CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Servicedocument Omgevingsprogramma

Besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze herziening provinciaal omgevingsbeleid (2025-089)54.527 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 7

Ontwerpbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van {dag} {maand} {jaar}, PZH-[kenmerk] tot wijziging van het Omgevingsprogramma Zuid-Holland Herziening Omgevingsbeleid 2025 (Ontwerpbesluit Wijziging Omgevingsprogramma Zuid-Holland Herziening 2025) Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Gelet op artikel 3.4 van de Omgevingswet; Besluiten:

Artikel I Het Omgevingsprogramma Zuid-Holland wordt gewijzigd zoals is aangegeven in Bijlage A behorende bij dit besluit.

Artikel II [Gereserveerd voor inwerkingtredingsbepaling van het definitieve besluit: Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na uitgifte van het Provinciaal blad waarin dit besluit is bekendgemaakt.]

Artikel III Dit besluit wordt aangehaald als: Ontwerpbesluit Wijziging Omgevingsprogramma Zuid-Holland Herziening 2025 Den Haag, {dag} {maand} {jaar} Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Secretaris drs. M.J.A. van Bijnen MBA Voorzitter mr. A.W. Kolff

1

Bijlage A bij Artikel I

Omgevingsprogramma Zuid-Holland Beleidsdoel 1.1 Krachtig openbaar bestuur 1.1 Krachtig openbaar bestuur De provincie Zuid-Holland wil de kwaliteit van het openbaar bestuur bevorderen met als doel een krachtig decentraal bestuur. Een krachtig decentraal bestuur is effectief en presterend, responsief en verbonden, robuust en integer, lerend en innoverend. Sterke decentrale overheden zijn essentieel voor het uitvoeren van wettelijke taken en het bereiken van (gezamenlijke) doelen voor de leefomgeving. Daarom werkt de provincie Zuid-Holland samen met andere overheden aan het behoud en de versterking van de kwaliteit van het openbaar bestuur. Een goed openbaar bestuur begint ook bij de provincie zelf. Het bestuur en de provinciale organisatie is weerbaar, betrouwbaar, transparant, legitiem en handelt integer. De kwaliteit van beleid en de taakuitvoeringen zijn structureel op orde, het bestuur is weerbaar tegen ondermijning en oneigenlijke druk en er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden van digitalisering. Het omgevingsbeleid en participatie worden vormgegeven en uitgevoerd. Zuid-Holland staat voor effectief eigen bestuur, waarbij effectieve samenwerking op alle niveaus (met collega-overheden, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, inwoners, PS-GS, regionaal, landelijk en Europees) wordt gezocht.

Provincie Zuid-Holland realiseert ambities op diverse niveaus (van Den Haag tot Brussel) voor een structurele, efficiënte en integrale lobby om haar belangen tijdig en op de juist plek voor het voetlicht te brengen.

Maatregelen van 1.1 Krachtig openbaar bestuur 1.1.1.1 Krachtig decentraal bestuur Wat gaat de provincie doen? De Provincie Zuid-Holland wil de kwaliteit van het openbaar bestuur bevorderen met als doel een krachtig decentraal bestuur. Een krachtig decentraal bestuur is effectief en presterend, responsief en verbonden, robuust en integer, lerend en innoverend. De provincie draagt bij aan het creëren en in stand van een krachtig decentraal bestuur door te werken aan de interbestuurlijke verhoudingen en door de uitoefening van interbestuurlijk toezicht en financieel toezicht.

Rol Presterend

Uitwerking Werken aan de interbestuurlijke verhoudingen Het Programma Beter Bestuur, vormt een belangrijk vertrekpunt voor de werkzaamheden van de regioaccounthouders Bestuurlijke Zaken, en faciliteert decentrale medeoverheden in samenwerking, weerbaarheid, financiën en kennis. Zo wordt met gemeenten en waterschappen samengewerkt aan een krachtig bestuur in Zuid-Holland. Dat wil zeggen aan decentrale overheden die: 1) Visie en ambitie hebben en beschikken over voldoende slagkracht om opgaven te realiseren (effectief en presterend); 2) In verbinding staan met en in staat zijn om te luisteren naar elkaar, hun inwoners, ondernemers en maatschappelijk middenveld (responsief en verbonden); 3)

Betrouwbaar, transparant, (democratisch) legitiem en integer handelen (robuust en integer);

4) Leren en innoveren met elkaar en anderen en durven te experimenteren om oplossingen te vinden voor complexe transitieopgaven (lerend en innoverend). Uit deze vier lijnen volgen (concrete) acties die ten dienste komen van de kwaliteit van het openbaar bestuur. Voorbeelden zijn: begeleiding van proces bij de aanvraag van nieuwe Regio Deals, BRE-onderzoeken (Bestuurlijk Regionale Ecosystemen), het initiëren van meerjarige of kortlopende onderzoeken op het gebied van kwaliteit openbaar bestuur. Daarnaast worden er kennis- en netwerkbijeenkomsten vanuit de

2

Zuid-Holland Academie georganiseerd. Vanuit financieel toezicht worden begrotingsscans uitgevoerd, en kennis en goede voorbeelden gedeeld. Financieel toezicht De provincie helpt bij het bevorderen van een gezonde financiële huishouding bij gemeenten. Met financieel toezicht wil de provincie zorgen dat gemeenten financieel in staat blijven om invulling te geven aan hun maatschappelijke opgaven (zoals duurzaamheid, klimaat en woningbouw). Toezicht biedt daarmee een meerwaarde aan de kwaliteit van het openbaar bestuur. Interbestuurlijk toezicht De provincie draagt via het toezicht bij aan een beter openbaar bestuur en een prettige en veilige leefomgeving voor inwoners van Zuid-Holland. Het gaat daarbij om de kerntaken in het ruimtelijk-fysieke domein die ook het omgevingsbeleid raken: milieu, bouwen, constructieve veiligheid, ruimtelijke ordening, huisvesting en monumenten.

1.1.2.1 Digitaal bestuur Wat gaat de provincie doen? De provincie werkt aan een betrouwbare, open en toegankelijke digitale provincie die de impact van technologie, data en algoritmes op de samenleving begrijpt en benut. De inzet van technologie en data heeft maatschappelijk gezien alleen waarde als de data en digitale toepassingen juist en verantwoord worden ingezet. De provincie wil door de toenemende afhankelijkheid van de digitale infrastructuur en de daarmee gepaard gaande risico’s haar digitale autonomie versterken en gemeenten ondersteunen. Digitale autonomie stelt de provincie in staat om haar kritieke overheidsprocessen te waarborgen, fundamentele rechten en publieke waarden te beschermen, en afhankelijkheden van externe partijen te minimaliseren.

Rol Presterend

Uitwerking De provincie maakt steeds meer gebruik maken van digitale technologieën en data voor organisatieprocessen, beleidsprocessen, besluitvorming en diensten in contact met burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het biedt veel kansen voor het helpen oplossen van maatschappelijke opgaven, maar het brengt ook risico’s met zich mee als de provincie digitalisering onprofessioneel of onethisch toepast. Daarom is het belangrijk dat de provincie nieuwe digitale ontwikkelingen signaleert, agendeert, monitort en duidt. De provincie werkt daarbij actief samen met externe partners en kennisinstellingen, om bijvoorbeeld kennis te vergroten of invloed uit te oefenen op wetgeving, initiatieven en financiering. De koers en waarden die de provincie aangeeft worden vertaald naar en verankerd in de organisatie, mensen en systemen. Dat gebeurt op verschillende manieren, zoals het stellen van kaders, toetsing en toezicht.

1.1.2.2 Regie Omgevingsbeleid Wat gaat de provincie doen? Integraal, digitaal, gebiedsgericht vormgegeven omgevingsbeleid is rand voorwaardelijk voor een effectieve realisatie van de provinciale opgaven. Om dit te bereiken worden de beleidsopgaven ondersteund op beleidsontwikkeling, participatie, digitalisering, monitoring, evaluaties en bij de uitvoering van dit beleid.

Rol Presterend

Uitwerking Ter ondersteuning van de regiefunctie voert de provincie het volgende uit: • Opstellen van kaders voor totstandkoming en ontwikkeling van beleid.

3

•

Ontwikkelen van digitale hulpmiddelen voor ontwikkelen, raadplegen, totstandkoming en monitoring van beleid.

1.1.2.3 Weerbaar bestuur en organisatie Wat gaat de provincie doen? De provincie werkt samen met andere overheden mee, aan het behouden van een integere en betrouwbare overheid, die bestand is tegen ondermijnende activiteiten, misbruik van middelen, intimidatie en andere vormen van oneigenlijke druk. De provincie doet dit onder meer door het bewustzijn van risico’s, de kennis en het handelingsperspectief van ambtenaren en bestuurders – zowel in eigen huis en aan ons verbonden partijen- te vergroten. Ook werkt de provincie samen met gemeenten en andere overheden aan deze gedeelde opgave. In het bijzonder ligt de focus daarbij op de weerbaarheid van klein(re) gemeenten en ondermijning in het buitengebied. De provincie faciliteert intervisie, trainingen, kennis- en netwerkbijeenkomsten en draagt bij aan risicoanalyses en het opstellen van handreikingen en protocollen. De provincie coördineert ook de besteding van impulsgelden vanuit het ministerie van BZK, die bestemd zijn om de interne weerbaarheid en slagkracht van (kleinere) gemeenten te versterken.

Rol Presterend

Uitwerking De provincie wil weerbaar zijn tegen ondermijnende criminaliteit en oneigenlijke druk. De provincie voert integriteitsbeleid uit, bevordert het bewustzijn van bestuurders en ambtenaren en treft beheersmaatregelen voor risico’s in kwetsbare processen. Het gaat daarbij om processen zoals aanbestedingen, subsidies, vergunningverlening en grond- en vastgoedtransacties. De provincie stelt gedragscodes en beleidsregels op en voert de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) uit. In 2023 is de gedragscode voor cdK en GS herzien en in 2024 worden zowel de beleidsregel Bibob als het integriteitsbeleid van de provincie herzien. Ook Zuid-Hollandse gemeenten willen zelf weerbaar zijn tegen ondermijnende criminaliteit en oneigenlijke druk. Daarnaast dragen zij via sociaal en ruimtelijk beleid, het integraal veiligheidsbeleid en met vergunningverlening en (bestuurlijke) handhaving een rol bij het voorkomen en bestrijden van ondermijnende criminaliteit. Binnen het samenwerkingsverband Regionale Informatie Expertise Centrum (RIEC) voeren gemeenten, veiligheidspartners en andere overheden een meerjarige samenwerkingsagenda uit. De provincie werkt daarbij expliciet samen op de thema’s Bibob, ondermijning in het buitengebied en weerbaar bestuur.

In de Zuid-Hollandse werkgroep Weerbaarheid en Integriteit vormen provincie en gemeenten een platform voor intervisie en delen zij kennis en toepassingsmogelijkheden rond het thema (bestuurlijke) integriteit.

1.1.2.4 Organiseren van participatie Wat gaat de provincie doen? Belanghebbenden moeten actief betrokken worden bij de beslissingen die hen aangaan, daarom organiseert de provincie zelf participatie. Niet alleen wanneer dat door de Omgevingswet wordt verplicht zoals bij beleidsinstrumenten als een Omgevingsvisie of een Projectbesluit, maar overal waar de provincie beslissingen maakt die belanghebbenden raken en zo vroeg mogelijk in de beleidscyclus. Bij elk participatietraject georganiseerd door de provincie wordt rekening gehouden met 4 participatieprincipes en de regels uit onze Participatieverordening. Ook zet de provincie in op het gebruik en de ontwikkeling van digitale participatiemiddelen waar dat relevant is.

Rol Presterend

Uitwerking Participatieprincipes De provincie heeft vier participatieprincipes vastgesteld waaraan zij zich altijd houdt bij de organisatie van participatietrajecten. Deze principes zijn tot stand gekomen met behulp van de opbrengsten uit par-

4

ticipatiebijeenkomsten met onder andere inwoners, maatschappelijke organisaties en medeoverheden. De principes zijn als volgt: Aanpak bepalen op basis van het vraagstuk De provincie bepaalt vanuit de inhoud van het vraagstuk wat de doelen zijn van een participatietraject en welke aanpak daar het beste bij past. De gekozen methode moet dus echt aansluiten bij het vraagstuk. Bovendien wordt alleen een participatietraject gestart als het vraagstuk zich leent voor participatie. In dat geval is er voldoende juridische ruimte, is er beïnvloedingsruimte voor participanten, is er voldoende tijd, capaciteit en geld beschikbaar en is er bestuurlijke dekking. Wanneer participatie georganiseerd wordt is het verplicht om een participatieplan op te stellen. In een aantal gevallen organiseert de provincie geen participatie. Deze gevallen en andere voorwaarden staan beschreven in de Participatieverordening. Aandacht voor verschillende perspectieven Bij de inrichting van een participatietraject wordt altijd stilgestaan bij de diversiteit van perspectieven op een vraagstuk en zet de provincie zich in voor het meewegen van zoveel mogelijk verschillende standpunten. Dat betekent ook dat de provincie probeert waar dat relevant is groepen te betrekken die zichzelf niet kunnen vertegenwoordigen en onderzoekt of en hoe deze groepen het beste een stem kunnen krijgen.

Daarnaast houdt de provincie rekening met inclusie. Dit houdt in dat er maatwerk geleverd kan worden om deelnemers te betrekken op een manier die past bij persoonlijke omstandigheden. Door aandacht te hebben voor het betrekken van een diverse groep deelnemers met verschillende perspectieven zorgt de provincie voor een rechtvaardiger proces en weloverwogen belangenafweging. Heldere communicatie en verwachtingsmanagement Een succesvol participatietraject kan niet zonder goede informatievoorziening voor- tijdens- en achteraf. Om een weloverwogen mening te geven over een vraagstuk is het belangrijk dat deelnemers over voldoende informatie en ondersteuning beschikken. Daarom deelt de provincie altijd informatie over het vraagstuk op een manier die aansluit bij de doelgroep. Hierbij zorgt de provincie altijd voor een duidelijk vindbaar aanspreekpunt. Naast inhoudelijke informatie deelt de provincie ook informatie over het proces, belangrijke gebeurtenissen en de opvolging van de participatieopbrengst. De provincie is hierin helder, eerlijk en transparant. Na een participatietraject volgt altijd een terugkoppeling. Samen leren De provincie zet in op een sterke en participatieve monitoring- en evaluatiestrategie. Door te leren van participatietrajecten kan de provincie haar samenwerkingen verbeteren en horen waar het beter kan.

Evaluatie is geen éénmalige gebeurtenis, maar een doorlopend proces waar al vroeg over wordt nagedacht. De provincie evalueert regelmatig samen met belanghebbenden en speelt tijdig in op veranderende omstandigheden en behoeften. De uitkomsten van een evaluatie worden gedeeld in een participatieverslag achteraf, zoals beschreven in de Participatieverordening. Door de verkregen inzichten vergroot de provincie haar kennis en verbetert zij haar werkwijze. Participatie bij instrumenten omgevingswet Voor de vijf onderstaande instrumenten van de Omgevingswet die relevant zijn voor de provincie gelden verschillende regels over participatie. Per instrument zijn er verschillende verplichtingen als het gaat over participatie. Deze zijn als volgt:

5

Instrument

Regels

Omgevingsvisie

•

Motiverings-plicht¹

•

Participatie-principes

•

Participatieplan

Wie is verantwoordelijk voor het naleven van de participatieregels?

Juridische basis

GS

Omgevingsbesluit (art. 10.7) Participatieverordening

Programma

Omgevingsverordening

Projectbesluit

•

Participatie-verslag

•

Motiverings-plicht¹

•

Participatie-principes

•

Participatieplan

•

Participatie-verslag

•

Motiverings-plicht¹

•

Participatie-principes

•

Participatieplan

•

Participatie-verslag

•

Kennisgeving Participatie²/ participatieplan

Omgevingsvergunning

•

Motiverings-plicht¹

•

Participatie-principes

•

Participatie-verslag

Zie 3.2 Kaderstelling Omgevingsvergunningen Initiatiefnemer geeft aan of en zo ja, hoe diegene aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn. Het bevoegd gezag, mogelijk de provincie, stimuleert participatie en betrekt deze informatie bij de integrale belangenafweging.

GS

Omgevingsbesluit (art. 10.8). Participatieverordening

GS

Omgevingsbesluit (art. 10.3 a) Participatieverordening

GS – Als een ander dan het bevoegd gezag initiatiefnemer is, kan het participatietraject wel een gezamenlijke actie zijn. GS en de initiatiefnemer bepalen samen de rolverdeling waarbij GS in principe uiteindelijk beslist. GS geeft in de kennisgeving participatie aan wat de rolverdeling is.

Omgevingswet (art. 5.47, 5.48 en 5.51) Omgevingsbesluit (art. 5.3 en 5.5) Participatieverordening

Initiatiefnemer

Omgevingswet (art. 16.55) Omgevingsregeling (art.7.4) Participatieverordening

¹ GS geeft bij het besluit aan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding, wat de resultaten daarvan zijn en hoe invulling is gegeven aan de participatieprincipes. ² GS is verplicht om uiterlijk bij de start van de verkenning voor het projectbesluit een ‘kennisgeving participatie’ te publiceren. Deze kennisgeving moet voldoen aan dezelfde eisen als het participatieplan. Bij de verkenning mag iedereen mogelijke oplossingen aandragen voor de beschreven opgave. Degene die dit doet, kan GS vragen om daarover advies te vragen aan een onafhankelijk deskundige. Digitale participatiemiddelen onderzoeken Omdat digitale middelen voor participatie nog in de kinderschoenen staan en zich volop ontwikkelen, voert de provincie onderzoek uit naar welke digitale tools geschikt zijn voor verschillenden doeleinden. Hierbij is ook aandacht voor privacy, de veiligheid van data en de uitlegbaarheid van de resultaten van digitale middelen. Daarnaast wordt onderzocht hoe het digitale stelsel omgevingswet (DSO) en de provinciale websites in de toekomst meer ruimte kan bieden aan participatie. Gezamenlijk inkopen, inzetten en ontwikkelen digitale participatiemiddelen De provincie zet in op het gezamenlijk optrekken met medeoverheden als het gaat om de inkoop, inzet en ontwikkeling van digitale participatiemiddelen.

Hiermee worden de processen- en presentatie van verschillende overheden op elkaar afgestemd. Het gebruiksgemak van digitale middelen voor participanten verbetert wanneer zij bij verschillende overheden dezelfde participatieprocessen- en presentatie herkennen. Daarnaast zorgt die uniformiteit voor efficiënt werken, het gemakkelijk borgen van kennis en het gemakkelijker vergelijken van resultaten van digitale participatie. Omgaan met kunstmatige intelligentie

6

Hoewel de provincie momenteel weinig ervaring heeft met digitale participatiemiddelen die gebruik maken van kunstmatige intelligentie (ook wel AI genoemd) zal dit in de toekomst waarschijnlijk vaker voorkomen. Digitale middelen gebruiken namelijk in toenemende mate complexe algoritmen, modellen en soms kunstmatige intelligentie waardoor de uitlegbaarheid van resultaten onder druk komt te staan. Wanneer dit soort digitale middelen worden gebruikt dienen er extra stappen genomen te worden op het gebied van verantwoording en registratie zoals voorgeschreven in de AI-wet van de EU. Hiermee zorgen we ervoor dat de uitkomsten van digitale participatieprocessen ten alle tijden uitlegbaar en navolgbaar blijven.

1.1.2.5 Participatie bij Omgevingsvergunningen Wat gaat de provincie doen? Participatie is een belangrijke pijler van de Omgevingswet. Niet alleen bij beleidsinstrumenten zoals een Omgevingsvisie of een Omgevingsverordening waarbij de provincie zelf wordt geacht participatie te organiseren, maar óók voor initiatiefnemers die voor een activiteit in de leefomgeving een Omgevingsvergunning willen aanvragen. Met deze kaderstelling geeft de provincie invulling aan hoe zij omgaat met participatie bij omgevingsvergunningen.

Rol Responsief

Uitwerking Bevorderen van participatie bij Omgevingsvergunningen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning dienen initiatiefnemers aan te geven of en zo ja op welke manier zij de omgeving op voorhand hebben betrokken. De verantwoordelijkheid voor het inrichten van participatie bij de omgevingsvergunning ligt bij de initiatiefnemer. De provincie vindt het belangrijk dat er goede participatie wordt georganiseerd wanneer er sprake is van activiteiten die (mogelijk) grote invloed hebben op de leefomgeving. Bij de aanvraag van een Omgevingsvergunning - één van de instrumenten uit de Omgevingswet – geldt een inspanningsverplichting voor initiatiefnemers. Initiatiefnemers dienen aan te geven of en zo ja op welke manier zij de omgeving op voorhand hebben betrokken. De provincie verwacht van initiatiefnemers van een Omgevingsvergunning een gedegen participatietraject met hierbij een participatieplan en –verslag. Om dit te bevorderen zal de provincie samen met de vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten hulpmiddelen bieden aan initiatiefnemers zodat zij participatie op een zorgvuldige manier kunnen organiseren. De provincie hanteert het eigen participatiebeleid als beoordelingskader voor de kwaliteit van participatietrajecten. Wanneer de provincie zelf initiatiefnemer is houdt de provincie zich aan de eigen voorwaarden voor participatie.

Bevorderen van participatie bij BOPA’s Bij een BOPA (omgevingsplanactiviteit die buiten het Omgevingsplan valt) zijn gemeenten bevoegd gezag voor de verstrekking van een omgevingsvergunning. Wanneer zo’n activiteit echter specifiek provinciaal belang raakt1 heeft de provincie adviesbevoegdheid. Dat betekent dat de provincie in die gevallen gemeenten mag adviseren over de vergunningverlening. De provincie stimuleert gemeenten in die gevallen om participatie mee te nemen in de afweging voor de vergunningverlening. De provincie kan, indien gewenst, hulpmiddelen aanbieden aan gemeenten zodat participatie op een zorgvuldige manier kunnen organiseren.

1.1.2.6 Meer ruimte maken voor ideeën vanuit de maatschappij Wat gaat de provincie doen? De provincie staat open voor deze ideeën en initiatieven uit de samenleving en wil daar meer ruimte voor maken. Dit doet de provincie door: • Een ‘ja, mits’- houding. De provincie is altijd behulpzaam en kijkt samen met de initiatiefnemer naar wat er mogelijk is, óók wanneer er op het eerste gezicht misschien belemmeringen voor het initiatief zijn.

7

•

Regelmatig thematische oproepen te doen om maatschappelijke initiatieven te bevorderen

•

Onderzoek te doen naar de processen rond participatievragen van buitenaf en te kijken hoe die kunnen verbeteren.

•

Duidelijke en vindbare informatievoorziening

Rol Responsief

Uitwerking Vanuit de samenleving ontstaan er allerlei goede ideeën, of maatschappelijke initiatieven. Een maatschappelijk initiatief is een door burgers, maatschappelijke organisaties of informele samenwerkingsverbanden gedragen voorstel of activiteit, zonder winstoogmerk, dat een maatschappelijk doel dient en bijdraagt aan de leefomgeving, sociale samenhang of duurzaamheid binnen de provincie. Een maatschappelijk initiatief is een plan of idee van inwoners, maatschappelijke organisaties of groepen mensen, zonder winstoogmerk. Het initiatief heeft een maatschappelijk doel en draagt bij aan de leefomgeving, sociale verbondenheid of duurzaamheid in de provincie. Binnen het begrip ‘maatschappelijk initiatief’ onderscheidt de provincie twee bijzondere vormen met aparte voorwaarden, namelijk het Burgerinitiatief en het Uitdaagrecht. Burgerinitiatief: Onderwerp op de agenda van Provinciale Staten plaatsen De provincie vindt het belangrijk dat inwoners, maatschappelijke organisaties en/of bedrijven onderwerpen en ideeën laagdrempelig op de agenda van Provinciale Staten kunnen plaatsen wanneer deze van maatschappelijk belang zijn. Via het Burgerinitiatief kunnen deze ideeën worden ingediend. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: • Onderwerpen mogen gaan over een plan, project, regelgeving van de provincie of over een losstaand onderwerp dat aandacht verdient •

Onderwerpen mogen niet korter dan een jaar geleden zijn behandeld door Provinciale Staten, tenzij er aantoonbaar sprake is van nieuwe feiten en inzichten

•

Er is aantoonbaar maatschappelijk draagvlak voor het initiatief in de vorm van 500 handtekeningen

Uitdaagrecht: Uitvoerende provinciale taak overnemen Met het uitdaagrecht kunnen inwoners de overheid verzoeken om de uitvoering van een taak over te nemen, al dan niet met bijhorend budget, omdat zij deze taak beter of goedkoper kunnen uitvoeren. Bij gebruik van het uitdaagrecht laat de overheid zien dat zij de uitvoering van een overheidstaak aan een georganiseerde groep inwoners of maatschappelijke partij toevertrouwt. Dit gaat over uitvoerende taken van de provincie zoals het onderhoud van natuur, bruggen en bijvoorbeeld behoud van cultureel erfgoed. De provincie blijft dus de verantwoordelijke voor de opdracht. Voorwaarden • De uitdaging gaat in op uitvoerende taken van de provincie •

De uitdaging kan door de indiener zelf, structureel uitgevoerd worden

•

Veiligheid is gegarandeerd

•

De indiener is georganiseerd in een rechtsvorm zoals een stichting

•

De uitdaging biedt maatschappelijke meerwaarde

Verdere specificering van de voorwaarden is te vinden in de Participatieverordening. Financiering Het uitdaagrecht vergt maatwerk. De provincie kijkt samen met de uitdager hoe (financiering van) de uitdaging het best kan worden vormgegeven. Een uitdaging kan worden bekostigd vanuit een subsidie, of met behulp van een opdracht. Afhankelijk van de hoogte van de kosten van het initiatief en de vorm-

8

geving van de samenwerking, is subsidierecht of aanbestedingsrecht vanzelfsprekend aan de orde. In alle gevallen worden initiatiefnemers meegenomen bij de vormgeving van de samenwerking. Aanbestedingsprocedure en Europese aanbesteding De provincie hecht veel waarde aan maatschappelijke initiatieven en neemt maatschappelijke meerwaarde altijd mee in de opdracht of de keuzes die gemaakt worden bij een aanbestedingsprocedure. Wanneer de kosten voor het maatschappelijk initiatief boven de Europese drempelbedragen voor aanbesteden liggen, moet er een Europese aanbestedingsprocedure worden gestart conform Europese wet- en regelgeving.

Beleidsdoel 1.2 Sterke Samenleving 1.2 Sterke Samenleving De provincie wil inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen ten dienste van bestaand of nieuw beleid. Ze volgt en duidt ontwikkelingen in de samenleving en voorziet de opgaven van haar eigen organisatie van de juiste kennis en handvatten. De organisatie wil effectief gebruik kunnen maken van deze kennis en actief werken aan de eigen strategische kennispositie. De provincie wil een kennisfunctie vervullen, ook voor derden, ten dienste van de opgaven waar Zuid-Holland aan werkt, al dan niet voorzien van een handelingsperspectief. Zo ondersteunt de provincie het beleid van de toekomst en een sterke samenleving.

Maatregelen van 1.2 Sterke Samenleving 1.2.1.1 Versterken van strategische provinciale kennis Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de toegang tot kennis en het verder ontwikkelen, uitwisselen en borgen van strategische kennis binnen de provinciale organisatie versterken. Hiervoor is het integrale kennisprogramma ‘Kennis Zuid-Holland’ opgesteld zodat kennis, trends en de nieuwste inzichten hun doorwerking vinden in provinciaal beleid. Kennis Zuid-Holland verkent thema’s via trendscans, onderzoek en het organiseren van ontmoeting.

Rol Presterend

Uitwerking Kennis Zuid-Holland is een strategisch kennisprogramma van én door de provincie Zuid-Holland. De uitvoering van dit programma doet de provincie uiteraard in nauwe samenwerking met externe partners en kennisinstellingen. Ongeveer tachtig procent van de strategische kennisactiviteiten zijn direct bedoeld voor de uitvoering van concernopgaven, ambities uit het omgevingsbeleid en het coalitieakkoord. De overige activiteiten zijn bedoeld om nieuwe thema’s te signaleren en agenderen. Dit kunnen thema’s zijn die op dat moment nog niet op de politieke agenda staan.

Beleidsdoel 2.1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen 2.1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen De provincie streeft naar een goede bereikbaarheid, zodat mensen veilig, duurzaam en vlot naar school, werk, vrienden, winkels en andere voorzieningen kunnen reizen of goederen kunnen vervoeren. Daartoe zorgt de provincie voor een goed functionerende en verkeersveilige provinciale infrastructuur, goed openbaar vervoer en stimuleert veilig, gezond en duurzaam reisgedrag.

Maatregelen van 2.1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen 2.1.1.1 Bereikbaarheid door nabijheid Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de bereikbaarheid verbeteren door nabijheid van wonen, werken, voorzieningen en goed ov te verbeteren, zodat mensen niet lang hoeven te reizen omdat de afstand naar hun bestemming kort

9

is. Voor wie het kan en wil lopend of op de fiets, maar ook met ov en de auto. Om landelijk gebied aantrekkelijk te houden streeft de provincie ook daar naar nabijheid van voorzieningen. De provincie ziet graag dat woningen en werklocaties zoveel mogelijk nabij voorzieningen en goed openbaar vervoer liggen. Dit geldt voor nieuwbouw, maar ook voor bestaande steden en dorpen. Zo hoeven mensen niet lang te reizen om hun bestemming te bereiken, voor wie het kan en wil lopend of op de fiets, maar ook met ov en de auto. Dat vraagt om hogere dichtheden van woningen en waar mogelijk voorzieningen en werkgelegenheid nabij goed openbaar vervoer inclusief deelmobiliteit en een aantrekkelijke en veilige omgeving om te lopen en te fietsen. De provincie onderzoekt hoe dit verankerd kan worden in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid bijvoorbeeld in de omgevingsverordening en stimuleert gemeenten om dit ook te doen. De provincie controleert, door middel van een mobiliteitstoets, of gedurende alle ontwikkelfases van locatiekeuze, initiatieffase tot aan de planuitvoering rekening is gehouden met de gevolgen en aanvullende maatregelen vanwege gebiedsontwikkelingen op de bereikbaarheid op de weg, het spoor en het water, zodat de bewoners straks prettig wonen én hun bestemming goed mogelijk en met zo min mogelijk impact op de omgeving kunnen bereiken.

Rol Samenwerkend

Uitwerking De provincie beoordeelt per ontwikkelfase bij gebiedsontwikkelingen, zoals woningbouwplannen, of de gevolgen voor de bereikbaarheid goed onderzocht zijn en onderdeel is van de locatiekeuze en planuitwerking. Hierdoor is tijdig inzicht of aanvullende maatregelen nodig zijn om (nieuwe) knelpunten op de weg, het spoor of het water te verbinden en hoe zij gefaseerd en gefinancierd kunnen worden vanuit de planontwikkeling. In de planbeoordelingsfase wordt vanuit de Omgevingsverordening op de bereikbaarheid getoetst. De provincie kijkt of de ontwikkeling bijdraagt aan het verbeteren van de nabijheid van wonen, werk, voorzieningen en goed ov en het bevorderen van veilig en duurzaam mobiliteitsgedrag dat past bij de gebiedskenmerken. Ook wordt gekeken naar de gevolgen voor doorstroming op het provinciale netwerk en of voortvloeiende infrastructurele maatregelen volgens het Handboek Ontwerp Criteria Wegen gerealiseerd kunnen worden. Indien van toepassing ziet de provincie toe op goede voorzieningen voor lopen en fietsen,op het naleven van de parkeernormen en gevolgen voor goederen vervoerstromen over weg, spoor en water.

2.1.1.3 Schonere mobiliteit Wat gaat de provincie doen? Schoner vervoer met minder of geen uitstoot van schadelijke stoffen zoals CO2, stikstofdioxide en fijnstof. De provincie wil bijdragen aan een betere leefbaarheid en minder klimaatverandering en werkt daarom samen met andere partijen aan schonere vormen van vervoer en de bijbehorende tank- en laadinfrastructuur. De provincie doet onderzoek en ondersteunt regionale mobiliteitsprogramma’s en –plannen. Door laadinfrastructuur aan te leggen, via de Regionale Agenda Laadinfrastructuur, wordt de overgang naar batterij-elektrisch én waterstof-elektrisch op weg geholpen.

Rol Samenwerkend

2.1.1.4 Slimmere mobiliteit & digitalisering Wat gaat de provincie doen? Slimmere mobiliteit kan ervoor zorgen dat het regionale mobiliteitssysteem (weg, water, spoor, OV, fiets, lopen) beter benut wordt. Met de grote hoeveelheid nieuwbouw, wegonderhoud en het beperkte geld worden de mogelijkheden om extra infrastructuur aan te leggen steeds beperkter. Met slimme mobiliteit en digitalisering kijkt de provincie naar de mogelijkheden van nieuwe, digitale en innovatieve (data-)oplossingen om het mobiliteitssysteem nog efficiënter te organiseren.

Rol Presterend

10

Uitwerking Weg- en vaarweggebruikers gebruiken steeds vaker digitale systemen om hun weg te vinden en worden steeds afhankelijker van het digitaal communiceren over bijvoorbeeld wegwerkzaamheden, maximumsnelheden, schoolzones en brugopeningen. De provincie werkt samen met ruim 50 wegbeheerders in de regio, de MRDH, Zuid-Holland Bereikbaar en het Rijk aan op orde krijgen en houden van slimme mobiliteitsoplossingen in de regio. Het doel is een veilig, slim en duurzaam verkeer- en vervoersysteem waarvan de verschillende mobiliteitsnetwerken nog beter worden benut. Weggebruikers beschikken over voorspellende en actuele informatie over de verkeerssituatie, de rij- of vaartaak wordt verder geautomatiseerd en voertuigen communiceren met elkaar, de infrastructuur en andere verkeersdeelnemers. Zij kunnen zo direct op deze informatie anticiperen. Deze ontwikkeling speelt zich af in de volle breedte van het mobiliteitssysteem. De uitkomst: gebruikers maken schonere en slimmere verplaatsingskeuzes met behulp van slimme technologie.

2.1.1.5 Stimuleren bewust mobiliteitsgedrag Wat gaat de provincie doen? Om de mobiliteitsgroei op te kunnen vangen wil de provincie mensen positief verleiden om andere vormen van vervoer te gebruiken zoals fiets en openbaar vervoer, buiten de spits te reizen of om bijvoorbeeld thuis te werken. Hierdoor wordt alle infrastructuur zo optimaal mogelijk wordt benut en files geminimaliseerd.

Rol Samenwerkend

Uitwerking In Zuid-Holland Bereikbaar werkt de provincie samen met andere infrastructuurbeheerders en hun opdrachtgevers in Zuid-Holland en met grote bedrijven, vervoerders, brancheorganisaties, belangenverenigingen en lokale overheden. Er wordt ingezet op gezamenlijke en samenhangende programmering van werkzaamheden om zo de hinder te minimaliseren. Tijdens werkzaamheden vindt verkeersmanagement plaats en worden alternatieven aangeboden, afgestemd op het desbetreffende gebied en de gebruikers om de hinder te verminderen. Daarbij wordt de onvermijdelijke overlast door noodzakelijke (onderhouds)werkzaamheden als kans benut om gedrag van reizigers structureel te veranderen.

2.1.1.6 Vaker en verder fietsen door meer mensen Wat gaat de provincie doen? Inwoners en bezoekers van Zuid-Holland gebruiken vaker de (elektrische) fiets en leggen langere afstanden met de fiets af in het dagelijks en recreatief gebruik en als onderdeel van een reis met het openbaar vervoer. De provincie volgt het fietsgebruik en onderzoekt samen met gemeenten en regio’s hoe het gebruik van de fiets kan toenemen.

Rol Samenwerkend

Uitwerking De provincie streeft naar een dekkend netwerk van doorfietsroutes naar de Zuid-Hollandse steden. Daartoe verricht de provincie onderzoek en geeft ondersteuning aan gemeenten. Uitvoering gebeurt samen met onder andere gemeenten en waterschappen. Zuid-Holland brengt de kwaliteit en de veiligheid van het provinciaal hoofd-) fietsnetwerk in beeld. De uitkomsten hiervan geven inzicht in de bestaande aantrekkelijkheid en veiligheid van het netwerk en maatregelen die het netwerk verbeteren, zodat inwoners en bezoekers gestimuleerd worden om meer te gaan fietsen. Betere overstapvoorzieningen dragen bij aan de overstap tussen fiets en het openbaar vervoer. De provincie subsidieert niet alleen fietsparkeerplekken, maar brengt ook de veiligheid en aantrekkelijkheid van routes naar de overstapvoorzieningen in beeld. Om het aantrekkelijk en veilig te maken om te fietsen in

11

nieuwbouwgebieden, ontwikkelt de provincie een handleiding voor fietsvriendelijk ingerichte woon- en werklocaties.

2.1.1.7 Veilig gedrag in het verkeer Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de stijging van het aantal dodelijke verkeersslachtoffers ombuigen in een daling. De provincie vindt ieder verkeersslachtoffer er één te veel en streeft naar elk jaar minder verkeersslachtoffers en nul verkeersslachtoffers in 2050. De provincie werkt samen met regionale partners om verkeersveilig gedrag te stimuleren door middel van educatie en voorlichting en onderhoudt contact met politie en het Openbaar Ministerie (OM) over handhaving.

Rol Presterend

Uitwerking De provincie werkt samen met Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), gemeenten, waterschappen, Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid Zuid-Holland (ROVZH), Openbaar Ministerie, politie en maatschappelijke organisaties zoals de ANWB, Veilig Verkeer Nederland en de Fietsersbond aan een veilige infrastructuur, verkeerseducatie, voorlichting en handhaving. Naast de rol presterende overheid hebben we ook de rol samenwerkende overheid.

2.1.1.8 Bevorderen Lopen Wat gaat de provincie doen? De provincie streeft samen met gemeenten en andere partners ernaar dat mensen veilig en aantrekkelijk kunnen lopen naar hun dagelijkse voorzieningen en het openbaar vervoer. De provincie bevordert lopen als vervoerswijze die bereikbaarheid, leefbaarheid en gezondheid verbetert. Dit doet zij door gemeenten te ondersteunen bij het ontwikkelen en realiseren van hun voetgangersbeleid.

Rol Samenwerkend

Uitwerking De provincie werkt samen met gemeenten en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) aan voetgangersvriendelijke straten waarin meer mensen meer lopen en aangenaam kunnen verblijven. Dit draagt bij aan de volksgezondheid, bereikbaarheid, vergroening en verduurzaming. Lopen is schoon, stil en veilig voor de omgeving en vergt vergeleken met andere vormen van verplaatsing de minste ruimte, energie en grondstoffen. Ook draagt een voetgangersvriendelijke omgeving bij aan ontmoeting, welzijn en sociale samenhang. Ook de lokale economie profiteert van meer voetgangers, want in straten met meer voetgangers gaan omzetten en vastgoedwaarden omhoog.

2.1.2.1 Deelmobiliteit & publiek vervoer Wat gaat de provincie doen? De provincie wil dat andere vormen van vervoer de bereikbaarheid van een gebied of de keuze van de reiziger vergroten en dat het vervoer beter aansluit bij wensen van mensen. Kleine kernen en steden moeten met het openbaar vervoer toegankelijk blijven. Denk aan flexvervoer (taxibusjes), deelvervoer (deelfietsen, deelauto’s) en meerijden (carpoolen, liften). Samen met het openbaar vervoer heet dit ‘publiek vervoer’. Zo stimuleert de provincie deelfietsen bij haltes om bestemmingen die 1 tot 3 kilometer van de halte of station liggen beter bereikbaar te maken.

Rol Presterend

12

Uitwerking De provincie onderzoekt op welke manier het mogelijk is om een tussenvorm te creëren tussen een lijndienst en vraagafhankelijk vervoer en gaat hiervoor in overleg met de reizigers en ondernemers om te inventariseren welke wensen leven. Op basis van deze inbreng wordt bepaald hoe het aanbod van vervoer aantrekkelijker kan worden. De provincie zet zich verder in om voor gehandicapten en mindervaliden te komen tot één nationaal ov-reisassistentiesysteem. Naast de rol presterende overheid heeft de provincie ook de rol van samenwerkende overheid

2.1.2.2 Goed en schoon regionaal openbaar vervoer Wat gaat de provincie doen? De provincie is verantwoordelijk voor regionaal openbaar vervoer in Zuid-Holland buiten de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De provincie exploiteert hiervoor twee spoorlijnen: de MerwedeLingelijn (van Dordrecht via Gorinchem naar Geldermalsen) en de Treindienst Alphen aan den Rijn – Gouda. De provincie besteedt openbaarvervoerconcessies over de weg, het water en over bovengenoemde spoorlijnen aan. De drempel om het openbaar vervoer te gebruiken moet zo laag mogelijk zijn. De provincie zorgt via eisen aan de vervoerders dat het openbaar vervoer makkelijk en begrijpelijk in gebruik is, met actuele reisinformatie, eenvoudige en betaalbare tarieven in een netwerk waarbij verbindingen op elkaar aansluiten.

Rol Presterend

Uitwerking De provincie onderzoekt en realiseert nieuwe snelle, frequente, en betrouwbare lijnen (R-net). Werkingsgebied: Heel Zuid-Holland en voor wat betreft de concessies gaat het over de concessiegebieden: • Goeree-Overflakkee en Hoeksche Waard • Zuid-Holland Noord • Drechtsteden Molenlanden Gorinchem • Treindienst Alphen aan den Rijn – Gouda • Personenvervoer over Water Rotterdam - Drechtsteden

2.1.2.3 Snel internationaal openbaar vervoer en optimaal hoofdrailnet van het rijk Wat gaat de provincie doen? De provincie is groot voorstander van goede, snelle en betaalbare internationale treinverbindingen met andere Europese steden. De provincie sluit zich daarom aan bij bestaande lobbytrajecten en initiatieven daartoe. De doelstelling is dat de trein de eerste keuze wordt bij reizen tot 750 km. Een goed functionerend hoofdrailnet is cruciaal voor de bereikbaarheid van Zuid-Holland. Een groot deel van de geplande woningbouw vindt plaats vlak bij stations. De provincie streeft naar een snel en betrouwbaar systeem, waarbij plek is voor hoogfrequente sprinters en intercity’s en meer stations.

Rol Samenwerkend

Uitwerking De provincie is niet het bevoegd gezag over het hoofdrailnet en werkt daarom samen met andere overheden als gemeenten, de MRDH, de verschillende regio’s en het Rijk aan voorstellen om het hoofdrailnet te verbeteren. Via het MIRT-programma van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt de provincie mee aan diverse projecten.

13

2.1.3.1 Inzet op digitalisering Wat gaat de provincie doen? Voor de goederenvervoercorridors werkt de provincie met diverse partijen samen aan digitaliseringsinitiatieven. De provincie faciliteert innovatief onderzoek en werk mee aan pilots om te ontdekken wat autonoom rijden en varen kunnen betekenen voor de verdere ontwikkeling van logistieke stromen binnen de provincie en langs belangrijk transportcorridors. Voor vervoer over water stimuleert de provincie innovatieve initiatieven, zoals SMASH (geautomatiseerd varen) en CAT4Yards (de ontwikkeling van geautomatiseerd wegtransport).

Rol Samenwerkend

Uitwerking De provincie wil dat de regionale sector voor het vervoer van verse producten meer datagericht gaat werken en digitalisering gebruikt om goederenstromen te verbeteren. Digitalisering kan een belangrijke rol vervullen in het inzichtelijk maken van vervoersstromen. Daardoor kunnen vervoerswijzen en regionale hubs efficiënter ingezet worden. Ook speelt digitalisering een rol bij het gerichter faciliteren van vervoerstromen die bijdragen aan de ruimtelijk-economische visie en aan een duurzame en circulaire economie. Daarnaast maakt digitalisering efficiënter gebruik van ligplaatsen en walstroomvoorzieningen en het passeren van beweegbare bruggen en sluizen op de vaarwegen mogelijk. Dit zorgt voor minder onnodige vervoersbewegingen, minder brandstofgebruik en minder uitstoot van schadelijke stoffen.

2.1.3.2 Versterken en veilig houden van goederencorridors Wat gaat de provincie doen? De provincie wil goederenstromen optimaliseren en gericht toewerken naar een toekomstbestendige economie met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid. Ze geeft voorrang aan een duurzame, digitale en inclusieve economie, met borging van maatschappelijke meerwaarde. De provincie zet in op het creëren van hubs, denk aan veilig truck parkeren, schone laadinfrastructuur en koelopslag. Daarnaast zet de provincie in op digitalisering, bijvoorbeeld voor het bundelen van goederenstromen. En het stimuleren van vervoer via spoor, water en buis voor o.a. bouw, afval en stadslogistiek. Inzet hierbij is: 1. het creëren van hubs (voor onder andere veilig truck parkeren, schone laadinfrastructuur en koelopslag voor verstransport), 2. digitalisering voor bijvoorbeeld bundeling van goederenstromen 3. ladingverschuiving via spoor, water en buis, met aandacht voor bouw-, afval- en stadslogistiek. De provincie werkt hiervoor samen met partners binnen en buiten de provincie.

Rol Samenwerkend

Uitwerking Het aanpassen van provinciale infrastructuur of het bijdragen aan projecten van anderen op de goederencorridors is onderdeel van de beleidskeuzes ‘Voorbereiding (provinciale) infrastructuurprojecten en bijdragen aan projecten van anderen’ en ‘Realisatie provinciale infrastructuurprojecten’.

2.1.3.3 Modal shift, regionale hubs en zero emissie Wat gaat de provincie doen? De provincie anticipeert op groei in de logistieke sector en drukte op de wegen als gevolg van de vele onderhoudswerkzaamheden rondom Rotterdam. In samenwerking met lokale partners probeert zij dit in goede banen te leiden. Bij het zoeken naar oplossingen geeft zij voorrang aan een toekomstbestendige en dus duurzame, digitale en inclusieve economie, met borging van maatschappelijke meerwaarde.

Rol Samenwerkend

14

Uitwerking De provincie stimuleert de verschuiving van lading van de weg naar duurzame vervoerwijzen via spoor, water en buis, zowel internationaal als voor het laatste stuk van de reis. De provincie moedigt ook de ontwikkeling aan van regionale hubs voor haven-, vers-, stads- en bouwlogistiek. Dit ontlast de weg ontlast en beperkt de uitstoot van schadelijke stoffen. De provincie wil daarnaast de transitie naar schoon vervoer helpen versnellen en faciliteert initiatieven die bijdragen aan de transitie naar (nagenoeg) geen uitstoot van schadelijke stoffen en die opgeschaald kunnen worden. In stedelijk gebied focust de provincie op vervoer van afval-, bouwmaterialen en andere goederen over water. Daarbij is het belangrijk dat regionale vaarwegen en kades beschikbaar zijn en blijven voor overslag van materialen en goederen. De provincie werkt samen met bedrijfsleven via logistieke makelaars, regionale partners en Zuid-Holland Bereikbaar. De provincie stimuleert uitstootvrije binnenvaart en de laadinfrastructuur die daarbij hoort. Ook werkt de provincie samen met andere provincies en de Rijksoverheid om de belangrijkste goederencorridors toekomstbestendig te maken.

2.1.4.1 Bijdragen aan (infrastructuur)projecten van anderen Wat gaat de provincie doen? Het mobiliteitssysteem in Zuid-Holland bestaat uit infrastructuur en mobiliteitsdiensten van het Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen. Omdat de provincie maar over een deel van het mobiliteitssysteem gaat draagt zij ook bij (met geld en expertise) aan projecten van anderen. Dit zijn projecten met een nationaal of regionaal belang die samen met de provinciale projecten ervoor moet zorgen dat de provincie Zuid-Holland voor iedereen bereikbaar is en blijft op een duurzame en veilige manier. De infrastructuurprojecten zijn terug te vinden in het jaarlijkse Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur (bijlage bij de begroting).

Rol Presterend

2.1.4.2 Voorbereiding aanleg en verbetering van provinciale infrastructuur Wat gaat de provincie doen? De provincie wil bij de voorbereiding van een project (de initiatieffase en daaropvolgende verkenning) bepalen of een infrastructurele ingreep passend en nodig is. In de initiatieffase worden de gebiedsgerichte of thematische opgaven, kansen en problemen in kaart gebracht en wat de mogelijke oplossingsrichtingen zijn. Op basis daarvan kunnen de deelnemende partijen beslissen of en, zo ja, welke oplossingsrichtingen in een verkenning (de volgende fase) uitgewerkt zouden moeten worden. Een verkenning is bedoeld om te komen tot een slimme, integrale voorkeursoplossing, op basis van een brede beschouwing van de opgave, scherpe probleemanalyse en een inzichtelijke afweging. De voorkeursoplossing die ontstaat op het eind van de verkenning kan bestaan uit één voorkeursalternatief of uit een samenhangend pakket van maatregelen (integrale maatwerkoplossingen) waaronder aanleg en verbetering van provinciale infrastructuur. De infrastructuurprojecten (initiatieffase en verkenning) zijn terug te vinden in het jaarlijkse Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur (bijlage bij de begroting).

Rol Presterend

2.1.5.1 Realisatie aanleg en verbetering van provinciale infrastructuur Wat gaat de provincie doen? De provincie wil door het aanleggen van nieuwe infrastructuur en het verbeteren van bestaande infrastructuur het provinciale deel van het mobiliteitssysteem in Zuid-Holland verbeteren zodat Zuid-Holland voor iedereen bereikbaar is en blijft op een duurzame en veilige manier. Deze projecten worden conform geldende wet- en regelgeving gerealiseerd. De infrastructuurprojecten zijn terug te vinden in het jaarlijkse Programma Zuid-Hollandse infrastructuur (bijlage bij de begroting).

15

Rol Presterend

Beleidsdoel 2.2 Goed functionerende provinciale infrastructuur 2.2 Goed functionerende provinciale infrastructuur Een goed functionerende, provinciale infrastructuur zorgt ervoor dat iedereen veilig, duurzaam, snel en op een makkelijke manier van huis naar werk, opleiding of vrijetijdsbesteding kan reizen. De provincie heeft de wettelijke plicht provinciale fietspaden, bermen, wegen, vaarwegen, bruggen en sluizen te beheren en te onderhouden. Met de bediencentrales en de Incident Coördinatie (IC)-desk zorgt de provincie voor een vlotte afwikkeling van het verkeer. Bij calamiteiten en incidenten zorgt de provincie voor een veilige werksituatie voor de hulpdiensten en beperkt de provincie hinder voor de (vaar-)weggebruikers. De provinciale infrastructuur moet beschikbaar en veilig te gebruiken zijn. Daarvoor moet de infrastructuur in goede staat zijn en duurzaam onderhouden worden. De provincie heeft als doel het onderhoud doeltreffend en doelmatig uit te voeren. Dit doet zij met zo min mogelijk overlast voor de weggebruiker en de omgeving. De provincie verzorgt het bedienen van bruggen en sluizen, toezicht en handhaving op de weg en het water, en incidentmanagement. Hiermee zorgt ze voor een vlotte en veilige afwikkeling van het verkeer.

Maatregelen van 2.2 Goed functionerende provinciale infrastructuur 2.2.1.1 Realiseren duurzaamheidsambitie via assetmanagement provinciale infrastructuur Wat gaat de provincie doen? De provincie wil waar mogelijk duurzaamheidsambities helpen te realiseren via het beheer en onderhoud van infrastructuur. De afweging van duurzame alternatieven vormt een integraal onderdeel van assetmanagement.

Rol Presterend

Uitwerking De provincie weegt duurzame opties af bij opdrachten en contracten. Door stapsgewijs steeds hogere eisen te stellen, wordt het voor de markt mogelijk hier kosteneffectief op te anticiperen. Met het integreren van duurzaamheid in het assetmanagement zorgt de provincie ervoor dat het assetmanagement in 2050, of zo veel eerder als haalbaar, de volgende doelen behaald: 1. CO2 neutraal; 2. bijna volledig circulair; 3. nauwelijks gebruik makend van primaire grondstoffen; 4. energie neutraal; 5. Leefgebied en ecologische verbindingen biedend aan lokale flora en fauna rond (vaar)wegen; 6. Klimaatbestendig. Dit is verder uitgewerkt in het tactisch kader duurzame infrastructuur. Hierin wordt aangegeven hoe de verschillende doelen worden uitgerold.

2.2.1.2 Uitvoeren assetmanagement op onderhoudsniveau 'Sober en Doelmatig' Wat gaat de provincie doen? De provincie wil het onderhoud van infrastructuur uitvoeren op het onderhoudsniveau ‘Sober en Doelmatig’. Door middel van assetmanagement wordt bepaald waar en wanneer onderhoud nodig is.

Rol Presterend

16

Uitwerking Het assetmanagementsysteem is gebaseerd op de internationale assetmanagementstandaard NEN-ISO 55001 en de basis voor het beheer en onderhoud, bediening, en vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De provincie voert haar assetmanagement uit op het onderhoudsniveau ‘sober en doelmatig’ en met oog op de duurzaamheidsdoelen (zie maatregel realiseren duurzaamheidsambitie via assetmanagement provinciale infrastructuur). Dit betekent dat er gekeken wordt naar een optimale balans tussen prestaties, risico’s en kosten. Deze balans betekent in praktijk het op het juiste moment programmeren van onderhoudswerkzaamheden.

In de tijd neemt het kwaliteitsniveau van de provinciale infrastructuur langzaam af (zie afbeelding, dalende rode pijl). Deze afname van het kwaliteitsniveau wordt via het dagelijks beheer en onderhoud (DBO) zo veel mogelijk beheerst (afremming daling rode lijn). Binnen het dagelijks beheer en onderhoud worden ook de incidenten, storingen en calamiteiten verholpen en wordt er voor handhaving gezorgd. Vóór het moment dat het kwaliteitsniveau onder het wettelijk aansprakelijkheidsniveau komt, vindt het volgende planmatig onderhoud plaats (paarse pijl). Het planmatig onderhoud (PO) aan de provinciale infrastructuur wordt uitgevoerd op een conditie-gestuurde, integrale en trajectgerichte manier. Zo blijft de infrastructuur optimaal functioneren tegen de laagste kosten, met overwogen, aanvaardbare risico’s en minimale hinder voor de gebruiker. Deze cyclus herhaalt zich, tot het areaal het einde van de technische of functionele levensduur heeft bereikt, waarna volledige vervanging plaatsvindt. De planning wordt regionaal afgestemd, zodat de hinder voor de omgeving beperkt blijft. Bruggen en sluizen worden bediend vanuit centrale bedieningslocaties. De provincie verzorgt ook voor een aantal andere beheerders (zoals gemeenten, Rijkswaterstaat, ProRail) de bediening op afstand en het technisch beheer van bruggen over cruciale vaar- en wegroutes.

De Incidentcoördinatiedesk (IC-desk) coördineert de afwikkeling van calamiteiten en incidenten op het areaal. Zij stuurt hiervoor medewerkers van de buitendienst aan. Deze medewerkers sturen ter plaatse de maatregelen aan die noodzakelijk zijn voor het veilig kunnen gebruiken van de infrastructuur en het wegnemen van de oorzaak van de stremming. Met het juridisch beheer worden vergunningen en schadeafhandelingen georganiseerd.

Beleidsdoel 3.1 Energietransitie 3.1 Energietransitie De provincie wil het gebruik van fossiele energiebronnen afbouwen en wil toe naar een klimaatneutrale energievoorziening. Het doel is om uiterlijk in 2050 de CO2-uitstoot volledig te verminderen ten opzichte van 1990, met een tussendoel van 55% vermindering in 2030. • Zuid-Holland stelde in samenwerking met de 7 RES’en (Regionale Energiestrategieën) het doel in 2030 6,3 tot 6,8 TWh zon- en windenergie op te wekken. • De provincie wil een eerlijke energietransitie bereiken, waarbij verduurzaming ook haalbaar is voor achtergestelde en kwetsbare doelgroepen. Ook zet de provincie in op meer economische voordelen en meer zeggenschap voor inwoners. Dit doet zij door bij ieder (grootschalige) zon- en windproject te kiezen voor minimaal 50% lokaal eigendom. • De provincie wil het gebruik van aardgas versneld verminderen. Dit kan door energiebesparing en door warmtebronnen binnen de provincie te benutten. Zo kunnen de glastuinbouw in 2040, en de gebouwde omgeving en industrie in 2050, klimaatneutraal zijn.

17

•

•

•

De provincie heeft volgens de nationale doelstelling tot doel om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken, en in 2050 een volledig circulaire economie te hebben. Daarbij helpt zij de Zuid-Hollandse industrie met het behalen van het NOx-uitstootverminderingsdoel: voor deze sector staat dit op 38% in 2030 ten opzichte van 2019. Om de energietransitie mogelijk te maken dient de provincie de energiesystemen (elektriciteits-, waterstof- en warmtenetten) slim en efficiënt in te richten. Zo is energie tijdig beschikbaar voor iedereen. De ontwikkeling en de ruimtelijke inpassing van het energiesysteem zijn een uitdaging in Zuid-Holland. Dit komt door de beperkte ruimt en door overbelasting van het stroomnet. De provincie werkt aan een toekomstbeeld voor het energiesysteem, onder andere gericht op het voorkomen van overbelasting van het net. Hierbij spelen plannen voor energie een belangrijke rol; het doel is om ruimtelijke en energievraagstukken gelijktijdig mee te nemen. Zo ontstaat een samenhangende aanpak voor de omvangrijke energieopgave. Dit zal de druk op het stroomnet verminderen.

Maatregelen van 3.1 Energietransitie 3.1.1.1 Realiseren van windenergie Wat gaat de provincie doen? De provincie zoekt samen met RES-partners naar geschikte gebieden waar windturbines geconcentreerd kunnen worden geplaatst. De provincie doet dat via zoekgebieden en locaties voor windenergie. De zoekgebieden zijn gebieden waar nog een nadere afweging plaats moet vinden, maar waar de provincie op regionale schaal kansen ziet voor windparken. Deze afweging maakt de provincie samen met de RESpartners. Samen met hen werkt de provincie aan een ontwikkelstrategie met planning om te verkennen waar en wanneer windturbines in deze zoekgebieden het beste te realiseren zijn. Locaties voor windenergie zijn concreet aangeduide plekken in de Omgevingsverordening waar Omgevingsplannen windturbines met as-hoogtes van meer dan 45 meter mogen toestaan. Locaties voor windenergie zijn in de Omgevingsverordening opgenomen en geven feitelijk aan waar het realiseren van windenergie door gemeenten volgens de provincie is toegestaan. Gemeenten zijn met de nieuwe Energiewet bevoegd gezag voor windparken met een opgesteld vermogen kleiner dan 15 MW. Alles daarboven tot 100MW is aan de provincie. Een gemiddelde windturbine op land produceert tegenwoordig circa 5 MW.

Rol Samenwerkend

Uitwerking Uitgangspunten voor windturbines naar as-hoogte: Grote windturbines (as-hoogte hoger dan 45 meter) De provincie maakt onderscheid tussen zoekgebieden en locaties voor windenergie. Zoekgebieden voor windenergie De provincie heeft primaire en secundaire zoekgebieden voor windenergie opgenomen in de Omgevingsvisie. Deze bevinden zich in de RES-regio’s Holland Rijnland, Midden-Holland. Niet alle zoekgebieden hoeven tot realisatie te komen. Zo ligt een aantal zoekgebieden bij elkaar in de buurt, zoals enkele zoekgebieden ten zuiden van Alphen aan den Rijn. Hier zit dus ruimte voor een verdere afweging in samenwerking met de RES-partners. Voor de RES-regio Drechtsteden heeft de provincie één zoekgebied opgenomen in de Omgevingsvisie. De provincie wil samen met de RES-partners een ontwikkelstrategie met een concrete planning uitwerken en onderzoeken welke zoekgebieden uiteindelijk als locaties voor windenergie gerealiseerd worden – bij voorkeur onder bevoegd gezag van de betreffende gemeente. De provincie wil gemeenten voldoende tijd en ruimte geven om zelf afwegingen te maken en samen met hen nader onderzoek doen, participatietrajecten uitvoeren en onderzoeks- en ontwerpvragen beantwoorden.

Na inwerkingtreding van de Herziening Omgevingsbeleid 2025, maken GS met de betrokken RES-regio’s de balans op in hoeverre windenergie dient bij te dragen om de RES-doelstellingen voor 2030 binnen bereik te houden. GS kunnen voorbereidingen treffen om bepaalde zoekgebieden om te zetten naar locaties

18

voor windenergie in de Omgevingsverordening, indien zij dit nodig achten. Daarvoor dient een wijziging van het Omgevingsbeleid plaats te vinden. In dit traject wil de provincie in goede samenspraak en samenwerking met de RES-regio’s optrekken. Uitgangspunt is om de regio zelf te laten kiezen en ook de uitvoering van eventueel latere windprojecten aan de gemeenten te laten, bijvoorbeeld door de bevoegdheid over te dragen. De provincie heeft altijd de mogelijkheid om de regie bij zich te houden. Participatie De provincie vindt participatie bij de realisatie van windenergieprojecten belangrijk. De provincie heeft hier participatiebeleid voor en geeft daar uitvoering aan. Dit geldt voor het betrekken van de omgeving bij het aanwijzen van zoekgebieden als locaties voor windenergie. Dit is specifiek uitgewerkt in de Beleidskeuze 3.1.2 Lokale initiatieven en inclusieve energietransitie. Locaties voor windenergie De locaties voor windenergie in de omgevingserordening zijn het resultaat van een afweging tussen (veiligheids)eisen vanuit windenergie, hinderbeperking en andere provinciale belangen zoals ecologie en landschap. Mochten de locaties om technische of andere redenen niet haalbaar zijn, dan is het aan gemeenten om in regionaal verband te overwegen om de provincie te verzoeken tot het opnemen van alternatieve locaties in de omgevingsverordening.

Wanneer gemeenten dit niet doen en regio’s hun doelstellingen niet halen dan kan de provincie eigenstandig besluiten om een alternatieve locatie in de omgevingsverordening op te nemen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de primaire en secundaire zoekgebieden Windenergie. Realisatie windenergie per RES-regio De provincie maakt realisatie van windprojecten mogelijk en streeft ernaar dit zoveel mogelijk samen met de RES-partners te doen. Hieronder een overzicht per regio wat de provincie de komende periode in nauwe samenwerking met gemeenten gaat ondernemen om meer duurzame energie uit windenergie te realiseren: RES Midden-Holland en RES Holland Rijnland De provincie heeft zoekgebieden voor windenergie verkend. Deze staan op de kaart Zoekgebieden Windenergie in de Omgevingsvisie. Omdat de zoekgebieden effect hebben op hun omgeving dient binnen en tussen deze zoekgebieden nog een afweging gemaakt te worden. De provincie zet zich in om deze zoekgebieden met de RES-partners verder uit te werken en uiteindelijk tot locaties voor windenergie te komen. De primaire zoekgebieden zijn (nummers corresponderen met zoekgebieden op de kaart Zoekgebieden Windenergie in de Omgevinsvisie): 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=2cfdb446-f1b2-4cd3-ad62-e7624ab8e159