CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 12 Quickscan Flora en Fauna Teylerspark II

Meningsvormende raad I 9 juni 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Teylerspark fase 25.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Colofon Titel

Verkennend Ecologisch Onderzoek Teylerspark II Nieuwveen

Status rapport

Definitief

Projectnummer

21A031

Datum uitgave

april 2021

Samengesteld door

Brigit van Dam, adviseur Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip Advies

Foto’s

Watersnip Advies

Naam en adres opdrachtgever

Gemeente Nieuwkoop Postbus 1 2460 AA Ter Aar

Contactpersoon opdrachtgever

dhr. J. Koot

Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ................................................................................................. 3

2

LOCATIEBESCHRIJVING ............................................................................. 5 2.1 2.2

3

Huidige situatie.............................................................................................5 Plannen .......................................................................................................5

TOETSINGSKADER ..................................................................................... 7 3.1 3.2

Europese richtlijnen .......................................................................................7 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving ................................................................7

3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) .................................................................... 7 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland .................................................................................. 10 3.2.3 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) ..................................................................... 11

4

RESULTATEN ONDERZOEK ....................................................................... 13 4.1 4.2 4.3

Methode .................................................................................................... 13 Flora ......................................................................................................... 13 Fauna ....................................................................................................... 14

4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................ 17 5.1 5.2

6

Vogels ............................................................................................................ 14 Vissen ............................................................................................................ 14 Amfibieën ....................................................................................................... 14 Reptielen......................................................................................................... 15 Grondgebonden zoogdieren................................................................................ 15 Vleermuizen .................................................................................................... 15 Overige soorten ............................................................................................... 16

Conclusies en aanbevelingen ........................................................................ 17 Algemene Zorgplicht ................................................................................... 18

BRONNEN................................................................................................ 19

Watersnip Advies

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

Watersnip Advies

2

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

1 Inleiding De gemeente Nieuwkoop is voornemens nieuwbouwwoningen te realiseren binnen het project Teylerspark II in Nieuwveen. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: • Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming -Wnb). • Er schade optreedt aan beschermde dieren en/of planten. Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden. Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; • Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (eveneens toetsing Wet Natuurbescherming); • Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toepassing Omgevingsbeleid, Compensatiebeginsel Natuur, Recreatie en Landschap).

Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en veldonderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. In maart 2021 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied. Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkómen van schade. In het samenvattende schema op de volgende pagina wordt aangegeven of er overtreding plaatsvindt aan beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden.

Watersnip Advies

3

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

Conclusies en aanbevelingen In onderstaand schema volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen uit hoofdstuk 5. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de beschermde soorten binnen het plangebied. Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 - Habitattypen

- Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Omgevingsvisie/verordening Soortgroep H.4 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5

Flora §4.2 Jaarrond beschermde nesten §4.3.1 Vissen §4.3.2 Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5 Vleermuizen §4.3.6 Overige soorten §4.3.7 Soortgroep H.4 Vogels §4.3.1

Amfibieën §4.3.3

Watersnip Advies

Gevolgen Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck hebben habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Voor de nieuwe ontwikkeling dient daarom getoetst te worden of er sprake is van stikstof depositie op de natuurgebieden. Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Bunzing, Haas en Konijn geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee. Wel wordt geadviseerd om bij de start van de werkzaamheden, de aanwezige vegetatie voor aanvang van het broedseizoen van vogels kort te maaien zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren.

Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.

4

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

2 Locatiebeschrijving 2.1

Huidige situatie

Het plangebied ligt in de kilometervakken met de Amersfoortse coördinaten: 111, 466 en 111, 467. Het plangebied bestaat uit braakliggend grasland. Dwars door het plangebied loopt een weg met enkele lantaarnpalen, die de nieuwe woonwijk Teylerspark I, ten oosten van het Teylerspark II ontsluit. Er staan geen bomen binnen het plangebied. Langs de weg lopen aan de zuidkant enkele greppels. Het plangebied wordt aan de noordkant begrensd door een sloot. Aan de oostkant liggen de woningen van Teylerspark I. Aan de 112 zuidkant wordt het plangebied begrensd door Figuur 1: Plangebied (rode contour) openbaar gebied. Ook dit bestaat uit grasland. Aan de westkant loopt de Laan der Verwondering, die in verbinding staat met de N462. 2.2

467

Plannen

Binnen het plangebied worden nieuwbouwwoningen gebouwd. Er wordt geen water gedempt voor de nieuwbouwplannen.

Watersnip Advies

5

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

Figuur 2 en 3: Impressie van het plangebied met naastgelegen woningen en sloot

Watersnip Advies

6

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

3 Toetsingskader 3.1

Europese richtlijnen

Binnen de Europese Unie vormen de Natura 2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. De richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017. 3.2

Landelijk natuurbeleid- en wetgeving

3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet. Natura 2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura 2000gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura 2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of die habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningsplichtig. Stikstofdepositie Sinds 2015 werkte de overheid met het Programma Aanpak Stikstof (PAS) aan minder stikstof in de natuur. In mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat dit programma niet meer gebruikt mag worden. In Provincie Zuid-Holland is afhankelijk van de omvang van het initiatief een stikstofdepositieberekening nodig.

Aan de hand van het ‘Stroomschema beoordeling WABO-aanvragen bouw voor nieuwe initiatieven met stikstofdepositie’ kan bepaald worden of de berekening voor het betreffende initiatief noodzakelijk is. Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort. In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten ‘Vogelrichtlijn (Wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ (Wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime ‘andere soorten’ (Wnb- andere soorten). Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a.; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter

Watersnip Advies

7

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Het integreren van ecologische maatregelen in het plan kan een ontheffingsaanvraag voorkomen. Hierbij gaat het om het consolideren van het leefgebied van populaties. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden.

Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie figuur 4). Deze ecologische maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige.

Figuur 4: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Bron: www.regelink.net)

Watersnip Advies

8

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht.

Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. Toetsing Wet Natuurbescherming 2017 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of bijzondere provinciale natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied Nieuwkoopse plassen & De Haeck ligt op 4,5km ten zuiden van het plangebied. In dit gebied zijn verschillende stikstofgevoelige habitattypen aangewezen, zoals Blauwgraslanden, Overgangs- en trilvenen en Vochtige heiden.

Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ zijn: Noordse woelmuis, Bittervoorn, Gestreepte waterroofkever, Groenknolorchis, Kleine modderkruiper, Meervleermuis, Platte schijfhoren, Rivierdonderpad, Zeggekorfslak, Grote zilverreiger, Kolgans, Krakeend, Purperreiger, Rietzanger, Roerdomp, Smient, Snor, Zwarte stern en Zwartkopmeeuw. Een deel van deze doelsoorten komt uitsluitend voor binnen het Natura 2000-gebied. Andere soorten, zoals Smient, Krakeend, Grote zilverreiger en Kolgans foerageren ook in de wijdere omgeving van het Natura 2000-gebied. Binnen het plangebied ontbreek het aan vochtige moerasachtige biotopen en uitgebreide graslanden. Het plangebied is daardoor niet geschikt voor deze soorten als foerageergebied.

Watersnip Advies

9

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura 2000-gebieden zijn derhalve niet/wel aan de orde.

Figuur 5: Ligging Natura 2000-gebieden t.o.v. plangebied (stip) (bron: www.pzh.nl)

Een uitgebreide beschrijving van de flora en fauna binnen het plangebied is te vinden in hoofdstuk 4. Stikstofdepositie Het initiatief betreft de bouw van meerdere rijwoningen. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is 4,5km. Gezien de afstand van het plangebied tot het Natura2000gebied is een berekening van de stikstofdepositie noodzakelijk. Er zijn geen bomen aanwezig binnen het plangebied. Er is daarom geen sprake van het kappen van houtopstanden. De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde. 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland, in de wet benoemd als de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven of inteelt verkleind wordt. De NNN bestaat uit: • Natura 2000 gebieden; • bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; • grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van

Watersnip Advies

10

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van een NNN-gebied (zie figuur 6). Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met bouw van de woningen zullen vanwege de ligging van het plangebied geen schade veroorzaken aan de NNN.

Figuur 6: Ligging plangebied (stip) t.o.v. NNN-gebieden en Belangrijk weidevogelgebied

3.2.3 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) Op 1 april 2019 is het Omgevingsbeleid in werking getreden. In het Omgevingsbeleid heeft de Provincie Zuid-Holland verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving samengebracht. De voorheen fungerende Visie ruimte en mobiliteit (VRM) is ook opgenomen in het Omgevingsbeleid. Met dit nieuwe beleid heeft de provincie voorgesorteerd op de

Watersnip Advies

11

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

Omgevingswet die op 1 januari 2022 in werking treedt. Het Omgevingsbeleid bestaat uit de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In het nieuwe Omgevingsbeleid zet de provincie in op een betere relatie tussen stad en land. En ook is het doel een betere samenhang tussen de verschillende functies binnen de groene ruimte, zoals landbouw, natuur, recreatie, water en cultuurhistorie te realiseren. Er moet een samenhangend stelsel komen van de verschillende groene ruimtes en de stad, de zogenoemde groenblauwe structuur. Bescherming van natuurgebieden en het Natuurnetwerk Nederland zijn hiervan belangrijke onderdelen. Het ontwikkelen van nieuwe plannen kan inbreuk maken op te beschermen waarden in het landschap. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat er compensatie plaatsvindt als er specifieke natuur-, recreatie- of landschapswaarden verloren gaan. GS heeft hiervoor in mei 2013 de beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013 vastgesteld. Deze beleidsregel is opgenomen in de Omgevingsverordening. In deze beleidsregel is voor een aantal gebieden compensatie noodzakelijk bij het verlies van ecologische waarden. Dit zijn; • het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS); • de belangrijke weidevogelgebieden; • de recreatiegebieden om de stad; • strategische reservering natuur; • de karakteristieke landschapselementen.

Biotopen voor Rode lijstsoorten zijn niet langer compensatie plichtig. Toetsing Omgevingsvisie en Omgevingsverordening en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland Bovenstaande elementen zijn in en rond het plangebied niet aanwezig (figuur 6). Er zal daardoor geen schade ontstaan door de geplande werkzaamheden.

Watersnip Advies

12

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

4 Resultaten onderzoek 4.1

Methode

Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. Soorten die op een afstand van 0 tot 1km zijn waargenomen worden in dit rapport behandeld. Soorten van 1 tot 5km worden alleen behandeld indien dat relevant is voor het plangebied. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Op vrijdag 26 maart 2021 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Tevens is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. 4.2

Flora

Het braakliggende plangebied is begroeid met grassen en ruigtekruiden, zoals Akkerereprijs, Veldkers, Madelief, Paardenbloem, Klein kruiskruid, Akkerdistel, Speerdistel, Zachte ooievaarsbek, Paarse dovenetel, Hondsdraf en Klein hoefblad. Er is geen opgaande begroeiing in de vorm van struiken en bomen aanwezig. In de sloot aan de noordkant van het plangebied groeit Grote lisdodde en Riet. Er is geen ondergedoken watervegetatie waargenomen. Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied.

Figuur 7: Klein hoefblad

Watersnip Advies

Figuur 8: Ereprijs

13

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

4.3

Fauna

4.3.1 Vogels Tijdens de inventarisatie zijn verschillende algemene vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied, zoals Houtduif, Kauw, Koolmees en Ekster. In de sloot is een Meerkoet waargenomen. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. Er zijn geen nesten of broedende vogels aangetroffen binnen het plangebied. De ruige vegetatie kan wel geschikt zijn voor grondbroeders. Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende uilensoorten, zijn jaarrond beschermd. De Gierzwaluw en Huismus zijn voor hun nesten afhankelijk van menselijke bebouwing. Er is binnen het plangebied geen bebouwing aanwezig. De aanwezigheid van de Gierzwaluw en Huismus binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor jaarrond beschermde nesten aangetroffen voor uilen en/of roofvogels, die hun nesten vaak in hoge bomen hebben. Deze zijn binnen het plangebied niet aanwezig. Jaarrond beschermde nesten van deze soorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. 4.3.2 Vissen Uit de bureaustudie blijkt dat er geen beschermde vissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied is geen water.

De sloot aan de noordkant van het plangebied blijft ongemoeid. 4.3.3 Amfibieën Tijdens de veldinventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen binnen het plangebied. Er kan aangenomen worden dat Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad en Kleine watersalamander (allen Wnb-andere soorten) voorkomen binnen het plangebied (01km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de Provincie Zuid-Holland. Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Rugstreeppad (wnb-hrl / Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied. De Rugstreeppad komt voornamelijk voor op zandige terreinen met een betrekkelijk hoge dynamiek, zoals de duinen, de uiterwaarden van grote rivieren, opgespoten terreinen, heidevelden en akkers. Ook braakliggende terreinen kunnen geschikt zijn als leefgebied voor de Rugstreeppad. Voor de voortplanting maakt de Rugstreeppad gebruik van ondiepe plassen en poelen om haar eieren in af te zetten. Tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat er geen water in de greppels aanwezig was. Het oneffen terrein is wel gevoelig voor stagnerend water! De Rugstreeppad maakt voor de overwintering gebruik van rommelhoekjes met opgeslagen stenen of van braakliggende zandhopen, waarin hij zich makkelijk kan ingraven. Deze zijn binnen het plangebied niet aangetroffen.

Op het moment dat er binnen het plangebied regenwater kan stagneren en er hopen zand voor langere tijd braak komen te liggen, wordt het gebied wel aantrekkelijk als voortplantings- en overwinteringsgebied. De Rugstreeppad staat erom bekend dat hij lange afstanden kan afleggen op zoek naar een geschikte overwinteringslocatie.

Watersnip Advies

14

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

4.3.4 Reptielen Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat er geen beschermde reptielen voorkomen in de directe omgeving van het plangebied. Het plangebied is ook niet geschikt als leefgebied voor beschermde reptielen die specifieke eisen stellen aan hun leefgebied. Op basis van de bureaustudie worden daarom binnen het plangebied geen beschermde reptielen verwacht. 4.3.5 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere Figuur 9: Drooggevallen greppel zoogdiersoorten voorkomen in en rond het plangebied, zoals Bunzing, Haas en Konijn (allen Wnb-andere soorten) (0-1km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming in de provincie Zuid-Holland. Uit de bureaustudie blijkt tevens dat er geen beschermde zoogdieren voorkomen in de directe omgeving van het plangebied. Het braakliggende plangebied met voornamelijk grassen en kruidachtige gewassen is ook niet geschikt als leefgebied voor zoogdieren, omdat er geen schuilmogelijkheden aanwezig zijn. Beschermde zoogdieren worden daarom niet verwacht. 4.3.6 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (Wnb-hrl).

Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de wijdere omgeving van het plangebied (1-5km), zoals Gewone dwergvleermuis, Kleine dwergvleermuis, Laatvlieger, Meervleermuis, Rosse vleermuis en Ruige dwergvleermuis. Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Hierdoor kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten worden uitgesloten. Tevens zijn er geen bomen binnen het plangebied. Ook de aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten kan worden uitgesloten. Het plangebied is zeer open en er zijn geen bomen aanwezig. Hierdoor is het plangebied niet heel geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Incidenteel kunnen vleermuizen, die bijv. in de woonwijk ten noorden foerageren, gebruik maken van de sloot aan de noordkant van het plangebied. Deze sloot blijft behouden. Er zal door de nieuwbouwplannen geen schade ontstaan aan de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige populaties vleermuizen in de omgeving van het plangebied.

Watersnip Advies

15

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

4.3.7 Overige soorten Uit de bureaustudie blijkt dat er geen beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelde aanwezig zijn in de directe omgeving van het plangebied. Het braakliggende plangebied is ook niet geschikt als leefgebied voor beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelde. De aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied kan worden uitgesloten.

Watersnip Advies

16

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

5 Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de beschermde soorten binnen het plangebied. In de onderste tabel staan de soortgroepen die aanvullende maatregelen vereisen. 5.1

Conclusies en aanbevelingen

Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 - Habitattypen

- Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Omgevingsvisie/verordening Soortgroep H.4 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5

Flora §4.2 Jaarrond beschermde nesten §4.3.1 Vissen §4.3.2 Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5 Vleermuizen §4.3.6 Overige soorten §4.3.7 Soortgroep H.4 Vogels §4.3.1

Amfibieën §4.3.3

Watersnip Advies

Gevolgen Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck hebben habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Voor de nieuwe ontwikkeling dient daarom getoetst te worden of er sprake is van stikstof depositie op de natuurgebieden. Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Bunzing, Haas en Konijn geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee. Wel wordt geadviseerd om bij de start van de werkzaamheden, de aanwezige vegetatie voor aanvang van het broedseizoen van vogels kort te maaien zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren.

Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.

17

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

5.2

Algemene Zorgplicht

Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Natuur-inclusief bouwen In het bestemmingsplan voor dit project komt een paragraaf duurzaamheid voor. In dat kader past aandacht voor behoud en herstel van biodiversiteit. Het is gewenst natuur-inclusief te bouwen en een aantal kansrijke voorzieningen te integreren voor Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen: a. Voor de Huismus kan ruimte beschikbaar gehouden worden onder onderste twee rijen dakpannen. Op een aantal plaatsen kunnen in afwijking hiervan vogelvides aangebracht worden op de onderste panlat. b. Voor de Gierzwaluw kunnen holle inbouwstenen worden ingemetseld in de randen van de zijgevels. c. Voor vleermuizen kunnen kasten ingemetseld worden in de spouw op diverse plaatsen en kunnwn op een aantal zijgevels vleermuiskasten geplaatst worden. Daarnaast kan in een groenvoorziening een groepskast voor vleermuizen op een paal aangebracht worden.

Aanbevolen wordt: voorzieningen voor de Gewone dwergvleermuis, voor de Laatvlieger en in beperkte mate voor de Ruige dwergvleermuis. Enkele aanbieders van producten zijn Faunaprojecten.nl, Veldshop.nl, Vivarapro.nl

Figuur 10: Mogelijkheden plaatsing van vleermuiskasten in een gevel

Watersnip Advies

18

21A031 VEO Teylerspark II Nieuwveen

6 Bronnen Geraadpleegde literatuur 1. Uitgeverij 12 Provinciën, Topografische Atlas Zuid-Holland 1:25.000, Landsmeer 2012 2. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), dec 2015 3. Ecologica, Wet natuurbescherming, samenvatting wijzigingen natuurwetgeving, 5 november 2018 4. Ministerie van Landbouw, natuurbeheer en voedselkwaliteit, Rode Lijsten, Den Haag, 2004 5. Norren, E. van, J. Dekker en H. Limpens, 2020. Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020 volgens Nederlandse en IUCN-criteria. Rapport 2019.026. Zoogdiervereniging, Nijmegen 6. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, Vleermuisprotocol 2021, januari 2021 7. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsvisie, Omgevingsbeleid Zuid-Holland, gewijzigd ontwerp, 22 januari 2019 8. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsverordening Zuid-Holland, 22 februari 2019 9. Provincie Zuid-Holland, Visie Ruimte en Mobiliteit, geconsolideerd, in werking per 19 januari 2018 tot 1 april 2019 10. Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid, Stroomschema beoordeling WABO-aanvragen bouw voor nieuwe initiatieven met stikstofdepositie, versie 5.0, 1 december 2020 11. '© NDFF - quickscanhulp.nl 26 maart 2021 Geraadpleegde internetsites: 12. www.rijksoverheid.nl 13. www.bij12.nl 14. www.rvo.nl 15. www.regelink.net 16. www.ravon.nl 17.

www.vleermuis.net 18. www.zuid-holland.nl 19. www.zoogdiervereniging.nl 20. www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/ 21. www.arcgis.com/home/webmap/viewer.html 22. www.waarneming.nl

Watersnip Advies

19

Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie Watersnip v.o.f. ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk KvK 76653862 +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=19e71356-bd39-42c0-875f-6087e5f62f67