CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 4 Vormvrije m.e.r.

Meningsvormende raad I 9 juni 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Teylerspark fase 26.551 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Nieuwveen, Teylerspark fase 2

Gemeente Nieuwkoop

Datum: 7 februari 2022 Projectnummer: 210342

INHOUD

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3

Aanleiding De m.e.r.-beoordeling Leeswijzer

3 4 6

2

Kenmerken van het project

7

2.1 2.2 2.3 2.4

Inleiding Beschrijving project Omvang van het project Overige kenmerken van het project

7 7 8 8

3

Plaats van het project

11

3.1 3.2 3.3

Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu

11 11 12

4

Kenmerken van het potentiële effect

16

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Inleiding Natuur Verkeer Geluid Luchtkwaliteit

16 18 20 21 21

5

Conclusie

23

Gebruikte onderzoeken/bronnen

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Het voornemen bestaat om de locatie Teylerspark ll in Nieuwveen te ontwikkelen ten behoeve van maximaal 61 woningen. De locatie ligt aan de zuidrand van de kern Nieuwveen, aansluitend aan het Teylerspark - fase I. Het plangebied wordt omgeven door bestaande woningbouw, onbebouwde gronden en infrastructuur. Onderstaande figuur geeft de ligging van de planlocatie weer.

Locatie Teylerspark fase 2 (Bron: pdok.nl/viewer)

Op basis van het geldende bestemmingsplan is het niet mogelijk om binnen het plangebied woningen mogelijk te maken, daar de bestemming ‘Groen’ vigeert. Daarom wordt voor de ontwikkeling een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In de toelichting van het bestemmingsplan moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond en in dat kader vindt toetsing plaats aan van toepassing zijn de wetgeving. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige project blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden, die in paragraaf 1.2 nader worden besproken. Vanwege het feit dat onder de drempelwaarden wordt gebleven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Ook dient op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer een m.e.r.beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen.

SAB

3

In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het project en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit project.

1.2

De m.e.r.-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.

Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl)

Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Sedert een recente wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden

SAB

4

ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld. Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing aan Besluit m.e.r. Onderhavig project (de nieuwbouw van in totaal 61 woningen te Nieuwveen) wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2 betreft namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.” Het totale plangebied van onderhavig project is in totaal circa 11.000 m2. Zoals gesteld betreft het project de realisatie maximaal 61 woningen.

Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit ruim onder de drempelwaarden en is een vormvrije m.e.r.beoordeling benodigd. Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over het bijbehorende bestemmingsplan. Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde project ingegaan, waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. juncto de leden 1 tot en met 3 van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: − kenmerken van de activiteit; − plaats waar de activiteit wordt verricht; − kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.

SAB

5

1.3

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige project en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt ingegaan op de kenmerken van het project in hoofdstuk 2, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het project beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.

SAB

6

2 2.1

Kenmerken van het project Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project besproken. De aard en de omvang van het project worden in beeld gebracht, Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.

2.2

Beschrijving project

2.2.1

Planbeschrijving Het voornemen bestaat om de locatie Teylerspark ll in Nieuwveen te ontwikkelen ten behoeve van maximaal 61 woningen. De locatie ligt aan de zuidrand van de kern. Het plangebied wordt omgeven door bestaande woningbouw, onbebouwde gronden en infrastructuur. Het programma voor Teylerspark II bestaat voornamelijk uit woningen voor starters, kleinere studio’s en appartementen in de categorie goedkope koop, aangevuld met enkele iets grotere grondgebonden woningen. Het ontwerp is onderstaand weergegeven.

Ontwerp woningbouw Teylerspark ll (Bron: Vollmer & Partners)

SAB

7

De appartementen op de verdiepingen zijn bereikbaar via een lift. Zo is bij deze categorie sprake van een levensloopbestendig karakter en kan gesteld worden dat de woningen geschikt zijn voor de ouderendoelgroep. Zo wordt voorzien in een woningbouwontwikkeling waarmee verschillende doelgroepen worden aangesproken. Het park dat ten zuiden van Teylerspark II ligt wordt het plangebied ingetrokken en wordt daarmee onderdeel van de leefomgeving van de bewoners van Teylerspark II. De groene omgeving biedt ruimte voor speelaanleidingen en gelegenheid voor beweging en ontmoeting. Daarnaast biedt het ruimte voor klimaatadaptatie doordat groen en bomen verdamping en verkoeling bieden op warme dagen en er ruimte is voor infiltratie van (regen)water.

2.3

Omvang van het project De oppervlakte van het totale projectgebied bedraagt circa 11.000 m2. In de huidige situatie is het terrein onbebouwd. In totaal worden er 61 wooneenheden gerealiseerd. Er worden 3 tiny houses, 8 rug-aan-rugwoningen, 32 appartementen, 10 rijtjeswoningen en 8 kwadrantwoningen gebouwd.

2.4

Overige kenmerken van het project

2.4.1

Cumulatie met andere projecten Er is mogelijk sprake van cumulatie, gezien de ontwikkelingen ten noordwesten (Wijzigingsplan De Verwondering Zuidereiland) en zuidwesten (BP Schoterhoek II). Ten noordwesten is de woningbouw inmiddels in volle gang, en ten zuidwesten wordt het bedrijventerrein Schoterhoek uitgebreid. Cumulatie met ‘De Verwondering Zuidereiland’ en ‘Schoterhoek II’ kan aan de orde zijn bij de aspecten verkeer, geluid en lucht. Cumulatie van effecten op de aspecten natuur, archeologie en bodem is op voorhand beperkter gezien de lokale aard van deze aspecten. Voor een eventuele stikstofdepositie geldt dat niet op voorhand gesteld kan worden dat enkel sprake is van een aspect op lokale schaal. Cumulatie voor het aspect stikstofdepositie komt echter pas aan bod bij een overschrijding van de huidige gehanteerde grenswaarde van 0,00 mol/ha/j van een losstaand plan én wanneer significante effecten niet zijn uit te sluiten. Hiervan is geen sprake, zoals ook beschreven in hoofdstuk 4. Een benodigde cumulatietoets in het kader van een ecologische voortoets is niet benodigd. Wat betreft de effecten op de aspecten verkeer, geluid en luchtkwaliteit kan het volgende gesteld worden: •

SAB

Verkeer: Het verkeer van het plan De Verwondering Zuidereiland zal net als onderhavig plan worden ontsloten op de Laan der Verwondering. In cumulatie met de ontwikkelingen ten noordwesten zouden daarmee potentiële knelpunten kunnen ontstaan op het gebied van doorstroming en veiligheid. Momenteel ligt ten noorden van het plangebied echter reeds de weg Teylerspark die het gebied naar het westen zal ontsluiten. Bovendien is er ook nog een lus voorzien om het zuidelijke gedeelte van het plangebied toegankelijker te maken. De verwachting is dat dit extra verkeer zonder afwikkelingsproblemen op de Laan der Verwondering en verder kan worden ontsloten. De Laan der

8

•

•

Verwondering betreft reeds een wijkontsluitingsweg naar de N462 met voldoende capaciteit. Voor het aspect verkeer wordt derhalve geen cumulatie verwacht. Geluid: De ontwikkeling De Verwondering Zuidereiland en onderhavig project worden beiden ontsloten op de Laan der Verwondering. Het plan De Verwondering Zuidereiland is op het moment van schrijven reeds in ontwikkeling. Ten gevolge van de woningbouw ten noordwesten wordt er in de huidige situatie dus reeds verkeer gegenereerd op de Laan der Verwondering. Langs deze weg bevindt zich momenteel enkel een geluidsgevoelige bedrijfswoning op circa 120 meter afstand van de Laan der Verwondering. Gezien de afstand tot de weg en de relatief beperkte toename van onderhavig plan op het heersende verkeersbeeld wordt geen significante geluidstoename verwacht, zoals ook beschreven in hoofdstuk 4. Voor het plan Schoterhoek II wordt eveneens geen cumulatie voor het aspect geluid verwacht, gezien de ontsluiting van het gebied niet direct langs woningen loopt. Voor het aspect geluid wordt derhalve geen cumulatie verwacht. Luchtkwaliteit: Een toename van verkeer zou kunnen leiden tot een hogere achtergrondwaardes van de luchtkwaliteit in het gebied. Echter wordt, gezien de schaal van de projecten, niet verwacht dat er sprake is van een significant effect op de luchtkwaliteit, en zal van cumulatie geen sprake zijn voor het aspect luchtkwaliteit.

Gezien voorgaande worden geen (significant) negatieve milieueffecten verwacht voor wat betreft cumulatie. 2.4.2

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het projectgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de direct nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het project hiermee vooralsnog geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.

2.4.3

Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen)

SAB

9

en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De nieuwe woningen hebben een verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid). Deze aspecten worden daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht. 2.4.4

Risico van ongevallen Onderhavig project vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Er wordt namelijk geen oprichting van een risicovolle inrichting mogelijk gemaakt. Het project brengt daarmee geen wezenlijke risico’s met zich mee.

SAB

10

3 3.1

Plaats van het project Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.

3.2

Het bestaande grondgebruik Het plangebied bevindt zich ten zuiden van de kern van Nieuwveen. Het betreft een momenteel braakliggend terrein. De weg Teylerspark loopt door de planlocatie, en ontsluit de nieuwe woonwijk, Teylerspark 1. In het noorden van het plangebied liggen woningen, terwijl in het zuiden de Schilkerweg (N462) het plangebied scheidt van een afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) en verdere bedrijvigheid. Het overige gebied is overwegend groen, met meerdere agrarische percelen in de nabijheid. Onderstaande uitsnede geeft de globale begrenzing van het plangebied weer.

Globale begrenzing van het plangebied (geel) (Bron: PDOK Viewer).

SAB

11

3.3

Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu

3.3.1

Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.

3.3.2

Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Wetlands

Conventie van Ramsar

In de directe nabijheid van het projectgebied is geen aangewezen Wetland aanwezig .

Kustgebieden

Het projectgebied is niet gelegen in een kustgebied.

Berggebieden en bosgebieden

Wet natuurbescherming

Het projectgebied is niet gelegen in een berggebied of bosgebied.

Reservaten en natuurparken:

Nationale Landschappen zijn

Het projectgebied ligt het Natio-

•

Nationale Landschappen

benoemd in de Nota Ruimte

nale Landschap ‘Groene Hart’

•

Nationale parken

Nationale Parken zijn onderdeel

(zie verder onder 1).

van de EHS.

Het plangebied ligt niet in een Nationaal Park.

3.3.2.1

Speciale beschermingszones,

Wet natuurbescherming

In de omgeving van het project-

door de lidstaten aangewezen

gebied liggen Natura 2000-

krachtens Richtlijn 79/409/EEG

gebieden (zie verder onder 2).

(Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij com-

Europese milieurichtlijnen (o.a.

Het projectgebied ligt niet in ge-

munautaire wetgeving vastge-

kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, ka-

bieden waar basis van commu-

stelde normen inzake milieu-

derrichtlijn water)

nautaire wetgeving reeds nor-

kwaliteit reeds worden

men worden overschreden.

overschreden Gebieden met hoge bevol-

Het projectgebied is niet gele-

kingsdichtheid

gen in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.

Landschappen van

•

Verdrag van Valletta

Er bevinden zich geen histori-

•

historisch belang

•

Monumentenwet

sche structuren of wegen bin-

•

cultureel belang

•

Gemeentelijk landschaps-

nen het plangebied. Ook zijn er

SAB

12

Type gebied o •

beschermd stads- en

Juridisch kader ontwikkelingsplan

Relevantie voor de activiteit in het plangebied geen Rijks-

dorpsgezicht

en/of gemeentelijke bescherm-

archeologisch belang

de monumenten of anderszins karakteristieke panden aanwezig. Het gebied heeft wel een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2. Dit is opgenomen ten behoeve van het behoud en de bescherming van archeologische waarden (zie verder onder 3)

1. Nationaal Landschap Het plangebied is gelegen binnen het Nationaal Landschap Groene Hart. In het verleden heeft het Rijk een aantal Nationale Landschappen aangewezen. Deze landschappen weerspiegelen samen de diversiteit en ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Het rijk laat het beleid ten aanzien van landschap op land over aan provincies en wil provincies meer ruimte geven bij de afweging tussen verstedelijking en landschap om zodoende meer ruimte te laten voor regionaal maatwerk. De provincies zijn verantwoordelijk voor de uitwerking van het beleid voor de nationale landschappen. Zij nemen een gedetailleerde begrenzing op in hun structuurvisies en werken daarin per nationaal landschap benoemde kwaliteiten uit. Het plangebied is gelegen in het nationaal landschap Hollands Plassengebied in het Groene Hart. Dit gebied kent als kernkwaliteiten zeer open landschap, strokenverkaveling met waterland, en het veenweidekarakter. Er is een tweedeling te zien tussen veenweidegebieden en droogmakerijen. De droogmakerijen worden gekenmerkt door een grootschalig, rechthoekig en agrarisch karakter met landbouw. Doordat het plangebied reeds onderdeel uitmaakt van een bestaande woonkern en het plangebied en haar directe omgeving reeds tot ontwikkeling zijn gebracht, zijn de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap reeds blijvend verstoord.

Bij de ontwikkeling van het plangebied hoeft en kan daarom geen rekening te worden gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. Van een belangrijk negatief milieueffect op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, ten gevolge van onderhavig project, is dus geen sprake. Dit aspect is daarom niet nader behandeld in hoofdstuk 4. 2. Natura 2000-gebied Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Het plangebied ligt op 4,4 kilometer ten noorden van Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Andere Natura 2000-gebieden bevinden zich op grotere afstand van het plangebied Met het plan wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Het is uitgesloten dat bijvoorbeeld licht of geluid afkomstig van de ontwikkeling op deze grote afstand

SAB

13

het Natura 2000-gebied kan verstoren. Wel is met de ontwikkeling een toename van stikstofemissie te verwachten. Dit aspect is daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.

Kaart met globale ligging van het plangebied (aangeduid met locatie) ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden. (Bron: AERIUS-Calculator).

3. Archeologische waarden Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2022 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Aangezien onderhavige locatie mogelijk archeologische waarden bevat, is archeologisch onderzoek verricht1. Hierin wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling, en geconcludeerd dat vervolgonderzoek niet nodig is. Afbreuk op eventueel archeologische waarden worden niet verwacht. Negatieve milieueffecten voor het aspect archeologie zijn daarmee uitgesloten. Dit onderwerp is daarom niet verder behandeld in hoofdstuk 4. 3.3.3

Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid.

1

Bureau voor Archeologie. Teylersplein, Nieuwveen, gemeente Nieuwkoop: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase. Rapportnummer: 1098, d.d. 13-10-2021

SAB

14

Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Natuurnetwerk Nederland (voor-

Provinciale verordening

Het projectgebied maakt geen

heen: Ecologische Hoofdstruc-

deel uit van het Natuurnetwerk

tuur)

Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Gebied geschikt voor be-

Wet natuurbescherming

schermde soorten

Het projectgebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 4).

Weidevogelgebied en ganzen-

Provinciale verordening

foerageergebied

Het projectgebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied.

Stiltegebied

Bodembeschermingsgebied

Wet milieubeheer

Het projectgebied is niet gelegen

Provinciale verordening

in een stiltegebied.

Provinciale verordening

Het projectgebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied.

Grondwaterbeschermingsgebied

Provinciale verordening

Het projectgebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied.

4. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het plangebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect is daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.

SAB

15

4 4.1

Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese m.e.r.-richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van de woningen. Hoofdstuk 2 laat zien dat het project de realisatie van maximaal 61 woningen binnen de bebouwde kom van Nieuwveen betreft. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van verkeer en daarmee potentiële milieueffecten op de aspecten verkeer, geluid en luchtkwaliteit. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het projectgebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. In de omgeving van het projectgebied bevindt zich een Natura 2000-gebied waarop sprake zou kunnen zijn van een stikstofdepositie. Daarnaast kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het projectgebied aanwezig zijn die mogelijk verstoord kunnen worden.

Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: − natuur: Het project kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. Ook zijn er vanuit de gebiedsbescherming mogelijk negatieve milieueffecten als gevolg van stikstofdepositie. − verkeer: De nieuwe woonontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-)effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. − geluidshinder: Het project heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. − luchtkwaliteit: De toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van verkeer. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete project en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen: − externe veiligheid: De functies die in onderhavig project mogelijk worden gemaakt leiden niet tot externe veiligheidseffecten.

− cultuurhistorie: Er is geen sprake van negatieve effecten voor cultuurhistorische waarden door onderhavig project. − archeologie: Er is geen sprake van negatieve effecten voor archeologische waarden door onderhavig project.

SAB

16

−

water: Er is met het project sprake van een toename van de bebouwing c.q. verharding. Binnen het gehele plangebied van het bestemmingsplan ‘Teylerspark – fase 2’ is in de bestemming groen voldoende mogelijkheid voor compenserende waterberging. De benodigde waterberging wordt dan ook in dit gehele plangebied gerealiseerd. De nieuwe functies zijn verder niet van dien aard, dat deze mogelijk gevolgen hebben voor de waterhuishouding of de kwaliteit van het oppervlakte- of grondwater. Ook is geen negatieve invloed op de veiligheid van de waterkeringen in de omgeving te verwachten. De gevolgen op de waterhuishouding zijn dus op voorhand zeer beperkt tot niet bestaand. − bodem: De functies die in onderhavig project mogelijk worden gemaakt bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. − geurhinder: De functies die in onderhavig project mogelijk worden leiden niet tot geurhinder. De voorgaande aspecten worden daarom in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet nader besproken. Opzet van de beoordeling De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan.

SAB

17

4.2

Natuur

4.2.1

Huidige situatie Het plangebied bevindt zich aan de zuidelijke rand van Nieuwveen (gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland). De omgeving van Nieuwveen kenmerkt zich door agrarische gronden en plassen en het natura-2000 gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck 4,4 km ten zuiden. De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van woonhuizen en nieuwbouw. Ten noorden en oosten zijn woonhuizen aanwezig. Ten zuiden bevindt zich de Schilkerweg (N462) met daarachter een AWZI en overige bedrijvigheid. Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van het gebied ten tijde van een ecologisch veldbezoek.

Foto’s huidige situatie (Bron: Quickscan Flora en Fauna Teylerspark II2).

4.2.2

Effecten ontwikkeling Middels een quickscan flora en fauna3 is onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Naast beschermde natuurwaarden in het plangebied is ook nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Navolgend worden kort de conclusies van de onderzoeken uiteengezet. Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen. Echter, het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Nieuwkoopse Plassen & De Haeck) ligt op circa 4,4 kilometer afstand. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling is een toename in stikstofuitstoot in het plangebied mogelijk. Zo kan bij eventuele sloop en nieuwbouw door de aanwezige machines stikstof worden uitgestoten. Met de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) per 01 juli 2021 heeft de

2

Watersnip Advies (2021). Quickscan Flora en Fauna Teylerspark II. Projectnummer: 21AO31

3

Watersnip Advies (2021). Quickscan Flora en Fauna Teylerspark II. Projectnummer: 21AO31

SAB

18

wetgever een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk gemaakt van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. 4 Deze vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten waarvan de emissies tijdelijk en beperkt zijn. Daarbij inbegrepen zijn de voertuigbewegingen die onlosmakelijk verbonden zijn aan deze activiteiten. De wetgever verwacht wel van initiatiefnemer een inspanningsverplichting om bij bouw- en sloopwerkzaamheden gebruik te maken van zo schoon mogelijk materieel. In het licht van deze vrijstelling voor de bouw- en sloopwerkzaamheden is een berekening van stikstofemissie en bijbehorende stikstofdepositie niet vereist. Het is immers aannemelijk dat door het tijdelijk karakter van de emissies door bouwactiviteiten de stikstofemissie op landelijk niveau gelijk blijft en slechts een klein aandeel vormt van de totale stikstofdepositie, te weten circa 1,3 procent van de stikstofdeken5. Significant negatieve milieueffecten ten gevolge van de aanlegfase kunnen dus op voorhand worden uitgesloten. Wel kan in de gebruiksfase de verkeersaantrekkende werking door de plannen toenemen, waardoor ook de stikstofemissie toe kan nemen. Om te bepalen of deze stikstof kan leiden tot de verstoring van stikstofgevoelige vegetaties in Natura 2000gebieden is een AERIUS-berekening uitgevoerd6.

Uit de berekeningen volgt dat er met de ontwikkeling geen toename van stikstofdepositie te verwachten is op Natura 2000-gebieden voor de gebruiksfase. Uit de beoordeling blijkt dat significant negatieve effecten van het plan voor zowel de aanleg- als gebruiksfase op voorhand zijn uitgesloten. Een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is daarom niet nodig zijn. Beschermde soorten Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden.

Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten, en de aanwezige vegetatie voor de start van de bouw kort te maaien. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. In het kader van de Wet Natuurbescherming geldt de algemene zorgplicht. Er kan vanuit worden gegaan dat men zich houdt aan de zorgplicht. Zo kunnen significant negatieve effecten uitgesloten worden. 4

https://www.aanpakstikstof.nl/actueel/nieuws/2021/06/18/stikstofwet-gaat-in-per-1-juli-2021

5

Bsn jo artikel 2.5 Besluit natuurbescherming

6

SAB (2021). Stikstof. Teylerspark, Nieuwveen. Projectnummer: 210342

SAB

19

Houtopstanden Binnen het plangebied is geen houtopstand aanwezig. In het plangebied zijn ook geen bomen en struiken aanwezig. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Conclusie Uitgegaan mag worden dat de voornoemde werkwijzen ter bescherming van broedende vogels worden gevolgd. Zo kunnen de negatieve gevolgen van het plan minimaal blijven. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er op zijn hoogst sprake zal zijn van een zeer beperkt negatief milieueffect. In ieder geval kan worden uitgesloten dat sprake is van een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu.

4.3

Verkeer

4.3.1

Huidige situatie In de huidige situatie zijn er geen appartementen aanwezig binnen het plangebied. Momenteel is dus geen sprake van een verkeersaantrekkende werking.

4.3.2

Effecten ontwikkeling In de toekomstige situatie zal het plangebied ingericht zijn met maximaal 61 woningen. Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gegenereerd bij een bepaalde ontwikkeling, hanteert het CROW 7 kencijfers. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende functie toe rijdt en hiervan wegrijdt. Op basis van de cijfers van het CBS is gemeente Nieuwkoop aan te merken als een ‘weinig stedelijk’ gebied. Voor onderhavige locatie zijn de kencijfers voor ‘rest bebouwde kom’ van toepassing. Onderstaande tabel geeft het gehanteerde kencijfer met de berekende verkeersbewegingen weer. Berekening verkeersgeneratie aan de hand van CROW-381 kentallen kenmerk aantal Kencijfer (maximaal) per verkeersgeneratie gemiddeld Huis, koop, tussen/hoek

29

7,8

woning

226,2

Appartement, koop, midden totaal afgerond

32 61

6,4

woning

204,8 435

Hier komt uit voort dat door de toevoeging van 61 woningen circa 435 extra verkeersbewegingen per etmaal ten opzichte van de huidige situatie zullen ontstaan. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een dusdanige verkeerstoename dat hierdoor verkeersafwikkelingproblemen zouden kunnen ontstaan. Momenteel ligt ten noorden van het plangebied reeds de weg Teylerspark die het gebied naar het westen zal ontsluiten. Bovendien is er ook nog een lus voorzien om het zuidelijke gedeelte van het plangebied toegankelijker te maken. De Laan der Verwondering betreft reeds

7

CROW, publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen.

SAB

20

een wijkontsluitingsweg naar de N462 met voldoende capaciteit om de (extra) verkeersbewegingen te kunnen afwikkelen. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht op het gebied van doorstroming en veiligheid.

4.4

Geluid

4.4.1

Huidige situatie De locatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, waar verwacht kan worden dat in de feitelijke situatie reeds sprake is van een merkbaar geluidsniveau als gevolg van de omliggende wegen.

4.4.2

Effecten ontwikkeling In de toekomstige situatie zal het plangebied ingericht zijn met maximaal 61 extra woningen ten opzichte van de huidige situatie. Zoals in de voorgaande paragraaf is gesteld, is de verkeersaantrekking geschat op circa 435 extra motorvoertuigen per etmaal. Het merendeel van het planverkeer zal via de Teylerspark worden ontsloten op de Laan der Verwondering. Voor de Laan der Verwondering geldt dat ten noorden enkele woningen aan de weg gelegen zijn. De geluidbelasting zou hier kunnen toenemen vanwege de extra verkeersbewegingen. Uit de Wet Geluidhinder is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). Op basis van het door SAB uitgevoerde akoestisch onderzoek8 geldt voor het maatgevende jaar 2031 een etmaalintensiteit op de Laan der Verwondering van 1.500 motorvoertuigen. Bij dit plan is daarmee te verwachten dat de verkeerstoename op de Laan der Verwondering lager zal zijn dan 40%. Deze toename bedraagt met voorgaande uitgangspunten ca. 29%. Er is dus naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename op de genoemde wegen. Gezien voorgaande is geen sprake van een negatief milieueffect.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM10) bestudeerd. De navolgende tabel brent de achtergrondconcentraties in beeld. Kenmerk Stikstofdioxide (NO2)

8

Achtergrondconcentratie 14 - 16 µg/m3

Grenswaarde 40 µg/m3

SAB (2021). Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Teylerspark II, Nieuwveen. Projectnummer: 210342

SAB

21

Kenmerk fijnstof (PM10) zeer fijnstof (PM2,5)

Achtergrondconcentratie 15 - 17 µg/m3 8 - 10 µg/m3

Grenswaarde 40 µg/m3 25 µg/m3

Uit bovenstaande tabel blijkt dat sprake is van relatief lage achtergrondconcentraties voor wat betreft stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5). In de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer) zijn wettelijke grenswaarden genoemd voor de betreffende stoffen; die bedraagt voor de jaargemiddelde immissieconcentraties 40 µg/m3 voor NO2 en PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5. In alle gevallen blijven de achtergrondwaarden beneden deze grenswaarden. 4.5.2

Effecten ontwikkeling Onderliggend project voorziet in de ontwikkeling van 61 extra woningen. Gezien deze omvang is het project ruimschoots als NIBM aan te merken conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM). Van plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig project onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit.

NIBM-berekening toekomstige situatie

Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het plan kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds ver onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.

SAB

22

5

Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de nieuwbouw van de ontwikkeling Teylerspark fase II belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In totaal zullen maximaal 61 woningen mogelijk worden gemaakt.. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)

Natuur (soortenbescherming)

Verkeer

Geluid

Lucht

Beoordeling milieueffecten Het uitgevoerde natuuronderzoek wijst uit dat significant negatieve effecten op het nabij gelegen Natura 2000 gebied niet aan de orde zijn. Hiermee worden geen negatieve milieueffecten verwacht. De aanwezigheid van beschermde soorten is grotendeels uitgesloten middels een flora en fauna onderzoek, of er geldt een provinciale ontheffing. Met inachtneming van de broedperiode voor vogels en de zorgplicht uit de Wet Natuurbescherming zijn de negatieve effecten op zijn hoogst beperkt. Dit effect kan zeker niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden gekwalificeerd. De nieuwe woonontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking zonder te verwachten afwikkelingsproblemen op de bestaande infrastructuur. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht. Als gevolg van de nieuwe woonontwikeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking ten opzichte van de huidige situatie. Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De toename van het verkeer op de Laan der Verwondering is echter ruim minder dan 40% (licht verkeer) ten opzichte van de huidige verkeersintensiteit. Gezien voorgaande is geen sprake van een negatief milieueffect. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten.

Het project draagt Niet in Betekenende Mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.

De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.

SAB

23

De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

SAB

24

Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken − Quick scan natuur − Stikstofonderzoek − Akoestisch onderzoek − Archeologisch onderzoek Bronnen − Risicokaart www.risicokaart.nl − Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken − Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/ − Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/ − CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/ − Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken − Interactieve kaarten provincie Overijssel http:// gisopenbaar.overijssel.nl/ − AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/ − Natura 2000 Database http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=a6c0c28d-e448-451c-aae2-6e5e353e5b96