Wijzigingstabel 10e wijziging Verordening Sociaal Domein gemeente Nieuwkoop
Tekst van het document
Wijzigingstabel 10e wijziging Verordening Sociaal Domein gemeente Nieuwkoop Was
Wordt
Artikel 5. Verstrekken van een maatwerkvoorziening 1. Het college besluit een maatwerkvoorziening te verstrekken voor zover in het verslag of integraal plan wordt aangegeven dat:
Artikel 5. Verstrekken van een maatwerkvoorziening 1. Ongewijzigd
a. De eigen mogelijkheden, de inzet van het sociaal netwerk en voor wat betreft de jeugdwet het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en voor wat betreft de Wmo de mantelzorg en gebruikelijke hulp ontoereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te verlenen, waarbij bij de Wmomaatwerkvoorziening hulp bij het huishouden bij de beoordeling van de eigen kracht en eigen mogelijkheden tevens de eigen financiële draagkracht wordt meegewogen, en... b. geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een algemene voorziening; c. met deze voorziening zelfredzaam wordt of kan participeren;
Toelichting
Wet
Lid 2 en lid 3 nieuw toegevoegd voor de beoordeling van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen binnen de jeugdwet.
Jeugdwet en Wmo
Lid 2 t/m 5 en verder uit de oude verordening zijn nu verschoven naar lid 4 t/m 7.
Was
Wordt
d. geen gebruik kan maken van een voorziening die algemeen gebruikelijk is. 2.Als het college van oordeel is dat de hulpvraag redelijkerwijs te voorzien en te voorkomen was, kan het college besluiten belanghebbende niet in aanmerking te laten komen voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfstandigheid en participatie.
Vernummerd naar lid 4
-NIEUW 2. Het college neemt voor wat betreft de Jeugdwet, bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen zoals bedoeld in dit artikel onder lid 1 sub a, tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden. Dit is ook het geval als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen. Dit uitgangspunt is gebaseerd op de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Uit het onderzoek kan blijken dat de eigen mogelijkheden en het
Toelichting
Wet
Was
Wordt probleemoplossend vermogen van de ouders niet toereikend is, bijvoorbeeld omdat sprake is van: a. (een) geobjectiveerde beperking(en) om noodzakelijke hulp te bieden; b. een gebrek aan kennis of vaardigheden om noodzakelijke hulp te bieden; c. het op permanent toezicht aangewezen zijn van de jeugdige ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel en waarvoor geen Wlz-aanspraak bestaat of het op 24 uur per dag zorg in de nabijheid aangewezen zijn van de jeugdige, omdat de jeugdige zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen en waarvoor geen Wlz-aanspraak bestaat; d. overbelasting of dreigende overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht van de ouders of van het sociaal netwerk totdat deze belasting of dreigende overbelasting is opgeheven.
3.Het college houdt bij het bepalen welke voorziening en/of ondersteuning het meest doelmatig, adequaat en toereikend is, rekening met de omstandigheden,
Vernummerd naar lid 5
Toelichting
Wet
Was
Wordt
behoeften en (functionele) mogelijkheden van een inwoner. --
4.Voor bepaalde voorzieningen kunnen nog aparte voorwaarden van kracht zijn. Deze staan genoemd in deze verordening, nadere regels of in de betreffende wetten.
NIEUW 3. Bij de beoordeling van de overbelasting bedoeld in het tweede lid onder d, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouders hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ouders maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met: a. de behoefte en mogelijkheden van de jeugdige; b. de duur van de inzet; c. de planbaarheid van de hulp; d. de benodigde ondersteuningsintensiteit; e. de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; f. de noodzaak van de ouders om in een inkomen te voorzien. Vernummerd naar lid 6
Toelichting
Wet
Was
Wordt
Toelichting
Wet
Nieuw artikel onder artikel 5 t.a.v. de kwaliteitseisen van de toegang, omdat deze extern is gemandateerd.
Wmo en Jeugdwet
5.Het college kan nadere regels stellen over het beoordelen van gebruikelijke hulp en eigen kracht. Vernummerd naar lid 7
---
Artikel 5b. Kwaliteitseisen toegang (NIEUW) 1. Het college wint, met in achtneming van artikel 2.1, van het Besluit Jeugdwet, een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist. 2. Indien het college besluit over het verzoek om een individuele voorziening gelden de navolgende kwaliteitseisen: a. Het onderzoek dient te worden uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde professional. b. De geregistreerde professional beschikt bij de aanvraag over de passende deskundigheid en/of ervaring. c. Indien de geregistreerde professional deze kennis of ervaring niet zelf heeft dient ten minste een andere
Was
Wordt geregistreerde professional te worden geraadpleegd en om advies te worden gevraagd over de aanvraag. Dit advies wordt opgenomen in het jeugdhulpplan. 3. Om de deskundigheid van het besluit tot inzet van een voorziening te waarborgen geldt dat: a. Bij het onderzoek gebruik wordt gemaakt van gevalideerde instrumenten door daartoe opgeleide professional. b. Indien er geen instrument beschikbaar is wordt een daartoe opgeleide professional met relevante kennis en kundigheid over de gestelde hulpvraag betrokken bij de advisering over, bepaling van en inzetten van voorzieningen. c. Te allen tijde bij de vraag passende academisch opgeleide professionals beschikbaar zijn voor advisering en besluitvorming. 4. Voor de besluitvorming kan informatie van gecontracteerde
Toelichting
Wet
Was
Wordt
Toelichting
Wet
Er zijn kwaliteitseisen waaraan ondersteuning door middel van een Pgb moet voldoen. Door gebruik van een budgetplan wordt de kwaliteitscontrole op Pgb's eenduidiger.
Wmo en Jeugdwet
aanbieders worden gebruikt, de besluitvorming mag niet aan deze aanbieders worden overgedragen. 5. Er dient te worden gehandeld conform de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming. Artikel 7, lid 9 sub a.
Artikel 7, lid 9 sub a.
Voorwaarden voor de besteding van het pgb
Voorwaarden voor de besteding van het pgb
Het college verstrekt een pgb aan inwoners onder de voorwaarde dat:
Het college verstrekt een pgb aan inwoners onder de voorwaarde dat:
a. De inwoner samen met een medewerker van het integraal ondersteuningsteam een verslag of integraal plan opgesteld heeft (tenzij afgezien is van een verslag of integraal plan), waarin benoemd is:
a. De inwoner samen met een medewerker van het integraal ondersteuningsteam een verslag of integraal plan opgesteld heeft en een budgetplan, waarin benoemd is:
- dat een maatwerkvoorziening nodig is; - hoe de inwoner het pgb gaat besteden; - welke resultaten bereikt worden met het pgb en; --
- dat een maatwerkvoorziening nodig is; - hoe de inwoner het pgb gaat besteden; - welke resultaten bereikt worden met het pgb en; - hoe de kwaliteit van de geboden hulp gewaarborgd is; (nieuw) - wanneer en hoe het plan, inclusief het gebruik van pgb door de inwoner en een
Was
Wordt
- wanneer en hoe het plan, inclusief het gebruik van pgb door de inwoner en een medewerker van het team geëvalueerd wordt.
medewerker van het team geëvalueerd wordt.
--
Toelichting
b. Voor de aanvraag van een Pgb moet gebruik gemaakt worden van het, door het college beschikbaar gestelde, format budgetplan. (nieuw)
Hoofdstuk 4 specifieke bepalingen Jeugdwet
Hoofdstuk 4 Specifieke bepalingen Jeugdwet en Wmo
Hoofdstuk 4 en 5 worden samengevoegd omdat een aantal artikelen in deze hoofdstukken gelden voor zowel Wmo als Jeugd.
Artikel 30. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning
Artikel 30 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning en jeugdwet
Er is een bepaling toegevoegd waarmee handvatten voor handhaving en kwaliteitscontroles op de PGB’s door de toezichthouder vastgelegd kunnen worden.
1.Aanbieders van maatwerkvoorzieningen vanuit de Wmo zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, waaronder de eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten , door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de inwoner; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard.
Wet
1. Aanbieders van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, waaronder de eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de inwoner; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard. d. De kwaliteitseisen waar zowel de maatwerkvoorzieningen in zorg in natura
Wmo en Jeugdwet
Was d. De kwaliteitseisen waar zowel de maatwerkvoorzieningen in zorg in natura als in PGB aan moeten voldoen zijn opgenomen in bijlage 3 en 4 bij deze verordening. 2. In aanvulling op andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de inwoner ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.
Hoofdstuk 5 Specifieke bepalingen Wmo
Wordt als in PGB aan moeten voldoen zijn opgenomen in bijlages 3 en 4 bij deze verordening en in de nadere regels jeugdhulp. 2. In aanvulling op andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de inwoner ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. 3. Het college kan een nader beleidskader voor toezicht en handhaving Wmo/Jeugdwet (het handhavingskader) vaststellen dat richting geeft aan de wijze waarop toezicht wordt gehouden, overtredingen worden beoordeeld en handhavingsinstrumenten worden ingezet. Vervallen
Toelichting
Wet