CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Servicedocument Omgevingsprogramma

Oriënterende raad 27 november 2025, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze herziening provinciaal omgevingsbeleid - meningsvormende bespreking54.527 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

49

en klaar kunnen maken voor de toekomst. Daarnaast zien we kansen in het versterken van het lokale tech ecosysteem om zo ook de afhankelijkheid van buitenlandse spelers te verminderen. De provincie versterkt in samenwerking met verschillende partijen de cyberweerbaarheid door stevige betrokkenheid bij de uitvoering van de Roadmap Cyberweerbaarheid Zuid-Holland. Met behulp van dit programma wordt de verbinding en kennisdeling in de regio vergroot. Een gedegen programma met heldere verbindingen vergroot de kans op Rijks- of EU gelden waarmee kennisdeling verder gestimuleerd kan worden. Daarnaast zet de provincie in samenwerking met de Security Delta (HSD) nieuwe cyberweerbaarheidscentra op. Deze zorgen voor op maat gemaakte kennisontwikkeling en hulp bij dreigingen in de sector. Door het opzetten van deze centra kunnen bestaande initiatieven succesvol worden bestendigd en regionaal worden uitgevoerd. De Provincie ondersteunt het innovatieve bedrijfsleven op het gebied van cybersecurity. Er wordt ondersteuning geboden door middel van o.a. de Security Delta (HSD) en door het internationaliseringsprogramma cyber.

4.1.4.2 Digitale innovatie Wat gaat de provincie doen? De provincie wil innovatie versnellen door het gebruik van sleutel technologieën te vergroten. De provincie stimuleert en ondersteund maatschappelijk verantwoorde digitale innovatie met belangrijke sleutel technologieën (zoals Kunstmatige intelligentie, Quantum, 5G/6G en Immersive Tech) en helpt de economische sectoren deze innovaties toe te passen. De provincie vervult een stimulerende en faciliterende rol bij het vergroten van het gebruik van sleuteltechnologieën. We richten ons niet op de ontwikkeling van deze technologieën zelf, maar nemen een sleutelrol in het versterken van het ecosysteem waarin deze innovaties tot bloei kunnen komen. Daarbij creëren we de juiste randvoorwaarden voor verantwoorde digitale innovatie. Dit doen we door: • het verstrekken van financiële middelen (bijvoorbeeld via subsidies of regelingen), • het ontwikkelen van ondersteunend beleid, • het initiëren en samenbrengen van netwerken van bedrijven, kennisinstellingen en overheden, • en het aanjagen van toepassingen binnen economische en maatschappelijke sectoren. Zo draagt de provincie bij aan een toekomstbestendige en innovatieve economie, waarin sleuteltechnologieën op verantwoorde wijze bijdragen aan maatschappelijke opgaven.

De provincie werkt per sleutel technologie samen met partners, medeoverheden, kennisinstellingen en organisaties zoals bijvoorbeeld EBZ, IQ, Security Delta (HSD), Quantumdelta NL en Future Network Services. Bij deze samenwerkingen is speciaal aandacht voor digitalisering in relatie tot brede welvaart, economische clusters, energietransitie, mobiliteit en duurzaamheid.

Rol Samenwerkend

Uitwerking Door innovatieve ecosystemen te ondersteunen wordt het organisatievermogen versterkt om zo de kans op toepassing van innovaties in de regio te vergroten. De provincie ondersteunt onderzoeken en ecosystemen rondom bijvoorbeeld Quantum, 5/6G, AI en Immersive tech. De provincie verstrekt subsidie en helpt bij het tot stand komen van experimenteeromgevingen zoals fieldlabs, living labs en learning communities. Met deze pilots wordt de toepassing van nieuwe technologie gestimuleerd en verspreid. Om de digitale economie goed te laten functioneren is digitale connectiviteit van groot belang. Naast de ontwikkelingen in innovatieve connectiviteit zoals 5G en 6G zorgen we er ook voor dat de basis van digitale connectiviteit op orde is. Zo zijn we op de hoogte van de ontwikkelingen van nieuwe zeekabels richting Zuid-Holland en werken we aan een beleid voor datacenters. In dit beleid voeren we als provincie actief regie op datacenters met bijbehorende randvoorwaarden op bijvoorbeeld energieverbruik. Activiteiten per sleuteltechnologie: • AI en data

50

Voor bedrijven bieden AI en Data zowel kansen als bedreigingen. De provincie ondersteunt bedrijven bij toegepaste innovatie, het ontwikkelen van ethisch verantwoorde producten en het beschermen van hun eigen data. Met projecten bij o.a. Datawerf, Digital ZH, MondAI en Responsible Applied AI. • Quantum Zuid-Holland is en blijft de Quantum hotspot van Europa. Via het actieplan Quantum Zuid-Holland en de fieldlabs ligt de focus op de toepassing binnen de verschillende economische sectoren. De provincie sluit aan bij de groeiagenda en ondersteunt aanvragen voor Europese fondsen om het ecosysteem te versterken. • 5G / 6G / IoT Connectiviteit is een belangrijke randvoorwaarde voor innovatie. De provincie volgt de ontwikkelingen rondom connectiviteit en helpt bij het bouwen en onderhouden van ecosystemen die de connectiviteit versterken. • Immersive Tech De provincie ondersteund samen met regionale partners het ecosysteem rondom Immersive Tech (Shine) en helpt organisaties met het experimenteren met en toepassen van deze sleuteltechnologie.

4.1.4.3 Verantwoorde digitalisering Wat gaat de provincie doen? Digitalisering wordt ingezet om bij te dragen aan de maatschappij en brede welvaart en speelt daarnaast een belangrijke rol in de transities en andere economische opgaven. De provincie zet daarom in op verantwoorde digitalisering, waarbij digitalisering wordt vormgegeven op basis van gedeelde waarden." Dit sluit aan op de werkagenda verantwoorde digitalisering van het rijk.

Rol Samenwerkend

Uitwerking De acties en initiatieven die de provincie uitvoert worden getoetst aan het afwegingskader gerichte groei wat momenteel in ontwikkeling is, omdat de indicatoren een groot deel van de provinciale waarden afspiegelen. Daarnaast vervult het team digitale economie van de provincie een adviesrol op het gebied van digitalisering richting andere provinciale opgaveteams op het gebied van transities en economie. Ook hebben we een activerende rol op het gebied van verantwoorde digitalisering voor externe partijen in de regio. Dit doen we onder andere door het onderwerp te agenderen op diverse gelegenheden. De provincie werkt op het gebied van verantwoorde digitalisering samen met andere overheidspartijen, zoals de rijksoverheid en gemeenten. Ook wordt er samengewerkt met kennisinstellingen voor het ontwikkelen en toetsen van waarden en zijn er publiek-private samenwerkingen waarin kennis wordt verworven en verspreid. Digitalisering is van belang bij andere economische sectoren en transitieopgaven zoals bijvoorbeeld de energietransitie, circulaire transitie en logistiek. Door slimme inzet van digitalisering kunnen voordelen worden gerealiseerd. We houden oog voor het maatschappelijk perspectief en hebben positieve impact op de brede welvaart in Zuid-Holland.

Dit betekent dat technologie wordt ingezet om bij te dragen aan bredere maatschappelijke doelen en een positieve impact op de samenleving.

4.1.5.1 Samen bouwen aan een Circulair Zuid-Holland Wat gaat de provincie doen? De provincie wil een volledige circulaire samenleving in Zuid-Holland bereiken in 2050 met als tussendoel 50% minder verbruik van primaire fossiele grondstoffen, mineralen en metalen in 2030. Een circulaire economie is een belangrijk onderdeel van die circulaire samenleving. De provincie zet in verschillende inhoudelijke thema’s waar de provincie impact kan maken. Dit doet de provincie met een transitieaanpak in samenwerking met medeoverheden, bedrijven, kennisinstellingen en andere organisaties en groepen die aan de transitie bijdragen.

Rol Samenwerkend

51

Uitwerking Samenwerkende overheid Essentieel in de transitie naar een circulaire economie is samenwerking tussen verschillende stakeholders. Als verbindende overheidslaag heeft de provincie een rol om deze samenwerking te stimuleren en daarmee de transitie naar een circulaire economie te versnellen. Op verschillende inhoudelijke thema’s worden netwerken met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en medeoverheden gefaciliteerd. Maar ook samenwerking met inwoners en de provinciale omgevingsdiensten staat centraal in de provinciale aanpak. Door samen te werken met de omgeving is het mogelijk om het beleid en de instrumenten aan te passen op de behoeftes voor de transitie naar een circulaire samenleving. Nadere uitwerking De provincie heeft als doel om de transitie naar en circulaire samenleving te versnellen door bij te dragen aan systeemverandering. Dit doel wordt op meerdere manieren gestimuleerd aan de hand van acht bouwstenen: 1. Inclusieve transitie Zonder de 3.800.000 Zuid-Hollanders geen Circulair Zuid-Holland. Door in te zetten op een inclusieve circulaire transitie zorgt de provincie ervoor dat iedereen de vruchten kan plukken van deze brede welvaart, en dat alle inwoners van Zuid-Holland kunnen meedoen met de transitie.

Dat vraagt om erkenning van het maatschappelijk initiatief dat er nu al is, dit potentieel helpen benutten en om het mogelijk maken van circulaire keuzes door consumenten, bijvoorbeeld door het bevorderen van reparatieaanbod. De provincie heeft zelf beperkt rechtstreeks contact met inwoners. De provincie ondersteunt gemeenten in hun benadering van inwoners. Daarbij erkent de provincie dat inwoners zelf lang niet altijd ‘circulair’ als thema beschouwen; wijk- en buurtinitiatieven hebben veelal een integraal duurzaamheids- en inclusief karakter. Zuid-Holland neemt (burger)participatie serieus. De meningen en de beelden van de inwoners zijn belangrijk voor de richting en de snelheid van de circulaire transitie: hoe denken inwoners bijvoorbeeld over het wonen in biobased huizen? Hebben zij behoefte aan lokaal geproduceerd voedsel? Onder welke voorwaarden omarmen zij retoursystemen op verpakkingen? De antwoorden op dergelijke vragen helpen in het valideren van de provinciale circulaire aanpak. De provincie maakt gebruik van het participatiekompas om te komen tot participatieaanpakken die passen bij de veelomvattendheid van het circulaire vraagstuk en onze provinciale rol. Daarnaast is bestaanszekerheid belangrijk, daarom maakt de provincie zich sterk om de transitie op de arbeidsmarkt zo rechtvaardig mogelijk te laten verlopen en wordt er ingezet op circulaire werkgelegenheid.

Daarbij wordt er een oog gehouden voor mogelijke ongelijkheidseffecten en richt de provincie zich op het voorkomen daarvan. 2. Circulaire innovatie Er komt veel op bedrijven af. Schaarste aan grondstoffen, strengere milieuwetgeving, veranderende klantwensen en eisen van financiers. Verandering is van alledag. Hier ligt de kans om die verandering meteen circulair te maken: economisch en ecologisch toekomstbestendig, geopolitiek onafhankelijker en gezond voor mens en milieu. Om die kansen in beeld te krijgen en vervolgens te verzilveren is innovatie nodig. Het gaat daarbij vooral om sociale en systeeminnovatie: nieuwe verdienmodellen, nieuwe marktketens, het effectief organiseren van grondstoffenstromen en innovatie die nodig is voor opschaling. Bedrijven zijn hier zelf al volop mee bezig, maar versnelling en opschaling zijn nodig. Met de financiële regelingen innovatie wordt innovatie gestimuleerd, er wordt ruimte geboden aan experimenten en worden markten en ketens geholpen om zich te organiseren. Daarmee is de provincie een stimulerende en richtinggevende partij in de totstandkoming van een circulaire regionale economie. 3. Coalities en netwerken De circulaire transitie is alleen gezamenlijk te realiseren.

De provincie organiseert samenwerking tussen een diversiteit aan actoren, zoals overheden, regioversnellers, kennisinstellingen, start- en scale-ups, (familie)bedrijven, multinationals en inwoners. Daarbij wordt de (lokale) kennis en ervaring van iedere partner benut. Partijen die nog aan de zijlijn staan zijn uitgenodigd om mee te doen. Zo groeien circulaire netwerken voortdurend. Deze netwerken en de coalities die eruit voortkomen creëren de condities voor verandering en vergroten zo de tegenkracht tegenover de huidige lineaire economie. Door tastbare vooruitgang te boeken, kennis te delen en door beleid te beïnvloeden bouwen ze aan het draagvlak voor de circulaire transitie en hebben ze een vliegwieleffect op de regionale economie als geheel.

52

In de afgelopen jaren heeft het bouwen aan netwerken zich bewezen. Daarom intensiveert de provincie deze aanpak door nieuwe netwerken en coalities te initiëren, het organiserend vermogen ervan te faciliteren, waar relevant zelf deel te nemen en door nieuwe partijen te betrekken. Provincie Zuid-Holland geeft richting aan deze samenwerkingen door kaders te stellen en door de eigen ambities helder uit te dragen. 4. Ruimte Werken, wonen, reizen. Alle activiteiten waarin grondstoffen omgaan, landen ergens en vragen daar om ruimte. Ruimte voor circulaire bedrijven, ketens en sectoren is een cruciale voorwaarde voor een toekomstbestendige economie en samenleving. Het gaat enerzijds om aanpassingen in de huidige economie die om uitbreidingsruimte of ruimtelijke verandering vragen, en anderzijds om het realiseren van de ruimtelijke schakels die nodig zijn om in Zuid-Holland en Nederland een circulaire economie draaiende te houden (oogstruimte, logistieke ruimte (incl. opslag), verwerkingsruimte en herinrichten van gebruiksruimte). De druk op de Zuid-Hollandse ruimte is groot en ruimte is schaars. De provincie is dichtbevolkt en heeft maar weinig open ruimte. Daarom moet de bestaande ruimte beter en effectiever worden gebruikt.

Circulaire activiteiten, zowel van nieuwe als bestaande spelers, hebben moeite om in Zuid-Holland een plek te vinden, terwijl juist dit gebied van belang is voor internationale circulaire ketens en logistiek. Er moeten dus keuzes worden gemaakt en creatieve oplossingen worden ingezet. Vanuit provinciale taken in de ruimtelijke ordening en het Omgevingsbeleid worden ruimtelijke keuzes gemaakt. Dat wordt gedaan door circulair een vanzelfsprekend onderdeel te maken van het ruimtelijk beleid, door afspraken te maken in gebieden (lokaal, regionaal en bovenregionaal), door mee te doen aan ruimtelijke projecten en onderzoek, door ruimtelijke instrumenten in te zetten en door te ontwikkelen en door randvoorwaarden te scheppen die anderen in staat stellen om voor de circulaire keuze te gaan. 5. Circulaire organisatie Bij een actief circulair beleid hoort ook ‘practice what you preach’. Door zelf ambitieus te zijn en aan de slag te gaan met circulariteit ervaart de provincie beter welke obstakels er zijn. De provincie maakt via haar inkoop en aanbesteding het verschil in het aanjagen van circulaire innovaties en markten. Zo staat de provincie steviger als we anderen aanspreken op hun rol in de transitie.

Dat betekent dat medewerkers van de provincie in staat moeten zijn om hun rol hierin in te vullen, van ambtelijk opdrachtgevers, beleidsmedewerkers en toetsers tot projectleiders, inkopers. Circulair werken en werken aan transities vraagt iets van het vakmanschap van de medewerkers. Dat gaat niet vanzelf en de organisatie gaat daarmee aan de slag. De provincie is daarin enthousiasmerend waar het kan, en sturend waar het moet. 6. Financiering en subsidies Financiering van circulaire initiatieven is nodig om te versnellen, onder meer om de risico’s van innovatieve technologieën en bedrijfsmodellen op te vangen. Aan middelen lijkt geen gebrek, maar de kaders, verzekeringen, certificeringen, risicomodellen en financieringsmogelijkheden sluiten nog niet goed aan bij wat nodig is. Er is nog geen sprake van gelijk speelveld en voor ondernemers is het lastig hun weg te vinden. Daarnaast is de aanwas van nieuwe circulaire projecten, initiatieven en startups en de doorgroei hiervan nog te klein om op te schalen en de noodzakelijke versnelling in te zetten. Vanuit de taak voor de regionale economie wil de provincie hierin een actieve rol vervullen door projecten aan te jagen, het financieringslandschap inzichtelijker te maken en eigen subsidies – zover relevant – zo in te richten dat ze ook de circulaire transitie ondersteunen.

Hierbij hoort ook het agenderen van knelpunten bij het Rijk en bij financiers. 7. Beleid en monitoring De circulaire transitie raakt de hele samenleving en zal alleen slagen als het een volwaardige plek krijgt in alle relevante beleidsvelden en instrumenten van de provincie. Het vertrekpunt hierbij is dat circulair geen doel op zich is. De circulaire transitie kan worden beschouwd als een essentieel middel voor de oplossing van meerdere beleidsvraagstukken. Beleid geeft richting, borging voor de langere termijn en vormt de basis van het provinciaal handelen. Het circulaire beleid is nog volop in ontwikkeling. De provincie kiest ervoor dat de komende jaren, samen met de andere opgaves en beleidsvelden, circulariteit te gaan invullen en te vertalen. Hierdoor wordt circulair onderdeel van al het relevante provinciale beleid, instrumenten en budgetten. Zuid-Holland maakt beleid op basis van monitoring en continue reflectie. Ook de monitoring is nog in ontwikkeling. Er is nog geen eenduidige set van indicatoren en de huidige beschikbare data zijn nog maar deels geschikt voor monitoren van circulair in de regio. De ontwikkeling van monitoring wordt gedaan samen met andere partijen. 8. Vergunningverlening, toezicht en handhaving

53

Een toekomstige economie is gezond, veilig en circulair. Milieuvergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) vormen belangrijke kader stellende instrumenten in de circulaire transitie. Het VTH stelsel en de omgevingsdiensten die dit onder mandaat van provincies en gemeenten uitvoeren moeten de transitie goed kunnen ondersteunen. Dit komt ook naar voren in de IPO Bouwstenenvisie VTH en Circulaire Economie (2022). De kaders en regelgeving zijn gericht op het beschermen van de gezondheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Voor nieuwe initiatieven knelt dit wel eens of ontbreken deze kaders juist nog. Aanpassingen op wet- en regelgeving zijn dan ook noodzakelijk om de circulaire transitie te ondersteunen. Ook is het voor ondernemers niet altijd duidelijk wat wel en niet kan en mag. De nieuwe milieurapportageplicht (CSRD) biedt kansen voor betere data over afval, emissies en grondstofgebruik.

4.1.5.2 Ruimte voor de circulaire economie Wat gaat de provincie doen? De transitie naar een circulaire economie zorgt voor nieuwe bedrijvigheid en daarmee nieuwe ruimtevragers. Ook de ruimtevraag van bestaande bedrijvigheid zal veranderen. De ruimtevraag kan bijvoorbeeld gaan om locaties voor het winnen, opslaan, sorteren en verwerken van kritieke materialen, sloopmateriaal uit de bouw, groene grondstoffen of plastics. Met een circulaire economie verdienen we straks geld én creëren we de banen van de toekomst. Circulaire bedrijvigheid, zowel van nieuwe als bestaande spelers, heeft echter moeite om in Zuid-Holland voldoende ruimte te vinden, maar is essentieel om de transitie naar een circulaire economie te realiseren. Daarom wil de provincie ruimte bieden aan de circulaire economie. Op termijn biedt zij geen nieuwe ruimte meer voor bedrijven die niet circulair opereren. De provincie geeft hier invulling aan vanuit haar taken en bevoegdheden. De provincie kan vanuit haar rol en taken een belangrijke bijdrage leveren aan het creëren van ruimte voor de circulaire economie. Dit vraagt om samenwerking met gebiedspartners.

Dit doen we onder meer door ruimte voor circulaire economie onderdeel te maken van ons ruimtelijk beleid en instrumenten, door afspraken te maken in gebieden (lokaal, regionaal en bovenregionaal) en door uitvoering te geven aan (samenwerkings)projecten (realisatie ruimtelijke projecten en onderzoek). In samenwerking met andere overheden zet de provincie stappen in het bieden van voldoende ruimte voor circulaire bedrijvigheid.

Rol Samenwerkend

Uitwerking Deze maatregel is vormgegeven op basis van 1) de bouwsteen Ruimte in de geactualiseerde strategie ‘Samen bouwen aan een Circulair Zuid-Holland (2024-2027), 2) de Ruimtelijke Strategie Circulair ZuidHolland en 3) de Ruimtelijke Economische Visie. Door de transitie naar een circulaire economie verandert de ruimtevraag van bestaande bedrijvigheid en ontstaat er nieuwe bedrijvigheid. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met een fase met mogelijk een dubbele ruimtevraag, waarin het nieuwe circulaire systeem groeit naast de bestaande (lineaire) productiecapaciteit. Deze overgangsfase vraagt om ruimte voor sanering en verbouwing van installaties of gebouwen, verplaatsing van bedrijven en aanleg van infrastructuur. De precieze aard en omvang van de circulaire economie in 2050 en de gevolgen per provincie zijn nog onduidelijk, maar voor een succesvolle transitie is het belangrijk dat rekening wordt gehouden met circulaire bedrijfsactiviteiten die de komende decennia ontstaan, zoals: (bio)grondstofopslag en verwerking, bouwhubs en binnenstedelijke locaties voor reparatie en deeleconomie. Verschillende partijen voeren verdiepend onderzoek uit om de ruimtelijke effecten en benodigde randvoorwaarden van de circulaire economie beter inzichtelijk te maken. Veel van deze circulaire ruimtevragen zullen landen op bedrijventerreinen.

Bedrijventerreinen zijn een cruciale schakel in het economisch functioneren van Zuid-Holland. Het zijn dé locaties waar hinder veroorzakende activiteiten zich kunnen vestigen, zoals stadsverzorgende bedrijven (bouw, service), (stads)logistiek en (circulaire) industrie én waar de ruimte schaars is. Daarmee zijn het ook dé plekken waar de transitie naar een circulaire economie vorm moet krijgen. Aanpak Op hoofdlijnen is de Ruimtelijke Strategie Circulair Zuid-Holland voor een circulaire economie in ZuidHolland ontwikkeld met een ruimtelijke hoofdstructuur die specialisatiekansen per gebied toont. Om de strategie te realiseren gaat de provincie het volgende doen:

54

1. 2. 3. 4. 5.

De provincie werkt aan circulaire hotspots uit de Ruimtelijke Strategie Circulair Zuid-Holland; De provincie reserveert (tijdelijk) planologische ruimte voor strategische (hub)locaties voor de circulaire economie; De provincie geeft prioriteit aan circulaire bedrijvigheid op nog te ontwikkelen bedrijventerreinen, passend bij het circulaire profiel van de regio; De provincie gaat bestaande ruimte voor bedrijvigheid beter benutten, mede ten behoeve van de circulaire economie; De provincie zorgt ervoor dat kennisontwikkeling en beleidsverankering van ruimte voor circulaire bedrijvigheid en samenleving aandacht krijgt in provinciaal-, lokaal- en rijksbeleid.

Dit doet de provincie als volgt: 1. De provincie werkt aan circulaire hotspots uit de Ruimtelijke Strategie Circulair Zuid-Holland door: • Met prioriteit te werken aan circulaire hotspots uit de Ruimtelijke Strategie Circulair Zuid-Holland. Dit zijn locaties met een uniek profiel, waarin belangrijke circulaire functies voor Zuid-Holland een plek zullen krijgen. Te starten met de volgende (delen van) hotspots: • Westflank Rotterdam: het ontwikkelgebied aan de westkant van Rotterdam inclusief MerweVierhavens waar stad en (maak)industrie elkaar raken. • De Oude Rijnzone: het gebied rondom Leiden en Alphen aan den Rijn dat raakt aan het Groene Hart en waar de verzorgende circulaire economie voor de steden vorm krijgt. • Drechtsteden: het gebied waar het haven- en industriegebied zich ontwikkelt ten behoeve van een circulaire maritieme sector. • Zuid-Hollandse Delta: het ‘schakelgebied’ tussen stad, land en de Rotterdamse haven waar samen gewerkt wordt aan een toekomstbestendige, vitale en circulaire regionale economie. • Samen met de regionale partners werkt de provincie per hotspot aan een ruimtelijke circulaire strategie en verankering daarvan in beleid van de betrokken overheden. Daarin wil zij komen tot een verdieping op relevante circulaire ketens en hun benodigde ruimtelijke randvoorwaarden.

De provincie ontwikkelt deze regionale ruimtelijke circulaire strategie in een proces passend bij de behoefte/lopende processen van de partners in deze gebieden. • Op basis van de ervaringen in deze hotspots willen we deze aanpak op termijn in meer gebieden uitrollen. 2. De provincie reserveert (tijdelijk) planologische ruimte voor strategische (hub)locaties voor de circulaire economie: • Met name schaarse watergebonden locaties met een hoge milieucategorie en multimodale transportmogelijkheden (bereikbaar via water, spoor en weg) zijn belangrijk in een circulaire economie. Daarom heeft de provincie een Locatie- en netwerkanalyse Circulaire Hubs laten uitvoeren naar kansrijke strategische (hub)locaties voor de circulaire economie. Om de transitie naar een circulaire economie te maken is het belangrijk dat de provincie deze locaties (tijdelijk) beschermt en beter benut door: • Op basis van het onderzoek Locatie- en netwerkanalyse Circulaire Hubs met relevante gebiedspartners te komen tot een samenhangend hubsysteem van strategische locaties. • Afspraken te maken over de reservering en benutting van strategische locaties en de concrete doorvertaling naar het benodigde ruimtelijk instrumentarium van de betrokken partners. • De reservering van strategische locaties vast te leggen in de provinciale Omgevingsverordening.

• Om bovenstaande te bereiken start de provincie gesprekken met de (relevante) partners. 3. De provincie geeft prioriteit aan circulaire bedrijvigheid op nog te ontwikkelen bedrijventerreinen, passend bij het circulaire profiel van de regio door: • Met gemeenten in gesprek te gaan over het beoogde circulaire profiel, op basis van de Ruimtelijke Strategie Circulair Zuid-Holland. • Ons instrumentarium (zoals bedrijventerreinenvisies, Omgevingsverordening, instructieregels) in te zetten om bij nog te ontwikkelen ruimte voor economie prioriteit te geven aan circulaire bedrijvigheid en ook gemeenten daarin te ondersteunen. 4. De provincie gaat bestaande ruimte voor bedrijvigheid beter benutten, mede ten behoeve van de circulaire economie door: • Een aanpak voor 'beter benutten’ te ontwikkelen en realiseren, als onderdeel van de beleidskeuze ‘Concurrerende en toekomstbestendige bedrijventerreinen’, waarin ruimte voor circulaire bedrijvigheid een belangrijk uitgangspunt is. Onderdeel daarvan vormt de ontwikkeling van een verplaatsingsfonds en het creëren van ruimte voor bedrijvigheid. 5.

De provincie zorgt ervoor dat kennisontwikkeling en beleidsverankering van ruimte voor circulaire bedrijvigheid aandacht krijgt in provinciaal, lokaal en rijksbeleid door: • Een actieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het kennisveld ruimte & circulair, onder andere via verdiepende verkenningen en deelname aan ‘lerende netwerken’.

55

• •

Te zorgen dat ruimte voor circulaire bedrijvigheid onderdeel is van richtinggevende ruimtelijke visies, Omgevingsbeleid en provinciaal instrumentarium. Te stimuleren dat gemeenten, waterschappen en het Rijk dit ook doen, bijvoorbeeld door in rijkregio verband samen te werken en uitvoering te geven aan de bestuurlijke afspraken over ruimte en circulair, en door het Rijk te vragen om een ruimtelijke strategie voor een circulair Nederland in Europese context te ontwikkelen.

4.1.6.1 Toekomstbestendige ruimte voor ondernemen Wat gaat de provincie doen? De provincie streeft naar een welvarend en krachtig Zuid-Holland met toekomstbestendige ruimte voor ondernemerschap. Dat betekent versnelling van de transitie naar een duurzame, innovatieve en inclusieve economie. Een goed vestigingsklimaat met concurrerende, toekomstbestendig bedrijventerreinen, vitale, krachtige en aantrekkelijke stads- en dorpscentra en een sterke kantorenmarkt dragen daaraan bij. Het gaat daarbij om voldoende werklocaties van de juiste kwaliteit en op de juiste plek. De provincie zet daarom in op: • Sturen op ruimte voor een duurzame, innovatieve en inclusieve economie • Concurrerende en toekomstbestendige bedrijventerreinen; • Concentratie en bundeling van nieuwe detailhandel primair in de centra van wijken, dorpen en steden; • Juiste kantoor op de juiste plek. De provincie doet dit door het opstellen van ruimtelijke regels, maar ook door flankerend beleid zoals subsidieregelingen, het delen van kennis en informatie, onderzoek, het organiseren van netwerken en het inzetten van ambassadeurs.

Rol Samenwerkend

Uitwerking Ruimte voor een duurzame, innovatieve en inclusieve economie De provincie staat voor een toekomstbestendige economie met een gezond en aantrekkelijk vestigingsklimaat voor haar ondernemers en inwoners. Dat betekent versnelling van de transitie naar een duurzame, innovatieve en inclusieve economie. De provincie geeft ruimtelijk-economisch beleid vorm, zodat het bijdraagt aan brede welvaart voor alle Zuid-Hollanders. De economie en bedrijven kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan brede welvaart. De provincie stuurt hierop door te kiezen voor kwaliteit en selectieve groei. Bijvoorbeeld bij keuzes rondom ruimtelijke functies, investeringen in infrastructuur en door selectief om te gaan met groei van economische activiteiten. Dat betekent dat de provincie niet meer vanzelfsprekend ruimte faciliteert op basis van ramingen en prognoses, maar gericht kijken naar de bijdrage van economische ontwikkelingen aan brede welvaart en het Zuid-Hollandse ecosysteem. Activiteiten die hieraan bijdragen verdienen steun en ruimte van de provincie. Ramingen en prognoses zijn daarbij vooral ondersteunend bedoeld en meer kwalitatief van aard. De provincie heroverweegt de uitvraag naar behoefteramingen, zodat deze aansluit op de wens om meer te sturen op kwaliteit.

Duurzaamheid, innovatie en inclusiviteit zijn de pijlers van een toekomstbestendige economie en krijgen prioriteit bij de verdeling van de ruimte. De provincie zet in op een duurzame economie zonder schadelijke uitstoot en die gebaseerd is op een circulair energie- en grondstoffensysteem. De provincie zet in op een innovatieve economie met een gezond en aantrekkelijk vestigingsklimaat dat ruimte biedt aan ondernemerschap. De provincie zet in op een inclusieve economie met gelijke kansen voor iedereen, waarin elke regio telt en iedereen een goede boterham kan verdienen en op een prettige en gezonde manier kan leven. Licence to operate: draagvlak en legitimiteit De bijdrage aan brede welvaart en een duurzame, innovatieve en inclusieve economie bepaalt in steeds belangrijker mate de ‘license to operate’ van bedrijven. Deze ‘license to operate’ kan worden vertaald als een combinatie van maatschappelijke, politieke en juridische legitimiteit. Dit vormt het afwegingskader voor economische activiteiten waarvoor ruimte wordt geboden. De provincie ondersteunt bedrijven in de transitie naar 'toekomstbestendigheid', maar wie niet toekomstbestendig is verliest op termijn draagvlak en legitimiteit en daarmee aanspraak op steun en (toekomstige) ruimte in onze provincie. Legitimiteit gaat om het verantwoord uitvoeren van activiteiten.

Dit vormt het maatschappelijk, politiek en juridisch draagvlak een organisatie nodig heeft om te kunnen bestaan en (blijven) opereren in een

56

samenleving. Het hebben en houden van draaglvak is breder dan het voldoen aan wet- en regelgeving, of verkrijgen van een officiële vergunning van de overheid. De wet trekt weliswaar de grenzen, maar het verkrijgen van maatschappelijk legitimiteit omvat meer dan het enkel vastleggen van zakelijke afspraken. Het gaat ook over de sociale acceptatie en erkenning die een organisatie krijgt van de maatschappij. Dat is een continu proces waarbij de verankering in de maatschappij, de verbinding met stakeholders en de toegevoegde waarde die organisaties leveren bij het oplossen van maatschappelijke knelpunten uiteindelijk het draagvlak bepalen. Dit is daarmee een voorwaarde voor een winstgevende toekomst voor organisaties. Het maatschappelijk, politiek en juridisch draagvlak of legitimiteit bestaat uit verschillende onderdelen, waar de provincie op wil sturen. • Het bestaat ten eerste uit wettelijke vereisten die reeds zijn vastgelegd. Dat geldt bijvoorbeeld voor Kaderrichtlijn Water (2027), het terugbrengen van de uitstoot van CO2 (2030) en stikstofdepositie (2035), de participatiewet en externe veiligheid. Deze wettelijke doelen moeten worden gehaald binnen de termijnen die wettelijk zijn bepaald. • Daarnaast bestaat het uit factoren, waarover afspraken zijn of worden gemaakt met samenwerkende overheden, bedrijven of de samenleving.

Hierbij gaat het om het gebruik van energie, grondstoffen en zoet- en drinkwater, circulair, huisvesting van arbeidsmigranten en gezondheid. Een voorbeeld hiervan is het Grondstoffenakkoord. • Ten slotte zijn er factoren waar nog geen afspraken over zijn gemaakt, maar waar de provincie in toenemende mate op gaan sturen, zoals ruimtegebruik, brede welvaart en transities. Maatschappelijk, politiek en juridisch draagvlak of legitimiteit is geen juridisch instrument, maar wel bruikbaar om het gesprek over de gewenste economische ontwikkelingen met de buitenwereld te voeren. De werkwijze hieromtrent wordt samen met partners verder uitgewerkt. Daarnaast daagt de provincie (nieuwe) ruimtevragers uit om hun bijdrage aan de duurzame, innovatieve en inclusieve economie te vergroten. Voor activiteiten die hier positief aan bijdragen spant de provincie zich extra in. Prioritering van economische activiteiten Duurzaamheid, innovatie en inclusiviteit staan niet los van elkaar; ze kunnen elkaar versterken en leiden samen tot brede welvaart. Tegelijkertijd kunnen ze ook op gespannen voet met elkaar staan bij het maken van ruimtelijke keuzes. De context is veelal bepalend bij het maken van de juiste keuze. In eerste instantie zijn gemeenten de aangewezen partij om economische (bedrijfs)activiteiten te faciliteren.

Wanneer dit lokaal tot knelpunten leidt, (boven)regionale belangen onder druk komen te staan en scherpe keuzes nodig zijn, pakt de provincie haar rol bij de verdeling van de ruimte. Dit geldt zowel voor nieuw uit te geven ruimte, bestaande (schuif)ruimte die beschikbaar komt of gemaakt kan worden en ruimte die momenteel niet goed wordt benut. Bij de verdeling van de ruimte voor economie geeft de provincie prioriteit aan de volgende activiteiten: 1. Basiseconomie en strategische belangen: De ‘basiseconomie’ heeft voldoende ruimte nodig. Dat gaat om maatschappelijke en nutsvoorzieningen en stadverzorgende bedrijvigheid die noodzakelijk is voor het functioneren van onze samenleving. Dit betreft functies die vanwege hun (milieu)ruimtegebruik moeilijk inpasbaar zijn, zoals afval- of betoncentrales. Ook gaat het om stadsverzorgende bedrijvigheid en voorzieningen die uit stedelijke en landelijke gebieden verdwijnen, omdat ze steeds moeilijker (betaalbare) ruimte vinden, zoals huisartsen of onderwijs. Daarnaast gaat het om activiteiten die vanwege hun (nationale) strategische belang een bijdrage leveren aan onze strategische autonomie. Bijvoorbeeld sectoren waar Nederland of Europa minder afhankelijk wil zijn van derden, zoals defensie, kritische materialen/technologieën, duurzame energie, of de productie van voedsel of medicijnen.

De benodigde aard en omvang van deze basiseconomie en strategische belangen kan in de loop van de tijd veranderen. 2. Circulaire economie: De provincie maakt ruimte voor activiteiten die bijdragen aan de transitie naar een circulaire en klimaat neutrale economie, waarin het hergebruik van producten en grondstoffen en het behoud van natuurlijke hulpbronnen het uitgangspunt is. Het gaat daarbij om activiteiten op enkele strategische locaties, die een sleutelrol spelen in het circulaire netwerk. Zo biedt de provincie bedrijven de kans (de omslag naar) duurzaamheid en circulariteit prioriteit te geven in hun bedrijfsvoering. Op termijn biedt de provincie geen nieuwe ruimte meer voor bedrijven die niet duurzaam en circulair opereren. 3. Kennis- en innovatie-ecosystemen, technologische maakindustrie en toegevoegde waarde: Voor het toekomstig verdienvermogen zet de provincie in op haar sterke kennis- en innovatie-ecosystemen en de technologische maakindustrie, conform de Groeiagenda Zuid-Holland. De provincie biedt ook ruimte aan start-ups en scale-ups om te kunnen groeien. De provincie geeft daarbij prioriteit aan activiteiten met een hogere toevoegde waarde voor de samenleving en economie en een compact ruimtebeslag (zoveel mogelijk toevoegde waarde per m2). Realiseren van concurrerende en toekomstbestendige bedrijventerreinen

57

De provincie streeft naar concurrerende en toekomstbestendige bedrijventerreinen. Daarbij wordt ingezet op behouden van het huidige (harde en zachte plan)aanbod van bedrijventerreinen, het beter benutten en duurzaam functioneren van bestaande bedrijventerreinen en op het behoud van voldoende ruimte voor bedrijven, o.a. om de transitie naar een circulaire economie te kunnen realiseren. De maatregelen die hiervoor worden ingezet zijn: Subsidie planvorming bedrijventerreinen Zuid-Holland Voor de subsidieregeling planvorming bedrijventerreinen Zuid-Holland kunnen aanvragen ingediend worden voor (haalbaarheids-)onderzoeken om de kwaliteit van een bedrijventerreinen te verbeteren, zoals onderzoek naar energie, groen, verkeersveiligheid, OV, en digitalisering. Subsidieregeling verduurzaming bedrijventerreinen De provincie heeft een specifieke (investerings-) subsidieregeling om opwek van duurzame energie, energiebesparing en verdeling van energie op bedrijventerreinen te ondersteunen evenals vergroening en circulaire maatregelen. Deze regeling zorgt voor een kwaliteitsimpuls van een bedrijventerrein en is een extra stap op weg richting een toekomstbestendig bedrijventerrein. Kennisuitwisseling Kennisdelen is een belangrijk provinciaal instrument, zo ook voor het bedrijventerreinenbeleid. Kennisuitwisseling vindt op verschillende manieren plaats.

Zo worden er jaarlijks twee masterclasses bedrijventerreinen georganiseerd. De doelgroep is breed, zowel overheden als bedrijven, ondernemersverenigingen, kennisinstellingen en aanverwante instellingen. Naast deze masterclasses kunnen ook andere thematische bijeenkomsten worden gehouden om de doelgroep te informeren en om input op te halen. Bijvoorbeeld parkmanagers overleggen. De provincie laat daarnaast allerlei onderzoeken uitvoeren als onderbouwing voor het beleid en zet in op het versterken van diverse netwerken. Dit gebeurt onder andere met het bedrijfsleven, overheden en de omgevingsdiensten. Gebiedsgericht werken met andere partners Het wordt steeds belangrijker om samen met partners (zowel overheden, marktpartijen als belangenorganisaties) te werken aan maatschappelijke opgaven. In diverse gebiedscasussen werkt de provincie samen om verschillende ambities te realiseren, waaronder ook het borgen van voldoende werkgelegenheid op bedrijventerreinen en transformatielocaties. Samenwerking op locaties vergt een actieve rol en samenwerkende insteek van de provincie. Dit staat soms op gespannen voet met de toetsende rol van de provincie aan de Omgevingsverordening.

Organisatiegraad verhogen als randvoorwaarde voor verhogen kwaliteit bedrijventerreinen Om ervoor te zorgen dat een bedrijventerrein investeert in zaken die in de toekomst essentieel zijn voor de ondernemers (zoals duurzame energie, tegengaan van wateroverlast, et cetera), is het belangrijk dat ondernemers zich organiseren. De ervaring leert dat activiteiten beter, om niet te zeggen alléén, van de grond komen als op het bedrijventerrein een ondernemersvereniging actief is. De provincie vindt dit belangrijk en stimuleert daarom het behouden en verhogen van de organisatiegraad om zo verduurzamingsprojecten aan te jagen. Een ondernemersvereniging kan vervolgens professionele ondersteuning inhuren in de vorm van parkmanagement. Via parkmanagement kunnen activiteiten uitgevoerd worden waar de ondernemersvereniging niet aan toekomt. Ruimtelijk instrumentarium ten behoeve van behoud van ruimte, zorgvuldig ruimtegebruik en investeringszekerheid De provincie zet haar ruimtelijk instrumentarium in ten behoeve van behoud van ruimte, zorgvuldig ruimtegebruik en investeringszekerheid. Daarbij worden alle bedrijventerreinen ruimtelijk beschermd en het toevoegen van andere functies dan werken en/of ondersteunende functies beperkt. Dit om de beschikbare ruimte zo optimaal mogelijk te gebruiken voor een goed vestigingsklimaat en de transitie naar een circulaire economie.

Het instrument minimale milieucategorie wordt ook ingezet op bestaande bedrijventerreinen. Regionale visies Voor de regio’s MRDH, Midden-Holland en Zuid-Holland Zuid zijn tot 1 juli 2026 regionale bedrijventerreinenvisies aanvaard. Met de aanvaarding is voor de in de aanvaardingsbrieven genoemde transformatie-

58

locaties bepaald dat feitelijke compensatie kan worden toegepast in plaats van planologische compensatie. De afspraken uit deze aanvaarde visies blijven gelden volgens een overgangsrecht en worden geborgd in de Omgevingsverordening. Opstellen behoefteramingen en monitoren/onderzoeken Om een goed beeld te hebben en houden van vraag en aanbod aan bedrijventerreinen laat de provincie elke vier jaar een behoefteraming opstellen voor bedrijventerreinen en wordt de bedrijventerreinendata gemonitord. Gedeputeerde Staten monitoren o.a. jaarlijks hoe de behoefteraming zich verhoudt tot de werkelijke uitgifte van bedrijventerreinen en de voortgang van de uitvoering van de regionale bedrijventerreinenvisies. Ook al is accommoderen van alle vraag niet meer het uitgangspunt, het blijft wel belangrijk om inzicht te houden in de behoefte en het aanbod aan bedrijventerreinen. Beter benutten Het beter benutten van de ruimte is cruciaal bij het realiseren van de provinciale ambities. Hier liggen nog grote kansen: een deel van de activiteiten op terreinen met een milieucategorie 3 of hoger hoeven daar eigenlijk niet te zitten. De provincie werkt aan een nieuwe aanpak voor beter benutten. Daarin wordt bekeken hoe de huidige werklocaties intensiever kunnen worden gebruikt, door meer te sturen op baanen (bouw)dichtheid.

Ook wordt verdiepend onderzoek gedaan naar welke bedrijven niet thuishoren op bedrijventerreinen (bijvoorbeeld vanwege hun milieucategorie) en welk ruimtebeslag deze innemen. Met het instellen van een minimale milieuzonering op (nieuwe én bestaande) bedrijventerreinen stuurt de provincie op het juiste gebruik van de locatie. De provincie wil een schuifpuzzel op gang brengen, op plekken waar (milieu)ruimte onvoldoende wordt benut, bijvoorbeeld ten behoeve van de circulaire ombouwopgave. Dit vraagt onder andere om verplaatsing van bedrijven. Dat is kostbaar. De provincie zet in op een verplaatsings- en herstructureringsfonds voor het beter benutten van bedrijventerreinen en het creëren van ruimte. De provincie maakt hier enerzijds zelf middelen voor vrij. Anderzijds vraagt de provincie het Rijk om bestuurlijke afspraken en voldoende middelen om zo’n fonds te vormen. Ook wordt een provinciale ambassadeur aangesteld die bedrijven die niet thuishoren op een bedrijventerrein verleidt om te verplaatsen, zodat deze ruimte kan worden benut voor het bedoelde (milieucategorie)gebruik. Betaalbare bedrijfsruimte Door stijgende prijzen voor vastgoed verdwijnt (kleinschalige) stadsverzorgende bedrijvigheid als eerste uit het stedelijk gebied, terwijl stadsverzorgende bedrijvigheid een belangrijke maatschappelijke waarde heeft.

In samenwerking met gemeenten en het rijk willen de provincie inventariseren welke goede voorbeelden er zijn en experimenteren met nieuw instrumentarium om betaalbare bedrijfsruimtes aan te bieden, zoals (gemeentelijke) ‘werkcorporaties’ die zorgen voor betaalbare bedrijfsruimte. Uitbreidingsvraag (kwantitatief en kwalitatief) Onderstaande tabel toont de kwantitatieve en kwalitatieve uitbreidingsvraag in de bestuurlijke regio’s Holland Rijnland, Midden-Holland, Metropoolregio Rotterdam Den Haag en Zuid-Holland Zuid voor de periode 2021 tot en met 2030. Deze tabel is gebaseerd op de behoefteraming bedrijventerreinen 2021. Streven is dat de behoefteraming elke vier jaar wordt geactualiseerd. In deze raming, die per regio nader gespecificeerd is, is (met uitzondering van Midden-Holland) ook een onderverdeling naar subregio’s te vinden.

De uitbreidingsvraag is onderverdeeld naar vijf werkmilieus: • Gemengd stedelijk: lichte bedrijvigheid, stadsverzorgend, klein tot middelgroot; • Campus: drie locaties in Zuid-Holland (Leiden Bio Science Park, Space Business Park en TU Delft Campus Zuid); • Regulier: reguliere bedrijventerreinactiviteiten als handel, bouw, productie en transport, (boven)lokaal, klein tot middelgroot; • Grootschalige distributie (> 3 ha): grootschalige distributie en warehousing, (boven)regionaal; • Grootschalige productie (dit betreft voornamelijk hogere milieucategorie-bedrijvigheid): grootschalige (overwegend vanaf 1 ha) productie/assemblage/recycling/etc., circulair, regionaal. Deze ruimtevraag bestaat voor circa 95% uit hogere milieucategorie bedrijven. Voor hogere milieucategoriebedrijvigheid is belangrijk om te onderkennen dat deze met name voor de transitie richting een circulaire economie essentieel is. Er is voor deze indeling naar werkmilieus gekozen omdat deze recht doet aan twee belangrijke kenmerken die ruimtelijk relevant zijn. Dit zijn de mate van hinder (lage versus hoge milieucategorie) en de omvang van het bedrijf (klein versus zeer groot). Bij onderstaande tabel is van belang dat de vraag vanuit verschillende clusters (onder andere greenports, maritiem) dwars door deze werkmilieus heen gaat. Het kan gaan om grootschalige bedrijven, hogere

59

milieucategorie-bedrijven, maar ook reguliere bedrijven met een voorkeur voor vestiging op een locatie aan of nabij het water. Voor de watergebonden bedrijvigheid is de ruimtevraag specifiek in beeld gebracht omdat dit een specifiek deel van de bedrijventerreinmarkt betreft met een aanzienlijk belang voor de Zuid-Hollandse economie. Uitbreidingsvraag 2021 t/m 2030 per bestuurlijke regio Holland Rijnland

Midden-Holland

MRDH

Zuid-Holland Zuid

Uitbreidingsvraag

51 – 111

43 – 86

131 – 319

48 – 149

Gemengd stedelijk

4–8

3–7

4 – 30

1–8

Campus

5 – 12

0

3–6

0

Regulier

20 – 42

15 – 31

21 – 78

10 – 49

Grootschalige distributie

19 – 34

20 – 35

85 – 164

32 – 66

Grootschalige productie

4 – 14

5 – 12

19 – 42

4 – 26

Watergebonden

4 – 10

5 – 10

16 – 35

10 – 26

Deze tabel hanteert een bandbreedte tussen een hoog en een laag scenario. Gezien de economische kenmerken van de regio’s in Zuid-Holland, de bevolkingsprognoses en de ruimtelijke druk is in alle regio’s het hoge scenario het meest waarschijnlijke scenario. De in de tabel genoemde totalen zijn exclusief de behoefte aan watergebonden terreinen. Vervangingsvraag Naast de uitbreidingsvraag is de vervangingsvraag in beeld gebracht. Door transformatie van bestaande bedrijventerreinen is een vervangingsvraag van maximaal 117 hectare geraamd tot en met 2030. Dit is circa 2% van de huidige uitgegeven voorraad. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de vervangingsvraag per bestuurlijke regio. Deze ruimtevraag is afhankelijk van de compensatieplannen van de gemeenten waar deze transformatieplannen spelen. Ondanks een goede onderbouwing vanuit de behoefteraming blijft de vervangingsvraag een onzekere factor. De vervangingsvraag fluctueert door de tijd heen. De onderliggende locaties passen overigens niet bij voorbaat binnen het provinciaal Omgevingsbeleid en moeten daar nog op beoordeeld worden. Vervangingsvraag 2021 t/m 2030 per bestuurlijke regio

Vervangingsvraag

Holland Rijnland

Midden-Holland

MRDH

Zuid-Holland Zuid

19

31

44

22

Vraag-aanbodconfrontatie per regio (kwantitatief) In onderstaande tabel wordt de hierboven geïnventariseerde vraag (uitbreidingsvraag en vervangingsvraag) geconfronteerd met het harde planaanbod. Dit zijn plannen die al zijn vastgelegd in onherroepelijke omgevingsplannen. Bij het bepalen van de aanbodzijde is ook rekening gehouden met de leegstand in de bestaande voorraad. Want wanneer sprake is van forse leegstand, zou de bestaande voorraad een deel van de vraag kunnen opvangen. In Zuid-Holland is de leegstand echter zeer beperkt en bevindt zich in bijna alle regio’s onder de frictieleegstand. Dit is de leegstand die nodig is om een markt goed te laten functioneren. Denk hierbij aan leegstand die nodig is als ruimte vanwege verhuizingen of verbouwingen. Door deze krapte op de Zuid-Hollandse bedrijfsruimtemarkt is het niet waarschijnlijk dat een significant deel van de vraag zal landen in de bestaande voorraad. In deze tabel is geen rekening gehouden met het zachte planaanbod. Dit zijn namelijk plannen waarvoor nog een omgevingsplan moet worden vastgesteld. De status van zachte plannen kan sterk verschillen (van idee tot afgestemd in de regio tot voorontwerp omgevingsplan). Het zachte planaanbod is dynamisch en verandert door de tijd. Confrontatie vraag en aanbod per bestuurlijke regio (per 1-1-2021)

60

Holland Rijnland

Midden-Holland

MRDH

Zuid-Holland Zuid

Uitbreidingsvraag

51 – 111

43 – 86

131 – 319

48 – 149

Vervangingsvraag

19

31

44

22

Totale vraag

70 – 130

74 – 117

175 – 363

70 – 171

Hard planaanbod

71

3

308

196

Behoefte

-1 tot 59

71 tot 114

-125 tot 63

-125 tot -24

Uitgaande van het hoge scenario is in alle regio’s (met uitzondering van Zuid-Holland Zuid) sprake van een (forse) kwantitatieve behoefte aan bedrijventerrein. Deels zou dit geaccommodeerd kunnen worden door de zachte plannen. Het behouden en creëren van watergebonden bedrijvigheid is niet alleen van belang voor economische groei, maar ook voor de realisatie van een duurzame en circulaire toekomst in Zuid-Holland in zijn geheel. Onderstaande tabel geeft daarom een overzicht van de vraag-aanbod confrontatie van de watergebonden bedrijvigheid. Hieruit blijkt dat in alle bestuurlijke regio’s sprake is van behoefte aan watergebonden bedrijventerreinen. Confrontatie vraag en aanbod watergebonden bedrijvigheid per bestuurlijke regio (per 1-1-2021) Holland Rijnland

Midden-Holland

MRDH

Zuid-Holland Zuid

Vraag

4 – 10

5 – 10

16 – 35

10 – 26

Aanbod

0

0

7

5

Behoefte

4 tot 10

5 tot 10

9 tot 28

5 tot 21

Vraag-aanbodconfrontatie per regio (kwalitatief) Naast de kwantiteit is het essentieel om naar de kwaliteit van vraag en aanbod te kijken. Hierbij is de onderverdeling naar werkmilieu en de geografische spreiding van het aanbod relevant. Er wordt gekeken naar geografische spreiding omdat marktregio’s van bedrijven vaak niet gelijk zijn aan de bestuurlijke regio’s. Grenzen zijn namelijk vaak fluïde en overlappend. Bovendien heeft elk type bedrijfssegment zijn eigen marktregio. Naast regionaal wordt ook kwalitatief onderscheid gemaakt. De reden hiervoor is dat elk segment zijn specifieke behoefte heeft qua kavelkenmerken en –omvang. Daarom is hierboven onderscheid gemaakt naar de vijf typen werkmilieus. Toetsing en beoordeling plannen De provincie beoordeelt bij een nieuw omgevingsplan of deze past binnen het provinciaal Omgevingsbeleid en geeft op basis hiervan advies aan de gemeente. De provincie stuurt met haar instrumentarium op behoud van het bestaande (plan)aanbod aan bedrijventerreinen.

Realiseren van concentratie en bundeling van nieuwe detailhandel primair in de centra van wijken, dorpen en steden De provincie hecht veel waarde aan vitale, krachtige en aantrekkelijke stads- en dorpscentra en wil om dat te bereiken de detailhandelsstructuur versterken door deze vooral kwalitatief te verbeteren en ook de bereikbaarheid en de beschikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen. Dit levert een belangrijke bijdrage aan het woon-, werk- en leefklimaat in Zuid-Holland. Detailhandel is nog steeds een belangrijk bezoekmotief voor centra, ondanks dat in veel gebieden het draagvlak voor winkels afneemt door overaanbod, veranderend consumentengedrag en demografische ontwikkelingen. Uitbreiding van aanbod is gelet op de transitie waar alle centra voor staan, echter niet meer de focus. Het gaat in de toekomst veel meer over het relevant houden van de totale centrumgebieden, waarbij voor een goede regionale afstemming en samenwerking het juiste (relevante) verzorgingsgebied belangrijk is. Tussen detailhandelsvoorzieningen onderling en met andere (maatschappelijke) voorzieningen ontstaat synergie en combinatiebezoek. Hierdoor functioneren de voorzieningen als geheel beter dan de som der delen.

De provincie benut hiermee de kracht van detailhandel voor vitale, sterke en aantrekkelijke centra waardoor optimaal wordt bijgedragen aan een kwalitatief hoogwaardigere leefomgeving. Aanpak Winkelgebieden

61

Met de Aanpak Winkelgebieden biedt de provincie gemeenten naast de ruimtelijke beleidskaders hulp en ondersteuning op gebied van kennisuitwisseling, verbeteren samenwerking, aanpak leegstand, herpositioneren en transformatie winkelgebieden. Deze aanpak bestaat onder andere uit: • Subsidieregeling planvorming detailhandel Zuid-Holland De subsidieregeling planvorming detailhandel Zuid-Holland is bedoeld om de kwaliteit en het functioneren van winkel- en centrumgebieden te optimaliseren. Gemeenten, winkeliers- en ondernemersverenigingen en stichtingen kunnen subsidie aanvragen voor activiteiten die zijn gericht op het verhogen en verbeteren van de onderlinge samenwerking van ondernemers en winkeliers, vooronderzoek voor het oprichten van een Bedrijven Investeringszone (BIZ), haalbaarheidsonderzoek om tot compactere winkelgebieden te komen en verspreid aanbod te saneren of het laten opstellen van een sterkte-zwakte analyse voor een winkel- en centrumgebied. Daarnaast kan de subsidieregeling ingezet worden om meer uitvoerende activiteiten op het gebied van herontwikkeling en transformatie te organiseren. •

Koopstromenonderzoek De provincie laat regelmatig, in 2021 in samenwerking met de provincies Noord-Holland, Utrecht, en Noord-Brabant koopstromenonderzoek (KSO) uitvoeren. Koopstromenonderzoek is een grootschalig consumentenonderzoek onder inwoners van de Randstad. De enquête brengt de kooporiëntatie (waar worden boodschappen gedaan, waar wordt gewinkeld, inclusief internetaankopen) en het koopgedrag (o.a. gebruikt vervoermiddel, koopfrequentie, beoordeling winkelgebieden, combinatiebezoek) van de bevolking in beeld. De provincie gebruikt de KSO-data voor de evaluatie, monitoring en aanpassing van het (ruimtelijk) detailhandelsbeleid, o.a. met betrekking tot de ontwikkelingsmogelijkheden en de detailhandelsstructuur. De KSO-data is voor iedereen beschikbaar. Naast de provincies wordt de KSO-data door gemeenten, regio’s en marktpartijen gebruikt voor bijvoorbeeld de onderbouwing van lokaal en regionaal detailhandelsbeleid of vestigingsplaatskeuzes.

•

Professionalisering, samenwerking en kennisdeling De provincie wil samen met betrokken partijen in (middelgrote) steden werken aan levendige, vitale en aantrekkelijke centrumgebieden. Voor alle type centrumgebieden geldt dat ingrepen noodzakelijk kunnen zijn om tot een toekomstbestendige structuur te komen. Om daadwerkelijke sterke steden en dorpen te krijgen geldt dat de centrumfunctie in balans dient te zijn. Daarom ligt de focus op de volgende thema’s: • versterken toekomst centra van (middelgrote centra) door pilotprojecten • Kennisdeling door middel van masterclasses en kennisplatforms • Stimuleren van transformatie door het aanbieden van financiële arrangementen

•

Kennisvorming- en deling De provincie ziet een toegevoegde waarde voor zichzelf bij kennisvorming en –deling op het terrein van detailhandel en bredere binnenstad aanpak. Uit diverse trajecten blijkt dat met name de kleine gemeenten minder goed geëquipeerd zijn om alle trends en ontwikkelingen te volgen en onvoldoende menskracht beschikbaar hebben om benodigde acties uit te voeren. In dit kader wordt ingezet op het breed toepasbaar maken van provinciaal geïnitieerde onderzoeken (DNA van de stad, stadslogistiek), organiseren van breed toegankelijke masterclasses en kennisbijeenkomsten en het opzetten van een monitor werklocaties. Zo zijn er twee platforms opgericht voor centrummanagers en ambtenaren EZ om de binnenstad aanpak zowel inhoudelijk als procesmatig te bespreken.

•

Regionale visies en programmering Het is wenselijk om detailhandelsontwikkelingen in een breder regionaal kader te kunnen plaatsen met afspraken over nieuwe ontwikkelingen maar ook bijvoorbeeld over het saneren van overaanbod. De provincie zet zich daarom in om regionale samenwerking en programmering op het gebied van detailhandel te stimuleren en levert een actieve bijdrage aan regio’s die actief zijn op het gebied van visievorming en programmering. Elementen die daar onderdeel van kunnen uitmaken zijn het gebruik van actuele cijfers over aanbod en leegstand, regionale programmering, inventarisatie van kansrijke en kansarme centra, profielen per gemeente, nieuwe ontwikkelingen, schrappen (plan)aanbod en transformatie.

Overzicht provinciale detailhandelsstructuur, PDV- en GDV-locaties Provinciale detailhandelsstructuur In de Omgevingsvisie is op hoofdlijnen de provinciale detailhandelsstructuur (reguliere detailhandel) benoemd.

62

Het generieke beeld in het functioneren van de verschillende type centra is door de provincie vertaald in een ontwikkelingsperspectief voor de provinciale detailhandelsstructuur. Deze bestaat uit vier categorieën: ‘te consolideren centra’, ‘te herpositioneren centra’, ‘te optimaliseren centra’ en de ‘overige centra’. Deze vierdeling maakt het ‘level playing field’ herkenbaar. Hierdoor wordt duidelijk en inzichtelijk welke positie een centrum heeft in de provinciale detailhandelsstructuur en worden de gemaakte keuzes voor ontwikkelingsmogelijkheden (investeringen, ruimtelijke toevoegingen en herstructureringen/transformaties) daarbinnen helder. De bij deze categorisering behorende ontwikkelingsperspectieven luiden als volgt: Te consolideren centra De grote centra hebben over het algemeen een ruim aanbod aan detailhandelsvoorzieningen en bieden daarnaast een breder aanbod aan publieksvoorzieningen. Dit zorgt er voor dat deze centra, niet alleen voor de aankoop van (niet-dagelijkse) artikelen, maar ook om recreatief te winkelen en als ‘dagje uit’ veelal worden bezocht. Het toekomstperspectief voor de 'te consolideren centra' is over het algemeen goed. Dit betekent echter niet dat deze centra niet voor opgaven staan. Om hun positie te consolideren kan sprake zijn van uitbreiding van het winkelaanbod, maar er zal ook zeker sprake zijn van transformatie van zwakkere winkellocaties.

Het provinciale beleid richt zich op behoud en versterking van de (boven)regionale positie van deze centra waarbij het totaal aantal winkelvloeroppervlak niet toeneemt. De Ladder voor duurzame verstedelijking blijft hiervoor een belangrijk instrument. Ontwikkelingen in deze centra moeten niet leiden tot onaanvaardbare leegstandseffecten in andere centra. Qua omvang, functioneren en verwacht toekomstperspectief onderscheiden de binnensteden van Rotterdam en Den Haag zich ten opzichte van de andere centra. Ook hebben deze twee centra een grote aantrekkingskracht op (inter)nationale bezoekers. De andere centra in deze categorie vervullen vooral een regionale functie. Nieuwe ontwikkelingen zouden ook bij dat profiel moeten passen. De te consolideren centra van de provinciale detailhandelsstructuur bestaan uit 7 locaties: • Internationale centra: Den Haag binnenstad en Rotterdam binnenstad; • Nieuwe centra: Leidschendam The Mall of the Netherlands • Historische binnensteden: Leiden centrum, Delft binnenstad, Dordrecht binnenstad en Gouda binnenstad. Te herpositioneren centra Deze centra zijn planmatig ontwikkeld en relatief sterk winkel georiënteerd. Ondanks hun omvang en kritische massa is door hun relatieve mono functionaliteit hun toekomstperspectief kwetsbaar in de huidige en toekomstige winkelmarkt.

Deze centra zijn gebaat bij een bredere mix aan functies, afgestemd op de lokale behoefte. Uitbreiding van het winkelaanbod is in deze centra in principe niet aan de orde, tenzij er door woningbouw een substantiële toename van de bevolking te verwachten is. Dit ontwikkelperspectief geldt voor Rijswijk in de Bogaard, Rotterdam Zuidplein en Alexandrium en Stadshart Zoetermeer. Te optimaliseren centra De provincie heeft 34 centra als 'te optimaliseren centra' aangeduid. Deze centra nemen een prominente positie in binnen de structuur en zijn van groot belang voor de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. De omvang van het winkelaanbod in m2 in deze centra is de afgelopen jaren over het algemeen beperkt in omvang afgenomen en missen een kritische massa die juist de grotere steden aantrekkelijk maken voor aankoop van niet-dagelijkse artikelen. Het aantal winkels is daarentegen sterker afgenomen. Een belangrijke oorzaak voor deze afname is dat Internet een belangrijk aankoopkanaal is voor vooral niet-dagelijkse goederen. Branches die veelal op internet worden gekocht, zijn juist aanwezig in dit type centra en staan dus onder druk. Andere publieksfuncties zoals horeca en leisure zijn over het algemeen wat minder sterk vertegenwoordigd. Het gevolg is dat deze centra een minder grote koopkrachttoevloeiing realiseren en dat de bestedingen per m2 op een lager niveau liggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=20de9d4c-95b1-45de-acd2-ca9658b9fd31