CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingstabel 2023 Verordening Sociaal Domein

Meningsvormende raad I 1 december 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel 8e verordening tot wijziging van de Verordening Sociaal Domein Nieuwkoop 20152.049 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht wijzigingen op de Verordening sociaal domein Nieuwkoop (1-1-2023) 1

2

3

4

Oud

Nieuw

Reden Wijziging

Wmo – Jeugd –

Artikel 1 Begrippen (…) Lid 3 In deze Verordening wordt verder verstaan onder: sub a (…) sub b Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen.

Artikel 1 Begrippen sub a

Sub c t/m s (….)

Sub c t/m s (…)

sub b Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen en bekostigd kan worden met een inkomen op minimumniveau.

Wmo

Sub b Op basis van jurisprudentie moeten gemeenten toetsen of de voorziening financieel draagbaar is met een inkomen op minimumniveau. De definitie is daarom uitgebreid.

(--)

(--)

sub t. Ondersteuning met wonen: Ondersteuning en huisvesting in de zin van artikel 1.2.1 lid b van de Wmo 2015, met flexibele en oproepbare ondersteuning en/of toezicht voor inwoners die door een psychische of psychosociale of psychiatrisch ziektebeeld behoefte hebben aan een vorm van wonen met ondersteuning en of toezicht. sub u: Opvang: Bieden van opvang en ondersteuning aan inwoners die dak- en/of thuisloos zijn geraakt als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015.

Pwet

Sub t en u Doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg per 1 januari 2023. Dit betekent dat de begrippen in de Verordening als definitie opgenomen moeten worden.

(--)

Nieuw artikel Artikel 11d Maatwerkvoorziening Ondersteuning met wonen en Opvang Lid 1 Een maatwerkvoorziening Ondersteuning met wonen en Opvang kan worden toegekend aan een inwoner met psychische of psychosociale of psychiatrisch ziektebeeld en/of een inwoner die daken/of thuisloos is geraakt. De maatwerkvoorziening: a. ondersteunt de inwoner bij het zich handhaven in de samenleving; b. levert een passende bijdrage aan de behoefte van de inwoner aan Ondersteuning met wonen of Opvang; c. realiseert een situatie waarin de inwoner (indien mogelijk) in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Lid 2 Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van dit artikel.

Artikel 16 Beschutwerk

Artikel 16 Beschutwerk

Lid 1 Het college biedt de voorziening beschut werk aan een belanghebbende die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de werkplek nodig heeft dat van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij deze persoon in dienst neemt.

Lid 1 Ongewijzigd

Lid 2 Om de in artikel 10b lid 1 van de Participatiewet bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken, kan het college de volgende ondersteunende voorzieningen inzetten: fysieke

Lid 2 Ongewijzigd

De maatwerkvoorziening Ondersteunen met wonen en Opvang wordt als artikel 11d (nieuw) toegevoegd als gevolg van de doordecentralisatie maatschappelijke zorg.

aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. Lid 3 Het aantal jaarlijks te realiseren dienstbetrekkingen ligt maximaal 2 fte boven het aantal dat bij ministeriële regeling is vastgesteld. Deze 2 additionele fte’s worden beschikbaar gesteld aan personen afkomstig van het Praktijkonderwijs en Voorgezet speciaal onderwijs. Lid 4 Wanneer het aantal (positieve) adviezen van het UWV het in enig jaar te realiseren aantal dienstbetrekkingen als bedoeld in lid 3 overtreft, biedt het college in overleg met betrokkene(n) een andere voorziening uit deze verordening aan tot het moment dat de dienstbetrekking aanvangt. De datum van het (positief) advies van het UWV is bepalend voor de volgorde van het aanbod van de voorziening beschut werk, tenzij maatwerk noodzakelijk is. Lid 5 De datum van het (positief) advies van het UWV is bepalend voor de volgorde van het aanbod van de voorziening beschut werk, tenzij maatwerk noodzakelijk is.

Lid 3 Vervalt

Lid 4 het college biedt in overleg met betrokkene(n) een andere voorziening uit deze verordening aan tot het moment dat er een geschikte dienstbetrekking beschikbaar is.

Lid 5 Ongewijzigd

Artikel 26 regels voor eigen bijdrage Wmo Lid 1 t/m 3 (…)

Artikel 26 regels voor eigen bijdrage Wmo Lid 1 t/m 3 (…)

Lid 4 De hoogte van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening in natura of pgb is gelimiteerd tot een bedrag gelijk aan de kostprijs van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura tot ten hoogste € 19,00 per maand.

Lid 4 De hoogte van de eigen bijdrage wordt berekend conform de maximale bijdrage die mogelijk is op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en is gelimiteerd tot een bedrag gelijk aan de kostprijs van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura.

Lid 3 Sinds 2022 vindt financiering van beschutwerk plaats op basis van het aantal gerealiseerde plekken.

Lid 4 De financiering vindt niet meer plaats op basis van een taakstelling (ministeriele regeling) maar op basis van aantal gerealiseerde werkplekken. Het aantal te realiseren plekken op grond van de taakstelling kan daardoor niet meer overschreden worden. Alleen nog in het geval dat er geen passende dienstbetrekking beschikbaar is wordt tijdelijk een andere voorziening aangeboden.

Wmo Lid 4 is tekstueel gewijzigd en in overeenstemming gebracht met het (gewijzigde en) vigerende Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Daar waar de berekening van de hoogte van de bijdrage was ondergebracht

Lid 5 t/m 7 (…) Lid 5 t/m 7 (…) Lid 8 vervallen Lid 8. De bijdrage voor maatschappelijke opvang wordt vastgesteld en geïnd door het CAK als het gaat om mensen met een Wlz-indicatie; de Binnenvest heeft deze taak als het gaat om mensen zonder een Wlz-indicatie die gebruikmaken van de maatschappelijke opvang van de centrumgemeente.

Artikel 36 Langdurig laag inkomen

onder artikel 3.8 lid 1 van het Uitvoeringsbesluit, is dit nu in verschillende (oude en nieuwe) artikelen onder gebracht. Met het wijzigen van lid 6 is dit artikel weer in overeenstemming met de vigerende wetgeving. Lid 8 Vanwege de doordecentralisatie en de nieuwe wijze van bekostiging van de maatschappelijke vervalt de eigen bijdrage.

Artikel 36 Langdurig laag inkomen

Een inwoner heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36 lid 1 van de Participatiewet als gedurende een referteperiode van 3 jaar het in aanmerking te nemen inkomen in totaal niet hoger is dan 110% van de voor hem geldende bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 sub c van de Participatiewet.

Een inwoner heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36 lid 1 van de Participatiewet als gedurende een referteperiode van 3 jaar het in aanmerking te nemen inkomen gemiddeld niet hoger is dan 110% van de voor hem geldende bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 sub c van de Participatiewet.

Artikel 38 voorwaarden individuele studietoeslag

Artikel 38 voorwaarden individuele studietoeslag

De volgende voorwaarden gelden om voor een individuele studietoeslag in aanmerking te komen: a. de aanvrager voldoet aan de in artikel 36b lid 1 van de Participatiewet opgenomen voorwaarden,

- Artikel 38 vervalt -

Tekstueel Uitvoerend zijn er met betrekking tot het begrip langdurig laag inkomen verschillende uitvoeringsvarianten ontstaan. Door vast te leggen dat een inkomen over de periode van drie jaar gemiddeld 110% van de bijstandsnorm mag zijn, wordt dit verduidelijkt.

P-wet

P-wet Artikel 38 kan vervallen omdat de voorwaarden voor individuele studietoeslag vanaf 2023 opgenomen zijn in de Participatiewet en zijn daardoor in alle gemeenten gelijk.

b. de aanvrager dient al gedurende zes maanden een studie als bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet te volgen en c. het inkomen van de aanvrager bedraagt niet meer dan 110% van de voor hem geldende bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5sub c van de Participatiewet. Artikel 39 Hoogte en betaling individuele studietoeslag

Artikel 39

Lid 1 Een individuele studietoeslag bedraagt voor: 21 en ouder €300,00 netto per maand 20 jaar €240,00 netto per maand 19 jaar €180,00 netto per maand 18 jaar €150,00 netto per maand

- Artikel 39 vervalt -

Lid 2 De studietoeslag kan maximaal éénmaal per studiejaar aangevraagd worden. Een studiejaar duurt 12 maanden. Lid 3 De studietoeslag wordt toegekend vanaf het moment van de meldingsdatum tot het einde van het studiejaar. Lid 4 De individuele studietoeslag wordt tussentijds beëindigd zodra belanghebbende de studie staakt of niet langer voldoet aan één of meerdere voorwaarden zoals genoemd in deze verordening en artikel 36b van de wet. Lid 5 De studietoeslag wordt beëindigd met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op de maand waarin het recht op studietoeslag niet langer bestaat.

Artikel 39 kan vervallen omdat de voorwaarden voor individuele studietoeslag (en de hoogte van de toeslag) vanaf 2023 opgenomen zijn in de Participatiewet en zijn daardoor in alle gemeenten gelijk. Bij de wijziging van de verordening vanaf 2022 hebben we al geanticipeerd op de bedragen wettelijk vastgelegd zouden worden.

Toelichting: Artikel 11. Algemene

Toelichting: Artikel 11. Algemene voorzieningen

Aanpassing van de tekst vanwege

Deze toelichting heeft ook betrekking op de

Deze toelichting heeft ook betrekking op de

Maatwerkvoorziening

voorzieningen op grond van de Wmo artikelen 11a, 11b en 11c.

In artikel 2.1.3 lid 2 sub a van de Wmo is

bepaald dat de gemeenteraad bij verordening

moet aangeven op basis van welke criteria het college kan vaststellen of een inwoner voor een maatwerkvoorziening voor

zelfredzaamheid, participatie, beschermd

wonen of opvang in aanmerking komt. In de memorie van toelichting op deze bepaling

wordt aangegeven dat het bij het verstrekken van een voorziening op maatwerk aankomt. Gemeentelijke vrijheid is nodig omdat de

behoeften van inwoners per gemeente kunnen verschillen en de sociale en fysieke

infrastructuur per gemeente anders is. Ook het aanbod van algemene voorzieningen is niet in iedere gemeente gelijk. Het is daarom niet

mogelijk of wenselijk dat in de verordening limitatief geregeld wordt welke

maatwerkvoorzieningen verstrekt worden. De

gemeente moet wel aan de hand van geschikte en toepasbare criteria meer in detail en

concreet nader afbakenen in welke gevallen

iemand een maatwerkvoorziening kan krijgen.

op grond van de Wmo

artikelen 11a, 11b, 11c en 11d.

In artikel 2.1.3 lid 2 sub a van de Wmo is bepaald dat de gemeenteraad bij verordening moet

aangeven op basis van welke criteria het college kan vaststellen of een inwoner voor een

maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid,

participatie, Ondersteuning met wonen of Opvang in aanmerking komt. In de memorie van

toelichting op deze bepaling wordt aangegeven

dat het bij het verstrekken van een voorziening op maatwerk aankomt. Gemeentelijke vrijheid is nodig omdat de behoeften van inwoners per

gemeente kunnen verschillen en de sociale en

fysieke infrastructuur per gemeente anders is.

Ook het aanbod van algemene voorzieningen is

niet in iedere gemeente gelijk. Het is daarom niet mogelijk of wenselijk dat in de verordening limitatief geregeld wordt welke

maatwerkvoorzieningen verstrekt worden. De

gemeente moet wel aan de hand van geschikte en toepasbare criteria meer in detail en concreet

nader afbakenen in welke gevallen iemand een maatwerkvoorziening kan krijgen. In deze artikelen is deze verplichting uitgewerkt.

het toevoegen van artikel 11d Ondersteuning met wonen en Opvang

Wmo

In deze artikelen is deze verplichting uitgewerkt.

“Maatschappelijke opvang”

In de Wmo 2015 is de opdracht aan gemeenten verwoord om zorg te dragen voor de

maatschappelijke ondersteuning (waaronder maatschappelijke opvang). Volgens de Wmo 2015 is elke gemeente, tot welke een

ingezetene van Nederland zich wendt, verantwoordelijk voor het bieden van maatschappelijke opvang. De

maatschappelijke opvang is dus ‘landelijk

toegankelijk’ voor cliënten. Dit betekent dat

een ingezetene van Nederland in aanmerking komt voor een voorziening maatschappelijke opvang (in eerste instantie) te verstrekken

door het college van de gemeente tot welke hij zich wendt, (dan wel het regionaal

samenwerkingsverband waartoe de gemeente behoort), indien hij de thuissituatie heeft

verlaten en niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Mensen die

voor maatschappelijke opvang in aanmerking wensen te komen kunnen hiervoor een

melding doen bij de gemeente. Deze mensen

worden doorverwezen (warme overdracht) naar de centrumgemeente Leiden. Het onderzoek van de noodzaak van een voorziening wordt

door de Binnenvest uitgevoerd. De

centrumgemeente Leiden zal in spoedeisende

gevallen, waarin terstond opvang noodzakelijk is, beslissen om een tijdelijke

maatwerkvoorziening te verstrekken in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.

Vervolgens wordt onderzocht in welke gemeente of regio een traject in de

maatschappelijke opvang de grootste kans van slagen heeft en de meest duurzame oplossing biedt voor de cliënt. Zie ook Convenant

Landelijke Toegankelijkheid Maatschappelijke opvang VNG (februari 2019)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=48cca5cb-2af3-4dd7-8b7f-61218a90b2c0