentelijke taak om te ‘ontzorgen’
verricht uit de bijstandsuitkering van de statushouder: de huur, de
premie voor de verplichte zorgverzekering en de voorschotten voor de rekeningen van gas, water en licht worden door de gemeente betaald uit de bijstandsuitkering. Hiermee is de betaling van de
vasten lasten geborgd en worden betaalachterstanden voorkomen. Het artikel heeft alleen betrekking op inburgeringsplichtigen met recht op bijstand die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd hebben en van wie in het Plan Inburgering en Participatie is bepaald dat financieel ontzorgen noodzakelijk is. Financieel
ontzorgen duurt zo lang als is bepaald in het Plan Inburgering en Participatie
Als de statushouder niet meewerkt aan het verplichte ‘ontzorgen’
en bijvoorbeeld weigert een machtiging te ondertekenen, dan moet het college de bijstandsuitkering verlagen op grond van artikel 18 van de Participatiewet en de afstemmingsverordening. Dit kan
alleen als deze voorziet in een verlaging wegens het niet nakomen van de ‘ontzorgingsplicht’.
van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering indien dit in het Plan Inburgering en Participatie is bepaald. --
Hoofdstuk 7 Inburgering (nieuw)
--
Artikel 61 (nieuw)
De Wet Inburgering 2022 treedt in werking. Dit artikel biedt de
Het college kan nadere regels stellen over
deze wet.
Nadere regels Inburgering
grondslag voor het maken van nadere regels voor de uitvoering van
de wettelijk vastgelegde uitvoeringsbevoegdheden zoals genoemd in de Inburgeringswet. Hoofdstuk 7 - Overige bepalingen
Hoofdstuk 8 - Overige bepalingen
Vernummering
Artikel 61
Artikel 62
Vernummering
Artikel 62a
Vernummering
Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders
kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Artikel 61a
Verhouding prijs en kwaliteit levering
dienst door derden op grond van de Wmo
--
Artikel 62b (nieuw) Opvragen gegevens voor het besluit tot het verlenen van schuldhulp. Het college kan gebruik maken van de
bevoegdheden als genoemd in artikel 3
Het college kan alleen bij andere gemeenten en andere, in het
Besluit Wgs genoemde, instanties, gegevens opvragen over eerder
gebruik van schuldhulpverlening of over opgelegde boetes wegens fraude, als de gemeente dit in het beleid heeft opgenomen dat deze bevoegdheid toegepast kan worden.
lid 2 en 3 van de Wet gemeentelijke
schuldhulpverlening bij het opvragen van gegevens. Artikel 62
Toepassen verordening en stellen nadere
Artikel 64
Vernummering
Artikel 63 (nieuw)
Vanaf 1 januari 2022 moet door de gemeenteraad zijn vastgelegd
regels --
Beschikkingstermijn schuldhulpverlening De beschikking tot schuldhulpverlening
zoals bedoeld in artikel 4a, eerste lid van de Wet gemeentelijke
schuldhulpverlening, dan wel de afwijzing of beëindiging ervan, wordt door het
college gegeven binnen maximaal acht
weken na het eerste gesprek, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet
gemeentelijke schuldhulpverlening. --
Artikel 63a (nieuw) Vroegsignalering schulden Lid 1
binnen welke termijn na het eerste gesprek een beschikking voor schuldhulp wordt afgegeven.
De gemeente heeft overeenkomsten met (tenminste) de vaste lasten partners zoals genoemd in de wet op grond waarvan deze vaste lasten partners betalingsachterstanden melden aan gemeente. Lid 2
Sinds 1 januari 2021 is vroeg-signalering een wettelijke taak. Met
dit artikel wordt deze wettelijke taak verankerd in de gemeentelijke regelgeving. Met de vaste lasten partners zijn afspraken gemaakt d.m.v. overeenkomsten. Om vroeg- signalering verder te
versterken worden er steeds meer afspraken gemaakt met ook
andere schuldeisers. De in de wet genoemde partners zijn dan ook niet limitatief.
Bij een melding van een vaste lasten partner zoals bedoeld in lid 1 neemt het college contact op met de inwoner die een betalingsachterstand heeft om een eerste aanbod voor een gesprek te doen. Lid 3 Afhankelijk van het aantal meldingen per huishouden of de hoogte van de betalingsachterstand vindt het contact schriftelijk, telefonisch of door middel een huisbezoek plaats. Artikel 63
Artikel 65
Vernummering
Artikel 64
Artikel 66
Vernummering
Artikel 65
Artikel 67
Vernummering
Hardheidsclausule
Overgangsrecht
Meldingsregeling calamiteiten en geweld
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 9
Vernummering
Artikel 68
Vernummering
Artikel 67
Artikel 69
Vernummering
Artikel 68
Artikel 70
Vernummering
Artikel 69
Artikel 71
Vernummering
Betrekken van ingezetenen bij het beleid, cliëntenparticipatie en klachten.
Artikel 66
Betrekken van ingezetenen bij het beleid /Cliëntenparticipatie
Klachtenregeling
Citeertitel
Inwerkingtreding