CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Servicedocument Omgevingsprogramma

Oriënterende raad 20 november 2025, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze herziening provinciaal omgevingsbeleid - inclusief inspreekmoment voor inwoners54.527 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 7

Kaag en Braassem – Wassenaarsche polder Mogelijkheden voor een concentratie van 9 windturbines in de vorm van een cluster in een droogmakerij, waarbij rekening gehouden moet worden met hoogtebeperkingen vanuit Schiphol. Dit zoekgebied heeft kans op interferentie met zoekgebied 2. Een afweging tussen de gebieden is onderdeel van de verdere besluitvorming. Mogelijkheden om zoekgebied 1 en 2 te verbinden via een lange lijnopstelling in plaats van een cluster kunnen worden onderzocht. 2. Kaag en Braassem – polder Vierambacht Mogelijkheden voor een concentratie van 12 windturbines in de vorm van een cluster in een droogmakerij. Dit zoekgebied heeft kans op interferentie met zoekgebied 1. Een afweging tussen de gebieden is onderdeel van de verdere besluitvorming. Mogelijkheden om zoekgebied 1 en 2 te verbinden via een lange lijnopstelling in plaats van een cluster kunnen worden onderzocht. 3. Nieuwkoop – Polder Nieuwkoop Mogelijkheden voor een concentratie van 9 windturbines in de vorm van een cluster in een droogmakerij, waarbij rekening gehouden moet worden met hoogtebeperkingen vanuit Schiphol. Bij de verdere uitwerking dient onder meer rekening gehouden te worden met een nieuwbouwlocatie bij Nieuwkoop. 4. Alphen aan den Rijn – Polder Groenendijk, N11

19

Mogelijkheden voor een lijnopstelling van 6 windturbines parallel aan de bundel N11, spoor en Oude Rijn. Uitwerking van dit zoekgebied in samenhang met zoekgebied 5 én de bestaande locaties langs de N11. 5. Alphen aan de Rijn en Bodegraven – Polder Steekt en binnenpolder, N11. Mogelijkheden voor een lijnopstelling van 9 windturbines parallel aan de bundel N11 en Oude Rijn. Uitwerking van dit zoekgebied gebeurt in samenhang met zoekgebied 4 én de bestaande locaties langs de N11. Weidevogels vormen in dit zoekgebied een aandachtspunt. Via ontwerpend onderzoek en visualisaties dienen de mogelijkheden voor een rustige lijnopstelling onderzocht te worden. Hierbij dient een brede zone te worden betrokken. 6. Waddinxveen – Achterofsche Polder Mogelijkheden voor de opstelling van 9 windturbines in een cluster ten zuiden van het Bentwoud. Bij verdere uitwerking van dit zoekgebied kan gekeken worden wat de mogelijkheden zijn voor windturbines in combinatie met het recreatiegebied. 7. Krimpenerwaard – Roozendaalsche polder Mogelijkheden voor de opstelling van een lange lijn van 6 windturbines. Voor dit gebied geldt dat de ontwikkeling in afstemming met de zoekgebieden van de provincie Utrecht plaats moeten vinden. De nabijheid van N2000 gebied vraagt aandacht. Het heeft de voorkeur een rechte lijn te ontwikkelen. 8.

Krimpenerwaard – Lekkerkerksche Boezem Mogelijkheden voor opstelling van een lange lijn van 7 windturbines. Voor dit zoekgebied gelden mogelijk beperkingen vanuit Werelderfgoed Kinderdijk. Voor verdere besluitvorming moet een Heritage Impact Assessment (HIA) uitgevoerd worden. Een aandachtspunt zijn broedvogels en niet-broedvogels. Secundaire zoekgebieden: 9. Alphen aan de Rijn – Zoeterwoude, Benthuizerpolder Mogelijkheden voor de opstelling van een lange lijn van 4 windturbines in samenhang met zoekgebieden 5 en/of 10. Landschappelijk is dit een nieuwe structuur dwars door een aantal droogmakerijen met verschillende randen. Bij de nadere uitwerking vraagt dit aandacht. Vanuit landschappelijke kwaliteit en leefomgevingskwaliteit is het ongewenst windturbines in dit zoekgebied mogelijk te maken samen met de zoekgebieden 6 en 4. Bij nadere uitwerking is aandacht voor de kruisende structuren van belang naast de bestaande turbines langs de N11 en zoekgebied 5. 10. Alphen aan de Rijn – Hazerswoudse Droogmakerij Mogelijkheden voor een opstelling van een lange lijn van 5 windturbines in samenhang met zoekgebieden 5 en 9. Landschappelijk is dit een nieuwe structuur dwars door een aantal droogmakerijen met verschillende randen. Bij de nadere uitwerking vraagt dit aandacht.

Vanuit landschappelijke en leefomgevingskwaliteit is het ongewenst windturbines in dit zoekgebied mogelijk te maken samen met de zoekgebieden 6 en 4. Bij nadere uitwerking is aandacht voor de kruisende structuren van belang, naast de bestaande turbines langs de N11 en zoekgebied 5. 12. Bodegraven – Weijland en de Bree Mogelijkheid voor de opstelling van een lange lijn van 7 windturbines in een grote open ruimte met relatief weinig bebouwing. Aandachtspunten zijn hier natuur en cultuurhistorie, waaronder de nabijheid van het kroonjuweel Wierickerschans. Bij nadere uitwerking is aandacht voor de bestaande turbines langs de N11 en zoekgebied 5 van belang. Daarnaast biedt de provincie de mogelijkheid aan initiatiefnemers in deze RES-regio’s om bestaande turbines te optimaliseren (“repoweren”). RES Rotterdam Den Haag In deze regio voert de provincie een OER uit om nieuwe potentiële locaties te onderzoeken. Op basis van dit onderzoek hoopt de provincie meer ruimte te kunnen geven aan windturbines, zodat ook deze regio

20

het RES-bod kan realiseren. Daarnaast biedt de provincie de mogelijkheid aan initiatiefnemers voor het repoweren van bestaande turbines. RES Alblasserwaard In de RES Alblasserwaard wordt ingezet op het optimaliseren van de bestaande locatie voor windenenergie in de omgevingsverordening – Gorinchem-Noord (locatie S) nabij bedrijventerrein Groote Haar – en de mogelijkheden van middelgrote windturbines op bedrijventerreinen. Daarnaast biedt de provincie de mogelijkheid aan initiatiefnemers voor het repoweren van bestaande turbines. RES Goeree-Overflakkee, RES Hoeksche Waard en RES Drechtsteden In de RES Goeree-Overflakkee en de RES Hoeksche Waard biedt de provincie de mogelijkheid aan initiatiefnemers voor het repoweren van bestaande turbines. De RES Drechtsteden ligt volgens de RES Voortgangsrapportage 2025 op koers om het RES bod van 2030 te behalen. Zolang de RES-regio op koers blijft en er geen andere provinciale belangen in het geding zijn ziet de provincie geen aanleiding om windpotentiegebieden of zoeklocaties toe te voegen in de RES Drechtsteden. De RES-partners kunnen, mede op basis van de uitkomsten van het OER, aangeven waar zij windturbines willen realiseren om invulling te geven aan de ambities na 20230. Op basis van het OER is het volgende primaire zoekgebied aangewezen: 11.

Dordrecht – Zuidpunt Dit gebied wordt begrensd ten oosten van de A16, ten noorden van afrit 19 en ten zuiden van de Wieldrechtse Zeedijk. In dit zoekgebied ziet de provincie kansen voor een opstelling van een lijn langs de infrabundel. Bestaande opstellingen van windturbines en de landschappelijke doorkruising van verschillende polders en randen vragen aandacht bij de verdere uitwerking. Daarnaast biedt de provincie ook hier de mogelijkheid aan initiatiefnemers voor het repoweren van bestaande turbines. Te onderzoeken effecten Bij de plaatsing van windturbines dienen op projectniveau de effecten ten aanzien van onder andere cumulatieve effecten op flora en fauna, bescherming van waardevol cultureel erfgoed, geluid, externe veiligheid, radar, slagschaduw, lichtschittering, vaarwegen en waterstaatswerken, landschappelijke inpassing, netinfrastructuur, watertoets en archeologie te worden onderzocht. Het voorgaande dient in een MER en/of een motivering te worden vastgelegd. De provincie verkent de voor- en nadelen van een maximale geluidsnorm voor absoluut geluid op de gevel bij windturbines. Middelgrote windturbines (as-hoogte tot 45 meter) Middelgrote windturbines kunnen worden geplaatst: • Binnen bestaand stads- en dorpsgebied • In glastuinbouwgebied passend bij de lokale situatie • Op bedrijventerreinen. Dit is ter beoordeling aan de gemeente.

De provincie kan een zienswijze indienen op een omgevingsplan, indien te weinig rekening is gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. Kleine windturbines (as-hoogte tot 15 meter) Kleine windturbines kunnen in Zuid-Holland overal worden geplaatst, als er rekening wordt gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. Dit is ter beoordeling aan de gemeente. De provincie kan wel een zienswijze op een omgevingsplan indienen, indien te weinig rekening is gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten.

21

3.1.1.2 Realiseren van Zonne-energie Wat gaat de provincie doen? De provincie ondersteunt het realiseren van zonne-energie om de energietransitie mogelijk te maken. Dit doet zij met behoud en bescherming van het landschap en de onbebouwde ruimte in Zuid-Holland. Daarom kijkt de provincie vooral naar de mogelijkheden om zonne-energie op te wekken binnen bestaand stads- en dorpsgebied, bij voorkeur op het dak, parkeerterreinen en andere objecten. Daar waar buiten bestaand stads- en dorpsgebied zonne-energie is toegestaan, onderzoekt de provincie hoe dit op de meest zorgvuldige wijze kan plaatsvinden. De ruimtelijke uitgangspunten voor de realisatie van zonneenergie en de provinciale zonneladder zijn geregeld in artikel 7.76a. Een uitvoerige toelichting op dit onderwerp is te vinden bij de artikelsgewijze toelichting van dit artikel 7.76a. De provincie stimuleert de realisatie van zonne-energie door middel vaneen subsidieregeling voor zon op dak, een handreiking voor zon op land en het uitvoeren van onderzoek.

Rol Presterend

Uitwerking RES Zoekgebieden zon Uit de Regionale Energiestrategieën blijkt dat er aanvullend behoefte is aan locaties waar duurzame elektriciteit opgewekt kan worden met behulp van zonnepanelen ook buiten het bestaand stads- en dorpsgebied op land. In juni 2021 zijn in de Zuid-Hollandse RES’en 1.0 zoekgebieden voor zon vastgesteld. In aanvulling op de locaties zoals die zijn opgenomen in de provinciale uitwerking van de zonneladder zoals geregeld in artikel 7.76a van de Verordening, is -als laatste trede- in de RES zoekgebieden zon meer ruimte voor zonne-energie binnen kaders en randvoorwaarden. Kaders zonne-energie Voor de uitwerking van de zoekgebieden zon, zijn voor de provincie de volgende kaders van belang: Het provinciale Omgevingsbeleid is van toepassing bij de uitwerking van de zoekgebieden zon. Dit betekent onder andere dat daar waar de zoekgebieden overlappen met de beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit, de regels voor deze gebieden uit de omgevingsverordening van toepassing zijn. Dit houdt in dat in deze (delen van) de zoekgebieden slechts onder voorwaarden ontwikkelingen voor de opwek van duurzame energie mogelijk zijn, rekening houdend met, en bijdragend aan de beschermde waarden in die gebieden (natuur, kroonjuwelen cultuurhistorie, beschermde graslanden bollenstreek, belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden, groene buffergebieden).

Praktisch gezien zijn zonnevelden in natuurnetwerk Nederland, de graslanden in de bollenstreek en in belangrijke weidevogelgebieden dan nagenoeg uitgesloten. Naast de provinciale voorkeurslocaties ontstaan in de zoekgebieden zon meer mogelijkheden voor zonnevelden als deze verder zijn uitgewerkt en daar (boven-) regionaal over is afgestemd met de betrokken RES-partners, waaronder de provincie. In het kader van de uitwerking van de zoekgebieden vindt een integrale afweging plaats en bovenregionale samenhang met andere (ruimtelijke) opgaven, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw, mobiliteit, recreatie, klimaat, biodiversiteit, landbouw, etc.. Dit om te voorkomen dat later in het proces, bij de vertaling naar het beleid van de betrokken overheden, aan het licht komt dat de voorstellen niet uitgevoerd kunnen worden. Energie infrastructuur: bij de uitwerking wordt gekeken of er voldoende ruimte op het netwerk beschikbaar of tijdig realiseerbaar is. Naast deze locaties zijn er buiten de zoekgebieden voor zon onder voorwaarden zonnevelden mogelijk, op locaties die vallen binnen de provinciale uitwerking van de zonneladder. Buiten de zoekgebieden is ontheffing op deze provinciale uitwerking van de zonneladder uitsluitend mogelijk als het gaat om een ruimtelijk aanvaardbaar lokaal initiatief dat tot stand is gekomen na een zorgvuldig doorlopen participatieproces.

Uitwerking zoekgebieden De provincie zet bij de uitwerking van de zoekgebieden naast de kaders in op het maken van afspraken over proces, scope en product. Het leveren van een bijdrage aan het bevorderen van de biodiversiteit en

22

het realiseren van een goede landschappelijke inpassing vormen de basis bij elk te realiseren zonneveld. Bij de uitwerking zijn de volgende aspecten van belang: a.

Integraliteit: met andere opgaven ruimtelijke afweging maken;

b.

Prioritering: o.a. ruimte op het energienetwerk meewegen;

c. Ontwerpend onderzoek: visualisaties etc. Scenario’s voor een ruimtelijk samenhangend integraal beeld ontwikkelen; d.

Product (opsomming hieronder).

e.

Participatie (zie maatregel 3.1.2 )

Ad c. Ontwerpend onderzoek: Zet het instrument van ontwerpend onderzoek in bij het verder uitwerken van de zoekgebieden Ad d. Product: Bestaat uit: 1. Beschrijving van de andere (ruimtelijke) opgaven en relevante meekoppelkansen per zoekgebied. 2. Visualisaties van de wijze waarop deze meekoppelkansen kunnen worden benut. 3. Globaal kaart beeld van het beoogde ‘eindplaatje’ in het zoekgebied of de ligging van een concrete locatie (als dat het resultaat is van de uitwerking van het zoekgebied) 4. (Suggesties voor) te nemen inrichtings- en beheersmaatregelen op het gebied van landschappelijke inpassing en de bevordering van de biodiversiteit. 5. Afspraken over hoeveelheid ha zonneveld dat gebouwd kan worden in het zoekgebied en de mogelijke locaties daarvan binnen het zoekgebied. (kan bv zijn: direct aansluitend aan de dorpsrand, in een specifieke clustering enz. 6. Afspraken over hoe procesmatig wordt omgegaan met initiatieven binnen het zoekgebied zodat deze inderdaad op de beoogde plekken landen en op de juiste wijze worden uitgewerkt. 7. Inschatting van de beoogde bijdrage aan de geformuleerde ambitie in de RES. 8. Beschrijving van de eventueel benodigde aanpassing in de netinfrastructuur. Stimuleren Zonne-energie en dubbel ruimtegebruik Zuid-Holland heeft veel daken, gevels en andere objecten die benut kunnen worden voor het opwekken van zonne-energie.

De provincie stimuleert dit door middel van: • aanmoedigen zon op dak en dubbel ruimtegebruik, conform provinciale uitwerking van de zonneladder; • subsidieregeling om daken en objecten geschikt te maken voor het benutten van zonne-energie; • interesse wekken bij dakeigenaren om dak beschikbaar te stellen aan o.a. energiecoöperaties door het bieden van ondersteuning en advies; • het ontwikkelen en het delen van kennis en ervaring. • Met de subsidieregeling ‘Zonnig Zuid-Holland’ stimuleert de provincie de toepassing van zonnepanelen op grote daken. Deze subsidieregeling draagt bij aan: • het onderbrengen van daken bij energiecoöperaties; • het verlagen van de kosten die nodig zijn om zonnepanelen te installeren op bestaande daken die geschikt gemaakt moeten worden; • zonnepanelen op waterbassins, indien er eerst een constructie gebouwd moet worden; • zonnepanelen op parkeerterreinen, indien er eerst een constructie gebouwd moet worden Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie actualiseren Er zijn ook initiatieven om zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) aan te leggen. Om handvatten te bieden voor het ontwikkelen van zonnevelden met een meerwaarde voor de omgeving heeft de provincie een Handreiking ‘ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland’.

De handreiking is bedoeld voor ontwikkelaars en gemeenten en bevat een toelichting op het beleid, een stappenplan, praktische informatie en voorbeelden voor het uitwerken van zonnevelden. Deze handreiking wordt geactualiseerd en uitgebreid met inzichten over het versterken van biodiversiteit, (voorafgaand aan een landelijk Ecocertified Label voor zonnevelden), agri-PV en zonthermie. Onderzoeken

23

De provincie vindt zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening of meervoudig ruimtegebruik in de vorm van een agrarische permanente voorziening (agri-PV) een interessante ontwikkeling en start een onderzoek. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan, indien nodig, een voorstel worden gedaan voor aanpassing van het Omgevingsbeleid. Hangende dit onderzoek worden initiatieven voor zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening beoordeeld op basis van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid en landschappelijke inpassing.

3.1.1.3 Ruimte en landschap in de energietransitie/RES Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de energietransitie beter verbinden aan andere ruimtelijke opgaves, waarmee energie een vanzelfsprekend onderdeel in het Zuid-Hollandse landschap wordt. Dit vraagt om inspirerende en innoverende voorbeelden, kennisontwikkeling op het gebied van inpassing van energie in Zuid-Holland en samenwerking met partners om tot de best mogelijke oplossingen te komen.

Rol Samenwerkend

Uitwerking In de RES’en zijn zoekgebieden voor wind en/of zon opgenomen. Ruimte en landschap vervullen in de verdere beleidsontwikkeling van provincie en gemeenten en de stap naar uitwerking en realisatie van het RES-bod een grotere rol. Niet alleen binnen de RES, maar ook tussen en boven de schaal van de RES’en. Bij de onderdelen zon en wind zijn verkenningen op het gebied van ruimte en energie opgenomen. Daarnaast is het nodig om verder vooruit te kijken. Waarbij rekening wordt gehouden met een andere of grotere opgave, waarbij ook het energiesysteem een belangrijke rol speelt. Een belangrijke vraag is ook hoe energie aan allerlei andere opgaven in de provincie kan worden verbonden. Het verbinden van energie met provinciale opgaven gebeurt in samenwerking met de partners. In het programma “energie en landschap in de energietransitie” wordt, in samenwerking met partners, kennis ontwikkeld, verdiept en gedeeld. In dit programma komen de volgende onderdelen; • Ontwerpend onderzoek naar ruimte en het toekomstig energiesysteem (2050) • Lerende netwerk in de vorm van ontwerpateliers • Ruimtelijke verkenningen naar verschillende onderdelen uit het energiesysteem • Relatie met kunst en cultuur

3.1.1.4 Samenwerken aan regionale energiestrategieën Wat gaat de provincie doen? De provincie werkt in zeven energieregio’s samen met gemeenten, waterschappen en stakeholders (RESpartners) aan de uitwerking van Regionale Energie Strategieën (RES’en). In de regionale energiestrategieën (RES’en) is invulling gegeven aan de tussendoelstellingen uit het Klimaatakkoord voor 2030 en regionale energieakkoorden. De RES’en zijn met participatie en democratische besluitvorming tot stand gekomen. De focus van de RES ligt op de warmtetransitie van de gebouwde omgeving (van fossiele naar duurzame bronnen), grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit (middels zon en wind) op land en de daarvoor benodigde infrastructuur. De RES’en dragen bij aan de nationale doelstelling van tenminste 35 TWh duurzame opwek van elektriciteit in 2030. De provincie en haar RES-partners hebben voor de RES'en een doelbereik van 6,4-6,8 TWh in 2030. Het wordt steeds duidelijk dat de energietransitie impact op de ruimte heeft. De energietransitie vraagt zelf ruimte voor duurzame opwek en infrastructuur, maar is ook bepalend voor de mogelijkheden voor ontwikkelingen in een gebied (wonen, werken, recreatie, landbouw). Daarbij krijgt energie steeds meer een netwerkrol, gelijk mobiliteit. Voor de energietransitie is veel ruimte nodig, zowel boven- als ondergronds.

We stemmen vroegtijdig af met de Regionale Energiestrategieën om voldoende ruimte voor energie-infrastructuur beschikbaar te houden.

24

Rol Samenwerkend

Uitwerking Samenwerking vindt plaats in zeven energieregio’s: • Rotterdam-Den Haag • Drechtsteden • Alblasserwaard • Midden-Holland • Hoeksche Waard • Goeree-Overflakkee • Holland Rijnland In de RES’en staan de doelen, strategie, zoekgebieden, plannen en keuzes voor de energietransitie in de betreffende energieregio. Net als andere partners brengt de provincie daarbij haar eigen focus en prioriteiten in. Als provincie verbinden we de RES’en en kijken naar bovenregionale aspecten zoals impact op het landschap, beschikbaarheid van energiebronnen, energie-infrastructuur, vraag en aanbod en energiemarkt. De provincie heeft kennis over bovenregionale aspecten en kan de energieregio’s op dit punt adviseren. De provincie bevordert een langjarige samenwerking in Zuid-Holland tussen de partners in energieregio’s, faciliteert de ontwikkeling van een lerend netwerk en legt de verbinding met andere programma’s en kennisnetwerken. De provincie werkt binnen de RES’en actief samen met de andere RES-partners (gemeenten, waterschappen en netbeheerders) om de doelstellingen te realiseren en oplossingen te vinden als knelpunten en uitdagingen zich voordoen. De provincie overlegt met de netbeheerders en andere RES-partners om oplossingen te vinden voor knelpunten aan zowel de vraag- als aanbodkant.

De provincie vervult binnen de RES-samenwerking verschillende rollen: • Ondersteunen en faciliteren van gemeenten (bijv. met kennis en expertise, ondersteuning bij opzetten en uitvoeren van regionale planMER, inhoudelijke inbreng voor regionaal programma zon op veld en ontwerpend onderzoek). • Stimuleren en aansporen van gemeenten (bijv. door onderzoek en overleg). • Het coördineren en regisseren (bijv. coördinatie Warmtelinq). Bij warmte geeft de provincie vanuit zijn verbindende rol extra aandacht aan de onderlinge samenhang van processen en projecten, de impact op het integrale energiesysteem en de ruimte, en op het versnellen en realiseren van een toekomstbestendige en klimaatneutrale warmtevoorziening.

3.1.1.5 Boerenerfmolens Wat gaat de provincie doen? De provincie ondersteunt lokale ondernemers om meer zelfvoorzienend te worden in de opwek van hun eigen energieverbruik. Kleine windturbines op het boerenerf of bedrijfsperceel, ook wel “boerenerfmolens”, kunnen daaraan een bijdrage leveren.

Rol Samenwerkend

Uitwerking De provincie heeft een samenwerkende rol in de uitvoering van dit beleid. Samen met gemeenten, omgevingsdiensten, initiatiefnemers en turbinebouwers zal dit beleid nader worden uitgewerkt.

3.1.2.1 Participatie en lokaal eigendom in de energietransitie Wat gaat de provincie doen? De provincie Zuid-Holland wil dat inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties op een betekenisvolle manier betrokken zijn bij grootschalige energieprojecten. Dat betekent: zeggenschap, eigenaarschap en profijt voor de lokale gemeenschap. Het uitgangspunt is minimaal 50% lokaal eigendom. Dit

25

vergroot draagvlak en vertrouwen, draagt bij aan slimme lokale oplossingen in de energietransitie en zorgt dat opbrengsten terechtkomen bij de gemeenschap waar de projecten plaatsvinden. De provincie stelt een beleidskader Participatie en Lokaal Eigendom bij grootschalige energieprojecten op dat richting geeft aan grootschalige opwekprojecten (zoals windenergie) en energieopslagprojecten. Hierin worden definities, toepassingsbereik en voorwaarden vastgelegd. De provincie werkt samen met gemeenten in Zuid-Holland, en biedt indien gewenst ondersteuning bij het ontwikkelen van eigen kaders en beleid, zodat lokaal eigendom ook daar structureel wordt geborgd. Dit geldt ook specifiek voor Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) projecten. De provincie stimuleert en faciliteert energiegemeenschappen en energiecoöperaties. Door de Energiewet 2026 krijgen zij meer ruimte; de provincie versterkt dit met kennisdeling en financiële ondersteuning, en door bij te dragen aan normering. Via het Ontwikkelfonds voor energiecoöperaties en via structurele steun aan de koepelorganisatie Energie Samen Zuid-Holland (ESZH) maakt de provincie het mogelijk dat coöperaties professionaliseren en projecten daadwerkelijk realiseren. Inclusiviteit is een expliciet aandachtspunt: ook mensen met een kleine beurs of beperkte mogelijkheden moeten kunnen meedoen en profiteren.

Rol Samenwerkend

Uitwerking De provincie zal de komende periode: • het beleidskader Participatie en Lokaal Eigendom bij grootschalige energieprojecten vaststellen en implementeren; • gemeenten actief benaderen om te ondersteunen bij eigen beleidsontwikkeling, en bij versterking van lokale samenwerking met energiecoöperaties en andere lokale initiatieven; • energiegemeenschappen ondersteunen in hun professionalisering en toegankelijkheid, en bijdragen aan normering en kwaliteitscriteria. De provincie ontwikkelt inclusieve modellen en zal deze breed delen, zodat iedereen kan deelnemen; • via ESZH energiecoöperaties en lokale initiatieven ondersteunen met kennis, begeleiding, en toegang tot financiering en subsidies.

3.1.2.2 Eerlijke energietransitie bevorderen Wat gaat de provincie doen? De provincie wil dat de energietransitie eerlijk verloopt en dat iedereen kan meedoen én profiteren. Een eerlijke transitie betekent dat lusten en lasten evenwichtiger verdeeld worden. Daarom zorgt de provincie ervoor dat rechtvaardigheid een integraal onderdeel van beleid en uitvoering wordt. Ook is er aandacht nodig voor mensen en gemeenschappen die minder vanzelfsprekend meekomen. Voor veel inwoners – met name kwetsbare groepen – zijn hoge energiekosten, (energie)armoede en een gebrek aan handelingsperspectief een dagelijkse realiteit. Zij dreigen onevenredig te worden belast, terwijl juist zij gebaat zijn bij kansen om te verduurzamen en kosten te besparen. De provincie neemt hierin een actieve rol. Zij ondersteunt gemeenten, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties bij de aanpak tegen energiearmoede en bij wijkgerichte energiebesparing. Daarbij is lokale samenwerking en inzet vanuit vertrouwde kring van belang. De provincie versterkt de sociaal-maatschappelijke kant van de energietransitie door ruimte te geven aan maatschappelijk initiatief en aan maatschappelijke innovatie.

Zij stimuleert en financiert bewonersinitiatieven via de Subsidieregeling Lokale Initiatieven, stimuleert collectieve en gemeenschapsgerichte projecten, en bevordert samenwerking tussen gemeenten, lokale initiatieven, en maatschappelijke partners. De provincie brengt lessen uit de praktijk in bij het Rijk en landelijke netwerken, en zorgt dat beleid aansluit bij wat er lokaal gebeurt. Door in te zetten op kennisdeling, experimenten en samenwerking bevordert de provincie dat de energietransitie toegankelijker en haalbaarder wordt voor iedereen. Daarmee wordt vertrouwen opgebouwd, ongelijkheid verkleind en de overgang naar een duurzame energievoorziening versneld.

Rol Responsief

26

Uitwerking De provincie zal de komende periode: • rechtvaardigheidsprincipes verkennen en toepassen in provinciaal energiebeleid. • lokale initiatieven stimuleren en financieren met de subsidieregeling ‘Lokale initiatieven in de energietransitie 2023’ om collectieve en gemeenschapsgerichte energieprojecten te realiseren, en hen actief begeleiden bij aanvragen en uitvoering; • investeren in praktijkexperimenten en doorbraakprojecten (zoals energieopbouwwerk via welzijnsorganisaties die dicht bij bewoners staan, of het ontwikkelen van inclusieve participatiemodellen waardoor ook mensen zonder spaargeld of eigen woning kunnen profiteren van verduurzaming). De provincie doet mee met projecten in de wijk die bijdragen aan een eerlijke en inclusieve energietransitie. • samen met gemeenten, woningcorporaties en welzijnsorganisaties ondersteuning bieden bij energiebesparing en verduurzaming van woningen in kwetsbare wijken; • lerende netwerken en communities of practice faciliteren, waar gemeenten, maatschappelijke organisaties en initiatieven kennis en ervaring uitwisselen; • kennis en goede voorbeelden breed ontsluiten, zodat niet overal opnieuw het wiel hoeft te worden uitgevonden; • actief bijdragen aan landelijke programma’s en lobby om rechtvaardigheid en inclusiviteit steviger te verankeren in nationaal energiebeleid, en Zuid-Hollandse praktijkervaringen daar inbrengen.

De provincie verbindt lokale praktijk en landelijke programma’s.

3.1.3.1 Energiebesparing Wat gaat de provincie doen? De provincie organiseert de inzet op energiebesparing langs drie lijnen; stimuleren, verbinden en versterken. De provincie stimuleert energiebesparing door middel van initiëren, plannen, begeleiden, mogelijk maken van innovatieve pilots en het verstrekken van subsidies. Daarnaast tracht de provincie te verbinden door mensen, kennis en kunde rondom energiebesparing bijeen te brengen. Tot slot versterkt de provincie de ingezette koers op energiebesparing door de voortgang te monitoren, de resultaten te borgen en door binnen de provincie aanpalende beleidsterreinen te voorzien van relevante informatie. In dit programma wordt nadrukkelijk afstemming gezocht met sectorale plannen en initiatieven. Daarnaast wordt er, waar mogelijk, integraal en gebiedsgericht gewerkt.

Rol Presterend

Uitwerking Ontzorgingsprogramma Om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te halen, is o.a. verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed en Midden- en Kleinbedrijf (MBK) nodig. Voor eigenaren is dit een uitdaging door gebrek aan kennis, uitvoeringscapaciteit en middelen. De ontzorgingsprogramma’s bieden eigenaren gratis advies en ondersteuning bij de verduurzaming van hun gebouwen. Deze programma's lopen tot 2027. Besparingsprojecten en doelgroepenaanpak De provincie brengt zoveel mogelijk relevante doelgroepen bij elkaar (bijvoorbeeld eigenaren, gebruikers, ontwikkelaars – glastuinbouw en gebouwde omgeving) zodat zij gaan investeren in energiebesparingsmaatregelen en er nieuwe warmtesystemen worden gevormd. Op deze manier kan er kennis worden gedeeld en de opgedane kennis verder worden verspreid.

3.1.3.2 Verduurzaming Wat gaat de provincie doen? De provincie draagt bij aan de totstandkoming van een integraal warmtesysteem in de gebouwde omgeving en glastuinbouw. De provincie ondersteunt de ontwikkeling van de clusteraanpak en een bovenlokaal warmte(transport)systeem en duurzame lokale warmtenetten. De provincie faciliteert en stimuleert de ontwikkeling en innovatie van warmtebronnen, warmteopslag en de inpassing van warmtetransportleidingen en warmtesystemen.

27

Rol Samenwerkend

Uitwerking Bovenlokaal transportsysteem De provincie werkt samen met partijen en financiert door middel van een subsidie de ontwikkeling en totstandkoming van het bovenlokaal warmtetransportsysteem WarmtelinQ. Dit is een ondergrondse hoofdtransportleiding voor warmte. Met deze leiding wordt restwarmte uit de Rotterdamse haven getransporteerd naar lokale warmtenetten om zo de gebouwde omgeving en glastuinbouw duurzaam te verwarmen. Clusteraanpak De provincie werkt samen, faciliteert en stimuleert de ontwikkelingen en realisatie van collectieve en kleinschalige warmtenetten. Dit vindt plaats volgens de clusteraanpak: een samenwerking van gemeenten om tot realisatie van warmtesystemen te komen op basis van schaal. Hierbij wordt kennis en expertise gebundeld. Het doel is slagvaardigheid te creëren, het energiesysteem te optimaliseren, kennis uit te wisselen en schaalvoordelen te benutten. De provincie stimuleert en faciliteert onderzoek, analyses, kennisontwikkeling en projecten waarbij energiesystemen geoptimaliseerd worden en er aandacht is voor de ruimtelijke inpassing. Het optimaal benutten van de beschikbare warmtebronnen in samenhang met de warmtevraag en het warmtesysteem is essentieel voor een integraal en toekomstbestendig systeem.

Samenwerking, procesondersteuning en ontsluiting van financiële fondsen zijn bij uitstek inspanningen waarmee de provincie bijdraagt inde warmtetransitie. Warmtesysteem Om tot een integraal warmtesysteem te komen is het noodzakelijk om ruimtelijk – bovengronds en ondergronds, te verkennen waar mogelijke warmtesystemen wenselijk zijn. De verkenningsgebieden zijn opgetekend aan de hand van de regionale toekomstbeelden voor het warmtesysteem. De verkenningsgebieden hebben een gebiedsgrootte van circa 2 kilometer breedte zodat er voldoende schuifruimte is voor afstemming met andere ruimtelijke ontwikkelingen. Zo kan er samen effectief en efficiënt gebruik gemaakt worden van de boven-, en ondergrond. De bovenlokale warmtesystemen bevinden zich binnen het grondgebied van meerdere gemeenten en vallen daarmee binnen de scope van de provinciale inspanningen. De distributienetwerken voor warmte naar individuele verbruikers, gelegen binnen de gemeentegrenzen zijn essentieel voor een integraal warmtesysteem, maar vallen buiten de scope van provinciale inspanningen. Een verkenning van het bovenlokale warmtesysteem biedt inzichten in de ontwikkelpotentie van distributienetwerken voor gemeenten en warmtebedrijven.

Afwegingskader warmtekeuzes en Afwegingskader koude Voor een effectieve afweging tussen inzetbare warmte en koude bronnen heeft de provincie Zuid-Holland een afwegingskader Warmtekeuze en een afwegingskader Koude ontwikkeld. De afwegingskaders richten zich op het kunnen maken van rationele afwegingen over de keuze voor bepaalde verwarmings- en koelingstechnieken. Dit is gedaan door de warmte- en koudevraag in samenhang te onderzoeken. Hiermee wordt niet alleen de warmtetransitie ondersteund, maar ook de duurzame inzet van koude geoptimaliseerd. Deze afwegingskaders zijn een hulpmiddel voor gemeenten en andere partijen bij de keuze om te komen tot klimaatneutrale warmte- en koudevoorzieningen voor de gebouwde omgeving en glastuinbouw, voor zowel de bestaande als nieuwbouw. De afwegingskaders nemen de volgende uitgangspunten in overweging mee: ruimtelijk beslag, haalbaarheid, betaalbaarheid, toekomstbestendigheid, optimaal gebruik van de energiekwaliteit van de beschikbare Zuid-Hollandse warmte en koude bronnen en passende woningisolatie. Kennisontwikkeling

28

De warmtetransitie is complex; het vergt veel kennis, afstemming en samenwerking. De provincie zet zich in om kennis te ontwikkelen en te verspreiden. De provincie doet dit door pilots te stimuleren, onderzoeken uit te zetten en financiële middelen ter beschikking te stellen. Daarnaast helpt de provincie samenwerkingspartners in de gebouwde omgeving en glastuinbouw om middelen van derden optimaal te benutten. Om de warmtetransitie te begrijpen en te laten slagen worden er kennis- en netwerksessies georganiseerd, zo wordt opgedane kennis verspreid. Glastuinbouw De provincie werkt in alle glastuinbouwgebieden en in de Greenport West-Holland met de samenwerkingspartners. De provincie faciliteert en stimuleert de volgende onderwerpen: kansrijke businesscases, versterking van samenwerkingsverbanden, benutting van regelingen of slimme investeringsconstructies, uitvoering van analyses en onderzoek, bevordering van aansluiting op bovenlokale warmtenetwerken en gebiedsaanpakken om de energietransities met haar partners tot stand te brengen. Er wordt verkend hoe de energietransitie kan helpen om ruimtelijke vraagstukken te bespreken voor de modernisering van het teeltareaal. De provincie bevordert de verbinding van het warmtesysteem in de glastuinbouw met de gebouwde omgeving.

Door de verbinding te maken met de warmtevraag en warmteaanbod van de gebouwde omgeving en de glastuinbouw is optimalisatie van het systeem mogelijk. Warmtebronnen De provincie stimuleert en faciliteert het gebruik van duurzame warmtebronnen in Zuid-Holland (restwarmte, geothermie, aquathermie en andere bronnen) door middel van onderzoek, analyses, pilots en kennisdeling. Daarnaast ondersteunt de provincie innovaties voor de optimalisatie voor duurzame warmte. Verkenningsgebieden Warmtenetwerken

29

3.1.4.1 Stimuleren van efficiency in de industrie Wat gaat de provincie doen? Zuid-Holland onderschrijft de nationale doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren tot 49% in 2030 met als uiteindelijke doel om klimaatneutraal te zijn in 2050. En daarnaast onderschrijft de provincie de nationale doelen om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken en in 2050 volledig circulaire economie te realiseren. De Zuid-Hollandse industrie zal daartoe een transitie moeten doormaken naar een industrie die klimaatneutraal en circulair is. Een belangrijke stap in het verduurzamen van de industrie ligt in het treffen van efficiency maatregelen door bedrijven binnen hun bedrijfssysteem, Ook nuttige toepassing van reststromen (zoals warmte, stoom en CO2) binnen de industrie en in andere sectoren en efficiency op het gebied van water en grondstoffen, maar ook projecten inzake de opslag van CO2 (onder de Noordzee) helpt in het realiseren van de klimaatdoelen.

Rol Rechtmatig

Uitwerking De provincie speelt een belangrijke rol in het realiseren van energie efficiency en het nuttig en slimmer toepassen van reststromen in de industrie. Voor de uitvoering van door het Rijk wettelijk voorgeschreven energiebesparingsplicht heeft de provincie de rol van rechtmatige overheid. Wat betreft de bovenwettelijke stimulering van efficiency heeft de provincie de rol van mee- en samenwerkende overheid. Bedrijven zijn wettelijk verplicht energiebesparende maatregelen te treffen met een terugverdientijd tot vijf jaar. Provincies zijn voor een deel van de bedrijven bevoegd gezag. De Omgevingsdiensten voeren uit. Vanuit deze rol zet de provincie extra in op het toezicht op de meest energie relevante bedrijven en op de actualisatie van vergunningen waar een significante energiebesparing te verwachten is. 1. De provincie beschikt over een aantal additionele (niet wettelijke) instrumenten die ingezet kunnen worden om bedrijven te stimuleren energie te besparen. Zo informeren omgevingsdiensten (op verzoek van de provincie) bedrijven proactief over besparingsmogelijkheden en draagt de provincie via subsidie bij aan verdiepende besparingsstudies bij bedrijven. 2.

Via de regeling energie infrastructuur op industrieterreinen helpt de provincie bij het oplossen van knelpunten in kleinschalige, lokale energie infrastructuur, bijvoorbeeld in het gebruik van restwarmte en waterstof. Ook kleinschalige projecten waarbij CO2 uit de industrie wordt geleverd aan de glastuinbouw, vallen binnen deze regeling. 3. De provincie verkent de mogelijkheden om efficiency in de industrie te realiseren op het gebied van grond- en hulpstoffen (zoals water).

3.1.4.2 Vernieuwen van het energiesysteem van de industrie Wat gaat de provincie doen? Zuid-Holland onderschrijft de nationale doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren tot 49% in 2030 met als uiteindelijke doel om klimaatneutraal te zijn in 2050. En daarnaast onderschrijft de provincie de nationale doelen om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken en in 2050 volledig circulaire economie te realiseren. De Zuid-Hollandse industrie zal daartoe een transitie moeten doormaken naar een industrie die klimaatneutraal en circulair is. Naast het stimuleren van efficiency zet de provincie ten behoeve van het verduurzamen van de industrie en het reduceren van de CO2 uitstoot in op veranderen van het energiesysteem door fossiele energiebronnen te vervangen door duurzame energiebronnen en -dragers, zoals duurzaam opgewekte elektriciteit en groene waterstof (aanvankelijk zal dit nog blauwe waterstof zijn, maar zodra de beschikbaarheid van groene elektriciteit toeneemt en de productiekosten van groene waterstof dalen, wordt de transitie naar ‘groen’ voorzien). In het kader van de waterstoftransitie zal mogelijk veel gebruik gemaakt gaan worden van waterstofdragers, zoals ammoniak. Het grootschalig gebruik van ammoniak (import, overslag, opslag, verwerken en transport) brengt veiligheids- en milieurisico’s met zich mee.

De provincie staat voor een veilige en gezonde energietransitie.

Rol Samenwerkend

30

Uitwerking 1.

2.

3.

4.

5.

6.

De provincie zet actief in op de ontwikkeling en de instandhouding van regionale netwerken die bijdragen aan een Klimaatneutrale en circulaire industrie. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de inbreng van expertise en contacten en door te werken aan gezamenlijke producties (zoals verkennende studies en regionale plannen). Netwerken die specifiek gericht zijn op innovaties kunnen een beroep doen op de regeling voor Regionale Netwerken voor Innovatie in Zuid-Holland. Via het (subsidie)programma energie & klimaat kunnen ondernemers subsidie aanvragen voor het testen en demonstreren van nieuwe technologieën en het marktrijp maken van innovaties door gebruik te maken van de regionale field lab structuur. Voor het financieel ondersteunen van verduurzamingsprojecten wordt volop ingezet op het benutten van Europese fondsen. Hiervoor is in regionaal verband een gezamenlijk aanpak ontwikkeld, waarbij op basis van een continue pijplijn aan potentieel kansrijke initiatieven de ‘match’ wordt gezocht met bijpassende fondsen. De komende jaren gaat dat in ieder geval leiden tot een aantal openstellingen vanuit het Kansen voor West 3 programma en het Just Transition Fund. De realisatie van een Klimaatneutrale en circulaire industrie in Zuid-Holland zal mogelijk een extra ruimtevraag met zich mee brengen.

Hierbij gaat het bijvoorbeeld om ruimte voor transitieprojecten van industriële bedrijven en de aanleg van nieuwe energie infrastructuur (zie beleidskeuze ‘duurzaam energiesysteem’) en het bieden van ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe, duurzame clusters van bedrijven. De provincie vindt het belangrijk dat er voldoende ruimte is voor (nieuwe) duurzame bedrijven. Vanuit de Omgevingswet beschikt de provincie over een aantal formele instrumenten, die ingezet kunnen worden om ruimtelijke processen op regionale schaal te versnellen (bijvoorbeeld de provinciale coördinatieregeling en het inpassings-plan). Inzet van deze instrumenten staat nooit op zichzelf, maar dient deel uit te maken van een bredere regionale aanpak. De provincie helpt om barrières weg te nemen voor bedrijven om te investeren in verduurzaming. Dit gebeurt bijvoorbeeld via de gebiedsgerichte stikstofaanpak in het Haven Industrieel Complex (HIC) en deelname aan het versnellingshuis energietransitie HIC. De provincie doet onderzoek naar de potentie voor plaatsing van kleine modulaire kernreactoren in Zuid-Holland.

3.1.4.3 Vernieuwen van het grondstoffensysteem van de industrie Wat gaat de provincie doen? Zuid-Holland onderschrijft de nationale doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren tot 49% in 2030 met als uiteindelijke doel om klimaatneutraal te zijn in 2050. En daarnaast onderschrijft de provincie de nationale doelen om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken en in 2050 volledig circulaire economie te realiseren. De Zuid-Hollandse industrie zal daartoe een transitie moeten doormaken naar een industrie die klimaatneutraal en circulair is. Daarom zet de provincie naast efficiency en vernieuwing van het energiesysteem in de industrie in op het stapsgewijs vervangen van fossiele grondstoffen voor toepassingen ten behoeve van chemie en industrie. Deze fossiele grondstoffen zullen vervangen worden door biomassa, recycling en gebruik van CO2 in combinatie met groene waterstof.

Rol Samenwerkend

Uitwerking 1.

2.

3.

31

De provincie zet actief in op de ontwikkeling en de instandhouding van regionale netwerken die bijdragen aan een Klimaatneutrale en circulaire industrie. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de inbreng van expertise en contacten en door te werken aan gezamenlijke producties (zoals verkennende studies en regionale plannen). Netwerken die specifiek gericht zijn op innovaties kunnen een beroep doen op de regeling voor Regionale Netwerken voor Innovatie in Zuid-Holland. Via het (subsidie)programma energie & klimaat kunnen ondernemers subsidie aanvragen voor het testen en demonstreren van nieuwe technologieën en het marktrijp maken van innovaties door gebruik te maken van de regionale field lab structuur. Voor het financieel ondersteunen van verduurzamingsprojecten wordt volop ingezet op het benutten van Europese fondsen. Hiervoor is in regionaal verband een gezamenlijk aanpak ontwikkeld, waarbij op basis van een continue pijplijn aan potentieel kansrijke initiatieven de ‘match’ wordt gezocht met bijpassende fondsen. De komende jaren gaat dat in ieder geval leiden tot een aantal openstellingen vanuit het Kansen voor West 3 programma en het Just Transition Fund.

4.

De realisatie van een Klimaatneutrale en circulaire industrie in Zuid-Holland zal mogelijk een extra ruimtevraag met zich mee brengen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om ruimte voor transitieprojecten van industriële bedrijven en de aanleg van nieuwe energie infrastructuur (zie beleidskeuze ‘duurzaam energiesysteem’) en het bieden van ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe, duurzame clusters van bedrijven. De provincie vindt het belangrijk dat er voldoende ruimte is voor (nieuwe) duurzame bedrijven. Vanuit de Omgevingswet beschikt de provincie over een aantal formele instrumenten, die ingezet kunnen worden om ruimtelijke processen op regionale schaal te versnellen (bijvoorbeeld de provinciale coördinatieregeling en het inpassings-plan). Inzet van deze instrumenten staat nooit op zichzelf, maar dient deel uit te maken van een bredere regionale aanpak.

3.1.5.1 provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) Wat gaat de provincie doen? De provincie wil samen met netbeheerders, medeoverheden en andere partners het energiesysteem integraal programmeren en zo werken aan de planning en keuzes voor een duurzaam regionaal energiesysteem.

Rol Presterend

Uitwerking Regionale energie-infrastructuur met voldoende capaciteit is een belangrijke conditie voor verduurzaming en realisatie van toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkelingen. Door de toenemende druk op die infrastructuur signaleren verschillende partijen dat meer regie nodig is op de programmering en mogelijk prioritering van regionale energie-infrastructuur. Provincie initieert hiervoor een integraal programmeerproces voor het energiesysteem, het provinciaal Meerjarenprogramma Energie en Infrastructuur (pMIEK). In dit programma wordt in samenhang met vraag- en aanbodsectoren van energie de toekomstige energie-infrastructuur voor het energiesysteem bepaald. Er wordt tweejaarlijks een actualisatie van het pMIEK opgesteld, waarbij energie-infraprojecten geprogrammeerd worden. De samenhang met ruimtelijke ontwikkelingen wordt hierin meegenomen. In de programmering wordt nadrukkelijk afstemming gezocht met sectorale plannen.

De programmering van het energiesysteem op (middel)lange termijn doorloopt de volgende stappen: • Plan van Aanpak voor de betreffende iteratie ronde met betrokkenheid van partners • Een integraal overzicht van de ontwikkeling van energievraag en -aanbod (zoals opwek, woningbouw, mobiliteit, industrie en glastuinbouw) voor het bepalen van knelpunten en kansen in Zuid-Holland • Samenstellen en uitwerken van een aantal realistische integrale ontwikkelvarianten voor het energiesysteem in samenhang met de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de provincie, en daarbij behorende energie-infrastructuur en andere energieprojecten in samenhang met ontwikkeling van vraag en aanbod van energie in de tijd • Inschatting maken van ruimtevraag van de aanvullend benodigde energie-infrastructuur in de toekomst voor de verschillende ontwikkelvarianten richting een duurzaam energiesysteem. • Aan de hand van weging van de relevante ontwikkelvarianten op maatschappelijke impact en effecten op de robuustheid van het energiesysteem komen tot een gezamenlijk beeld van benodigde prioritering van infrastructurele investeringen. • Kennisontwikkeling a.d.h.v. de ‘onderzoeks- en actielijst’ en verdere uitwerking van ‘structurerende keuzes’ ten behoeve van het doorontwikkelen van het pMIEK.

Hierbij onderzoekt de provincie samen met hun partners hoe zowel de leidende principes als structurerende keuzes verder geconcretiseerd kunnen worden. • Borging van gemaakte afspraken. Bij de te maken afspraken over de uitvoering kan eventueel ruimtelijk instrumentarium worden ingezet, zoals ruimtelijke reserveringen in de provinciale omgevingsverordening. De provincie kan in voorkomende gevallen kiezen om financieel bij te dragen aan (regionale) energie-infrastructuurprojecten, zoals wordt gedaan bij het Botlek Stoomnetwerk (zie Programma ‘Bijdragen aan een CO2-emissiearme en circulaire industrie maatregel C: regeling energie-infrastructuur op industrieterreinen).

3.1.5.2 Stimuleren van flexibiliteit en efficiëntie van het energiesysteem Wat gaat de provincie doen? De provincie Zuid-Holland zet in op de ontwikkeling en toepassing van vraag- en aanbodsturing, conversieen opslagmethoden en procesinnovaties die bijdragen aan een flexibeler en efficiënter energiesysteem.

32

Rol Presterend

Uitwerking Flexibel en efficiënt gebruik van beschikbare energie-infrastructuur beperkt de behoefte aan (nieuwe) netwerkcapaciteit en kan een bijdrage leveren aan het vrijspelen van netwerkcapaciteit in gebieden waar netcongestie een rol speelt. Opslag van elektriciteit, warmte, of waterstof kan als buffer dienen van de capaciteit in het energiesysteem. Het omzetten van energie tussen energiedragers (elektriciteit, warmte, waterstof) heeft in Zuid-Holland veel potentie door de grote aanwezigheid van industrie. Voor een zo efficiënt mogelijke benutting van de bestaande en toekomstige energie-infrastructuur is samenwerking essentieel. Dit geldt tevens ook voor het realiseren en optimaal inzetten van slimme oplossingen (zoals energiehubs). (Proces)innovaties, vraag- en aanbodsturing, conversie en opslag kunnen lokaal en regionaal bijdragen aan een efficiëntere benutting energie-infrastructuur en het stimuleren van flexibiliteit, en bijdragen aan realisatie van bestaande doelen voor bijvoorbeeld zon op daken bij grotere bedrijven in de RES’en, en handelingsperspectief bieden voor economische activiteiten (industrie) en woningbouw in gebieden waar netcongestie heerst.

De provincie Zuid-Holland zet in op de ontwikkeling en toepassing van vraag- en aanbodsturing,conversieen opslagmethoden en procesinnovaties door de volgende activiteiten: • De provincie Zuid-Holland verkent hoe bestaand instrumentarium verbreed kan worden ingezet ter beperking of voorkoming van schaarste in capaciteit op de energie-infrastructuur. • De provincie stimuleert (proces)innovaties en samenwerking met betrekking tot vraag- en aanbodsturing en conversie- en opslagmethoden om systeemflexibiliteit te vergroten en/of infrastructuurimpact te beperken. Dit doet de provincie door handelingsopties in kaart te brengen die impact op de energie-infrastructuur kunnen beperken bij initiatieven voor verduurzaming • De provincie stimuleert activiteiten die de flexibiliteit en efficiëntie van het energiesysteem vergroten door te verbinden met ruimtelijke ontwikkelingen, gebieden of bedrijventerreinen waarbij netcongestie een rol speelt of waar dit ingezet kan worden als mogelijk alternatief voor netuitbreidingen. • Dit doet de provincie door verdere doorontwikkeling van de energietoets (op zowel visie- als verordenings-niveau), waarbij de focus uitgaat naar de concretisering van het inhoudelijke toetsingskader voor zowel individuele projecten en globale planvorming.

• Dit doet de provincie door zowel intern tussen verschillende beleidsvelden als extern met onze partners de samenwerking op te zoeken en initiatieven te stimuleren die een netcongestie-verzachtend effect kunnen hebben.

3.1.5.3 Ondersteunen realisatie energiehubs Wat gaat de provincie doen? De provincie ondersteunt Energiehubs in hun ontwikkeling. Dit doet zij door jaarlijks bij te dragen aan de realisatie van een aantal energiehubs. Daarnaast ondersteunt zij zo veel mogelijk hubs bij hun eerste stappen. Het gaat hierbij om het opdoen en delen van kennis over het realiseren van energiehubs en het ruimte bieden aan innovatieve oplossingen in techniek en organisatie. Ook standaardiseert de provincie het proces ‘ontwikkeling energiehub’ ten behoeve van snelheid en kostenbesparing.

Rol Samenwerkend

Uitwerking De provincie ondersteunt georganiseerde energiehub-initiatieven die bereid zijn om kennis te delen. We ondersteunen deze lokale initiatieven, door de inzet van capaciteit om; (1) het plan voor een energiehub verder uit te werken en (2) onderlinge kennisontwikkeling en -deling te faciliteren in een Community of Practice (CoP). Daarbij zoeken we de samenwerking met de betrokken ondernemers, maar ook de gemeente, netbeheerder en andere relevante partijen op. Er wordt ingezet op de volgende activiteiten: • De provincie maakt een overzicht van (initiatieven voor) energiehubs in Zuid-Holland en monitort de voortgang van de ontwikkeling op deze locaties; • De provincie biedt de mogelijkheid voor ondersteuning in de eerste en tweede fase (Verkennen, Plan van Aanpak & Ontwerp) van het opzetten van een energiehub, waar regionaal al ondersteuning geboden wordt, sluiten we ons daar mogelijk bij aan;

33

• • •

De provincie faciliteert een Community of Practice (CoP) voor diverse partijen om onderlinge kennisontwikkeling en -uitwisseling te stimuleren; Bijdragen aan de ontwikkeling van en het gebruikmaken van de landelijke Kennisplatform Energiehubs; De provincie doet (samen met partners) onderzoek naar innovatieve oplossingen die in energiehubs toegepast kunnen worden.

3.1.5.4 Ruimtelijke verkenning voor toekomstige energie-infrastructuur Wat gaat de provincie doen? In samenwerking met netbeheerders, desbetreffende gemeentes en andere partners doorloopt de provincie proactief een verkenningstraject. Met behulp van onder andere kaartmateriaal, locatie-eisen en lokale kennis wordt in een iteratief proces beoogd om tot zoekgebieden/-locaties te komen voor aanvullend benodigde energie-infrastructuurprojecten. Hierbij ligt de scope op 150kV stations van de regionale netbeheerders. Om de strategische ruimtevraag van deze energie-infrastructuurprojecten voor de toekomst te waarborgen, onderzoekt de provincie welk ruimtelijke instrumentarium gebruikt kan worden om de zoekgebieden/-locaties vrij te houden.

Rol Presterend

Uitwerking Om zowel de energievraag van nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen als de verduurzaming van bestaande activiteiten te kunnen faciliteren en een robuust energiesysteem in 2050 in Zuid-Holland te kunnen garanderen, is aanvullende energie-infrastructuur nodig. Binnen het integraal programmeerproces dat de provincie in een tweejaarlijkse cyclus doorloopt en als eindproduct het pMIEK-document kent, wordt een inschatting voor aanvullend benodigde elektriciteitsinfrastructuur (in 150kV-station equivalenten) gemaakt. Omdat fysieke ruimte schaars is in de provincie en er talloze ruimtevragers om dezelfde ruimte concurreren, is een weloverwogen integrale afweging noodzakelijk over waar welke ontwikkeling wordt toegestaan. De provincie faciliteert de ruimtevraag voor nieuwe energie-infrastructuur wanneer dit ruimtelijk inpasbaar is, en bij voorkeur te combineren valt met de economische activiteiten op deze locaties. De provincie draagt vanuit haar rol als gebiedsregisseur bij aan een integraal afgewogen en ruimtelijke goed ingepast energiesysteem, dat tijdig beschikbaar is. Hiervoor is inzicht in de benodigde ruimtevraag vanuit het integrale energiesysteem noodzakelijk.

We werken aan deze maatregelen, door de inzet van enerzijds capaciteit om de doorlooptijd van de realisatie van energie-infrastructuur projecten te versnellen door middel van kennisdeling en anderzijds door het ruimtelijk instrumentarium in te zetten voor de ontwikkeling van noodzakelijke energie-infra te kunnen waarborgen. • De provincie doet in de tweejaarlijkse iteratie van het pMIEK uitspraken over aanvullende energieinfrastructuur (in 150kV station-equivalenten) die nodig zijn om de energievraag in 2050 te kunnen accommoderen. • Per regio, waar aanvullende 150kV stations nodig zijn, wordt een ruimtelijk verkenningstraject doorlopen waarbij zowel (technische) aandachtspunten/criteria vanuit de netbeheerders als (beleidsmatige) belemmeringen van gemeentes en provincie gebruikt worden om tot potentiële zoekgebieden/-locaties te komen. • De provincie neemt een voortrekkersrol in dit verkenningstraject en faciliteert waar nodig vervolggesprekken tussen gemeente en netbeheerders bij het concretiseren van de zoekgebieden.

3.1.5.5 Elektriciteitsopslagsystemen (EOS) Wat gaat de provincie doen? Elektriciteitsopslagsystemen [hierna: EOS] hebben een functie in een duurzaam toekomstig energiesysteem. Tegelijkertijd is de fysieke ruimte in Zuid-Holland schaars, dus wil de provincie weloverwogen mogelijkheid bieden voor de toevoeging van EOS. Het is daarbij van belang een beeld te vormen van hoeveel en op welke plaatsen in het elektriciteitsnetwerk EOS nodig en/of wenselijk zijn. Daarnaast wordt in samenwerking met gemeenten en netbeheerders uitgewerkt volgens welke uitgangspunten EOS toegestaan worden. Wanneer een EOS wordt vergund, wordt zorgvuldig omgegaan met de ruimtelijke inpassing hiervan.

Rol Samenwerkend

34

Uitwerking • •

• •

•

De provincie monitort het aantal MW grootschalige opslag en intensiveert daarvoor de samenwerking met de netbeheerders; De leidende principes van het Toekomstbeeld Energiesysteem 2050 zijn bepalend voor het provinciaal beleid voor EOS. Hiervoor wordt gewerkt aan een doorvertaling van deze principes die toegespitst zijn op opslag; De provincie maakt afspraken met gemeenten en veiligheidsregio's over uniforme toepassing van de PGS 37-1 bij opslagsystemen; De provincie zet in op een vroegtijdige betrokkenheid van de netbeheerder bij nieuwe vergunningaanvragen en maakt daarover werkafspraken en zet verder in op kennisdeling bij initiatiefnemers over de rol van nieuwe contractvormen die congestie tegen kan gaan. De provincie maakt onderscheid tussen opslagsystemen op basis van opslagcapaciteit (dit heeft een relatie met het fysieke ruimtebeslag dat een dergelijke EOS heeft) en type aansluiting op het elektriciteitsnetwerk:

1. • •

Industriële elektriciteitsopslagsystemen (> 70 MW); Stand-alone Op een gedeelde aansluiting

2. • • •

Commerciële elektriciteitsopslagsystemen (< 70 MW); Stand-alone op grootverbruik-aansluiting Buurtbatterij op grootverbruik-aansluiting Op een gedeelde grootverbruik-aansluiting (bijvoorbeeld op wind- en zonneparken of bij bedrijven)

3. • •

Residentiële energieopslagsystemen Stand-alone op kleinverbruik-aansluiting Achter de meter op kleinverbruik-aansluiting

*stand-alone EOS zijn direct aangesloten op het elektriciteitsnetwerk en zijn voor afname en teruglevering volledig afhankelijk van dit systeem. Systemen op een gedeelde aansluiting zijn bijvoorbeeld gekoppeld aan een zonneveld of windpark of aan een bedrijventerrein, waar zij resp. door gevoed worden of aan leveren. Algemene uitgangspunten: Voor alle EOS’en geldt dat deze minimaal congestieneutraal en liefst congestieverzachtend worden ingezet, waarmee wordt bedoeld dat ze geen negatieve – en liefst een positieve – bijdrage hebben op de piek- en dalbelasting van het elektriciteitsnet. Een EOS voldoet aan de veiligheidseisen zoals opgenomen in de PGS 37-1. Dit uitgangspunt is voor alle categorieën van toepassing. Specifieke uitgangspunten: 1. Aan de categorie Industriële stand-alone EOS stellen wij een bovengrens van 200MW aan totaal opgesteld vermogen, behalve wanneer de netbeheerder aangeeft dat dit nodig is voor het balanceren van het energiesysteem. Deze stop is ingegeven vanwege grote ruimtebeslag en de vraag of een groter aantal MW noodzakelijk is voor het energiesysteem. Het maximale opgestelde vermogen voor grootschalige batterijen kan naar aanleiding van het Programma Energie Hoofdinfrastructuur 2 (PEH2) gewijzigd worden. 2. Aan opwek of verbruik gebonden: bij bestaande opwek aansluiting koppelen met bestaande aansluiting.

Hierdoor is geen groter opslagvermogen toegestaan dan het aansluitvermogen. 3. Batterijen achter de meter en batterijen gekoppeld aan lokaal gebruik, zoals buurtbatterijen en batterijen voor energiehubs, voldoen aan de veiligheidsafstanden tot bebouwing.

Beleidsdoel 4.1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat 4.1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat De provincie staat voor een toekomstbestendige economie met een gezond en aantrekkelijk vestigingsklimaat voor haar ondernemers en inwoners. De provincie geeft economisch beleid vorm, zodat het bijdraagt aan brede welvaart voor alle Zuid-Hollanders. Dat betekent versnelling van de transitie naar een economie die duurzaam, innovatief en inclusief is:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=e9278f65-27a4-4880-a46d-a344a1751a50