Toelichting met bijlagen - Nieuwveens Jaagpad 12a Nieuwveen
Tekst van het document
Bestemmingsplan Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a Gemeente Nieuwkoop TOELICHTING
Bestemmingsplan Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a Gemeente Nieuwkoop TOELICHTING
GEGEVENS VAN DE AANVRAGER MD2A Wageningseslaan 2 (unit N) 3903 AJ Veenendaal
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:
NL.IMRO.0569.bpNWVJaagpad12a-on01 K21470 Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
Datum 24-02-2022 N.v.t. 03-03-2022
Projectleider:
R.M. Hoekstra MA
Auteur:
R.M. Hoekstra MA
Inhoudsopgave
TOELICHTING
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende planologische situatie Opzet bestemmingsplan en toelichting
6 6 7 9
Beschrijving van de situatie
11
Huidige situatie Toekomstige situatie
11 15
Beleidskader
19
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid Omgevingsvisie Zuid-Holland Omgevingsverordening Zuid-Holland Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie gemeente Nieuwkoop Beleidsplan Recreatie en Toerisme Gemeente Nieuwkoop Landschapsontwikkelingsplan Rijn- en Veenstreek
19 19 19 20 21 21 23 24 24 25 26
Uitvoeringsaspecten
28
Flora en fauna Wettelijk kader Gebiedsbescherming Soortenbescherming Conclusie Bodemkwaliteit Wettelijk kader Resultaten onderzoek Conclusie Cultuurhistorie en archeologie Wettelijk kader Cultuurhistorie Archeologie Conclusie Luchtkwaliteit
28 28 29 29 29 30 30 30 31 31 31 31 31 32 32
1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.4
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
3
4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9 4.9.1 4.9.2 4.9.3 4.10 4.11 4.11.1 4.11.2 4.11.3 4.11.4 4.12 4.12.1 4.12.2 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5 5.5.1 5.5.2
Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Parkeren en verkeer Parkeren Verkeer Conclusie Geluidhinder Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Externe veiligheid Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Luchthavenindelingsbesluit Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Kabels en leidingen Water Inleiding Beleidskader Watertoets Conclusie M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Conclusie
32 33 33 33 34 35 36 36 36 36 36 37 37 38 38 38 38 40 40 41 41 41 42 42 42 42 43 43 43 44 44 44
Juridische planbeschrijving
45
Inleiding Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen Bestemmingen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige algemene regels Overgangs- en slotregels Overgangsregel Slotregel
45 45 45 45 46 46 46 47 47 47 47 47 47
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
4
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
48
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg met omwonenden Overleg met overheidsinstanties
48 48 48 48
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek - Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. Resultaat digitale watertoets Overzicht participatie
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
48 48 147 151
5
T OELICHT ING Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Tussen buurtschap Vrouwenakker en Nieuwveen in de gemeente Nieuwkoop loopt het Nieuwveens Jaagpad. Aan deze weg is in Nieuwveen het perceel Nieuwveens Jaagpad 12a gevestigd. Initiatiefnemers zijn voornemens om het perceel te herontwikkelen. Momenteel wordt het perceel gebruikt ten behoeve van sloepverhuur 'Lejosloepverhuur'. Ten westen van het perceel, aan het Aarkanaal, beschikken initiatiefnemers over vier ligplaatsen. Om huurders van de sloepen te ontvangen, is op het perceel een blokhut gerealiseerd door middel van een tijdelijke vergunning. Initiatiefnemers zijn voornemens het de activiteiten bij de sloepverhuur uit te breiden. Het perceel dient in de toekomst ruimte te bieden aan zes plekken ten behoeve van tiny houses, trekkershutten of standplaatsen voor campers. Tenslotte wordt de blokhut, welke fungeert als ontvangstruimte voor de sloepverhuur definitief inbestemd. Om deze plannen te realiseren dient de bestemming van het perceel bestemd te worden als 'Recreatie'. Ten behoeve van het plan is op 5 augustus 2021 een principeverzoek ingediend bij de gemeente Nieuwkoop. Op 2 september 2021 heeft de gemeente Nieuwkoop laten weten een positief standpunt in te nemen voor wat betreft het omzetten van de bestemming op het perceel van 'Agrarisch' naar 'Recreatie' voor het realiseren van zes trekkershutten of standplaatsen voor campers.
Met het omzetten van de bestemming neemt de gemeente ook een positief standpunt in wat betreft het inbestemmen van de aanwezige blokhut, zodat deze conform het aangepaste bestemmingsplan kan worden gebruikt voor recreatieve doeleinden. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat de planlocatie de bestemming 'Agrarisch heeft'. Om de ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken, wordt een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) gevolgd. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. 1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan het Nieuwveens Jaagpad 12a te Nieuwveen. De locatie ligt in het buitengebied. Ten noorden en noordoosten van het plangebied bevinden zich gronden met een recreatieve bestemming. Ten zuiden van het plangebied liggen gronden met de bestemming 'Agrarisch'. Ten westen van loopt het Nieuwveens Jaagpad welke Nieuwkoop met Vrouwenakker verbindt. Het perceel wordt aan drie zijden omringd door watergangen. Daarnaast stroomt het Aarkanaal langs het plangebied. De planlocatie is gelegen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Nieuwveen, sectie C, perceel 1971. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 2.135 m2. In de onderstaande figuren is de ligging van het plangebied weergegeven.
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
6
Luchtfoto met aanduiding plangebied (bron: Google Maps)
Uitsnede kadastrale kaart (bron: Kadaster) 1.3
Vigerende planologische situatie
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Glastuinbouw'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente Nieuwkoop op 28 maart 2013. Op 20 december 2016 is het bestemmingsplan 'Glastuinbouw, 1e herziening' vastgesteld. Met het vaststellen van dit bestemmingsplan is een aantal omissies en uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwerkt. In het bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemmingen 'Agrarisch' en 'Water' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waterstaat - Waterkering'. Tevens gelden voor de
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
7
gronden de gebiedsaanduidingen 'Luchtvaartverkeerzone - 20 Ke', 'Luchtvaartverkeerzone - lib' en 'Zone Transformatiegebied'. Enkelbestemming - Agrarisch De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf met de daarbij behorende bebouwing, erven, in- en uitritten, bedrijfsgronden en voorzieningen waaronder begrepen water- en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals sloten, greppels, watergangen, oppervlaktewaterberging, bruggen en duikers. Enkelbestemming - Water De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor waterlopen en waterpartijen, waterberging, waterhuishouding, gronden en voorzieningen waaronder begrepen bruggen, duikers en aanlegsteigers, alsmede voor instandhouding en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende danwel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden en extensieve openluchtrecreatie. Dubbelbestemming - Waarde - Archeologie 3 De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende andere bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie - 3' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemmingen. Het is verboden te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 3'. Dit verbod is niet van toepassing op: a.
bebouwing die nodig is voor het archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 5 meter, of; b. bebouwing waarvan de ondergrondse bouwdiepte niet meer bedraagt dan 50 centimeter of waarvan de totale oppervlakte niet meer bedraagt dan 10.000 m², en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; c. de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid. Dubbelbestemming - Waterstaat - Waterkering De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de waterkering, waterhuishouding en waterstaat, waarbij de bestemming Waterstaat - Waterkering voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de voor Waterstaat - Waterkering mede bestemde gronden. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van dit verbod voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits de bouw verenigbaar is met de belangen van de waterstaat en/of waterkering en de beheerder van de waterkering daarover om advies is gevraagd.
Gebiedsaanduiding - Luchtvaartverkeer - 20 Ke Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - 20 KE' geldt het vrijwaringsbeleid in de 20 KE zone rond Schiphol, en zijn geen nieuwe geluidgevoelige gebouwen en terreinen toegestaan zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, met uitzondering van de woningen die kunnen worden gerealiseerd in het kader van de Ruimte voor ruimte regeling. Gebiedsaanduiding - Luchtvaartverkeer - lib Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - lib' geldt het Luchthavenindelingsbesluit van Schiphol en zijn zonder een verklaring van geen bezwaar volgens artikel 8.9 van de Luchtvaartwet, geen nieuwe geluidgevoelige gebouwen en terreinen toegestaan zoals bedoeld in de Wet geluidhinder.
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
8
Zone - Transformatiegebied Ter plaatse van de aanduiding 'zone - transformatiegebied' is het beleid gericht op de transformatie van glastuinbouw naar andere agrarische functies, hetgeen tot uiting komt in de bouwmogelijkheden en de wijzigingsmogelijkheden in dit gebied.
Uitnsede bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Conclusie Onderhavig initiatief is in strijd met het bestemmingsplan 'Glastuinbouw', omdat binnen de agrarische bestemming de gronden niet voor recreatief gebruik, waaronder zes plekken ten behoeve van tiny houses, trekkershutten of standplaatsen, zijn bestemd. Er dient rekening gehouden te worden met de dubbelbestemming met betrekking tot de waterkering. Het plan is niet in strijd met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie', aangezien de onderzoeksgrens niet wordt overschreden. Daarnaast is het plan niet in strijd met de gebiedsaanduidingen 'Luchtvaartverkeer - 20 Ke' en 'Luchtvaartverkeer - lib' daar het plan niet voorziet in nieuwe geluidgevoelige gebouwen. 1.4
Opzet bestemmingsplan en toelichting
Het bestemmingsplan 'Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
9
aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; in Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven; in Hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
10
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van de situatie
Huidige situatie
Sinds begin 2021 voeren initiatiefnemers vanaf het perceel Nieuwveens Jaagpad 12a in Nieuwveen Lejosloepverhuur uit. Sinds 2010 beschikken de initiatiefnemers over een vergunning voor vier ligplaatsen aan de overzijde van het weg. Hierdoor is er de mogelijkheid om de sloepen voor het perceel Nieuwveens Jaagpad 12a aan te leggen. Het perceel is momenteel grotendeels onbebouwd en onverhard. Op het perceel staat in de huidige situatie enkel een blokhut ter ondersteuning van de sloepverhuur. Met deze blokhut is een ontvangstruimte gecreëerd en kan uitleg gegeven worden omtrent de sloepverhuur. Daarnaast is om de blokhut een veranda gerealiseerd waar klanten kunnen wachten. Voor deze blokhut is een tijdelijke vergunning verleend. Achter de blokhut bevindt zich een caravan. Daarnaast is aan de voorzijde van het perceel parkeergelegenheid gerealiseerd in de vorm van 9 parkeerplekken. Tenslotte bestaat het perceel momenteel hoofdzakelijk uit een grasveld. Tenslotte bevinden zich op het perceel enkele bomen, een kleine speelgelegenheid en zitplekken in de vorm van picknicktafels.
Figuur: Perceel gezien vanaf Nieuwveens Jaagpad (Bron: Lejosloepverhuur)
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
11
Figuur: Perceel gezien vanaf Nieuwveens Jaagpad (Bron: Google Maps)
Figuur: Perceel gezien vanaf Nieuwveens Jaagpad (Bron: Google Maps)
Figuur: Planlocatie met aan de overzijde de waterdoorgang (Bron: Google Maps)
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
12
Figuur: Planlocatie vanaf de achterzijde (voordat de blokhut gebouwd is) (Bron: Lejosloepverhuur)
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
13
Figuur: plattegrond perceel in huidige situatie (Bron: Lejosloepverhuur)
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
14
2.2
Toekomstige situatie
Initiatiefnemers willen recreanten een overnachting nabij het water aanbieden. Dit biedt de klanten van de sloepverhuur tevens de mogelijkheid om te overnachten wanneer zij een sloep hebben gehuurd. Om dit te realiseren zijn initiatiefnemers voornemens om op het perceel zes tiny houses, trekkershutten of camperstandplaatsen te plaatsen voor verhuur waar mensen kunnen overnachten. De tiny houses of trekkershutten krijgen een formaat van 4,5 bij 7 meter en een oppervlakte van 31,5 m2 per tiny house / trekkershut. Elk tiny house / trekkershut heeft inpandig een eigen sanitaire voorziening. Tevens komen bij elk tiny house / trekkershut twee oplaadpunten voor de fiets. De recreanten welke gebruik maken van een camperstandplaats kunnen gebruik maken van de sanitaire voorzieningen in de blokhut. Hier wordt naast de bestaande toiletgelegenheid ook een douche gerealiseerd. De tiny houses, trekkershutten en camperstandplaatsen worden op zo'n manier gepositioneerd dat de hutten als het ware rond een open hofje staan. De caravan die zich in de huidige situatie op het perceel bevindt, wordt verwijderd. De blokhut blijft behouden. Met het realiseren van de tiny houses, trekkershutten en de camperstandplaatsen wordt klanten van de sloepverhuur de mogelijkheid geboden om naast het huren van een sloep ook te overnachten bij Lejosloepverhuur.
Daarnaast kunnen ook andere recreanten gebruik maken van de tiny houses, trekkershutten of camperstandplaatsen. De te realiseren tiny houses en trekkershutten krijgen zoveel als mogelijk een landelijke uitstraling, zodat deze inpassen in de omgeving. De bomen op het perceel worden niet gekapt en blijven allen behouden. Tenslotte wordt de parkeerplaats uitgebreid met 3 elektrische oplaadpunten voor de auto. Een impressie van hoe de tiny houses en trekkershutten eruit zullen zien en hoe het perceel wordt ingericht is weergegeven in onderstaande figuren.
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
15
Figuur: Impressies van de te realiseren tiny houses / trekkershutten (Bron: Lejosloepverhuur)
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
16
Figuur: Impressies positionering tiny houses / trekkershutten (Bron: Lejosloepverhuur)
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
17
Figuur: Impressie inrichting perceel in gewenste situatie (Bron: Lejosloepverhuur)
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
18
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit het nationale beleid te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit het nationale beleid. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen;
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
19
Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Het nationale beleid vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1. er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2.
indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Onderhavig initiatief betreft de realisatie van 6 plekken ten behoeve van tiny houses, trekkershutten of camperstandplaatsen ten behoeve van een overnachting. Daarnaast worden twee camperstandplaatsen gerealiseerd. Blijkens jurisprudentie wordt een dergelijke kleinschalige ontwikkeling niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Bro. Derhalve is het doorlopen van de laddertoets niet noodzakelijk. Conclusie Op basis van jurisprudentie blijkt dat het doorlopen van de laddertoets voor voorliggend initiatief niet noodzakelijk is.
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
20
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
De Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is op 7 augustus 2021 geconsolideerd vastgesteld door de Gedeputeerde Staten. De omgevingsvisie is het thematisch ruimtelijk beleidsdocument waarin doelstellingen op de middellange termijn worden vormgegeven. Met de omgevingsvisie wil de provincie een uitnodigend perspectief voor de toekomst bieden en omvat ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Zuid-Holland wil zich ontwikkelen als een slimme en schone provincie. Als gevolg van een groeiend aantal inwoners, economische ontwikkelingen en klimaatverandering, groeit de behoefte aan woningen. Om dit te bereiken zijn twaalf provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' opgesteld. Op basis van deze opgaven is provinciaal beleid ontwikkeld waar de provincie samen met andere overheden en maatschappelijke partners aan wil werken. De volgende onderwerpen uit de Omgevingsvisie zijn direct relevant voor onderhavige ontwikkeling. Planspecifiek Verblijfsrecreatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied De provincie vindt het van belang dat de behoefte aan grootschalige recreatieve ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied wordt onderbouwd en regionaal afgestemd.
Regelmatig worden nieuwe initiatieven ontwikkeld voor grootschalige recreatieve ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied, waarbij niet altijd sprake is van afstemming met initiatieven in andere gemeenten. Nieuwe ontwikkelingen kunnen ook gevolgen hebben voor het functioneren van bestaande recreatiecomplexen. Dit kan leegstand of ongewenst gebruik van bestaande complexen in de hand werken. Zowel bij een nieuwe recreatieve ontwikkeling als bij de herontwikkeling of intensivering van een bestaand terrein met een recreatieve functie, moeten alle relevante aspecten worden betrokken bij de afweging hierover. Ook toepasselijk provinciaal beleid wordt daarbij betrokken. Het gaat daarbij in ieder geval om het beleid en de regels voor ruimtelijke kwaliteit. De ontwikkeling van nieuwe locaties zal veelal een vorm van ‘transformatie’. Ook de bereikbaarheid en de gevolgen voor de druk op het wegennet worden bij de afweging betrokken. De ontwikkeling ter plaatse van het plangebied is relatief kleinschalig. Het voorziet in een aanvulling van nachtrecreatie op de reeds aangeboden dagrecreatie op de planlocatie. Dit zal geen tot nauwelijks gevolgen hebben voor de bestaande recreatiecomplexen in de omgeving. Gezonde leefomgeving De gezondheid van de Zuid-Hollander staat onder druk door ongezonde leefgewoonten, waaronder te weinig buiten zijn en bewegen en milieufactoren (o.a.
luchtverontreiniging en geluidsbelasting). Een gezonde leefomgeving is van groot belang voor de gezondheid van onze inwoners. Een leefomgeving die rijk is aan sportief en recreatief beleefbaar groen en water draagt bij aan de gezondheid. De provincie streeft naar het bevorderen van de gezondheid en het voorkomen van ziektes door het aanbieden van verschillende soorten groen (bos, park en recreatieterreinen) voor sportieve en recreatieve inspanning en ontspaning. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een reactieve functie en is daarmee in lijn met dit onderdeel van de omgevingsvisie. Sport, recreatie en water- en groenbeleid In het bedrijvige en dichtbevolkte Zuid-Holland dient er voor al onze inwoners ook ruimte te zijn voor ontspanning en voor sport en recreatie. De provincie zet daarom samen met partners in op een in omvang en kwaliteit goed netwerk en goede voorzieningen, locaties en gebieden voor sport en recreatie. Ons recreatieve routenetwerk (voor fietsen, wandelen, varen en ruiters en menners) speelt daarbij een belangrijke rol. In omvang en kwaliteit optimale sport- en recreatiemogelijkheden dragen bij aan een goed en gezond leef-, woon- en vestigingsklimaat en aan (ook spreiding van) toerisme.
De provincie streeft naar behoud en versterking van de sportieve en recreatieve belevingswaarde van landschap, water en erfgoed en ontwikkelt en verbindt hiervoor onder meer met name de uit oogpunt van belevingswaarde
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
21
bijzonder waardevolle gebieden inzake landschap (o.a. Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland), water en natuur (o.a. Hollands Plassengebied en onze Nationale Parken NL Delta en Hollandse Duinen) en verbindt sportief en recreatief de groenblauwe netwerken in en om de stad. Er ligt een opgave om de sport- en recreatiemogelijkheden zowel binnen als buiten de stad te behouden en te versterken. De provincie zet daarom in op een in omvang en kwaliteit goed netwerk en goede voorzieningen voor sport en recreatie. Via dit netwerk worden de locaties, voorzieningen, gebieden en wateren voor sport en recreatie ontsloten. Het is een gezamenlijke opgave van provincie, gemeenten en andere partijen om deze routes, locaties, voorzieningen, gebieden en wateren voor sport en recreatie in stand te houden, waar nodig verder te ontwikkelen en barrières op te heffen, om zo de kwaliteit, omvang en samenhang te behouden en zo mogelijk te verbeteren. Toerisme in balans Wereldwijd groeit het toerisme. Op sommige plekken lijdt dit tot drukte, terwijl andere plekken meer zouden willen profiteren van toerisme. Dit vraagt om afstemming en meer (kwaliteit)sturing. De doelstelling van de provincie is dat in 2030 elke Zuid-Hollander profiteert van toerisme. Om dat te bereiken zal toerisme en de maatregelen die er genomen worden, moeten bijdragen aan de provinciale en maatschappelijke opgaven.
Daarmee benut provincie de kansen die het toerisme in Zuid-Holland biedt en beperkt het de overlast die het kan veroorzaken. Toerisme is geen doel op zich, maar wordt ingezet als middel dat bijdraagt aan een aantrekkelijk woon- werk en leefklimaat in Zuid-Holland. Omdat er binnen Zuid-Holland zowel plekken zijn waar overlast van toerisme wordt ervaren, als ook plekken waar nog volop mogelijkheden zijn, ligt er een opgave om dit met elkaar in balans te brengen. Toerisme is daarbij primair het domein van de recreatie-/toerismeondernemer, de lokale overheden, de samenwerkingsverbanden daartussen en de marketingorganisaties. De provincie kan bijdragen door duurzame vormen van toerisme te ondersteunen. Een toeristisch gebied en de omgeving ervan mag niet onevenredig veel lijden onder het toerisme. Het streven is combinaties te maken en belangen waar mogelijk te koppelen. Er zijn diverse provinciale opgaven waar toerisme een bijdrage aan kan leveren, zoals erfgoed, cultuur, (water-)recreatie, human capital, digitalisering, verduurzaming, mobiliteit en natuur. Door toerisme zoveel mogelijk aan te laten sluiten op de andere maatschappelijke opgaven, zullen uiteindelijk alle Zuid-Hollanders van toerisme kunnen profiteren. Naar een klimaatbestendig Zuid-Holland De provincie wil dat Zuid-Holland een fijne plek blijft om te werken, wonen en recreëren, ook als omstandigheden veranderen.
Daarom worden er nu maatregelen genomen om de provincie voor te bereiden op klimaatopgaven als weersextremen (hitte, droogte, wateroverlast, overstromingen), zeespiegelstijging en bodemdaling. Samen met waterschappen, gemeenten en het Rijk zorgt de provincie voor een klimaatbestendig en waterrobuust ingerichte provincie in 2050. Niet alleen om schade en overlast te beperken, maar ook vanuit onze ambitie te streven naar een gezonde, groene leefomgeving, een aantrekkelijk vestigingsklimaat, goede bereikbaarheid en een veerkrachtige innovatieve economie. Inzet van de provincie is om de transitie naar een klimaatbestendige provincie onlosmakelijk onderdeel uit te laten maken van het gehele provinciale beleid en de praktijk. Klimaatadaptatie is een dwarsdoorsnijdend thema dat vele beleidsterreinen raakt, denk aan infrastructuur, landbouwtransitie, natuur, stedelijke ontwikkeling, etc. Op al deze terreinen zet de provincie in op de bescherming van mensen, leefomgeving en economie tegen de gevolgen van overstromingen en extreem weer. Inzet van de provincie is tevens om bij ruimtelijke ontwikkelingen (nieuw of in bestaand bebouwd gebied) de betrokken partijen de risico’s als gevolg van de klimaatopgaven expliciet mee te laten wegen bij de locatiekeuze of inrichting van het gebied.
Daarbij wordt in ieder geval gebruik gemaakt van de uitkomsten van de klimaatstresstesten die overheden hebben uitgevoerd (conform de afspraken uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie). Op die manier wordt bij nieuwe ruimtelijke projecten rekening houden met de impact van klimaatverandering en kan het risico op schade en slachtoffers voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is, worden beperkt. Centraal vertrekpunt daarbij is dat meer ruimte wordt geboden aan het water, natuurlijke processen, en groen. Dit uitgangspunt draagt tevens bij aan andere opgaven als een gezonde leefomgeving, bescherming van de natuur en de verhoging van biodiversiteit.Zuid-Holland investeert in een gezonde, aantrekkelijke en veilige leefomgeving voor mens en natuur. Daarom zetten we in op kwalitatief hoogwaardig en bereikbaar groenblauw in en om de stad, ontwikkeling van nationale parken, diversiteit in landschappen en duurzame landbouw. Door klimaatverandering wint deze inzet aan urgentie: toevoegen van- en ruimte
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
22
bieden aan meer groen en water zijn effectieve oplossingen in het tegengaan van wateroverlast en hittestress in met name stedelijk gebied. 3.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
De provincie Zuid-Holland heeft op 1 augustus 2020 een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. Dit is een uitwerking van de visie in beleidsregels. Binnen dit beleid zijn specifieke regels opgenomen voor de ruimtelijke kwaliteit. De verordening voorziet in regels die doorwerking van de beleidsdoelstellingen uit de Omgevingsvisie een juridische basis geven waarmee concrete uitwerking wordt gegeven aan de doelstellingen. Planspecifiek Voor onderhavig plan heeft de Omgevingsverordening relevantie met de betrekking tot provinciale vaarwegen, 20 Ke-contour Schiphol Provinciale vaarwegen Het plangebied is gedeeltelijk gelegen in de 'vrijwaringszone vaarweg in beheer bij de provincie'. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden waarop een vrijwaringszone van een vaarweg in beheer bij de provincie is gelegen, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en is verbeeld op kaart 2 in bijlage II, kan voorzien in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mits rekening wordt gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor: 1. de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; a. het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; b. de toegankelijkheid van de provinciale vaarweg voor hulpdiensten vanaf de wal; en c. het uitvoeren van beheer en onderhoud aan de provinciale vaarweg. 2.
Voor de beoordeling of sprake is van belemmeringen als bedoeld in het eerste lid wordt advies gevraagd aan de vaarwegbeheerder. 20 Ke-contour Schiphol Het plangebied is gelegen in de 20 Ke-contour Schiphol. Voor bestemmingsplannen gelden de volgende instructieregels: 1. Voor de gronden binnen de 20 Ke-contour, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 13 in bijlage II, kan een bestemmingsplan voorzien in nieuwe woningen, uitsluitend binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan in onderstaande gevallen voorzien in nieuwe woningen buiten bestaand stads- en dorpsgebied als het betreft: a. woningbouw binnen de voormalige bebouwingscontour van de streekplannen uit 2003, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 13 in bijlage II; b. de toevoeging van ten hoogste enkele woningen in reeds aanwezige lintbebouwing; c. de toevoeging van ten hoogste enkele greenportwoningen, als bedoeld in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek; d. de toevoeging van ten hoogste enkele woningen volgens het principe ruimte voor ruimte, waarbij de ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd door de sloop van overtollige bebouwing en kassen; e. het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerwoningen; of f. bedrijfswoningen, voor zover noodzakelijk voor de bedrijfsvoering.
Klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. b. c. d.
wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
23
Het voorgenomen plan is niet in strijd met de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Het voorgenomen plan is niet in strijd met hetgeen wat de instructieregels voorschrijft. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie gemeente Nieuwkoop
De Omgevingsvisie gemeente Nieuwkoop is op 8 juli 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Nieuwkoop. De Randstad is en blijft in de toekomst een gebied met een sterke economische aantrekkingskracht. En de komende jaren verwachten we in de Randstad een flinke bevolkingsgroei. De druk op de ruimte is daarom groot. Er is een tekort aan (betaalbare) woningen, er is vraag naar bedrijventerreinen, naar ruimte voor het opwekken van duurzame energie en mogelijkheden voor recreatie. Daarnaast groeit de mobiliteitsbehoefte. Dat alles beïnvloedt ook de gemeente Nieuwkoop. Mensen wonen, werken en recreëren graag in de gemeente en dat wil de gemeente zo houden! Geluk, gezondheid en eigen initiatief staan in de visie daarom centraal. De gemeente versterkt de waarde en de vitaliteit van het bijzondere landschap waarin landbouw, tuinbouw, natuur, het opwekken van energie en recreatie een sterk geheel vormen. Onze groene en sociale leefomgeving heeft een positief effect op de gezondheid van inwoners en bezoekers. Iedereen moet in Nieuwkoop gezond en veilig (kunnen) samenleven en verblijven. Waar de gemeente al goed in is moet worden behouden en versterkt: de aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, naar elkaar omkijken en samen dingen organiseren. Om op de lange termijn gezond te blijven, gaat extra aandacht uit naar het stimuleren van beweging.
Toerisme zorgt voor levendigheid en een groter draagvlak voor detailhandel, horeca, cultuur, natuur en erfgoed. Én niet te vergeten voor werkgelegenheid. Het toerisme in de gemeente mag daarom op een duurzame, kleinschalige manier groeien. De gemeente Nieuwkoop wil het toerisme goed over de gemeente en de seizoenen spreiden, dus zowel in ruimte als tijd. De gemeente versterkt het toeristische profiel van de gemeente en maken daarbij nog beter gebruik van de kwaliteiten. In de dorpen gaat het om het beter zichtbaar maken van kunst en ambacht (smederijen, Haagse School, monumenten) en om een sterkere relatie met de omliggende natuur. De gemeente Nieuwkoop heeft niet veel overnachtingsmogelijkheden. Die ziet de gemeente graag toenemen. Initiatieven voor kleinschalige (verblijfs)recreatie met een bijzonder, onderscheidend karakter (zoals B&B, tiny house, trekkershut) worden gestimuleerd. Water is een belangrijk en prominent zichtbaar element in het landschap en in de dorpen. Klimaatverandering heeft veel gevolgen voor de waterhuishouding. Nieuwkoop bereidt zicht hierop voor: de gemeente wil dat het grondgebied in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht met (meerlaagse) waterveiligheid als uitgangspunt. Het toevoegen van oppervlaktewater biedt ook nieuwe mogelijkheden voor natuurontwikkeling, wonen en recreatie.
Daarnaast wil Nieuwkoop het landschap beter toegankelijk en bekend maken. Een goede balans tussen natuur en recreatie is daarbij essentieel. De gemeente zorgt voor een betere spreiding van toeristen, goede zonering en handhaving van gedragsregels. Waterrecreatie is een belangrijk onderdeel van de Nieuwkoopse recreatieve sector. Het plassengebied is geschikt voor rustige beleving vanaf het water, per kano, roeiboot, met een hengel in de hand, of op de schaats. Die rust onderscheidt Nieuwkoop van andere plassengebieden in de regio, die druk bezocht worden door liefhebbers van zeilsport en gemotoriseerde pleziervaart. In het agrarisch gebied biedt Nieuwkoop mogelijkheden voor dag- en verblijfsrecreatie bij de boer. Het voorgenomen plan is niet in strijd met de gemeentelijke omgevingsvisie. Het plan draagt bij aan het creëren van meer overnachtingsmogelijkheden binnen de gemeente. Het plan voorziet in een kleinschalige (verblijfs)recreatie met een bijzonder, onderscheidend karakter wat de gemeente stimuleert. Daarnaast wordt met het plan de ambities wat betreft waterrecreatie, wat een belangrijk onderdeel is van de Nieuwkoopse recreatieve sector. Tenslotte is het plan in lijn met de omgevingsvisie, omdat het plan een voorbeeld is voor verblijfsrecreatie in het agrarisch gebied.
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
24
3.3.2
Beleidsplan Recreatie en Toerisme Gemeente Nieuwkoop
In 2020 is het Beleidsplan Recreatie en Toerisme Gemeente Nieuwkoop vastgesteld door de gemeenteraad. Nieuwkoop vernieuwt en intensiveert zijn Recreatie- en toerismebeleid. De gemeente wil, samen met ondernemers, gebiedsbeheerders en andere initiatiefnemers een aantal kansen benutten en tegelijkertijd de ontwikkelingen in goede banen leiden. De gemeente wil graag samen met deze partijen optrekken, waarbij ieder zijn eigen rol en verantwoordelijkheid heeft. Ondernemers en initiatiefnemers investeren en exploiteren, beheren de musea en organiseren evenementen. Nieuwkoop Marketing en de VVV-verbinden deze partijen en zorgen dat ze goed samenwerken. De gemeente Nieuwkoop heeft maar een beperkt aantal overnachtingsmogelijkheden. Dat heeft ook zijn weerslag op de bestedingen in de horeca en de dienstverlening. Verblijfstoeristen besteden niet alleen aan de accommodatie zelf, maar gaan ook (veel) meer uit eten, vervoer, et cetera. Die verblijfstoeristen (en bestedingen) mist Nieuwkoop grotendeels en de gemeente is dus vooral afhankelijk van verblijfstoeristen buiten de eigen gemeente en dagtoeristen vanuit de Randstad. De dagattracties in de gemeente Nieuwkoop zijn kleinschalig en zij concentreren zich rond de Nieuwkoopse plassen en de kern Nieuwkoop. Het komt erop neer dat Nieuwkoop in potentie zeer veel te bieden heeft, maar nog nauwelijks door de bezoeker ontdekt is.
Het ‘stamkapitaal’ is aanwezig in de vorm van natuur, landschap en kunst, maar de bekendheid is laag en de mogelijkheden om ervan te genieten en om bezoekers te ontvangen zijn beperkt. Particulier bootbezit maakt plaats voor allerlei vormen van varen met geleende, gedeelde of gehuurde boten. De huidige generaties kiezen steeds minder voor het hebben van een boot, maar voor gedeeld eigenaarschap, het varen met de boot van je ouders, lenen van vrienden, delen via een app. Dit betekent dat jongeren nog wel varen, maar dat het bootbezit als geheel achteruitgaat. Met, al dan niet gehuurde, luxere sloepen worden meerdaagse tochten gemaakt. Deze ontwikkelingen bieden kansen voor de horeca en de verblijfsaccommodaties. Sloepvaarders koken en slapen over het algemeen niet op hun boot. Zij zullen dus op zoek gaan naar mogelijkheden dicht in de buurt van hun aanlegplaats om te eten en te slapen. In de verblijfsrecreatiesector gaat het al een tijd niet meer om het bieden van onderdak, maar om het bieden van een beleving, toegesneden op de wensen en verwachtingen van de gasten. Het verblijf moet iets bijzonders bieden, het liefst passend in een thema en aansluitend bij het doel van het uitje: jezelf in alle rust en stilte opladen, ‘echt even samen’, genieten van de natuur Verblijfstoeristen besteden veel meer dan dagtoeristen en leveren een hogere bijdrage aan de werkgelegenheid.
Buitenlandse bezoekers en zakelijke bezoekers besteden nog aanzienlijk meer. De gemeente Nieuwkoop heeft nu zeer weinig verblijfsmogelijkheden, wat zijn neerslag heeft op de bestedingen en arbeidsplaatsen. Als er meer verblijf in Nieuwkoop is biedt dit draagvlak voor horeca, attracties en retail in Nieuwkoop. Dagtoeristen zijn nog altijd welkom en zeer belangrijk voor het toerisme in Nieuwkoop, maar zonder uitbreiding van de verblijfsmogelijkheden worden de doelen om verder te groeien niet gehaald. Daarbij denken we aan verblijf met een onderscheidend karakter en passend bij het DNA van de gemeente, variërend van luxe tot basic en van hotel tot tiny house. Een faciliterende houding van de gemeente is cruciaal. In sommige gevallen zal een initiatief voor een verblijfsaccommodatie niet precies passen in het bestemmingsplan of voldoet het plan niet aan de exacte vergunningeisen. Het is dan aan de gemeente om naast de initiatiefnemer / ondernemer te staan, mee te denken en te adviseren hoe het wel kan. De gemeente wil bij initiatieven die de verblijfsmogelijkheden uitbreiden, een optimaal faciliterende houding aannemen Conclusie Het voorgenomen plan draagt bij aan de ambities van het het Beleidsplan Recreatie en Toerisme Gemeente Nieuwkoop.
Het plan voorziet in de realisatie van extra verblijfsmogelijkheden binnen de gemeente, waardoor specifiek sloepvaarders onderdak geboden wordt. Dit is in lijn met het beleidsplan, omdat op die manier gepoogd wordt om meer verblijfstoeristen naar de gemeente te halen.
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
25
3.3.3
Landschapsontwikkelingsplan Rijn- en Veenstreek
De gemeenten Alphen aan de Rijn, Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Rijnwoude hebben besloten samen een Landschapsontwikkelingsplan Rijn- en Veenstreek op te stellen (LOP). De raad heeft het Visiedeel van het LOP vastgesteld op 25 juni 2009. Het Uitvoeringsprogramma van het LOP is op 17 december 2009 door de raad vastgesteld. Deze vier gemeenten werken samen in het Rijnstreekberaad. Het landschapsontwikkelingsplan is een integraal plan en besteedt aandacht aan alle aspecten van het landschap, uiteenlopend van de ontstaansgeschiedenis en haar cultuurhistorische waarden tot het huidige gebruik. De hoofddoelstellingen van het LOP zijn: 1. Behouden en versterken van het karakteristieke veenweidelandschap en rekening houden met de eisen die de agrarische sector stelt om duurzaam te kunnen blijven functioneren; 2. Ontwikkelen kwalitatief aantrekkelijk en duurzaam samenhangend buitengebied als leefomgeving, met een betere inrichting van de overgangszone tussen dorp en buitengebied; 3. Ontwikkelen van recreatieve voorzieningen en verbindingen in samenhang met de agrarische en natuurfunctie; 4. Behouden en versterken van een duurzame water- en ecologische structuur in samenhang met de landschapswaarden. Landschappelijke kwaliteit In het LOP is de kwaliteit en samenhang van het landschap in de Rijn- en Veenstreek onderzocht.
Die kwaliteit en samenhang zit vooral in de grote landschappelijke eenheden. Droogmakerijen en aaneengesloten veenweidegebied vormen met elkaar een heldere hoofdstructuur. Openheid en vergezichten maken die hoofdstructuur zichtbaar. Akkerbouw en melkveehouderij kunnen in deze grote eenheden goed uit de voeten. Versnippering is niet gewenst, stelt het LOP. Zichtlijnen moeten zoveel mogelijk intact blijven. Dit betekent dat toevoegingen aan het landschap, bijvoorbeeld ten behoeve van recreatie en natuur, bij voorkeur aan de randen van deze landschappelijke eenheden plaatsvinden en zoveel mogelijk worden gebundeld. In het LOP zijn inrichtingsprincipes en bijbehorende voorbeelden opgenomen voor de gewenste beeldkwaliteit van bebouwing. Zorgvuldige aandacht voor de beeldkwaliteit is noodzakelijk om de landschappelijke kwaliteit te waarborgen. De randen van nieuwbouwwijken, bedrijventerreinen, boerderijen en kassen vallen in het open landschap van de Rijn- en Veenstreek extra op. In het verleden is vaak geen rekening gehouden met het verkavelingspatroon of met de richting van het landschap. Ook de aankleding laat te wensen over. Harde overgangen zijn het gevolg. Het LOP benoemt deze gevallen en laat zien dat een betere landschappelijke inpassing mogelijk is. (Streekeigen) beplanting speelt daarbij vaak een rol. De inrichtingsprincipes zijn ook toepasbaar op nieuwe bebouwing.
Een beter aanzien van het gebied vergroot op zijn beurt weer de aantrekkelijkheid voor inwoners en recreanten. Het LOP wil een streefbeeld en toetsingskader zijn voor het formuleren van beeldkwaliteit. In het bestemmingsplan Damstaete wordt hiermee rekening gehouden door een groene overgang naar het landschap te maken en de richting van de verkaveling te laten passen bij het omliggende landschap. Uitvoeringsprogramma Het uitvoeringsprogramma bevat de projecten waarmee de visie gerealiseerd moet worden. Het programma maakt een onderscheid tussen projecten die vooral de instrumenten voor uitvoering betreffen, en projecten die daadwerkelijk in het landschap ingrijpen. Steeds is het doel om de landschappelijke kwaliteit te verbeteren tegelijk met verantwoord (mede)gebruik van het landelijk gebied. In de eerste categorie vallen projecten als het verankeren van de visie in het gemeentelijk beleid, het aanstellen van een landschapscoördinator en het oprichten van een landschapsfonds. Ook het aangewezen worden als ‘prioritair gebied’ in het beleid van de provincie, en het door middel van educatieprojecten en promotie vergroten van de bewustwording en beleving van het landschap dragen bij aan de realisatie van de visie. In de tweede categorie vallen projecten als het aanleggen van wandelpaden, het inpassen van dorpsranden en bedrijventerreinen en het aanleggen van wegbeplanting.
Voor het plangebied zijn geen specifieke kaders en uitgangspunten vermeld, hiervoor gelden de
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
26
algemene beleidsuitgangspunten.
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
27
Hoofdstuk 4
Uitvoeringsaspecten
In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid.
4.1
Flora en fauna
4.1.1
Wettelijk kader
Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.
Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de plantenen diersoorten die in het plangebied voorkomen. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten.
Omgevingsverordening Zuid-Holland Via de Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn onder andere provinciale weidevogelgebieden, gebieden met een strategische reservering natuur en karakteristieke landschapselementen beschermd. Er moet getoetst worden of het voorgenomen plan gevolgen heeft voor de landschappen die beschermd zijn volgens de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
28
4.1.2
Gebiedsbescherming
Het plangebied ligt op circa 6,6 kilometer afstand van het Natura-2000 gebied 'Nieuwkoopse Plassen & De Haeck'. Het plangebied is geen onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde onderdeel ligt op circa 160 meter afstand. Tevens ligt het voorgenomen plan niet binnen een gebied gebied dat beschermd wordt via de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Tevens zijn binnen het plangebied geen karakteristieke landschapselementen aanwezig. Stikstofdepositie Sinds 2015 was het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) van kracht. Het programma bevatte een integrale beoordeling van de bron- en gebiedsgerichte maatregelen voor de aanpak van de stikstofproblematiek. Deze maatregelen werden getroffen in en nabij de Natura 2000-gebieden die onderdeel zijn van het PAS. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) geldt het PAS voor geen enkel Natura 2000-gebied meer. Dit betekent ook dat de collectieve passende beoordeling via het PAS door de uitspraak is komen te vervallen. Met de AERIUS Calculator kunnen de effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden worden bepaald. Door de uitspraak is in het kader van dit bestemmingsplan ook gekeken naar de mogelijk te verwachten effecten. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft 'Nieuwkoopse Plassen & De Haeck' een afstand van circa 8 kilometer.
Van belang is dat de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) op 1 juli 2021 in werking is getreden. In de Wsn is een partiële vrijstelling van de natuurvergunningplicht opgenomen voor bouwactiviteiten in de bouw-, aanleg- en sloopfase, waarin emissies tijdelijk en beperkt zijn. Daarmee hoeft de stikstofdepositie voor de bouw-, aanleg- en sloopfase niet meer te worden berekend en verschuift de nadruk naar de structurele uitstoot die een project in de gebruiksfase veroorzaakt. In de gebruiksfase vindt stikstofemissie plaats door verkeersbewegingen. Gelet op de omvang van de ontwikkeling, het aantal verkeersstromen wat de ontwikkeling oplevert en de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden, kan zonder nadere AERIUS-berekening worden gesteld dat de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee zijn er voor wat betreft het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. 4.1.3
Soortenbescherming
De ontwikkeling aan het Nieuwveens Jaagpad heeft een kleine omvang. Het betreft het inbestemmen van de reeds bestaande blokhut. Daarnaast voorziet de ontwikkeling in zes plekken ten behoeve van tiny houses, trekkershutten of camperstandplaatsen. Alle bomen op het perceel blijven behouden en worden niet gekapt. Tevens worden de tiny houses, trekkershutten en camperplaatsen geplaatst op een grasveld dat al regelmatig gemaaid wordt. De verwachting van een negatieve impact op flora en fauna op en nabij de planlocatie is weinig tot geen. Voorgenomen initiatief zal dan ook geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het NNN. Daarnaast zal de ontwikkeling geen negatief effect hebben op beschermde soorten. Nader ecologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden te allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. 4.1.4
Conclusie
Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit de flora- en faunaregelgeving geen beperkingen worden opgelegd aan onderhavig initiatief.
Nieuwveen, Nieuwveens Jaagpad 12a
29
4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Wettelijk kader
De Wet Bodembescherming schrijft voor dat in het kader van een ruimtelijk planologische procedure moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het gewenste nieuwe gebruik. De bodemkwaliteit kan (negatief) van invloed zijn op de gewenste nieuwe ontwikkeling. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Door middel van een dergelijk onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. 4.2.2
Resultaten onderzoek
Voorliggend initiatief voorziet in een functiewijziging van 'Agrarisch' naar 'Recreatie'. Ten aanzien van het initiatief zullen mogelijk graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. De planologisch geldende functie van de locatie in de toekomst betreft een milieugevoeligere functie. Er is derhalve een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. Het veldwerk heeft plaatsgevonden op 18 en 25 november en 16 december 2021. De rapportage van het onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 1. Het plangebied is hierin opgedeeld in 'deellocatie A: overig terrein' en 'deellocatie B: voormalige sloot'. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn als volgt. Conclusie deellocatie A Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende: Zintuiglijk zijn geen kenmerken en bijmenging waargenomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een mogelijke bodemverontreiniging. Ter plaatse van de op de locatie aanwezige parkeerplaats is een verharding met grind en onderliggen puingranulaat aanwezig. Het puin betreft een product, geen bodem en is zintuiglijk niet verdacht op de aanwezigheid van verontreinigingen zoals asbest. Het verhardingsmateriaal is niet analytisch onderzocht. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond van het gehele terrein licht verontreinigd is met diverse zware metalen (cadmium, koper, kwik, lood, molybdeen en zink).
In vier monsters is lood matig verhoogd aangetoond. In de ondergrond zijn kwik en molybdeen licht verhoogd aangetoond. Tot slot zijn in het grondwater lichte verhogingen aan barium en nikkel aangetoond. Deze verhogingen zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader onderzoek. De lichte verhogingen zijn niet verontrustend en hebben geen aanleiding gegeven tot nader onderzoek. De matige verhoging aan lood in een mengmonster heeft aanleiding gegeven tot aanvullend onderzoek. De hypothese is gewijzigd en er zijn aanvullende analyses en boringen uitgevoerd. Uit het aanvullend onderzoek blijkt: Met de individuele analyses is lood vijf maal licht en vier maal matig verhoogd aangetoond. De interventiewaarde wordt nergens overschreden. Er is geen duidelijke oorzaak aan te wijzen voor de verhogingen. Het is aannemelijk dat de lichte verontreiniging voor 1987 is ontstaan en derhalve in het kader van de Wet Bodembescherming een 'historische' verontreiniging betreft. De interventiewaarde wordt nergens overschreden, zodat de resultaten conform de Wbb geen aanleiding geven tot sanerende maatregelen. De intensiteit van het onderzoek is voldoende om een voldoende betrouwbare uitspraak te kunnen doen over de algemene kwaliteit van de bovengrond. Hoewel de locatie niet in stedelijk gebied is gelegen, lijkt deze op basis van samenstelling op een 'oud stedelijke ophooglaag'.
De verwachting is dat de verontreiniging veroorzaakt is door het algemeen historisch gebruik van de locatie. We zien geen directe relatie met de voormalige watergang, maar het vroegere opschonen van de watergang of de vaart aan de overzijde van de weg kan een bijdrage hebben geleverd aan de lichte verontreiniging.