CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Servicedocument Omgevingsprogramma

Besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze herziening provinciaal omgevingsbeleid (2025-089)54.527 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

35

•

• •

Een duurzame economie is een economie die uiteindelijk geen uitstoot heeft, en die gebaseerd is op een circulair energie- en grondstoffensysteem (onder andere voor stroom, warmte, CO2 en waterstof). Een innovatieve economie heeft een sterke kennis- en concurrentiepositie, het vermogen om transities het hoofd te bieden en een vestigingsklimaat te creëren dat aantrekkelijk is. Een inclusieve economie heeft gelijke kansen voor iedereen, waarin iedereen en elke regio meetelt, meedoet en op een prettige en gezonde manier kan leven.

De bijdrage aan brede welvaart en een duurzame, innovatieve en inclusieve economie bepaalt in steeds belangrijker mate de ‘license to operate’ van bedrijven. Deze ‘license to operate’ kan worden vertaald als een combinatie van maatschappelijk, politiek en juridisch draagvlak of legitimiteit. Dit draagvlak vormt het afwegingskader voor economische activiteiten waarvoor steun en ruimte wordt geboden. De provincie ondersteunt bedrijven in de transitie naar 'toekomstbestendigheid'. Toekomstbestendige bedrijven kunnen aanspraak maken op de steun van de provincie en de (toekomstige) ruimte in Zuid-Holland. Innovatieve Economie In de provincie Zuid-Holland worden het innovatiemogelijkheden onvoldoende benut. Dit terwijl er een extra uitdaging ligt in de verandering naar een duurzame, inclusieve, circulaire en digitale economie. De provincie wil de innovatiemogelijkheden daarom beter benutten. Zo kan ze (brede) welvaart behouden en liefst verhogen, én het mogelijk maken dat bedrijven een grotere bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Daarnaast zorgt innovatie ervoor dat er een klimaat ontstaat waarin bedrijven zich graag willen vestigen: innovatie is belangrijk voor het behoud van de economische positie van Zuid-Hollandse bedrijven.

Door innovatie kunnen concurrentievoordelen worden behaald en kan meer toegevoegde waarde worden gegenereerd voor economie en maatschappij, hier en ergens anders. Innovatie aanmoedigen doet de provincie door het werkveld van vernieuwende bedrijven te ondersteunen en sterker te maken. Dat betekent dat de provincie kijkt naar de ‘omgeving’ waarin bedrijven werken, om daarbij aan te sluiten met haar beleid. De provincie is de aangewezen laag om dit werkveld te laten groeien en de samenwerking tussen (grote en kleine) bedrijven, kennisinstellingen en overheden te bevorderen. Bovendien komen innovaties vaak niet of trager tot stand zonder ondersteunende overheidsmaatregelen (marktfalen). Voor innovaties die bijdragen aan de overgang naar een duurzame economie is daarnaast vaak sprake van ‘transitiefalen’ (bv. hoge kosten van nieuwe technologieën omdat er in de basis nog geen markt voor bestaat). Provincie Zuid-Holland heeft aandacht voor alle soorten bedrijven. Veranderingen zijn namelijk pas succesvol als niet alleen een kopgroep innovaties ontwikkelt, maar ook het ‘peloton’ van het brede mkb én de grote bedrijven meegaat in de overgang. Het innovatieve midden- en kleinbedrijf (mkb), - vooral binnen de topsectoren van Zuid-Holland - vervult een belangrijke rol als plek waar vernieuwende producten ontstaan.

Grote bedrijven hebben meestal geen hulp nodig, maar zijn wel interessant als sterke partners in een overgang. Het brede mkb vormt de ruggengraat van de lokale en regionale economie, waarin ze ook geworteld zijn. De provincie Zuid-Holland versterkt kennis en innovatie in het werkveld door de inzet van 5 beleidsmaatregelen: • Strategische samenwerking om een innovatieve economie te aan te moedigen, door ondersteuning van haar Regionale ontwikkelingsmaatschappij Innovation Quarter en de Economic Board ZuidHolland. • Campussen en fieldlabs sneller ontwikkelen waardoor innovatie makkelijker kan plaatsvinden. • Versterken van netwerken gericht op kennis en innovatie. • Innovatie stimuleren binnen specifieke clusters, zoals Life Sciences & Health, Industriële biotechnologie of Aerospace. • Innovatie stimuleren in het MKB. Transitie van de tuinbouw De tuinbouw is één van de economische topsectoren in Nederland. Zuid-Holland is met een groot deel van de Nederlandse teelt, de meeste bedrijfsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling, en het grootste deel van de handelsbedrijven en logistiek, dé tuinbouwprovincie van Nederland. De tuinbouw levert de nationale en regionale economie veel op, maar heeft tegelijkertijd invloed op het ruimtegebruik, de transportbewegingen, de leefomgeving en de waterkwaliteit. Daarnaast gebruikt de tuinbouw nu nog veel (fossiele) energie.

Dit wil de provincie versneld veranderen zodat de tuinbouw ook in de toekomst een duurzaam verdienmodel binnen onze provincie heeft.

36

De provincie zet daarom in op: •

•

•

Bevorderen van duurzame tuinbouwgebieden: gebieden die aan de wettelijke kaders en randvoorwaarden voldoen. Dit met als belangrijkste doel om een klimaat neutrale sector te zijn in 2040, en de doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen. Verbeteren duurzaam verdienmodel: binnen de wettelijke kaders en randvoorwaarden op het gebied van water, biodiversiteit, natuur, klimaat en circulariteit, met een goede balans tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en duurzame inzetbaarheid van flexibele arbeidskrachten. Bevorderen netwerksamenwerking: door samenwerking in de regionale Greenports, het landelijke netwerk Greenports Nederland en in andere (internationale) netwerken. Men kan zo voordeel hebben van clusterkracht, kennisdeling, gezamenlijke lobby en belangenbehartiging. Dit leidt tot samenwerkingsvoordelen en een versterkte concurrentiepositie.

De provincie past hiervoor de volgende hulpmiddelen toe: • Netwerkkracht. Actieve deelname aan de triple helix organisaties van de regionale Greenports en Greenports Nederland en het Europese netwerk ERIAFF. • Gebiedsgericht werken. Samen met de tuinbouwpartners het beleid, met behulp van geld en hulpmiddelen, vertalen in een per Greenport samenhangend uitvoeringsprogramma met (gebiedsgerichte) projecten en maatregelen. • Ondersteunen van projecten die de transitie van de tuinbouw versnellen. • Wetgeving via omgevingsverordening. • Monitoring, dataverzameling en kennisontwikkeling. Transitie van het Havenindustrieel Complex Het Havenindustrieel complex (HIC) bestaat uit een grootindustrieel complex, een logistieke hub en een maritiem cluster. De provincie Zuid-Holland wil eraan bijdragen dat het HIC in Rotterdam, de verspreide industrie en het maritieme cluster in Zuid-Holland klimaatneutraal, circulair en slim werken. Dit vraagt om een overgang naar een economie waarin minder tot helemaal geen broeikasgassen worden uitgestoten, de stikstofuitstoot wordt verminderd en minder natuurlijke grondstoffen worden gebruikt. Hierbij is het belangrijk om een goed vestigingsklimaat te behouden voor de bedrijven en (startende) ondernemers in de industrie en het maritieme cluster.

Belangrijk is dat hierbij wordt gelet op de invloed op de omgeving, de nodige (milieu)ruimte en hoogwaardige toepassing en hergebruik van grondstoffen/materialen. De provincie gaat daarvoor innovaties ondersteunen en duurzame investeringen bevorderen. Daarnaast zal zij ervoor zorgen dat netwerken en samenwerkingsverbanden versterken, en bijdragen aan het op orde brengen van randvoorwaarden. Dit doet de provincie met de inzet van haar economisch- en innovatie instrumentarium, haar ruimtelijke instrumentarium, haar taken op het gebied van infrastructuur en milieu, en de lobby en samenwerking in de Europese Unie en bij het Rijk. De provincie zet zich als onderdeel van dit beleid ook in voor het behoud, de versterking en de verduurzaming van de Zuid-Hollandse maritieme sector. De provinciale inzet komt grotendeels inhoudelijk voort uit de Regionale Maritieme Agenda en draagt bij aan de nationale Sectoragenda Maritieme Maakindustrie. Digitale economie Het gebruik van digitalisering in de economische sectoren in Zuid-Holland heeft grote gevolgen. Door het gebruik van digitalisering zijn processen efficiënter geworden en zijn er nieuwe businessmodellen gekomen in bijna alle sectoren.

De provincie weet dat sterke sectoren zoals het havenindustrieel complex, maakindustrie en de tuinbouwsector in de komende 10-15 jaar hun manier om geld te verdienen sterk zullen veranderen en dat digitalisering hier een rol in speelt. De provincie wil zorgen voor een goede ondersteuning van de economie bij deze digitale verandering en dat alle sectoren de juiste digitale voorwaarden hebben. De provincie Zuid-Holland zet daarom in op: • Innovatieve manieren om geld te verdienen door gebruik te maken van innovatieve digitale technieken. • Verbeteren van het vestigingsklimaat voor de digitale economie. • Bijdragen aan de digitale verandering voor het hele mkb en tussen sectoren. • Vastleggen en versterken van publieke waarden in de digitalisering van de Zuid-Hollandse economie. • Verbeteren van de digitale weerbaarheid van de Zuid-Hollandse economie. Circulair Zuid-Holland In april 2024 stelde de provincie de nieuwe strategie “Samen bouwen aan een Circulair Zuid-Holland” vast. Hierin geeft de provincie aan hoe zij toewerkt naar 50% circulair in 2030 en een volledig circulaire

37

samenleving in 2050. Met deze strategie komt de provinciale aanpak in een nieuwe fase. Hierbij ligt de nadruk op de invloed. De provincie richt zich daarbij naast de koplopers ook in het bijzonder op de brede groep daarachter. Zij zet aan de ene kant in op zaken waar de provincie een verschil kan maken. En aan de andere kant waarbij circulair bijdraagt aan de oplossing van meerdere maatschappelijke vraagstukken waar de provincie aan werkt. De transitie naar een circulaire economie zorgt voor nieuwe bedrijvigheid en daarmee nieuwe ruimtevragers. Ook de ruimtevraag van bestaande bedrijvigheid zal veranderen.Dat betekent ook dat de rol van de provincie verandert. Eerst zorgde zij ervoor dat alles in beweging kwam, nu verbindt de provincie vraagstukken vaker met elkaar. Daarnaast stelt de provincie kaders en geeft zij opdrachten. Toekomstbestendige ruimte voor ondernemen Economie en ruimte zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voor een toekomstbestendige economie is een aantrekkelijk vestigings- en ondernemingsklimaat met voldoende fysieke ruimte nodig. Daarnaast leidt de ontwikkeling naar een duurzame, innovatieve en inclusieve economie tot andere eisen en wensen die we stellen aan deze ruimte. De ruimte voor economie is schaars in Zuid-Holland.

Dat betekent dat we niet meer vanzelfsprekend ruimte faciliteren op basis van ramingen en prognoses, maar gericht kijken naar de bijdrage van economische ontwikkelingen aan brede welvaart en het Zuid-Hollandse ecosysteem. Dit bepaalt in steeds belangrijker mate het draagvlak voor bedrijfsactiviteiten. Duurzaamheid, innovatie en inclusiviteit zijn de pijlers van een toekomstbestendige economie en krijgen prioriteit bij de verdeling van de ruimte. Duurzaamheid, innovatie en inclusiviteit staan niet los van elkaar; ze kunnen elkaar versterken en leiden samen tot brede welvaart. Tegelijkertijd kunnen ze ook op gespannen voet met elkaar staan bij het maken van ruimtelijke keuzes. Bij de verdeling van de ruimte voor economie geven we daarom prioriteit aan de volgende activiteiten: 1. Basiseconomie en strategische belangen: De ‘basiseconomie’ heeft voldoende ruimte nodig. Dat gaat om maatschappelijke en nutsvoorzieningen en stadverzorgende bedrijvigheid die noodzakelijk is voor het functioneren van onze samenleving. Daarnaast gaat het om activiteiten die vanwege hun (nationale) strategische belang een bijdrage leveren aan onze strategische autonomie. 2.

Circulaire economie: We maken ruimte voor activiteiten die bijdragen aan de transitie naar een circulaire en klimaat neutrale economie, waarin het hergebruik van producten en grondstoffen en het behoud van natuurlijke hulpbronnen het uitgangspunt is.

3.

Kennis- en innovatie-ecosystemen, technologische maakindustrie en toegevoegde waarde: Voor ons toekomstig verdienvermogen zetten we in op onze sterke kennis- en innovatie-ecosystemen en de technologische maakindustrie. We geven daarbij prioriteit aan activiteiten met een hogere toevoegde waarde voor de samenleving en economie en een compact ruimtebeslag.

Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn een cruciale schakel in het economisch functioneren van Zuid-Holland. De ca. 26.000 bedrijven op bedrijventerreinen zijn samen goed voor bijna 1/3 van de totale werkgelegenheid en de toegevoegde waarde in de provincie. Bedrijventerreinen zijn daarnaast dé locaties waar hinder veroorzakende functies zich kunnen vestigen. Daarmee zijn het ook dé plekken waar de transities naar een duurzame en circulaire economie vorm moet krijgen. De uitbreidingsruimte voor nieuwe bedrijventerreinen is beperkt, omdat wonen en werken zich moeten ontwikkelen binnen de beschikbare ruimte, inclusief de i 3ha-locaties. Daarom moet de beschikbare ruimte zorgvuldig worden beschermd en beter worden benut. Tegelijkertijd hebben bestaande bedrijventerreinen vaak nog ongebruikte mogelijkheden met betrekking tot ruimtegebruik, energietransitie en klimaatadaptatie en zullen bedrijventerreinen ook zelf moeten transformeren tot duurzame en circulaire werklocaties. Via het stellen van randvoorwaarden bij het faciliteren van de ruimte, wil de provincie voorrang geven aan bedrijven die bijdragen aan de overgang naar een duurzame, digitale en inclusieve economie en verbetering van het welzijn van de inwoners van ZuidHolland. De provincie Zuid-Holland zet daarom in op: • Beter benutten en duurzaam functioneren van bedrijventerreinen.

De provincie zet in op het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen onder andere door middel van meervoudig ruimtegebruik en maximale benutting van de beschikbare milieuruimte op bedrijventerreinen. Waar mogelijk wordt functiemenging onder voorwaarden mogelijk gemaakt, zoals bedrijven met een lage milieucategorie met woningbouw. •

38

Het behoud van voldoende ruimte voor bedrijven op bedrijventerreinen. De provincie blijft ervoor waken dat (selectieve) vraag en aanbod van bedrijventerreinen in de regio’s in balans blijven en dat woningbouwplannen van gemeenten niet botsen met aanwezige bedrijven op bedrijventerreinen.

•

Het stimuleren van circulaire en duurzame bedrijventerreinen door eigen duurzame opwekking en de realisatie van lokale warmtenetten. Ook kunnen deze terreinen bijdragen aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en recreatie.

Van bedrijven die werken met arbeidsmigranten verwacht de provincie een menswaardig huisvestingsplan. Het in beeld brengen van de huisvestingsbehoefte als gevolg van nieuwe bedrijvigheid of uitbreiding daarvan, is onderdeel van de totale huisvestingsbehoefte van arbeidsmigranten in de gemeente. Het is van belang dat de gemeente de huisvestingsbehoefte van en – mogelijkheden voor arbeidsmigranten (tijdelijk) werkzaam in de gemeente, en/of van arbeidsmigranten die langdurig in de gemeente wonen of willen wonen, actueel houdt en opneemt in gemeentelijke Omgevingsvisie in het onderdeel economie (alsmede in het onderdeel over huisvesting). Vanuit het oogpunt van optimale benutting van de ruimte voor ondernemen op bedrijventerreinen beperken we menging van kwetsbare functies op bedrijventerreinen met een hogere milieucategorie tot een minimum. Bedrijventerreinen met een hogere milieucategorie zijn primair bedoeld voor bedrijven die vanwege hun zwaardere type bedrijfsvoering zijn aangewezen op de hogere milieugezoneerde gebieden en kunnen bijzonder lastig gemengd worden met kwetsbare functies.

Kantoren Nieuwe, grootschalige kantorenontwikkelingen worden op toplocaties (centrum Rotterdam en centrum Den Haag) en scienceparken geconcentreerd. De provincie Zuid-Holland zet daarom in op: • Het verminderen van het kantorenaanbod op minder kansrijke locaties. • Waar mogelijk het veranderen van leegstaande, incourante kantoren naar andere functies (wonen). Detailhandel Gezonde, krachtige en aantrekkelijke stads- en dorpscentra zijn belangrijk voor de levenskwaliteit van onze inwoners. De provincie zet daarom in op: • Het versterken van de detailhandelsstructuur door deze kwalitatief te verbeteren. •

Het garanderen van de bereikbaarheid door winkels zoveel mogelijk te concentreren in bestaande centra.

Human Capital De provincie ambieert een beroepsbevolking die past bij de economie van de toekomst. Dit kan de provincie bereiken door her-, bij- en omscholing van 55.000 werknemers en flexwerkers. En door begeleiding naar toekomstbestendig werk van 10.000 mensen en voldoende stage- en werkplekken voor alle studenten. Dit zorgt ervoor dat onze bedrijven belangrijk blijven voor het aanbod van banen.

Maatregelen van 4.1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat 4.1.1.1 Innovatie infrastructuur versterken door de ontwikkeling van campussen en fieldlabs te versnellen en campussen te versterken Wat gaat de provincie doen? Campussen dragen als brandpunt in het regionale Kennis & Innovatie ecosysteem sterk bij aan de benutting van het innovatiepotentieel. Bedrijven op de campus werken samen met andere bedrijven en kennisinstellingen op de campus aan innovatie door gebruik te maken van gezamenlijke onderzoeks- en innovatiefaciliteiten en een gezamenlijk netwerk. Zonder financiële steun voor deze gezamenlijke faciliteiten en netwerk zouden de campussen niet of later bijdragen aan innovatie. Bovendien draagt de provincie bij aan de verdere ontwikkeling van campussen door ureninzet. Fieldlabs zijn een wezenlijk onderdeel van de kennis en innovatie infrastructuur van de provincie. In fieldlabs testen, valideren en ontwikkelen bedrijven innovaties, zonder daarvoor zelf te hoeven investeren in vaak dure apparatuur. Deze ‘shared facilities’ zijn daarmee een belangrijke katalysator voor het tot stand komen van innovaties. Door subsidies voor de totstandkoming en benutting door bedrijven van fieldlabs stimuleert de provincie de versnelde introductie op de markt van innovatieve producten, processen en diensten.

39

Om de innovatie infrastructuur optimaal te faciliteren wil de provincie innovatieve bedrijvigheid, kennisen onderwijsinstellingen primair clusteren rondom innovatieve hotspots, zoals campussen en fieldlabs. Dit vormt een uitgangspunt bij het aantrekken en begeleiden van nieuwe bedrijvigheid en het versterken van de campussen in Zuid-Holland.

Rol Presterend

Uitwerking Waar nodig en mogelijk zet de provincie in samenwerking met gemeenten in op ‘branchering’ van deze locaties, om de identiteit van de aanwezige ecosystemen te versterken. Dat betekent ook dat de provincie in sommige situaties branches of bedrijfsvestigingen willen uitsluiten, wanneer die geen meerwaarde hebben voor het ecosysteem. Belangrijk is dat daarbij de nodige flexibiliteit behouden blijft, zodat tijdig kan worden ingespeeld op de kansrijke ontwikkelingen op het gebied van onderwijs, onderzoek, innovatie en economische bedrijvigheid die het ecosysteem kunnen versterken. De provincie verkent in samenwerking met gemeenten waar branchering nodig en wenselijk is, en welk instrumentarium daarbij beschikbaar is. Diverse campussen in Zuid-Holland ontwikkelen zich tot innovatieve omgevingen, waar functies, zoals wonen, werken, leren, ontmoeten en ondernemen, elkaar versterken. Het gaat daarbij om fysieke locaties met hoogwaardige vestigingsmogelijkheden, die een manifeste kennisdrager hebben (universiteit of grootbedrijf), waar sprake is van open innovatie en die een (intern)nationaal belang hebben. De doorontwikkeling van deze campussen vraagt om samenhangend ruimtelijk beleid, zodat de ontwikkeling kan worden versneld.

Ter versterking van deze campuslocaties wil de provincie functiemenging onder voorwaarden toestaan, door ruimte te bieden aan vormen van bewoning en (kleinschalige) voorzieningen die ondersteunend zijn aan het profiel van de campus. Belangrijke voorwaarde is dat deze functies het innovatie-ecosysteem versterken en duidelijk bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de campus. Daarnaast dienen deze functies de hoofdfunctie van de campus niet te verdringen en inpasbaar te zijn binnen de geldende regels op het gebied van ruimtelijke ordening, (externe) veiligheid en ruimtelijke kwaliteit. In overleg met gemeenten en de aanwezige (campus)organisaties wordt bepaald in hoeverre en waar functiemenging een bijdrage levert aan de ontwikkeling van de campus. Functiemenging geldt mogelijk niet voor het hele campusgebied, maar wordt in overleg mogelijk gemaakt op bepaalde locaties. In eerste instantie kunnen het Leiden Bio Science Park, de TU Delft Campus en Space Campus Noordwijk aanspraak maken op deze mogelijkheden. Bij de ontwikkeling van campussen heeft de provincie in het bijzonder aandacht voor een hoge (omgevings)kwaliteit, door het vergroenen en verduurzamen van de locatie en het bieden van mogelijkheden voor ontspanning en beweging.

Daarnaast heeft de provincie aandacht voor belangrijke randvoorwaarden, waaronder de beschikbaarheid van (duurzame) energie, zoet- en drinkwater, goede digitale infrastructuur en de bereikbaarheid van en op de campus.

4.1.1.2 Innovatie stimuleren binnen specifieke clusters Wat gaat de provincie doen? De provincie onderscheidt een aantal specifieke innovatieclusters, die van groot belang zijn voor de ZuidHollandse economie. Afhankelijk van de aard en omvang van de opgave zet de provincie hier capaciteit en middelen voor in. Gezien de bijdrage aan werkgelegenheid en bedrijvigheid in de regio, en hun bijdrage aan de transitie naar een duurzame, digitale en inclusieve economie, geeft de provincie juist deze clusters extra aandacht. Mocht de situatie veranderen en de behoefte binnen nieuwe clusters voor ondersteuning ontstaan, dan kan de provincie dit logischerwijs oppakken.

Rol Presterend

Uitwerking Life Sciences & Health Life Sciences & Health (LSH) is één van de sterke economische sectoren in Zuid-Holland. Het is een innovatieve sector gericht op gezondheid, die tot de top van de wereld behoort op wetenschappelijk gebied en in ondernemerschap. De concurrentiepositie van de sector in Zuid-Holland is goed en de toegevoegde

40

waarde ervan is groot. De sector telt in de provincie 220.000 banen en bijna 18.000 vestigingen. LSH is één van de topsectoren waar de Provincie Zuid-Holland zich op richt, vanwege het verdienvermogen en de werkgelegenheid, maar ook vanwege de bijdrage aan andere thema's van brede welvaart, zoals gezondheid en duurzaamheid . De provincie heeft een uitvoeringsprogramma ontwikkeld voor strategische versterking van het cluster en intervenieert door middel van subsidies, netwerkvorming en ureninzet in bijvoorbeeld het Leiden BioScience Park, de Erasmus MC campus Rotterdam Square en het netwerk Medical Delta.

Aerospace Zuid-Holland heeft van oudsher een toonaangevende aerospace-sector: luchtvaart, ruimtevaart, en drones. Innovaties in de aerospace kunnen bijdragen aan diverse thema's van brede welvaart: de sector biedt werkgelegenheid en verdienvermogen, maar draagt ook bij aan duurzaamheid, door zelf te verduurzamen (zoals in de luchtvaart) maar vooral via toepassingen die bijdragen aan bijvoorbeeld veiligheid en klimaatkennis. De provincie bevordert de integratie van de drie sub-sectoren tot één ecosysteem, waarin naast bedrijven ook kennisinstellingen en overheden nauw samenwerken aan de innovaties van morgen. Hiervoor jaagt de provincie de clustering naar campussen en fieldlabs aan, waaronder de NL Space Campus in Noordwijk voor ruimtevaart en Unmanned Valley in Katwijk voor drones en sensoren. Daarnaast ondersteunt de provincie deze clusters het opzetten van gemeenschappelijke innovatie-infrastructuur en fysieke voorzieningen, en het laagdrempeliger maken van de toegang tot financiering. Tot slot intensiveert de provincie de samenwerking tussen de clusters binnen het aerospace-ecosysteem onderling, en tussen aerospace en andere sectoren. Met de aanwezigheid van onder meer de TU Delft, SRON, en TNO is de regio daarnaast een hotspot voor aerospace-onderzoek.

Waterstofvliegtuigen, klimaatsatellieten, en inspectiedrones kunnen komende decennia en cruciale rol spelen in de complexe transities waar onze samenleving voor staat. Ook vinden innovaties in deze sector vaak hun weg naar andere Nederlandse sectoren, van landbouw tot de hulpdiensten.

Industriële Biotechnologie Zuid-Holland huisvest de Biotech Campus in Delft, de grootste open innovatiecampus in Europa gericht op biotechnologie. De Biotech Campus faciliteert de hele innovatiecyclus, van onderzoek en pilot tot productie. Bedrijven als DSM en Centrient hebben een vliegwielfunctie voor soortgelijke bedrijvigheid in de regio. De provincie heeft een uitvoeringsprogramma ontwikkeld ten behoeve van de strategische versterking van het cluster. Er wordt onder andere ondersteuning geleverd aan de campusontwikkeling en het ontwikkelen van een volwaardig ‘Protein Port’ netwerk, om de bedrijven en de kennisinstellingen in de regio te ondersteunen bij de productie van alternatieve eiwitten. In het kader hiervan zijn eerste stappen gezet richting de eiwittransitie. De eiwittransitie kan de positie van de Zuid-Hollandse (en Nederlandse) voedingsindustrie als innovatieve en exportgerichte speler in de wereld verder versterken, en door zijn kwalitatief aanbod een naam krijgen als (wereldwijd) koploper op dit gebied. Regionale samenwerking met Defensie Door recente geopolitieke spanningen krijgen de provincie Zuid-Holland en haar regionale partners steeds vaker vragen gerelateerd aan het onderwerp defensie. Nieuwe defensie-gerelateerde investeringen, strategische autonomie, en economische veiligheid staan hoog op de agenda.

Uit een verkenning in 2024 bleek dat 25% van de Nederlandse defensie-industrie in Zuid-Holland gevestigd is. Daarnaast kent Zuid-Holland ook een omvangrijke en zeer innovatieve dual-use industrie, oftewel bedrijven die voor zowel militaire als civiele toepassingen producten of diensten leveren. Tot slot telt ZuidHolland relatief veel onderwijs- en onderzoeksinstellingen die werken met dual-use en defensie-gerelateerde technologieën, waardoor veel kennis in deze provincie geconcentreerd is. Om door heel het land de aanwezige kennis, innovatie, en industrie te benutten voor de nationale defensieopgaven werken de ministeries van Defensie en van Economische Zaken sinds 2024 aan samenwerkingen met alle Nederlandse regio’s. Zuid-Holland is een van deze regio’s. De twee ministeries vragen de regio’s zich te richten op het aanjagen van dual-use industrie en innovatie, terwijl zij zelf werken aan de versterking van de traditionele defensie-industrie. De provincie Zuid-Holland pakt samen met regionale ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter en de Economic Board Zuid-Holland de verantwoordelijkheid op om dual-use bedrijven en kennisinstellingen bij elkaar te brengen en te versterken. Om zo als ZuidHolland gezamenlijk bij te dragen aan de Nederlandse en Europese vrede, veiligheid, en welvaart.

41

Dit zal onder meer gebeuren via een Zuid-Hollands coördinatiebureau voor dual-use industrie en innovatie, waar de drie Zuid-Hollandse partijen en de twee ministeries nauw in samenwerken. Deze samenwerking is erop gericht om de vraag vanuit Defensie en aanbod vanuit het bedrijfsleven en de kennisinstellingen aan elkaar te koppelen. De provincie neemt hierin ook het voortouw in het goed aanhaken van gemeenten, regionale samenwerkingsverbanden en onderwijsinstellingen. De extra investeringen vanuit de ministeries voor de Zuid-Hollandse bedrijven en kennisinstellingen zijn zeer welkom. De provincie Zuid-Holland vindt het belangrijk dat de regionale innovatie-ecosystemen, waaronder innovatieclusters zoals campussen en fieldlabs (proeftuinen), verder worden versterkt. Ook moet het lange-termijn perspectief voor de kennisintensieve industrie worden verbeterd, zodat ZuidHollandse kennis en innovaties ook hier behouden blijven en zo duurzaam kunnen bijdragen aan de ZuidHollandse economie en samenleving. Waar zetten we op in? De provincie Zuid-Holland zet in op vijf focusgebieden van dual-use technologieën waar de Zuid-Hollandse industrie en kennisinstellingen toonaangevend in zijn en belangrijke bijdragen in kunnen leveren aan de inzet van het ministerie van Defensie: 1. Maritiem 2. Ruimtetechnologie 3. Cyber & Quantum 4. Onbemenste systemen (w.o. drones) & AI 5.

Sensoren & Radar Ook de hiertoe horende ruimtelijk-economische aspecten zullen waar nodig worden versterkt, waaronder voor de innovatieclusters zoals campussen en fieldlabs, maar ook voor de bestaande bedrijventerreinen en zware industrie. Daarbij worden in relatie tot de campussen en fieldlabs ook de mogelijkheden voor voldoende dual-use test- en experimenteerruimte onderzocht, bijvoorbeeld voor het testen van nieuwe satellieten, digitale communicatie, en maritieme systemen die ook voor defensietoepassingen kunnen worden gebruikt. Deze ruimtebehoefte gaat niet om Defensielocaties, maar om proeftuinen waar dualuse bedrijven en kennisinstellingen gebruik van kunnen maken. Het ministerie van Defensie is verantwoordelijk voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie waarin Defensielocaties worden onderzocht. Het ministerie van Defensie voert daarover periodieke gesprekken met de provincie en lokale belanghebbenden.

4.1.1.3 Innovatie stimuleren in het midden- en kleinbedrijf (MKB) Wat gaat de provincie doen? Met deze maatregel werkt de provincie aan het stimuleren van innovatief midden- en kleinbedrijf (MKB) in de regio ten behoeve van de transitie naar een digitale, duurzame en inclusieve economie. Om het innovatief MKB te versterken zet de provincie verschillende financiële interventies in, zoals de subsidieregeling MIT en het fonds UNIIQ. Deze regelingen spelen met name in de vroege fase van innovatieontwikkeling een rol, vooral in de haalbaarheids-, prototype en proof of concept-fase. Met name in deze vroege fase is het vinden van financiering geen vanzelfsprekendheid. In deze zogenaamde ‘valley of death’ ziet de provincie marktfalen en maakt daarom middelen beschikbaar om innovaties en innovatieve bedrijvigheid te versnellen. Daarmee wordt het MKB gestimuleerd om nieuwe innovaties te ontwikkelen, deze succesvol naar de markt te brengen en toe te passen.

Rol Presterend

Uitwerking Behalve de provinciale interventies gericht op de ‘koplopers’, bestaande uit het innovatieve en startende MKB, richt de provincie zich ook op het ‘brede’ MKB. Het ‘brede’ MKB is het fundament van de Nederlandse economie. Zij vormen de meerderheid van de ondernemingen met personeel en zijn belangrijk voor de economie en werkgelegenheid. De provincie Zuid-Holland zet in op een toekomstbestendig MKB. Naast blijvende aandacht voor de innovatieve koplopers is in toenemende mate aandacht voor het ‘peloton’ of het zogenaamde ‘brede’ MKB. Met name deze doelgroep is essentieel om de transitie naar een digitale, duurzame en inclusieve economie succesvol te realiseren. Daarom zet de provincie verschillende activiteiten en instrumenten in, waaronder de ondersteuning van het ‘brede MKB’ via de subsidieregeling MKB-Deals Zuid-Holland. Thema’s van de MKB-deals zijn toepas-

42

sing van innovaties en nieuwe kennis, digitalisering, toegang tot talent en financiering, dienstverlening en netwerkvorming. De MKB-deals ondersteunen regionale samenwerking en zorgen voor uitvoering van concrete projecten.

4.1.1.4 Stimuleren Europese netwerken Wat gaat de provincie doen? Met het oog op versterking van het innovatief vermogen en internationaal concurrentievermogen van Zuid-Hollands MKB wordt de vorming en benutting van Europese netwerken (zoals Vanguard Initiative, Eriaff en Interregprojecten) gericht op het 'matchen' van bedrijven en kennisinstellingen met elkaar aanvullende competenties gestimuleerd. Hierdoor kunnen Zuid-Hollandse bedrijven (vooral MKB) beter concurreren op de wereldmarkt, en wordt het innovatiepotentieel van Zuid-Holland beter benut.

Rol Presterend

4.1.1.5 Strategische samenwerking om een innovatieve economie te stimuleren Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de economische structuur duurzaam versterken en het innovatieve vermogen van de regio ontsluiten. Deze taak is voor een deel belegd bij de regionale ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter (IQ). De provincie is een van de aandeelhouders en financiers van IQ, samen met het Ministerie van Economische Zaken en andere regionale overheden, kennisinstellingen en medische centra. Door kapitaal en subsidies aan InnovationQuarter (IQ) te verstrekken wordt deze in staat gesteld deelnemingen in en leningen aan innovatief MKB binnen kansrijke clusters te ondersteunen, nieuwe innovatieprojecten stimuleren en realiseren en buitenlandse investeringen te helpen aantrekken. Het uiteindelijke doel is om technologische oplossingen sneller te ontwikkelen en op de markt te brengen, met als resultaat een slimmer, duurzamer en gezonder Zuid-Holland. IQ heeft hiertoe drie kerntaken: 1. investeren in startende en innovatieve snelgroeiende bedrijven in Zuid-Holland (Investeren); 2. het bevorderen van de samenwerking tussen ondernemers, kennisinstellingen en overheden om

3.

innovaties te versnellen en nieuwe bedrijvigheid te genereren (Innoveren); het aantrekken van buitenlandse ondernemers naar Zuid-Holland en het ondersteunen van ondernemers in Zuid-Holland die internationaal willen groeien (Internationaliseren). De focus ligt daarbij niet op volume, maar op bedrijven met toegevoegde waarde voor de ecosystemen in onze regio.

IQ voert ook het secretariaat van de Economic Board Zuid-Holland (EBZ). Leden van de EBZ zijn ondernemers en bestuurders van bedrijven, kennisinstellingen en overheden in Zuid-Holland. Leden agenderen strategische initiatieven die de economie van Zuid-Holland een boost geven. Dit maakt de economic board tot een aanjager van regionale, nationale en internationale samenwerking.

Rol Presterend

4.1.1.6 Versterken van netwerken gericht op kennis en innovatie Wat gaat de provincie doen? De provincie wil het organiserend vermogen versterken van regionale netwerken die zijn gericht op innovatie, bestaande uit samenwerkende bedrijven, en waar relevant ook kennisinstellingen en/of overheden. Dit doet zij door het verstrekken van subsidies aan innovatie netwerken en door zelf netwerken te vormen met eigen ureninzet.

Rol Presterend

43

Uitwerking Deze interventies hebben als doel het organiserend vermogen van regionale netwerken gericht op innovatie te versterken. De provincie zet middelen in voor de ontwikkeling van regionale netwerken bestaande uit samenwerkende bedrijven en waar relevant ook met kennisinstellingen en/of overheden. Door krachten te bundelen wordt het organiserend vermogen van de sector versterkt. Het vormen van een netwerk per sector met een agenda voorkomt bovendien dat verschillende netwerken binnen dezelfde sector met verschillende agenda’s ontstaan. De provincie richt zich samen met regionale partners in de Economic Board Zuid-Holland (EBZ) op een aantal speerpunten in de regionale economie en stimuleert de transitie naar een toekomstbestendige economie.

4.1.2.1 Bevorderen duurzaam verdienmodel tuinbouw Wat gaat de provincie doen? De provincie Zuid-Holland versnelt de transitie naar een toekomstbestendig en duurzaam tuinbouwcluster dat op mondiale schaal toonaangevend en innovatief opereert. Een tuinbouwcluster waar economie en ecologie in balans zijn. De provincie zet zich hierbij in voor het bevorderen een duurzaam verdienmodel voor het tuinbouwcluster, binnen de wettelijke kaders en randvoorwaarden op het gebied van water, biodiversiteit, natuur, klimaat en circulariteit. Een verdienmodel met een goede balans tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en duurzame inzetbaarheid van flexibele arbeidskrachten.

Rol Samenwerkend

Uitwerking De provincie zet in op het verhogen van de samenwerkingsgraad en geeft impulsen aan projecten die bijdragen aan een duurzaam verdienmodel. Dit doet de provincie met inzet van kennis en expertise, door het aan elkaar koppelen van partijen en door financiële bijdragen. Daarnaast voert de provincie strategische onderzoeken en verkenningen uit, verzamelt data en monitort. Het tuinbouwcluster moet, om in de toekomst de concurrentiekracht te behouden, passen binnen wettelijke kaders en randvoorwaarden op het gebied van water, biodiversiteit, natuur, klimaat, circulariteit en arbeidscapaciteit. Om dat te bereiken, moet het cluster nieuwe duurzame verdienmodellen ontwikkelen. De provincie wil deze ontwikkeling bevorderen en stimuleert daartoe innovatie gericht op verduurzaming, digitalisering, circulariteit, biobased toepassingen, gezonde voeding, bevorderen biodiversiteit, waterkwaliteit en weerbaar telen. Dit doet de provincie door inzet van netwerkkracht en door financiële bijdragen. De Human Capital agenda en inzet op automatisering en robotisering dragen bij aan een goede balans tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en de duurzame inzet van flexibele arbeidskrachten. De provincie is partner in het Innovatiepact Greenport West-Holland.

Doel van het pact is het versnellen van innovatie binnen het regionale tuinbouwcluster door de ontwikkeling van nieuwe innovaties te versnellen en mogelijke belemmeringen weg te nemen. Via het Innovatiepact cofinanciert de provincie innovatieve projecten en programma’s die bijdragen aan nieuwe duurzame verdienmodellen en een betere balans van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Ook in de Greenports Duin- en Bollenstreek, Boskoop en Aalsmeer werkt de provincie samen met partners aan het versnellen van de transitie van de tuinbouw door innovatie. Met de financiële bijdragen die de provincie doet wordt geprobeerd grotere bijdragen van partners te ontlokken zodat een multiplier effect ontstaat. De provincie draagt met name financieel bij in de fase wanneer projecten en programma’s nog niet marktrijp zijn en aan het opwerken van aanvragen voor nationale en Europese fondsen. Daarnaast zet de provincie expertise in om consortia te begeleiden in het doen van een correcte aanvraag. De provincie faciliteert daarnaast de innovatie in de tuinbouw door het verlenen van subsidies via de MIT-regeling, het ondersteunen van fieldlabs, het afsluiten van Human Capital deelakkoorden en via de inzet van InnovationQuarter in het tuinbouwcluster. Daarnaast cofinanciert de provincie trajecten met jonge tuinbouwondernemers waarbij zij leren hoe zij transities kunnen doorvoeren in hun eigen bedrijf.

44

4.1.2.2 Bevorderen netwerksamenwerking tuinbouw Wat gaat de provincie doen? De provincie Zuid-Holland versnelt de transitie naar een toekomstbestendig en duurzaam tuinbouwcluster dat op mondiale schaal toonaangevend en innovatief opereert. Een tuinbouwcluster waar economie en ecologie in balans zijn. De provincie versterkt de samenwerking in het tuinbouwcluster in netwerken binnen Nederland en op Europees niveau. Een sterke samenwerking in deze netwerken zorgt er voor dat betekenisvolle agenda’s gemaakt en uitgevoerd worden. De provincie borgt hierin de provinciale belangen en ambities en is actief partner in de netwerken. Met deze agenda’s zijn de netwerken in staat de transitie naar een toekomstbestendig en duurzaam tuinbouwcluster te versnellen.

Rol Samenwerkend

Uitwerking De provincie is bestuurlijk en ambtelijk actief partner in de triple helix netwerken en in ERIAFF en ondersteunt netwerken met een financiële bijdrage. Ook is de provincie actief in relaties met China met als doel handelsbevordering. De provincie participeert binnen Nederland op bestuurlijk en ambtelijk niveau in de triple helix netwerken Greenport West-Holland, Greenport Boskoop, Greenport Aalsmeer en Greenports Nederland. De provincie geeft een financiële bijdrage door middel van een begrotingssubsidie aan de governance van de triple helix netwerken Greenport West-Holland, Greenport Boskoop, Greenport Aalsmeer, Greenport Duin- en Bollenstreek en Greenports Nederland. Om de positie van de Zuid-Hollandse tuinbouw in Europa te verstevigen is de provincie lid van het Europese netwerk ERIAFF. Via dit netwerk vinden de provincie en de regionale Greenports samenwerkingspartners voor ontwikkeling van duurzame oplossingen en voor deelname aan Europese programma’s. De provincie Zuid-Holland is actief in relaties met China met als doel handelsbevordering. Met Hebei onderhoudt Zuid-Holland een langdurige ‘government-to-government’ relatie. De provincie bevordert de deelname van tuinbouwondernemers en vertegenwoordigers van de Greenports aan handelsmissies en participeert desgevraagd.

In de relaties wordt rekening gehouden met de mensrechtensituatie en economische risico’s van samenwerking. De provincie neemt deel aan internationale beurzen en conferenties op het gebied van de tuinbouw indien deze meerwaarde hebben voor de provinciale doelen en ambities.

4.1.2.3 Bevorderen duurzame tuinbouwgebieden en -netwerken Wat gaat de provincie doen? De provincie Zuid-Holland versnelt de transitie naar een toekomstbestendig en duurzaam tuinbouwcluster dat op mondiale schaal toonaangevend en innovatief opereert. Een tuinbouwcluster waar economie en ecologie in balans zijn. Er blijft voldoende ruimte in de provincie voorhanden voor de tuinbouwketen (primaire productie van teelt, veredeling, toelevering, handel en logistiek) als economische sector en voor voedselzekerheid. Hiervoor zet de provincie in op de ontwikkeling van duurzame tuinbouwgebieden voor de tuinbouwketen met een schoon en prettig werk-, woon- en leefklimaat. Duurzame tuinbouwgebieden zijn klimaatneutraal, voorzien van duurzame energie- en CO2-netwerk, kennen nagenoeg nul-emissies naar lucht, water en bodem, met ruimte voor circulaire (gebieds)oplossingen, hebben een klimaat adaptieve inrichting en ruimte voor natuur en biodiversiteit. Deze gebieden vragen om duurzame ruimtelijke randvoorwaarden (water-, energie-, logistiek netwerk), (gebiedsgerichte) slimme systemen en een efficiëntieslag in het ruimtegebruik zoals meervoudig en slim ruimtegebruik.

Rol Presterend

Uitwerking De provincie stimuleert gebiedsprocessen die gericht zijn op een duurzaam toekomstperspectief voor het tuinbouwgebied waar economie, ecologie en maatschappij in balans zijn. Daarnaast participeert de

45

provincie in onderzoeksprojecten van partners, is medefinancier van energieactiviteiten binnen de regionale Greenports, neemt deel aan afspraken in het kader van het klimaatakkoord en werkt samen met partners aan gebiedsontwikkelingen. Daarnaast zet de provincie haar planologische instrumentarium in om de duurzame transitie in de tuinbouw(gebieden) te ondersteunen door o.a. voldoende ruimte beschikbaar te houden. Deze ruimte is beschikbaar voor de tuinbouwketen (productie, handel en logistiek) met een duurzaam verdienmodel, passend binnen het karakter van het (tuinbouw)gebied. Hiervoor wordt zorgvuldig omgegaan met de contour van het (glas)tuinbouwareaal en wordt rekening gehouden met de maatschappelijke (ruimtelijke) belangen. De provincie jaagt pilots voor innovatieve projecten aan om de transitie richting duurzame tuinbouwgebieden te versnellen. Ook voert de provincie zelf verkenningen uit, verzamelt data en monitort. Nadere uitwerking De gebiedsprocessen die de provincie ondersteunt zijn gericht op het versterken van de samenwerking in een gebied en om met partners concrete stappen te zetten richting duurzame tuinbouwgebieden en netwerken (energie, water, agrologistiek). Zo ondersteunt de provincie de concentratie en herstructurering van het (glas)tuinbouwcluster.

Voor de provincie is de inzet vooral gericht op het ondersteunen van de verduurzaming van het energie, water-, natuur- en agrologistieke systeem in en tussen de tuinbouwgebieden. Hiertoe behoort ook bijvoorbeeld clustering van bedrijven bij warmte- en CO2 netten, waterstof en/of geothermie en het beter inpassen van groen- blauwe en waterstructuur. Ook zet de provincie zich in voor goede huisvesting van arbeidsmigranten en is dit in het belang van het goed functioneren van de tuinbouwketen. Om de duurzame kwaliteitsslag te kunnen maken in de gebieden is ook een efficiëntieslag in het ruimtegebruik mogelijk. Hiertoe zijn meerdere oplossingen denkbaar, zoals meervoudig en slim ruimtegebruik. Energie De (glas)tuinbouw maakt veel gebruik van energie, vooral warmte. circa 10% van het totale gasverbruik wordt door de tuinbouwketen verbruikt. De eerste stap om te verduurzaming is het besparen van warmte. De provincie ondersteunt de sector met het ontwikkelen van duurzame energiebronnen, zoals de toepassing van geothermie en de toepassing van restwarmte. Voor een stabiele en flexibele bedrijfsvoering is een mix van energiebronnen steeds belangrijker. Zo wordt de toepassing van warmteopslag en ook de toepassing van waterstof als een aanvullende bron van energie verkend.

Ook wordt de opwek van duurzame elektriciteit, zoals zon op waterbassins, en de inzet van batterijen steeds vaker onderzocht of geïntegreerd in het energiesysteem. Een belangrijke randvoorwaarde voor verdere verduurzaming is de beschikbaarheid van een CO2-voorziening, via de OCAP-leiding. Planten hebben immers CO2 nodig voor de groei. In CO2 wordt nu vaak voorzien door inzet van warmtekrachtkoppeling (WKK) die op gas werkt en waarbij CO2 vrijkomt. Door netcongestie worden glastuinbouwbedrijven steeds meer ingezet om het net te balanceren. Zo maakt de glastuinbouw met haar warmtenetten onderdeel uit van een regionaal energiesysteem, waarin er steeds meer synergie met de gebouwde omgeving ontstaat. Daarom zet de provincie in op slimme combinaties tussen gebruik en behoefte in de tuinbouw en omliggende gebouwde omgeving en industrie. Water Glastuinbouw, bollen- en boomteelt zorgen via emissies voor belasting van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater. Tegelijkertijd vraagt de tuinbouw om een goede kwaliteit zoet water als bron van gietwater. Het huidige aanbod van zoet water staat onder druk. De intensiteit van neerslag en hitte neemt toe. Doordat er veel verhard oppervlak in de (glas)tuinbouwgebieden aanwezig is, zijn deze gebieden gevoelig voor extreme neerslag, waardoor wateroverlast en schade kan ontstaan.

Hiervoor is het verbeteren van een klimaatbestendige inrichting van de gebieden van belang. De provincie werkt met haar partners, waaronder de Greenports, samen aan o.a. het sluiten van (water)kringlopen, transitie naar duurzaam waterbeheer, waterberging, efficiënte zoetwatervoorziening en versterken adaptieve vermogen van de gebieden. Het versterken van de natuur en biodiversiteit wordt hierbij meegenomen. Ook werkt de provincie werkt samen met partners om, aanvullend op landelijk beleid, maatregelen te ontwikkelen ter realisering van de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water voor 2027. Agrologistiek

46

De provincie richt zich op de verduurzaming van de agrologistiek in van en naar met name het gebied Greenport West- Holland en Dutch Freshport. Het streven is om zowel het interne transport, de import (o.a. via de Rotterdamse haven) als de export van versproducten klimaatneutraal en emissie loos uit te voeren. Om de benodigde verduurzaming te bereiken maar ook om de concurrentie- positie van de haven Rotterdam en de Greenports op peil te houden is een aantal acties noodzakelijk. Op hoofdlijnen zijn dit het realiseren van de laadinfrastructuur voor het koeltransport over de weg, meer vers over spoor (en binnenvaart), reeferhubs en een reeferstrategie, zoals in samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam uitwerken van multimodaal ontsloten dedicated reefer voorziening in de haven, en de digitalisering en optimalisatie inspecties en douane. Hiervoor werkt de provincie o.a. samen met Greenport Nederland, Greenport West-Holland, Dutch Freshport, het Havenbedrijf Rotterdam, het ministerie van I en W, provincie Limburg en het bedrijfsleven via o.a. het Ondernemersplatform en worden de acties, waar noodzakelijk, geagendeerd op het BO MIRT Move en of het BO MIRT goederenvervoercorridors oost Zuid-Oost.

Ruimtelijk regime per tuinbouwgebied Greenport West – Holland De provincie gaat zorgvuldig met het tuinbouwareaal om en maakt in de Omgevingsverordening weloverwogen vormen van functiemenging binnen het glasteeltareaal van de Greenport West-Holland mogelijk, mits het gaat om bedrijven die de tuinbouwketen versterken. Hiermee reguleert de provincie de vestiging van functies uit de tuinbouwketen in elkaars nabijheid, waarmee de samenwerking in de keten versterkt wordt en nieuwe verdienmodellen ontwikkeld kunnen worden. Binnen het cluster geeft de provincie op deze manier invulling aan het juiste vestigingsmilieu van duurzaam productielandschap, agrologistiek bedrijventerrein, waaronder Dutch Freshport, innovatieve campusplek tot aan landschapsgronden. Hierbij speelt de volgende ruimtelijke ontwikkeling: • De driehoek tussen de Galgeweg, de Piet Struikweg en de N213 (in gemeente Westland) is in de Omgevingsverordening aangeduid als ‘maatwerkgebied glastuinbouw’. Een deel van dit gebied heeft al geen glastuinbouwfunctie meer. Er bevindt zich onder andere een sportaccommodatie, een woonwagenkamp en een wateropvang. De nog aanwezige glastuinbouwbedrijven kunnen hun bedrijfsvoering voortzetten. Vrijkomende percelen kunnen een andere functie krijgen, passend binnen het karakter van een duurzaam tuinbouwgebied en passend bij een duurzaam verdienmodel van de tuinbouwketen.

Greenport Aalsmeer In de Greenport Aalsmeer liggen 4 kleinschalige glastuingebieden in Kaag en Braassem en een grootschalig glastuinbouwgebied Nieuwveens Jaagpad/Nieuw Amstel in de gemeente Nieuwkoop. Hierbij spelen de volgende ruimtelijke ontwikkelingen: • ·Het geplande maar nog niet gerealiseerde glastuinbouwgebied Nieuw Amstel Oost 1 blijft opgenomen binnen de begrenzing van het glastuinbouwgebied in de Verordening ruimte. Invulling als glastuinbouwgebied is echter pas aan de orde als de behoefte hiertoe is aangetoond. • De geplande glastuinbouwgebieden Nieuw Amstel Oost 2 en 3 zijn op dit moment niet opgenomen binnen de begrenzing van het glastuinbouwgebied, zoals dat begrensd is in de Verordening. Dit neemt niet weg dat het ook voor deze gebieden wenselijk is deze voor de lange termijn beschikbaar te houden voor transformatie naar glastuinbouw mocht daar op termijn behoefte aan ontstaan. • De maatwerkgebieden in Nieuwkoop vervullen nog altijd een functie voor de Greenport. Hoewel het gaat om verouderde gebieden, is er ook een aantal moderne bedrijven gevestigd. In de Verordening zijn deze gebieden opgenomen als glastuinbouwgebied, met de nadere aanduiding ‘maatwerkgebied Greenport Aalsmeer’.

Dit betekent dat aan blijvers de ruimte wordt geboden om hun glastuinbouwbedrijf voort te zetten en uit te breiden en dat aan stoppers een andere, passend binnen het karakter van het tuinbouwgebied en passend bij een duurzaam verdienmodel van de tuinbouwketen, bestemming kan worden toegekend. Aan gemeenten is gevraagd om een visie op te stellen voor de ‘maatwerk’-gebieden. De afgelopen periode is dit beperkt tot stand gekomen. De komende periode onderzoekt de provincie samen met haar partners welk duurzaam toekomstperspectief de tuinbouwketen in de verschillende gebieden heeft en wat nodig is om duurzame tuinbouwgebieden te realiseren. Greenport Boskoop De grondgebonden boom- en sierteelt in Boskoop heeft een kleinschalig type veenlandschap opgeleverd, dat uniek is in Zuid-Holland. Hierbij spelen de volgende ruimtelijke ontwikkelingen: • Het aandeel van de pot- en containerteelt (PCT), dat niet grondgebonden is, neemt toe. Deze teelt krijgt, in combinatie met de kennis- en handelsfunctie, ruimte voor concentratie in de droogmakerij

47

•

•

in en rond het PCT-terrein. Daardoor kan in het veengebied meer ruimte ontstaan voor hoogwaardige en duurzame opengrondteelt in een aantrekkelijke omgeving. Er is ruimte voor kleinschalig (ondersteunend) glas in combinatie met deze opengrondteelt. Deze ontwikkeling en een efficiëntere zoetwatervoorziening maken ontwikkeling van het tuinbouwgebied noodzakelijk. Kassen bij volwaardige grondgebonden boom- en sierteeltbedrijven zijn toegestaan tot een derde deel van het bedrijfsoppervlak. Bij volwaardige boom- en sierteeltbedrijven binnen het PCT-terrein gelden ruimere bebouwingsmogelijkheden voor kassen, namelijk tot 70% van het beteelbare oppervlak per bedrijf. Op het PCT-terrein kan in beperkte mate ook ruimte worden geboden aan bedrijven en andere functies, indien die een directe binding hebben met de tuinbouwketen van boom- en sierteelt en passend is bij het karakter van en een bijdrage levert aan de verdere duurzame ontwikkeling van het tuinbouwgebied. Greenport Boskoop kent ook maatwerkgebieden. In deze gebieden is volgens de provinciale omgevingsverordening ook transformatie naar andere functies mogelijk. De provincie zal zich blijven inzetten om samen met haar partners in de Greenport Boskoop integrale visies en plannen te maken.

Greenport Duin en Bollenstreek In de Bollenstreek is een herinrichtingsopgave aan de orde, waarin verbetering van de productieomstandigheden gepaard gaat met aanzienlijke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Hiervoor is een verdergaande schaalvergroting van grondgebonden bollenteeltbedrijven nodig in combinatie met de sanering van vrijkomende bebouwing. Ook wordt op bescheiden schaal een verdere concentratie en herstructurering van bollen-gerelateerde glastuinbouw en bedrijvigheid nagestreefd. In de Intergemeentelijke Structuurvisie van de gemeenten voor de Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG) zijn deze doelstellingen neergelegd. Voor de Duin- en Bollenstreek is het beleid gericht op verdere ontwikkeling tot een vitale, economische en duurzaam tuinbouwgebied, met aanzienlijke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Om te werken aan een goed investeringsklimaat voor een duurzame en vitale tuinbouw en rekening houdend met de landschappelijke kwaliteiten van de regio, hebben de gezamenlijke gemeenten de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) opgericht. De vijf gemeenten zijn aandeelhouder. De GOM geeft uitvoering aan herstructurering en revitalisering in het gebied en werkt zonder winstoogmerk en met een gesloten financieel systeem.

Dat wil zeggen met een harde koppeling tussen inkomsten uit locatie-ontwikkeling (woningbouw) en uitgaven voor sanering, herstructurering, verbetering van recreatieve structuur en landschappelijke optimalisatie (kwaliteit en structuur). Nauw verweven met het economisch belang van de tuinbouw, is het economisch belang van de regio als toeristische trekker en belangrijk landschappelijk en cultureel erfgoed, met de Keukenhof als exponent. Voor beide economische pijlers is het zorgvuldig omgaan met het bollenareaal van belang. Het werkingsgebied van de GOM is in de ISG gedefinieerd. Het gaat om het gebied buiten bestaand stadsen dorpsgebied en buiten de uitleglocaties voor woningbouw zoals opgenomen in de door Gedeputeerde Staten aanvaarde actuele regionale woonvisie, alsmede de woningbouwlocaties die groter zijn dan 3 ha en die zijn opgenomen op de bij dit programma behorende kaart. Binnen het werkingsgebied van de GOM geeft de ISG-invulling aan het handelingskader ruimtelijke kwaliteit, samen met de regeling, opgenomen in visie, programma en verordening. De samenwerkende gemeenten hebben onder meer afgesproken dat binnen het werkingsgebied geen andere woningen worden gebouwd dan ‘Greenportwoningen’ en ‘ruimte voor ruimte’-woningen. Buiten de Greenportgebieden Naast de vier regionale Greenports zijn er een aantal andere locaties met duurzaam glas.

Hier is glas gevestigd dat ook in de toekomst tot het teeltareaal blijft behoren. Deze locaties behouden in de Omgevingsverordening de aanduiding duurzaam glastuinbouwgebied. Pas als duidelijk is dat deze gebieden niet meer toekomstvast zijn en geen bescherming meer behoeven, zal hier de aanduiding ‘duurzaam glastuinbouwgebied’ kunnen komen te vervallen. Om dit te bepalen wordt samen met de gemeenten en andere partners, gewerkt aan duiding van alle glastuinbouwgebieden.

4.1.3.1 Samenwerken om de transitie veilig te laten plaatsvinden Wat gaat de provincie doen? De transitie van het Rotterdamse Haven Industrieel Complex veilig te realiseren in goede balans met de ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving. De provincie zet zich samen met partners in om de transitie veilig te laten plaatsvinden.

48

Rol Samenwerkend

Uitwerking De provincie wil dat de transitie van het haven industrieel complex (HIC) in balans is met de omgeving. Omgevingsveiligheid is een belangrijke factor in de balans, maar het is ook mogelijk om hogere risico’s te accepteren indien dit in balans is met andere maatschappelijke belangen. Er is bij omgevingsveiligheid altijd sprake van een ‘restrisico’. Bij de afweging of het risico acceptabel is worden ook andere belangen betrokken, waaronder de woningbouwopgave en de economische positie van de haven. Om de transitie in balans met de omgeving te realiseren is het van belang dat de hoge veiligheidsnormen die voor de fossiele industrie gelden ook voor de transitie ontwikkelingen blijven gelden. Dit gaat met name om de toepassing, verwerking, op- en overslag en transport van gevaarlijke stoffen op grote schaal die het risicoprofiel van het haven industrieel complex veranderen. Tegelijkertijd wil de provincie dat de haven zijn economische positie kan behouden en versterken. De provincie wil dat er binnen het HIC naar wordt gestreefd om nieuwe risicovolle activiteiten, die voor potentieel veel slachtoffers kunnen zorgen, zo ver mogelijk van woonkernen af worden gerealiseerd of er voldoende maatregelen worden getroffen. In beide gevallen is het van belang dat hoog stedelijk gebied zo veel als mogelijk wordt ontzien.

De provincie ziet het groepsrisico als een belangrijk instrument om te bepalen of de afstand van de risicovolle activiteit tot de woonkernen voldoende is. Daarnaast draagt de groepsrisicoverantwoording bij aan een zorgvuldige en transparante afweging van mitigerende maatregelen. De provincie wil daarbij dat bij de beoordeling of een nieuwe activiteit wenselijk is ook de mogelijke effecten van het transport naar het achterland op de omgeving worden meegewogen. Ook wil de provincie mogelijk ongewenste lock-in en/of ongewenste lock-out van investeringen voorkomen, dit houdt in dat de provincie wil voorkomen dat investeringen nu, investeringen in de toekomst die bijdragen aan de transitie verhinderen. Dit met oog op toekomstvastheid en helderheid voor het bedrijfsleven, en gewenste transitie van het HIC te kunnen stimuleren. De provincie oefent invloed uit door de wenselijkheid van nieuwe initiatieven die het risicoprofiel van het HIC veranderen goed te onderzoeken en te kiezen voor de meest optimale locatie binnen het HIC en daarbij ook rekening te houden met andere ruimtevragers. Hiervoor werkt de provincie intensief samen met NOVEX Rotterdam partners. Om de meest optimale locatie in kaart te brengen stuurt de provincie nu bij initiatiefnemers aan op het doorlopen van een project-mer.

Met betrekking tot het vervoer naar het achterland sluit de provincie zich aan bij de volgorde van kabinet. Voor grote stromen ammoniak is de voorkeursvolgorde 1) buis; 2) binnenvaart; 3) spoor en 4) weg. Voor ammoniak specifiek ziet de provincie, net zoals het kabinet, een beperkter rol voor het spoorvervoer naast vervoer per buis en per binnenvaart, maar dan wel met een voorkeur voor het gebruik van de Betuweroute van uit het HIC.

4.1.4.1 Digitaal weerbaar Wat gaat de provincie doen? De provincie wil ervoor zorgen dat de digitale veiligheid en cyberweerbaarheid van bedrijven in de economische sectoren verbetert. Voor het verbeteren van digitale- en cyberweerbaarheid stimuleert de provincie digitale cyberinnovaties bij bedrijven.

Rol Samenwerkend

Uitwerking De provincie wil via een sectorale aanpak cyberweerbaarheid, als essentieel onderdeel van een gezonde bedrijfsvoering, zo goed mogelijk laten aansluiten bij bestaande clusterorganisaties (o.a. FERM, Cyberweerbaarheidcentrum Greenport) of initiatieven zoals DigitalZH. Daarnaast wil de provincie, in samenwerking met o.a. de gemeente Den Haag, het GovTech-ecosysteem in de regio versterken en zo een platform bieden voor alternatieve, lokale technologische oplossingen. De actuele geopolitieke ontwikkelingen onderstrepen het belang van een sterke en betrouwbare lokale digitale infrastructuur. Als provincie onderzoeken we daarom hoe we deze infrastructuur kunnen versterken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=2cfdb446-f1b2-4cd3-ad62-e7624ab8e159