Toelichting met bijlagen - Nieuwveens Jaagpad 12a Nieuwveen
Tekst van het document
Op het Nieuwveens Jaagpad 12 was glastuinbouw met een inpandige ingemetselde 1.000 liter bovengrondse HBO-tank in lekbak aanwezig (op zuidelijk deel perceel circa 25 meter van de onderzoekslocatie). Uit bodemonderzoek uit 2001 blijkt dat de bodem niet noemenswaardig verontreinigd is. De bodem was maximaal licht verontreinigd en de resultaten gaven geen aanleiding tot nader onderzoek.
Op het Nieuwveens Jaagpad 20 heeft in 1998 een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. De grond bleek ook hier maximaal licht verontreinigd. Er was geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek.
Op het Nieuwveens Jaagpad 13 heeft in 2011 een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Er is of was een brandstoftank aanwezig en voor dit perceel is aangegeven dat er sprake is van een demping. De demping / voormalige sloot is niet of onvoldoende onderzocht. Verder gaven resultaten geen aanleiding tot nader onderzoek.
Nadien hebben op het Nieuwveens Jaagpad 13 nog enkele bodemonderzoeken plaatsgevonden, waarbij dempingsmateriaal in de vorm van huishoudelijk afval is aangetroffen. Er was (onder andere) sprake van een verontreiniging met asbest. In 2019 heeft ter plaatse een (bodem)sanering plaatsgevonden. Er is voldoende gesaneerd. De verontreiniging was aanwezig tot een maximale diepte van 1,5 m-mv.
Verder zijn bij de omgevingsdienst geen gegevens bekend die kunnen duiden op de aanwezigheid van een mogelijke verontreiniging op en/of nabij de onderzoekslocatie. Van het Jaagpad 13 zijn de relevante onderzoeken aan ons toegezonden en van de overige genoemde percelen zijn alle beschikbare onderzoeken aangeleverd.
5
Verkennend bodemonderzoek; Nieuwveens Jaagpad 12(a) te Nieuwveen Projectnummer: P21M0131 Datum: 26 januari 2022
Op basis van het bovengenoemde is in de omgeving, maar ook op de onderzoekslocatie, een voormalige sloot aanwezig. Op basis van het onderzoek op het Nieuwveens Jaagpad 13 kan er sprake zijn van verontreinigd dempingsmateriaal. Op oude topografische kaarten zijn de oude watergangen ook zichtbaar. Met name op basis van het kaartmateriaal van het Jaagpad 13 is de ligging van een voormalige watergang over de onderzoekslocatie weergegeven op de tekening die is opgenomen in de kaartenbijlage van deze rapportage (deellocatie B). Verder komen uit het vooronderzoek geen gegevens naar voren die kunnen duiden op de aanwezigheid van een mogelijke verontreiniging op de onderzoekslocatie. 2.4. Bodemopbouw en geohydrologie De onderzoekslocatie ligt globaal op 1,6 -NAP. Een overzicht van de verwachte bodemopbouw is in onderstaande tabel weergegeven. De werkelijke bodemopbouw op de onderzoekslocatie kan hier van afwijken.
De grondwaterstand bedraagt circa 0,6 meter beneden maaiveld (m-mv). Aangezien de locatie in een polder is gelegen en de ondiepe bodem voornamelijk bestaat uit veen, is de verwachting dat er geen sprake is van een duidelijke grondwaterstromingsrichting. De lokale grondwaterstromingsrichting kan worden beïnvloed door ten westen van de onderzoekslocatie gelegen vaart. Het waterpeil in de vaart ligt hoger dan op de onderzoekslocatie. In de winter zal deze een drainerende functie hebben en in de zomer een infiltrerende functie.
6
Verkennend bodemonderzoek; Nieuwveens Jaagpad 12(a) te Nieuwveen Projectnummer: P21M0131 Datum: 26 januari 2022
2.5. Hypothesestelling Op basis van het hiervoor omschreven vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. De aanname ten aanzien van eventuele bodemverontreiniging is in het navolgende omschreven. Deellocatie A: overig terrein. Deellocatie A omvat het gehele perceel. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 1.865 m². Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit niet of slechts in lichte mate is aangetast. Er is geen sprake van een lijnvormige bron. De hypothese voor deellocatie A luidt '(kleinschalig) onverdacht (ONV-NL)'. Op basis van de eerste onderzoeksresultaten is de hypothese gewijzigd naar verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’ en het onderzoek uitgebreid. Meer informatie hierover is weergegeven in de onderzoeksopzet. Deellocatie B: voormalige sloot Deellocatie B betreft de bodem ter plaatse van een voormalige sloot. Op basis van naburig voorgaand onderzoek en uitgevoerde bodemsanering is de bodem tot een diepte van maximaal 1,5 m-mv verdacht op de aanwezigheid van dempingsmateriaal. De hypothese voor deellocatie B luidt ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’.
7
Verkennend bodemonderzoek; Nieuwveens Jaagpad 12(a) te Nieuwveen Projectnummer: P21M0131 Datum: 26 januari 2022
8
Verkennend bodemonderzoek; Nieuwveens Jaagpad 12(a) te Nieuwveen Projectnummer: P21M0131 Datum: 26 januari 2022
3.
VERKENNEND ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING
In het navolgende worden de opzet en de uitvoering van het onderzoek behandeld. Daarbij wordt ingegaan op de onderzoeksstrategie, het veldwerkprogramma en het laboratoriumonderzoek. 3.1. Onderzoeksstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie zijn de in hoofdstuk 1 genoemde NEN normen als richtlijn gehanteerd. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. De onderzoeksstrategie is in het navolgende omschreven. Deellocatie A: overig terrein De hypothese voor deellocatie A luidde in eerste instantie ‘(kleinschalig) onverdacht (ONV-NL)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als beschreven in § 5.1 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden. Het onderzoek heeft zich gericht op de parameters van het standaardpakket voor grond en grondwater. Ter plaatse van het parkeerterrein is één boring (106) afgewerkt tot inspectiegat om de verharding / bodem beter te kunnen beoordelen op de aanwezigheid van bodemvreemde materialen als puin om te bepalen of een bodemonderzoek op asbest conform NEN 5707 noodzakelijk is. Er is ter plaatse sprake van een grindverharding met onderliggend een fundatie met puingranulaat (product). In de bodem zijn geen bijmengingen met puin waarneembaar, zodat een onderzoek conform NEN 5707 niet noodzakelijk is.
Op basis van de eerste resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan de bovengrond van de onderzoekslocatie niet worden gezien als ‘onverdacht’. Voor de bovengrond van de onderzoekslocatie is de onderzoeksstrategie herschreven naar ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’. Het onderzoek is uitgebreid zodat wordt voldaan aan § 5.6 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. Ten eerste zijn de deelmonsters van een mengmonster separaat geanalyseerd op lood en zijn ten behoeve van de voormalige sloot aanvullende boringen geplaatst, die deels ook gebruikt zijn voor het verder onderzoeken van de bovengrond. Deellocatie B: voormalige sloot De hypothese voor deellocatie B luidt ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VEDHE)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.6 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. Op basis van naburig voorgaand onderzoek en uitgevoerd bodemsanering is de bodem tot een diepte van maximaal 1,5 m-mv verdacht op de aanwezigheid van dempingsmateriaal. Op deze diepte was de slootbodem aanwezig. De boringen zijn doorgezet tot 0,5 meter onder de verdachte bodemlaag. De boringen zijn in ‘raaien’ verricht die loodrecht op de sloot staan. Op deze wijze kan een voormalige watergang ook worden
9
Verkennend bodemonderzoek; Nieuwveens Jaagpad 12(a) te Nieuwveen Projectnummer: P21M0131 Datum: 26 januari 2022
gevonden als de ligging afwijkt van de bij ons beschikbare tekeningen en kaarten. De voormalige watergang is verdacht op dempingsmateriaal (in de vorm van puin en/of huisvuil) en/of slib. Beiden zijn zintuiglijk goed waarneembaar zodat op de zintuiglijke waarnemingen een monsterselectie gemaakt kan worden van de meest verdachte bodemlagen. De boringen 1 en 2 van deellocatie A zijn ook geschikt van het onderzoek van deellocatie B, waardoor de afzonderlijke raaien (3 stuks) niet overal gelijkmatig verdeeld zijn. Anderzijds worden enkele boringen van deellocatie B weer gebruikt voor het nader onderzoek van de aangetoonde matige verhogingen aan lood op deellocatie A. 3.2. Veldwerkprogramma De boringen en de bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd onder certificaat en in overeenstemming met de protocollen 2001 en 2002 (beiden versie 6). Het veldwerk is uitgevoerd door D. Karsten van Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. op 18 en 25 november en 16 december 2021. Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, verdachte geuren en kleuren en eventuele bodemvreemde bestanddelen zoals puin, afval of asbestverdachte materialen. De waarnemingen zijn in het veld in profielbeschrijvingen vastgelegd. De peilbuis is bemonsterd na een minimale rusttijd van één week.
Alle monsters zijn individueel verpakt in geschikte monsterverpakkingen en zijn volgens de geldende richtlijnen geconserveerd. Deellocatie A: overig terrein Voor het onverdacht terrein zijn systematisch verdeeld in eerste instantie 9 boringen verricht tot een diepte van 0,5 m-mv. Er zijn 3 boringen doorgezet tot een diepte van minimaal 1,3 m-mv vanwege de ondiepe grondwaterstand, waarvan er 1 boring is verwerk tot peilbuis voor de bemonstering van het ondiepe grondwater. Ten behoeve van het onderzoek van deellocatie B en het nader onderzoeken van de verhogingen in een mengmonster zijn aanvullende boringen geplaatst. Deze aanvullende boringen zijn weergegeven bij deellocatie B, maar zijn ook gebruik voor het onderzoek van het overig terrein. Deellocatie B: voormalige sloot Ter plaatse van de mogelijk aanwezige gedempte sloot zijn 9 boringen verricht, tot een diepte van 2,0 m-mv. 3.3. Laboratoriumonderzoek De monsters zijn met gekoeld monstertransport voor analyse aangeboden aan het door het RvA geaccrediteerde milieulaboratorium SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de samengestelde (meng)monsters en uitgevoerde analyses.
10
Verkennend bodemonderzoek; Nieuwveens Jaagpad 12(a) te Nieuwveen Projectnummer: P21M0131 Datum: 26 januari 2022
Tabel 1: (Meng)monsters en uitgevoerde analyses
Nr.1
Omschrijving
Deellocatie A: overig terrein Mengmonster 1 bovengrond Uitsplitsing bovengrond 1a Uitsplitsing bovengrond 1b Uitsplitsing bovengrond 1c Uitsplitsing bovengrond 1d Uitsplitsing bovengrond 1e Uitsplitsing bovengrond 1f Mengmonster 2 bovengrond Mengmonster 3 ondergrond
3 4 5 Pb01
Monster bovengrond Monster bovengrond Monster bovengrond Peilbuis
Deellocatie B: voormalige sloot Mengmonster Sloot 1 bovengrond Mengmonster Sloot 2 bovengrond Monsters bovengrond 3, 4 en
5
Matrix
Boorpunt, diepte (cm-mv)
Analyse(s)
Grond
Standaardpakket grond2
Grond Grond Grond Grondwater
01: 0-50, 02: 0-50, 10: 0-50, 09: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50 01: 0-50 02: 0-50 10: 0-50 09: 0-50 11: 0-50 12: 0-50 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 50-100, 02: 100-130, 03: 50-100, 03: 100-130 106: 30-70 108: 0-50 109: 0-50 01-1: 120-220
Grond
101: 0-50, 102: 0-50, 103: 0-50
Standaardpakket grond
Grond
105: 0-50, 107: 0-50
Standaardpakket grond
Deze monsters zijn het meest relevant voor het aanvullend onderzoek naar lood en derhalve weergegeven bij deellocatie A.
Lood, organische stof
Grond Grond Grond Grond Grond Grond Grond Grond
Lood, organische stof Lood, organische stof Lood, organische stof Lood, organische stof Lood, organische stof Lood, organische stof Standaardpakket grond Standaardpakket grond
Lood, organische stof Lood, organische stof Lood, organische stof Standaardpakket grondwater3
1
Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. Standaardpakket grond: Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10 VROM) Polychloorbifenylen (7 PCB) Minerale olie Organische stof en lutum 3 Standaardpakket grondwater: Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen) Gehalogeneerde koolwaterstoffen (1,1-dichloorethaan, 1,2-dichloorethaan, 1,1-dichlooretheen, cis-1,2dichlooretheen (cis), trans- 1,2-dichlooretheen, dichloormethaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,2-dichloorpropaan, 1,3 dichloorpropaan, tetrachlooretheen (per), tetrachloormethaan (tetra), 1,1,1-trichloorethaan, 1,1,2-trichloorethaan, trichlooretheen (tri), chloroform, vinylchloride, bromoform) Minerale olie 2
11
Verkennend bodemonderzoek; Nieuwveens Jaagpad 12(a) te Nieuwveen Projectnummer: P21M0131 Datum: 26 januari 2022
12
Verkennend bodemonderzoek; Nieuwveens Jaagpad 12(a) te Nieuwveen Projectnummer: P21M0131 Datum: 26 januari 2022
4.
VERKENNEND ONDERZOEK - INTERPRETATIE EN TOETSING
De resultaten van het uitgevoerde onderzoek worden in dit hoofdstuk geïnterpreteerd en getoetst aan het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Ingegaan wordt op het genoemde toetsingskader en aansluitend de bodemopbouw, de zintuiglijke waarnemingen en de toetsing van de analyseresultaten van de grond en het grondwater. 4.1. Toetsingskader Het toetsingskader van de Wet bodembescherming (Wbb) gaat uit van achtergrond- dan wel streefen interventiewaarden voor de bodem. Bij een overschrijding van de achtergrond-/ streefwaarde is in beginsel sprake van aantoonbare verontreiniging. Bij een overschrijding van de interventiewaarde is in beginsel sprake van dreigende vermindering of ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier. De achtergrond- en interventiewaarden voor grond zijn bodemspecifiek en afhankelijk van het lutumgehalte en het organische stofgehalte. Voor de berekening van toetsingswaarden voor organische parameters is het lutumgehalte niet van toepassing. Bij een organische stofgehalte van minder dan 2,0% wordt voor de berekening van de toetsingswaarden van de organische verbindingen het minimaal te hanteren organische stofgehalte van 2,0% toegepast. Een uitgebreidere toelichting op het toetsingskader van de Wbb wordt gegeven in bijlage A.
De getoetste analyseresultaten en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage B en C. De resultaten worden getoetst met behulp van BoToVa, de Bodem Toets- en Validatie Service van de overheid via elektronische data uitwisseling. 4.2. Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen De bodemprofielen van de verrichte boringen en de zintuiglijke waarnemingen staan vermeld in bijlage D ‘profielbeschrijving’. In tabel 2 is een schematische weergave van de bodemopbouw van de onderzoekslocatie opgenomen. Tabel 2: Schematische weergave van de bodemopbouw
Bodemtraject (m-mv)
Hoofdmengsel
Bijmengsel(s)
Kleur
0,0 - 0,5 0,5 - 2,2
Veen Veen
Sterk kleiig Zwak zandig
Donker bruin Donker bruin
De gemeten grondwaterstand staat vermeld bij de analyseresultaten van het grondwater. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen kenmerken waargenomen, die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging. In de bodem zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Op de parkeerplaats is sprake van een grindverharding met onderliggend een fundatie met gebroken puin
13
Verkennend bodemonderzoek; Nieuwveens Jaagpad 12(a) te Nieuwveen Projectnummer: P21M0131 Datum: 26 januari 2022
(product). Deze is op basis van zintuiglijke waarnemingen niet verdacht op asbest en het betreft geen bodem. 4.3. Analyseresultaten, deellocatie A: overig terrein De analyseresultaten en toetsing van de grond en het grondwater zijn opgenomen in tabel 3 en 4. Tabel 3: Analyseresultaten en toetsing grond
Monsternr.1 Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink
1
110 * 2,8 * 300 ** 1,7 * 30 * 220 *
1a
220
1b
*
210
1c
*
210
1d
*
270
1e
*
370
1f
**
450
**
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) PAK (10 VROM) Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)
-
Minerale olie Totaal olie C10-C40 1 01: 0-50, 02: 0-50, 10: 0-50, 09: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50 1a 01: 0-50 1b 02: 0-50 1c 10: 0-50 1d 09: 0-50 1e 11: 0-50 1f 12: 0-50 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde
14
Verkennend bodemonderzoek; Nieuwveens Jaagpad 12(a) te Nieuwveen Projectnummer: P21M0131 Datum: 26 januari 2022
Tabel 4: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater
Monsternr.1 eenheid
2 mg/kgds
3 mg/kgds
003 mg/kgds
004 mg/kgds
005 mg/kgds
Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen
0,48 6,2 623
0,81 * 72 * 0,89 * 280 * 1,6 * 200 *
-
0,22 * 2,3 * -
300
*
450
**
400
-
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen PAK (10 VROM) Interventiefactor PAK (10 VROM) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen Cis 1,2-dichlooretheen (cis) Trans 1,2-dichlooretheen Som 1,2-dichloorethenen Dichloormethaan 1,1-dichloorpropaan 1,2-dichloorpropaan 1,3-dichloorpropaan Som dichloorpropanen Tetrachlooretheen (per) Tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (tri) Chloroform Vinylchloride Bromoform Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)
Pb01 µg/l
-
**
210 16 -
*
*
-
-
-
-
Minerale olie Totaal olie C10-C40 2 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50 3 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 50-100, 02: 100-130, 03: 50-100, 03: 100-130 3 106: 30-70 4 108: 0-50 5 109: 0-50 Pb01 01-1: 120-220
-
15
Verkennend bodemonderzoek; Nieuwveens Jaagpad 12(a) te Nieuwveen Projectnummer: P21M0131 Datum: 26 januari 2022
Monsternr.1 2 3 003 004 005 Pb01 eenheid mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds µg/l 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde
Uit de resultaten opgenomen in de tabellen 3 en 4 blijkt dat de bovengrond van het gehele terrein licht verontreinigd is met diverse zware metalen (cadmium, koper, kwik, lood, molybdeen en zink). In de ondergrond (MM3) zijn alleen kwik en molybdeen licht verhoogd aangetoond. De overschrijdingen in de grond overschrijden de achtergrondwaarde, maar niet de interventiewaarde. In mengmonster 1 overschrijdt de concentratie aan lood het criterium voor nader onderzoek (gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde). De deelmonsters uit dit mengmonster zijn separaat geanalyseerd op lood (1a t/m 1f), evenals enkele boringen van het onderzoek van deellocatie B (100boringen). Met de individuele analyses op lood is lood vijf maal licht en vier maal matig verhoogd aangetoond. In geen van de gevallen wordt de interventiewaarde overschreden. De bovengrond blijkt heterogeen licht tot matig verontreinigd te zijn met lood. De resultaten geven geen aanleiding tot nader onderzoek. Het is aannemelijk dat de verontreiniging een historische oorsprong heeft (ontstaan voor 1987). Er zijn bij ons geen activiteiten bekend die de verontreiniging veroorzaakt kan hebben. Hoewel de locatie niet in stedelijk gebied is gelegen, lijkt deze op basis van samenstelling op een ‘oud stedelijke ophooglaag’.
De verwachting is dat de verontreiniging veroorzaakt is door het algemeen historisch gebruik van de locatie. We zien geen directe relatie met de voormalige watergang, maar het vroegere opschonen van de watergang of de vaart aan de overzijde van de weg kan een bijdrage hebben geleverd aan de lichte verontreiniging. Tot slot zijn in het grondwater lichte verhogingen aan barium en nikkel aangetoond. Deze verhogingen zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader onderzoek.
16
Verkennend bodemonderzoek; Nieuwveens Jaagpad 12(a) te Nieuwveen Projectnummer: P21M0131 Datum: 26 januari 2022
4.4. Analyseresultaten, deellocatie B: voormalige sloot De analyseresultaten en toetsing van de grond van deelgebied B zijn opgenomen in tabel 5. Tabel 1: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater
Monsternr.1 eenheid
Sloot 1 mg/kgds
Sloot 2 mg/kgds
Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink
0,76 * -
0,84 * 110 * 1,9 * 310 ** 2,2 * 240 *
Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen
-
Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm)
-
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen PAK (10 VROM) Interventiefactor PAK (10 VROM) Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)
-
-
Minerale olie Totaal olie C10-C40 Sloot 1 101: 0-50, 102: 0-50, 103: 0-50 Sloot 2 105: 0-50, 107: 0-50 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde
Uit de bovenstaande analyseresultaten blijkt dat in het eerste mengmonster een lichte verhoging aan kwik is aangetoond. In het tweede mengmonster zijn, net als op het overig terrein, de meeste zware metalen lichte verhoogd aangetoond. De concentratie aan lood overschrijdt het criterium voor nader onderzoek. In de ondergrond zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een voormalige sloot of verontreinigingen hiervan. De bovengrond was op basis van het onderzoek van deellocatie A verdacht op verontreiniging, zodat deze wel analytisch is onderzocht. De aangetoonde
17
Verkennend bodemonderzoek; Nieuwveens Jaagpad 12(a) te Nieuwveen Projectnummer: P21M0131 Datum: 26 januari 2022
verontreinigingen in mengmonster 2 zijn vergelijkbaar met de verhogingen zoals aangetoond op deellocatie A. De gehele bovengrond van de gehele bovengrond heeft een vergelijkbare kwaliteit, zodat niet verwacht wordt dat deze in verband staan met de voormalige (gedempte) sloot. Aangezien de resultaten vergelijkbaar zijn met deellocatie A, waar reeds en aanvullend onderzoek heeft plaatsgevonden, hebben de resultaten van deellocatie B geen aanleiding gegeven tot nader onderzoek.
18
Verkennend bodemonderzoek; Nieuwveens Jaagpad 12(a) te Nieuwveen Projectnummer: P21M0131 Datum: 26 januari 2022
5.
CONCLUSIE EN ADVIES
In opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen is een verkennend bodemonderzoek aan het Nieuwveens Jaagpad 12a te Nieuwveen uitgevoerd. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de beoogde bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen. 5.1. Conclusie deellocatie A: overig terrein Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem van het overig terrein niet of slechts licht verontreinigd is en derhalve de hypothese ‘onverdacht (ONV-NL)’ geldt. Op basis van de eerste onderzoeksresultaten is de hypothese gewijzigd naar ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’ en het onderzoek uitgebreid. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende: - Zintuiglijk zijn geen kenmerken en bijmenging waargenomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een mogelijke bodemverontreiniging. -
Ter plaatse van de op de locatie aanwezige parkeerplaats is een verharding met grind en onderliggen puingranulaat aanwezig. Het puin betreft een product, geen bodem en is zintuiglijk niet verdacht op de aanwezigheid van verontreinigingen zoals asbest. Het verhardingsmateriaal is niet analytisch onderzocht.
-
Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond van het gehele terrein licht verontreinigd is met diverse zware metalen (cadmium, koper, kwik, lood, molybdeen en zink). In vier monsters is lood matig verhoogd aangetoond.
-
In de ondergrond zijn kwik en molybdeen licht verhoogd aangetoond. Tot slot zijn in het grondwater lichte verhogingen aan barium en nikkel aangetoond. Deze verhogingen zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader onderzoek.
De lichte verhogingen zijn niet verontrustend en hebben geen aanleiding gegeven tot nader onderzoek. De matige verhoging aan lood in een mengmonster heeft aanleiding gegeven tot aanvullend onderzoek. De hypothese is gewijzigd en er zijn aanvullende analyses en boringen uitgevoerd. Uit het aanvullend onderzoek blijkt: -
Met de individuele analyses is lood vijf maal licht en vier maal matig verhoogd aangetoond.
-
De interventiewaarde wordt nergens overschreden.
Er is geen duidelijke oorzaak aan te wijzen voor de verhogingen. Het is aannemelijk dat de lichte verontreiniging voor 1987 is ontstaan en derhalve in het kader van de Wet Bodembescherming een ‘historische’ verontreiniging betreft. De interventiewaarde wordt nergens overschreden, zodat de resultaten conform de Wbb geen aanleiding geven tot sanerende maatregelen. De intensiteit van het onderzoek is voldoende om een voldoende betrouwbare uitspraak te kunnen doen over de algemene kwaliteit van de bovengrond.
19
Verkennend bodemonderzoek; Nieuwveens Jaagpad 12(a) te Nieuwveen Projectnummer: P21M0131 Datum: 26 januari 2022
Hoewel de locatie niet in stedelijk gebied is gelegen, lijkt deze op basis van samenstelling op een ‘oud stedelijke ophooglaag’. De verwachting is dat de verontreiniging veroorzaakt is door het algemeen historisch gebruik van de locatie. We zien geen directe relatie met de voormalige watergang, maar het vroegere opschonen van de watergang of de vaart aan de overzijde van de weg kan een bijdrage hebben geleverd aan de lichte verontreiniging. De hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’ wordt bevestigd. De resultaten geven geen aanleiding tot nader onderzoek en geven geen belemmering voor het wijzigen van de bestemming van de locatie. 5.2. Conclusie deellocatie B: voormalige sloot Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem ter plaatse van de voormalige sloot mogelijk diffuus verontreinigd is met een heterogeen karakter op schaal van monsterneming en daarom de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ geldt. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende: -
Zintuiglijk zijn geen kenmerken en bijmenging waargenomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een mogelijke bodemverontreiniging.
-
Met uitzondering van diverse verhogingen aan zware metalen, die behoren tot het onderzoek van deellocatie A (algemene kwaliteit onderzoekslocatie), zijn geen verhogingen aangetoond die kunnen duiden op een verontreiniging of demping die te relateren is van de voormalige sloot.
Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ kan worden verworpen. De voormalige sloot heeft op basis van onderliggend onderzoek niet geleidt tot bodemverontreiniging. 5.3. Aanbevelingen De milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het wijzigen van de bestemming van de onderzoekslocatie. De bodemkwaliteit is afdoende bekend.
20
BIJLAGE A Toetsingstoelichting
TOETSINGSTOELICHTING In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op de toetsingswaarden die binnen het Nederlands bodembeleid worden gebruikt om de milieuhygiënische bodemkwaliteit te beoordelen. Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te kunnen interpreteren zijn toetsingswaarden opgenomen in de Wet bodembescherming (Wbb) dan wel hieronder vallende Besluiten en Amvb's. Bodem omvat zowel vaste bodem (grond) als grondwater en waterbodem (slib). Bodemonderzoek kan zich richten op één of meerdere van deze compartimenten. De toetsingswaarden voor de vaste bodem, het grondwater en waterbodem zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013 (Stcrt. 2013, nr. 16675) en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397 en de hierop volgende wijzigingen van de Regeling. Er wordt onderscheid gemaakt in landelijke achtergrondwaarden (AW2000-project) voor grond en waterbodem en streefwaarden voor grondwater en in interventiewaarden voor verontreinigende stoffen in grond en grondwater. Daarnaast wordt bij de interpretatie van analyseresultaten gebruik gemaakt van de tussenwaarde of het criterium voor nader onderzoek, die wordt berekend als het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde voor grond en de streef- en interventiewaarde in geval van grondwater.
Ten slotte zijn voor enkele stoffen zogenaamde indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgelegd. Voor de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor de vaste bodem en waterbodem geldt een bodemtypecorrectie. Streefwaarde De streefwaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarboven wel en waaronder geen sprake is van grondwaterverontreiniging. Achtergrondwaarde (AW 2000) De achtergrondwaarde komt overeen met de achtergrondconcentraties van verschillende stoffen in de Nederlandse bodem. Een achtergrondwaarde kan worden beschouwd als een indicatief concentratieniveau, waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging in grond. Gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde Het gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde wordt gebruikt als hulpmiddel om te bepalen of de aangetroffen gehalten aanleiding geven tot vervolgonderzoek. Interventiewaarde De interventiewaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarbij sprake kan zijn van ernstige verontreiniging, waardoor de bodem niet, of mogelijk niet meer, geschikt is voor elke vorm van bodemgebruik. De interventiewaarden zijn onderbouwd met gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en dier. Hierbij is uitgegaan van het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR): het gehalte waarboven ontoelaatbare effecten voor mens, plant of dier kunnen gaan optreden.
Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken dient het gemiddelde aangetroffen gehalte in
minimaal 25 m³ vaste bodem of in het grondwater van ten minste 100 m³ bodemvolume hoger te zijn dan de interventiewaarde. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor enkele verontreinigende stoffen zijn gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en/of dier voorhanden, maar niet genoeg om een interventiewaarde vast te stellen, of ontbreken gestandaardiseerde analysemethoden. Voor deze stoffen zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgesteld. Deze indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarde. Overschrijding ervan leidt niet zonder meer tot het vaststellen van een geval van ernstige bodemverontreiniging, omdat niet altijd met zekerheid vastgesteld kan worden dat er sprake is van mogelijk risico voor mens, plant en/of dier. Asbest Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld. Sinds 1 januari 2003 geldt een interventiewaarde van 100 mg/kgds voor asbest gewogen voor de vaste bodem en waterbodem. Deze interventiewaarde is niet gebaseerd op het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) maar op het veel strengere Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR), gezien de bijzondere eigenschappen van asbest.
Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor asbest (gewogen) is geen sprake van locatiespecifieke risico’s (Beoordeling van de risico’s van bodemverontreiniging met asbest, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, RIVM rapport 711701034/2003, Bilthoven, 2003). Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. Chrysotiel (wit asbest) is een serpentijn asbest. Amosiet (bruin asbest), crocidoliet (blauw asbest), anthophylliet (geel asbest), tremoliet (grijs asbest) en actinoliet (groen asbest) behoren tot de groep van amfibool asbest. Amfibool asbest vormt een groter risico voor de gezondheid omdat de asbestvezels van deze soort asbest gemakkelijk in de lengte splijten, waarbij steeds dunnere vezels ontstaan. Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken is het eerder genoemde volume-criterium niet van toepassing. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest indien de gemiddelde concentratie binnen een ruimtelijke eenheid (RE) hoger is dan de interventiewaarde van 100 mg/kgds gewogen.
BIJLAGE B Analyseresultaten
Projectnaam Projectcode
P21M0131 P21M0131
Tabel: Analyseresultaten grondwater (as3000) monsters (gehalten in µg/l, tenzij anders aangegeven) Monstercode
11
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
210 <0.2 6.4 <2 <0.05 <2 <2 16 <10
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen interventie factor vluchtige aromaten
<0.2 <0.2 <0.2 <0.1 <0.2 0.21 <0.2 <0.02
*
*
--a
a
0.0002
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan <0.2 1,2-dichloorethaan <0.2 a 1,1-dichlooretheen <0.1 cis-1,2-dichlooretheen <0.1 -trans-1,2-dichlooretheen <0.1 -som (cis,trans) 1,2a dichloorethenen (0.7 factor) 0.14 a dichloormethaan <0.2 1,1-dichloorpropaan <0.2 -1,2-dichloorpropaan <0.2 -1,3-dichloorpropaan <0.2 -som dichloorpropanen (0.7 factor) 0.42 a tetrachlooretheen <0.1 a tetrachloormethaan <0.1 a 1,1,1-trichloorethaan <0.1 a 1,1,2-trichloorethaan <0.1 trichlooretheen <0.2 chloroform <0.2 a vinylchloride <0.2 tribroommethaan <0.2 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<25 <25 <25 <25 <50
-----
Monstercode en monstertraject 1 13577667-001 1 1, 01-1: 120-220 De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675. De gehalten die de betreffende streefwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: * het gehalte is groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -- geen toetsingswaarde voor opgesteld - niet geanalyseerd a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan
de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de streefwaarde te zijn.
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)
11 1
1a2 5 or
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-) organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) lutum (bodem)(% vd DS) METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
br
1b3 6 or
br
or
br
Ja 59.9 <1 Geen
---
-----
Ja 52.8 <1 Geen
---
-----
Ja 52.8 <1 Geen
---
-----
19.8 13
---
---
24.4 25
---
---
23.8 16
---
---
210 0.63 8.3 110 2.8 300 1.7 30 220
343 0.545 13.2 114 3.04 308 1.7 45.7 259
* * ** * * *
220 -
199
*
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen 0.02 --fenantreen 0.24 --antraceen 0.05 --fluoranteen 0.56 --benzo(a)antraceen 0.21 --chryseen 0.22 --benzo(k)fluoranteen 0.18 --benzo(a)pyreen 0.24 --benzo(ghi)peryleen 0.21 --indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.17 --pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 2.1 1.06 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) 1.2 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 5.4
2.73
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
----7.07
<5 <5 10 6 <20
--------
--------
-----
188
*
210 -
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Monstercode en monstertraject 1 13573956-001 1 1, 01: 0-50, 02: 0-50, 10: 0-50, 09: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50 2 13582889-001 1a 1a, 01: 0-50 3 13582889-002 1b 1b, 02: 0-50 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
*
het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -- geen toetsingswaarde voor opgesteld - niet geanalyseerd or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat bt)
De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 1: lutum 13% humus 19.8% 5: lutum 25% humus 24.4% 6: lutum 16% humus 23.8%
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)
1c1 7
1d2 8 or
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-) organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) lutum (bodem)(% vd DS) METALEN lood
br
1e3 9 or
br
or
br
Ja 46.1 <1 Geen
---
-----
Ja 59.6 <1 Geen
---
-----
Ja 61.2 <1 Geen
---
-----
26.6 22
---
---
17.7 17
---
---
19.6 20
---
---
210
181
*
270
271
*
370
351
**
Monstercode en monstertraject 1 13582889-003 1c 1c, 10: 0-50 2 13582889-004 1d 1d, 09: 0-50 3 13582889-005 1e 1e, 11: 0-50 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). *
het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -- geen toetsingswaarde voor opgesteld - niet geanalyseerd a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat bt)
De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 7: lutum 22% humus 26.6% 8: lutum 17% humus 17.7% 9: lutum 20% humus 19.6%
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)
1f1 10 or
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-) organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) lutum (bodem)(% vd DS) METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
sloot 12 11 or
br
23 2 br
or
br
Ja 63.4 <1 Geen
---
-----
Ja 56.6 <1 Geen
---
-----
Ja 55.4 <1 Geen
---
-----
21.5 22
---
---
19.9 24
---
---
17.6 26
---
---
65 0.37 5.7 19 0.76 32 <0.5 21 88
67.2 0.295 5.88 16.5 0.728 29 0.35 21.6 81.1
*
160 0.81 7.5 72 0.89 280 1.6 27 200
155 0.668 7.27 63 0.844 254 1.6 26.2 181
-----------
-----------
<0.01 0.10 0.02 0.27 0.12 0.12 0.10 0.12 0.10 0.10
-----------
1.057
0.601
<1 <1 1.2 <1 <1 <1 <1
--------
5.4
3.07
<5 <5 11 8 <20
----7.95
450 -
409
**
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen 0.01 fenantreen 0.31 antraceen 0.07 fluoranteen 0.72 benzo(a)antraceen 0.30 chryseen 0.29 benzo(k)fluoranteen 0.21 benzo(a)pyreen 0.29 benzo(ghi)peryleen 0.25 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.23 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 2.68
1.35
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) PCB 52(µg/kgds) PCB 101(µg/kgds) PCB 118(µg/kgds) PCB 138(µg/kgds) PCB 153(µg/kgds) PCB 180(µg/kgds) som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) -
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
--------
4.9
2.46
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<5 <5 13 12 30
----15.1
-
--------
-----
* * * * * *
-----------
--------
-----
Monstercode en monstertraject 1 13582889-006 1f 1f, 12: 0-50 2 13590865-001 sloot 1 sloot 1, 101: 0-50, 102: 0-50, 103: 0-50 3 13573956-002 2 2, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). *
het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -- geen toetsingswaarde voor opgesteld
°
or br
bt)
niet geanalyseerd Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. Origineel resultaat Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 10: lutum 22% humus 21.5% 11: lutum 24% humus 19.9% 2: lutum 26% humus 17.6%
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-) organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) lutum (bodem)(% vd DS) METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
sloot 21 12 or
32 3 br
33 13 or
br
or
br
Ja 60.4 <1 Geen
---
-----
Ja 19.6 <1 Geen
---
-----
Ja 54.9 <1 Geen
---
-----
18.4 18
---
---
48.2 38
---
---
25.5 20
---
---
190 0.84 8.2 110 1.9 310 2.2 28 240
245 0.723 10.5 107 1.96 305 2.2 35 255
210 0.33 6.7 29 0.22 51 2.3 29 80
148 0.154 4.77 15.6 0.162 31.8 2.3 21.1 47.4
*
300 -
267
*
-----------
--# ----------
* * * ** * *
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen 0.02 --<0.03 fenantreen 0.19 --0.11 antraceen 0.03 --0.03 fluoranteen 0.50 --0.30 benzo(a)antraceen 0.21 --0.10 chryseen 0.23 --0.12 benzo(k)fluoranteen 0.18 --0.10 benzo(a)pyreen 0.22 --0.13 benzo(ghi)peryleen 0.21 --0.13 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.19 --0.11 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 1.98 1.08 1.151 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) 2.0 PCB 153(µg/kgds) 1.5 PCB 180(µg/kgds) 1.3 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 7.6
4.13
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
----10.9
<5 <5 14 9 20
--------
--------
-----
*
0.384
<1.7 <2.0 <1.6 <1.8 <1.7 <1.2 <1.7
--------
8.19
2.73
<5 <5 14 7 20
----6.67
-
--# --# --# --# --# --# --#
-
-----
-
Monstercode en monstertraject 1 13590865-002 sloot 2 sloot 2, 105: 0-50, 107: 0-50 2 13573956-003 3 3, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 50-100, 02: 100-130, 03: 50-100, 03: 100-130 3 13590865-003 3 3, 106: 30-70 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). *
het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -- geen toetsingswaarde voor opgesteld - niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat bt)
De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 12: lutum 18% humus 18.4% 3: lutum 38% humus 48.2% 13: lutum 20% humus 25.5%
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)
41 14
52 15 or
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-) organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) lutum (bodem)(% vd DS) METALEN lood
br
or
br
Ja 55.8 <1 Geen
---
-----
Ja 61.4 <1 Geen
---
-----
20.4 24
---
---
18.2 25
---
---
450
405
**
400
365
**
Monstercode en monstertraject 1 13590865-004 4 4, 108: 0-50 2 13590865-005 5 5, 109: 0-50 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). *
het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -- geen toetsingswaarde voor opgesteld - niet geanalyseerd or Origineel resultaat
br
Omgerekend resultaat
bt)
De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 14: lutum 24% humus 20.4% 15: lutum 25% humus 18.2%
Tabel: Toetsingswaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven Toetsingswaarden1)
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
AW
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
1/2(AW+I)
6.8 102 115 18 290 96 68 430
I
920 13 190 190 36 530 190 100 720
RBK eis
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 1.5 21 40
0.35
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 20
510
1000
4.9
MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
2595
5000
35
1)
AW 1/2(AW+I) I RBK
190
achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde interventiewaarde Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10% humus en 25% lutum.
Tabel: Toetsingswaarden voor grondwater (as3000) Toetsingswaarden1)
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen vluchtige aromaten
S
1/2(S+I)
1)
S 1/2(S+I) I RBK
RBK
50 0.40 20 15 0.050 15 5.0 15 65
338 3.2 60 45 0.18 45 152 45 432
625 6.0 100 75 0.30 75 300 75 800
20 0.20 2.0 2.0 0.050 2.0 2.0 3.0 10
0.20 7.0 4.0 0.20 6.0 0.01
15 504 77 35 153 35
30 1000 150 70 300 70 1
0.20 0.20 0.20 0.21 0.20 0.020
900 400 10 1000
0.20 0.20 0.10 0.20
20
0.14
80 40 10 300 130 500 400 5.0 630
0.42 0.10 0.10 0.10 0.10 0.20 0.20 0.20 0.20
600
50
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan 7.0 454 1,2-dichloorethaan 7.0 204 1,1-dichlooretheen 0.01 5.0 dichloormethaan 0.01 500 som (cis,trans) 1,2dichloorethenen (0.7 factor) 0.01 10 som dichloorpropanen (0.7 factor) 0.80 40 tetrachlooretheen 0.01 20 tetrachloormethaan 0.01 5.0 1,1,1-trichloorethaan 0.01 150 1,1,2-trichloorethaan 0.01 65 trichlooretheen 24 262 chloroform 6.0 203 vinylchloride 0.01 2.5 tribroommethaan MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
I
50
325
streefwaarde gemiddelde van streef- en interventiewaarde interventiewaarde Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
BIJLAGE C Analysecertificaten
SGS Environmental Analytics B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
VINK MILTECH.ADV.BUREAU Vincent Hoogenboom Postbus 99 3770 AB BARNEVELD
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 9
: P21M0131 : P21M0131 : 13573956, versienummer: 1. : 6SZFFQPK
Rotterdam, 28-11-2021
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project P21M0131. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SGS laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 9 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 23 maart 2021 is SYNLAB Analytics & Services B.V. overgegaan naar de nieuwe naam SGS Environmental Analytics B.V.
Alle erkenningen van SYNLAB Analytics & Services B.V blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Environmental Analytics B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 2 van 9
Analyserapport VINK MILTECH.ADV.BUREAU Vincent Hoogenboom Projectnaam P21M0131 Projectnummer P21M0131 Rapportnummer 13573956 - 1
Orderdatum 19-11-2021 Startdatum 19-11-2021 Rapportagedatum 28-11-2021
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
1 1, 01: 0-50, 02: 0-50, 10: 0-50, 09: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50 2 2, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50 3 3, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 50-100, 02: 100-130, 03: 50-100, 03: 100-130
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 59.9 <1 geen
Ja 55.4 <1 geen
Ja 19.6 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
19.8
17.6
48.2
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
13
26
38
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
210 0.63 8.3 110 2.8 300 1.7 30 220
160 0.81 7.5 72 0.89 280 1.6 27 200
210 0.33 6.7 29 0.22 51 2.3 29 80
<0.01 0.10 0.02 0.27 0.12 0.12 0.10 0.12 0.10 0.10 1) 1.057
<0.03 0.11 0.03 0.30 0.10 0.12 0.10 0.13 4) 0.13 4) 0.11 1) 1.151
<1 <1 1.2 <1 <1 <1 <1 1) 5.4
<1.7 3) <2.0 3) <1.6 3) <1.8 3) <1.7 3) <1.2 3) <1.7 1) 8.19
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S 0.02 fenantreen mg/kgds S 0.24 antraceen mg/kgds S 0.05 fluoranteen mg/kgds S 0.56 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.21 chryseen mg/kgds S 0.22 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.18 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.24 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.21 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.17 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 2.1 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 1.2 <1 1) 5.4
002
003
2)
3)
3)
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 3 van 9
Analyserapport VINK MILTECH.ADV.BUREAU Vincent Hoogenboom Projectnaam P21M0131 Projectnummer P21M0131 Rapportnummer 13573956 - 1
Orderdatum 19-11-2021 Startdatum 19-11-2021 Rapportagedatum 28-11-2021
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
1 1, 01: 0-50, 02: 0-50, 10: 0-50, 09: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50 2 2, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50 3 3, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 50-100, 02: 100-130, 03: 50-100, 03: 100-130
Analyse
Eenheid
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
Q
S
001
<5 <5 10 6 <20
002
<5 <5 11 8 <20
003
<5 <5 14 7 20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 4 van 9
Analyserapport VINK MILTECH.ADV.BUREAU Vincent Hoogenboom Projectnaam P21M0131 Projectnummer P21M0131 Rapportnummer 13573956 - 1
Orderdatum 19-11-2021 Startdatum 19-11-2021 Rapportagedatum 28-11-2021
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1 2 3 4
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. In verband met een storende matrix is de onzekerheid in het resultaat vergroot. De rapportagegrens is verhoogd i.v.m. het lage gehalte aan droge stof. Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 5 van 9
Analyserapport VINK MILTECH.ADV.BUREAU Vincent Hoogenboom Projectnaam P21M0131 Projectnummer P21M0131 Rapportnummer 13573956 - 1
Orderdatum 19-11-2021 Startdatum 19-11-2021 Rapportagedatum 28-11-2021
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
monster voorbehandeling
Grond (AS3000)
droge stof
Grond (AS3000)
gewicht artefacten
Grond (AS3000)
aard van de artefacten
Grond (AS3000)
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
lutum (bodem)
Grond (AS3000)
barium
Grond (AS3000)
cadmium
Grond (AS3000)
kobalt
Grond (AS3000)
koper
Grond (AS3000)
kwik
Grond (AS3000)
lood
Grond (AS3000)
molybdeen
Grond (AS3000)
nikkel
Grond (AS3000)
zink
Grond (AS3000)
naftaleen
Grond (AS3000)
fenantreen
Grond (AS3000)
antraceen
Grond (AS3000)
fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)antraceen
Grond (AS3000)
chryseen
Grond (AS3000)
benzo(k)fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)pyreen
Grond (AS3000)
benzo(ghi)peryleen
Grond (AS3000)
indeno(1,2,3-cd)pyreen
Grond (AS3000)
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) PCB 28
Grond (AS3000)
Grond: conform NEN-EN 16179. Grond (AS3000): conform NEN-EN 16179 Grond: NEN-EN 15934. Grond (AS3000): AS3010-2 en NEN-EN 15934 Conform AS3000 Idem Grond: gelijkwaardig aan NEN 5754. Grond (AS3000): conform AS3010-3 Grond: eigen methode. Grond (AS3000): AS3010-4 AS3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2 (ontsluiting NEN 6961) Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3010-6 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem
PCB 52
Grond (AS3000)
PCB 101
Grond (AS3000)
PCB 118
Grond (AS3000)
PCB 138
Grond (AS3000)
PCB 153
Grond (AS3000)
PCB 180
Grond (AS3000)
som PCB (7) (0.7 factor)
Grond (AS3000)
totaal olie C10 - C40
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
AS3010-8 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3010-7 en NEN-EN-ISO 16703
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 001 001 001
Y9557117 Y9557356 Y9557353 Y9557365 Y9557349
18-11-2021 18-11-2021 18-11-2021 18-11-2021 18-11-2021
18-11-2021 18-11-2021 18-11-2021 18-11-2021 18-11-2021