CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitgebreide Toelichting Marktverordening Nieuwkoop 2023

Meningsvormende raad I 8 juni 2023, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Marktverordening Nieuwkoop 20233.698 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgebreide Toelichting Marktverordening Nieuwkoop 2023 Al enkele jaren bestaat binnen de gemeente de wens om de marktverordening in lijn te brengen met de Europese regelgeving. Zo volgt uit Europese regelgeving dat standplaatsvergunningen enkel voor bepaalde tijd mogen worden verleend, terwijl wij op basis van de Marktverordening Nieuwkoop 2008 vergunningen voor onbepaalde tijd verlenen. Daarnaast wordt van deze gelegenheid gebruikgemaakt om de regels eenduidiger en leesbaarder te maken. Wijzigingen in hoofdlijnen Onze marktverordening bestaat uit 3 onderdelen, die als volgt kunnen worden aangeduid: 1. Regels met betrekking tot de vergunningen om een standplaats op de warenmarkten Nieuwkoop en Ter Aar in te nemen; 2. Regels met betrekking tot de marktmeester; 3. Regels met betrekking tot de marktcommissie. Onderdelen 2 en 3 zijn grotendeels ongewijzigd gebleven. Wel zijn kleine aanpassingen doorgevoerd. Zo is de term marktkooplieden vervangen door marktondernemers. Daarnaast zijn enkele artikelen en/of leden gewijzigd of vervallen als gevolg van wijzingen in onderdeel 1 van de verordening. De nieuwe marktverordening is een combinatie van onze oude verordening en een conceptverordening van de VNG. Waar nodig zijn de regels verder aangepast met het oog op de lokale behoeften. Ook zijn extra vangnetten opgenomen.

Keuze voor een gunningsmethode Met betrekking tot onderdeel 1 bepaalt De Dienstenrichtlijn (RICHTLIJN 2006/123/EG) dat een gunningsmethode aan de volgende eisen dienen te voldoen: a) niet-discriminatoir; b) gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang; c) evenredig met die reden van algemeen belang; d) duidelijk en ondubbelzinnig; e) objectief; f) vooraf openbaar bekendgemaakt; g) transparant en toegankelijk. Aan deze vereisten kan via meerdere gunningsmethodes worden voldaan. Onder meer via: 1. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt; 2. Kwalitatieve gunningscriteria; 3. Loting. De ambtelijke vakafdeling adviseert een systeem van loting. Deze methode is volledig objectief en is vanuit kostenperspectief haalbaar. Hierna wordt ingegaan op de hierboven opgesomde gunningsmethodes. 1. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt; In de huidige verordening wordt de Wie het eerst komt, wie het eerst maalt-gunningsmethode gehanteerd. De beschikbaarheid van een standplaatsvergunning wordt gepubliceerd op www.lokaleregelgeving.nl, waarna geïnteresseerden twee weken de tijd hebben om een aanvraag in te dienen. De standplaatsvergunning wordt toegekend aan de aanvrager die als eerst een passende aanvraag indient (zie de toelichting op artikel 2, negende lid). Deze methode levert problemen op als twee aanvragers vrijwel gelijktijdig een aanvraag indienen.

Bovendien heeft een geïnteresseerde partij die ‘via via’ heeft vernomen dat op korte termijn een standplaats vrij zal komen voordeel ten opzichte van willekeurige derden.

1

Kwalitatieve gunningscriteria Bij kwalitatieve gunningscriteria wordt vooraf bepaald op basis van welke aspecten aanvragen beoordeeld zullen worden. Bijvoorbeeld aan de hand van de volgende aspecten: a) Het assortiment van de gegadigde vormt een gewenste toevoeging aan het marktassortiment; b) De kwaliteit van de uitstraling van de uitstalling van de aanvrager; c) De kennis, ervaring en eventuele opleiding van de aanvrager met betrekking tot het marktassortiment; d) Het maatschappelijk verantwoord ondernemen door de aanvrager; e) Het consumentvriendelijk ondernemen door de aanvrager. Deze gunningsmethode heeft veel weg van een aanbestedingsprocedure. Voor ieder aspect kan een aanvrager punten verdienen. De vergunning wordt verleend aan de aanvrager die in totaal de meeste punten heeft ontvangen. In de praktijk blijkt dat het ingewikkeld is om criteria te formuleren die voldoen aan de vereisten van de dienstenrichtlijn. Bovendien beschikken wij intern niet over de benodigde kennis om aanvragen te toetsen aan kwalitatieve criteria. Tegelijkertijd bestaat bij het raadplegen van de lokale marktondernemers en/of de marktcommissie het risico dat objectiviteit niet gegarandeerd is.

Dit betekent dat bij toepassing van de kwalitatieve gunningsmethode een externe partij zal moeten worden ingeschakeld, dan wel dat een aparte commissie opgericht moet worden die de aanvragen toetst aan de gunningscriteria. Aan beide opties zijn aanzienlijke kosten verbonden. De keuze voor de kwalitatieve gunningsmethode zal ertoe leiden dat leges voor standplaatsvergunningsaanvragen en/of marktgelden verhoogd zouden moeten worden. Een bijkomend nadeel van kwalitatieve gunningscriteria is dat beginnende marktondernemers naar verwachting minder goed zullen scoren, waardoor beginners de facto worden uitgesloten. Loting Loting is een objectieve methode om ‘te beslissen’ aan welke aanvrager een beschikbare standplaatsvergunning wordt verleend. Iedere aanvrager heeft evenveel kans om in aanmerking te komen voor de beschikbare standplaatsvergunning. Deze methode is ook volledig objectief en niet-discriminatoir. Aan iedere aanvrager die een passende aanvraag heeft ingediend, wordt een lotnummer toegekend. Vervolgens wordt een lotnummer getrokken. Degene die als eerst geloot wordt, ontvangt de standplaatsvergunning. Bovendien biedt deze methode uitkomst als meerdere standplaatsen tegelijk beschikbaar zijn. Degene die als eerst geloot wordt, mag als eerst kiezen welke standplaats hij/zij wenst in te nemen. Degene die als tweede geloot wordt, krijgt de tweede keuze; enzovoort.

De situatie rondom gunning marktstandplaatsen tot op heden In artikel 8, vijfde en zesde lid, van de marktverordening 2008 is bepaald dat de gemeente (lees: het college van burgemeester en wethouders), voor zover dit past binnen de wettelijk omschreven termijn van behandeling van een aanvraag, marktkooplieden en/of de marktcommissie consulteert bij de toewijzing van een standplaats, maar dat de uiteindelijke beslissing over de toewijzing van de vergunning in handen ligt van ‘de gemeente’. Aan deze bepalingen is verdere invulling gegeven via Beleidsregel ‘beoordeling en vergunningverlening’. In deze beleidsregel is, samengevat, bepaald dat een standplaatsvergunning in principe via het ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt principe’ wordt verleend, maar dat van vergunningverlening aan de eerste aanvrager afgezien kon worden als consultatie van de markt daar redelijkerwijs aanleiding toe biedt. In de praktijk werd invulling aan dit beginsel gegeven door vijf (grotendeels) objectieve vragen te stellen aan de hand waarvan beoordeeld werd of de eerste aanvrager aan enkele minimumeisen voldoet. Daartoe werden de volgende vragen gesteld: 1. Is deze ondernemer bekend bij u? 2. Neemt deze ondernemer regelmatig zijn standplaats in? 3. Houdt deze ondernemer de standplaats netjes? 2

4. Is u bekend of deze ondernemer financiële verplichtingen nakomt? 5. Gaat deze ondernemer hygiënisch tewerk? Alleen bij versproducten. In veel gevallen zullen de marktondernemers en/of de marktcommissie een aanvrager niet kennen. Daardoor zullen deze vragen vaak niet beantwoord kunnen worden. Reden waarom aan deze consultatie weinig waarde kan worden gehecht. Alternatief zou juist de consultatie van de markt uitgebreid kunnen worden. Dan spelen echter de problemen die genoemd zijn bij het tussenkopje ‘kwalitatieve gunningscriteria’. Afweging De huidige systematiek van gunnen laat te wensen over in termen van objectiviteit en transparantie. Daarom wordt een systeem van loting voorgesteld in de Marktverordening Nieuwkoop 2023 Vergunningsduur: bepaalde tijd In de huidige marktverordening is bepaald dat de gemeente standplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd verlenen. Dit is echter in strijd met Europese regelgeving. Op basis van voornoemde regels moeten overheidsinstanties een bepaalde termijn verbinden aan schaarse vergunningen. Schaarste kan voortkomen uit natuurlijke schaarste. Bijvoorbeeld door beperkingen met betrekking tot natuurlijke hulpbronnen of technische capaciteit. Daarnaast kan schaarste bestaan uit beleidsmatige overwegingen. Bij onze markten is sprake van beleidsmatige schaarste.

Zowel absoluut als per branche zijn een maximumaantal standplaatsvergunningen beschikbaar, waardoor wij gehouden zijn om een bepaalde termijn aan standplaatsvergunningen te verbinden. De jurisprudentie op het gebied met de toegestane vergunningsduur is beperkt. De uitspraken gaan voornamelijk over andere varianten van schaarse vergunningen. Zo zijn er meerdere uitspraken over vergunningen voor rondvaartboten. Het gaat vooral om casuïstische uitspraken: uitspraken waarop vooral in detail wordt ingegaan op de specifieke feiten van het geval en niet, of slechts in beperkte mate, algemene regels worden geformuleerd. Uit relevante rechtspraak blijkt het volgende: 1. Bij het bepalen van de vergunningsduur kan rekening worden gehouden met de tijd die nodig is om de investeringen die moeten worden gedaan om van de schaarse vergunning gebruik te kunnen maken, terug te verdienen.1 2. Het gaat daarbij om een beoordeling naar objectieve maatstaven en niet op basis van de situatie van een specifieke individuele marktondernemer. Wel kan rekening gehouden worden met de branche waarin een aanvrager actief is.2 3. De vastgestelde termijn dient te berusten op een zorgvuldig onderzoek, een kenbare belangenafweging en een toereikende motivering.3 Samengevat, de termijn van de vergunning kan (mede) gebaseerd worden op de ‘terugverdientijd’ voor de gemiddelde marktondernemer.

De vastgestelde terugverdientijd moet zorgvuldig onderzocht en gemotiveerd zijn. Uit een rapport van de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH) blijkt dat de terugverdientijd voor marktondernemers gemiddeld 15 jaar bedraagt.4 Omzetten vergunningen voor onbepaalde tijd? In de juridische literatuur wordt gediscussieerd of gemeenten verplicht zijn om de bestaande standplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd om te zetten in vergunningen voor bepaalde tijd. Op dit moment bestaat op dit punt nog onduidelijkheid. Veel gemeenten hanteren een uitsterfbeleid: de vergunninghouders van standplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd behouden een vergunning voor onbepaalde tijd, terwijl nieuwe vergunningen voor bepaalde tijd worden verleend. ECLI:NL:RVS:2016:1421, Raad van State, 201406676/2/A3 (rechtspraak.nl) ECLI:NL:RBDHA:2019:8907, Rechtbank Den Haag, AWB - 18 _ 5836 (rechtspraak.nl); Zie ook: Uitspraak 202001963/1/A3 - Raad van State 3 ECLI:NL:RBDHA:2019:8907, Rechtbank Den Haag, AWB - 18 _ 5836 (rechtspraak.nl) 4 Zie het rapport van CVAH van 2 augustus 2019, genaamd: ‘Schaarse vergunningen op de markt, een onderzoek naar de gevolgen’. 1 2

3

Afweging In overleg met de marktcommissie is de beste keuze een zo lang mogelijke terugverdientijd te bieden zonder voorbij te gaan aan de eisen van de Europese Dienstenrichtlijn. Een termijn van 15 jaar voldoet aan beide criteria. Vergunningen voor onbepaalde tijd worden bij overname van de vergunning omgezet in vergunningen voor bepaalde tijd. Als wij dit niet zouden doen, dan zou een vergunning theoretisch gezien oneindig in het bezit van een familie kunnen blijven. Vervallen/verplaatsen brancheringsregels In de brancheringsregels wordt het aantal standplaatsen bepaald dat, per marktlocatie, maximaal per branche beschikbaar is. Hiermee wordt beoogd ervoor te zorgen dat een gevarieerd aanbod aanwezig is voor het winkelend publiek, hetgeen de markt aantrekkelijker maakt. Op dit moment zijn abusievelijk twee verschillende brancheringsregels van toepassing. Wij hebben brancheringsregels opgenomen in de beleidsregel ‘beoordeling en vergunningverlening’ en daarnaast in de ‘Branchering markten Nieuwkoop’. Beide regelingen komen te vervallen. In plaats daarvan worden brancheringsregels opgenomen in de inrichtingsplannen die per marktlocatie worden opgesteld. Dit biedt meer flexibiliteit, waardoor de brancheringsregels in de toekomst makkelijker kunnen worden aangepast en ook kan per marktlocatie een individuele branchering worden opgesteld indien daarvoor de behoefte bestaat.

Artikelsgewijs commentaar Enkel bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder uitgebreider toegelicht. Artikel 2, lid 9. Passende aanvraag Zowel de aanvrager zelf als de aanvraag dienen aan bepaalde eisen te voldoen. De eisen voor een aanvrager zijn opgenomen in artikel 9. Een aanvrager dient onder andere ingeschreven te staan in het handelsregister. Daarnaast mag een aanvrager niet handelingsonbekwaam zijn. De aanvraag dient passend te zijn. In het model van de VNG wordt in meerdere artikelen vermeld aan welke eisen een aanvraag dient te voldoen. Dit leidt ertoe dat enkele artikelen in dat model moeilijk leesbaar zijn. Dit is in deze verordening opgevangen door de term ‘passende aanvraag’ te hanteren. Deze term wordt in artikel 2, negende lid, gedefinieerd. Een passende aanvraag is een aanvraag die voldoet aan de eisen die het college daaraan stelt in de publicatie van de beschikbaarheid van een standplaatsvergunning. Deze vereisten kunnen onder andere betrekking hebben op het maximale gebruiksoppervlak, de benodigde voorzieningen en op de brancheringsregels. Een aanvraag die niet aan de gestelde eisen voldoet, is niet passend, waardoor deze aanvraag afgewezen wordt en niet meedoet aan de loting. Artikel 4.

Tijdelijke wijzigingen van locatie, dag en tijdstip Dit artikel bepaalt dat het college op grond van dringende redenen kan bepalen dat een markt tijdelijk niet of tijdelijk op een andere dag, tijdstip of locatie zal plaatsvinden. Dezelfde regeling was opgenomen in artikel 1.2 van de vorige marktverordening. In de praktijk vormden voornamelijk evenementen die gelijktijdig met de markt plaatsvonden een dringende reden om wijzigingen door te voeren. Om de rechtszekerheid en duidelijkheid te verbeteren is dit nu expliciet in onze marktverordening opgenomen. Het streven is echter om de markt zo vaak mogelijk doorgang te laten vinden zonder tijdelijke wijzigingen door te voeren. Evenementen worden tijdig gecommuniceerd en met de betrokkenen in overleg afgestemd. Artikel 5. Permanente wijzigingen van locatie Eerste en tweede lid Aan de nieuwe marktverordening is toegevoegd dat de locatie van de markt permanent gewijzigd kan worden als omstandigheden daar aanleiding toe bieden. In het tweede lid wordt genoemd wanneer het college in ieder geval gebruik kan maken van deze bevoegdheid. Dat

4

is onder andere het geval bij calamiteiten die ertoe leiden dat de markt redelijkerwijs niet langer op de huidige locatie kunnen plaatsvinden. Artikel 6. Inrichtingsplan Eerste en tweede lid Dit artikel bepaalt dat het college per marktlocatie een inrichtingsplan vaststellen. Daarnaast bepaalt dit artikel wat in de in de individuele inrichtingsplannen opgenomen moet worden. Zo wordt in het inrichtingsplan aangegeven wat de markttijden zijn. Ook wordt in een inrichtingsplan een kaart opgenomen waaruit blijkt waar de grenzen van het marktterrein liggen, waar de vaste-standplaatsen gelegen zijn en welke locaties gebruikt kunnen worden als dagplaatsen. Daarnaast wordt in het inrichtingsplan, onder verwijzing naar de marktverordening, vermeld welke verdelingsprocedure wordt gehanteerd alsook of het toepassen van ‘verlening na afroep’ (artikel 11) mogelijk is voor de betreffende markt. Ten slotte bevatten de inrichtingsplannen een branchering waaruit blijkt wat het maximumaantal vaste-standplaatsvergunningen is dat wordt afgegeven voor een of meer branches of artikelgroepen. Artikel 11. Verlenging vaste-standplaatsvergunning na afroep Als een vaste-standplaatsvergunning over acht weken eindigt, dan kan het college ervoor kiezen om gebruik te maken van de ‘verlening na oproep’ mogelijkheid. Dit betreft een discretionaire bevoegdheid van het college.

Het college is dus niet verplicht om gebruik te maken van deze mogelijkheid. Als de looptijd van een vaste-standplaatsvergunning afloopt dan moet deze vergunning in principe opnieuw worden uitgegeven via de verdeelprocedure van artikel 12. Is de verwachting dat enkele de huidige gebruiker van een specifieke standplaats interesse heeft in het gebruik van die standplaats? Dan zal het toepassen van de verdeelprocedure van artikel 12 overbodig en onnodig belastend zijn. In dat geval kan het college de in artikel 11 geregelde procedure toepassen. Eerste lid Verlenging na afroep kan alleen worden gebruikt als een standplaats beschikbaar komt doordat de huidige vaste-standplaatsvergunning voor deze standplaats op korte termijn afloopt. Ook moet het voldoende aannemelijk zijn dat alleen de huidige vergunninghouder belangstelling heeft voor deze vergunning. Het college moet aan de hand van objectieve feiten kunnen onderbouwen dat er waarschijnlijk geen andere gegadigden zullen zijn. Tweede tot en met vierde lid Lid 2 bepaalt dat tijdig openbaar, via het digitale gemeenteblad, moet worden aangekondigd dat de vaste-standplaatsvergunning op korte termijn beschikbaar komt. In deze aankondiging moet ook vermeld worden voor welke duur de vaste-standplaatsvergunning verlengd, c.q. verleend, zal worden.

Daarnaast wordt in deze afroep vermeld binnen welke termijn en op welke wijze geïnteresseerden zich moeten melden. Dit is vereist om met zekerheid vast te stellen dat er niet toch méér belangstelling voor de betreffende standplaats is. Als enkel de huidige vergunninghouder en geen andere geïnteresseerden zich melden dan kan de standplaatsvergunning van de huidige vergunninghouder worden verlengd op grond van het vierde lid. In dat geval hoeft de verdeelprocedure van artikel 12 dus niet toegepast te worden. Vijfde en zesde lid In leden 5 en 6 wordt geregeld wat moet gebeuren als andere geïnteresseerden zich wel tijdig melden. In dat geval zal de verdeelprocedure van artikel 12 alsnog moeten worden gevolgd met uitzondering van de openbare kennisgeving van de beschikbaarheid van de standplaats. Deze openbare kennisgeving heeft dan immers al plaatsgevonden op grond van het tweede lid van artikel 11. Aan de geïnteresseerden die zich hebben gemeld moet dan wel worden gemeld dat zij een termijn krijgen waarbinnen zij hun aanvraag kunnen (en moeten) indienen. De huidige vergunninghouder kan op dezelfde manier als de andere gegadigden meedingen naar de vergunning. 5

Artikel 12. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via loting Eerste lid Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning kan het college deze verdelen via een loting. Tweede lid Het college maakt via een publicatie in het digitale gemeenteblad bekend dat de vastestandplaatsvergunning beschikbaar komt. In deze publicatie wordt onder andere vermeld: a) Wat de vergunningsduur is; b) Aan welke eisen de aanvraag moet voldoen; c) Voor welke datum de aanvragen ingediend moeten zijn; d) Voor welke branches de standplaats beschikbaar wordt gesteld. Derde lid Aanvragers die een onvolledige aanvraag indienen, moeten in de gelegenheid worden gesteld om de aanvraag aan te vullen. Het is belangrijk om zoveel mogelijk gelijk speelveld te realiseren. Daarom moet op dezelfde dag aan iedereen die een onvolledige aanvraag heeft ingediend medegedeeld te worden dat zij in de gelegenheid worden gesteld om hun aanvraag aan te vullen. Vierde en vijfde lid Een lotnummer wordt toegekend aan iedere aanvrager die tijdig een passende aanvraag heeft ingediend en die aan alle vereisten van deze verordening voldoet. De aanvragers met een lotnummer worden uitgenodigd voor de loting. Zij zijn echter niet verplicht om bij de loting aanwezig te zijn.

Zesde lid Als slechts een passende aanvraag is ingediend, dan zal de vaste-standplaatsvergunning worden verleend zonder dat een loting heeft plaatsgevonden. In dat geval staat de uitkomst van de loting immers al vast, waardoor een loting zinledig is. Wel bevat dit lid een tenzijclausule. Zowel de aanvrager als de aanvraag moeten voldoen aan de eisen van de Marktverordening Nieuwkoop 2023. Zo mag een aanvrager niet handelingsonbekwaam (artikel 5) zijn. Ook moet de aanvraag tijdig ingediend zijn (artikel 12, tweede lid). Zevende lid Het is belangrijk dat alle loten getrokken worden. Hiermee ontstaat een rangschikking. Degene wiens lotnummer als eerst getrokken wordt, komt als eerst in aanmerking voor de standplaatsvergunning. Degene wiens lot als tweede wordt getrokken als tweede, enzovoort. Hierdoor staat ook vast aan wie de vergunning wordt verleend als de winnaar van de loting alsnog zijn aanvraag intrekt zonder dat een nieuwe loting vereist is. Ook is het hierdoor mogelijk om via een loting meerdere standplaatsvergunningen te verlenen (indien dit vermeld is in de aankondiging). Als meerdere standplaatsvergunningen beschikbaar zijn dan bepaalt de lotingsvolgorde niet alleen aan wie een vergunning wordt toegekend, maar ook de volgorde waarin aanvragers mogen kiezen uit de beschikbare standplaatsen.

Achtste lid Het achtste lid bepaalt dat het college de beschikbaarheid van een vastestandplaatsvergunning op de gemeentelijke website zal publiceren als de in dit artikel genoemde procedure niet leidt tot verlening van een vaste-standplaatsvergunning. Daarna zal deze vaste-standplaatsvergunning worden verleend aan de aanvrager die als eerste een passende aanvraag indient. In de praktijk is het namelijk mogelijk dat de verdeelprocedure niet leidt tot vergunningverlening. Bijvoorbeeld doordat geen aanvragen worden ingediend of omdat geen passende aanvragen worden ingediend. Met dit lid wordt voorkomen dat dezelfde verdeelprocedure meermaals moet worden toegepast voor één standplaats. Artikel 13. Overschrijving van de vaste-standplaatsvergunning Eerste en tweede lid

6

In artikel 13 is bepaald dat een vaste-standplaatsvergunning in specifieke situaties kan worden overgedragen aan een partner met wie de vergunninghouder duurzaam samenwoont/samenwoonde of aan een van zijn/haar kinderen. Dit is bijvoorbeeld mogelijk in het geval langdurige arbeidsongeschiktheid, ondercuratelestelling, en bij, c.q. na, het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Derde en vierde lid Via deze leden wordt het mogelijk gemaakt om een vergunning ook over te dragen bij bedrijfsbeëindiging of indien natuurlijke personen in- of uittreden in een personenvennootschap. Vijfde en zesde lid Het merendeel van de momenteel verleende vaste-standplaatsvergunningen hebben een onbepaalde duur. Nieuwe omgevingsvergunningen zullen een bepaalde duur hebben. In het tweede en derde lid zijn verschillende regelingen opgenomen voor deze twee situaties. Bij overname van een vergunning voor bepaalde tijd wordt de vergunning overgenomen voor de resterende vergunningsduur. Vergunningen voor onbepaalde tijd hebben geen resterende vergunningsduur. Theoretisch gezien zouden deze vergunningen oneindig kunnen voortduren indien deze vergunningen telkens worden overgenomen. Om ook deze vergunningen meer in lijn te brengen met het Europees recht worden vergunningen voor onbepaalde tijd bij overname omgezet in vergunningen met een vergunningsduur van 15 jaar. Artikel 17.

Toewijzing dagplaats Dagplaatsen zijn bijzondere vormen van standplaatsen en/of standwerkersplaatsen die voor de duur van één dag mogen worden ingenomen. Indien standplaatsen en/of dagplaatsen beschikbaar zijn op de markt dan kan de marktmeester een aanvrager toestemming geven om een dagplaats in te nemen. In leden 2 tot en met 8 worden voorwaarden en specifieke afwijzingsgronden genoemd. Zo dient ook de gebruiker van een dagplaats te voldoen aan de brancheringsregels. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat een gevarieerd aanbod beschikbaar is. Daarnaast mag een aanvrager gedurende een kalenderjaar niet vaker dan negen keer een dagplaats op de betreffende markt hebben ingenomen. Daarmee wordt voorkomen dat een dagplaats in de praktijk een reguliere vaste-standplaatsvergunning wordt. Artikel 18. Persoonlijk innemen vaste standplaats; vervanging Eerste lid Een vergunninghouder is verplicht om zelf een vaste-standplaatsvergunning in te nemen, behoudens in geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden. Alternatief mag een vergunninghouder de vaste-standplaats ook laten innemen door een van zijn werknemers. Deze bepaling komt overeen met de bepaling in de huidige marktverordening. Hiermee wordt afgeweken van de voorbeeldverordening van de VNG. In laatstgenoemde verordening mag een vergunninghouder niet vertegenwoordigd worden door zijn werknemers. Paragraaf 4.

Straf- en handhavingsbepalingen In paragraaf 4 zijn verschillende straf- en handhavingsmaatregels opgenomen. Het college kan onder meer een standplaatsvergunning tijdelijk schorsen en/of een boete opleggen. Daarnaast bevat deze paragraaf zwaardere maatregelen zoals intrekking van de vastestandplaatsvergunning en zelf onmiddellijke verwijdering van het marktplein. Deze maatregelen kunnen onder andere worden gehanteerd in het geval de vergunninghouder en/of zijn personeel zich schuldig maken aan wangedrag. Wangedrag is een open norm. Per situatie dient beoordeeld te worden of sprake is van wangedrag. Daarnaast dient beoordeeld te worden welke maatregel gerechtvaardigd is op basis van de aard en het gewicht van het wangedrag. Bij wangedrag kan onder meer, doch niet uitsluitend, worden gedacht aan vervuiling, onheus bejegenen van derden en geweldsdelicten.

7

Artikel 30. Onmiddellijke verwijdering Onmiddellijke verwijdering van het marktplein is een zware maatregel die niet te lichtzinnig opgelegd mag worden. Dit betreft een vorm van bestuursdwang die spoedeisendheid veronderstelt. In spoedeisende gevallen kan deze vorm van bestuursdwang worden toegepast zonder voorafgaande last. Als de spoed zo groot is dat een besluit niet kan worden afgewacht, dan kan bestuursdwang onmiddellijk worden toegepast (artikel 5:31, tweede lid, van de Awb). In dat geval moet het besluit achteraf alsnog bekendgemaakt worden (artikel 5:31, tweede lid, in samenhang met artikel 5:24, derde lid, van de Awb).

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=c72ec478-927f-47d4-b681-b530351f4691