CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Tochtpad Noordeinde_31-01-2022.pdf

Besluitvormende raadsvergadering 23 juni 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan Tochtpad Noordeinde (2022-062)19.321 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan | Toelichting

Tochtpad Noordeinde

Gemeente Nieuwkoop

Datum: 31 januari 2022 Projectnummer: 200341.01 ID: NL.IMRO.0569.bpNETochtpad-on01

INHOUD 1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 4 7

2

Planbeschrijving

8

2.1 2.2

Bestaande situatie Toekomstige situatie

8 10

3

Beleidskader

13

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

13 22 25

4

Onderzoek en uitvoerbaarheidsaspecten

29

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Milieueffectrapportage Bedrijven en milieuzonering Bodem Geluid Geur Externe veiligheid Luchtkwaliteit Natuur Water Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Kabels en leidingen Spuitzones

29 30 31 32 33 34 41 43 44 50 51 52 53 54

5

Wijze van bestemmen

56

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Algemeen Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels De verbeelding

56 56 56 59 60 60

6

Economische uitvoerbaarheid

61

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

62

7.1 7.2

Overleg en inspraak Zienswijzen

62 62

Bijlagen             

Bijlage 1: Notitie bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) Bijlage 2: Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 5: Onderzoek externe veiligheid Bijlage 6: Ecologisch onderzoek Bijlage 7: Stikstofonderzoek Bijlage 8: Watertoets resultaat Bijlage 9: Aanvullend bodemonderzoek Bijlage 10: Reactienota wettelijk vooroverleg Bijlage 11: Adviesrapport Veiligheidsregio Holland Midden (VRHM) Bijlage 12: Stedenbouwkundig plan Bijlage 13: RO advies Omgevingsdienst West-Holland (ODWH)

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Aan het Tochtpad te Noordeinde ligt de Christelijke Daltonschool (CDBS) De Diamant. In 2021 zal de school het gebouw verlaten en ontstaat de mogelijkheid de schoollocatie te transformeren. Vanwege de grote behoefte aan betaalbare (huur)woningen bestaat de wens om de verouderde schoollocatie te transformeren naar woningbouwlocatie. In aanvulling daarop bestaat het voornemen het huidige buitenspeelterrein en een brede strook grond langs De Dobbe in de ontwikkeling te betrekken. Het woonprogramma bestaat uit 42 woningen, waarvan 16 studio’s, 18 startersappartementen en 8 levensloopbestendige woningen. Het geldende bestemmingsplan laat woningbouw niet toe in het plangebied. Om de woningen mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld door de gemeenteraad van Nieuwkoop. Een bestemmingsplan bestaat uit het juridische deel: de regels en verbeelding en uit een toelichting. Voorliggend document voorziet in een toelichting van het bestemmingsplan.

1.2

Ligging plangebied Het plangebied bevindt zich aan de westzijde van Noordeinde, in de gemeente Nieuwkoop (provincie Zuid-Holland). Het plangebied bestaat uit twee delen: het betreft de locatie van de huidige school (CDBS) en een strook grond langs De Dobbe. Op de navolgende luchtfoto’s is de ligging van het plangebied aangegeven. Voor de exacte ligging en begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.

Globale ligging van het plangebied (blauw) ten opzichte van de kern Noordeinde (Bron: PDOK Viewer).

3

De Dobbe

CBDS De Diamant

Globale begrenzing van het plangebied (blauw) (Bron: PDOK Viewer).

1.3

Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Kern Nieuwveen, Zevenhoven en Noordeinde’, zoals op 15 december 2016 vastgesteld door de gemeenteraad van Nieuwkoop. Daarnaast is voor een klein gedeelte van het plangebied de omgevingsvergunning ‘Parkeerplaats De Schinkel te Zevenhoven’ afgegeven, zoals op 4 september 2014 verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwkoop.

4

Plangebied

Plangebied

Uitsnede geldende bestemmingsplan ‘Kern Nieuwveen, Zevenhoven en Noordeinde’ met daarop het plangebied globaal omlijnd (rood) (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

Kern Nieuwveen, Zevenhoven en Noordeinde In het bestemmingsplan ‘Kern Nieuwveen, Zevenhoven en Noordeinde’ kent het plangebied de bestemmingen ‘Maatschappelijk’, ‘Groen’, ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ en voor een klein gedeelte de bestemming ‘Water’. Ook kent het plangebied in dit bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Leiding - Riool’ en de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone - 20ke’. Maatschappelijk Het plangebied heeft ter plaatse van de huidige school de bestemming ‘Maatschappelijk’. De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke functies en daarbij behorende functies zoals water en groenvoorzieningen, wegen en paden, parkeervoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. Het bestemmingsvlak is voorzien van een bouwvlak. Het bebouwingspercentage van dit bouwvlak bedraagt maximaal 50 procent. De maximum goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 4 en 8 meter.

5

Groen Het groen rondom de huidige school en de oostelijke groenstrook langs De Dobbe zijn voorzien van de bestemming ‘Groen’. Deze gronden zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van groenvoorzieningen, wandel- en fietspaden, parkeervoorzieningen, speelplaatsen en speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals bruggen en duikers. Ook daarbij behorende voorzieningen van algemeen nut, in- en uitritten voor aangrenzende bouwpercelen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming zijn toegestaan. Het speelplein van de huidige school kent tevens de aanduiding ‘speelvoorziening’, zodat hier speeltoestellen met een maximum hoogte van 4 meter zijn toegestaan. Verkeer - Verblijfsgebied De westelijke strook langs De Dobbe is voorzien van de bestemming ‘Verkeer Verblijfsgebied’. De voor ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen met een functie voor verkeer en verblijf, groenvoorzieningen en langzaam verkeersroutes, parkeervoorzieningen, waterpartijen en watergangen, kunstwerken, voorzieningen van algemeen nut, waterhuishoudkundige voorzieningen, speelterreinen en ambulante handel. Tevens zijn andere voorzieningen ten dienste van de bestemming toegestaan. Met uitzondering van gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut zijn hier geen overige gebouwen toegestaan.

Water Door het noordelijk gelegen deel van het plangebied loopt De Dobbe. Deze gronden hebben de bestemming ‘Water’. De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het ontvangen, bergen en/of afvoeren van water ten dienste van de waterhuishouding met de daarbij behorende werken en bouwwerken. Ook zijn extensief recreatief medegebruik, bestaande bruggen en dammen ten behoeve van de ontsluiting van woon- en bedrijfskavels en openbaar gebied en de aanleg en instandhouding van andere kunstwerken toegestaan. Verder zijn de daarbij behorende voorzieningen toegestaan binnen deze bestemming, zoals groenvoorzieningen, wegen en paden, steigers, waterhuishoudkundige voorzieningen, voorzieningen van algemeen nut en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. Leiding - Riool Aan de oostzijde van het plangebied ligt de dubbelbestemming ‘Leiding - Riool’. De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een rioolpersleiding met de daarbij behorende beschermingszone, waarbij de bestemming 'Leiding - Riool' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemmingen. Luchtvaartverkeerzone - 20ke Het gehele plangebied kent de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone - 20ke’.

Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - 20ke' geldt het vrijwaringsbeleid in de 20 KE zone rond Schiphol, en zijn geen nieuwe geluidgevoelige gebouwen en terreinen toegestaan zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, met uitzondering van: a woningen die in het bestaand stads- en dorpsgebied liggen;

6

b nieuwe woningen buiten bestaand stads- en dorpsgebied als het betreft: 1 woningbouw binnen de voormalige bebouwingscontour van de streekplannen uit 2003; 2 de toevoeging van ten hoogste enkele woningen in reeds aanwezige lintbebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied; 3 de toevoeging van ten hoogste enkele woningen volgens het principe ruimte voor ruimte, waarbij de ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd door de sloop van overtollige bebouwing en kassen; 4 het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerwoningen. Parkeerplaats De Schinkel te Zevenhoven Voor een stuk grond ten noorden van de huidige school is de omgevingsvergunning ‘Parkeerplaats De Schinkel te Zevenhoven’ afgegeven. Hiermee is voorzien in een kiss and ride voorziening tussen het speelterrein van de school en de busbaan. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er binnen de geldende bestemmingen geen woningen zijn toegestaan. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend document voorziet in een toelichting op het bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Deze toelichting is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 2) beschrijft de bestaande en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijk beleidskader van de verschillende overheden waaraan het plan is getoetst. Hoofdstuk 4 bevat de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. De toelichting sluit af met hoofdstukken over de opbouw, verantwoording en uitleg van de planregels (hoofdstuk 5), de economische uitvoerbaarheid (hoofdstuk 6) en de maatschappelijke uitvoerbaarheid (hoofdstuk 7).

7

2

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie Ontstaansgeschiedenis Noordeinde Noordeinde is een dorp behorende tot de gemeente Nieuwkoop. De omgeving van Nieuwkoop is ontstaan als een gemeenschap van veenontginners, die de moerasachtige omgeving hier hebben omgevormd tot weiland en akkers. De inwoners leefden vooral van de landbouw en veeteelt. Vanaf de zestiende eeuw werd het turfsteken echter de belangrijkste bron van inkomsten. Doordat veengronden massaal werden afgegraven ontstonden er grote en diepe plassen, beter bekend als de Nieuwkoopse plassen. Dit veroorzaakte veel wateroverlast. In de zeventiende eeuw werd de waterhuishouding in het gebied sterk verbeterd door de bouw van molens en sluizen en aan het aan het einde van de achttiende eeuw werd besloten tot de droogmaking van een gedeelte van de plassen. De resterende plassen vormen inmiddels een belangrijk recreatiegebied. Vandaag de dag is Noordeinde een dorp met circa 600 inwoners. Het plangebied De ruimtelijke structuur van Noordeinde wordt gekenmerkt door de twee ontsluitingswegen De Schinkel en Noordeinde. Hier bevinden zich woningen die gerealiseerd zijn in de jaren ’40 en ’50 van de vorige eeuw. In de jaren ’70 heeft het dorp zich op kleinschalige wijze verder uitgebreid, met woningen langs onder meer De Dobbe. De meest recente uitbreiding betreft de nieuwbouwlocatie ter plaatse van de Hofstraat.

Functioneel gezien wordt Noordeinde overwegend gevormd door woningbouw. Aan de noordzijde van het dorp bevindt zich enige bedrijvigheid alsmede een kerkgebouw. Ter plaatse van het plangebied bevindt zich het schoolgebouw van de Christelijke Dalton Basisschool (CDBS) De Diamant. Het bestaande gebouw is een typisch jaren ‘70 gebouw met een eenvoudige en herkenbare hoofdopzet. De bebouwing in het plangebied is verouderd en voldoet, onder andere door de bouwkwaliteit, niet meer aan de duurzaamheidswensen. Het plangebied is overwegend verhard, met uitzondering van het speelveld direct ten noorden van de school en het dierenparkje nabij de Jacob van Den Damstraat. Navolgend is een afbeelding te zien van de huidige situatie in het plangebied.

8

Huidige situatie plangebied, gezien vanaf de Jacob van Den Damstraat (Bron: Google Maps).

Naast de locatie van het schoolgebouw behoort een strook langs De Dobbe tot het plangebied. Dit stuk grond is op dit moment ingericht als agrarisch grasland, zoals navolgend is weergegeven.

Huidige situatie plangebied, gezien vanaf het Tochtpad (Bron: Google Maps).

9

2.2

Toekomstige situatie De wens bestaat om het verouderde schoolgebouw van de Christelijke Dalton Basisschool (CDBS) De Diamant te slopen en de locatie te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Bij de ontwikkeling zal tevens het huidige buitenspeelterrein van de school en een brede strook grond langs De Dobbe worden betrokken. Randvoorwaarden Na participatie met omwonenden en andere belanghebbenden is het woningbouwprogramma uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan c.q. voorkeursvariant (bijlage 12). Locatie De Diamant Ter plaatse van de huidige basisschool voorziet het stedenbouwkundig plan in de bouw van 8 levensloopbestendige woningen, 18 appartementen en een trapveld. De levensloopbestendige woningen worden aan de zuidzijde van het plangebied gesitueerd, aan weerszijden van een nieuw aan te leggen woonstraat haaks op de Jacob van den Damstraat. Het stedenbouwkundig plan voorziet in twee rijen van 4 (levensloopbestendige) woningen, bestaande uit één bouwlaag met kap. De hoekwoningen aan de zijde van de Jacob van den Damstraat worden in de bestaande rooilijn gesitueerd, waarmee een samenhangend straatbeeld tot stand komt en ruimte ontstaat voor de aanleg van een groenstrook tussen de beoogde nieuwe woningen en de bestaande woningen aan de Jacob van den Damstraat.

De achtertuinen van de levensloopbestendige woningen grenzen enerzijds aan het bestaande achterpad bij de woningen aan de Sint Janstraat (oostelijk bouwblok) en anderzijds aan de beoogde groenstrook aan de westzijde van het plangebied (westelijk bouwblok). Aanbevolen wordt de erfafscheidingen aan deze zijde zorgvuldig vorm te geven, om een zachte overgang naar het aangrenzende landschap te waarborgen.

10

Stedenbouwkundig plan (bron: Vollmer & Partners)

Centraal in deellocatie De Diamant is een appartementenblok met 18 startersappartementen beoogd. Het bouwblok bestaat uit twee bouwdelen, die haaks op elkaar zijn gepositioneerd (L-vorm). Het korte bouwdeel - direct achter de woningen aan de Sint Janstraat 15-19 – bestaat uit twee bouwlagen, het lange(re) bouwdeel, dat verder weg ligt van de bestaande woningen, bestaat uit drie bouwlagen zonder kap. Het appartementencomplex is daarmee – qua goot- en bouwhoogte – te vergelijken met een reguliere grondgebonden woning in twee lagen met kap. De appartementen oriënteren zich primair naar de nieuw aan te leggen woonstraten in het

11

plangebied en het aangrenzende landschap. De galerijen worden aan de achterzijde (zijde Sint Janstraat) gesitueerd. De appartementen op de begane grond beschikken over een kleine (voor)tuin, op de verdieping(en) worden balkons toegepast. Het appartementenblok is zodanig gesitueerd, dat er ruimte is voor een brede groenstrook tussen de beoogde nieuwbouw en de bestaande woningen aan de Sint Janstraat 23a en 23b. Het appartementencomplex wordt ontsloten via een nieuwe woonstraat haaks op het Tochtpad. Om te voorkomen dat de nieuwe woonstraten als sluiproute gaan fungeren, worden beide inprikkers - vanaf het Tochtpad en de Jacob van den Damstraat – niet op elkaar aangesloten. Het zijn beide doodlopende woonstraten. Wel is er een verbinding in halfverharding voorzien ten behoeve van hulpdiensten (in geval van calamiteiten). Deze verbinding wordt afgesloten met paaltjes. Aan de noordzijde van deellocatie De Diamant is ruimte gereserveerd voor een speelvoorziening annex trapveldje. Het trapveld heeft een minimale maat van 18 bij 30 meter. De westzijde van het plangebied wordt ingericht als groenstrook, waarmee de beoogde bebouwing landschappelijk kan worden ingepast en een groene overgang tussen stad en land tot stand komt. Bouwen is hier bovendien niet gewenst vanwege de aanwezige rioolpersleiding.

Locatie De Dobbe Het stedenbouwkundig plan voorziet in de bouw van twee blokken met elk 8 rug-aanrugwoningen (16 in totaal) op de locatie De Dobbe. Beide bouwblokken bestaan uit één bouwlaag met kap en kennen een meerzijdige oriëntatie, met enerzijds een gezicht naar De Dobbe en anderzijds een gezicht naar het aangrenzende landschap. Op deze wijze komt een hoogwaardige afronding van de dorpsrand tot stand, omdat geen sprake is van achterkantsituaties. Ook de beperkte bouwhoogte draagt bij aan een zachte overgang tussen stand en land. De bouwblokken worden zodanig gesitueerd dat er in de toekomstige situatie zicht is op het aangrenzende landschap vanaf De Dobbe en De Schinkel. De bestaande (A-)watergang parallel aan De Dobbe wordt verplaatst naar de westzijde van het plangebied en markeert de grens tussen het dorp en het aangrenzende landschap. Programma Het woonprogramma bestaat uit 42 woningen, waarvan 16 studio’s (sociale huur), 18 startersappartementen (goedkope koop) en 8 levensloopbestendige woningen (4 sociale huur en 4 betaalbare koop).

12

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3.

Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties Toetsing Het Rijk zet in de NOVI onder andere in op meer dichtheid, minder leegstand en verval, en meer groen en water. Het plangebied betreft een inbreidingslocatie binnen de kern Noordeinde, met aandacht voor voldoende groen en water(berging). Het plan is in lijn met het gestelde in de NOVI.

3.1.2

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft het kaderstellend beleid van het kabinet weer, waarmee ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau rekening dienen te houden. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuurnetwerk Nederland (NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen.

13

Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij het NNN en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van het NNN is bepaald dat niet het Rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in juridisch-planologische procedures te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Het plan is niet in strijd met het gestelde in de SVIR en het Barro. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking Vanuit het Rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening. Onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, moet worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwplan dat voorziet in de ontwikkeling van 12 1 woningen of meer wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling .

Gelet op jurisprudentie en het feit dat het voorgenomen plan ruimte biedt aan maximaal 42 woningen, is voorliggende ontwikkeling aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Volgens de provinciale Woningbehoefteraming 2021 is de daadwerkelijke woningbehoefte in de regio Holland Rijnland van 2021 tot met 2030 30.500 woningen. De provincie streeft naar een realistische programmering van 130% van de behoefte, dus een programmering van 39.650 woningen. Hiermee wordt rekening gehouden met planuitval. De planlijst 2021 bevat voor de periode 2021 t/m 2030 slechts 36.401 (119%) te aanvaarden woningen. Op basis van de provinciale Woningbehoefteraming is de Regionale woonagenda opgesteld. Hierbij is gekeken naar de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van woningbouwontwikkeling. Het doel is om het aanbod zo goed mogelijk te laten aansluiten op de toekomstige behoefte: de juiste typen woningen op de juiste plaats.

1

Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 25 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:953). 14

In de Regionale Woonagenda hebben de gemeenten afspraken met elkaar en met de provincie gemaakt over:  Een regionaal afgestemd kwalitatief en kwantitatief woningbouwprogramma met toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking en gebaseerd op de actuele Woningbehoefteramingen.  Voldoende sociale woningbouw in relatie tot de doelgroep.  Aandacht voor kansrijke woonmilieus.  Aandacht voor locaties binnen bestaand stads- en dorpsgebied of daaraan grenzend; in dat geval is er bijzondere aandacht nodig voor een multimodale ontsluiting en landschappelijke kwaliteiten. De grootste behoefte wordt gevormd door betaalbare woningen voor starters en senioren. Deze toevoeging is nodig om de autonome bevolkingsgroei op te vangen (de groei vanuit de gemeente zelf). Daarbij ligt de voorkeur om nieuwbouw te realiseren in de grotere kernen en binnen het bestaande stads- en dorpsgebied. Voorliggend plan draagt bij aan het realiseren van de woondoelen. Uit de meest recente woningbehoefteraming blijkt dat er binnen de regio nog een vraag naar woningen is. Er is sprake van een woonprogramma met voornamelijk kleinere woningen, waarmee wordt ingespeeld op de woonbehoefte van starters en senioren. Hiermee is aangetoond dat er sprake is van zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve behoefte.

Bovendien vindt de ontwikkeling plaats binnen bestaand stedelijk gebied (zie daarvoor ook paragraaf 3.2.2 van deze toelichting). Daarmee wordt geconcludeerd dat het plan de toetsing aan de Ladder positief heeft doorlopen. 3.1.4

Luchthavenindelingsbesluit Schiphol Op 1 november 2002 heeft het kabinet milieu- en veiligheidsregels voor het vijfbanenstelsel op Schiphol vastgesteld. De regels zijn opgenomen in het Luchthavenindelingbesluit (LIB, geactualiseerd op 1 januari 2018), waarin beperkingen worden gesteld aan het ruimtegebruik rond de luchthaven en het luchthavenverkeerbesluit (LVB), dat is gericht op de beheersing van de belasting van het milieu door het luchtverkeer. Deze regels zijn op 20 februari 2003 in werking getreden, op het moment dat Schiphol de vijfde baan (Polderbaan) in gebruik had genomen. Deze regels moeten door gemeenten in acht worden genomen bij bestemmingsplannen en bij omgevingsvergunningen (o.a. de voormalige bouw- of aanlegvergunningen). In het Luchthavenindelingbesluit zijn twee gebieden vastgesteld: het luchthavengebied en het beperkingengebied. Het plangebied valt binnen het beperkingengebied als bedoeld in kaartbijlage 2 van het LIB. Binnen het beperkingengebied worden weer verschillende deelgebieden (zones) onderscheiden met specifieke regels, te weten LIB 1 t/m 5 kaartbijlage 3 van het LIB (beperking bebouwing).

15

Toetsing In het Luchthavenindelingbesluit Schiphol zijn begrenzingen opgenomen voor het luchthavengebied en het beperkingengebied. Daaruit volgt dat het plangebied binnen het beperkingengebied ligt, zoals op navolgende kaart is weergegeven. Voor ontwikkelingen binnen het beperkingengebied gelden aanvullende regels. Deze regels zijn afhankelijk van de specifieke ligging van de ontwikkellocatie.

Uitsnede LIB Bijlage 2 ‘Het beperkingengebied’ met daarop de ligging van het plangebied globaal weergegeven (rode punaise) (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

Uit de overzichtskaart Beperking die hoort bij het LIB blijkt duidelijk dat er geen beperkingen zijn voor de hoogte van de beoogde woningbouw. De woningen en appartementen en bouwwerken geen gebouwen zijnde blijven heel ruim onder de 140 meter.

16

Uitsnede LIB Bijlage 4 ‘Maatgevende kaart toetshoogtes’ met daarop de ligging van het plangebied globaal weergegeven (rode ster)

De bouwhoogte voor beperkingen voor windturbines en vaste laserinstallaties. In het plangebied komen geen vaste laserinstallaties en ook geen windturbines.

Uitsnede LIB Bijlage 4a ‘Toetshoogte i.v.m. radar’ met daarop de ligging van het plangebied globaal weergegeven (rode ster)

Het plangebied ligt ruim buiten het beperkingsgebied voor vogelaantrekkende werking.

17

Uitsnede LIB Bijlage 5 ‘Beperking aantrekken vogels’ met daarop de ligging van het plangebied globaal weergegeven (rode ster)

Uitsnede beperkingengebied, plangebied is gelegen in LIB 5 ‘Afwegingsgebied geluid en externe veiligheid.

De locatie ligt binnen het beperkingengebied en valt voor beperking bebouwing alleen onder LIB 5: Afwegingsgebied geluid en externe veiligheid. Door een goede ruimtelijke ordening wil het Rijk voorkomen dat er meer mensen komen te wonen op plaatsen waar veel vliegtuiggeluid is. In het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) worden verschillende gebieden rond luchthaven Schiphol onderscheiden waar in meer of mindere mate beperkingen gelden voor het gebruik van die gebieden voor het realiseren van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen. In onderstaande figuur 1 zijn, naast het algemene beperkingengebied de voor het plangebied relevante beperkingengebieden uit het LIB weergegeven.

18

LIB bijlage 3: beperkingengebieden LIB

Het groen gearceerde gebied is het beperkingengebied geluidgevoelige gebouwen (LIB 4 contour). Het geel gearceerde gebied is het afwegingsgebied geluid en externe veiligheid (LIB 5 contour). Uit bovenstaande figuur is af te leiden dat het plangebied buiten de LIB 4 contour, maar geheel binnen de LIB 5 contour ligt. Op grond van artikel 2.2.1d van het LIB zijn buiten bestaand stedelijk gebied geen nieuwe woningbouwlocaties toegestaan. Echter, zoals in paragraaf 3.2.2 verder wordt beschreven laat het huidige bestemmingsplan op de onderhavige locatie reeds stedelijke functies (verkeer en stedelijk groen) toe. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat het plangebied zich geheel binnen bestaand stedelijk gebied bevindt, waardoor er op grond van het LIB geen beperkingen zijn. De ligging binnen het beperkingengebied leidt niet tot een belemmering voor het plan. Wel geldt op grond van bijlage 4a een beperking van de bouwhoogte tot maximaal 76 meter, in verband met radar (artikel 2.2.2a LIB). De maximaal toegelaten bouwhoogte in het bestemmingsplan blijft ruim onder deze toegelaten bouwhoogte. Daarnaast geldt een beperking van de hoogte voor windturbines. In het plan zijn echter geen windturbines voorzien. Omgevingsverordening provincie Zuid-Holland In de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland zijn in artikel 6.14 20 Kecontour Schiphol criteria voor woningbouw geformuleerd.

In artikel 6.14, lid 1 is aangegeven dat woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied toegelaten is. De ‘LIB-5 contour’ is identiek aan de voormalige ’20 Ke contour’ uit de Nota Ruimte. Binnen deze contour mogen geen woningbouwlocaties komen. Wel is het mogelijk om (onder voorwaarden, zie Verordening Ruimte) enkele woningen te bouwen. Uitgezonderd van de beperkingen zijn bouwmogelijkheden die al bestonden volgens 2 het in 2003 vigerende streekplan . In Zuid-Holland gaat het om gebieden binnen de rode contouren uit het genoemde streekplan, Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD) en om woningen die onder de ‘ruimte-voor-ruimte’- regeling vallen. In het geval dat binnen de LIB-5 contour wordt gebouwd, moet wel in het (steden)-bouwkundig 2

Streekplan Zuid-Holland van 19 februari 2003 en Zuid Holland Oost van 12 november 2003. 19

ontwerp rekening worden gehouden met de aanwezigheid van vliegtuiggeluid. Dit om de goede leefomgevingskwaliteit te waarborgen. Tegelijk met de in werking treding van het LIB heeft de provincie ZH een beleidsregel vastgesteld (de Beleidsregel wonen en vliegen 20 Ke contour Schiphol, PZH-2017590514465). Hierin staat uitgelegd op welke wijze de provincie ingediende plannen toetst en zonodig een aanwijzing geeft. Het plan ligt binnen de zgn. LIB-5 contour (voorheen 20 Ke). Hier is onder voorwaarden kleinschalige woningbouw mogelijk. De beoogde plannen voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in het LIB, in de Omgevingsverordening en in de Beleidsregel wonen en vliegen van de provincie. Beleidsregel wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol gemeente Nieuwkoop De Raad van de gemeente Nieuwkoop heeft op 11 mei 2017 de Beleidsregel wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol vastgesteld. In deze beleidsregel is vastgelegd op welke wijze hij vormgeeft aan de voorwaarden uit het LIB. Hierin staat o.a. beschreven op welke wijze hij ‘rekenschap’ geeft over geluidsbelasting van nieuwe woningen en eventuele maatregelen ter reductie van het geluidsniveau binnen de woningen, de ruimtelijke afweging motiveert en hoe zij voorlichting geeft aan nieuwe bewoners.

Gecumuleerd geluidniveau Bij de bepaling van het gecumuleerde geluidniveau worden de geluidniveaus van de verschillende geluidbronsoorten weg- en railverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai bij elkaar opgeteld. Dit geldt voor zover de voorkeurswaarden voor de betreffende geluidbronsoort overschreden worden; voor luchtvaartlawaai geldt de cumulatie voor locaties die liggen binnen de LIB-4 contour. Voor het plangebied zijn alleen wegverkeerslawaai en luchtvaartlawaai van belang. Uit het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai blijkt dat het geluid vanwege de in de omgeving van het plangebied aanwezige wegen voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB. De hoogst berekende geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de bouwvlakken voor de nieuwe woningen binnen dit plan bedraagt 45 dB, inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh. Omdat de voorkeurswaarde van het wegverkeerslawaai niet wordt overschreden is alleen het luchtvaartlawaai van belang. Verder geldt voor de uitwendige scheidingsconstructie van de nieuwe woningen dat deze op grond van het Bouwbesluit 2012 moet voldoen aan de standaard eis van 20 dB als bepaald in artikel 3.2. Voor luchtvaartlawaai geldt dat de geluidbelasting eerst omgerekend wordt naar een geluidniveau dat qua hinder vergelijkbaar is met wegverkeerslawaai.

In het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is voor luchtvaartlawaai de volgende rekenregel opgenomen: L*LL = 0,98 LLL + 7,03. Op basis van deze rekenregel is de geluidbelasting van luchtvaartlawaai van 54 dB qua hinder vergelijkbaar met wegverkeerslawaai van 60 dB Lden. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt 60 dB.

20

Beoordeling goede ruimtelijke ordening luchtvaartlawaai Bij de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening is uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting van 60 dB. Zoals hierboven aangegeven gelden er geen bijzondere voorwaarden vanwege andere geluidbronsoorten zoals wegverkeerslawaai, omdat voldaan wordt aan de van toepassing zijnde voorkeurswaarden als bepaald in de Wet geluidhinder. Ten aanzien van luchtvaartlawaai is in artikel 3.4, lid 2 van het Bouwbesluit 2012 de volgende voorwaarde opgenomen: Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie in een voor de luchthaven Schiphol op de kaarten in bijlage 3B, nummer 4, van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol aangewezen gebied of een krachtens de Wet luchtvaart vastgestelde 56 dB(A) Lden beperkingengebied of een vastgestelde 35 Ke-geluidzone bij een burgerluchthaven, heeft een zodanige volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering dat het karakteristiek geluidniveau in het verblijfsgebied ten hoogste 33 dB is. Daarbij wordt uitgegaan van de krachtens de Luchtvaartwet of de Wet luchtvaart bepaalde geluidbelasting op de uitwendige scheidingsconstructie. Deze voorwaarde is echter niet van toepassing op de te bouwen woningen in het plangebied, aangezien de planlocatie buiten de LIB-4 contour ligt.

Er gelden daarmee op basis van wettelijke regelgeving geen aanvullende voorwaarden ten aanzien van de bouwkundige uitvoering van de te realiseren woningen. Uit het bovenstaande en omdat geen hogere waarde vastgesteld hoeft te worden vanwege wegverkeerslawaai, volgt dat op grond van het Bouwbesluit 2012 alleen de standaardeis voor de karakteristieke geluidwering van 20 dB geldt. Uitgaande van het gecumuleerde geluidniveau van 60 dB, houdt dit in dat het geluidniveau in de woningen 40 dB zal bedragen. Dit is vanuit het oogpunt van gezondheid geen optimale situatie. Het bevoegd gezag is dan ook van oordeel dat er, gelet op de gecumuleerde geluidbelasting van 60 dB, niet zonder meer sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Maatregelen aan de bron en in de overdracht zijn in het kader van vliegverkeer (op plaatselijk niveau) niet mogelijk, zodat vrijwel alleen gevelmaatregelen als mogelijke voorziening getroffen kunnen worden. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en het bereiken van een goed woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners heeft het bevoegd gezag aangesloten bij de in artikel 3.4, lid 2 van het Bouwbesluit 2012 gestelde eis.

In de regels is een voorwaarde opgenomen waarin is aangegeven dat de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructies zodanig moet zijn dat het geluidniveau in de woningen niet meer bedraagt dan 33 dB is. Hiermee wordt een acceptabel binnenniveau in de te realiseren woningen gerealiseerd met een vergelijkbaar beschermingsniveau als voor rail- en wegverkeerslawaai geldt.

21

3.1.5

Conclusie Wanneer de gestelde eis van artikel 3.4, lid 2 uit het Bouwbesluit 2012 wordt gevolgd, zal een acceptabel binnenniveau behaald worden bij de te realiseren woningen. Zodoende zal er sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. In de fysieke leefomgeving ziet de provincie zes richtinggevende ambities, te weten:  Naar een klimaatbestendige delta  Naar een nieuwe economie: the next level  Naar een levendige meerkernige metropool  Energievernieuwing  Best bereikbare provincie  Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving De provincie Zuid-Holland zet in de Omgevingsvisie onder andere in op ontwikkelingen met een passende ruimtelijke kwaliteit. Tevens wil de provincie de bebouwde ruimte beter benutten en de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte verbeteren. In het kader van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving wenst de provincie woningbouw te realiseren in combinatie met onder meer natuurinclusieve maatregelen. Met dit plan wordt aan deze ambitie bijgedragen door het realiseren van betaalbare appartementen in combinatie met natuurinclusieve maatregelen, zoals het realiseren van groene gevels en daken. Ten aanzien van de ambitie energievernieuwing wordt in de provinciale Omgevingsvisie gesteld dat Zuid-Holland op dit moment een van de meest energie intensieve regio’s van Europa is.

Daarom wenst de provincie haar energieaanpak te vernieuwen. Dit doet de provincie bijvoorbeeld met het uitbreiden van warmtenetten. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De gestelde ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Toetsing Met voorliggende ontwikkeling wordt verouderde bebouwing vervangen door woningbouw in de vorm van studio’s, appartementen en levensloopbestendige woningen. Hiermee krijgt het plangebied een toekomstbestendige invulling en wordt bovendien voorzien in de woningbehoefte van doelgroepen die het lastig hebben in de huidige woningmarkt. Daarmee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de 22

leefbaarheid van het dorp. Bovendien ontstaat door de woningbouw meer draagvlak voor voorzieningen in de omgeving van Noordeinde. Tot slot worden de nieuwe woningen conform de huidige BENG-normen gebouwd, waarmee een belangrijke slag wordt geslagen als het gaat om het verduurzamen van de fysieke leefomgeving. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in lijn is met de ambities uit de Omgevingsvisie van Zuid-Holland. 3.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland De Omgevingsvisie Zuid-Holland beschrijft het strategische beleid van de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsverordening bevat de ruimtelijke regelgeving. De Omgevingsverordening is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; b doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften; en c zorgvuldig beheren, beschermen en ontwikkelen van de natuur, gelet op de intrinsieke waarde, dierenwelzijn, het behouden en herstellen van de biologische diversiteit, economische belangen, volksgezondheid en openbare veiligheid. Toetsing Bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) In artikel 6.14 van de omgevingsverordening is een regeling opgenomen voor de realisatie van woningbouw binnen de 20 Ke-contour rond Schiphol. Het plangebied ligt binnen deze contour.

Artikel 6.14 bepaalt dat: ‘Voor de gronden binnen de 20 Kecontour, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 13 in bijlage II, een bestemmingsplan kan voorzien in nieuwe woningen, uitsluitend binnen het bestaand stads- en dorpsgebied.’ Uit Bijlage I bij de Omgevingsverordening en de toelichting bij de Omgevingsverordening volgt dat de provincie met de term ‘bestaand stads- en dorpsgebied’ (BSD) in de basis hetzelfde bedoelt als de wetgever met het begrip ‘bestaand stedelijk gebied’ in artikel 1.1.1, onder h, van het Bro. Of sprake is van bestaand stedelijk gebied in de zin van het Bro, dient blijkens de rechtspraak van de Afdeling van geval tot geval te worden bezien. Medio 2017 heeft de Afdeling een overzichtsuitspraak gedaan over de Ladder voor duurzame verstedelijking, waarin onder meer wordt ingegaan op de vraag welke aspecten een rol spelen bij de beantwoording van de vraag wanneer sprake is van ‘bestaand stedelijk gebied’. Voor wat betreft de locatie van basisschool De Diamant bestaat hierover geen discussie. Dit gedeelte van het plangebied is reeds in gebruik voor stedelijke voorzieningen, waaronder een school en speelveld, en is ook als zodanig bestemd in het geldende bestemmingsplan. Zodoende is sprake van een ligging binnen bestaand stedelijk gebied.

23

Voor locatie De Dobbe is dit echter minder vanzelfsprekend, omdat dit gedeelte van het plangebied momenteel als grasland in gebruik is en daardoor ogenschijnlijk buiten 3 bestaand stedelijk gebied lijkt te liggen. In een separate notitie (die als bijlage 1 bij deze toelichting is opgenomen) is uitgebreid uiteengezet waarom het voorliggende plangebied – en locatie De Dobbe in het bijzonder – in planologische zin in zijn geheel is aan te merken als bestaand stedelijk gebied. Belangrijkste argumenten hiervoor zijn dat locatie De Dobbe in het geldende bestemmingsplan reeds is voorzien van een stedelijke functie. De betreffende gronden zijn immers bestemd als ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Ter plaatse mogen onder meer lichtmasten en terreinafscheidingen worden gebouwd. Hoewel deze voorzieningen niet direct kunnen worden aangemerkt als ‘bebouwing’, gaat het wel om stedelijk groen en infrastructuur ten behoeve van een stedelijke functie in de onmiddellijke nabijheid van woningen (en andere stedelijke functies). Niet van belang is of deze voorzieningen daadwerkelijk aanwezig zijn. Bepalend is dat het vigerende bestemmingsplan deze voorzieningen juridischplanologisch nu al toelaat. Subsidiair dient te worden vermeld dat de locatie aan drie zijden wordt omsloten door stedelijke functies in de vorm van woningen (aan de noordzijde) en infrastructuur (aan de oost- en zuidzijde).

Mede gelet op het voorgaande is locatie De Dobbe in de omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland aangemerkt als ‘Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD). Nu sprake is van BSD, is het verbod op de realisering van nieuwe woningen binnen de 20 Ke-contour, zoals bedoeld in artikel 6.14 van de Omgevingsverordening, in zoverre niet van toepassing. Wel moet het bestemmingsplan voorzien in een bijzondere motivering die beschrijft welke belangen met de woningbouw worden gediend en waaruit voorts blijkt hoe de raad zich rekenschap geeft van het geluid vanwege het luchtverkeer (artikel 6.14, derde lid, van de Omgevingsverordening, zie ook de Beleidsregel wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol, vastgesteld door de gemeenteraad). Voor een beschrijving van de belangen die gepaard gaan met de beoogde woningbouw wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. Voor een toetsing aan het Luchthavenindelingsbesluit wordt verwezen naar paragraaf 3.1.4. Overige provinciale belangen Het plan raakt geen van de overige provinciale belangen, zoals vermeld in de Omgevingsverordening. In algemene zin geldt wel dat een plan een bijdrage moet leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. In Zuid-Holland - dat zich onderscheidt door het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen - is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang.

Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Met onderhavige ontwikkeling wordt ingespeeld op de woningbehoefte van starters en senioren. Het plan verhoogt de toekomstbestendigheid van het plangebied, waarbij 3

Wille Donker Advocaten (2021). Notitie bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). De Dobbe, Zevenhoven. 6 april 2021. 24

verouderde bebouwing wordt vervangen door nieuwbouw. Zodoende draagt de beoogde ontwikkeling bij aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. 3.2.3

Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met het provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Nieuwkoop Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad de omgevingsvisie Nieuwkoop vastgesteld. Het is het resultaat van een uitvoerig participatietraject dat samen met de Nieuwkoopse samenleving is doorlopen. De omgevingsvisie voorziet bij uitstek in een integrale, samenhangende visie op de toekomst van de gemeente Nieuwkoop. Deze geeft op basis van gezamenlijk geformuleerde waarden richting en ruimte aan opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Omgevingsvisie Nieuwkoop heeft zijn oorsprong in de Structuurvisie Nieuwkoop 2040: ondernemend, groen en duurzaam (2009). Halverwege 2016 is deze structuurvisie herijkt en vormt ook de input voor de omgevingsvisie. De omgevingsvisie Nieuwkoop zal zich de komende jaren blijven ontwikkelen. Onze omgevingsvisie helpt antwoord te geven op de belangrijkste opgaven, waar de gemeente de komende jaren mee te maken krijgt. De gemeente heeft drie ambities geformuleerd:  Gelukkige mensen: Mensen wonen, werken en recreëren graag in de gemeente en dat wil de gemeente zo houden! Geluk, gezondheid en eigen initiatief staan in de visie daarom centraal. De gemeente wil met de bewoners werken aan een gezonde, sociale leefomgeving met kansen voor iedereen, bijvoorbeeld op een woning, goed onderwijs en genoeg ruimte om te bewegen en te ontmoeten.

 Sterke dorpen: Ondernemers, organisaties en verenigingen máken de dorpen! Samen met de ondernemersorganisaties en verenigingen werkt de gemeente aan toekomstbestendige kernen en plekken met een eigen karakter en een gevarieerd aanbod aan woningen, winkels en voorzieningen. Goed verbonden met de regio en met een mooie balans tussen levendigheid en rust en tussen vernieuwing en historie.  Groene toekomst: Onze gemeente is groen! De gemeente versterkt de waarden en de vitaliteit van het bijzondere landschap waarin landbouw, tuinbouw, natuur, het opwekken van energie en recreatie een sterk geheel vormen. Met verschillende partijen werkt de gemeente zo aan een duurzame, groene toekomst. Toetsing Met dit bestemmingsplan worden 42 woningen mogelijk gemaakt. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een analyse gemaakt van de ruimtelijke structuur van de kern, die als basis heeft gediend voor het stedenbouwkundig plan. De voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een logische afronding van het dorp aan de westzijde en een hoogwaardige entree. In de Omgevingsvisie wordt gesteld dat primair gebouwd moet worden voor de eigen behoefte, in het bijzonder voor starters en senioren. De beoogde realisatie van (een gedifferentieerd aanbod aan) betaalbare en

25

levensloopbestendige woningen sluit hier op aan. Het plan draagt bij aan de ambitie ‘sterke dorpen’, waarin toekomstbestendigheid en variatie in aanbod centraal staan. De ontwikkeling voorziet enerzijds in een gevarieerd woningaanbod, door verschillende woningtypen te realiseren (studio’s, appartementen, levensloopbestendige woningen). Anderzijds draagt het plan bij aan de toekomstbestendigheid van de gemeente, door zich te richten op starters en senioren. Ook draagt het plan bij aan de ambitie ‘groene toekomst’, door in het plangebied veel aandacht te hebben voor groen. , Dit draagt bij aan een aantrekkelijke afronding van de dorpsrandzone van Noordeinde. Daarnaast sluit de beoogde ontwikkeling in functioneel opzicht goed aan bij de reeds aanwezige functies in de directe nabijheid van het plangebied, die hoofdzakelijk bestaat uit wonen. 3.3.2

Woonvisie 2016-2025 In de Woonvisie Nieuwkoop (vastgesteld 6 oktober 2016) wordt het wensbeeld van de gemeente Nieuwkoop anno 2025 beschreven als een hoogwaardig woon- en leefklimaat, dat door het groen, water, ruimte en geografische ligging in de Randstad een aantrekkelijke gemeente is om te wonen. Om de doelstelling van de visie te realiseren, zijn de opgaven thematisch onderverdeeld in; 1 Een aantrekkelijke gemeente door een vitale dorpenstructuur met een divers aanbod aan voorzieningen en gemengde bevolkingssamenstelling door het behouden en aantrekken van jongeren en gezinnen; 2 Een betaalbare en beschikbare voorraad door het focussen op de realisatie van sociale huurwoningen en woningen voor middeninkomens; 3 Wonen met zorg en welzijn door meer aandacht te besteden aan langer thuis wonen, beschikbare ondersteuning en levensloopbestendige woningen, zodat langer thuis blijven wonen mogelijk is. De woonvisie vraagt specifiek aandacht voor aanstaande veranderingen in de bevolkingssamenstelling (kleinere huishoudens), de sociale huur, jongeren en starters, (jonge) gezinnen, middeninkomens, spoedzoekers en ouderen. Toetsing Voorliggend plan draagt bij aan het realiseren van de verschillende woondoelen. Er is sprake van een woonprogramma waarmee in belangrijke mate wordt ingespeeld op de woonbehoefte van starters en senioren, alsmede de behoefte aan sociale huur.

Daarmee is de voorliggende ontwikkeling in lijn met de gemeentelijke woonvisie.

3.3.3

Integraal woningbouwprogramma Nieuwkoop 2020 en Verordening doelgroepen woningbouw Nieuwkoop 2020 De gemeente heeft de wens om snel aan de slag te gaan om de (grote) woningnood te verminderen, waarvoor het Integraal woningbouwprogramma Nieuwkoop is opgesteld. De bedoeling van dit integrale woningbouwprogramma is dat er een ‘inhaalslag’ wordt gemaakt voor woningen specifiek bestemd voor bepaalde doelgroepen. Op 9 juli 2020 heeft de gemeenteraad het Integraal woningbouwprogramma Nieuwkoop 2020 vastgesteld, waarbinnen de nadruk ligt op het specifiek bouwen van betaalbare woningen voor de doelgroepen starters, ouderen en jonge gezinnen en op 26

bouwen voor doorstroming. Dit resulteert, tot en met het jaar 2022, in een programma van nieuwe locaties met minder grondgebonden woningen en meer tweekamer(jongeren) en driekamerappartementen (ouderen). Om te zorgen dat de woningen die gerealiseerd worden voor specifieke doelgroepen ook daadwerkelijk aan deze groepen worden toegewezen en behouden blijven, is tevens de ‘Verordening doelgroepen woningbouw Nieuwkoop 2020’ opgesteld. Deze doelgroepenverordening is een sturingsinstrument waarin, voor de categorieën sociale huur, middenhuur, goedkope koop en particulier opdrachtgeverschap, bepaald wordt wat de maximum prijsgrenzen, de bijbehorende doelgroepen en instandhoudingstermijnen mogen zijn. Met deze verordening kan de gemeente onder andere uitvoering geven aan de woonvisie en het vast te stellen woningbouwprogramma. Toetsing In dit plan wordt ingespeeld op de woonbehoefte van starters en senioren, alsmede de behoefte aan sociale huur. Deze doelgroepen worden specifiek benoemd in het integrale woningbouwprogramma, als zijnde groepen waar de grootste nadruk op moet liggen in toekomstige ontwikkelingen. In het bestemmingsplan is het percentage minimaal te realiseren sociale huur en goedkope koopwoningen vastgelegd. In de definities van deze categorieën wordt, voor de instanthoudingstermijn, verwezen naar de ‘Verordening doelgroepen woningbouw Nieuwkoop 2020'.

Daarmee is de voorliggende ontwikkeling in lijn met het integrale woningbouwprogramma en de Verordening doelgroepen woningbouw. 3.3.4

Beleidskader Duurzaamheid en Duurzaamheidsprogramma 2021-2024 De gemeente Nieuwkoop wil graag een duurzame gemeente zijn, waarin niet alleen aandacht is voor het 'hier' en 'nu', maar ook voor het 'daar' en 'later'. Duurzaamheid houdt in dat bij alle ontwikkelingen, beleid, plannen en activiteiten gezocht wordt naar een optimale balans tussen leefbaarheid, ecologie en economie. Duurzaamheid houdt ook solidariteit in. Solidariteit tussen huidige en toekomstige generaties. In de duurzaamheidsagenda geeft de gemeente aan welke maatregelen zij neemt op het gebied van duurzaamheid en welke resultaten zij behaalt. Op 28 mei 2020 heeft de gemeenteraad het Beleidskader Duurzaamheid vastgesteld. Het beleidskader geeft de ambities en doelstellingen weer die de gemeente op gebied van duurzaamheid wil realiseren. Het is een richtinggevend kader voor het Duurzaamheidsprogramma, waarmee uitvoering wordt gegeven aan het beleid. Het Duurzaamheidsprogramma Nieuwkoop 2021-2024 – dat op 18 maart 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld - is het uitvoeringsprogramma dat projecten en activiteiten bevat waarmee een belangrijke stap gezet wordt op de route naar een duurzaam Nieuwkoop. Het Duurzaamheidsprogramma 2021-2024 heeft de ambities voor de korte termijn vertaald naar de uitvoeringspraktijk.

De gemeente wil met dit programma transparant zijn en laten zien waar ze, met partners en inwoners, al mee bezig is en waar ze mee doorpakt. Voor het jaar 2021 zijn de activiteiten concreet beschreven. De doorkijk naar de jaren daarop, 2022-2024, is in meer algemene bewoordingen weergegeven. Verder bevat het de financiële en communicatieve

27

consequenties van de uitvoering en geeft het de wijze van monitoring en evaluatie weer. Toetsing Bij alle nieuwbouwprojecten wordt ingezet op een zo duurzaam mogelijke ontwikkeling en duurzaam bouwen. De beoogde woningen worden gebouwd conform de huidige BENG-normen (o.a. gasloos). Daarnaast is er in het stedenbouwkundig plan veel aandacht en ruimte voor groen. Groen zorgt voor verkoeling door middel van schaduwwerking en verdamping. Daarnaast vangt groen fijnstof en andere vervuilende stoffen in de lucht af. Ook heeft groen een functie om wateroverlast tegen te gaan, groen neemt namelijk water op en groenstroken zorgen er voor dat water kan infiltreren in de bodem. 3.3.5

Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met het gemeentelijk beleid.

28

4

Onderzoek en uitvoerbaarheidsaspecten Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het verplicht om te bekijken in hoeverre de voorgenomen ontwikkeling gevolgen kan hebben op de aspecten: milieu, ecologie, water, archeologie en cultuurhistorie. In dit hoofdstuk is beschreven wat de gevolgen van dit plan kunnen zijn op die aspecten en is een planologische verantwoording gegeven. Ook is er een watertoets opgenomen.

4.1

Milieueffectrapportage Algemeen Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor projecten met grote milieugevolgen, een plan-m.e.r. op te stellen. Onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk om na te gaan of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Het mag duidelijk zijn dat wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, deze beoordeling beknopt kan zijn. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling is aan te merken als een activiteit genoemd onder D.11.2 (stedelijke ontwikkelingen) van de bijlage behorend bij het Besluit milieueffectrapportage.

De bouw van een multifunctionele accommodatie [MFA] en een appartementengebouw bestaande uit 18 eenheden kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen en/of 25 hectare. Dit betekent dat er geen sprake is van een zogenaamd kaderstellend plan waarvoor een milieueffectrapport moet worden opgesteld op basis van artikel 7.2, tweede lid van de Wet milieubeheer. Wel dient op basis van artikel 2, vijfde lid onder b van het Besluit milieueffectrapportage, een vormvrije m.e.r.beoordeling te worden uitgevoerd. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is 4 een vormvrije m.e.r.- beoordeling uitgevoerd (bijlage 2). Hieruit blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor alle milieuaspecten geldt dat er geen significant negatief effect optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Conclusie Gelet op de kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zullen er geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Er zijn geen ernstige milieugevolgen te verwachten die het nodig maken een milieueffectrapportage te doorlopen.

4

SAB (2021), Vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Tochtpad, Noordeinde’. 22 juni 2021. 29

4.2

Bedrijven en milieuzonering Algemeen Indien door middel van een ruimtelijke ontwikkeling nieuwe, gevoelige functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu mogelijk kan worden gemaakt. Hierbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies met een milieuzone. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is 5 de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningenhoreca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.

Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies gelegen buiten betreffend perceel. Toetsing Dit plan voorziet in de realisatie van hindergevoelige functies (woningen). In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich vrijwel geen hinder veroorzakende functies. De locatie Tochtpad 1 heeft een woonbestemming, al lijkt deze locatie in gebruik als hobbymatige schapenhouderij. In onderhavig document wordt uitgegaan van de juridisch en planologische status en dat is in deze de bestemming ‘Wonen’. Aan de rand van het plangebied ligt een rioolgemaal, die als nutsvoorziening bestemd is. Het gemaal is grotendeels ondergronds gesitueerd. Bovengronds staat een besturingsgebouwtje en een kokerprofiel. Een rioolgemaal valt onder categorie 2 van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’, 2009. Hiervoor geldt een gewenste afstand tot een rustige woonwijk van 30 meter. In de huidige situatie heeft het gemaal een afstand tot de bestaande bebouwing van ongeveer 10 meter. Het voorliggende bestemmingsplan maakt woningen op ongeveer 20 meter vanaf het gemaal mogelijk. Het rioolgemaal is een meldingsplichtige inrichting, waar geen milieuvergunning voor nodig is.

Dat houdt in dat er weinig hinder vanuit de activiteit naar de omgeving optreedt, ofwel de hinder mag niet buiten het terrein van het bedrijf/inrichting waarneembaar zijn. Op het moment dat er hinder waarneembaar is, dient de hinder weggenomen te worden. Geconstateerd wordt dat formeel een richtafstand van 30 meter voor geur geldt, maar van deze afstand kan zonder problemen worden

5

VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’, 2009. 30

afgeweken doordat er geen geurhinder aanwezig is, dan wel vergund is. Er zijn klachten geen bekend. Gezien de omvang van het gemaal en de afstand tot reeds aanwezige woningen (minder dan 10 m), zal het gemaal niet tot problemen leiden bij de toekomstige woningen. Gelet op het feit dat het plangebied op voldoende afstand is gelegen van overige hinderveroorzakende functies en dit plan niet voorziet in de realisatie van een hinderveroorzakende functie, is een nadere beschouwing in het kader van bedrijven en milieuzonering niet benodigd. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=23764793-5b95-4172-9c97-e45cbb3cf592