Reglement van orde gemeenteraad Nieuwkoop 2025 versie 25-3-25 - tekenversie
Tekst van het document
REGLEMENT VAN ORDE 2025 van de gemeenteraad van Nieuwkoop Versie 25 maart 2025 De raad van de gemeente Nieuwkoop gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen het volgende reglement:
HOOFDSTUK 1: ALGEMEEN Begripsbepalingen Artikel 1 Definities a. amendement: voorstel tot wijziging op het voorstel dat aanhangig is, met betrekking tot een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen. Deze wordt door stemming aangenomen of verworpen; b. besluitvormende raadsvergadering: vergadering van de raad, zoals bedoeld in de Gemeentewet, waarin fracties hun definitieve standpunt innemen en via stemming tot een beslissing komen. Eventueel met het inzetten van instrumenten zoals amendementen, moties, enz. Inspreken is net als bij de oriënterende raad (1r.) en de meningsvormende raad (1p.) wel toegestaan gedurende maximaal 5 minuten (of zoveel minder als er meer dan 6 insprekers zijn dat 30 minuten niet worden overschreden) over geagendeerde raadsvoorstellen; maar wel aan het begin van de agenda als apart geagendeerd agendapunt, dus niet bij het betreffende raadsvoorstel zelf. De voorkeur gegeven aan insprekers in de oriënterende raad. Insprekers moeten zich tenminste 8 uur voor aanvang van de raadsvergadering via de griffie hebben aangemeld. c. college: het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop; d. fractie: het lid of de leden van een politieke groepering dat/die in de raad van de gemeente Nieuwkoop namens die groepering zitting heeft/hebben; e.
fractieassistent: een persoon, niet zijnde een raadslid, die is benoemd door de raad en beëdigd door de voorzitter van de raad na te zijn voorgedragen door de fractie om haar bij te staan bij het verrichten van haar werk ten behoeve van de raad. Een fractieassistent mag het woord mogen voeren namens de fractie o.a. tijdens de oriënterende – en de meningsvormende raad.; f. gemeentesecretaris: de gemeentesecretaris van Nieuwkoop zoals bedoeld in artikel 100 van de Gemeentewet; g. griffie: het door de raad benoemde personeel, met inbegrip van de griffier, dat de raad bij de uitoefening van zijn taak terzijde staat; h. griffier: de griffier of diens vervanger van Nieuwkoop als bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; i. hamerstukken: stukken waarover minder dan twee fracties het woord wensen te voeren omdat ze al voldoende zijn behandeld in de meningsvormende raad; j. hij: waar in dit reglement wordt gesproken over “hij” of “zijn” moet ook gelezen worden “zij” of “haar”; k. inspreken: Zie 1b., 1p. en 1r. Inspreken kan niet over een besluit van de gemeente als daarover een bezwaar- en
beroepsprocedure of juridische- of klachtenprocedure loopt tussen de gemeente en een ander. Het is niet toegestaan om twee keer over hetzelfde raadsvoorstel in te spreken. l. RIS - RaadsInformatie Systeem: vergader-app toegankelijk voor iedereen wat betreft de openbare stukken van de meningsvormende raad en besluitvormende raadsvergadering. Naast de openbare stukken kunnen hierop ook geheime stukken staan die niet door derden mogen worden ingezien. m. initiatiefvoorstel: een voorstel, ingediend door een of meer raadsleden, voor een verordening of een ander voorstel; n. interpellatie: een ingelast debat in de raadsvergadering, waarin het college of de burgemeester om inlichtingen worden gevraagd over een onderwerp dat niet op de agenda staat; o. lid: een lid van de raad, tenzij anders aangegeven; p. meningsvormende raad: de vergadering van de raad waarin raadsleden meningen onderling uitwisselen en argumenten verzamelen. Dit alles ter voorbereiding van de standpuntbepaling van de fractie en mogelijk latere besluitvorming in de besluitvormende raadsvergadering.
In de meningsvormende raad worden geen besluiten over de inhoud genomen, wel wordt besloten over de verdere procedure voor behandeling van stukken; Inspreken is net als bij de oriënterende raad (1r.) wel toegestaan gedurende maximaal 5 minuten (of zoveel minder als er meer dan 6 insprekers zijn dat 30 minuten niet worden overschreden) over geagendeerde raadsvoorstellen. Al wordt de voorkeur gegeven aan insprekers in de oriënterende raad. Insprekers moeten zich tenminste 8 uur voor aanvang van de vergadering via de griffie hebben aangemeld. q. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken. Deze wordt door stemming aangenomen of verworpen; r. oriënterende raad: de vergadering van de raad waarin inhoudelijk informatief wordt doorgevraagd aan het college of aan anderen met kennis van zaken over het onderwerp. Als dit met externen is die aanwezig zijn op verzoek van de raad via de agendacommissie, dan gaat het om ‘stakeholders’ die een en ander kunnen duiden en die zich beperkt kunnen mengen in de discussie. Als dit met externen betreft die op eigen verzoek aanwezig zijn, dan gaat het om insprekers die maximaal 5 minuten (of zoveel minder als er meer dan 6 insprekers zijn dat 30 minuten niet worden overschreden) kunnen inspreken aan het begin van het onderwerp.
Insprekers moeten zich tenminste 8 uur voor aanvang van de vergadering via de griffie hebben aangemeld. Dit alles ter voorbereiding van de bepaling van raadsleden of er voldoende informatie beschikbaar is om een besluit te kunnen nemen. In de oriënterende raad worden geen besluiten over de inhoud genomen, wel wordt besloten over de verdere procedure voor behandeling van stukken; s. portefeuillehouder: het collegelid aan wie bepaalde aandachtsgebieden van het college van burgemeester en wethouders zijn toegewezen; t. stemverklaring: in deze verklaring geeft de stemgerechtigde zeer kort (maximaal een ½ minuut) de motieven voor zijn stemgedrag; u. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft. Deze wordt door stemming aangenomen of verworpen; v. vergadering: de gemeenteraad van Nieuwkoop kent drie soorten vergaderingen: de oriënterende raad, de meningsvormende raad en de besluitvormende raadsvergadering; w. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de (raads)vergadering; alle aanwezige fracties worden daarover geraadpleegd. x. voorzitter: de voorzitter of diens vervanger; Artikel 2 Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2
2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie. 5. Alle overige werkzaamheden die door de raad aan hem opgedragen worden. 6. Het presidium vergadert in beslotenheid. Zonder andersluidend besluit zijn de verslagen geheim. Artikel 3 De agendacommissie 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitters van de oriënterende raden en de meningsvormende raden en de vice-voorzitters van de raad; maar niet meer dan één persoon per fractie. 2. Ze heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen, en b. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet. 3. Indien er geen agendacommissie is, dan neemt het presidium de taken van de agendacommissie over. Artikel 4 De griffier 1. De griffier is aanwezig in Besluitvormende Raadsvergaderingen, de Meningsvormende Raden, Oriënterende Raden en vergaderingen van het presidium en kan aanwezig zijn in de commissievergaderingen van de raad. 2.
Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter of van de gemeenteraad aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Artikel 5 Onderzoek geloofsbrieven, benoeming en beëdiging raadsleden 1. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. 2. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste Besluitvormende Raadsvergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 4. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de Besluitvormende Raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.
Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid. Artikel 6. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet . 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Artikel 7. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4.
Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 3
5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Artikel 7A. De fractieassistent 1. Raadsfracties kunnen, ter ondersteuning van hun werkzaamheden, niet-raadsleden voor benoeming door de raad voordragen als fractieassistent. Als fractieassistent kunnen zij namens de fractie deelnemen aan de oriënterende bijeenkomsten en meningsvormende vergaderingen en aan bijvoorbeeld commissies, werksessies en klankbordgroepen. Fractieassistenten hebben dezelfde rechten en plichten als raadsleden; maar zij mogen van de minimale leeftijdseis afwijken mits ze gedurende de raadsperiode 18 jaar worden. 2. Iedere fractie kan maximaal vijf fractieassistenten hebben. 3. Artikel 5, eerste en tweede lid, worden ook toegepast bij de benoeming van fractieassistenten door de raad. 4. Fractieassistenten worden apart door de burgemeester beëdigd. 5. De fractieassistenten krijgen, na beëdiging, toegang tot alle beschikbare informatie over de geagendeerde onderwerpen, ook als daarover geheimhouding is opgelegd. De geheimhouding is ook voor de fractieassistenten van toepassing. 6. De gedragscode voor de leden van de raad is voor zover relevant van overeenkomstige toepassing op de fractieassistenten. 7. Fractieassistenten moeten binnen de gemeentegrens wonen. Artikel 8.
Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt ten minste 2 weekenden voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 9, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Artikel 9. Ter inzage leggen van stukken 1. De voorlopige agenda en stukken worden op de website van de gemeenteraad geplaatst (www.raadnieuwkoop.nl) 2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waar op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste lid alleen voor raadsleden en fractieassistenten zichtbaar in Raadsinformatiesysteem (RIS) Artikel 10. Openbare kennisgeving Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging op de website van de gemeenteraad (www.raadnieuwkoop.nl) Artikel 11. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2.
Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de griffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 12. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5. Een ‘voorstel van orde’ wordt niet meegerekend bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd. Artikel 13. Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier direct over. 4
Artikel 14. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten. De stemverklaring moet kort zijn (maximaal ½ minuut) en mag niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. Artikel 15. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 16. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen.
De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder op alfabetische volgorde aan hand van de presentielijst. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter raadsvergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit. Artikel 17. Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Uit een besluitenlijst blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d.
een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; 3. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Artikel 18. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt en de achterliggende stukken in het RIS geplaatst. Deze lijst wordt ook wekelijks op internet geplaatst, echter zonder de achterliggende stukken en namen van privé personen zijn geanonimiseerd. 2. De raad stelt, op voorstel van het presidium, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Waarbij de stukken worden onderverdeeld in een van de volgende categorieën: “voor kennisgeving aannemen”, “in handen stellen van het college ter afdoening”, “in handen stellen van het college voor nader advies”, “in handen stellen van de bezwarencommissie of “overig”. 3.
De griffier kan ingekomen stukken tot 48 uur voor de raadsvergadering met een eigen advies voor de wijze van afdoening aan de lijst met het presidium advies toevoegen. Deze nieuwe lijst wordt ook digitaal aan de leden van de raad toegezonden en de extra stukken worden ter inzage geplaatst op het RIS. 5
4. Anonieme ingekomen stukken worden niet in behandeling genomen en dus niet op de lijst geplaatst. 5. De raad reageert in beginsel niet op algemene adhesie verzoeken van andere gemeenten; bijvoorbeeld een aangenomen motie. Artikel 19. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Artikel 20. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. Artikel 21. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Artikel 22. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2.
Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn tijdens de Besluitvormende Raadsvergadering. 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 23. Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 24. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. Het college kan binnen 4 weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3.
Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadercyclus van de raad geplaatst. Artikel 25. Collegevoorstel of voorstel van burgemeester 1. Een collegevoorstel of voorstel van burgemeester aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden naar het college(lid), bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 26. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de griffier Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de collegeleden. 6
3. Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 27. Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. 4. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. Artikel 28. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3.
De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 14 dagen nadat het verzoek is ingediend. Artikel 29. Vragenhalfuur 1. Aan het eind van iedere reguliere BR vindt het vragenhalfuur plaats. 2. Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 32 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raadsleden, het college en de burgemeester. 4. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 5. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Artikel 30. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel 31.
Intrekking oude reglement Het Reglement van orde 2014 van de gemeenteraad van Nieuwkoop (tot en met de derde wijziging raadsbesluit 2023-005 van 23 februari 2023) wordt ingetrokken. Artikel 32. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking op 10 april 2025. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Nieuwkoop 2025. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 3 april 2025, nummer 2025-030. de griffier,
Edzard van Holthe
7
TOELICHTING
Artikelsgewijs met schuingedrukt de Nieuwkoopse toevoeging aan de toelichting uit de modelverordening. Bij deze toevoeging is regelmatig een ‘werkafspraak’ te vinden. Deze werkafspraken worden in principe gehanteerd, maar afwijken is toegestaan zonder het reglement te moeten aanpassen. Artikel 1. Begripsbepalingen In artikel 1 worden een aantal begrippen uit dit reglement van orde gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Voor wat betreft het begrip ‘voorzitter’ zij nog vermeld dat de burgemeester voorzitter is van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet (hierna: wet) schrijft dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, van de wet is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de wet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de (Besluitvormende Raads)vergadering. Bij deze begrippen zijn een aantal lokale Nieuwkoopse begrippen toegevoegd. Zoals bijvoorbeeld: - Artikel 1b. Besluitvormende raadsvergadering (BR).
Dit is de laatste vergadering in een raadsvergader-cyclus. Het betreft de vergadering die in de Gemeentewet ‘vergadering’ wordt genoemd. Bij deze Besluitvormende Raadsvergadering zijn alleen raadsleden de stemgerechtigde deelnemers. - Artikel 1e. Fractieassistent: De werkafspraak is dat fractieassistenten worden vergoed per vergadering waaraan zij deelnemen en waarvan de agendacommissie vooraf heeft aangegeven dat een vergoeding wordt gegeven. Dat is altijd bij Oriënterende – en Meningsvormende Raden en bij ingestelde commissies. En verder als er voorbereiding vereist is. Maar nooit tweemaal een vergoeding op dezelfde avond. De hoogte van de vergoeding staat gelijk aan de vergoeding die voor commissieleden geldt in een gemeente van de omvang van Nieuwkoop (jaarlijks middels een circulaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken bekendgemaakt). - Artikel 1p. Meningsvormende Raad (MR). Dit is de tweede vergadering in een raads-vergadercyclus.
Bij een MR is na de evaluatie van 3 december 2024 de werkafspraak dat een agenda er net als voorheen uitziet: Na de opening en vaststelling van de agenda alle raadsvoorstellen en eventueel andere door de agendacommissie op de agenda geplaatste agendastukken; daarna is ruimte voor mededelingen uit gemeenschappelijke regelingen, gevolgd door mededelingen van B&W en een rondvraag voor raadsleden en fractieassistenten; tot slot de vaststelling van de laatste actielijst en de sluiting. Voor de rondvraag geldt de werkafspraak dat raadsleden het onderwerp en bij voorkeur ook de concrete vragen 32 uur voor aanvang van de vergadering aanleveren. Hierdoor kan B&W zich voorbereiden en is er meer kans dat de vragen ook direct beantwoord worden. Als directe beantwoording door het college niet mogelijk blijkt, volgt een schriftelijke beantwoording. En dat er twee MR-en parallel aan elkaar kunnen worden gehouden. - Artikel 1r. Oriënterende Raad (OR). Dit is de eerste vergadering in een raads-vergader-cyclus. Bij een OR is na de evaluatie van 3 december 2024 de werkafspraak dat een standaard agenda er als volgt uitziet: 1. Opening; 2. Spreekuur, waarbij insprekers of uitgenodigde ‘stakeholders’ kunnen spreken over geagendeerde agendapunten (raadsvoorstellen). Vooraf geeft de agendacommissie van maximaal vier agendapunten aan welke besproken worden.
De overige raadsvoorstellen worden niet besproken tenzij er insprekers zich voor aanmelden, of tenzij raadsleden of fractieassistenten die raadsvoorstellen aangeven als ‘bespreekstukken’ (dit dan wel bij voorkeur 32 uur van tevoren i.v.m. voorbereiding van anderen); 3. Wat verder ter tafel komt & rondvraag; 4. Sluiting. Voor de (wat verder ter tafel komt en) rondvraag geldt de werkafspraak dat raadsleden het onderwerp en bij voorkeur ook de concrete vragen 32 uur voor aanvang van de vergadering aanleveren. Hierdoor kan B&W zich voorbereiden en is er meer kans dat de vragen ook direct beantwoord worden. Als directe beantwoording door het college niet mogelijk blijkt, volgt een schriftelijke beantwoording. Indien er veel raadsvoorstellen zijn aangeleverd, dan is het mogelijk om parallel nog een OR te hebben. Artikel 2. Het presidium Het presidium heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol (aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad). Diverse gemeenten hebben dit takenpakket uitgebreid met meer inhoudelijke taken. De VNG is van mening dat het presidium voor wat betreft de inhoudelijke aspecten 8
van het raadswerk een ondergeschikte rol dient te vervullen, omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd, hetgeen niet strookt met de Grondwet, die het primaat immers expliciet bij de raad legt (artikel 125, eerste lid, van de Grondwet). Het presidium als zodanig kan niet ook optreden als werkgeverscommissie. De werkgeverscommissie, ingesteld op basis van artikel 83 van de wet, bestaat immers enkel uit raadsleden (en dus niet, zoals het presidium, ook de voorzitter van de raad). Het presidium heeft voornamelijk een procedurele rol zoals hierboven aangegeven. In de VNG handreiking ‘De (rechts)positie van de griffie(r) in het decentrale bestuur’ is een modelbesluit voor het instellen van een werkgeverscommissie opgenomen. Het is wel mogelijk om de raadsleden van het presidium te benoemen in de werkgeverscommissie en de vergaderingen van deze commissie te laten aansluiten op de vergaderingen van het presidium, zodat er, indien nodig, snel overlegd kan worden. In Nieuwkoop gebeurd dit anders. Er is een aparte Werkgeversverordening waarin de werkwijze van de Werkgeverscommissie beschreven wordt. Men zou er voor kunnen kiezen de regie van enkele interne of organisatorische kwesties bij het presidium neer te leggen.
In artikel 2 is als aanvullende taak opgenomen dat het presidium aanbevelingen doet aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies. Hieronder vallen taken als: het initiëren van een aanpassing van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, het instrueren van de griffier en het bespreken van agenda-technische zaken. Het is van belang dat in het presidium elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten. De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig (artikel 4, eerste lid), omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. De aanwezigheid van de secretaris kan ook gewenst zijn, omdat de secretaris aandacht moet kunnen vragen voor of een toelichting kan geven op onderwerpen die worden voorbereid door de ambtelijke organisatie. Overeenkomstig het derde lid kan de secretaris worden uitgenodigd. Als dit een ‘staande’ uitnodiging wordt, dan kan overwogen worden zijn aanwezigheid expliciet in het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad te regelen.
Het vijfde en zesde lid zijn apart aan de modelverordening tekst toegevoegd. Dat het presidium in beslotenheid vergadert wil zeggen dat er geen publiek bij kan zijn. De leden kunnen altijd aan fractiegenoten terugkoppelen en raadsleden en fractieassistenten kunnen altijd de verslaglegging (besluitenlijst) lezen. Artikel 3. De agendacommissie De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in de raadscommissies en de raad. De agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. In veel gemeenten wordt gewerkt met jaaroverzichten waarbij specifieke vergaderingen lang van te voren bekend zijn. Denk hierbij aan de begroting en jaarrekening. De twee onderwerpen waarvoor een wettelijke deadline is vastgesteld om het bij de provincie vastgesteld aan te leveren; respectievelijk 15 november van het voorgaande jaar en 15 juli van het volgende jaar. In het geval een gemeente deelneemt in een gemeenschappelijke regeling is in deze regeling opgenomen hoe de raad geïnformeerd wordt door de vertegenwoordiger van de gemeente in de gemeenschappelijke regeling en hoe verantwoording wordt afgelegd (artikelen 16 t/m 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Van belang is dat de agendacommissie de vergadercyclus van deze besturen kent.
Het kan nodig zijn dat de raad voorafgaand aan een vergadering van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de gemeentelijke vertegenwoordiger informatie of opvattingen wil meegeven. Ook de begrotingscyclus van de gemeenschappelijke regeling is relevant voor de agendacommissie zodat de raad tijdig noodzakelijke informatie kan leveren. Het is aan de agendacommissie om de planning in te vullen maar ook om deze te bewaken. Hetzelfde geldt met betrekking tot andere organisaties waar de gemeente mogelijk in vertegenwoordigd is (stichtingen, vennootschappen). Ook deze vergadercycli kunnen voor een agendacommissie aanleiding zijn om deze te agenderen voor een raads- of commissievergadering, zodat er informatie uitgewisseld kan worden tussen de vertegenwoordiger van de gemeente en de raad. De commissie stelt de agenda's van (de raadscommissies en) de raad voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van (de raadscommissies en) de raad geschiedt bij de aanvang van de betreffende vergadering. Ingevolge artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. De voorzitter pleegt in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg met de agendacommissie.
Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij vergaderingen die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en 9
de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie. Dit artikel is anders verwoord dan in de modelverordening. Het is inmiddels gebruik dat iedere fractie een lid voor de agendacommissie levert. Als werkafspraak hanteren we in Nieuwkoop dat dit lid in principe een, door de raad benoemde voorzitter van meningsvormende – en oriënterende raden is en / of een vice-voorzitter van de raad. Artikel 4. De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikelen 100 en 107 van de wet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig (eerste lid). De wet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid, van de wet). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de wet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Ten opzicht van de modelverordening is hieraan toegevoegd dat de gemeenteraad de griffier ook kan verzoeken deel te nemen. Artikel 5.
Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde meldt schriftelijk aan de raad of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt legt hij aan de raad stukken over waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum en (indien nietNederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de wet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven en de beslissing over de toelating moeten in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de wet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.
Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na de raadsverkiezingen beslist de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering over de toelating van de nieuw gekozen leden. Met ingang van 00:00 uur de volgende dag treedt de nieuwe raad aan (artikel 18 van de wet en artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet). Eerste en tweede lid De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. De huidige werkwijze is dat de griffier drie raadsleden van verschillende fracties benadert voor deze rol. De werkafspraak hierbij is dat in beginsel geen fractiegenoot van de te benoemen persoon lid wordt. Derde lid Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten. Het derde lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen.
Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (of deze juist is vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang omdat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad een dergelijk besluit kan baseren. Op 28 februari 2014 heeft de minister van BZK een circulaire uitgebracht waarin toegelicht wordt wanneer de raad gebruik kan maken van deze bevoegdheid (Gemeenteraadverkiezingen: hertellingen, kenmerk 2014-0000116196, 28 februari 2014, Ministerie van BZK. Zie: https://vng.nl/files/vng/publicatie_bijlagen/2014/20140319-hertelling-gemraadsverkbzk2014-0000116196.pdf). Deze circulaire was ook bij de raadsverkiezingen in 2018 en 2022 van toepassing.
In deze circulaire wordt onder meer uiteengezet wanneer de raad tot hertelling kan besluiten. 10
Het ligt niet voor de hand dat besloten wordt tot een hertelling waarvan tevoren duidelijk is dat deze niet tot een andere samenstelling in de raad kan leiden. Ook een verschil in zetels tussen de voorlopige uitslag en de definitieve uitslag is geen reden om over te gaan tot hertelling. Vierde en vijfde lid Na een raadsverkiezing kunnen de toegelaten raadsleden op de eerste Besluitvormende Raadsvergadering van de raad in nieuwe samenstelling als bedoeld in artikel 18 van de wet de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen (vierde lid). Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden (vijfde lid). De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de wet vastgelegd. Artikel 6. Benoeming wethouders Artikel 6 geeft invulling aan een leemte in de wet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De wet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden.
Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen (eerste lid). De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de wet). Voor wethouders is er de aanvullende verplichting om een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) te kunnen overleggen (artikel 36a, tweede lid, van de wet). De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. Bij de benoeming van een wethouder moet een integriteitstoets plaatsvinden. De gedragscode integriteit speelt hierbij een rol (zie Model Gedragscode Integriteit volksvertegenwoordigers in gemeenten, provincies en waterschappen 2015). Na het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, brengt de commissie advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder (derde lid). De kandidaat-wethouders krijgen in opdracht van de burgemeester voor aanvang van iedere ambtstermijn volledige rapportage van de risicoanalyse. Zo heeft hij een goed beeld van de kandidaat en kan hij met de kandidaat een gesprek voeren over de uitkomsten. De burgemeester kan ten aanzien van de risicoanalyse en de conclusies geheimhouding opleggen aan de raad.
Met de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (artikel 87 van de wet) is de burgemeester hiertoe expliciet bevoegd gemaakt (vierde lid).] Artikel 6 is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd. De incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen dan immers opnieuw beoordeeld te worden. Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de wet). Bij de wijziging van het Reglement van Orde 23 februari 2023 is een aanpassing gedaan op gebied van Integriteitstoets van kandidaat wethouders, zodat het overeenkomt met de wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur. Maar omdat het ook al in de wet staat, kan het vierde lid ook geschrapt worden. Het is immers al wettelijk geregeld. Artikel 7. Fracties Eerste en tweede lid De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet. In artikel 33, tweede lid, van de wet wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning). Vanaf de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd (eerste lid).
De fractie gebruikt in de verschillende vergaderingen van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste Besluitvormende Raadsvergadering de aanduiding mee (tweede lid). Derde lid In verband met vervanging in commissies met alleen fractievoorzitters, kunnen we voor éénpersoonsfracties als werkafspraak hanteren dat een fractieassistent dan een fractievoorzitter kan vervangen. Vierde lid In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede (vierde lid). Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in 11
een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd. Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de wet en artikel 129 van de Grondwet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen. Een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij, maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering.
De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van iedere eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie. Dit betekent ook dat: - kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn vanwege strijd met de wet en de Kieswet; - personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen; - als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren. Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische gevolgen hebben. Te denken valt aan: fractievergoedingen en -faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door burgerraadsleden.
Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet). Vijfde lid De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde: deze toetsing vindt immers ook plaats wanneer een politieke groepering zich voor het eerst wil laten registreren. Op grond van artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet wordt de naam van de nieuwe fractie onder meer geweigerd als deze in strijd is met de openbare orde of als deze overeenkomt met of erg lijkt op de naam van een politieke groepering die al geregistreerd is voor de Tweede Kamer- of Statenverkiezingen, én daardoor verwarring te duchten is. Voor het overige is de nieuwe fractie vrij in het kiezen van een naam. Artikel 7a. De fractieassistent Dit artikel is ten opzichte van de modelverordening toegevoegd. Het is overgenomen uit het voorgaande Reglement van Orde. De toelichting over artikel 5 eerste en tweede lid geldt ook als toelichting voor de commissie controle geloofsbrieven voor fractieassistenten.
De gedachte achter de benoeming en de beëdiging van fractieassistenten is dat zij, net als raadsleden, toegang hebben tot alle geheime stukken en dat zij namens hun fractie zich kunnen manifesteren; uiteraard met uitzondering van stemmen in besluitvormende raadsvergaderingen. Voor fractieassistenten gelden dezelfde woonplaats eisen, verboden handelingen, en vereisten voor openbaarmaking van (neven)functies als voor raadsleden. Al mogen ze wel jonger dan 18 jaar oud zijn (mits ze 18 jaar worden in de betreffende raadsperiode). Artikel 8. Oproep en agenda In artikel 19, eerste lid, van de wet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de Besluitvormende Raadsvergadering. De agendacommissie bepaalt hoe de voorlopige agenda er uit ziet. Het eerste lid stelt verplicht dat de voorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een Besluitvormende Raadsvergadering de leden een schriftelijke oproep, waarin de Besluitvormende Raadsvergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken stuurt. Uiteraard is het mogelijk, indien de raad dit wenst, de oproep en stukken per elektronische weg te versturen. De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de raadsvergadering. 12
In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda. Hier is ten opzichte van de modelverordening aan toegevoegd dat er ten minste twee weekenden tussen deze voorlopige agenda en de vergadering zelf zitten. Dat is het gebruik in de gemeente Nieuwkoop bij ieder type vergadering. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor een vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (tweede lid). Dit is in afstemming met lokaal gebruik gesteld op 48 uur. Bij de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is de mogelijkheid vervallen om individuele raadsleden te informeren. Als omtrent informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft deze informatie in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Raadsleden kunnen deze informatie inzien (artikel 9). Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken. Indien de geheimhouding op informatie anders dan in schríftelijke vorm rust, moet de verplichting op een passende wijze kenbaar worden gemaakt (artikel 89, eerste lid, van de wet).
Het vierde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de opstelling van de raadsagenda. Enerzijds kunnen individuele raadsleden via hun fractievoorzitter in het presidium onderwerpen voor de agenda voordragen. Anderzijds kunnen zij echter ook bij aanvang van de raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. Indien er een voorstel wordt gedaan om de agenda aan te passen, bijvoorbeeld het doorschuiven van een agendapunt naar de volgende raadsvergadering, en de stemmen staken, is artikel 32, vierde lid, van de wet logischerwijs niet van toepassing en geldt artikel 32, vijfde lid, van de wet. Een werkafspraak is dat bij het vaststellen van de agenda een hamerstuk kan wijzigen in een discussiestuk op verzoek van twee of meer fracties. Dan is immers een onderwerp ter bespreking door meerdere fracties voorbereid. Een andere werkafspraak is dat tegen 23.00 uur de voorzitter, bij wijze van orde voorstel, vraagt of zij die avond willen doorvergaderen of dat de (Besluitvormende Raads)vergadering op een ander moment (standaard de maandagavond erna) wordt vervolgd. Artikel 9. Ter inzage leggen van stukken Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien.
Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden (eerste lid). Naast de fysieke terinzagelegging op het stadhuis, zullen de stukken doorgaans op elektronische wijze worden aangeboden. Dit gaat via een digitaal raadsinformatiesysteem of door plaatsing op de gemeentesite. Een stuk is een ‘document’ in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob). Een ‘document’ houdt in: een bij een bestuursorgaan berustend stuk of ander materiaal dat gegevens bevat. Onder documenten vallen niet alleen de door de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander materiaal. Ook alle van buiten komende stukken en ander voor overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda’s, verslagen, (concept)adviezen, al dan niet in elektronische vorm, verkrijgen de status van ‘document’ in de zin van de Wob. Dit voorstaande geldt ook voor de Wet Open Overheid (WOO), die min of meer in de plaats van Wob is gekomen). Bij de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is de reikwijdte van de Gemeentewet uitgebreid van ‘stukken’ naar ‘informatie’ (artikel 19, tweede lid, van de wet). Verder hoeft de raad de geheimhouding niet meer te bekrachtigen (artikel 89, vierde lid, van de wet). College, burgemeester en commissies mogen voortaan zelf geheimhouding opleggen (artikel 87 van de wet).
Onder de ‘informatie’ als bedoeld in het derde lid wordt verstaan: informatie van de raad en aan de raad verstrekte informatie, waaronder de zogeheten ‘achterliggende’ stukken waarvan in raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota’s, etc.) waarop geheimhouding is gelegd. Indien het gaat om geheime of vertrouwelijke stukken, waarop geheimhouding is gelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan de raad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. Ook kan worden overwogen hiervan geen kopieën te laten maken, omdat het gevaar bestaat dat vaak gekopieerde stukken toch in de openbaarheid komen. Indien de geheimhouding op informatie anders dan in schríftelijke vorm rust, moet de verplichting op een passende wijze kenbaar worden gemaakt (artikel 89, eerste lid, van de wet). De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de raadsvergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter inzage gelegd voor raadsleden (derde lid). Bij dit artikel is de huidige werkwijze geformuleerd. Als werkafspraak geldt bij het eerste lid dat de griffie op verzoek van een belangstellende een specifiek raadsstuk kan uitprinten en in het gemeentehuis beschikbaar stelt. Voor het tweede lid is de huidige werkwijze verwoord. 13
Artikel 10. Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de wet. In artikel 10 wordt vastgelegd op welke wijze raadsvergaderingen worden aangekondigd. (Indien de kennisgeving uitsluitend elektronisch plaatsvindt, dient er een grondslag in een verordening te zijn. In het tweede lid wordt deze grondslag gecreëerd om ook in spoedeisende gevallen een openbare kennisgeving uit te kunnen doen gaan.) De gemeenteraad heeft ooit besloten dat kennisgeving uitsluitend elektronisch plaatsvindt. Artikel 11. Presentielijst De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel 20 van de wet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum bereikt is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de wet. De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom zorgt hij voor het bijhouden van de presentielijst en stelt hij samen met de voorzitter deze vast en ondertekent deze (tweede lid). Deze ondertekening dient te waarborgen dat de lijst volledig is en het quorum aanwezig was. In Nieuwkoop is vastgesteld dat alleen de griffier hiervoor ondertekent. Artikel 12.
Aantal spreektermijnen Indien de raad van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten (eerste lid). Werkafspraak is dat dit alleen geldt voor besluitvormende raadsvergaderingen. In oriënterende – en meningsvormende raden kunnen andere spreektermijnen worden gehanteerd. Dit zal wel vooraf gecommuniceerd worden of het wordt als ‘gebruik’ net als de vorige keer gedaan. Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp (artikel 29 van de wet). Het artikel 13 uit de modelverordening is vervallen. Deelname aan de beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met de in artikel 22 van de wet geregelde immuniteit.
Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. De raad kan op grond van artikel 4, derde lid, bepalen dat de griffier deelneemt aan de beraadslagingen. De burgemeester en de wethouder(s) hebben het recht (het woord te voeren en) deel te nemen aan de beraadslagingen op grond van artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet. Dit artikel is weggelaten omdat raadsleden daar sowieso in meerderheid toe kunnen besluiten. Het is hooguit een werkwijze dat deze optie bestaat. Artikel 13. Voorstellen van orde De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad. Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (omdat het ordevoorstel betrekking heeft op de lopende Besluitvormende Raadsvergadering is artikel 32, vierde lid, van de wet hierop logischerwijs niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de Besluitvormende Raadsvergadering voor een pauze. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 30 van de wet).